4.3.13 D66-LPV - Motie Jaarlijkse culturele seizoensopening voor lokaal talent
Tekst van het document
Motie Jaarlijkse culturele seizoensopening voor lokaal talent Constaterende dat:
Vlissingen beschikt over veel creatief talent, van jonge makers tot gevestigde kunstenaars;
dat veel lokaal talent weinig zichtbaarheid krijgt, ondanks hun artistieke kwaliteit en maatschappelijke betrokkenheid;
dat culturele instellingen in Vlissingen vaak kampen met beperkte middelen om talentontwikkeling en presentatie te combineren;
dat jongeren en jonge makers in de regio behoefte hebben aan meer podia om zich te presenteren en te ontwikkelen;
dat er in Vlissingen nog geen herkenbaar jaarlijks moment is waarop het culturele seizoen gezamenlijk wordt afgetrapt;
dat samenwerking tussen cultuur, horeca en onderwijs leidt tot kruisbestuiving en economische en sociale meerwaarde;
dat festivals en culturele evenementen aantoonbaar bijdragen aan mentale gezondheid, sociale cohesie en identiteit van een stad;
dat laagdrempelige en toegankelijke evenementen helpen om cultuurparticipatie te vergroten, zeker onder groepen die nu ondervertegenwoordigd zijn (zoals jongeren, mensen met een beperking of lagere inkomensgroepen);
dat het culturele ecosysteem van Vlissingen versterkt kan worden door structurele zichtbaarheid en ondersteuning van lokaal talent.
Overwegende dat:
een laagdrempelige, jaarlijks terugkerende culturele seizoensopening bijdraagt aan de zichtbaarheid van lokaal talent en culturele instellingen;
een dergelijk evenement een impuls geeft aan het culturele profiel van Vlissingen en aansluit bij ambities op het gebied van levendigheid, toerisme en vestigingsklimaat;
samenwerking tussen culturele instellingen, horeca, onderwijs, jongerenorganisaties en lokale ondernemers leidt tot meer betrokkenheid en versterking van de culturele sector;
het evenement ook kansen biedt voor jongerenparticipatie, cultuureducatie, en de inclusie van ondervertegenwoordigde groepen;
Verzoekt het college:
vanaf 2026 jaarlijks een culturele seizoensopening te (laten) organiseren met een centrale plek voor lokaal en regionaal talent;
hiervoor een jaarlijks budget van minimaal €25.000 beschikbaar te stellen en te onderzoeken of aanvullende (provinciale of landelijke) cultuurfondsen kunnen worden benut;
En gaat over tot de orde van de dag.
Namens de fracties van D66 en LPV Ocker Ghering John Dooms