CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

4.2 rvs Jaarstukken 2024 bijlage 1 jaarstukken

Raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Jaarrekening 2024 gemeente Vlissingen28.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Nummer

Nummer

Belangrijkste financiële risico's

Invloed

1

2

3

Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging inflatie.

17%

2

-

7

Jeugd: Volume jeugdhulp en bijbehorende kosten nemen niet af.

11%

3

-

5

Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda worden niet behaald.

10%

4

4

2

Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging rente.

8%

5

-

-

Jeugd: risico niet behalen extra taakstelling.

7%

6

-

-

Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda vertraagd.

7%

7

-

-

Werk en inkomen: Effecten Beleidsregie worden niet gerealiseerd.

7%

8

-

-

Werk en inkomen: Taakstelling sociale werkvoorziening (werkleerbedrijf) wordt niet gerealiseerd.

6%

9

1

1

De uitkeringen gemeentefonds vallen lager uit.

5%

10

10

9

Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan geraamd.

3%

Toelichting top 10 risico's 1. Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging inflatie Voor grondexploitaties met een nadelig eindresultaat wordt er een verliesvoorziening getroffen op basis van de geprognosticeerde eindwaarden. Bij elke herziening worden eventuele aanpassingen in de eindwaarden ook in de verliesvoorziening verwerkt. Aanpassingen zijn afhankelijk van een aantal parameters waaronder de inflatie. Een hogere inflatie dan eerder geprognosticeerd leidt tot hogere kostenramingen en daarmee tot een hogere verliesvoorziening. De financiële impact, met een uitgangspunt van 2% stijging van de kosten en -2% opbrengsten, betreft € 6,2 miljoen (bron 1e herziening 2025). 2. Jeugd: Volume jeugdhulp en bijbehorende kosten nemen niet af Het risico is aanwezig dat er sprake is van prijsstijgingen en volume indexeringen binnen de jeugdhulp. Hierdoor neemt het volume jeugdhulp en de bijbehorende kosten toe. Vanaf 1 januari 2026 starten wij met een nieuwe aanbesteding, waarbij de actuele opdracht is het terugdringen van jeugdhulpproducten, een vermindering van de kosten en het volume. Verder zetten wij in Vlissingen in om de bezuinigingen die de hervormingsagenda jeugd vraagt te implementeren door projecten op te zetten die eveneens het doel hebben om het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp (het volume) terug te dringen.

De realisatie 2024 heeft aangetoond dat een kleine mutatie in zowel de duur van de jeugdzorg, de aanvragen jeugdzorg en wijzigingen in prijs (waaronder de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) indexeringen), de kosten laten toenemen. Ten opzichte 73

van onze primitieve begroting 2024 hebben wij € 2,0 miljoen bijgeraamd. Hiervan verwachten wij een eindafrekening over 2024 in 2025 van € 500.000 positief (incidenteel). We houden in de toekomst rekening met het risico van prijs en volume indexeringen in de begroting, echter is de kans aanwezig dat deze inschatting niet correct is. We hebben gerekend met de prognose van het voorspelmodel Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland voor 2025. Vanaf 2026 houden wij rekening met 6,93% volume en 3,94 % prijsindexering om dit risico te mitigeren. Op dit moment speelt de aanbesteding. Onduidelijk is wat de nieuwe kostprijzen zijn. Het is inmiddels wel duidelijk dat de inkoop duurder wordt en de OVA indexering alleen niet afdoende is. Dit risico schatten wij in op € 2,0 miljoen op jaarbasis. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 3. Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda worden niet behaald Het risico is aanwezig dat de ingeschatte resultaten (3,8 miljoen) van de projecten niet worden behaald. De VNG bevestigt dit en heeft becijferd dat circa 35% van de prognose van de rijksbesparingen hervormingsagenda niet haalbaar is. De ingeboekte resultaten op de projecten zijn schattingen (3,4 miljoen onderzoek Andersson Elffers Felix, € 400.000 eigen ambitie wegens meerlasten jeugd ten opzichte van landelijk gemiddelde en € 600.000 eigen ambitie toegang).

Wij achten op basis van het VNG advies gemiddeld circa 40% (€ 1,76 miljoen) hiervan vanaf 2028 onhaalbaar is. Hieraan gerelateerd hoort een positief risico baten gemeentefonds omdat het Rijk (mede) verantwoordelijk is voor de tekorten jeugdzorg. De voorjaarsnota en of gemeentefondscirculaires 2025 geven hierover hopelijk meer duidelijkheid. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 4. Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging rente Voor grondexploitaties met een nadelig eindresultaat wordt er een verliesvoorziening getroffen op basis van de geprognosticeerde eindwaarden. Bij elke herziening worden eventuele aanpassingen in de eindwaarden ook in de verliesvoorziening verwerkt. Aanpassingen zijn afhankelijk van een aantal parameters waaronder de rente. Omdat voor het financieren van de boekwaarde in de grondexploitaties geld geleend moet worden, wordt de rente over deze leningen doorberekend op de grondexploitaties. Met een totale boekwaarde van circa € 169 miljoen heeft een rentestijging een forse negatieve impact op de verliesvoorziening grondexploitaties. Hierbij leidt vooral de hoge boekwaarde van het Scheldekwartier in combinatie met de relatief nog lange looptijd tot een hoge gevoeligheid voor mutaties in de langlopende rente. De financiële impact als de rente voor nieuw af te sluiten geldleningen met 1% stijgt, is € 3,0 miljoen.

5. Jeugd: risico niet behalen extra taakstelling Wij hebben onszelf bovenop de taakstelling hervormingsagenda voor de toegang een extra taakstelling van € 1,25 miljoen structureel vanaf 2028 opgelegd. Nadere invulling hiervan vindt nog plaats. Eerder verwachten wij minder lasten jeugd door inzet van het ondersteuningsteam bij de toegang. Echter de implementatie van het ondersteuningsteam is uitgesteld. Het versterken van het WMO & Jeugd team blijft de inzet en tegelijker tijd onderzoeken wij overige mogelijkheden. We hebben enerzijds de ambitie hervormingsagenda en anderzijds deze additionele besparing. De ambities liggen hoog. In de eerste jaren geeft dit risico's vanwege de benodigde aanlooptijd. Door de recente publicaties moeten we kritisch blijven in de haalbaarheid van het effectueren van dit soort interventies. De financiële impact is bepaald op € 930.000 in 2025, € 700.000 in 2026, € 1,25 miljoen in 2027 en € 1,03 miljoen in 2028. Dit betekent cumulatief een bedrag van € 3,9 miljoen voor de jaren 2025-2028. Ervanuit gaande dat het Rijk het niet haalbare deel (zoals door VNG berekend) compenseert. 6. Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda vertraagd De aanbesteding jeugd voor 2026 en 2027 gaat op basis van de huidige producten. Hierin is de hervormingsagenda nog niet volledig doorvertaald.

De resultaten van de projecten zijn afhankelijk van een interne integrale samenwerking en van de samenwerking die we met onze netwerkpartners moeten bereiken. Dit zal invloed hebben op het tempo wat we zelf kunnen opbrengen en het commitment van anderen. Voor de komende jaren zijn de 74

inschattingen van de projecten berekend. Een vertraging kost ons geld en de besparing schuift op in de tijd. De financiële impact is bepaald op € 800.000 in 2025, € 700.000 in 2026 , € 1,25 miljoen in 2027 en € 1,03 miljoen in 2028. Dit betekent cumulatief een bedrag van € 3,8 miljoen voor de jaren 2025-2028. Uitgaande van doorgaan met huidige productenboek (scenario 4 aanbesteding jeugd) en een vertraagde realisatie hervormingsagenda. 7. Werk en inkomen: Effecten Beleidsregie worden niet gerealiseerd Het inkoopvolume op Werk en Inkomen kan niet omlaag. Aangezien steeds duidelijker wordt dat investeren in bestaanszekerheid maatschappelijke kosten verlaagt. Met name bij WMO & Jeugd. Pijlers onder bestaanszekerheid zijn betaalbaar wonen, voldoende inkomen en financiële rust. Bij Werk en Inkomen is investeren in bestaanszekerheid concreet investeren in re-integratie, schuldhulpverlening en minimaregelingen. Bij investeren in re-integratie worden naast lagere kosten bij WMO & Jeugd ook de uitkeringslasten verlaagd. De vermindering van € 1,25 miljoen aan inkoopvolume wordt dan ook niet behaald. Invulling van de taakstelling door middel van een intensievere inzet op social return on investment wordt momenteel onderzocht. De kans dat dit een lager bedrag oplevert dan de geraamde taakstelling is aanwezig. De financiële impact is € 1,25 miljoen.

Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 8. Werk en inkomen: Taakstelling sociale werkvoorziening (werkleerbedrijf) wordt niet gerealiseerd Jarenlang is er sprake van een exploitatietekort in het werkleerbedrijf. Op basis van het in 2021 door de gemeente(n) geïnitieerd onderzoek is gebleken dat door implementatie van verschillende verbetermaatregelen de komende jaren een ruime rendementsverbetering gerealiseerd moet kunnen worden. In 2022 heeft Orionis Walcheren verbeterplannen opgesteld. Als de verbeterplannen hun effect hebben, is er eind 2027 sprake van een positief resultaat van circa € 2,8 miljoen (Orionis totaal, Vlissingens aandeel hierin is € 1,48 miljoen. Door economische ontwikkelingen is de realisatie van de plannen vertraagd. In de meerjarenbegroting 2025-2028 hebben wij de realisatie zij het met vertraging (oorspronkelijk plan was 2025/2026 realisatie) als gevolg van diverse (externe) oorzaken ruimschoots verwerkt (besparing van € 2,0 miljoen periode 2025-2028). Externe factoren (waaronder marktwerking) blijven van invloed op het resultaat van het Werkleerbedrijf. De financiële impact is gebaseerd op het feit dat de begrote besparingen zoals opgenomen in de begroting 2025-2028 (totaal € 2,0 miljoen) niet worden gerealiseerd. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 9.

De uitkeringen gemeentefonds vallen lager uit Het risico dat de uitkeringen gemeentefonds lager uitvalt is altijd aanwezig. In de begroting 2025 zijn de ontwikkelingen uit de voorjaarsnota van het Rijk met betrekking tot het ravijnjaar verwerkt. Het risico is echter wel aanwezig dat hier veranderingen in kunnen komen (o.a. wijzigingen circulaires en aanpassingen maatstaven). De financiële impact is bepaald op € 2,54 miljoen (1% van de uitkeringen gemeentefonds € 186 miljoen, verminderd met de bijdrage voor centrumtaken en de aanvullende bijdrage artikel 12 € 58,8 miljoen). Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 10. Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan geraamd We maken jaarlijks een inschatting omtrent de verwachte rente. De bijbehorende rentelasten worden opgenomen in de begroting. Het risico is aanwezig dat er nieuwe geldleningen worden aangetrokken, waarbij het rentepercentage hoger is dan geraamd. De financiële impact is bepaald op € 960.000 per jaar (periode 2025-2028). Dit is gebaseerd op het uitgangspunt als de rente met 1% zou stijgen. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect.

75

Weerstandscapaciteit Wat is weerstandscapaciteit? Weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd in financiële zin. Dat betekent als (weerstands)bedrag. De minimale weerstandscapaciteit is het bedrag dat we eventueel nodig hebben ter afdekking van financiële verliezen die kunnen optreden, als risico´s zich feitelijk gaan manifesteren. Het gaat daarbij om verliezen die niet al op een andere manier (bijv. via verzekering of afzonderlijk getroffen financiële voorziening c.q. reservering) financieel zijn ondervangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit: • Vrij besteedbare reserves. • Budget onvoorziene uitgaven. • Onbenutte belastingcapaciteit. • Stille reserves. Het voorgaande kan als volgt schematisch worden weergegeven:

Vrij besteedbare reserve Als vrij besteedbare reserve beschouwen wij de algemene reserve en de reserve grondexploitatie. Bestemmingsreserves zien wij niet als vrij besteedbaar. Bestemmingsreserves worden ingezet voor het realiseren van onze doelstellingen. Periodiek wordt onderzocht of de omvang van de bestemmingsreserves nog juist zijn. Eventueel overbodige bestemmingsreserves vallen vrij ten gunste van de algemene reserve en worden op die manier vrij besteedbaar. Onbenutte belastingcapaciteit Hieronder wordt verstaan de mogelijkheid die de gemeente heeft om belastingen te verhogen. Bij tarieven waar kostendekking een rol speelt, is van onbenutte belastingcapaciteit sprake voor zover nog geen volledige kostendekking is gerealiseerd. Aan de hoogte van de belastingen en de overige tarieven is geen bovengrens gesteld. Aangezien er geen expliciet beleid is en de gemeente Vlissingen in vergelijking met andere Zeeuwse gemeenten gemiddeld hogere belastingen heeft, is in de berekening van de

76

weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met de mogelijkheid van onbenutte belastingcapaciteit. Onvoorziene uitgaven Voor onvoorziene uitgaven is in de begroting jaarlijks een bedrag opgenomen. Voor het jaar 2024 gaat het om € 250.000. Stille reserves Van stille reserves is sprake wanneer de marktwaarde van bepaalde bezittingen van de gemeente hoger is dan op de balans opgenomen boekwaarde. De aanwezigheid van dergelijke stille reserves is het gevolg van het voorschrift dat de boekwaarde van de activa gebaseerd moet zijn op historische kostprijs. Een stille reserve kan tot de weerstandscapaciteit worden gerekend indien: de bezitting die vrij verhandelbaar zijn en de opbrengst bij verkoop uitgaat boven het bedrag dat nodig is om wegvallende inkomsten op te vangen. Voor de bezittingen die vrij verhandelbaar gaan we uit van een PM bedrag omdat hierover geen inschattingen zijn te maken. De werkelijke waarde van de gemeentelijke aandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten en de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij is wellicht hoger dan de nominale waarde (verkrijgingsprijs). Aangezien de aandelen niet vrij verhandelbaar zijn kan deze meerwaarde (stille reserve) niet worden opgenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Omvang weerstandscapaciteit De vrij besteedbare reserves zijn gebaseerd op de omvang van de algemene reserve.

In principe wordt ook de omvang van de reserve grondexploitatie opgenomen echter ultimo het verslagjaar 2024 is deze reeds nihil. Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen: koppeling weerstandscapaciteit en financiële risico's In het voorgaande is zowel de benodigde als de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald. De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de bestaande risico's kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit Voor de gemeente Vlissingen betekent dit een negatieve ratio van - 0,7 (-/- € 22,9 miljoen/ € 31,2 miljoen). Beschikbare weerstandscapaciteit De berekende beschikbare weerstandscapaciteit bij de jaarrekening 2024 bedraagt -€ 22,9 miljoen (- € 34,3 miljoen bij jaarrekening 2023). Benodigde weerstandscapaciteit De inventarisatie van risico’s, welke in deze paragraaf is opgenomen, geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, inclusief een schatting van de kans dat het geïdentificeerde risico zich voordoet. We kunnen hiermee vervolgens de benodigde weerstandscapaciteit bepalen. Daarbij geeft het college een doorlopend inzicht in de grootste risico’s (top 10) voor de gemeente Vlissingen.

Wij hebben op basis van de risico inventarisatie berekend wat de benodigde weerstandscapaciteit is. Het berekende bedrag voor specifieke risico’s bedraagt € 31,2 miljoen (laatste risico inventarisatie jaarrekening 2023 € 18,9 miljoen). Ten opzichte van de risico inventarisatie bij de jaarrekening 2023 is hiermee sprake van een toename van de gekwantificeerde risico’s met € 12,3 miljoen. Oorzaak van deze toename is een toename van de risico’s binnen het sociaal domein. Dit zijn risico’s met een structureel effect voor de begroting. Dit zijn risico’s waarbij de inschatting is dat het langer dan 1 jaar duurt voordat het risico dat zich manifesteert kan worden opgevangen in de begroting. Deze risico’s zullen een opslag krijgen van een factor 2 77

wat voor een gemiddelde tijd van 2 tot 3 jaar staat om de zich manifesterende risico’s met een structureel effect op te vangen. Bijsturing wordt per risico beoordeeld en bepaald (te nemen beheersmaatregelen). Ontwikkeling risicoprofiel De ontwikkeling van het risicoprofiel toont het volgende beeld:

78

Beoordeling Weerstandsvermogen Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van de onderstaande waarderingstabel die in samenspraak tussen het NAR (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld. Waardering

Ratio

Betekenis

A

>2

Uitstekend

B

1,4 - 2

Ruim voldoende

C

1 - 1,4

Voldoende

D

0,8 - 1

Matig

E

0,6 - 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Gegeven de negatieve ratio betekent dit voor de gemeente Vlissingen dat het weerstandsvermogen volgens de waarderingstabel een waardering F heeft, hetgeen dus ruim onvoldoende is. Op basis van de gehanteerde methode van kwantificering van de risico's en hetgeen is opgenomen in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement zou de ratio moeten liggen tussen de 0,8 en de 1,4. De weerstandscapaciteit van -€ 23,1 miljoen is niet toereikend in relatie tot de berekende risico’s van € 32,1 miljoen. De ontwikkeling van de algemene reserve zal bepalend zijn of wij de gesignaleerde risico’s in de toekomst kunnen opvangen. De ratio weerstandsvermogen is met 1,2 afgenomen. Kengetallen Onderstaand is de beoordeling van de diverse kengetallen in relatie tot de begrote financiële positie. Deze kengetallen zijn voorgeschreven door de BBV. Kengetallen

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Jaarrekening 2024

1a. Netto schuldquote

39%

35%

28%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

39%

35%

28%

2. Solvabiliteitsratio

21%

17%

24%

3. Grondexploitatie

9%

0,2%

10%

4. Structurele exploitatieruimte

3%

-1,1%

0%

100%

107%

107%

5. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

1a. Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op deze manier brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dat betekent voor de schuldenlast.

79

2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan, waarin de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. 3. Grondexploitatie De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant beoordeelt ieder jaar of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. 4. Structurele exploitatieruimte De exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we thans het onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. 5.

Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. Deze cijfers worden voortaan ook in de jaarlijkse meicirculaire bekend gemaakt zodat de gemeenten tijdig op de hoogte zijn van de hoogte van de lasten die voor de berekening moeten worden gebruikt. Voor de berekening wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.

80

4.3 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Deze paragraaf gaat over het onderhoud op kapitaalgoederen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV art.12) schrijft voor dat in elk geval de kapitaalgoederen wegen, stedelijk water / riolering, groen en gebouwen aan de orde worden gesteld. Onderhoudskosten op kapitaalgoederen zijn uitgaven om de kwaliteit van gemeentelijk eigendom dat vele jaren meegaat op een tevoren vastgesteld onderhoudsniveau te houden of weer te brengen. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft daar meer inzicht in. Voor de kapitaalgoederen wegen, groen, kades, openbare verlichting, stedelijk water/riool en civiele kunstwerken zijn in het verleden beheerplannen opgesteld. Deze beheerplannen zijn beoordeeld door de artikel 12-inspecteur. In 2024 is het overkoepelend beleidskader Nota Kwaliteit Openbare Ruimte 2.0 door de gemeenteraad besloten. Alle relevante ontwikkelingen in het openbaar gebied worden betrokken bij een integrale afweging en planning. Hiervoor hebben we een collegeopdracht vastgesteld voor het project "Kapitaalgoederen up-to-date". De integrale afweging is niet louter intern, maar geschiedt ook met de nutsbedrijven. Op deze wijze hoeft de straat maar 1 keer open en beperken we de overlast voor de bewoners tot een minimum.

Voor het kapitaalgoed accommodaties loopt het project "Revitalisering gemeentelijk accommodatiebestand". Meerjaren onderhoudsplannen (MJOP) Onderhoud kan onderverdeeld worden in klein onderhoud en groot onderhoud. Klein onderhoud kent maatregelen die noodzakelijk zijn om het object blijvend naar behoren te laten functioneren of haar representativiteit te laten behouden. Groot onderhoud kent lasten na een langere periode van gebruik als gevolg van slijtage. Veelal gepland, ingrijpend van aard en betreft een groot of belangrijk deel van het object, zo geven de richtlijnen aan. In deze plannen wordt het geplande groot onderhoud in de tijd weggezet en berekend welk budget er daarvoor per jaar benodigd is. Het groot onderhoud kent niet ieder jaar hetzelfde uitgavenpatroon. Om die reden is het creëren van een voorziening per kapitaalgoed soms nodig en een uitkomst. Bij een voorziening wordt jaarlijks vanuit de exploitatie een gelijke bijdrage aan de voorziening gedaan, terwijl het uitgavenpatroon ten laste van de voorziening afgestemd is op de geplande groot-onderhoud-taken. Op deze manier zorgen we dat we al het groot onderhoud tijdig uitgevoerd wordt en er ook voldoende budget voor aanwezig is. Inmiddels is het MJOP van accommodaties en kades in de gemeenteraad besloten en zijn verschillende MJOP's in voorbereiding.

Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten (volgens de BBV-categorieën) Civiele kunstwerken

Begroot

Werkelijk

Restant

99

207

-108

Gebouwen

1.586

1.498

88

Groen

2.199

2.069

131

Kades

83

56

27

Openbare verlichting

621

635

-14

Stedelijkwater/ riool

576

584

-8

Wegen

1.838

1.865

-27

Totaal

7.001

6.913

88

81

Civiele kunstwerken De overschrijding is veroorzaakt door de afrekening 2024 van de Provincie inzake het onderhoud van de Sloebrug en de Dokbrug. Deze kosten waren nog niet geraamd. Momenteel werken we aan een meerjarig onderhoudsplan voor Civiele kunstwerken waardoor de toekomstige activiteiten gepland en begroot kunnen worden. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten civiele kunstwerken

Begroot

Civiele kunstwerken

Werkelijk 99

Restant 207

-108

Gebouwen De uitgaven van onderhoud Gebouwen kent een voordeel van € 246.000 in 2024. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het inzetten van 2 medewerkers voor de uitvoering van het klein onderhoud. Voorheen werd dit werk uitbesteed aan aannemers. Daarnaast is er een forse tegenvaller van € 158.000 veroorzaakt door de brandschade van De Parelburcht. Per saldo resulteert dit in een voordeel van € 88.000. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten gebouwen

Begroot

Gebouwen

Werkelijk

1.586

Restant 1.498

88

Groen In de gemeente zijn in 2024 vele wijken/buurten/straten projectmatig heringericht. Op die momenten worden deze straten uit het klein onderhoud gehaald. Hierdoor worden er ook minder onderhoudskosten gemaakt. Dit is de hoofdoorzaak van de onderuitputting. Voor speelvoorzieningen geldt dat we in 2024 gestart zijn met het opzetten van een meerjarig onderhoudsplan. Hierdoor maakt de gemeente de overstap van financieren uit de exploitatie naar investeringen op dit vakgebied. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten groen Groen Speelvoorzieningen Totaal

Begroot

Werkelijk

Restant

2.081

2.026

119

42

54 76

2.199

2.069

131

Kades Voor kades is het klein onderhoud uitgevoerd conform planning. Voor waterpartijen is er ruimte om de waterpartij in het project Walstraat-noord te onderhouden. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten Kades

Begroot

Werkelijk

Restant

Kades

31

28

3

Waterpartijen, vijvers en fonteinen

52

28

24

Totaal

83

56

27

82

Openbare verlichting De kleine overschrijding op openbare verlichting wordt veroorzaakt door onder andere prijsstijgingen. Door het initiëren van het project van de verledding van de openbare verlichting via investeringen is ook hier een omslag gemaakt van exploitatie naar investeringen. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten openbare verlichting

Begroot

Openbare verlichting

Werkelijk

621

Restant 635

-14

Stedelijk water/riolering De kleine overschrijding op onderhoud gemalen als onderdeel van stedelijk water / riolering wordt veroorzaakt door o.a. prijsstijgingen. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten stedelijk water/ riolering

Begroot

Stedelijk water/ riolering

Werkelijk

576

Restant

584

-8

Wegen Doordat het project Bloemenbuurt iets voor loopt op de planning zijn de bijdrages vanuit het structureel onderhoudsbudget ook iets hoger. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten wegen Wegen

Begroot

Werkelijk 1.838

Restant 1.865

-27

83

4.4 Paragraaf financiering Wettelijk kader De Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen. Daarnaast zijn gemeenten verplicht om een treasurystatuut te hebben. Treasurystatuut Het treasurystatuut van de gemeente Vlissingen is vastgesteld in 2020. Kasgeldlimiet Het hulpmiddel om renterisico's op korte financiering te beperken is de kasgeldlimiet. Als referentiekader voor de bepaling van de kasgeldlimiet geldt het begrotingstotaal. Voor 2024 is dit percentage bepaald op 8,5%. Voor 2024 betekent dit een kasgeldlimiet van € 26,5 miljoen. De kasgeldlimiet is in 2024 niet overschreden. Bedragen x € 1.000 Ontwikkeling kasgeldlimiet Kasgeldlimiet van het begrotingstotaal

2024 26.463

Gemiddeld netto vlottende schuld (+) Gemiddeld overschot vlottende middelen (-) per kwartaal 1e kwartaal

696

2e kwartaal

23.089

3e kwartaal

-16.600

4e kwartaal

-19.536

In 2024 zijn er kasgeldleningen afgesloten tegen een rentepercentage tussen de 3,935% en 4,03%. Deze waren allemaal weer afgelost voor 31 december 2024. Renterisico's Met de renterisiconorm wordt een kader gesteld om de opbouw van de leningportefeuille zodanig te spreiden dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. De doelstelling van de renterisiconorm is dat in enig jaar het bedrag voor herfinanciering of renteaanpassing niet hoger mag zijn dan 20% van het primaire begrotingstotaal. Bij de gemeentelijke financieringsplanning wordt aan deze norm voldaan.

84

Bedragen x € 1.000 Ontwikkeling renterisiconorm

2024

Totale (primaire) begrotingstotaal

331,3

Norm (20% van begrotingstotaal) Aflossingen Renteherziening

66,3 -22,3 0,0

Aflossingen en renteherziening

-22,3

Aangetrokken nieuwe leningen

0,0

Ruimte onder de renterisiconorm

66,3

Doorberekende rente Wij hanteren 3 manieren om de rente door te berekenen. Bij het project Scheldekwartier gebeurt dat op basis van de gemiddelde rente tussen de speciaal voor dit project afgesloten leningen en de gemiddelde rente die we betalen. Dit percentage bedroeg in 2024 1,35%. De rente voor het Scheldekwartier is in verhouding hoger dan de rente voor de overige grondexploitatie, omdat de leningen die speciaal voor het Scheldekwartier zijn aangetrokken al wat langer lopen en de rente bij afsluiten hoger stond. In 2024 is de laatste projectlening afgelost. Vanaf 2025 zal de rente van het Scheldekwartier gelijk zijn aan de rente van de andere grondexploitaties. Voor de overige grondexploitaties betalen we een gemiddelde rente over de financiering in verhouding tot de boekwaarde van deze grondexploitaties. Deze rente was in 2024 1,30%. Zowel de rente voor het Scheldekwartier als voor de overige grexen zijn aangepast naar aanleiding van een herrekening van de rentelasten bij de opmaak van de jaarrekening 2024. De werkelijke rentelasten waren veel lager dan begroot door het niet of later doen van investeringen, waardoor het aantrekken van nieuwe leningen in 2024 niet nodig bleek te zijn. De overige rente berekenen wij door aan de overige investeringen. Deze omslagrente voor 2024 bedroeg op basis van de primaire begroting 0,0%. en is bij de herrekening ook 0,0% gebleven.

Op basis van het renteschema is de doorberekende rente over het verslagjaar als volgt: Bedragen x € 1.000 Renteschema De externe rentelasten over de korte en lange financiering

2.635

De externe rentebaten

-391

Totaal door te rekenen externe rente

2.244

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

2.044

De rente van projectfinanciering die aan het taakveld moet worden doorberekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Totaal

200 0 2.244

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

0

Rente over eigen vermogen

0

Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

0

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

0

Renteresultaat op het taakveld treasury

0

85

Schatkistbankieren Vanaf 17 december 2013 is het schatkistbankieren in werking getreden. Deze wet regelt dat de gemeente uitzettingen per kwartaal van kortgeld boven de 2,0 % van het begrotingstotaal alleen mag uitzetten bij de schatkist. De BNG heeft per 1 juli 2021 besloten rente te gaan rekenen boven de € 500.000 positief op de bankrekening. In de praktijk komt het er op neer dat wij weinig geld op onze bankrekening mogen hebben staan. Positieve saldi op de bankrekening moeten we in principe uitlenen aan het Rijk. Het bedrag dat wij op onze bankrekening mogen hebben staan, zonder dit verplicht bij het Rijk te moeten stallen, was € 6.226.680. Dit is het zogenaamde drempelbedrag (nr. 1). Per dag moeten we bijhouden of wij een positief saldo op onze bankrekeningen hadden. Alle positieve bedragen moeten wij per kwartaal optellen en delen door het werkelijk aantal dagen van het betreffende kwartaal. Op die manier rekenen we het kwartaalcijfer op dagbasis (nr. 2 in het schema van de berekening) uit. Wij kwamen in 2024 niet boven het drempelbedrag uit. Daarmee hebben we de regels van het schatkistbankieren niet overtreden. Wij hebben in 2024 wel gebruik gemaakt van deze wet en gelden tijdelijk bij het Rijk gestald. Per 31 december 2024 hadden wij € 16,2 miljoen op deze rekening staan.

De berekening van de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren is als volgt (bedragen x€ 1.000): Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar

2024

(1)

Drempelbedrag

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

6.226,7 kw. 1 kw. 2 kw. 3 kw. 4 36

7

614

6.227 6.190 6.220

5.613

(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar

2024

(4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

311.334

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

311.334

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000

Drempelbedrag

6.226,7

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen kw. 1 kw. 2 kw. 3 kw. 4 (5a)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

(5b)

Dagen in het kwartaal

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

634 3.303 91

55.843

91

92

91

36

7

614

Leningportefeuille De opgenomen geldleningen Het saldo van de opgenomen leningen is in 2024 gedaald van € 104 miljoen naar € 82 miljoen. Er is voor € 0,0 miljoen aan nieuwe leningen afgesloten en voor € 22,3 miljoen afgelost. De gemiddelde rente over de totale opgenomen leningportefeuille was op 1 januari

86

2024 ca. 2,7%. Eind 2024 was deze licht gedaald naar ca. 2,5%. Dit komt doordat de gemiddelde rente van de afgeloste leningen hoger was dan de gemiddelde rente. De uitgegeven geldleningen Het saldo van de uitgegeven geldleningen bedraagt per 31 december 2024 € 3,37 miljoen. De reguliere aflossingen zijn begin 2025 na sluiting van het boekjaar ontvangen. De ontvangen rente op de startersleningen is bijgeboekt. Gegarandeerde geldleningen In 2020 zijn de beleidsregels gemeentegarantie opnieuw vastgesteld. De risicoprofielen gaan van 1, een heel laag risico, naar 6, een hoog risico. Er zijn geen leningen met profiel 6. In 2024 zijn er geen garanties opgevraagd. In 2024 is het totaal van de garanties gestegen. Aan de ene kant is er een toename door een andere wijze van garantieverstrekking en achtervang door de gemeente bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en aan de andere kant is er een afname van de andere onderdelen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de garanties aan havenbedrijf North Sea Port. Tussen de garanten (gemeenten Borsele, Vlissingen en Terneuzen, en de provincie Zeeland) en havenbedrijf North Sea Port bestaat echter al jaren een garantieovereenkomst; de laatste is van 2019. In die garantieovereenkomst is een jaarlijks garantieplafond afgesproken.

In de garantieovereenkomst is bepaald dat North Sea Port nooit meer dan het jaarlijkse garantieplafond aan leningen mag opnemen. Dat jaarlijkse garantieplafond zal voortaan opgenomen worden in dit overzicht. Het opgenomen bedrag voor zowel North Sea Ports als WarmCO2 is het totaal waarvoor de gemeente Vlissingen samen met de gemeente Borsele, gemeente Terneuzen en de Provincie Zeeland garant staat. De Gemeentelijke Hypotheek Garantie is volledig komen te vervallen. De betreffende garantie is voor het laatst verstrekt in 1994 en had een maximale looptijd van 30 jaar. In 2024 zijn daardoor alle nog lopende leningen onder deze garantie afgelost.

Bedragen x € 1.000 Profiel Organisatie 1 Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Aantal leningen

Borgstelling

Oorspronkelijke hoofdsom

Garantiebedrag 3112-2023

Garantiebedrag 3112-2024

3

100%

0

122.973

180.972

Nationaal Restauratie Fonds

4

100%

189

112

106

2 Waarborgfonds voor de Sport

3

50%

375

64

52

3 Gemeentelijke Hypotheek Garantie

0

100%

3.568

1.165

0

4 Stadsgewestelijk Zwembad

1

50%

16.000

8.551

7.974

2

100%

65.000

65.000

65.000

North Sea Port, voorheen Zeeland Seaports

nvt

100%

620.631

360.000

340.000

5 Overige met recht hypotheek

3

100%

517

343

333

6 Diversen

1

100%

41

3

1

706.321

558.211

594.439

WarmCO2, voorheen Zeeland Seaports

Totaal

17

87

Rentevisie In het verleden gaf de BNG elke 2 weken een Economisch Beeld uit. De hierin vermelde rentevisie namen wij altijd over in de jaarrekening. In 2023 is de BNG hiermee gestopt en geeft ook geen rentevisies meer af. In de rentevisie vermelden we altijd de inflatiecijfers en de verwachte rentestijging of daling. Dit keer komen ze uit andere bronnen. Ontwikkeling inflatie De inflatie loopt sterk terug. In 2024 was die ongeveer 3,3 procent. In Nederland wordt voor 2025 ongeveer 3,2 procent inflatie verwacht (Bron www.indeflatie.nl CBS). Ontwikkeling rentepercentages De afgelopen maanden ( december 2024- april 2025) zijn de tarieven voor langlopende leningen aan hevige schommelingen onderhevig geweest. Het laagste tarief voor een lening met een looptijd van 10 jaar was 2,6% en het hoogste tarief 3,3%. Op dit moment is de markt aan het inventariseren wat de gevolgen zijn/kunnen zijn van de ingevoerde importheffingen door de president van Amerika en hoe zij daarop moeten of kunnen reageren. Wat de gevolgen zijn voor de rentepercentages is op dit moment niet in te schatten. Financiering van investeringsuitgaven Algemeen In de behoefte aan geldmiddelen voor de financiering van investeringsuitgaven wordt door de gemeente traditioneel voorzien door het aantrekken van langlopende vaste geldleningen.

Hierdoor wordt geheel voldaan aan de kasgeldlimiet en, wanneer door voldoende spreiding in de looptijd wordt gezorgd, ook aan de renterisiconorm. De volgende criteria worden gehanteerd: 

De financiering moet tegen de laagste kosten geschieden.

Rekening moet worden gehouden met de renterisiconorm.

In 2024 zijn er geen nieuwe leningen aangetrokken. Rapportages In de begroting, de tussentijdse bestuursrapportage (indien daar aanleiding voor is) en de jaarrekening wordt gerapporteerd over de financiering. Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) In de Wet Hof zijn de Europese afspraken inzake het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 vastgelegd. De Wet HOF bepaalt onder andere dat het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen een gelijkwaardige inspanning moeten leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. De tekorten van de provincies, gemeenten en de waterschappen worden door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort. Dit begrotingstekort mag volgens de Europese regels niet meer dan 3% bedragen. Bij overschrijding van deze 3% norm kan er een sanctie volgen vanuit de Europese Commissie. Deze sanctie kan doorberekend worden aan degenen die een bijdragen aan het tekort hebben geleverd. Elke gemeente heeft een individuele EMU-referentiewaarde. Dit EMU-saldo is het saldo van lasten en baten onafhankelijk of het exploitatie- of investeringsuitgaven en -inkomsten betreft.

88

De berekening van het EMU-saldo op basis van de jaarrekening 2024 is als volgt: Bedragen x € 1.000 Categorie

Omschrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

2.1

Belastingen

2.2.1 2.2.2 3.1

Grond

3.2

Duurzame goederen

3.3

Pachten

3.4.1

Sociale uitkeringen in natura

3.4.2

Eigen bijdragen en verhaal sociale uitkeringen in natura

3.5.1

Ingeleend personeel

3.5.2

Uitgeleend personeel

0

171

171

3.6

Huren

0

1.914

1.914

3.7

Leges en andere rechten

0

15.207

15.207

3.8

Overige goederen en diensten

31.830

2.810

-29.020

4.1.1

Sociale uitkeringen in geld

112

0

-112

4.2

Subsidies

473

0

-473

4.3.1

Inkomensoverdrachten - Rijk

720

225.634

224.914

4.3.2

Inkomensoverdrachten - gemeenten

2.383

2.702

319

4.3.3

Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen

99.653

2.353

-97.300

4.3.4

Inkomensoverdrachten - provincies

30

187

157

4.3.5

Inkomensoverdrachten - waterschappen

399

0

-399

4.3.6

Inkomensoverdrachten - overige overheden

4.3.8

Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen

4.4.1

Kapitaaloverdrachten - Rijk

4.4.2

Kapitaaloverdrachten - gemeenten

4.4.4

38.200

0

-38.200

941

0

-941

Belastingen op producenten

0

17.913

17.913

Belastingen op huishoudens

0

7.187

7.187

235

6.315

6.080

35.623

51

-35.572

19

316

297

41.906

0

-41.906

0

1.060

1.060

12.723

0

-12.723

560

393

-167

9.028

697

-8.331

688

1.200

512

0

-95

-95

Kapitaaloverdrachten - provincies

0

99

99

4.4.6

Kapitaaloverdrachten - overige overheden

0

4

4

4.4.7

Kapitaaloverdrachten - Europese Unie

0

183

183

4.4.8

Kapitaaloverdrachten - overige instellingen en personen

5.1

Rente

5.2

Dividenden en winsten

Totaal Emu saldo

742

18

-724

2.635

430

-2.205

0

28.344

28.344

278.900

315.093 36.193

89

4.5 Paragraaf bedrijfsvoering Inleiding In de paragraaf bedrijfsvoering lichten we een aantal onderdelen toe waarmee wij de organisatie verder willen doorontwikkelen. Daarnaast geven wij u hier op een aantal specifieke onderwerpen een goed inzicht. Organisatievisie en Organisatieontwikkeling ‘Vlissingen durft!’ is de missie die de gemeente Vlissingen als organisatie uitdraagt. Om uitvoering te geven aan tal van ambities, uitdagingen én kerntaken van de gemeente, die beschreven staan in de Strategische Visie 2040, zijn een organisatie én medewerkers nodig die zich voortdurend blijven ontwikkelen. Deze organisatieontwikkeling is dan ook een continue proces. Aan de wortels hiervan ligt een Organisatievisie. De visie met het organisatieverhaal is in 2024 beschreven. Dit is de leidraad voor het nemen van beslissingen om de gemeente Vlissingen in de gewenste richting te sturen. Daarnaast helpt de visie om medewerkers te motiveren en te inspireren om richting aan te brengen in het dagdagelijks werk. De visie van de gemeente heeft een drietal eigenschappen, namelijk Nieuwsgierig, Lef en Verbinding. Deze eigenschappen zijn in het tweede deel van 2024 op tal van manieren uitgedragen in de organisatie zodat deze ook daadwerkelijk in het DNA van de medewerker gevlochten wordt. Dit alles draagt bij aan het creëren van een consistente en optimale klantbeleving.

Dienstverlening is hiervoor het fundament. Onder dit fundament liggen een drietal pijlers; een financieel gezonde bedrijfsvoering, aantrekkelijk werkgeverschap en datagedreven management. Van deze zogeheten pijlers zijn in 2024 zogeheten Roadmaps met acties beschreven die in 2025 worden uitgevoerd. Dienstverlening Vanuit de Visie op Dienstverlening 2022-2025 is er het afgelopen jaar gewerkt met het bijbehorende Agenda 2024. De visie met heldere klantbeloften geeft de komende jaren richting aan de invulling van de dienstverlening door onze gemeente en de doorontwikkeling van de organisatie en medewerkers. Week van de Dienstverlening Wij stellen inwoners en ondernemers centraal in de dienstverlening van onze gemeente. Vanuit het Agenda 2024 zijn er verschillende activiteiten opgezet. Zo is er het afgelopen jaar een vervolg gegeven aan de campagne 'Gastvrij Vlissingen', met als hoogtepunt de Week van de Dienstverlening. In deze week namen meer dan 200 medewerkers deel aan workshops en inspiratiesessies. Meldingen Openbare Ruimte Jaarlijks komen er duizenden meldingen binnen rondom openbare ruimte binnen de gemeente. Van zwerfafval, geluidshinder tot kapotte straatlantaarns. In 2024 is er een nieuw systeem 'Binnen Beter' ingevoerd als opvolger van Melddesk. Dit systeem brengt belangrijke verbeteringen met zich mee.

Zo is er een snellere en eenduidige afhandeling van meldingen; Er is betere sturingsinformatie beschikbaar, wat helpt bij het maken van slimme en efficiënte keuzes. En er is een verbeterde dienstverlening met duidelijke communicatie naar de melder. Campagne 'Schrijven van een goede nota of raadsvoorstel' Om de kwaliteit van nota's en raadsvoorstellen te verbeteren, is er het afgelopen jaar een campagne. Zo zijn er tal van schrijftrainingen aangeboden aan medewerkers en teamleiders.

90

Daarnaast is het format voor nota's aangescherpt met een heldere handleiding en zijn er verplichte trainingen voor medewerkers rondom bestuurlijke processen georganiseerd. Personeel Om nieuwe medewerkers aan te trekken en zittende medewerkers te behouden is het afgelopen jaar ingezet op maatregelen die aantrekkelijk werkgeverschap vergroten. Dit wordt doorgezet in 2025. De 6 belangrijkste resultaten in 2024: 1. Er is een nieuw functieboek HR-21 geïmplementeerd waardoor alle bestaande functies zijn beschreven en gewaardeerd. Ook heeft er een onderhoudsronde plaatsgevonden voor de nieuw ontstane functies. 2. Onze arbeidsvoorwaardenregeling is gemoderniseerd door de uitloopschaal als lokaal beloningsinstrument aan te passen en daarmee concurrerend te blijven op de arbeidsmarkt. 3. Ook hebben acties plaatsgevonden ten behoeve van het vergroten van vitaliteit van medewerkers en duurzame inzetbaarheid, zoals het aanbieden van gezondheidschecks, invoeren van een vitaliteitsmaand en verbreding van een pool met coaches waar medewerkers gebruik van kunnen maken. Voor mantelzorgers is eveneens begeleiding beschikbaar. 4. Het leiderschapstraject heeft een vervolg gekregen. Leidinggevenden zijn een belangrijke factor om werkplezier van medewerkers te vergroten. 5.

Om leidinggevenden en medewerkers optimaal te ondersteunen is ingezet op het verder digitaliseren van HR-processen in Youforce (personeelsinformatiesysteem). 6. Om groei en ontwikkeling van medewerkers te stimuleren, een belangrijke secundaire arbeidsvoorwaarde, maken we onder andere gebruik van de Zeeland Academie (VZG) die een overkoepelend opleidingsaanbod heeft voor alle Zeeuwse overheidsorganisaties. Personele capaciteit Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt, die niet alleen in Vlissingen speelt, zijn er meer medewerkers ingestroomd ten opzichte van vorig jaar. Waar vacatures niet kunnen worden ingevuld met vaste medewerkers worden inhuurkrachten ingezet om het werk en de ambities te kunnen waarmaken. Daarnaast zetten we in op intern opleiden van medewerkers op vakgebieden waarvoor schaarste op de arbeidsmarkt geldt. Rechtmatigheid Het college heeft over het boekjaar 2024 weer een rechtmatigheidsverantwoording afgeven in de jaarrekening (zie hoofdstuk 5.12). Over het boekjaar 2023 is de rechtmatigheidsverantwoording voor het eerst afgeven. De accountant heeft de afgegeven rechtmatigheidsverantwoording als getrouw beoordeeld. Met een rechtmatigheidsverantwoording geeft het college aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door de gemeenteraad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze kaders zijn opgenomen in het normenkader. Het normenkader is de set aan regelgeving waaraan in het kader van de rechtmatigheid moet worden voldaan. Daarbij gaat het zowel om Europese regelgeving, wettelijke bepalingen als eigen regelgeving, zoals verordeningen vastgesteld door de raad. In dit kader zijn bij de wettelijke bepalingen alleen de financiële beheershandelingen van belang, zoals bijvoorbeeld Europese aanbestedingsrichtlijnen. Het normenkader 2024 is door de raad vastgesteld.

91

Goedkeuringstoleranties accountant In februari 2022 is het controleprotocol aangepast (door de komst van de rechtmatigheidsverantwoording) en door de raad vastgesteld. Dit controleprotocol is van toepassing gedurende de resterende looptijd van de overeenkomst met de accountant. In het controleprotocol staat welke werkzaamheden de accountant in opdracht van de raad verricht om tot een oordeel te komen over de jaarrekening. Hierin zijn onder andere de goedkeuringstoleranties (grenzen) opgenomen die de accountant dient te hanteren voor de controle. Voor 2024 zijn de volgende toleranties (grenzen) vastgesteld: Strekking controleverklaring accountant: Goedkeuringstolerantie

Goedgekeurd

Beperking

Oordeelonthouding

Afkeurend

Fouten in de jaarrekening (% lasten)

1%

>1%<3%

-

3%

Onzekerheden in de controle (% lasten)

3%

>3%<10%

10%

-

Interne controles De interne controles welke in 2024 zijn uitgevoerd zijn opgenomen in het intern controleplan 2022-2025. De processen inkoop- en aanbesteding, Wmo en jeugd, subsidies, grondexploitaties en personeel zijn onder andere opgenomen in het interne controleplan 2022-2025. Het college heeft het intern controleplan 2022-2025 vastgesteld. De interne controles die betrekking hebben op 2024 zijn tijdig uitgevoerd in de periode april 2024 tot en met maart 2025. De bevindingen, aanbevelingen en bijsturingsmaatregelen uit deze interne controles worden vastgelegd en gemonitord. De inhoud hiervan wordt besproken met de betrokken teams, directie en college. Toelichting rechtmatigheidsverantwoording Inleiding In hoofdstuk 5.12 hebben wij de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. In de financiële verordening 2022 (geldend voor de jaarrekening 2024) heeft de gemeenteraad met het college afgesproken dat in de paragraaf bedrijfsvoering de geconstateerde afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) groter dan € 125.000 (rapporteringsgrens) nader worden toegelicht. Dit heeft betrekking op het begrotingscriterium, voorwaardencriterium en misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium.

Begrotingscriterium Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. Conclusie Onderstaand lichten wij de afwijking(en) toe vanaf € 125.000. Wij maken hierbij onderscheid in fouten en onduidelijkheden. Ook geven wij aan wat wij doen om de fouten en onduidelijkheden in de toekomst te voorkomen.

92

Begrotingsonrechtmatigheid

Fouten

Onduidelijkheden

A. Overschrijding lasten programma’s Programma Leefbaarheid

€

-

€

-

Programma Aantrekkelijke stad

€

-

€

-

Programma Sociale Samenhang

€ 23.184.000

€

-

Programma Bestuur

€

2.713.000

€

-

Programma Overhead

€

918.000

€

-

Programma Algemene dekkingsmiddelen

€

1.086.000

€

-

B. Overschrijding investeringsbudgetten

€

2.338.541

€

-

C. Ongeautoriseerde reservemutaties

€

-

€

-

D. Overige afwijkingen niet tijdig gewijzigd in de begroting/gemeld aan raad

€

-

€

-

A. Overschrijding lasten programma's Programma

Overschrijding

Fout of onduidelijkheid Toelichting en bijsturing

Sociale Samenhang

€ 23.814.000

Fout

De overschrijding wordt veroorzaakt door hogere lasten op het taakveld 6.81a Beschermd Wonen (WMO). In 2024 is de reserve regiobudget Centrumtaken omgezet naar een voorziening regiobudget centrumtaken vanwege de gemaakte partnerschapsafspraken. Deze mutatie verloopt resultaat neutraal. Dit nadeel wordt te niet gedaan door het voordeel bij mutaties reserves. De overschrijdingen passen binnen het vooraf vastgestelde beleid en zijn hierdoor als acceptabel beoordeeld. Bijsturing is niet van toepassing.

Bestuur

€

2.713.000

Fout

De overschrijding wordt veroorzaakt door hoger lasten op alle taakvelden binnen het programma bestuur. Binnen het taakveld 0.1 bestuur is de onkostenvergoeding van raadsleden niet meegenomen in de begroting 2024. Dit is € 86.000 aan extra lasten. Daarnaast is in 2024 een dotatie van € 747.000 benodigd geweest om te kunnen voldoen aan de verplichting tot het uitbetalen van wethouderpensioenen bij pensionering. De dotatie is vooral het gevolg van een daling in rekenrente, 2024 (2,33%) tegen 2023 (3,16%) en een stijging van de pensioenrechten. Deze dotatie is niet begroot, omdat de hoogte van de voorziening altijd afhankelijk is van de rekenrente die de pensioenmaatschappij gebruikt en dit niet van te voren te voorspellen is. Het aantal deelnemers kan door het jaar heen ook fluctueren. Er is binnen het programma ook sprake van een negatief begrotingsresultaat 2024 van € 1.492.000 (taakveld 0.11 resultaat van de rekening). De overschrijdingen passen binnen het vooraf vastgestelde beleid en zijn hierdoor als acceptabel beoordeeld. Bijsturing is niet van toepassing.

Overhead

€

918.000

Fout

De overschrijding wordt veroorzaakt door hoger lasten op het taakveld 0.4 overhead personeel en overige. Dit heeft betrekking op een overschrijding van de zogeheten “ziektepot”, waar een bedrag van € 424.000 in 2024 is begroot. We hadden in 2024 een hoger aantal langdurig zieken waardoor we additioneel hebben moeten inhuren ter vervanging. Daarnaast is in 2024 het totale verlofsaldo gestegen. Dit heeft geresulteerd in een aanvullende dotatie van € 484.000 in de voorziening spaarverlof. De overschrijdingen passen binnen het vooraf

93

vastgestelde beleid en zijn hierdoor als acceptabel beoordeeld. Bijsturing is niet van toepassing. Algemene dekkingsmiddelen €

1.086.000

Fout

De overschrijding wordt veroorzaakt door hogere lasten op het taakveld treasury. Bij de begroting ramen we enkel de te betalen rente. In de werkelijkheid betalen en ontvangen we rente. Conform de BBV worden de werkelijke rentelasten ook toegerekend aan de taakvelden. De overschrijdingen passen binnen het vooraf vastgestelde beleid en zijn hierdoor als acceptabel beoordeeld. Bijsturing is niet van toepassing.

B. Overschrijding investeringsbudgetten Investeringsbudget

Overschrijding

Fout of onduidelijkheid

Toelichting en bijsturing

Riolering Singel 3

€ 431.771

Fout

De overschrijding heeft betrekking op extra noodzakelijke werkzaamheden grondverzet en boringen, welke niet waren geraamd. Daarnaast zijn de kosten voor wegen en groen hoger uitgevallen dan geraamd. De overschrijding past binnen het vooraf vastgestelde beleid (doel krediet) en is hierdoor als acceptabel beoordeeld. Krediet is afgesloten in 2024. Bijsturing is niet van toepassing.

Voorbereidingskrediet herinrichting boulevard Evertsen en Bankert

€ 251.131

Fout

De overschrijding wordt veroorzaakt doordat in de voorbereiding meer benodigde werkzaamheden zijn uitgevoerd, dan van te voren geraamd. De overschrijding van het voorbereidingskrediet wordt gedekt uit het krediet Herinrichting Boulevards Evertsen en Bankert. De overschrijding past binnen het vooraf vastgestelde beleid (doel krediet) en is hierdoor als acceptabel beoordeeld.

Wegenkrediet Bloemenbuurt fase 1a 1b

€ 235.978

Fout

De overschrijding wordt veroorzaakt doordat het project sneller verloopt dan gepland. Werkzaamheden zijn hierdoor eerder uitgevoerd. Het totaalbudget van het project Bloemenbuurt Fase 1a en 1b zal niet worden overschreden. De overschrijding past binnen het vooraf vastgestelde beleid (doel krediet) en is hierdoor als acceptabel beoordeeld. Bijsturing is niet van toepassing.

Riolering Bloemenbuurt 1a 1b

€ 403.629

Fout

De overschrijding wordt veroorzaakt doordat het project sneller verloopt dan gepland. Werkzaamheden zijn hierdoor eerder uitgevoerd. Het totaalbudget van het project Bloemenbuurt Fase 1a en 1b zal niet worden overschreden. De overschrijding past binnen het vooraf vastgestelde beleid (doel krediet) en is hierdoor als acceptabel beoordeeld. Bijsturing is niet van toepassing.

Riolering Vrijburgstraat

€ 216.005

Fout

De overschrijding van het rioolkrediet is ontstaan doordat er correcties zijn geboekt op het krediet terwijl dit verantwoord had moeten worden op het wegenkrediet Vrijburgstraat. Het totaalbudget van het project Vrijburgstraat (riool, wegen en groen) laat geen overschrijding zien. De overschrijding past binnen het vooraf vastgestelde beleid (doel krediet) en is hierdoor als acceptabel beoordeeld. De correcties zullen worden gecorrigeerd.

Erfpacht AddVision Prins Hendrikweg - Lorentzweg

€ 220.000

Fout

In Kenniswerf fase 2 is in 2024 een kavel in erfpacht uitgegeven. Binnen de grondexploitatie wordt de verkoop geboekt en de inkomsten worden jaarlijks binnen de algemene dienst verantwoord op het krediet. Het gaat hierbij dus om direct gerelateerde inkomsten en de boekwaarde gaat naar nihil. Krediet is afgesloten in 2024. Bijsturing is niet van toepassing.

94

C. Ongeautoriseerde reservemutaties Geen sprake van ongeautoriseerde reservemutaties. D. Overige afwijkingen niet tijdig gewijzigd in de begroting/gemeld aan raad Overige afwijkingen betreffen met name de uitbreiding van het begrip begrotingsrechtmatigheid vanaf 2023. Onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten worden als onrechtmatig aangemerkt als deze niet verwerkt zijn in een begrotingswijziging of als deze niet tijdig zijn gemeld aan de gemeenteraad. In 2024 hebben we gesignaleerde afwijkingen in de 2 bestuursrapportages aan de gemeenteraad gemeld en verwerkt via begrotingswijzigingen. De resterende afwijkingen worden via de jaarrekening 2024 gemeld aan de raad en verwerkt via begrotingswijzigingen. Hiermee hebben wij ons inziens voldaan aan de voorwaarden zodat wij geen afwijkingen hebben op dit onderdeel die onrechtmatig zijn. De afspraken over tijdigheid zijn in de nieuwe financiële verordening 2025 (vastgesteld in december 2024 en ingaande per 1 januari 2025) concreter vastgelegd. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen.

De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. Conclusie Onderstaand lichten wij de afwijking(en) toe vanaf € 125.000. Wij maken hierbij onderscheid in fouten en onduidelijkheden. Ook geven wij aan wat wij doen om de fouten en onduidelijkheden in de toekomst te voorkomen. Dossier

Bedrag

Fout of onduidelijkheid

Diensten: stedenbouwkundige werkzaamheden

€ 188.833

Fout

Diensten bij dit dossier betreffen stedenbouwkundige werkzaamheden. Hiervan maken wij al meerdere jaren gebruik. Er is geen sprake van een EU-aanbesteding of een raamovereenkomst. Dit is op basis van de lasten over 4 jaar, wel nodig. De lasten zijn al eerder als onrechtmatig beoordeeld. In 2024 is er een start gemaakt om de diensten bij dit dossier volgens de aanbestedingsregels aan te besteden, maar is dit niet afgerond. In 2025 zal dit wel gebeuren.

Diensten: advisering/begeleiding en ontwerp werkzaamheden

€ 185.865

Fout

In 2021 hebben we een 2-tal opdrachten verstrekt voor de realisatie van een gebouw. Dit is een opdracht voor 1) advisering/begeleiding en 2) ontwerpwerkzaamheden. Beide opdrachten hadden een opdrachtwaarde onder de EU-drempel voor diensten (€ 214.000). De opdracht voor advisering/begeleiding heeft een opdrachtwaarde (€ 213.000), net onder de EU-drempel. De realiteit heeft aangetoond dat er na 2021 sprake is van verschillende aanvullende opdrachten. Hierdoor komen de lasten van beide opdrachten boven de EUdrempel. Deze aanvullende opdrachten hadden bij de initiële (oorspronkelijke) opdrachten moeten zitten. Een EU-aanbesteding was hierdoor passend geweest. Bijsturing is niet meer mogelijk, immers de aanbesteding is al afgerond. De lasten in 2023 zijn al als onrechtmatig beoordeeld. De lasten in 2024 hebben nog betrekking op de 2 opdrachten uit 2021.

Diensten: acceptatie en verwerking van grond

€ 1.080.709

Fout

Diensten hebben betrekking op de acceptatie en verwerking van grond bij een project binnen de gemeente Vlissingen. De opdrachtwaarde komt boven de EU drempel voor diensten. Er heeft geen Europese aanbesteding plaatsgevonden. Bijsturing op dit dossier is niet meer mogelijk.

Diensten: acceptatie en verwerking van grond

€ 310.164

Fout

Diensten hebben betrekking op de acceptatie en verwerking van grond bij een project binnen de gemeente Vlissingen. De opdrachtwaarde komt boven de EU drempel voor diensten. Er heeft geen Europese aanbesteding plaatsgevonden. Bijsturing op dit dossier is niet meer mogelijk.

Toelichting en bijsturing

95

Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Conclusie Bij onze controles voor het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium hebben wij geen onrechtmatigheden geconstateerd die uitkomen boven de verantwoording- en rapportagegrens. Interne communicatie In 2024 hadden we 3 doelen / thema’s voor de interne communicatie: 

We komen samen in actie voor werkplezier.

We maken vooruitgang zichtbaar.

We organiseren informeel contact en zorgen voor een betere interne verbinding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15722436/2