CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

4.3 Rvs afgeven verklaring van geen bedenkingen McDonald's Vlissingen bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing-gecomprimeerd

Commissie Ruimte 8 mei 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen McDonalds15.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

37/57

gebouwen instorten, of door brokstukken, gesprongen ramen). Met de huidige middelen is het voor de hulpverleningsdiensten niet mogelijk om de effecten van een wolkbrand of wolkexplosie te voorkomen. In deze scenario's is het van belang dat de brandweer snel ter plaatse van het ongeval is om een inschatting te maken van de situatie en dat de leiding en het personeel van McDonald's weten hoe te handelen bij een dergelijke calamiteit. Bij de concrete invulling van de openbare ruimte zal aansluiting worden gezocht bij de handleiding 'Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid' van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). Deze invulling wordt in overleg met de gemeentelijke brandweer/Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) bepaald. In verband met de mogelijke scenario's die zich op de Havendorpweg kunnen voordoen, is met de VRZ overlegd of het gebouw kan worden opgeschoven, verder van de Havendorpweg, of dat het omdraaien van het terras met een deel van het parkeerterrein tot de mogelijkheden behoort. Beide aanpassingen in het ontwerp zijn om de volgende redenen niet gewenst. Als het gebouw verder van de weg komt te liggen, dan zullen tussen het gebouw en de Havendorpweg parkeerplaatsen en verblijfsgebied worden aangelegd en dan zal hier ook de entree van het gebouw worden gemaakt. Dat is uit oogpunt van externe veiligheid geen veiliger situatie.

Het gebouw heeft aan de oostzijde een vrij gesloten gevel. Het gebouw vormt daarmee een buffer tussen een eventuele wolkbrand of wolkexplosie en personen in de openbare ruimte. Als het terras wordt verplaatst naar de westzijde van het gebouw, dan gaat dat ten koste van parkeerplaatsen. Het verlies aan parkeerplaatsen kan niet voldoende worden gecompenseerd op de plek waar nu het terras is voorzien. Bovendien wordt dan i.c.m. de uitrit van de drivelane een situatie gecreëerd die minder verkeersveilig is. Naar aanleiding van de opmerkingen van de VRZ wordt aan de oostzijde van het terras wel een scherm met veiligheidsglas geplaatst. Bereikbaarheid Met de bouw van het fastfoodrestaurant worden geen specifieke functies/voorzieningen mogelijk gemaakt voor verminderd zelfredzame personen. Er kan dan ook geconcludeerd worden, dat zich geen knelpunten voordoen ten aanzien van de aspecten 'ontvluchting' en 'bereikbaarheid'. Het fastfoodrestaurant ligt aan een korte doodlopende weg die uitkomt op de Oude Veerhavenweg. Vluchtend verkeer zal dus altijd eerst in de richting van de bron begeven. In geval van een calamiteit kan het bovendien lastig zijn om de Oude Veerhavenweg op te komen. Daarom is het verstandig om op de locatie in het restaurantgebouw te blijven en daarvan - zoals al eerder aangegeven - ramen en deuren en ventilatieopeningen te sluiten.

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid van personen bij rampen en zware ongevallen heeft betrekking op de mogelijkheid van personen zichzelf en anderen in veiligheid te brengen. De mate van zelfredzaamheid van een persoon hangt af van zijn eigen fysieke en psychische mogelijkheden en daarnaast van de omgeving. Een goede ontsluiting, beperking van hoogbouw, de ligging van kwetsbare objecten ten opzichte van de bron en aanvullende maatregelen aan gebouwen kunnen eraan bijdragen dat de effecten van de ramp beperkt blijven. Op de

38/57

ontsluiting (bereikbaarheid) is hiervoor al ingegaan. Het fasfoodrestaurant is geen kwetsbaar, maar een beperkt kwetsbaar object. Het is een gebouw in één bouwlaag waar personen gemakkelijk uit kunnen. Vanuit de mogelijke ongevalscenario's met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Westerschelde, zijn de mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en ook de vereisten die hieraan zouden kunnen worden gekoppeld zeer beperkt. Extra investeringen in vluchtwegen leveren geen bijdrage voor de beperking van het aantal slachtoffers ten gevolge van de eerste "klap". 4.7.3 Conclusie Het fastfoodrestaurant komt niet te liggen binnen een relevante plaatsgebonden risicocontour. De locatie ligt wel in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen en van de vaarroute door de Westerschelde. Om dat het GR met minder dan 10% toeneemt, kan worden volstaan met die hiervoor opgenomen verantwoording van de bestrijdbaarheid, de bereikbaarheid en de zelfredzaamheid. Door het treffen van maatregelen in het kader van zelfredzaamheid en beheersbaarheid, in combinatie met de zeer kleine kans op een calamiteit, wordt dit niet als een belemmering voor de realisering van dit project gezien.

4.8

Archeologie

4.8.1

Toetsingskader

Op grond van de Wro en de Wabo zijn behoud en beheer van het bodemarchief integraal verankerd in de ruimtelijke werkprocessen van de gemeenten. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan moet met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten rekening worden gehouden. In het belang van de archeologische monumentenzorg kan bij een ruimtelijk plan worden bepaald dat de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende is vastgesteld. Op 28 januari 2016 heeft de gemeenteraad een actualisatie van zijn archeologiebeleid vastgesteld in de 'Nota archeologische monumentenzorg Walcheren 2016-2022'. Onderdeel van de nota vormt een vrijstellingsregeling: in gebieden met een middelhoge en hoge verwachtingswaarde mogen grondwerkzaamheden zonder archeologisch onderzoek plaatsvinden tot een diepte van 0,4 meter en een oppervlakte van 500 m2.

in gebieden ter hoogte van (AMK-)terreinen met een vastgestelde archeologische waarde, in gebieden ter hoogte van een zogenaamde verwachtingszone op basis van historische kaarten en in gebieden binnen een straal van 50 meter rondom een vindplaats geldt, mogen grondwerkzaamheden zonder archeologisch onderzoek plaatsvinden tot een diepte van 0,4 m en een oppervlakte van 30 m2. De archeologische waarden- en verwachtingskaart Walcheren en de archeologische beleidsadvieskaart Walcheren maken deel uit van dit beleid. De verwachtingskaart is een nadere detaillering van de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) die tot stand is gekomen door nader bureauonderzoek. De kaart is op maat gesneden op de Walcherse schaal en geeft de verwachting weer ten aanzien van archeologische vondsten. Op de beleidsadvieskaart is de vrijstellingsregeling gekoppeld aan de archeologisch waardevolle gebieden en verwachtingszones. Dit resulteert in een overzicht van de beleidsadviezen per gebied.

39/57

4.8.2 Toetsing en conclusie De vrijststellingsregeling van het gemeentelijk archeologiebeleid is wat betreft het projectgebied juridisch verankerd in de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie' in bestemmingsplan Bedrijventerrein Souburg. In wijzigingsplan 'Bedrijventerrein Souburg - herontwikkeling Veerhavenweg, vergroting bouwvlak, archeologie' wordt daarnaar verwezen en geldt dus dezelfde dubbelbestemming. Op grond van deze dubbelbestemming geldt voor grondwerkzaamheden met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,4 meter een archeologische onderzoeksplicht. Weliswaar is het gebouw met een oppervlakte van circa 600 m² bvo groter dan 500 m² maar naar verwachting worden geen kelders of funderingen dieper dan 0,4 m aangelegd. Bovendien blijkt uit informatie van de Algemene HoogteKaart Nederland (www.ahn.nl) dat het projectgebied en zijn omgeving circa 2 meter zijn opgehoogd. In het kader van wijzigingsplan 'Bedrijventerrein Souburg - herontwikkeling Veerhavenweg, vergroting bouwvlak, archeologie' is door de Walcherse Archeologische Dienst (hierna: WAD) op 22 september 2021 aangegeven dat de vrijstellingsmaat van 40 cm, die in bestemmingsplan Bedrijventerrein Souburg is opgenomen voor bouwen en andere werkzaamheden, kan worden verruimd naar 2 meter. Voor dit project is daarom geen archeologisch onderzoek nodig en is het aspect archeologie geen belemmering.

4.9

Cultuurhistorie

4.9.1 Toetsingskader Naast de archeologische waarden moet op grond van artikel 3.1.6 lid 5 Bro ook de wijze worden beschreven waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Voor een beoordeling of in of nabij het projectgebied cultuurhistorische waarden zijn, kan gebruik worden gemaakt van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland. 4.9.2 Toetsing en conclusie In en om het plangebied liggen geen gemeentelijke of rijksmonumenten of anderszins cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De provinciale cultuurhistorische waardenkaart toont op meer dan circa 100 meter van het projectgebied historische dijktracés (figuur 4.6). Het project heeft hierop echter geen effect en ook het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering.

40/57

Figuur 4.6 Historische dijktracé in de omgeving van het projectgebied

4.10 Bodemkwaliteit 4.10.1 Toetsingskader Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan of project, onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor de beoogde nieuwe functie. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op de voor de functie geschikte bodemkwaliteit te worden gerealiseerd. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient een recent bodemonderzoek te worden aangeleverd. Dat betekent dat een onderzoek in het algemeen niet ouder dan 5 jaar mag zijn. Als sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst.

41/57

4.10.2 Toetsing en conclusie Bodemonderzoek 2018 In het kader van wijzigingsplan 'Bedrijventerrein Souburg - herontwikkeling Veerhavenweg, vergroting bouwvlak, archeologie' is in opdracht van de gemeente Vlissingen een bodemkwaliteitsonderzoek uitgevoerd (ABO Milieuconsult B.V., Bodemonderzoek Plan Poortersweg te Vlissingen, 9 oktober 2018; bijlage 8 bij deze ruimtelijke onderbouwing). Uit het onderzoek blijkt dat in geen van de geanalyseerde grond(meng)monsters de interventiewaarden van de geanalyseerde parameters worden overschreden. Voor alle onderzoekslocaties is ten hoogste veiligheidsklasse 'basisklasse' of geen veiligheidsklasse van toepassing. Er was geen reden voor nader bodemonderzoek en het aspect bodemkwaliteit vormde geen belemmering voor de ontwikkeling van het gebied tot bedrijventerrein. Vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek 2023 Deze onderzoeken zijn eveneens in opdracht van de gemeente Vlissingen uitgevoerd en hebben betrekking op 5 kavels. De rapportage van de onderzoeken is opgenomen in bijlage 9. De kavel waarop McDonald's zich wil vestigen is in het onderzoek genoemd kavel 1A1 en is weergegeven in figuur 4.7. Het onderzoek geeft over dit kavel de volgende conclusies In 2 grondmengmonsters (MM1 en MM2) zijn lichte verontreinigingen met PCB, minerale olie, zink, kwik, lood en PAK aangetoond.

In 1 grondmengmonster (MM3) zijn lichte verontreinigingen met minerale olie en PAK aangetoond. De overige geanalyseerde parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het grondwater uit peilbuis (P100) is een lichte verontreiniging met barium aangetoond. Aanbevelingen De aangetoonde lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater zijn dermate gering dat aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitgifte en ontwikkeling van de kavels. Er zijn geen uitspraken gedaan over de hergebruiksmogelijkheden van eventueel af te voeren grond. Om te bepalen of er sprake is van grond (bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde, wonen of industrie) ofwel een bouwstof gelden er andere beoordelingscriteria en onderzoeksstrategieën. Voldaan moet worden aan het Besluit bodemkwaliteit.

42/57

Figuur 4.7 Onderzoeksgebied bodemonderzoek 2023 en daarbinnen het voorgenomen kavel van McDonalds

4.11 Water(toets) 4.11.1 Toetsingskader Voor ruimtelijke plannen en besluiten dient met een watertoets te worden aangetoond dat dit geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishouding. In dat kader dient in een vroeg stadium overleg te worden gevoerd met de waterbeheerder over het ruimtelijke planvoornemen. Hieruit moet blijken of de beoogde functiewijziging strijdig is met waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. De waterbeheerder is het Waterschap Scheldestromen. Deze instantie is verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer binnen het projectgebied en de omgeving daarvan. Het waterschap zal het wateradvies geven in het kader van het vooroverleg. Ten behoeve van bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Souburg' is een watertoets uitgevoerd. Uit deze toets blijkt dat bij het bouwrijp maken van bedrijventerrein Souburg II voldoende waterberging is aangelegd voor de eindsituatie, waarvan ook de ontwikkeling van het projectgebied deel uitmaakt. Daarbij is uitgegaan van 100 % verharding van de bedrijfspercelen, zodat de waterberging 'worst-case' is benaderd. De eis van voldoende

43/57

waterberging is ook in de regels van bestemmingsplan Bedrijventerrein Souburg (en daarmee ook van wijzigingsplan 'Bedrijventerrein Souburg - herontwikkeling Veerhavenweg, vergroting bouwvlak, archeologie) vastgelegd. In 2018 heeft de gemeente een watervergunning aangevraagd voor het aanleggen van een waterberging en het graven/verleggen van watergangen ten behoeve van de aanleg van bedrijventerrein Souburg II met bijbehorende technische voorzieningen. De vergunning is op 17 oktober 2018 verleend door het Waterschap Scheldestromen. 4.11.2 Toetsing en conclusie Een andere functionele invulling van het projectgebied- een fastfoodrestaurant in plaats van een bedrijf conform de bestemming - leidt niet tot een andere waterbergingsopgave. Bovendien is het verhardingspercentage in het projectgebied minder dan 100%. Hiervan is in het geldende bestemmings- en wijzigingsplan ('worst case') uitgegaan. De totale verharding bedraagt circa 4.246 m² (een restaurant van circa 600 m², een terras van 280 m², een McDrive van 620 m² en parkeerplaatsen e.d. van 2.764 m²). Onverhard blijft 1.618 m². Het verhardingspercentage in het projectgebied (in totaal 5.886 m²) bedraagt daarmee 72%.

Voor de watertoets van dit project wordt aangesloten bij de watertoets die is uitgevoerd in het kader van bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Souburg' en waarnaar ook in wijzigingsplan 'Bedrijventerrein Souburg herontwikkeling Veerhavenweg, vergroting bouwvlak, archeologie' wordt verwezen. In bijlage 10 is in het kader van de watertoets het 'Aanmeldformulier watertoets waterschap Scheldestromen' opgenomen. Daarin is de uitwerking van de wateraspecten conform het geldende bestemmings- en wijzigingsplan overgenomen en waar nodig toegespitst op het project. Het aspect water is geen belemmering voor het project: het project leidt niet tot een andere waterbergingsopgave en er zijn ook geen andere wateraspecten in het geding: het projectgebied ligt niet nabij waterkeringen en het wordt aangesloten op het gescheiden rioolstelsel.

4.12 Luchtkwaliteit 4.12.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk onderbouwing uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.2. Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer stof toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie

44/57

grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³

Fijn stof (PM2,5)

24-uurgemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³ 25 µg/

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. In het Besluit niet in betekenende mate (Besluit nibm) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m² bij één ontsluitingsweg en 200.000 m² bij twee ontsluitingswegen. 4.12.2 Toetsing en conclusie Met het invoeren van het extra aantal voertuigbewegingen en aandeel vrachtverkeer bepaalt de NIBM-tool uitgaande van worst case omstandigheden - het effect van een project op de luchtkwaliteit en daarmee of een plan wel of niet NIBM is.

Op basis van het geldende bestemmings- en wijzigingsplan en de bestemming 'Bedrijventerrein' zijn - in theorie - (5.886 m2 x 4,8 mvt /etmaal per 100 m2 bvo=) 282 verkeersbewegingen mogelijk, inclusief vrachtverkeer. Met deze aanname ten aanzien van wat nu juridisch-planologisch mogelijk is, kan het effect van het project worst case worden doorgerekend. In de nieuwe situatie kunnen conform hetzelfde gebiedstype voor een vestiging van een fastfoodrestaurant (3.033 auto's per week / 7 dagen x 2 ritten (heen en terug)=) 867 verkeersbewegingen per etmaal worden verwacht. Daarbij wordt rekening gehouden met 7 middelzware vrachtwagens voor bevoorrading per week (zie ook paragraaf 4.13 en het stikstofdepositieonderzoek in bijlage 11). Het (grootste) verschil is ingevoerd in de NIBM-tool: (867- 282=) 585 extra verkeersbewegingen per etmaal. Het aandeel vrachtauto's per dag is nagenoeg verwaarloosbaar (0,065%). Op basis van de NIBM-tool is de maximale bijdrage van het extra verkeer NO2 0,29 µg/m³ en PM10 0,09 µg/m³ en is het project daarmee niet in betekenende mate: het aspect luchtkwaliteit is geen belemmering voor het project.

45/57

Figuur 4.8 Berekening maximale bijdrage van het extra verkeer als gevolg van het project op de luchtkwaliteit

4.13 Ecologie 4.13.1 Toetsingskader Inleiding Ter voorbereiding van een ruimtelijk plan of besluit dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en van natuurgebieden de uitvoering van het plan of project niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat de vergunning of ontheffing van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met het plan of besluit mogelijk worden gemaakt. Bij de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantsoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten beschermde natuurgebieden: Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen voor leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en voor natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn) opgesteld.

De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Het NNN is in Zeeland uitgewerkt in het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn, soorten

46/57

die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de bescherming van overige soorten. De provincie kan ontheffing verlenen van de verboden voor overige soorten. In de provincie Zeeland geldt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud een vrijstelling voor een groot deel van de "overig" beschermde soorten. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Dit betreft de meest algemene soorten amfibieën en zoogdieren. Voor Europees beschermde soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn) is er geen beleidsruimte en is de bescherming onveranderd. 4.13.2 Toetsing en conclusie Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Westerschelde & Saefthinge bedraagt circa 1,5 kilometer. Op iets grotere afstand liggen de Natura 2000-gebieden Manteling van Walcheren en Veerse Meer.

Figuur 4.9 Natura 2000-gebieden in de omgeving van de projectlocatie

47/57

Voor de bepaling van het effect van de stikstofdepositie vanwege dit project op Natura 2000-gebied zijn twee onderzoeken verricht: 1. een onderzoek van november 2021 (zie bijlage 11 bij deze ruimtelijke onderbouwing). In dit onderzoek is naast het effect van de vestiging van een McDonald's ook dat van een tweede fastfoodrestaurant aan de overzijde van de Havendorpweg meegenomen alsook een tankshop en een tankstation op bedrijventerrein Souburg. 2. een onderzoek van november 2023 (zie bijlage 12) waarin het onderzoek uit 2021 is geactualiseerd en aangevuld. Het onderzoek uit 2021 is voor de leesbaarheid en achtergronden opgenomen. In het onderzoek uit 2021 is het effect van stikstofdepositie bepaald van de gebruiksfase van de vermelde functies. Toen is berekend dat de gebruiksfase van de onderzochte functies tot een toename van de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe leidt van maximaal 0,03 mol/ha/jaar. Slechts op twee hexagonen is sprake van depositie op 'overbelaste' habitats. Het betreft H2120 Witte duinen ((KD = 1429 mol/ha/jr). Er is toen nader beoordeeld of de depositietoename op deze locaties kan leiden tot significant negatieve effecten. Op grond daarvan is geconcludeerd dat significante effecten geheel kunnen worden uitgesloten. Voor het project is stikstofdepositie op Natura 2000-gebied dan ook geen belemmering.

In het onderzoek van november 2023 is ook gerekend met de aanleg- en bouwfase en met nieuwe gegevens voor de gebruiksfase. Gebleken is namelijk dat de verkeersgeneratie waarmee in 2021 is gerekend, veel te hoog is. Uit de geactualiseerde berekening blijkt dat er nog steeds een toename is, maar nu slechts 0,01 /ha/jaar. De toename is berekend op een van de twee hexagonen waarvoor in 2021 een toename van 0,03 mol/ha/jr is berekend. De situatie ter plaatse is niet veranderd. Dat betekent dat de conclusie uit 2021 nog steeds geldig is. NatuurNetwerk Zeeland Het projectgebied ligt niet in een gebied dat begrensd is in het kader van het NatuurNetwerk Zeeland, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa 400 meter, namelijk de binnendijk langs het Kanaal door Walcheren. Het projectgebied ligt op ruime afstand en heeft geen negatief effect op de natuurwaarden van gebieden die zijn begrensd in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland.

48/57

Figuur 4.10 NatuurNetwerk Zeeland in de omgeving van de projectlocatie Soortenbescherming Quickscan (2023) In opdracht van de gemeente Vlissingen is in maart 2023 onderzoek verricht naar de aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten in het westelijk gedeelte van het toekomstig bedrijventerrein Souburg II (globaal het gebied dat is weergegeven in figuur 4.1). Uit dit onderzoek (een zgn. quickscan, zie bijlage 13) blijkt onder andere het volgende: Het terrein bestaat uit grazige vegetatie en zandig terrein. Het terrein wordt omzoomd door beplanting aan de westzijde, de A58 en bedrijventerrein. Aan de buitenranden van het plangebied liggen enkele sloten, of wadi’s. De werkzaamheden bestaan uit het aanleggen van infrastructuur (wegen) en het realiseren van bedrijfsgebouwen. Vanwege het ontbreken van dekking (ruigte/beplanting) is het plangebied niet geschikt voor marterachtigen. Het terrein is vanwege de geringe oppervlakte en een hoge mate van verstoring door fietsers en wandelaars niet geschikt als leefgebied voor de haas. Het terrein is wel geschikt als leefgebied voor het konijn. In of nabij het plangebied komen beschermde soorten voor. Het dient nader onderzocht te worden of deze soorten daadwerkelijk voorkomen en wat de functie is. Het betreft de volgende soorten: 1. Konijn; 2. Rugstreeppad; 3. Teunisbloempijlstaart (een vlindersoort); 4.

Bokkenorchis en Glad biggenkruid (beide vaatplanten). Het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Aan de westzijde is een beplantingstrook dat wel geschikt is als foerageergebied voor vleermuizen. Bij eventuele ontwikkelingen dient te worden voorkomen dat hierop verlichting komt in verband met foerageergebieden van vleermuizen. In dat geval zijn er geen negatieve effecten te verwachten. In het plangebied zijn broedvogels te verwachten. Verstoren van broedvogels kan voorkomen worden door

49/57

werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode. Indien er in de broedperiode gewerkt wordt dan dient er onderzocht er door een ecologisch deskundige te worden onderzocht of er op dat moment broedvogels aanwezig zijn. Het terrein is niet geschikt voor andere beschermde soorten. Het biotoop is ongeschikt door de geïsoleerde ligging, of het ontbreken van essentiële onderdelen van een biotoop. Nader onderzoek beschermde soorten bedrijventerrein Vlissingen (2023) In de quickscan is geconcludeerd dat voor een aantal soorten nader onderzoek nodig is. Dat nader onderzoek is uitgevoerd in de periode april 2023 - januari 2024. De rapportage is opgenomen in bijlage 14. Daaruit is het volgende naar voren gekomen: Grondgebonden zoogdieren De haas is vastgesteld in het onderzoeksgebied. Er komen geen vaste populaties voor van deze soort. Bij de inrichting van het terrein (onder andere van McDonald's) dient zorgvuldig te worden gehandeld om te voorkomen dat hazen worden gedood. Er dient voor de start van het werk een controle te zijn op aanwezigheid van hazen. Indien aanwezig dan dienen de hazen verjaagd te worden in zuidelijke richting (dus niet richting snelweg). Het konijn is vastgesteld in het onderzoeksgebied. Het wordt gebruikt als foerageergebied. Er zijn net buiten het gebied op 2 plaatsen holen/burchten aangetroffen.

Bij de inrichting van het terrein wordt het foerageergebied kleiner. Er dient een vrijstelling gevraagd te worden voor het vernietigen van foerageergebied. Het is afhankelijk van de inrichting of er voldoende foerageergebied in de vorm van korte grazige vegetatie aanwezig blijft. Rugstreeppad De Rugstreeppad is waargenomen in het onderzoeksgebied, maar niet op de locatie waar McDonald's wordt gevestigd. Om te voorkomen dat de rugstreeppad zich in het projectgebied gaat vestigen, is op 27 maart 2024 een amfibiescherm geplaatst. Teunisbloempijlstaart Deze soort is niet vastgesteld in het plangebied. Er zijn geen negatieve effecten van de voorgenomen activiteit. Bokkenorchis en Glad biggenkruid De Bokkenorchis en het Glad biggenkruid zijn niet vastgesteld in het plangebied. Er zijn geen negatieve effecten van de voorgenomen activiteit.

50/57

4.14 Duurzaamheid en energie 4.14.1 Toetsingskader In het klimaatverdrag van Parijs (2015) hebben 195 landen ervoor getekend om de mondiale temperatuurstijging tot ruim onder 2 graden Celsius te beperken, en daarbij te streven naar een verdere beperking van de opwarming tot maximaal 1,5 graad Celsius. De Europese Unie heeft namens alle lidstaten harde toezeggingen gedaan om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met ten minste 40 procent te verminderen ten opzichte van 1990. De Nederlandse Rijksoverheid legt de lat echter hoger dan deze toezegging en acht maatregelen noodzakelijk die voorbereiden op een extra reductie van 9 procent. In het verlengde hiervan is in de Wet Voortgang Energietransitie (Wet Vet) onder andere geregeld dat nieuwbouwwoningen niet meer mogen worden aangesloten op een aardgasnetwerk. De voorheen geldende aansluitplicht van woningen is vervangen door een warmterecht, waarmee eindgebruikers aanspraak kunnen maken op een aansluiting op een (verzwaard) elektriciteitsnet of een warmtenet. Als gevolg daarvan worden ook de energieprestatie-eisen voor nieuwbouw aangescherpt. Het kabinet maakt ook afspraken met gemeenten, provincies, waterschappen en netbeheerders om de gebouwde omgeving te verduurzamen. De gemeente Vlissingen heeft uitgesproken dat haar duurzaamheidsambities verder reiken dan waartoe de wettelijke voorschriften de gemeente verplichten.

De gemeente heeft echter geen juridische mogelijkheden om initiatiefnemers te verplichten meer energiebesparende maatregelen te treffen dan wettelijk is voorgeschreven. De gemeente kan initiatiefnemers wel stimuleren om zo duurzaam mogelijke woningen te bouwen. Vanzelfsprekend worden alle plannen bijna energieneutraal uitgevoerd en voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012, maar de ambitie is om meer te doen. De verschillende initiatiefnemers zullen moeten onderzoeken op welke wijze zij hun plannen duurzamer kunnen maken in relatie tot de bouwkosten. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). De BENG-norm heeft de eerder geldende normen van energetische efficiëntie van nieuwbouw (in de vorm van energieprestatiecoëfficiënten) vervangen. 4.14.2 Toetsing en conclusie Op het niveau van ruimtelijke ordening en besluitvorming is de duurzame combinatie tussen water en ruimtelijke ontwikkeling van belang. Met dit thema kan gezien de ligging van de locatie nauwelijks iets worden gedaan. Het realiseren van open water voor berging van schoon hemelwater is niet mogelijk. Daar waar mogelijk zal infiltratie van regenwater worden toegepast. Op bouwplanniveau is meer mogelijk. Deels gelden er wettelijke eisen.

Zo dient de vestiging van McDonald's gasloos te worden gebouwd ('all electric'). In paragraaf 2.2 is al vermeld dat over een groot aantal parkeerplaatsen energieluifels worden geplaatst. Impressies van deze bouwwerken, die mee gaan in de vergunningaanvraag, zijn opgenomen in figuur 4.11.

51/57

Figuur 4.11 Energieluifels op het parkeerterrein Ook zal de nieuwbouw van het restaurant voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). McDonald's maakt gebruikt van 100% groene stroom van Nederlands Windparken. In bijlage 15 zijn informatiebladen opgenomen over hoe McDonalds omgaat met duurzaamheid en energie. Hierna zijn enkele punten daaruit samengebracht. In de restaurants van McDonalds wordt gebruik gemaakt van 'vrije' koeling met buitenlucht en wordt met warmteterugwinning restwarmte uit de afzuiging van de keukens gehaald. Wanneer deze condities niet meer toereikend zijn, wordt dit aangevuld door energiezuinige warmtepompen. Voorts wordt het totale energieverbruik en dat van diverse hoofdgroepen gemonitord en worden zo nodig maatregelen getroffen. In 2025 moet de helft van de bouwmaterialen die in de restaurants worden gebruikt, bestaan uit gerecyclede of circulaire materialen. Voor de bestrating van nieuwe restaurants wordt 'Cradle to Cradle'-betonstraatsteen gebruikt. Er wordt gebruik gemaakt van LED-verlichting, worden watervrije urinoirs geplaatst (besparing van 125.000 L / jaar) en worden low volume friteuses en vaatwassers met warmte-terug-winning toegepast. McDonald's laat per jaar 1 miljoen gebruikte plantaardige frituurolie verwerken tot 100% hernieuwbare biodiesel, waar de vrachtwagens die onze restaurants bevoorraden op rijden.

Daarnaast gaan we door met het plaatsen van steeds meer snellaadpunten bij onze restaurants met een McDrive. McDonald's wil alleen materialen gebruiken die na inzamelen en nascheiden opnieuw kunnen worden gebruikt. In 2025 is 100% van de productverpakkingen van hernieuwbare, gerecyclede of gecertificeerde materialen gemaakt. Momenteel is dat 91%. Daarom kiest McDonald's waar mogelijk voor materiaalsoorten die goed recyclebaar zijn: zo'n 80% van de consumenten verpakkingen bestaat uit papier of karton. Daarnaast zijn verschillende aanpassingen gedaan binnen hun verpakkingen waardoor jaarlijks 125.000 kilo extra plastic wordt bespaard. Tot slot is er per restaurant één medewerker (1FTE) volledig toegewijd aan het schoon houden van de omgeving van het restaurant binnen een straal van 100 meter. Daarnaast gaat McDonald's Nederland proactief met gemeenten aan de slag op het gebied van zwerfafval. Zo worden er zwerfvuilconvenanten gesloten waarbij zogenaamde 'afval-hotspots' in kaart worden gebracht en afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld gedeelde verantwoordelijkheid voor prullenbakken in de omgeving.

52/57

4.15 Ontplofbare oorlogsresten 4.15.1 Toetsingskader Op 3 oktober 2013 heeft de gemeenteraad van Vlissingen het beleid met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten (OO) uit de Tweede Wereldoorlog vastgesteld, inclusief en beleidskaart. Daarin is vastgelegd in welke deelgebieden wel of geen nader onderzoek naar OO uitgevoerd moet worden, voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden. 4.15.2 Toetsing en conclusie Op de OO-beleidskaart wordt het projectgebied aangeduid als verdacht gebied voor de aanwezigheid van conventionele explosieven (CE). Bij alle grondroerende werkzaamheden dieper dan 0,4 m –mv moet in dat gebied onderzoek naar OO te worden uitgevoerd.

Figuur 4.11 Uitsnede OO-beleidskaart en globale ligging projectgebied In het kader van de voorbereiding van bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Souburg' is in opdracht van de gemeente Vlissingen een bureauonderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de bodem. Daaruit blijkt dat het westelijk deel van het plangebied een risicogebied is; hierin ligt ook het projectgebied. In verband met het resultaat van het bureauonderzoek is een aanvullend vooronderzoek en een algemene

53/57

risicoanalyse opgesteld (Expload, Aanvullend vooronderzoek en algemene risicoanalyse Bedrijventerrein Souburg fase 1 en 2 te Vlissingen, 4 november 2020; bijlage 16 bij deze ruimtelijke onderbouwing). In dit onderzoek wordt bevestigd dat het plangebied van bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Souburg' verdacht is op het voorkomen van (brisant)bommen. Het gaat om blindgangers die diep (10 tot 15,5 m-mv) in de bodem kunnen zijn ingedrongen. Trillingen vormen geen aantoonbaar risico.

Figuur 4.12 Uitsnede kaart aanvullend vooronderzoek OO en ligging projectgebied Hoewel naar verwachting worden geen kelders of funderingen dieper dan 0,40 m worden gegraven (zie ook paragraaf 4.8), wordt ook voor de bouw van de vestiging McDonald's geadviseerd om voorafgaand aan bodemroerende werkzaamheden in dit verdacht gebied in dieper dan het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog achtergebleven blindgangers op te sporen en te verwijderen. Hiervoor is voorafgaand aan de bouw onderzoek nodig naar indringingsdiepten. Dit zal moeten gebeuren op basis van dieptesonderingen en in afstemming met een deskundige. Met inachtneming van dit advies is de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten geen belemmering voor het project.

4.16 Kabels en leidingen 4.16.1 Toetsingskader Gemeente Vlissingen merkt de volgende leidingen als planologisch relevant aan: elektriciteit met een hoogspanning van meer dan 50 kV; brandbare gassen met een druk van 20 bar en hoger;

54/57

brandbare vloeistoffen of giftige stoffen met een diameter van 4" en hoger; buisleidingen met een diameter van 400 mm en groter. De gemeente beschermt deze leidingen door een juridisch-planologische regeling in bestemmingsplannen. Deze leidingen liggen echter niet in het plangebied van bestemmingsplan Bedrijventerrein Souburg en wijzigingsplan 'Bedrijventerrein Souburg - herontwikkeling Veerhavenweg, vergroting bouwvlak, archeologie'. 4.16.2 Toetsing en conclusie In het projectgebied liggen geen planologisch relevante leidingen. De beoordeling van het gevolg van de ligging van een gastransportleiding op circa 270 meter vindt plaats in het kader van het aspect externe veiligheid (zie paragraaf 4.7). Kabels en leidingen zijn geen belemmering voor het project.

55/57

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.2.1 Bro noemt de bouwplannen waarvoor de gemeenteraad op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro een exploitatieplan moet vaststellen. Een van de categorieën is de bouw van een of meer [andere] hoofdgebouwen. De bouw van een vestiging van McDonald's valt binnen deze categorie. In afwijking daarvan kan de gemeenteraad (c.q. het burgemeester en wethouders) op grond van artikel 6.12 lid 2a Wro afzien van de vaststelling van een exploitatieplan, als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. Het project (de vestiging van een McDonald's) is onderdeel van de gemeentelijke grondexploitatie van bedrijventerrein Souburg. De kosten vanwege dit project zijn in deze grondexploitatie verrekend. Daarmee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is het project economisch uitvoerbaar.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Nadat eerder voor zowel bestemmingsplan Bedrijventerrein Souburg' als voor wijzigingsplan 'Bedrijventerrein Souburg - herontwikkeling Veerhavenweg, vergroting bouwvlak, archeologie' de uitgebreide voorbereidingsprocedure is gevoerd, is voor dit project (de omgevingsvergunning voor) de afwijking van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12 lid 1, onder a, 3o Wabo met deze procedure voorbereid (zie ook voorwoord). Het was de bedoeling dat de formele procedure op 16 mei 2024 zou starten via een officiële publicatie in het Gemeenteblad zodat iedereen in de gelegenheid is om een zienswijze in te dienen. Gebleken is echter dat de publicatie niet is aangeleverd aan het Gemeenteblad. Dit is hersteld door dit opnieuw te publiceren. Omdat het niet wenselijk is om de procedure tijdens een groot deel van de zomervakantie te laten lopen, is de aanvraag omgevingsvergunning met bijbehorende tekeningen, de ontwerp-omgevingsvergunning en de ruimtelijke onderbouwing met ingang van 22 augustus 2024 gedurende zes weken (dus t/m 2 oktober 2024) ter inzage gelegd. Over het voornemen om de omgevingsvergunning te verlenen zijn door meerdere zienswijzen ingediend.

Onderwerpen die vaak terugkwamen in de zienswijzen waren: de extra verkeersbewegingen en de gevolgen daarvan voor de verkeersafwikkeling; de onderbouwing van de locatiekeuze, ofwel de situering van een fastfoodrestaurant op de voorgenomen locatie en op een bedrijventerrein; de onderbouwing van de behoefte aan een fastfoodrestaurant; de strijdigheid met het horecabeleid; eventuele lichthinder afkomstig van de 35 meter hoge reclamemast; het afval en het zwerfafval; de gezondheidseffecten die verbandhouden met "fastfood"; de gevolgde procedure en de publicatie, die onvolledig zou zijn.

56/57

Het verslag met de samenvatting en gemeentelijke beantwoording is opgenomen in een zienswijzen verslag dat bij het besluit is opgenomen. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. De zienswijzen hebben niet geleid tot aanvullende onderzoeken of afspraken en tot een andere afweging. Binnen het kader van de geldende Wabo wet- en regelgeving was een informatieavond niet verplicht. McDonald's heeft in overleg met de gemeente toch gemeend dat het goed was om dit initiatief te organiseren, uit oogpunt van omgevingsparticipatie. Die informatieavond heeft plaatsgevonden op 29 mei 2024. Ook die bijeenkomst heeft niet geleid tot nieuwe inzichten. 5.2.2 Wettelijk vooroverleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro in samenhang met artikel 6.18 Bor wordt het ontwerp voorafgaand aan de terinzagelegging ervan in concept toegezonden aan 'de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.' In dit project gaat het in elk geval om de provincie Zeeland en Waterschap Scheldestromen.

57/57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15440413/1