4.2 rvs Aanpassen Nota Dierenwelzijn
Tekst van het document
Registratiekenmerk: 1320242 Onderwerp: Aanpassen Nota Dierenwelzijn naar aanleiding van actuele wetgeving
De raad besluit: 1. De inleiding van de Nota Dierenwelzijn te actualiseren op huidige wetgeving en beleidsuitgangspunten 17 en 18 van de Nota Dierenwelzijn te schrappen. 2. De gewijzigde Nota Dierenwelzijn vast te stellen. Samenvatting Naar aanleiding van de in 2017 ingevoerde Wet Natuurbescherming, een gesprek met enkele van de opstellers van de huidige Nota Dierenwelzijn en het reeds afgeronde strafrechtelijk onderzoek naar het maai-incident bij de Lasloods in juni 2020 wordt de raad voorgesteld de inleiding aan te passen op actuele wetgeving en beleidsuitgangspunten 17 en 18 van de Nota Dierenwelzijn te schrappen. Opdat zowel de in de Wet natuurbescherming opgenomen zorgvuldigheid als de continuïteit van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en bestendig beheer of onderhoud worden gewaarborgd. Het voornoemde onderzoek heeft inmiddels geleid tot een seponering van de zaak tegen de Gemeente Vlissingen. De raad wordt gevraagd te besluiten de inleiding te actualiseren op de huidige wetgeving en beleidsuitgangspunten 17 en 18 van de Nota Dierenwelzijn te schrappen. Inleiding Vlissingen is een van de weinige Nederlandse gemeenten met een eigen Nota Dierenwelzijn.
Momenteel is er in Vlissingen, op basis van de huidige nota Dierenwelzijn, in vergelijking met de landelijke wet- en regelgeving, sprake van een zeer strikt beleid, waardoor onder andere bepaalde onderhoudswerkzaamheden niet kunnen worden uitgevoerd. Dit is niet wenselijk. Daarom wordt aan de raad voorgesteld de huidige nota aan passen aan de Wet Natuurbescherming, door middel van het aanpassen van de inleiding op actuele wetgeving en het te doen vervallen van beleidsuitgangspunten 17 en 18. Door het, voorafgaande aan werkzaamheden aan het openbaar groen, verplicht stellen van een schouw, wordt er getracht te voorkomen dat er soorten in een minder gunstige staat van instandhouding zouden geraken. Hiermee wordt volgens landelijke maatstaven een voldoende inspanning gedaan in het kader van de zorgplicht uit de Wet Natuurbescherming. Op deze manier kunnen ook tijdens het broedseizoen (1 maart tot 1 juli) de werkzaamheden in het kader van bestendig beheer worden verricht. De huidige inleiding en de beleidsuitgangspunten en de daarbij horende toelichtingen in de Nota Dierenwelzijn luiden als volgt: Wettelijk kader De belangrijkste landelijke regelgeving op het gebied van dierenwelzijn wordt gevormd door de Wet dieren, Flora- en faunawet (Ffw), Wet op de dierproeven (Wod) en de Natuurbeschermingswet 1998.
Toelichting: De belangrijkste landelijke regelgeving op het gebied van dierenwelzijn wordt inmiddels gevormd door de Wet dieren, de Wet Natuurbescherming en Wet op de dierproeven (Wod). Beleidsuitgangspunt 17: Wanneer de gemeente plannen ontwikkelt voor ruimtelijke ingrepen of werkzaamheden, is het belangrijk dat vooraf goed wordt beoordeeld of er mogelijke nadelige consequenties voor beschermde inheemse soorten zijn. Auteur: D. Giele Telefoonnummer: 0118-487085 Datum document:
Registratienummer nota: 1320221 Beslissingsbevoegdheid:Gemeenteraad
Toelichting Als de gemeente aan het werk gaat in de openbare ruimte, krijgt ze te maken met de Flora – en faunawet die planten- en diersoorten beschermt. De Flora- en faunawet maakt het mogelijk dat kleine leefgebieden en objecten door de provincie worden aangewezen als beschermde leefomgeving. De aanwijzing maakt het mogelijk bepaalde handelingen te verbieden of strenge voorwaarden te stellen aan de handelingen op die bewuste plaats welke de kwaliteit van de beschermde leefomgeving kunnen aantasten. Wanneer de gemeente plannen ontwikkelt voor ruimtelijke ingrepen of voornemens is werkzaamheden uit te voeren, is het belangrijk dat vooraf goed wordt beoordeeld of er mogelijk nadelige consequenties voor beschermde inheemse soorten zijn. De gemeente is als initiatiefnemer zelf verantwoordelijk. Wetgeving op het gebied van de natuur is leidend voor de gemeente. Beleidsuitgangspunt 18: Als de gemeente een opdracht geeft tot snoeien en/of droogleggen of uitbaggeren van een sloot, verplicht zij de uitvoerder contractueel om preventieve maatregelen te nemen ten aanzien van vissen en andere dieren in de sloot, zoals amfibieën. Toelichting Het beheer en het aanpassen van openbaar groen wordt afgestemd op natuurontwikkeling en op de bescherming van de individuele dieren en hun leefgebieden.
Werkzaamheden die dieren kunnen verstoren, zoals het kappen van bomen of het uitbaggeren van sloten vinden niet plaats in het voorjaar en in het broedseizoen (1 maart – 1 juli). Dit wordt in de vergunningen opgenomen. De in de inleiding van de Nota Dierenwelzijn genoemde Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 zijn op 1 januari 2017 vervangen door de Wet Natuurbescherming. De landelijke Wet natuurbescherming (Wnb) bevat een algemene zorgplichtbepaling – evenals de wettelijke voorgangers – die erop neerkomt dat handelingen die een nadelig effect kunnen hebben op in het wild levende dieren en planten achterwege gelaten moeten worden. De Wnb bevat geen verbod om maaiwerkzaamheden in een specifieke periode, zoals bijvoorbeeld het broedseizoen (richtlijn volgens vastgestelde gedragscodes veelal: 15 maart – 15 juli) uit te voeren, mits men zich voorafgaand aan de (maai)werkzaamheden vergewist van de aan-/afwezigheid van vogels, nesten e.d. Het betreft dus een verplichting om jaarrond rekening te houden met de aanwezigheid van flora en fauna op locaties, maar geeft wel degelijk de mogelijkheid om wel te voldoen aan de onderhoudsplicht en hieraan uitvoering te geven middels bestendig beheer. De huidige Nota Dierenwelzijn heeft tot gevolg dat er momenteel een zeer strikt beleid gevolgd moet worden waardoor niet alle werkzaamheden in het groen kunnen worden uitgevoerd.
Het niet kunnen uitvoeren van de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden heeft grote gevolgen. Wanneer er niet gemaaid kan worden, zal er mogelijk schade ontstaan aan de kapitaalgoederen, zullen de klachten in de openbare ruimte toenemen, de verkeersveiligheid komt in het gedrang en het aanzicht van de stad neemt af. Daarnaast doet dit af aan het principe van bestendig beheer waardoor middels onderhoud in een bepaald interval en volgens een bepaalde wijze soorten zich op desbetreffende locaties zich kunnen vestigen. Op het moment dat hiervan af wordt geweken, kan dit gevolgen hebben voor soorten. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de nadelige gevolgen. Om dit te voorkomen wordt de raad gevraagd te besluiten de huidige Nota Dierenwelzijn aan te passen aan de Wet Natuurbescherming. Daarom wordt het college verzocht aan de raad voor te stellen de huidige nota aan passen aan de Wet Natuurbescherming.
Blad 2 behorend bij 1320221
Wat willen we bereiken? Wij stellen voor Beleidsuitgangspunten 17 en 18 van de dierenwelzijnsnota te schrappen. Een ieder is bij werkzaamheden of andere activiteiten gebonden aan de bepalingen van de Wet Natuurbescherming en de hierin opgenomen zorgplicht. Wat gaan we ervoor doen? Beleidsuitgangspunten 17 en 18 van de Nota Dierenwelzijn te schrappen. Daarnaast de inleiding van de voornoemde nota te wijzigen. De daarop volgende artikelen in de beleidsnota door te nummeren. Wat zijn de kanttekeningen en risico’s? Ondanks de betrachte zorgvuldigheid bij het uitvoeren van een schouw door een deskundig persoon bestaat er een risico dat er iets mis zou kunnen gaan. Wat mag het kosten? Aan het kunnen uitvoeren van een schouw is een deskundigheidsvereiste verbonden, waarbij deskundigheid dient te worden aangetoond door middel van certificering en het bijhouden van een logboek met uitgevoerde schouwen. De medewerkers van de buitendienst dienen voor zover ze daar niet aan voldoen het vereiste functieniveau via certificering van bijvoorbeeld Stadswerk te behalen. Aan deze opleiding kunnen kosten verbonden zijn welke kunnen worden betaald uit het opleidingsbudget. De medewerkers van stadsbeheer zijn op het moment voldoende gecertificeerd maar zullen bij het aflopen van deze certificering opnieuw deze dienen te behalen.
Wat en hoe gaan we communiceren? De inwoner wordt op gebruikelijke wijze geïnformeerd over het genomen besluit middels publicatie in het gemeenteblad.
Blad 3 behorend bij 1320221