4.3 rvs Concept-jaarrekening 2021 en concept-programmabegroting 2023 Stadsgewestelijke Brandweer Vlissingen-Middelburg bijlage 2 begr
Tekst van het document
2023
STADSGEWESTELIJKE BRANDWEER VLISSINGEN-MIDDELBURG BEGROTING 2023 DATUM: 01-04-2022 VERSIE: 1.0
1
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Programma Huisvesting .......................................................................................................................... 4 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ........................................................................... 8 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................ 10 Paragraaf Financiering .......................................................................................................................... 12 Paragraaf Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 13 Bijlage 1: Vervangingsinvesteringen ..................................................................................................... 14 Bijlage 2: Meerjarenraming.................................................................................................................... 15 Bijlage 3: EMU saldo ............................................................................................................................. 16
2
Inleiding Voor u ligt de programmabegroting 2023 van de Stadsgewestelijke Brandweer, inclusief een structureel sluitende meerjarenraming voor de periode 2024 - 2026. Deze begroting geeft u een beeld van de financiële omvang van de SGB nadat het proces van regionalisering heeft plaatsgevonden. De taken die achterblijven bij de SGB, en waarop deze financiële begroting is gebaseerd, zijn het onderhoud en beheer van de kazernes die gehuurd worden of in eigendom zijn van de SGB en het beheer en onderhoud van de brandkranen. Aangezien de resterende activiteiten van de SGB slechts het in stand houden van de huisvesting betreft (5 kazernes in eigendom, 1 kazerne huur) bevat deze begroting maar één programma; Huisvesting. Het onderhoud aan de brandkranen en de uitvoering van de FLO-regeling voor de oud SGB-medewerkers (nu in dienst bij de Veiligheidsregio Zeeland) is uitbesteed maar loopt qua financiële stroom wel via de begroting van de SGB. De hieraan gerelateerde kosten maken onderdeel uit van het programma Huisvesting. Naast het programma huisvesting bevat deze begroting de voor de SGB relevante paragrafen. Het betreft de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, de paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen, de paragraaf Financiering en de paragraaf Bedrijfsvoering.
Bijlage 1 bevat een overzicht van de vervangingsinvesteringen in het begrotingsjaar (indien aan de orde), bijlage 2 bevat een gecomprimeerd beeld van het meerjarig financieel perspectief en bijlage 3 bevat een overzicht van het verloop van het EMU-saldo. De referentiewaarden zoals in de kolom “jaarrekening 2021” opgenomen betreffen cijfers uit de concept-jaarrekening SGB 2021. Hierbij dient vermeld te worden dat deze cijfers reeds zijn gecontroleerd door de accountant maar dat de jaarrekening nog wel vastgesteld moet worden door het bestuur van de SGB. De gemeentelijke bijdrage wordt voor 2023 geraamd op € 803.000 in totaliteit (€ 401.500 per gemeente). Dit betekent een verhoging van de gemeentelijke bijdrage met 2.7% (conform VZG-richtlijn 2023) ten opzichte van de bijdrage 2022. Wij stellen u voor te besluiten: - De (concept) programmabegroting 2023 conform vast te stellen; Middelburg, Namens het bestuur,
………………………………………………...., voorzitter.
3
Programma Huisvesting Inleiding Het programma huisvesting geeft een overzicht van de kazernes die in bezit zijn van de SGB. Daarnaast wordt in dit programma beschreven hoe de regie op het onderhoud wordt uitgevoerd. Verder bestaat dit programma uit de baten en lasten van dit programma. Aangezien de activiteiten van de SGB slechts het in stand houden van de huisvesting betreft en het onderhoud aan de brandkranen en de uitvoering van de FLO-regeling is uitbesteed, bevat dit programma het geheel van baten en lasten van de SGB. Per 1 januari 2014 is het materiaal en materieel van de SGB naar de Veiligheidsregio overgegaan. De SGB is verantwoordelijk voor het in stand houden van de kazernes en de brandkranen. De Veiligheidsregio is verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud. Deze afspraken zijn vastgelegd in een Dienstverleningsovereenkomst. De in beheer van de SGB zijnde kazernes betreffen: - Post Stromenweg: Middelburg (volledig eigendom) - Post Olympiaweg: Vlissingen (volledig eigendom) - Post Torenweg: Middelburg (volledig eigendom) - Post President Rooseveltlaan: Middelburg (volledig eigendom) - Post Arnestraat: Arnemuiden (volledig eigendom) - Post Marie Curieweg: Oost-Souburg (huur) De Gemeente Vlissingen is vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de regie op het (groot) onderhoud van de kazernes en de brandkranen.
Deze werkzaamheden zijn belegd bij het cluster accommodatiebeheer. Voor het onderhoud van de brandkranen is een onderhoudscontract afgesloten met een externe partij. Deze partij voert het onderhoud aan de brandkranen voor alle Zeeuwse gemeenten uit. De kosten worden verantwoord binnen dit programma. Met de overgang van het brandweerpersoneel vanuit de SGB naar de Veiligheidsregio ten tijde van de regionalisering van de brandweer is ook de uitvoering van de FLO-regeling overgedragen aan de Veiligheidsregio. Wel is afgesproken dat de kosten van de FLO-regeling voor rekening en risico blijven van de SGB. Jaarlijks worden de kosten vanuit de Veiligheidsregio afgerekend met de SGB. De kosten mbt de FLO-regeling worden verantwoord binnen dit programma. Het jaarlijkse structurele onderhoudsbudget voor regulier onderhoud bedraagt € 80.000. Eind 2019 heeft actualisatie plaatsgevonden van het meerjarig onderhoudsplan (MOP), hetgeen de basis is voor de planning van de onderhoudswerkzaamheden en de hieraan gerelateerde onderhoudskosten voor de periode 2020-2029. Iedere 5 jaar wordt het MOP geactualiseerd, hetgeen betekent dat in 2024 de herijking van het huidige MOP wordt uitgevoerd. De kosten voor het onderhoud worden via het regulier beschikbare exploitatiebudget in de begroting gedekt. De voorziening groot onderhoud die de SGB tot 2020 heeft gekend is hiermee komen te vervallen.
De Veiligheidsregio Zeeland, de gebruiker van de panden, heeft voor het dagelijks onderhoud per gemeente € 4.000 in haar begroting opgenomen. Hieruit kan worden afgeleid dat voor wat betreft het onderhoud een splitsing is aangebracht in een gebruikers- en eigenarendeel. In de afgelopen jaren is onderzocht of overdracht van de brandweerposten vanuit de gemeenten naar de Veiligheidsregio wenselijk is. Met name de grote verschillen in de staat van onderhoud en het ontbreken van de benodigde mankracht bij de VRZ om het benodigde accommodatiebeheer uit te kunnen voeren, heeft het Algemeen Bestuur van de VRZ per 1 maart 2018 doen besluiten het eigendom van de kazernes bij de gemeenten te laten rusten. De huidige situatie, waarbij de kazernes van de gemeente Vlissingen en Middelburg zijn ondergebracht in de GR SGB, blijft dan ook ongewijzigd.
4
Wat mag het kosten Hieronder treft u de begroting 2023 aan van het programma Huisvesting. Het betreft zowel de begrote baten als lasten zoals verwacht voor het begrotingsjaar 2023. Als referentiewaarden worden de cijfers vanuit de jaarrekening 2021 getoond en daarnaast de begrote bedragen voor het jaar 2022. BEGROTING VAN BATEN EN LASTEN O M S C H R IJ V I N G
BEGROTING
BEGROTING
REKENING
2023
2022
2021
x € 1.000
x € 1.000
x € 1.000
BATEN GR bijdrage gemeenten Middelburg regulier
402
391
446
Vlissingen regulier
402
391
446
803
782
892
Kapitaalgoederen Rentebaten
0
0
0
Rentebaten FLO
80
68
69
80
68
69
39
39
39
Goederen en diensten derden Huuropbrengsten Onderhoudsbijdrage VRZ
TOTAAL BATEN
5
71
70
71
110
109
110
993
959
1.071
BEGROTING O M S C H R IJ V I N G
BEGROTING
REKENING
2023
2022
2021
x € 1.000
x € 1.000
x € 1.000
LASTEN Kapitaallasten Afschrijvingen
154
148
142
Rente langlopende schuld
360
377
382
0
0
0
Boekverlies activa Rentetoerekening FLO voorziening
80
68
69
594
593
593
Huren
31
31
31
Belastingen/verzekering
36
34
36
Onderhoud
80
80
57
147
145
124
Automatisering
0
0
0
Bankkosten
0
0
0
Brandkranen
94
88
93
Accountant
8
7
7
102
95
100
100
100
289
100
100
289
Dotatie onderhoudsfonds
0
0
0
Onvoorzien
50
26
0
50
26
0
993
959
1.106
Totaal Saldo Baten en Lasten
0
0
-35
Mutatie reserves
0
0
0
TOTAAL RESULTAAT
0
0
-35
Goederen en diensten derden Huisvesting
Overige kosten
Onvoorzien/reservering FLO F.L.O. dotatie Overig
TOTAAL LASTEN
6
Hieronder treft u de ontwikkeling van de balansposities voor de periode 2022 tot en met 2026 aan.
Activa
Balans per 31 december ( bedragen x € 1.000)
omschrijving
2026
2025
2024
2023
2022 omschrijving
2026
2025
2024
2023
2022
Algemene reserve
200
200
200
200
165
6.633 reserve groot onderhoud
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
200
200
200
200
165
Vaste activa
Eigen vermogen
Materiele vaste activa met economisch nut
Passiva
5986
6153
6318
6479
Resultaat Totaal eigen vermogen Vaste passiva Financiele vaste activa
Totaal vaste activa
1.544
7.530
1.594
7.747
1.660
7.978
1.693
8.172
1.661 Voorzieningen
1.544
1.594
1.660
1.693
1.661
Vaste schulden
6.033
6.262
6.547
6.822
7.086
7.577
7.856
8.207
8.515
8.747
vaste rente, korter dan een jaar750
750
750
750
750
750
750
750
750
750
8.527
8.806
9.157
9.465
9.662
8.294
Totaal vaste passiva
Vlottende activa
Vlottende passiva
Uitzettingen met een vaste rente, korter dan een jaar Overige overlopende activa Liquide middelen
Totaal vlottende activa
Totale activa
Netto vlottende schulden met 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
997
1059
1179
1293
1.368
997
1.059
1.179
1.293
1.368
8.527
8.806
9.157
9.465
9.662 Totale passiva
Totaal vlottende passiva
7
Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Voor de SGB bestaan die middelen uit de algemene reserve en de post onvoorzien. Op basis van de concept-jaarrekening 2021 komt de algemene reserve van SGB per 31 december 2021 uit op € 200.000. Voorgesteld wordt het negatieve rekeningresultaat 2021 ten laste te brengen van de algemene reserve waardoor, na besluitvorming over van de jaarrekening 2021 in het Algemeen Bestuur, de algemene reserve in 2022 nog € 165.000 bevat. De beschikbare post onvoorzien in de begroting 2023 bedraagt € 50.000. Nu de (financiële) omvang van de SGB, na het regionaliseringsproces, sterk is gereduceerd betekent dit eveneens dat het risicoprofiel van de SGB neerwaarts is bijgesteld. Aangezien een groot deel van zowel de inkomsten als uitgaven een redelijk vast karakter heeft en goed te voorspellen is, is het aanhouden van een grote risicobuffer (zijnde de algemene reserve) minder noodzakelijk dan voorheen. Voor het bepalen van de maximale omvang van de reserves wordt de VZG-richtlijn gehanteerd. Voor begrotingsjaar 2023 schrijft deze richtlijn voor dat de totale omvang van de reserves 5% van de totale baten mag bedragen. Voor de SGB betreft dit € 50.000.
Echter, de verplichting vanuit de FLO-regeling die aan een aantal oud-medewerkers is toegekend (nu in dienst van de Veiligheidsregio) en vanuit de SGB gefinancierd wordt, laat jaarlijks een wisselend financieel beeld zien. Wijzigingen in gehanteerde variabelen (bijvoorbeeld cao-stijging) en wijzigingen ten aanzien van de regelgeving zelf, kunnen jaarlijks tot bijstelling van de beschikbare FLO-voorziening leiden. Aangezien de stand van de FLO-voorziening per 31 december 2021 met ruim € 1.6 mln de omvang van de totale baten in de begroting 2023 met een factor 1.5 overstijgt, kan de financiële impact van mutaties een forse impact hebben op de financiële positie van de SGB. Vanuit die optiek wordt voorgesteld om naast de 5%-norm (€ 50.000) rekening te houden met een additionele buffer binnen de algemene reserve van ongeveer 10% van de omvang van de FLO-voorziening. Voor 2023 wordt hiervoor € 150.000 aangehouden. Samen met de beschikbare post onvoorzien in 2023 beschikt de SGB per saldo dan over € 250.000 aan weerstandscapaciteit om onvoorziene tegenvallers op te vangen. Risico’s FLO-voorziening: De benodigde hoogte van de voorziening voor het opgebouwde recht van de werknemers is gebaseerd op voorgeschreven wet- en regelgeving zoals vastgelegd in het FLO-overgangsrecht.
Een reparatie van de betreffende regeling werd noodzakelijk door een stijging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar en fiscale beperkingen van de regeling. Op 29 oktober 2016 werd een principeakkoord op hoofdlijnen gesloten, die in de maanden die volgden werd uitgewerkt door een technische voorbereidingscommissie. Na maanden van intensief overleg tekenden de vakbonden en de Brandweerkamer op 25 maart 2017 het Principeakkoord reparatie FLO-overgangsrecht 2017. Het VNG-bestuur heeft vervolgens op 6 juli het principeakkoord reparatie FLO-overgangsrecht bekrachtigd. Nadat partijen met het akkoord ingestemd hadden, is begonnen met de uitwerking van het akkoord. Het principeakkoord is ingegaan op 1 januari 2018. De 'Reparatie FLO-overgangsrecht' is van toepassing op de voormalige medewerkers van de SGB die het FLO-overgangsrecht in 2005 hebben toegekend gekregen. In het principeakkoord is onder meer overeengekomen dat: •Er inkomenszekerheid is voor medewerkers die gebruikmaken van het FLO-overgangsrecht •De nieuwe afspraken leiden tot een financieel verantwoorde regeling van het FLO-overgangsrecht •De afspraken maatschappelijk verantwoord en uitlegbaar zijn, omdat door de meeste medewerkers net als andere Nederlanders twee jaar langer wordt doorgewerkt, gegeven het verhogen van de AOWleeftijd naar 67 jaar •De bedrijfsvoering vereenvoudigd wordt
8
Ieder jaar wordt de hoogte van de FLO-voorziening opnieuw berekend op basis van de geldende FLOafspraken. Het risico blijft bestaan dat door aanpassing van variabelen (cao, levensverwachting, etc) en regelgeving sprake kan zijn van incidentele tegenvallers op het FLO-dossier.
Vervallen teruggaaf BTW: Per 1 januari 2014 zijn alle brandweertaken landelijk van de gemeenten verschoven naar de veiligheidsregio’s. Hierbij is ook het recht op het terug vragen van de BTW komen te vervallen. Voor toekomstige investeringen in de gebouwen is het op dit moment nog niet duidelijk of de kostenverhogende factor van de BTW past binnen de reguliere exploitatie. Dit speelt echter pas op de lange termijn (2044) aangezien de “oudste” gebouwen dateren vanuit 2004 (levensduur 40 jaar). Wegvallen huurinkomsten In 2016 is overeenstemming bereikt met het Witte Kruis / Connexxion over verlenging van het huurcontract voor de Ambulancevoorziening aan de Stromenweg. Het aangepaste huurcontract is in 2017 door alle partijen ondertekent. De huurtermijn bedraagt 1 jaar (met jaarlijkse verlenging) en eindigde van rechtswege op 31 december 2020. In 2021 is deze huurovereenkomst via een allonge verlengd tot 31 december 2025. Het risico bestaat dat Connexxion jaarlijks de huur kan opzeggen waardoor een inkomstenbron van € 39.000 vervalt. Brandkranen Op Zeeuws niveau speelt al langere tijd de discussie vwb bluswatervoorzieningen. De Veiligheidsregio onderzoekt samen met de gemeenten of er overal in de provincie voldoende bluswatervoorzieningen zijn. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen nopen tot aanpassingen.
De mate waarin aanpassingen moeten worden gedaan bepaalt de hoogte van de investeringskosten. Mogelijk leidt dit tot extra onderhoudskosten bij de SGB. De omvang van dit risico is te overzien gezien de relatief beperkte omvang van de onderhoudskosten aan de brandkranen. De SGB is niet verantwoordelijk voor de aanleg van de brandkranen zelf, dit risico ligt bij de gemeenten. Spreidingsplan kazernes Heroverweging door de Veiligheidsregio van de positionering van brandweerkazernes binnen de provincie cq gemeenten kan leiden tot (des)investeringen in huisvesting. Het uitwerken van oplossingen voor de in 2015 in het rapport “Maatwerk in brandweerzorg” vastgestelde afwezigheid van adequate brandweerzorg in met name de binnenstad van Vlissingen kan nog van invloed zijn op het spreidingsplan van de kazernes binnen het stadsgewest. Het risico bestaat dat her allocatie van kazernes leidt tot hogere huisvestingslasten die op dit moment niet voorzien zijn in de begroting. Rekening houdend met de aard en kans van daadwerkelijk optreden van bovenstaande risico’s is het verantwoord om een weerstandscapaciteit van € 250.000 aan te houden.
Kengetallen Op basis de regeling van de Minister van BZK, die in 2015 is gepubliceerd, dienen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een aantal financiële kengetallen opgenomen te worden. De onderstaande kengetallen maakt het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie. De onderhavige regeling regelt expliciet de wijze waarop de kengetallen moeten worden berekend. Begroting SGB 2023
Rekening
Begroting
Kengetallen:
2021
2023
2024
2025
2026
Netto schuldquote
609%
632%
615%
601%
585%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
609%
632%
615%
601%
585%
Solvabiliteitsratio
2%
2%
2%
2%
2%
Structurele exploitatieruimte
0%
5%
5%
6%
7%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
9
Netto schuldquote/netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen : De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de Gemeenschappelijke Regeling ten opzichte van de eigen middelen (structurele baten). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Aangezien de SGB geen leningen heeft uitstaan, is het percentage “netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen” gelijk aan de “netto schuldquote”. De berekende schuldquote ligt op een relatief hoog niveau maar dit ligt aan de aard van de activiteiten van de SGB en de wijze waarop deze activiteiten zijn gefinancierd. De activiteiten bestaan hoofdzakelijk uit het beschikbaar stellen- en onderhouden van panden (kazernes). De 5 kazernes in eigendom zijn volledig gefinancierd met vreemd vermogen (langlopende leningen via de BNG). De schuldenlast is hierdoor relatief hoog. De hieraan gerelateerde kapitaallasten vormen het overgrote deel van de exploitatielasten. Deze lasten worden echter gedekt door structurele bijdragen vanuit de deelnemende gemeenten, waardoor de hoge schuldquote geen risico vormt voor de GR. Vanaf 2023 is een geleidelijke afname van de schuldquote zichtbaar. Dit wordt veroorzaakt doordat aflossingen op de uitstaande leningen plaatsvindt maar daar tegenover blijven de inkomsten stabiel.
Solvabiliteitsratio: De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de Gemeenschappelijke Regeling is gefinancierd met eigen vermogen. Zoals bij de netto-schuldquote aangegeven zijn de panden (kazernes) volledig gefinancierd met lang lopende leningen (vreemd vermogen lang). De mogelijkheden tot het opbouwen van reserves (eigen vermogen) binnen de GR zijn als gevolg van de VZG-richtlijn beperkt. Dit resulteert in een zeer laag solvabiliteitsratio. Voor de GR levert dit echter geen probleem op omdat gemeenten als “achtervang” fungeren indien reserves ontoereikend zijn om onvoorziene tegenvallers op te vangen. Structurele exploitatieruimte: Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de GR heeft om eventuele tegenvallers binnen de exploitatie op te kunnen vangen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Alle baten en lasten binnen de SGB begroting 2023 zijn structureel van aard. Wel is een post onvoorzien beschikbaar van € 50.000 (oplopend tot € 74.000 in 2026). Deze post onvoorzien is in principe de structurele exploitatieruimte die binnen de begroting aanwezig is. Uitgedrukt in een percentage van de totale baten betreft dit 3% in 2022.
Door afnemende rentelasten in de komende jaren (als gevolg van aflossing op de uitstaande leningen) en gelijkblijvende inkomsten zien we de exploitatieruimte de komende jaren geleidelijk toenemen. Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitaties geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Aangezien de SGB geen activiteiten verricht op het gebied van grondexploitaties is dit niet van toepassing. Belastingcapaciteit: De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Dit is voor de SGB niet van toepassing.
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Zoals onder het programma Huisvesting is aangegeven is de Gemeente Vlissingen vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de regie op het onderhoud van de kazernes en de brandkranen. Deze werkzaamheden zijn belegd bij het cluster accommodatiebeheer. Huisvesting Tot medio 2015 lag de centrale sturing op het onderhoud van de kazernes bij een extern bureau. Dit externe bureau voerde op reguliere basis inspectiewerkzaamheden uit en zette de uit te voeren onderhoudswerkzaamheden uit bij diverse partijen. De SGB heeft voor deze constructie gekozen aangezien de SGB zelf niet beschikt(e) over een cluster accommodatiebeheer. Nu de 10
regiewerkzaamheden op de kazernes per 1 januari 2015 bij het cluster accommodatiebeheer in Vlissingen zijn ondergebracht, is besloten dit meerjarig contract per medio 2015 op te zeggen waardoor een forse besparing op de onderhoudskosten is gerealiseerd. In de afgelopen jaren is onderzocht of overdracht van de brandweerposten vanuit de gemeenten naar de Veiligheidsregio wenselijk is. Met name de grote verschillen in de staat van onderhoud en het ontbreken van de benodigde mankracht bij de VRZ om het benodigde accommodatiebeheer uit te kunnen voeren, heeft het Algemeen Bestuur van de VRZ per 1 maart 2018 doen besluiten het eigendom van de kazernes bij de gemeenten te laten rusten. Brandkranen Voor het onderhoud van de brandkranen is een onderhoudscontract afgesloten met een externe partij. Deze partij voert het onderhoud aan de brandkranen voor alle Zeeuwse gemeenten uit.
11
Paragraaf Financiering Algemeen De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) kent als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van de transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van de renterisico's. Het beheersen van de risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, het afsluiten van geldleningen en het uitzetten van gelden. In deze paragraaf worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkeling wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe of afname van geldleningen of gelduitzettingen. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de wet FIDO een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop overheidsinstanties haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Het doel hiervan is om renterisico's op korte financiering te beperken. Deze norm is vastgelegd in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden en bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van stortingen in de reserves. Voor 2023 bedraagt de kasgeldlimiet voor de SGB € 0.1 mln.
Aangezien de SGB over een ruime liquiditeitspositie beschikt en daarnaast de structurele exploitatielasten gedurende het jaar kan dekken vanuit de structurele baten, is van financiering met kort geld geen sprake. Renterisico De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering van leningen te beheersen. De renterisiconorm is vastgelegd in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden en houdt in dat in enig jaar niet meer dan 20% van het begrotingstotaal voor herfinanciering of renteherziening in aanmerking mag komen. Voor de SGB betekent dit een renterisiconorm van € 0.2 mln. Aangezien binnen de periode van de meerjarenraming geen leningen voor herfinanciering in aanmerking komen, lopen we op dit vlak geen risico en wordt de renterisiconorm in deze periode derhalve niet overschreden. Schatkistbankieren Het wetsvoorstel verplicht schatkistbankieren is op 15 december 2013 van kracht geworden. Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook de SGB, om hun banktegoeden aan te houden bij het Ministerie van Financiën (schatkist), met uitzondering van een drempelbedrag. Het drempelbedrag is in 2022 opgehoogd van € 150.000 naar € 250.000 Het is niet meer toegestaan om beleggingen en deposito's zelfstandig aan te gaan. In het eerste kwartaal van 2017 is het proces tot aanmelding voor Schatkistbankieren geeffectueerd.
Vanaf dat moment wordt volledig voldaan aan de regelgeving omtrent het schatkistbankieren. Koers- en valutarisicobeheer Alle transacties bij de SGB vinden in euro’s plaats. De SGB loopt dan ook geen koers- en valutarisico’s. FLO Er is een voorziening FLO gevormd die per ultimo 2021 € 1,6 mln bevat. In de berekening van de contante waarde van de voorziening is rekening gehouden met een vast rentepercentage (5%). Met de deelnemende gemeenten in de SGB is afgesproken dat financiële risico’s worden vermeden en dat de geldmiddelen in hun beheer blijven. Voor de vordering van SGB is een rekening-courantverhouding in het leven geroepen met beide GR-deelnemers waarbij is afgesproken dat over de uitstaande middelen een rente wordt vergoed die overeenkomt met de rekenrente van de voorziening.
12
Paragraaf Bedrijfsvoering Met de regionalisering van de brandweeractiviteiten is het voormalig SGB-personeel per 1 januari 2014 in dienst getreden bij de VRZ. De SGB kent derhalve geen eigen personeel c.q. bedrijfsvoeringsactiviteiten. Er is echter wel voor gekozen om de SGB in de vorm van een Gemeenschappelijke Regeling voort te laten bestaan. Hierdoor blijven diverse taken noodzakelijk. In de bestuursvergadering van 8 december 2014 is besloten deze taken onder te brengen bij de deelnemende gemeenten. De taakverdeling ziet er als volgt uit: Werkzaamheden Onderhoud - Regievoering - Controle onderhoudsfacturen - Inventarisatie onderhoudscontracten - Opstellen onderhoudsplan (afhankelijk van uitkomst cie. Huisvesting VRZ) Archiefwerkzaamheden Bestuursondersteuning - Advisering - Voorbereiding bestuursvergaderingen Administratieve taken - Financiële administratie (boekhouding) - Treasurybeheer - Opstellen begroting/begrotingswijzigingen - Opstellen jaarrekening
Uitvoerende Gemeente Gemeente Vlissingen
Gemeente Vlissingen Gemeente Middelburg Gemeente Middelburg
Daarnaast vindt frequent overleg plaats tussen medewerkers van de deelnemende gemeenten ter afstemming van diverse onderwerpen (juridisch, onderhoud, financieel). Bovenstaande indeling is met name bedoeld om het primaatschap duidelijk te benoemen en vast te leggen.
13
Bijlage 1: Vervangingsinvesteringen Hieronder treft u een overzicht aan van de vervangingsinvesteringen die voor het begrotingsjaar gepland staan: Omschrijving
Investeringsbedrag incl BTW
Afschrijvingstermijnen
Afschrijvingslast
Vervanging gepland in 2023
Geen
De nu nog bij de SGB geactiveerde activa, niet zijnde gebouwen, die in bruikleen aan de VRZ zijn gegeven lopen in de komende jaren gefaseerd uit de begroting. Vervangingsinvesteringen in deze categorie komen op moment van vervanging voor rekening van de VRZ.
Toelichting investeringsraming 2023 Er staan voor 2023 geen investeringen gepland.
14
Bijlage 2: Meerjarenraming Hieronder treft u de financiële meerjarenraming voor de SGB aan voor de periode 2023 t/m 2026. Deze meerjarenraming kenmerkt zich door een structureel en reëel evenwicht. Van structureel en reëel evenwicht is sprake als de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Meerjarenraming: per economische kostensoort Meerjarenraming SGB: per economische kostensoort Baten: Gemeentelijke Bijdrage Huurinkomsten Onderhoudsbijdrage Rente FLO - vergoeding Totaal baten Lasten: Afschrijving Rente Rente FLO - kosten Brandkranen Overig huisvesting Accountant FLO Onvoorzien totaal lasten Saldo Meerjarenraming: per taakveld Meerjarenraming SGB: per taakveld Baten: 0.05.0 Treasury 1.01.0 Crisisbeheersing en Brandweerzorg Totaal baten Lasten: 0.04.0 Overhead 0.05.0 Treasury 1.01.0 Crisisbeheersing en Brandweerzorg totaal lasten Saldo
15
2023
2024
2025
2026
803.000 39.000 71.000 80.000 993.000
803.000 39.000 70.000 82.000 994.000
803.000 39.000 70.000 79.000 991.000
803.000 39.000 70.000 77.000 989.000
-154.000 -360.000 -80.000 -94.000 -147.000 -8.000 -100.000 -50.000 -993.000 0
-161.000 -348.000 -82.000 -94.000 -147.000 -8.000 -100.000 -54.000 -994.000 0
-164.000 -335.000 -79.000 -94.000 -147.000 -8.000 -100.000 -64.000 -991.000 0
-167.000 -322.000 -77.000 -94.000 -147.000 -8.000 -100.000 -74.000 -989.000 0
2023
2024
2025
2026
80.000 913.000 993.000
82.000 912.000 994.000
79.000 912.000 991.000
77.000 912.000 989.000
-8.000 -440.000 -545.000 -993.000 0
-8.000 -430.000 -556.000 -994.000 0
-8.000 -414.000 -569.000 -991.000 0
-8.000 -399.000 -582.000 -989.000 0
Bijlage 3: EMU saldo In 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Deze wet bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen. In het volgende overzicht berekenen we het EMU-saldo. Het EMU-saldo drukt uit of er sprake is van een financieringstekort. Op basis van onderstaand overzicht kan geconstateerd worden dat in geen van de jaren sprake is van een financieringstekort. Jaarrekening EMU Saldo (be dragen x € 1000)
2021
Begroting 2022
2023
2024
2025
2026
Om schrijving 1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-35
0
0
0
0
0
2. Mutatie (im)materiële vaste activa
142
147
154
161
164
167
3. Mutatie voorzieningen
57
65
32
-33
-66
-50
4. Mutatie voorraden (incl. bouw gronden in exploitatie)
0
0
0
0
0
0
5. Verw achte boekw inst bij verkoop effecten en verw achte boekw inst bij verkoop (im)materiële vaste activa
0
0
0
0
0
0
164
212
186
128
98
117
Berekend EMU-saldo
16