4.6 rvs Beheersverordening begraafplaatsen en verordening lijkbezorgingsrechten bijlage 3 was-wordt tabel
Tekst van het document
Was-wordt-tabel wijzigingen Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2026 Te verwijderen tekst wordt in rood weergegeven. Nieuwe tekst toe te voegen tekst wordt in blauw weergegeven. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1 Begripsbepalingen f. Particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen begraven en begraven houden van lijken; 2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 3. het doen verstrooien van as.
Nieuwe tekst Artikel 1. Begripsomschrijvingen • particulier graf: een graf waarvoor aan één natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen begraven en begraven houden van één of meer overledenen; 2. het doen bijzetten en bijgezet houden van één of meer asbussen met of zonder urn;
g. particulier kindergraf: een graf waarvoor aan één natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van levenloos geborenen, alsmede van kinderen tot 12 jaar; h. Particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1.het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 2.het doen verstrooien van as.
h. particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
k. gedenkteken: grafsteen, zerk of ander monument ter nagedachtenis van één of meer overledenen, alsmede kettingen en hekwerken; l. grafbeplanting: beplanting die door de rechthebbende of belanghebbende op een graf wordt aangebracht; l. grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf;
m. grafbedekking: gedenkteken, afdekplaat, grafbeplanting en losse voorwerpen op een graf of urnennis;
o. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; p. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden.
p. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven of doen bijzetten in een particulier graf, een particulier kindergraf, een particulier urnengraf of een particuliere urnennis; q. gebruiker of belanghebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend; r. grafrecht: het uitsluitend recht op het begraven en begraven houden in een particulier graf, particulier kindergraf of recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden in een particulier urnengraf of particuliere urnennis; s. ruimen: het leegmaken van een graf, waarbij de stoffelijke resten van een overledene begraven worden op een daarvoor bestemd gedeelte van de begraafplaats; t. samenvoegen: het samenvoegen van stoffelijke resten uit één graf en deze onder in hetzelfde graf herbegraven zodat er ruimte ontstaat voor een nieuwe begraving; u. uitvoeringsbesluit of nadere regels: regelgeving met betrekking tot de uitvoering, welke onlosmakelijk is verbonden aan onderhavige beheersverordening. Het uitvoeringsbesluit kan los van de beheersverordening worden aangepast; v. naamplaatje: een plaatje ter nagedachtenis van de overledenen na het verstrooien van zijn of haar as. w. gedenkboom: Metalen boom waaraan naamplaatjes ter gedachtenis aan overledenen worden bevestigd.
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf 1.Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis en de gedenkplaats. 2.Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede verstaan: algemeen kindergraf.
Nieuwe tekst Zie begrippen hierboven.
Artikel 2 (nieuwe verordening) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2. Voorwaarden •
Aan krachtens deze verordening te verlenen toestemmingen, vergunningen of ontheffingen kunnen voorwaarden worden verbonden.
•
Indien de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet worden nageleefd, kan het college besluiten de toestemming, vergunning of ontheffing in te trekken.
•
De houder van de toestemming, vergunning of ontheffing is verplicht deze op eerste vordering te tonen aan hen, die belast zijn met het opsporen van overtredingen van deze verordening. Bij weigering hiervan wordt de houder geacht zonder toestemming, vergunning of ontheffing te hebben gehandeld.
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 3. Openstelling begraafplaats(en) 1.De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk tussen zonsopgang en zonsondergang. 2.Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten, of kan een gedeelte van een begraafplaats tijdelijk worden afgesloten. 3.Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen of een deel van de begraafplaats niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden.
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
Nieuwe tekst Artikel 5. Openstelling begraafplaats 1. De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. 2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kan de toegang tijdelijk worden gesloten, of kan een gedeelte van een begraafplaats tijdelijk worden afgesloten. 3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden.
Bestaande tekst Artikel 4. Ordemaatregelen 1.Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 2.De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen. 3.Het is verboden met (brom)fietsen op de begraafplaatsen te rijden. 4.Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te rijden: a. elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen; b. sneller dan tien km per uur. 5.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het vierde lid.
Nieuwe tekst Artikel 6. Ordemaatregelen 1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van of namens de beheerder. • De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats (laten) verwijderen
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5. Plechtigheden 1.Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. 2.De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
Nieuwe tekst Artikel 8. Plechtigheden • Het is verboden zonder toestemming van het college algemene herdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats te houden. • Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaatsen moeten uiterlijk zes werkdagen van tevoren worden gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. • Het college kan de toestemming weigeren op grond van vrees voor verstoring van de openbare orde op de begraafplaatsen. • Deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het tweede lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6. Opgravingen en ruimen Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.
Nieuwe tekst Vervalt.
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1.Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2.Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, evenals het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.
Nieuwe tekst Artikel 14. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1. Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk drie werkdagen voorafgaande de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag, zondag en officieel erkende feestdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. 2. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 3. De zich op een particulier graf bevindende grafbedekking of voorwerpen moeten door een steenhouwer uiterlijk twee werkdagen voorafgaand het openen van het graf worden verwijderd in opdracht van de rechthebbende. 4. Het openen en sluiten van een particulier graf mag alleen uitsluitend in opdracht van een in leven zijnde rechthebbende worden uitgevoerd. In geval van een overleden rechthebbende dient het grafrecht eerst overgeschreven te zijn aan een nieuwe rechthebbende. 5. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaatsen op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. 6.
In bijzondere gevallen kan het college van dit artikel ontheffing verlenen.
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 8. Gebouwen en geluidsinstallatie
Nieuwe tekst
1.Tijdens een begrafenisplechtigheid op de Noorderbegraafplaats en de begraafplaats OostSouburg kan gebruik worden gemaakt van de aula en de geluidsinstallatie. 2.De wens tot het gebruik van aula en de geluidinstallatie wordt schriftelijk opgegeven in de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid van artikel 7.
Artikel 16. Gebouwen en geluidsinstallatie •
Tijdens een plechtigheid op de Noorderbegraafplaats en de begraafplaats Oost-Souburg kan gebruik worden gemaakt van de aula.
•
Het gebruik van de aula moet uiterlijk drie werkdagen voorafgaande de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden worden aangevraagd bij de beheerder. De zaterdag, zondag en officieel erkende feestdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9. Over te leggen stukken 1.Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2.Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. Hierdoor wordt deze automatisch rechthebbende op het betreffende particuliere graf. 3.Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 4.De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. 5.De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.
Nieuwe tekst Artikel 15. Over te leggen stukken 1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn. 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen genoemd in artikel 13, derde lid.
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 10. Tijden van begraven en asbezorging 1.De tijd van begraven en het bezorgen van as is: a. op werkdagen van 9.00 uur. tot 15.00. uur; b.
Nieuwe tekst Artikel 17. Tijden van begraven en asbezorging 1. De tijden van het begraven en het bezorgen van de as wordt door het college in het uitvoeringsbesluit bepaald.
op zaterdagen van 9.00 uur. tot .12.00 uur; 2.Zowel de begin- als eindtijd van de plechtigheid op de begraafplaats dient tussen de in het eerste lid aangegeven tijden te liggen. 3.Per plechtigheid wordt uitgegaan van een tijdreservering van één uur. 4.Op de begraafplaatsen mag slechts één begrafenis of asbezorging tegelijkertijd plaatsvinden. 5.Het college of gemandateerde manager kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.
2.
3. 4.
5.
Er mag op hetzelfde tijdstip op de begraafplaatsen niet meer dan één begrafenis c.q. bezorging van as plaatsvinden. Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken. Het begraven buiten de in lid 1 genoemde tijden is slechts mogelijk met ontheffing van de burgemeester. In dat geval wordt de tijd van begraven aangemerkt als een buitengewoon uur. De tijdstippen als in het vorige lid bedoeld, worden in overleg bepaald met de beheerder.
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 11. Indeling graven en asbezorging 1.Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven: a. particuliere graven; b. algemene graven en algemene kindergraven c. particuliere urnennissen en particuliere urnengraven ; d. ruimten voor het aanbrengen van een naamplaatje op de gedenkplaatsen. 2.Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden begraven of bijgezet in de voorzieningen onder a, b. en c. van het eerste lid en hoeveel verstrooiingen van as er op de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de voorzieningen onder a. t/m d. van het eerste lid. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging. 3.De voorzieningen onder c. en d. zijn niet beschikbaar op de Joodse begraafplaats aan de Vredehoflaan. 4.Het college kan gedeelten van de begraafplaatsen aanwijzen voor asverstrooiing. De verstrooiing dient altijd plaats te vinden onder toezicht van de beheerder.
Nieuwe tekst Artikel 9. Soorten graven 1. Op de begraafplaatsen kan worden uitgegeven: a. particuliere graven; b. particuliere kindergraven; c. particuliere urnennissen; d. particuliere urnengraven; e. gedenkplaatje op de strooivelden of aan de gedenkboom. 2. Op de begraafplaatsen kan het gebruik worden verleend voor: a. algemene graven; b. de gemeentelijke verstrooiingsplaats. 3. Asbussen mogen in de particuliere (urnen) graven geplaatst worden na toestemming van de rechthebbende. 4. Een asverstrooiing dient altijd plaats te vinden onder toezicht van de beheerder. 5. Het college stelt nadere regels betreffende het aantal overledenen en asbussen, met of zonder urn, dat in particuliere graven kan worden begraven en bijgezet en het aantal overledenen dat in een algemeen graf kan worden begraven. Tevens bepaalt het college de afmetingen en uitgifteduur van de particuliere en algemene graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de Lijkbezorging.
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12. Volgorde van uitgifte 1.Alle voorzieningen onder a. t/m d. van het eerste lid van artikel 11 worden slechts voor direct gebruik en in volgorde van ligging uitgegeven.
Nieuwe tekst Artikel 10. Volgorde van uitgifte 1. Particuliere graven, particuliere urnengraven en algemene graven worden
2.Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte.
2. 3.
slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. Particuliere urnennissen worden in samenspraak met de beheerder bepaald. Het college kan een graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 13. Categorieën Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de
Nieuwe tekst Artikel 11. Categorieën 1. Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte. 2. Het college kan een verzamelgraf inrichten conform nader door hen te bepalen voorwaarden.
situering en oppervlakte.
Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 14. Termijnen particuliere graven 1.Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig, jaar recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. 2.Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 3.Een recht als in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 15, eerste lid. Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk na een besluit van het college.
Nieuwe tekst Artikel 12. Termijnen graven 1. De graftermijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf of de reservering is uitgegeven. 2. Algemene graven worden ter beschikking gesteld voor een gebruikstermijn welke in het uitvoeringsbesluit is vastgesteld. Deze termijn kan niet worden verlengd. Een stoffelijk overschot kan echter na afloop van de gebruikstermijn, op schriftelijk verzoek en op kosten van de belanghebbende volgens de bepalingen van deze verordening in een particulier graf worden herbegraven of worden gecremeerd. 3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd
4. 5. 6.
7.
8.
door de rechthebbende, of indien deze is overleden, door één van de in artikel 13, lid 1, bedoelde personen. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. Een particulier grafrecht kan slechts aan één rechthebbende worden verleend. Het uitsluitend recht op een particulier graf geeft de rechthebbende zeggenschap over wie in dat graf wordt begraven en begraven wordt gehouden, onder de voorwaarden en de beperkingen van deze verordening. Het uitsluitend grafrecht wordt door het college schriftelijk bevestigd aan de rechthebbenden middels een grafakte en aan de belanghebbenden middels een bevestigingsbrief. Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende ten allen tijde schriftelijk afstand doen van het grafrecht op het particuliere graf ten behoeve van de gemeente. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 15. Overschrijving van verleende rechten 1.Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad of rechtspersoon. 2.Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. 3.Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen. 4.Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college of gemandateerde manager het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe
Nieuwe tekst Artikel 13. Overschrijving van verleende rechten 1. Het grafrecht op een particulier graf kan worden overgedragen door overlegging aan de beheerder van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht. Deze rechtsopvolger is een natuurlijk persoon of rechtspersoon. 2. Het gebruik op een algemeen graf kan overgedragen worden op een andere belanghebbende door overlegging aan de beheerder van een door de belanghebbende en de betrokken opvolger getekend bewijs van overdracht. Deze opvolger is een natuurlijk persoon of rechtspersoon. 3. Na het overlijden van de rechthebbende kan het grafrecht van een particulier graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met de stoffelijke resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.
rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.
4.
5.
Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het derde lid gestelde termijn, is het college bevoegd het grafrecht vervallen te verklaren. Na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn kan het college het grafrecht alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 16. Termijnen algemene graven Het college stelt grafruimte ter beschikking voor algemene graven voor een termijn van vijftien jaar. Verlenging van de termijn is niet mogelijk.
Nieuwe tekst Zie hierboven, ‘termijnen graven'.
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 17. Afstand doen van graven Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
Nieuwe tekst Zie hierboven, ‘termijnen graven'.
Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 18. Vergunning grafbedekking 1.Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2.De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. Een vergunning voor een grafbedekking op een algemeen graf dient te worden aangevraagd door de gebruiker. 3.Het college kan nadere regels vaststellen over de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. 4.Het college kan de vergunning weigeren indien: a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
Nieuwe tekst Artikel 18. Vergunning grafbedekking 1.Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2.De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. Een vergunning voor een grafbedekking op een algemeen graf dient te worden aangevraagd door de gebruiker. 3.Het college kan nadere regels vaststellen over de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. 4.Het college kan de vergunning weigeren indien: a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 19. Onderhoud door de gemeente 1. Het onderhoud van de grafoppervlakken zonder grafbedekking en de winterharde grafbeplantingen gebeurt vanwege de gemeente. Onder onderhoud wordt in dit geval verstaan het verwijderen van onkruid en het in die mate snoeien dat overlast wordt voorkomen. 2. Van gemeentewege wordt er aan grafgedenktekens, urnen en sluitplaten geen onderhoud verricht. Het jaarlijks schoonhouden van de steen en banden van een grafgedenkteken kan vanwege de gemeente worden uitgevoerd, wanneer daartoe schriftelijk een aanvraag is ingediend. Hieraan zijn voor de aanvrager kosten verbonden.
Nieuwe tekst Artikel 22. Onderhoud door gemeente 1. Het college voorziet in het algemene onderhoud en het schoonhouden van de begraafplaatsen. Dit betekent dat het college voorziet in: a. periodiek onderhoud aan begroeiing en bomen; b. periodiek onderhoud aan de paden; c. periodiek bladvrij houden van de gedenktekens; d. het graf aanvullen met grond na verzakking, e. onderhoud aan de urnenmuur en de algemene verstrooiingsplaats; f. schoonhouden van de begraafplaatsen.
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 20. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker 1. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker. 2. De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. 3. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 4. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 5.
Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of
Nieuwe tekst Artikel 21. Onderhoud door de rechthebbende of de belanghebbende 1. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de belanghebbende. 2. De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden, schoon te houden of te herstellen. 3. Het college kan de rechthebbende of belanghebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden. 4. Indien de rechthebbende of belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 5. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of de belanghebbende per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord
indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.
op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is. Bij het graf wordt een mededeling geplaatst.
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 21. Grafbeplanting 1. Niet blijvende en vaste beplantingen op een graf, die in verwaarloosde staat verkeren of zodanig groot zijn geworden dat naastliggende graven worden benadeeld, kunnen door de beheerder worden verwijderd of gesnoeid, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. 2. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. 3. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van degene die in de begrafenis of asbestemming heeft voorzien en daartoe tevoren een mondelinge of schriftelijke aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.
Nieuwe tekst Artikel 19. Grafbeplanting 1. Het aanbrengen van beplantingen buiten de afmetingen van het graf is niet toegestaan. 2. Grafbeplanting die buiten het graf, zonder toestemming of anders dan aangewezen is aangebracht of onvoldoende wordt onderhouden kan op last van het college door de beheerder worden verwijderd. Dit vindt niet plaats dan nadat rechthebbende of belanghebbende behoorlijk per brief, via het mededelingenbord op de begraafplaats of via een aanwijzing bij het graf is opgeroepen en gelegenheid is geboden voor aanpassing. Bij verwijdering van de beplanting is geen recht op schadevergoeding. 3. Beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat aanspraak kan worden gedaan op een schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd.
Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 22. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn 1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd. 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd
Nieuwe tekst Artikel 20. Verwijdering grafbedekking 1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het college worden verwijderd. 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop
bekend. Dit door bij de ingang van de begraafplaats en bij het graf een bordje te plaatsen. 3. Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering er af is gehaald, dan vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.
de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang op het publicatiebord van de begraafplaats bekend.
Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 23. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. 2. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd. 3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en). 4. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een schriftelijke aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders.
Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een schriftelijke aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders. 5. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een schriftelijke aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een schriftelijke aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.
Nieuwe tekst Artikel 25. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip van de ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaatsen op het publicatiebord bekend. 2. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met stoffelijke resten worden geconfronteerd. 3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijk resten worden begraven in een algemeen verzamelgraf en de as wordt verstrooid op de begraafplaats. 4. De rechthebbende van een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de stoffelijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven.
De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. 5. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of herbegraving in een particulier graf op de begraafplaats of op een begraafplaats elders. 6. De rechthebbende van een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de
7.
8.
beheerder een aanvraag indienen de asbus op te halen. Indien de dag waarop het graf geruimd mag worden de grafbedekking niet is verwijderd, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens, beplantingen en andere voorwerpen over te gaan, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. Het opgraven van stoffelijke resten en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. De beheerder zal voor deze werkzaamheden de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk sluiten.
Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 24. Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven 1. Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid, 11, tweede lid, 13 en 18, derde lid, van deze verordening. 2. Het college stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk ervan in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap schriftelijk om een dergelijke kennisgeving heeft verzocht. 3. De kennisgeving laat de bevoegdheid van het college onverlet om de rechthebbende op of de gebruiker van een graf ervan in kennis te stellen dat de grafbedekking moet worden onderhouden of hersteld.
Nieuwe tekst Vervalt.
Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 25. Lijst 1. De gemeente houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. 2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt de gemeente of er graven
Nieuwe tekst Artikel 26. Lijst 1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. 2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er
zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven. 3. College en gemeenteraad beslissen over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.
3.
graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven. Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.
Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 26. Voorschriften 1. Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken, alsmede de uitgevoerde vormen van asbezorging. 2. Het register wordt bijgehouden door de houder van de begraafplaatsadministratie.
Nieuwe tekst Artikel 3. Beheer 1. Het beheer van de begraafplaatsen berust bij het college. 2. Onder toezicht van het college worden één of meer daartoe aangewezen personen belast met: a. de administratie van de begraafplaatsen; b. de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen; c. het onderhoud van de begraafplaatsen; d. het laten delven of openen en sluiten van graven, urnengraven en urnennissen; e. het naleven van de wettelijke voorschriften ten aanzien van het begraven van overledenen en het plaatsen van asbussen. Artikel 4. Register en plaats registratie 1. Het college houdt een register bij van de begraven overledenen en de bezorgde as en kan hiervoor nadere regels vaststellen. 2. Het register bevat van alle graven de rechthebbenden en belanghebbenden met hun namen en adressen. In dit register worden tevens de naam, geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen van degene die is begraven of waarvan de as is bezorgd. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting. 3. De rechthebbenden en belanghebbenden zijn verplicht de wijziging van hun adres aan het college door te geven. Indien aanschrijvingen en andere ingevolge deze verordening vereiste mededelingen verzonden zijn aan het door de rechthebbende of belanghebbende laatstelijk opgegeven adres, kan deze zich nimmer op het niet ontvangen daarvan beroepen.
Van het in het eerste lid bedoelde register kunnen uitsluitend rechthebbenden en belanghebbenden, een kopie van het uittreksel ten aanzien van hun grafplaats en leges verkrijgen. Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 27. Intrekking oude regeling De verordening “Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen”, vastgesteld op 21 december 2000 (sedert gewijzigd), wordt ingetrokken
Nieuwe tekst Artikel 31. Inwerkingtreding 1. De verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Vlissingen 2010, vastgesteld op 30 september 2010, wordt ingetrokken.
Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 28. Overgangsbepaling 1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de ingevolge artikel 27 ingetrokken verordening gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de ingevolge artikel 27 ingetrokken verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
Nieuwe tekst Artikel 29. Overgangsbepaling Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2010’ is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, is de ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2010’ van toepassing.
Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 29. Strafbepaling Hij die handelt in strijd met artikel 3, derde lid en artikel 4 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
Nieuwe tekst Artikel 30. Strafbepaling 1. Hij die handelt in strijd met de artikel 5, 6 en 7 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 2. De in het eerste lid genoemde strafbare feiten worden beschouwd als overtredingen.
Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 30. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 21 oktober 2010.
Nieuwe tekst Artikel 31. Inwerkingtreding De verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Vlissingen 2010, vastgesteld op 30 september 2010, wordt ingetrokken. Deze verordening treedt inwerking de dag na bekendmaking.
Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 31. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2010.
Nieuwe tekst Artikel 32. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2026.