4.7 rvs Gentle Agreement bijlage 1 concept gentle agreement
Tekst van het document
Gentle Agreement over de handhaving van de integriteit van de politiek
Een overeenkomst van raadsleden en raadsfracties over wat te doen bij vermeende integriteitschendingen. 2026
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
1
Inhoud Inleiding ..................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1. Drie basisprincipes............................................................................................. 5 Onpartijdige handhaving ...................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2: Rolverdeling ........................................................................................................ 7 Hoofdstuk 3: Procedures........................................................................................................ 11 Twijfels t.a.v. eigen handelingen ........................................................................................ 11 1a. Een raadslid twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling. ....................... 11 1b. Een raadslid twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling.............................. 12 2. Twijfels t.a.v. het handelen van een ander raadslid ..................................................... 14 2a. Een raadslid twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een ander raadslid. ............................................................................................................................ 14 2b.
Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van een ander raadslid. ............................................................................................................................ 15 3. Twijfels t.a.v. het handelen van een lid van het college van b&w ............................... 17 3a. Twijfels t.a.v. het handelen van een lid van het college van burgemeester en wethouders. ..................................................................................................................... 17 3b. Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van de burgemeester. ................................................................................................................. 19 Twijfels t.a.v. het handelen van een ambtenaar ............................................................... 21 4. Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van een ambtenaar. ....................................................................................................................... 21 Hoofdstuk 5: Oordelen en sancties ....................................................................................... 22 Hoofdstuk 6: Communicatie ..................................................................................................
24 Hoofdstuk 7 Evalueren en leren ............................................................................................ 25
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
2
Inleiding De gemeenteraad van Vlissingen kent sinds 2015 een Gentle Agreement. Het Gentle Agreement is een overeenkomst tussen de leden van de gemeenteraad over wat te doen bij een vermoeden van integriteitsschending. In het Gentle Agreement maakt de gemeenteraad afspraken over handhaving in het geval van een vermeende integriteitsschending.1 Het Agreement gaat over alle gradaties van (vermeende) integriteitsschendingen van kleine vermeende schendingen tot grote schendingen. Een zorgvuldige procedure is in het belang van gemeenteraad, de gemeente als collectief, melders, mogelijke schenders en partijen. Het Gentle Agreement vormt samen met de gedragscode de basisstructuur voor de integriteit van de gemeente(raad) van Vlissingen. In 2025 is de gedragscode geactualiseerd en vastgesteld door de gemeenteraad. Logischerwijs volgt daarop ook een actualisatie van het Gentle Agreement. De afgelopen jaren hebben diverse ontwikkelingen plaatsgevonden die een wijziging van het Gentle Agreement vereisen. Op 1 februari 2026 is de Gemeentewet aangepast. De zorgplicht van de burgemeester om de bestuurlijke integriteit in de gemeente te bevorderen is nadrukkelijk in de wet opgenomen2. Het voorliggende Gentle Agreement beschrijft rol van de burgemeester als procesbegeleider uitgebreider, zodat de betekenis van de burgemeester als hoeder van de integriteit duidelijker uit het stuk blijkt.
Het Gentle Agreement gaat uit van vier basisprincipes die worden beschreven in het eerste hoofdstuk. Deze vier principes vormen de uitgangspunten van de beschreven procesafspraken. Het Gentle Agreement is gericht op het beschrijven van de rollen en verantwoordelijkheden in de opeenvolgende fases. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor alle betrokkenen om grip te krijgen op hun eigen taken, kan de burgemeester gemaakte keuzes beter verantwoorden en wordt het voor de raad eenvoudiger om haar controlerende rol te vervullen. Er is een duidelijk wegingskader opgenomen. Een duidelijk wegingskader maakt voor de betrokkenen duidelijk hoe een weging tot stand is gekomen en wat er uit de weging is besloten. Er is ook opgenomen dat de burgemeester zich kan laten bijstaan door deskundigen zoals een externe adviseur, de griffier of het ambtelijke apparaat. Er is een extra hoofdstuk oordelen en sancties opgenomen om meer duidelijkheid te creëren voor alle betrokkenen. Daarbij zijn proportionaliteit, lichte en zware
1
Het Gentle Agreement is van toepassing op raadsleden en burgercommissieleden van de gemeenteraad van Vlissingen. 2 Art. 170, lid 2 Gemeentewet
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
3
schendingen en de invloed op de besluitvorming en geloofwaardigheid van de politiek meegenomen. Tot slot is ook een overzicht van sanctiemogelijkheden opgenomen. Er is aandacht voor communicatie afspraken en evaluatie. Na het afronden van een integriteitsvraagstuk is het belangrijk om (kort) te reflecteren. Het Gentle Agreement is geen statisch product maar een levend document waarvan de gemaakte procesafspraken regelmatig geëvalueerd dienen te worden. Aan het begin van elke raadsperiode wordt het Gentle Agreement door alle raadsleden ondertekend en bekrachtigd. Daarnaast wordt het regelmatig door burgemeester en griffier onder de aandacht van de raadsleden gebracht. Voorzitter van de gemeenteraad Bas van den Tillaar
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
4
Hoofdstuk 1. Drie basisprincipes 1. Onpartijdige handhaving Gedragscodes voor de gemeenteraad, het college en de burgemeester (gebaseerd op wettelijke kaders) beschrijven wat geldt als een integriteitsschending en leggen daarmee de morele ondergrens vast waaraan hun handelen moet voldoen. Over deze morele ondergrens bestaat brede overeenstemming tussen alle partijen. Het belangrijkste uitgangspunt is dat de zuiverheid van het besluitvormingsproces gewaarborgd blijft. Juist omdat er overeenstemming is over deze basisnormen, mag de handhaving ervan nooit onderwerp worden van partijpolitiek. Ook het onderscheid tussen coalitie en oppositie mag daarbij geen rol spelen. Als dat toch gebeurt, is de kans groot dat de handhaving onrechtvaardig wordt. Het principe van onpartijdige handhaving vereist dan ook dat politici – ongeacht hun partij – de discipline opbrengen om bij het beoordelen van integriteitskwesties boven de politieke tegenstellingen te staan. 2.
Terughoudend met publiciteit.
De media in Nederland volgen de politiek op kritische wijze, en dat is van groot belang. Bij vermeende integriteitsschendingen door politici leidt dit echter soms tot een voorbarige veroordeling in de publiciteit, nog voordat er zorgvuldig onderzoek is gedaan. Dit kan resulteren in willekeur en grote persoonlijke schade voor politici die – mogelijk ten onrechte – verdacht worden. Bovendien tast het de geloofwaardigheid van de politiek als geheel aan. Daarom is het van groot belang dat iedereen die betrokken is bij een integriteitskwestie maximale terughoudendheid betracht en voorkomt dat de zaak voortijdig in de openbaarheid komt. Ook is het wenselijk dat gedurende het hele proces slechts een zo klein mogelijke groep mensen bij de afhandeling betrokken wordt. Pas wanneer onomstotelijk vaststaat dat er daadwerkelijk sprake is van een integriteitsschending en wanneer de ernst ervan is beoordeeld en een passende sanctie is vastgesteld dient de kwestie naar buiten te worden gebracht. 3.
Zorgvuldigheid tegenover vermeende schender.
Iedereen die mogelijk betrokken is bij een integriteitsschending heeft recht op uiterste zorgvuldigheid gedurende alle fasen van het handhavingsproces. Deze zorgvuldigheid begint al voordat de betreffende handeling heeft plaatsgevonden. Als je weet hebt van een voornemen tot een mogelijke schending, dan wordt van je verwacht dat je de betrokkene daarop wijst en hem of haar doorverwijst naar passende advisering.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
5
Elke politicus die twijfelt of een voorgenomen handeling in strijd is met de integriteitsnormen, heeft recht op vertrouwelijk advies. Wanneer iemand verdacht wordt van een integriteitsschending, moet eerst via een vooronderzoek worden vastgesteld of er voldoende grond is voor die verdenking. Als dat het geval is, dient er een onafhankelijk en objectief onderzoek te volgen, waarbij ook de context zorgvuldig wordt meegewogen. De mate van verwijtbaarheid moet daarbij afzonderlijk worden beoordeeld. Indien een sanctie gerechtvaardigd is, dient deze proportioneel en passend te zijn in relatie tot de ernst van de schending.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
6
Hoofdstuk 2: Rolverdeling Door de rollen en verdeling van verantwoordelijkheden duidelijk te beschrijven ontstaat er meer grip op de uit te voeren taken en kunnen keuzes beter worden verantwoord. 1. Burgemeester • Geeft, bij twijfel over een voorgenomen handeling van een raadslid, wethouder of griffier, gevraagd en/of ongevraagd advies over de vraag of die handeling een schending zou opleveren. • Laat vooronderzoek doen om te bepalen of een verdenking van een schending grond heeft. • Geeft indien nodig de opdracht tot een integriteitonderzoek. • Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van een raadslid betreft: o Neemt de burgemeester als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. o Vormt de burgemeester een te adviseren zwaarte oordeel over een schending die is vastgesteld. o Informeert de burgemeester de fractievoorzitters over de onderzoeksresultaten en het zwaarte oordeel. o Legt de burgemeester de onderzoeksresultaten en het zwaarte oordeel voor aan de gemeenteraad. • Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van een wethouder betreft: o Neemt de burgemeester als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. o Vormt de burgemeester een zwaarte oordeel over een schending die is vastgesteld. • Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van de griffier betreft: o Neemt de burgemeester als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek.
o Legt de burgemeester de resultaten van het integriteitsonderzoek voor aan de leden van de werkgeverscommissie. • Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van griffiemedewerkers betreft: o Neemt de burgemeester als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. o Legt de burgemeester de onderzoeksresultaten voor aan de griffier. • Betreft de verdenking van een integriteitsschending de burgemeester zelf dan wordt het vooronderzoek in opdracht van het presidium door de commissaris van de Koning gedaan. • Doet een voorstel tot een passende sanctie. • Doet eventueel aangifte bij de politie.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
7
Bij alle bovengenoemde stappen kan de burgemeester, indien gewenst, een beroep doen op interne of externe deskundigen. 2. Griffier • Is vraagbaak en vertrouwenspersoon voor raads- en commissieleden in de gemeente en geeft advies aan raads- en commissieleden over de vraag of een (voorgenomen) handeling een schending is. • Ondersteunt de burgemeester, de gemeenteraad en individuele raadsleden bij de uitvoering van hun rol. • Kan op het verzoek van de burgemeester concrete opdrachten – zoals het aanleveren van feitelijke informatie- uitvoeren met het oog op het vooronderzoek naar het handelen van een raadslid. • Kan op verzoek van de commissaris van de Koning concrete opdrachten – zoals het verschaffen van feitelijke informatie- uitvoeren met het oog op het vooronderzoek naar het handelen van de burgemeester. • Voert op verzoek van de burgemeester vooronderzoek uit. •
Treedt op als gemandateerd bevoegd gezag bij vermoedens en meldingen die een griffiemedewerker betreffen; beoordeelt de uitkomsten van een eventueel integriteitsonderzoek en legt zo nodig, na consultatie van de werkgeverscommissie, een sanctie op.
3. Raad • Beoordeelt eventueel de uitkomsten van het onderzoek naar een vermoedelijke schending door een raadslid, een wethouder of de burgemeester voor zover van toepassing. • Spreekt zich eventueel uit over een passende sanctie. • Legt eventueel de sanctie op. 4. Presidium • Kan het klankbord vormen voor de burgemeester waarmee deze tussentijds kan overleggen over trajecten rond vermeende schendingen, als hem dat raadzaam lijkt. • Vormt een klankbordgroep voor de burgemeester, vanaf het moment dat een integriteitskwestie met betrekking tot een raadslid openbaar is geworden of vanaf het moment dat het integriteitsonderzoek is beëindigd en de resultaten bekend zijn geworden. De burgemeester kan er ook voor kiezen om de leden van het presidium bij aanvang van het integriteitsonderzoek al te informeren. • Bekijkt samen met de burgemeester en de griffier de agenda van de raad in het kader van mogelijke risico’s op integriteitsschendingen. • Zorgt er voor dat raadsleden door hun eigen fractievoorzitter worden gewaarschuwd als zij integriteitrisico’s lopen. 5. Fractievoorzitter • Informeert fractiegenoten over de regels uit de gedragscode, wijzen op de Gentle Agreement en waarschuwt hen voor (mogelijke) integriteitsrisico’s.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
8
•
Doet eventueel een voorstel aan de fractie en aan de partijafdeling voor een op te leggen sanctie na een integriteitsonderzoek.
6. Commissaris van de Koning • Ondersteunt de burgemeester bij de uitvoering van zijn rol en zijn taken. • Laat uitsluitend in geval van een vermeende schending door de burgemeester, vooronderzoek doen om te bepalen of die verdenking grond heeft. • Geeft daarbij indien gewenst opdracht tot een integriteitsonderzoek. • Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. • Legt de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad. • Doet zo nodig aangifte bij de politie Bij alle bovengenoemde stappen kan de commissaris van de Koning, indien hij dat wenst, een beroep doen op interne of externe deskundigen. De commissaris van de Koning heeft uitsluitend een rol bij vermoeden van een schending van de burgemeester. 7. Vertrouwenspersoon (griffier/ plaatsvervangend griffier) • Is in de meeste gevallen de griffier of de plaatsvervangend griffier. • Is beschikbaar voor raads-, commissie- en collegeleden die te maken krijgen met ongewenste omgangsvormen. • Een raadslid of burgercommissielid dat twijfelt over een handeling of overweegt een melding te doen gaat naar de griffier als vertrouwenspersoon. • Een wethouder die twijfelt over een handeling of overweegt een melding te doen gaat naar de gemeentesecretaris of de burgemeester als vertrouwenspersoon. • •
Biedt een luisterend oor, begeleiding en ondersteuning voor raadsburgercommissie- en collegeleden die zijn/haar hulp inschakelen. Kan (on)gevraagd advies geven als het gaat over de gewenste en ongewenste omgangsvormen en het bijhorende beleid.
8. Gemeentesecretaris • Is de vraagbaak en vertrouwenspersoon voor burgemeester, wethouders en ambtenaren in de gemeente en geeft advies over de vraag of een (voorgenomen) handeling een schending is. • Ondersteunt de burgemeester, het college en de individuele wethouders bij de invulling van hun rol. • Kan in opdracht van de burgemeester concrete taken – zoals het verschaffen van feitelijke informatie- uitvoeren in het kader van het vooronderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder. • Kan in opdracht van de commissaris van de koning concrete opdrachten – zoals het verschaffen van feitelijke informatie- uitvoeren in het kader van het vooronderzoek naar het handelen van de burgemeester. • Treedt op als gemandateerd bevoegd gezag bij vermoedens en meldingen die ambtenaren ( voor zover zij niet werkzaam zijn bij de griffie) aangaan en handelt conform het ambtelijke integriteitsbeleid van de gemeente.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
9
9. Werkgeverscommissie • Beoordeelt de uitkomsten van het onderzoek naar een vermoedelijke schending door de griffier • Legt eventuele sancties op. • Vormt het klankbord voor de griffier bij een mogelijke sanctie van een griffiemedewerker.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
10
Hoofdstuk 3: Procedures Een raadslid kan twijfelen over: 1. eigen voorgenomen of al uitgevoerde handelingen; 2. handelingen van een ander raadslid; 3. handelingen van een lid van het college van B&W; 4. handelingen van een ambtenaar. De correcte procedure verschilt in alle vier gevallen.
Twijfels t.a.v. eigen handelingen Elk raadslid kan in de situatie komen waarin twijfel bestaat over de toelaatbaarheid van een bepaalde handeling. Daarom is het van belang dat de toegang tot deskundig advies duidelijk en laagdrempelig is. Het moet breed bekend zijn dat het bespreekbaar maken van twijfels en vragen vanzelfsprekend en wenselijk is.
1a. Een raadslid twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling. • • • •
Het raadslid vraagt de griffier om advies: Is de voorgenomen handeling een schending? Als de gezamenlijke conclusie is dat de voorgenomen handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. Als de griffier aangeeft dat er wel sprake is van een schending ziet het raadslid af van de voorgenomen handeling en is de zaak ook afgedaan. Als de griffier aangeeft dat het om een complexe kwestie gaat of als het raadslid het niet met het advies van de griffier eens is, stappen ze samen naar de burgemeester. De burgemeester formuleert (eventueel na raadpleging interne en/of externe deskundigen) een advies. ▪ Het raadslid volgt in principe dit advies op. ▪ Als een raadslid van het advies van de burgemeester afwijkt, meldt het raadslid zelf bij de raad. Bijvoorbeeld door een korte stemverklaring van belangenverstrengeling. ▪ Gebeurt dat niet, dan meldt de burgemeester aan het presidium of de raad dat er van het advies wordt afgeweken. ▪ Het kan voorkomen dat uit het advies blijkt dat er geen duidelijke uitspraak mogelijk is over de vraag of een voorgenomen handeling een integriteitschending is of niet. Dat betekent vaak dat de betrokken deskundigen de zaak verschillend beoordelen. In dat geval is het aan het raadslid zelf welke keus wordt gemaakt.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
11
1b. Een raadslid twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling. Als een raadslid twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling volgt hetzelfde procedure als onder (1a). • • •
•
Het raadslid vraagt de griffier om advies: Is de uitgevoerde handeling een schending? Als de griffier aangeeft dat er geen sprake is van een schending is de zaak afgedaan. Als de griffier aangeeft dat er wel sprake is van een schending gaat het raadslid met de griffier naar de burgemeester. De griffier stelt een feitenrelaas op schrift. o Het raadslid en de burgemeester overleggen over de volgende stap. ▪ Het raadslid zal de raad laten weten een schending te hebben begaan en waar mogelijk die ongedaan maken, goedmaken of de schade herstellen. ▪ De burgemeester beoordeelt of er daarnaast ook sanctie nodig is en adviseert daarover aan de raad. De burgemeester laat zich daarbij eventueel door interne en/of externe deskundigen adviseren. ▪ Het feit dat het raadslid de kwestie zelf bespreekbaar heeft gemaakt, wordt meegewogen. De raad besluit uiteindelijk over een eventuele sanctie op basis van het advies van de burgemeester. Als de griffier aangeeft dat het een complexe kwestie betreft of als het raadslid het niet met het advies van de griffier eens is, stappen ze samen naar de burgemeester. o De burgemeester formuleert (eventueel na raadpleging interne en externe deskundigen) een advies. ▪ Mocht de conclusie zijn dat er geen sprake is van een schending, wordt de zaak als afgedaan beschouwd.
▪ Mocht de gezamenlijke conclusie zijn dat de handeling een schending was, dan overleggen burgemeester en raadslid over de volgende stappen. • Het raadslid zal de raad laten weten een schending te hebben begaan en waar mogelijk die ongedaan maken, goedmaken of de schade herstellen. • De burgemeester beoordeelt of er daarnaast ook sanctie nodig is en adviseert daarover aan de raad. De burgemeester laat zich daarbij eventueel door interne en/of externe deskundigen adviseren.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
12
Het feit dat het raadslid de kwestie zelf bespreekbaar heeft gemaakt, wordt meegewogen. De raad besluit uiteindelijk over een eventuele sanctie op basis van het advies van de burgemeester. Mocht het raadslid en de burgemeester het niet eens zijn over de •
▪
conclusie? o
Komt uit het vooronderzoek dat er gronden zijn voor de verdenking dat er een integriteitschending heeft plaats gevonden, maar dat er geen sprake van erkenning is door de schender, dan gelast de burgemeester een onderzoek door deskundigen. ▪ De burgemeester beoordeelt de resultaten van het onderzoek, legt de resultaten voor aan de raad en geeft sanctieadvies op basis van advies van deskundigen. • De raad oordeelt zelf op basis van de resultaten en het advies over onderzoek en sanctie. • De raad vermijdt daarbij iedere vorm van partij politiek.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
13
2. Twijfels t.a.v. het handelen van een ander raadslid Indien er twijfels zijn over een voorgenomen handeling van een ander raadslid, is het belangrijk om dit raadslid aan te spreken en met elkaar in gesprek te gaan. Elkaar aanspreken en waarschuwen is zeker erg belangrijk als de voorgenomen handeling een ernstige integriteitsschending is. De vertrouwenspersoon (de griffier) is beschikbaar voor de raads- en commissieleden als raadgever en biedt de benodigde ondersteuning.
2a. Een raadslid twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een ander raadslid. •
• • •
Het raadslid waarschuwt achtereenvolgens het andere raadslid, Daarbij worden twijfels verwoordt en wordt doorverwezen naar de griffier en de burgemeester en daarbij kan ook worden verwezen naar dit Gentle agreement. Het betreffende raadslid vraagt de griffier om advies: Is deze voorgenomen handeling een schending? Als de griffier aangeeft dat er geen sprake is van een schending is de zaak afgedaan. Als de griffier aangeeft dat er wel sprake is van een schending ziet het raadslid af van de voorgenomen handeling en is de zaak ook afgedaan.
•
Als de griffier aangeeft dat het om een ingewikkelde kwestie gaat of als het raadslid het niet met het advies van de griffier eens is, stappen ze samen naar de burgemeester. o De burgemeester formuleert (eventueel na raadpleging interne en externe deskundigen) een advies. ▪ Het raadslid volgt in principe dit advies op. ▪ Als een raadslid toch van het advies van de burgemeester afwijkt, meldt het raadslid zelf bij de raad dat er van het advies wordt afgeweken. Gebeurt dat niet, dan meldt de burgemeester dat er van het advies wordt afgeweken. ▪ Het kan voorkomen dat uit het advies blijkt dat er geen eenduidige uitspraak mogelijk is over de vraag of een voorgenomen handeling een integriteitschending is of niet. Meestal betekent dit, dat ook deskundigen de zaak verschillend beoordelen. Bij een dergelijke gevallen is het aan het raadslid zelf welke keuze wordt gemaakt over de nog uit te voeren handeling.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
14
2b. Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van een ander raadslid. •
Het raadslid bespreekt dit met het andere raadslid3, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen. 4 o Als het andere raadslid erkent een schending te hebben begaan, informeert het andere raadslid zelf de burgemeester en gemeenteraad hierover. o Als het andere raadslid hierdoor twijfelt over de al uitgevoerde handeling: zie de procedure onder 1b. o Als het andere raadslid hierdoor niet zelf twijfelt over de al uitgevoerde handeling. Of er zijn goede reden om de twijfel niet te bespreken met de ander. Dan vraagt het raadslid aan de griffier of de handeling een schending zou zijn. ▪ De griffier geeft daarover een advies. • Als de griffier aangeeft dat er geen sprake is van een vermeende schending is de zaak afgedaan. •
Wijst dat advies erop dat de vermeende handeling wel een schending zou zijn, dan overleggen beiden met de burgemeester. o Is na het vooronderzoek5 de conclusie van de burgemeester dat er geen grond is voor de verdenking, dan is de zaak afgedaan. o Komt uit het vooronderzoek dat het raadslid, dat verdacht wordt, zelf erkent een schending te hebben begaan. ▪ Het raadslid zal de raad laten weten een schending te hebben begaan en waar mogelijk die ongedaan maken of goedmaken. ▪ De burgemeester onderzoekt of er daarnaast ook sanctie nodig is en adviseert daarover aan de raad. De burgemeester laat zich daarbij door deskundigen adviseren. ▪ Het feit dat het raadslid de kwestie zelf bespreekbaar heeft gemaakt, wordt meegewogen. De raad besluit uiteindelijk over
Hier kan ook wethouder/burgemeester/ griffier/ ambtenaar worden gelezen. Aanspreken: Het kan voorkomen dat er goede redenen zijn om niet in gesprek te gaan met de ander over een al uitgevoerde integriteitsschending. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een zeer ernstige schending of het risico dat het onderzoek wordt geschaad of aanspreken heeft geen nut vanwege de slechte onderlinge verhoudingen. 5 Belangrijk: het raadslid doet zelf geen onderzoek. Het onderzoek is aan de burgemeester. 3 4
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
15
▪
een eventuele sanctie op basis van het advies van de burgemeester. Mocht het raadslid en de burgemeester het niet eens zijn over de conclusie o
Komt uit het vooronderzoek van de griffier dat er gronden zijn voor de verdenking dat er een integriteitschending heeft plaats gevonden, maar dat er geen sprake van erkenning is door de verdachte, dan gelast de burgemeester een onderzoek door deskundigen. ▪ De burgemeester beoordeelt de resultaten van het onderzoek, legt de resultaten voor aan de raad en geeft sanctieadvies op basis van advies van deskundigen. • De raad oordeelt zelf op basis van de resultaten en het advies over onderzoek en sanctie. • De raad vermijdt daarbij iedere partijpolitieke bevangenheid.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
16
3. Twijfels t.a.v. het handelen van een lid van het college van b&w 3a. Twijfels t.a.v. het handelen van een lid van het college van burgemeester en wethouders. Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van een lid van het college van B&W (met uitzondering van de burgemeester). •
Het raadslid bespreekt dit met de betreffende wethouder, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen. o Als de wethouder hierdoor twijfelt over de al uitgevoerde handeling: zie de procedure onder 1b. o Als de wethouder hierdoor niet zelf twijfelt over de al uitgevoerde handeling. Of er zijn goede reden om de twijfel niet te bespreken met de wethouder. Dan vraagt het raadslid aan de griffier of de handeling een schending zou zijn.6 De griffier overlegt met de gemeentesecretaris. ▪ De griffier geeft daarover een advies. • Als de griffier aangeeft dat er geen sprake is van een vermeende schending is de zaak afgedaan. Wijst dat advies erop dat de vermeende handeling een schending zou zijn, dan overleggen beiden met de burgemeester. o Is na het vooronderzoek de conclusie van de burgemeester dat er geen grond is voor de verdenking, dan is de zaak afgedaan. o Komt uit het vooronderzoek dat de wethouder, zelf erkent een schending te hebben begaan, dan zie verder de procedure bij (1b). ▪ De wethouder zal in ieder geval de raad laten weten een schending te hebben begaan en waar mogelijk die ongedaan maken of goedmaken. ▪ De raad beoordeelt zelfstandig of er daarnaast ook sanctie nodig is. De raad laat zich daarbij door deskundigen adviseren. Mocht het raadslid en de wethouder het niet eens zijn over de •
▪
conclusie o
6
Komt uit het vooronderzoek dat er gronden zijn voor de verdenking dat er een integriteitschending heeft
Hierbij wordt verwezen naar het nog op te stellen integriteitsbeleid voor wethouders en ambtenaren.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
17
plaats gevonden, maar dat er geen sprake van erkenning is door de verdachte, dan gelast de burgemeester een onderzoek door deskundigen. • De raad beoordeelt de resultaten van het onderzoek en oordeelt zelf op basis van de resultaten en het advies over onderzoek en sanctie. • De raad vermijdt daarbij iedere vorm van partijpolitiek.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
18
3b. Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van de burgemeester. •
Het raadslid bespreekt dit met de burgemeester, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen. o Als de burgemeester hierdoor twijfelt over de al uitgevoerde handeling: zie de procedure onder 1b. o Als de burgemeester hierdoor niet zelf twijfelt over de al uitgevoerde handeling. Of er zijn goede reden om de twijfel niet te bespreken met de ander. Dan vraagt het raadslid aan de griffier of de handeling een schending zou zijn. ▪ De griffier geeft daarover een advies in overleg met de gemeentesecretaris. • Als de griffier aangeeft dat er geen sprake is van een vermeende schending is de zaak afgedaan. Wijst dat advies erop dat de vermeende handeling een schending zou zijn, dan overleggen beiden met de plaatsvervangend voorzitter van de raad. o Is na het vooronderzoek de conclusie van de plaatsvervangend voorzitter dat er geen grond is voor de verdenking, dan is de zaak afgedaan. o Komt uit het vooronderzoek dat de burgemeester zelf erkent een schending te hebben begaan: ▪ De burgemeester laat de raad weten een schending te hebben begaan en waar mogelijk die ongedaan te maken of goed te maken. ▪ De commissaris van de Koning beoordeelt of er daarnaast ook sanctie nodig is en adviseert daarover aan de raad. De commissaris laat zich daarbij door deskundigen adviseren. ▪ Het feit dat de burgemeester de kwestie zelf aanhangig heeft gemaakt, wordt daarbij natuurlijk meegewogen.
De raad besluit uiteindelijk over een eventuele sanctie op basis van het advies van de commissaris van de Koning. Mocht de burgemeester en plaatsvervangend voorzitter van de •
▪
raad het niet eens zijn over de conclusie van het vooronderzoek o
Komt uit het vooronderzoek dat er gronden zijn voor de verdenking dat er een integriteitschending heeft plaats gevonden, maar dat er geen sprake van erkenning is door de verdachte, dan gelast de
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
19
commissaris van de Koning een onderzoek door deskundigen. ▪ De commissaris van de Koning beoordeelt de resultaten van het onderzoek, legt de resultaten voor aan de raad en geeft sanctieadvies op basis van advies van deskundigen. • De raad oordeelt zelf op basis van de resultaten en het advies over onderzoek en sanctie. • De raad vermijdt daarbij iedere vorm van partij politiek.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
20
Twijfels t.a.v. het handelen van een ambtenaar 4. Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van een ambtenaar.
Zie procedure bij (2b). De burgemeester laat vooronderzoek en onderzoek uitvoeren onder leiding van de gemeentesecretaris of griffier, afhankelijk of het bevoegd gezag over de ambtenaar het college is (art. 160 1d Gemeentewet) of de raad (art. 107e Gemeentewet). Zij voeren dit onderzoek uit conform het nog vast te stellen integriteitsbeleid. In de regel handelt de gemeentesecretaris of griffier dit onderzoek en de sanctie af. Bij twijfel over een vermeende uitgevoerde handeling van de gemeentesecretaris of griffier, laat de burgemeester vooronderzoek uitvoeren door de commissaris van de Koning. Bij een vermeende integriteitsschending van de griffier verloopt de procedure via de burgemeester. In de regel komen kwesties rond individuele ambtenaren niet in de raad.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
21
Hoofdstuk 5: Oordelen en sancties Wanneer uit onderzoek blijkt dat een politiek ambtsdrager een integriteitsregel heeft overtreden, kan dit leiden tot een sanctie. Die sanctie moet altijd proportioneel zijn: een te lichte straf bij een ernstige schending veroorzaakt onbegrip en schaadt de geloofwaardigheid van zowel de individuele ambtsdrager als het bestuur. Evenzo werkt een te zware sanctie bij een lichte overtreding averechts. In onze democratie zijn de sanctiemogelijkheden voor volksvertegenwoordigers beperkt. Toch kan ook een publiekelijke afkeuring door (de meerderheid van) de gemeenteraad al als een sanctie worden ervaren. Dit geeft bovendien transparantie aan de burger, die dit mogelijk meeneemt in zijn stemgedrag bij de volgende verkiezingen. Bij het bepalen van een passende sanctie spelen de aard van de schending en de context een belangrijke rol. Bij machtsmisbruik, zoals belangenverstrengeling, corruptie of misbruik van vertrouwelijke informatie, worden zwaardere sancties toegepast. Dergelijke schendingen raken de kern van de politieke functie en verdienen een strengere aanpak. Lichtere integriteitsschendingen betreffen bijvoorbeeld het onvoldoende voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling of corruptie. Hierbij blijft de zuiverheid van besluitvorming intact en is er geen sprake van machtsmisbruik, maar het vertrouwen in de politiek wordt wel geschaad.
Ook interpersoonlijke schendingen, zoals onheuse bejegening, intimidatie en geweld, vallen hieronder. Na vaststelling van de aard van de schending worden verzwarende en verzachtende omstandigheden meegewogen. Daarbij wordt gekeken of de betrokkene de schending erkent, of er sprake is van opzet, naïviteit, onwetendheid of herhaling, en of er druk vanuit partijgenoten of anderen is geweest. Hoe ernstiger de overtreding en hoe minder duidelijk de regels, hoe minder snel verzachtende omstandigheden worden geaccepteerd. Als het integriteitsonderzoek aanwijzingen geeft voor een strafbaar feit, kan de burgemeester aangifte doen bij de politie. Bij een redelijk vermoeden van een ambtsmisdrijf is de burgemeester zelfs verplicht dit te doen. Betreft de verdenking de burgemeester zelf, dan ligt deze taak bij de commissaris van de Koning. Sanctiemogelijkheden: Voor (benoemde en gekozen) ambtsdragers en de griffier zijn er verschillende sancties die toegepast kunnen worden. De sancties kunnen in drie categorieën worden verdeeld: 1. Politieke sancties opgelegd door de gemeenteraad; Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
22
2. Sancties opgelegd door de eigen fractie/partij; 3. Strafrechtelijke sancties. Overzicht van de sanctiemogelijkheden: -
Binnenkamers corrigerend toespreken; Publieke excuses maken; Motie van treurnis/ afkeuring/ wantrouwen; Schorsing of ontslag (alleen van toepassing voor burgemeester, wethouder en griffier); Royement door de eigen politieke partij; Ontslag uit een bijkomende functie die men als raadslid vervult en waarin men door de raad is benoemd; Verwijdering uit de raadsfractie; Raadslidmaatschap houdt op te bestaan of wordt vervallen verklaard (Kieswet, art. X1 en X8); Strafrechtelijke vervolging en veroordeling.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
23
Hoofdstuk 6: Communicatie Over gevraagd advies Als de burgemeester een raadslid advies geeft over een integriteitskwestie dan zorgt de griffier er voor dat het advies schriftelijk wordt vastgelegd. De adviezen van de burgemeester aan het raadslid blijven altijd geheim. In principe hebben alleen de burgemeester, het raadslid en de griffier kennis van de gegeven adviezen. Tijdens het vooronderzoek Als er een vooronderzoek naar een vermeende schending wordt ingesteld, wordt het betrokken raadslid in principe altijd op de hoogte gesteld en gevraagd naar zijn argumenten en motieven. Daar wordt alleen van afgeweken als het om een ernstige schending gaat en het eventuele vervolgonderzoek in gevaar komt als het verdachte raadslid op de hoogte wordt gesteld. Als er een vooronderzoek wordt ingesteld en de conclusie is dat de verdenking ongegrond is, blijft het vooronderzoek geheim. In dat geval weten alleen het raadslid dat de melding heeft gemaakt, het raadslid dat verdacht werd, de griffier en de burgemeester (dan wel de commissaris van de Koning) en eventuele ondersteuners ervan. Als er een vervolgonderzoek wordt ingesteld, wordt dat indien mogelijk melding gemaakt het presidium. Als het vervolgonderzoek tot de conclusie leidt dat er geen schending is begaan, wordt dat met het presidium besproken.
Het vervolgonderzoek blijft dan vertrouwelijk, alleen melder, verdachte, burgemeester, griffier en leden van het presidium weten ervan. De voorzitter van de raad informeert indien nodig de pers. De pers/ Sociale media Geen van de betrokkenen - melder, verdachte, fractievoorzitters, raadsleden, partijen spreekt met de pers. De burgemeester stelt eventueel de pers op de hoogte. Er wordt ook geen melding van integriteitskwesties gemaakt via sociale media.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
24
Hoofdstuk 7 Evalueren en leren Raadsleden en wethouders maken tijdens hun politieke loopbaan meestal maar weinig integriteitstrajecten mee. De burgemeester en griffier komen hiermee wellicht wat vaker in aanraking, maar ook voor hen is het doorlopen van het proces van het Gentle Agreement bij een integriteitsschending geen dagelijkse praktijk. Daarom is het belangrijk om na afronding van een integriteitsvraagstuk kort te reflecteren — ongeacht of de zaak wordt afgesloten na de beoordeling van een melding, een vooronderzoek, of een integriteitsonderzoek dat al dan niet tot een sanctie heeft geleid. Bij complexere of ernstiger zaken kan de burgemeester evaluatiegesprekken met de betrokkenen plannen. Burgemeester en griffier onderzoeken of het proces verbeterd moet worden of dat er aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals een informatieve bijeenkomst voor raadsleden om kennis over integriteit te vergroten. Een formele, schriftelijke en brede evaluatie en rapportage is echter lastig, omdat integriteitsschendingen altijd persoonsgebonden zijn en rapportages daardoor altijd naar individuen herleidbaar zijn. Het Gentle Agreement wordt elke vier jaar geëvalueerd door fractievoorzitters, griffier en burgemeester, met ondersteuning van deskundigen. Indien nodig wordt het Gentle Agreement aangepast.
Aan het begin van elke raadsperiode wordt het Gentle Agreement door alle raadsleden ondertekend en bekrachtigd. Daarnaast wordt het regelmatig door burgemeester en griffier onder de aandacht van de raadsleden gebracht.
Gentle Agreement. Over de handhaving van de integriteit van de politiek.
25