4.4 rvs Oprichting Stichting Risicobeheer
Tekst van het document
Registratiekenmerk: 2125787 / 2127569 Onderwerp: Oprichting Stichting Risicobeheer De raad besluit; 1. geen wensen en bedenkingen in te dienen tegen de oprichting van en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's door de Veiligheidsregio Zeeland. Samenvatting Het college neemt kennis van de oprichting van en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en stelt de gemeenteraad voor geen wensen en bedenkingen in te dienen. Inleiding Op 4 oktober 2021 heeft het Veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot het oprichten van een Stichting Risicobeheer, die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en daarnaast voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt. Op 17 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur (AB) in beginsel ingestemd met het principebesluit van het Veiligheidsberaad. Ook besloot het AB de gemeenteraden in de gelegenheid te stellen wensen en/of bedenkingen kenbaar te maken. In een brief van 29 maart 2022 (die voor u als bijlage bij deze nota is gevoegd) wordt de problematiek uiteengezet en wordt de raad gevraagd eventuele wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Op 8 juli 2022 zal het AB besluiten over de oprichting van de stichting. Het huidig systeem van verzekeren is ontoereikend.
Als gevolg van een aantal interne en externe ontwikkelingen is een toenemend bewustzijn bij veiligheidsregio’s ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk. Dit bewustzijn is de afgelopen jaren gegroeid door een toenemende onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak. In de loop der tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als de medewerkers hadden. Daarnaast is sprake van een ‘verharding’ van de verzekeringsmarkt, wat inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden met als gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te staan. Dit alles heeft bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren ‘slechts’ een van de mogelijke opties is om financiële risico’s als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. Het bundelen van expertise leidt tot een sterkere positie in de markt. De VRZ concludeert ook dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is ingevuld door ‘eenpitters’ met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Door onderling samen te werken binnen een stichting en verbindingen te leggen met externe expertise (VNG) kan deze kwetsbaarheid worden verminderd.
Het onderbrengen van activiteiten in een aparte rechtspersoon is een verplichting van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Voor de activiteiten van het expertisebureau risicobeheer is een vergunning van de AFM vereist. Dit vloeit voort uit wet- en regelgeving over het adviseren en bemiddelen rondom verzekeringen. Deze vergunningsplicht heeft tot gevolg dat het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon noodzakelijk is. Het is niet mogelijk om deze activiteiten onder te brengen bij een veiligheidsregio of een andere rechtspersoon. De veiligheidsregio's geven de voorkeur aan een stichting vanwege de lichte structuur ten opzichte van bijvoorbeeld een onderlinge waarborgmaatschappij. Naast een vergunning van de AFM geldt ook een vergunningsplicht vanuit De Nederlandse Bank (DNB). Hiervan kan vrijstelling gevraagd worden als het om activiteiten zonder winstoogmerk gaat. Door Auteur: J Weug Telefoonnummer: +31118487068
Registratienummer nota: 2125787 / 2127569
middel van de voorgestelde stichtingsvorm verwacht de VRZ hieraan te kunnen voldoen. Wat willen we bereiken? Door de oprichting van en deelname aan de Stichting Risicobeheer wordt aan de volgende zaken invulling gegeven: landelijk te komen tot één set van aanspraken bij dienstongevallen; collectief één ongevallenverzekering in te kopen (voor verzekerbare aanspraken); een waarborgfonds op te richten om een oplossing te bieden voor (in ieder geval) de nietverzekerbare aanspraken; een (landelijk) expertisebureau op te richten dat kan adviseren en bemiddelen; strategische samenwerkingsverbanden, waaronder met de VNG, aan te gaan. Wat gaan we ervoor doen? Samenwerking is een goede zaak en er kan daarom ingestemd worden met de keuze voor een stichting. De oprichting van de Stichting Risicobeheer heeft naar verwachting geen financiële consequenties (kan budgettair neutraal verlopen). Voorgesteld wordt dan ook dat de raad geen wensen of bedenkingen indient tegen de oprichting van en deelname aan de Stichting Risicobeheer. Wat zijn de kanttekeningen en risico’s? Ook de oprichting van een apart waarborgfonds is noodzakelijk. Wat volgt is een waarborgfonds, dat ook een (aparte) stichting dient te zijn. Dit fonds beoogt een financieringsoplossing te zijn voor in ieder geval niet-verzekerbare risico’s.
Een voorstel hierover wordt nog opgesteld, waarna ook voor dit fonds een voorstel voor een soortgelijke procedure volgt. De VRZ geeft aan dat het niet mogelijk is om de oprichting van beide stichtingen tegelijkertijd voor te leggen als gevolg van de beperkte tijd die resteert tot aan de einddatum van de ongevallenverzekeringen van de veiligheidsregio’s. Aangezien voor het invullen van het expertisebureau risicobeheer een aantal extra stappen moet worden gezet, zoals de aanvraag van een vergunning bij de AFM en het bemensen van deze organisatie, is ervoor gekozen om eerst te komen tot de oprichting van het expertisebureau. Wat mag het kosten? Geen financiële consequenties (kan budgettair neutraal verlopen). Wat en hoe gaan we communiceren? Communicatie hierover verloopt via de VRZ. Bijlage(n) 2127573 Vertrouwelijkheid Intern
Blad 2 behorend bij 2125787 / 2127569