CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 rvs SGB Vlissingen-Middelburg - jaarstukken 2023 - programmabegroting 2025 bijlage 3 begroting 2025

Commissie Algemeen en Sociaal 13 juni 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: SGB Vlissingen-Middelburg - jaarstukken 2023, programmabegroting 20254.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2025

STADSGEWESTELIJKE BRANDWEER VLISSINGEN-MIDDELBURG BEGROTING 2025 DATUM: 01-05-2024 VERSIE: 1.0

1

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Programma Huisvesting .......................................................................................................................... 4 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ........................................................................... 8 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................ 10 Paragraaf Financiering .......................................................................................................................... 12 Paragraaf Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 13 Bijlage 1: Vervangingsinvesteringen ..................................................................................................... 14 Bijlage 2: Meerjarenraming.................................................................................................................... 15 Bijlage 3: EMU saldo ............................................................................................................................. 16

2

Inleiding Voor u ligt de programmabegroting 2025 van de Stadsgewestelijke Brandweer, inclusief een structureel sluitende meerjarenraming voor de periode 2026 - 2028. De door de SGB uitgevoerde taken betreffen het onderhoud en beheer van de kazernes (eigendom en huur), het beheer en onderhoud van de brandkranen en de financiering van de FLO-regeling. Aangezien de resterende activiteiten van de SGB slechts het in stand houden van de huisvesting betreft (5 kazernes in eigendom, 1 kazerne huur) bevat deze begroting maar één programma; Huisvesting. Het onderhoud aan de brandkranen en de uitvoering van de FLO-regeling voor de oud SGB-medewerkers (nu in dienst bij de Veiligheidsregio Zeeland) is uitbesteed maar loopt qua financiële stroom wel via de begroting van de SGB. De hieraan gerelateerde kosten maken onderdeel uit van het programma Huisvesting. Naast het programma huisvesting bevat deze begroting de voor de SGB relevante paragrafen. Het betreft de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, de paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen, de paragraaf Financiering en de paragraaf Bedrijfsvoering. Bijlage 1 bevat een overzicht van de vervangingsinvesteringen in het begrotingsjaar (indien aan de orde), bijlage 2 bevat een gecomprimeerd beeld van het meerjarig financieel perspectief en bijlage 3 bevat een overzicht van het verloop van het EMU-saldo.

De referentiewaarden zoals in de kolom “jaarrekening 2023” opgenomen betreffen cijfers uit de concept-jaarrekening SGB 2023. Hierbij dient vermeld te worden dat deze cijfers reeds zijn gecontroleerd door de accountant maar dat de jaarrekening nog wel vastgesteld moet worden door het bestuur van de SGB. De gemeentelijke bijdrage wordt voor 2025 geraamd op € 902.000 in totaliteit (€ 451.000 per gemeente). Ten opzichte van de begroting 2024 betekent dit een stijging van 3.9%, conform de VZGrichtlijn 2025. Wij stellen u voor te besluiten: - De (concept) programmabegroting 2025 conform vast te stellen; Middelburg, Namens het bestuur,

………………………………………………...., voorzitter.

3

Programma Huisvesting Inleiding Het programma Huisvesting geeft een overzicht van de kazernes die in bezit zijn van cq gehuurd worden door de SGB. Daarnaast wordt in dit programma beschreven hoe de regie op het onderhoud wordt uitgevoerd. Verder bestaat dit programma uit de baten en lasten van dit programma. Aangezien de activiteiten van de SGB slechts het in stand houden van de huisvesting betreft en het onderhoud aan de brandkranen en de uitvoering van de FLO-regeling is uitbesteed, bevat dit programma het geheel van baten en lasten van de SGB. Per 1 januari 2014 is het materiaal en materieel van de SGB naar de Veiligheidsregio overgegaan. De SGB is verantwoordelijk voor het in stand houden van de kazernes en de brandkranen. De Veiligheidsregio is verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud. Deze afspraken zijn vastgelegd in een Dienstverleningsovereenkomst. De in beheer van de SGB zijnde kazernes betreffen: - Post Stromenweg: Middelburg (volledig eigendom) - Post Olympiaweg: Vlissingen (volledig eigendom) - Post Torenweg: Middelburg (volledig eigendom) - Post President Rooseveltlaan: Middelburg (volledig eigendom) - Post Arnestraat: Arnemuiden (volledig eigendom) - Post Marie Curieweg: Oost-Souburg (huur) De Gemeente Vlissingen is vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de regie op het (groot) onderhoud van de kazernes en de brandkranen.

Deze werkzaamheden zijn belegd bij het cluster accommodatiebeheer. Voor het onderhoud van de brandkranen is een onderhoudscontract afgesloten met een externe partij. Deze partij voert het onderhoud aan de brandkranen voor alle Zeeuwse gemeenten uit. De kosten worden verantwoord binnen dit programma. Met de overgang van het brandweerpersoneel vanuit de SGB naar de Veiligheidsregio ten tijde van de regionalisering van de brandweer is ook de uitvoering van de FLO-regeling overgedragen aan de Veiligheidsregio. Wel is afgesproken dat de kosten van de FLO-regeling voor rekening en risico blijven van de SGB. Jaarlijks worden de kosten vanuit de Veiligheidsregio afgerekend met de SGB. De kosten mbt de FLO-regeling worden verantwoord binnen dit programma. Het jaarlijkse structurele onderhoudsbudget voor regulier onderhoud bedraagt € 100.000. Begin 2020 heeft actualisatie plaatsgevonden van het meerjarig onderhoudsplan (MOP), hetgeen de basis is voor de planning van de onderhoudswerkzaamheden en de hieraan gerelateerde onderhoudskosten voor de periode 2020-2029. Iedere 5 jaar wordt het MOP geactualiseerd, hetgeen betekent dat in 2025 de herijking van het huidige MOP dient te worden uitgevoerd. De kosten voor het onderhoud worden via het regulier beschikbare exploitatiebudget in de begroting gedekt.

De voorziening groot onderhoud die de SGB tot 2020 heeft gekend is hiermee komen te vervallen. De Veiligheidsregio Zeeland, de gebruiker van de panden, draagt zorg voor het dagelijks (klein) onderhoud van de kazernes. Hieruit kan worden afgeleid dat voor wat betreft het onderhoud een splitsing is aangebracht in een gebruikers- en eigenarendeel. In de afgelopen jaren is onderzocht of overdracht van de brandweerposten vanuit de gemeenten naar de Veiligheidsregio wenselijk is. Met name de grote verschillen in de staat van onderhoud en het ontbreken van de benodigde mankracht bij de VRZ om het accommodatiebeheer uit te kunnen voeren, heeft het Algemeen Bestuur van de VRZ per 1 maart 2018 doen besluiten het eigendom van de kazernes bij de gemeenten te laten rusten. De huidige situatie, waarbij de kazernes van de gemeente Vlissingen en Middelburg zijn ondergebracht in de GR SGB, blijft dan ook ongewijzigd.

4

Wat mag het kosten Hieronder treft u de begroting 2025 aan van het programma Huisvesting. Het betreft zowel de begrote baten als lasten zoals verwacht voor het begrotingsjaar 2025. Als referentiewaarden worden de cijfers vanuit de jaarrekening 2023 getoond en daarnaast de begrote bedragen voor het jaar 2024. BEGROTING VAN BATEN EN LASTEN O M S C H R IJ V I N G

BEGROTING

BEGROTING

REKENING

2025

2024

2023

x € 1.000

x € 1.000

x € 1.000

BATEN GR bijdrage gemeenten Middelburg regulier

451

434

402

Vlissingen regulier

451

434

402

902

868

804

Rentebaten

20

0

38

Rentebaten FLO

89

83

84

109

83

122

Huuropbrengsten

0

45

45

Onderhoudsbijdrage VRZ

83

78

80

83

123

125

1.094

1.074

1.051

Kapitaalgoederen

Goederen en diensten derden

TOTAAL BATEN

5

O M S C H R IJ V I N G

BEGROTING

BEGROTING

REKENING

2025

2024

2023

x € 1.000

x € 1.000

x € 1.000

LASTEN Kapitaallasten Afschrijvingen

165

161

155

Rente langlopende schuld

335

348

360

Boekverlies activa

0

0

0

Rentetoerekening FLO voorziening

89

83

84

589

592

599

37

34

34

Belastingen/verzekering

40

39

31

Onderhoud

100

90

83

177

163

148

0

0

0

Goederen en diensten derden Huisvesting Huren

Overige kosten Automatisering Bankkosten

0

0

-5

Brandkranen

118

110

97

Accountant

10

9

8

128

119

100

150

150

140

150

150

140

Dotatie onderhoudsfonds

0

0

0

Onvoorzien

50

50

0

50

50

0

1.094

1.074

987

Totaal Saldo Baten en Lasten

0

0

64

Mutatie reserves

0

0

0

TOTAAL RESULTAAT

0

0

64

Onvoorzien/reservering FLO F.L.O. dotatie Overig

TOTAAL LASTEN

6

Hieronder treft u de ontwikkeling van de balansposities voor de periode 2025 tot en met 2028 aan.

Activa

Balans per 31 december ( bedragen x € 1.000)

omschrijving

2028

2027

2026

2025 omschrijving

2027

2026

2025

Algemene reserve

203

203

203

203

6153 reserve groot onderhoud

0

0

0

0

0

0

0

0

203

203

203

203

1.814 Voorzieningen

1.727

1.789

1.804

1.814

Vaste schulden

5.539

5.792

6.033

6.262

Totaal vaste passiva

7.266

7.581

7.837

8.076

750

750

750

750

750

750

750

750

8.219

8.534

8.790

9.029

Vaste activa Materiele vaste activa met economisch nut

Passiva 2028

Eigen vermogen

5636

5818

5992

Resultaat Totaal eigen vermogen Vaste passiva Financiele vaste activa

Totaal vaste activa

1.727

7.363

1.789

7.607

1.804

7.796

Vlottende activa

7.967

Uitzettingen met een vaste rente, korter dan een jaar

0

0

0

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met vaste rente, korter dan 0 een jaar

Overige overlopende activa

0

0

0

0

856

927

994

1062

856

927

994

1.062

8.219

8.534

8.790

Liquide middelen

Totaal vlottende activa

Totale activa

Totaal vlottende passiva

9.029 Totale passiva

7

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Voor de SGB bestaan die middelen uit de algemene reserve en de post onvoorzien. Op basis van de concept-jaarrekening 2023 komt de algemene reserve van SGB per 31 december 2023 uit op € 139.000. Voorgesteld wordt het positieve rekeningresultaat 2023 toe te voegen aan de algemene reserve waardoor, na besluitvorming over van de jaarrekening 2023 in het Algemeen Bestuur, de algemene reserve € 203.000 bevat. De beschikbare post onvoorzien in de begroting 2025 bedraagt € 50.000. De beschikbare weerstandscapaciteit komt hiermee uit op € 253.000. De (financiële) omvang van de SGB is na de regionalisering van de brandweer sterk gereduceerd. In lijn hiermee is ook het risicoprofiel van de SGB neerwaarts bijgesteld. Aangezien een groot deel van zowel de inkomsten als uitgaven een redelijk vast karakter heeft en goed te voorspellen is, is het aanhouden van een grote risicobuffer (zijnde de algemene reserve en post onvoorzien) minder noodzakelijk dan voorheen. Voor het bepalen van de maximale omvang van de reserves wordt de VZG-richtlijn gehanteerd.

Voor begrotingsjaar 2025 schrijft deze richtlijn voor dat de totale omvang van de reserves 5% van de totale baten mag bedragen. Voor de SGB betreft dit ongeveer € 55.000. Echter, de verplichting vanuit de FLO-regeling die aan een aantal oud-medewerkers is toegekend (nu in dienst van de Veiligheidsregio) en vanuit de SGB gefinancierd wordt, laat jaarlijks een wisselend financieel beeld zien. Wijzigingen in gehanteerde variabelen (bijvoorbeeld cao-stijging) en wijzigingen ten aanzien van de regelgeving zelf, kunnen jaarlijks tot bijstelling van de beschikbare FLOvoorziening leiden. Aangezien de stand van de FLO-voorziening per 31 december 2023 met ruim € 1.8 mln de omvang van de totale baten in de begroting 2025 ruim overstijgt, kan de financiële impact van mutaties een forse impact hebben op de financiële positie van de SGB. Vanuit die optiek wordt voorgesteld om naast de 5%-norm (€ 55.000) te streven naar een additionele buffer binnen de algemene reserve van € 150.000. Wetende dat de totale omvang van de algemene reserve na resultaatbestemming 2023 € 203.000 bedraagt, ligt de algemene reserve rond het gewenste niveau. Samen met samen met de beschikbare post onvoorzien in 2025 (€ 50.000) beschikt de SGB per saldo dan over € 253.000 aan weerstandscapaciteit om onvoorziene tegenvallers op te vangen.

Risico’s FLO-voorziening: De benodigde hoogte van de voorziening voor het opgebouwde recht van de werknemers is gebaseerd op voorgeschreven wet- en regelgeving zoals vastgelegd in het FLO-overgangsrecht. Een reparatie van de betreffende regeling werd noodzakelijk door een stijging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar en fiscale beperkingen van de regeling. Op 29 oktober 2016 werd een principeakkoord op hoofdlijnen gesloten, die in de maanden die volgden werd uitgewerkt door een technische voorbereidingscommissie. Na maanden van intensief overleg tekenden de vakbonden en de Brandweerkamer op 25 maart 2017 het Principeakkoord reparatie FLO-overgangsrecht 2017. Het VNG-bestuur heeft vervolgens op 6 juli het principeakkoord reparatie FLO-overgangsrecht bekrachtigd. Nadat partijen met het akkoord ingestemd hadden, is begonnen met de uitwerking van het akkoord. Het principeakkoord is ingegaan op 1 januari 2018. De 'Reparatie FLO-overgangsrecht' is van toepassing op de voormalige medewerkers van de SGB die het FLO-overgangsrecht in 2005 hebben toegekend gekregen.

In het principeakkoord is onder meer overeengekomen dat: •Er inkomenszekerheid is voor medewerkers die gebruikmaken van het FLO-overgangsrecht •De nieuwe afspraken leiden tot een financieel verantwoorde regeling van het FLO-overgangsrecht •De afspraken maatschappelijk verantwoord en uitlegbaar zijn, omdat door de meeste medewerkers net als andere Nederlanders twee jaar langer wordt doorgewerkt, gegeven het verhogen van de AOWleeftijd naar 67 jaar •De bedrijfsvoering vereenvoudigd wordt Ieder jaar wordt de hoogte van de FLO-voorziening opnieuw berekend op basis van de geldende FLOafspraken. Het risico blijft bestaan dat door aanpassing van variabelen (cao, levensverwachting, etc) 8

en regelgeving sprake kan zijn van incidentele tegenvallers op het FLO-dossier. Met een structureel geraamde dotatie aan de voorziening FLO van € 150.000 en een gefaseerde uitstroom van FLOgerechtigden in de komende jaren, wordt het risico laag ingeschat dat op dit dossier forse tekorten ontstaan. Vervallen teruggaaf BTW: Per 1 januari 2014 zijn alle brandweertaken landelijk van de gemeenten verschoven naar de veiligheidsregio’s. Hierbij is ook het recht op het terug vragen van de BTW komen te vervallen. Voor toekomstige investeringen in de gebouwen is het op dit moment nog niet duidelijk of de kostenverhogende factor van de BTW past binnen de reguliere exploitatie. Dit speelt echter pas op de lange termijn (2044) aangezien de “oudste” gebouwen dateren vanuit 2004 (levensduur 40 jaar). Brandkranen Op Zeeuws niveau speelt al langere tijd de discussie vwb bluswatervoorzieningen. Een aantal trajecten is in gang gezet. Deze gaan enerzijds over het (Zeeuwse) beleid mbt bluswater en bereikbaarheid en anderzijds een nieuwe bluswaterregeling tussen de Zeeuwse gemeenten en het waterbedrijf Evides. Deze laatste gaat over het (ver)plaatsen en verwijderen van brandkranen, het leveren van bluswater en het beheren, onderhouden en controleren van brandkranen. De mate waarin aanpassingen moeten worden gedaan bepaalt de hoogte van de investeringskosten.

Mogelijk leiden aanpassingen aan de bluswaterinfrastructuur tot extra onderhoudskosten bij de SGB. De omvang van dit risico is te overzien gezien de relatief beperkte omvang van de onderhoudskosten aan de brandkranen. De SGB is niet verantwoordelijk voor de verplaatsing en/of aanleg van de brandkranen zelf, dit risico ligt bij de gemeenten. Spreidingsplan kazernes Heroverweging door de Veiligheidsregio van de positionering van brandweerkazernes binnen de provincie cq gemeenten kan leiden tot (des)investeringen in huisvesting. Binnen de VRZ loopt nu het project “Brandweerzorg 2030” waarin onderzoek wordt gedaan naar de toekomstige invulling van de brandweerzorg in Zeeland. Belangrijke pijlers in dit onderzoek zijn nieuwe opkomstnormen op grond van de pilot “gebiedsgerichte opkomsttijden” en een nieuw dekkingsplan. Het risico bestaat dat her-allocatie van kazernes leidt tot hogere huisvestingslasten die op dit moment niet voorzien zijn in de begroting. Besluitvorming over her-allocatie van huisvesting, indien het zover komt, zal te allen tijde een gedegen en uitvoerend voortraject kennen. Dit biest de ruimte om hier binnen de begroting van de SGB vroegtijdig op te anticiperen waardoor de kans op incidentele tegenvallers laag wordt ingeschat.

Rekening houdend met de aard en kans van daadwerkelijk optreden van bovenstaande risico’s is het verantwoord om in 2025 te werken met een beschikbare weerstandscapaciteit van € 253.000.

Kengetallen Op basis de regeling van de Minister van BZK, die in 2015 is gepubliceerd, dienen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een aantal financiële kengetallen opgenomen te worden. De onderstaande kengetallen maakt het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie. De onderhavige regeling regelt expliciet de wijze waarop de kengetallen moeten worden berekend. Begroting SGB 2025

Begroting

Kengetallen:

2025

2026

2027

2028

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

378%

365%

350%

340%

378%

365%

350%

340%

Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

2%

2%

2%

2%

0%

0%

0%

0%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

9

Netto schuldquote/netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen : De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de Gemeenschappelijke Regeling ten opzichte van de eigen middelen (structurele baten). De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Aangezien de SGB geen leningen heeft uitstaan, is het percentage “netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen” gelijk aan de “netto schuldquote”. De berekende schuldquote ligt op een relatief hoog niveau maar dit ligt aan de aard van de activiteiten van de SGB en de wijze waarop deze activiteiten zijn gefinancierd. De activiteiten bestaan hoofdzakelijk uit het beschikbaar stellen- en onderhouden van panden (kazernes). De 5 kazernes in eigendom zijn volledig gefinancierd met vreemd vermogen (langlopende leningen via de BNG). De schuldenlast is hierdoor relatief hoog. De hieraan gerelateerde kapitaallasten vormen het overgrote deel van de exploitatielasten. Deze lasten worden echter gedekt door structurele bijdragen vanuit de deelnemende gemeenten, waardoor de hoge schuldquote geen risico vormt voor de GR. Vanaf 2025 is een geleidelijke afname van de schuldquote zichtbaar. Dit wordt veroorzaakt doordat aflossingen op de uitstaande leningen plaatsvindt maar daar tegenover blijven de inkomsten stabiel.

Solvabiliteitsratio: De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de Gemeenschappelijke Regeling is gefinancierd met eigen vermogen. Zoals bij de netto-schuldquote aangegeven zijn de panden (kazernes) volledig gefinancierd met lang lopende leningen (vreemd vermogen lang). De mogelijkheden tot het opbouwen van reserves (eigen vermogen) binnen de GR zijn als gevolg van de VZG-richtlijn beperkt (5%-norm). Dit resulteert in een zeer laag solvabiliteitsratio. Voor de GR levert dit echter geen probleem op omdat de risico’s vanwege de aard van de activiteiten beperkt zijn (grote mate van voorspelbaarheid exploitatie) en de gemeenten als “achtervang” fungeren indien reserves ontoereikend zijn om onvoorziene tegenvallers op te vangen. Structurele exploitatieruimte: Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de GR heeft om eventuele tegenvallers binnen de exploitatie op te kunnen vangen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Alle baten en lasten binnen de SGB begroting 2025 zijn structureel van aard. Wel is een post onvoorzien beschikbaar van € 50.000 (oplopend tot € 70.000 in 2028).

Deze post wordt in de basis gezien als een “structurele last” maar is in principe jaarlijks beschikbaar om onvoorziene tegenvallers op te vangen. Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitaties geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Aangezien de SGB geen activiteiten verricht op het gebied van grondexploitaties is dit niet van toepassing. Belastingcapaciteit: De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Dit is voor de SGB niet van toepassing.

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Zoals onder het programma Huisvesting is aangegeven is de Gemeente Vlissingen vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de regie op het onderhoud van de kazernes en de brandkranen. Deze werkzaamheden zijn belegd bij het cluster accommodatiebeheer. Huisvesting Tot medio 2015 lag de centrale sturing op het onderhoud van de kazernes bij een extern bureau. Dit externe bureau voerde op reguliere basis inspectiewerkzaamheden uit en zette de uit te voeren onderhoudswerkzaamheden uit bij diverse partijen. Met de regionalisering van de brandweer is de regie op het onderhoud in 2015 bij het cluster accommodatiebeheer in Vlissingen ondergebracht. 10

In de afgelopen jaren is onderzocht of overdracht van de brandweerposten vanuit de gemeenten naar de Veiligheidsregio wenselijk is. Met name de grote verschillen in de staat van onderhoud en het ontbreken van de benodigde mankracht bij de VRZ om het benodigde accommodatiebeheer uit te kunnen voeren, heeft het Algemeen Bestuur van de VRZ per 1 maart 2018 doen besluiten het eigendom van de kazernes bij de gemeenten te laten rusten. Brandkranen Voor het onderhoud van de brandkranen is een onderhoudscontract afgesloten met een externe partij. Deze partij voert het onderhoud aan de brandkranen voor alle Zeeuwse gemeenten uit.

11

Paragraaf Financiering Algemeen De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) kent als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van de transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van de renterisico's. Het beheersen van de risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, het afsluiten van geldleningen en het uitzetten van gelden. In deze paragraaf worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkeling wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe of afname van geldleningen of gelduitzettingen. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de wet FIDO een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop overheidsinstanties haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Het doel hiervan is om renterisico's op korte financiering te beperken. Deze norm is vastgelegd in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden en bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van stortingen in de reserves. Voor 2025 bedraagt de kasgeldlimiet voor de SGB ongeveer € 0.1 mln.

Aangezien de SGB over een ruime liquiditeitspositie beschikt en daarnaast de structurele exploitatielasten gedurende het jaar kan dekken vanuit de structurele baten, is van financiering met kort geld geen sprake. Renterisico De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering van leningen te beheersen. De renterisiconorm is vastgelegd in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden en houdt in dat in enig jaar niet meer dan 20% van het begrotingstotaal voor herfinanciering of renteherziening in aanmerking mag komen. Voor de SGB betekent dit een renterisiconorm van € 0.2 mln. Aangezien binnen de periode van de meerjarenraming geen leningen voor herfinanciering in aanmerking komen, lopen we op dit vlak geen risico en wordt de renterisiconorm in deze periode derhalve niet overschreden. Schatkistbankieren Het wetsvoorstel verplicht schatkistbankieren is op 15 december 2013 van kracht geworden. Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook de SGB, om hun banktegoeden aan te houden bij het Ministerie van Financiën (schatkist), met uitzondering van een drempelbedrag. Het drempelbedrag is in 2022 opgehoogd van € 150.000 naar € 250.000 Het is niet meer toegestaan om beleggingen en deposito's zelfstandig aan te gaan. In het eerste kwartaal van 2017 is het proces tot aanmelding voor Schatkistbankieren geeffectueerd.

Vanaf dat moment wordt volledig voldaan aan de regelgeving omtrent het schatkistbankieren. Koers- en valutarisicobeheer Alle transacties bij de SGB vinden in euro’s plaats. De SGB loopt dan ook geen koers- en valutarisico’s. FLO Er is een voorziening FLO gevormd die per ultimo 2023 € 1,8 mln bevat. In de berekening van de contante waarde van de voorziening is rekening gehouden met een vast rentepercentage (5%). Met de deelnemende gemeenten in de SGB is afgesproken dat financiële risico’s worden vermeden en dat de geldmiddelen in hun beheer blijven. Voor de vordering van SGB is een rekening-courantverhouding in het leven geroepen met beide GR-deelnemers waarbij is afgesproken dat over de uitstaande middelen een rente wordt vergoed die overeenkomt met de rekenrente van de voorziening.

12

Paragraaf Bedrijfsvoering Met de regionalisering van de brandweeractiviteiten is het voormalig SGB-personeel per 1 januari 2014 in dienst getreden bij de VRZ. De SGB kent derhalve geen eigen personeel c.q. bedrijfsvoeringsactiviteiten. Er is echter wel voor gekozen om de SGB in de vorm van een Gemeenschappelijke Regeling voort te laten bestaan. Hierdoor blijven diverse taken noodzakelijk. In de bestuursvergadering van 8 december 2014 is besloten deze taken onder te brengen bij de deelnemende gemeenten. De taakverdeling ziet er als volgt uit: Werkzaamheden  Onderhoud - Regievoering - Controle onderhoudsfacturen - Inventarisatie onderhoudscontracten - Opstellen onderhoudsplan (afhankelijk van uitkomst cie. Huisvesting VRZ)  Archiefwerkzaamheden  Bestuursondersteuning - Advisering - Voorbereiding bestuursvergaderingen  Administratieve taken - Financiële administratie (boekhouding) - Treasurybeheer - Opstellen begroting/begrotingswijzigingen - Opstellen jaarrekening

Uitvoerende Gemeente Gemeente Vlissingen

Gemeente Vlissingen Gemeente Middelburg Gemeente Middelburg

Daarnaast vindt frequent overleg plaats tussen medewerkers van de deelnemende gemeenten ter afstemming van diverse onderwerpen (juridisch, onderhoud, financieel). Bovenstaande indeling is met name bedoeld om het primaatschap duidelijk te benoemen en vast te leggen.

13

Bijlage 1: Vervangingsinvesteringen Hieronder treft u een overzicht aan van de vervangingsinvesteringen die voor het begrotingsjaar gepland staan: Omschrijving

Investeringsbedrag incl BTW

Afschrijvingstermijnen

Afschrijvingslast

Vervanging gepland in 2025

Geen

De nu nog bij de SGB geactiveerde activa, niet zijnde gebouwen, die in bruikleen aan de VRZ zijn gegeven lopen in de komende jaren gefaseerd uit de begroting. Vervangingsinvesteringen in deze categorie komen op moment van vervanging voor rekening van de VRZ.

Toelichting investeringsraming 2025 Er staan voor 2025 geen investeringen gepland.

14

Bijlage 2: Meerjarenraming Hieronder treft u de financiële meerjarenraming voor de SGB aan voor de periode 2025 t/m 2028. Deze meerjarenraming kenmerkt zich door een structureel en reëel evenwicht. Van structureel en reëel evenwicht is sprake als de structurele lasten worden gedekt door structurele baten.

Meerjarenraming SGB: per economische kostensoort Baten: Gemeentelijke Bijdrage Huurinkomsten Onderhoudsbijdrage Rente schatkistbankieren Rente FLO - vergoeding Totaal baten Lasten: Afschrijving Rente Rente FLO - kosten Brandkranen Overig huisvesting Accountant FLO Onvoorzien totaal lasten Saldo Meerjarenraming SGB: per taakveld Baten: 0.05.0 Treasury 1.01.0 Crisisbeheersing en Brandweerzorg Totaal baten Lasten: 0.04.0 Overhead 0.05.0 Treasury 1.01.0 Crisisbeheersing en Brandweerzorg

2025

2026

2027

2028

902.000 902.000 902.000 902.000 0 0 0 0 83.000 83.000 83.000 83.000 20.000 20.000 20.000 20.000 89.000 88.000 88.000 86.000 1.094.000 1.093.000 1.093.000 1.091.000 -165.000 -335.000 -89.000 -118.000 -177.000 -10.000 -150.000 -50.000

-169.000 -174.000 -182.000 -322.000 -310.000 -298.000 -88.000 -88.000 -86.000 -118.000 -118.000 -118.000 -177.000 -177.000 -177.000 -10.000 -10.000 -10.000 -150.000 -150.000 -150.000 -59.000 -66.000 -70.000 -1.094.000 1.093.000 1.093.000 1.091.000 0 0 0 0 2025

2026

2027

2028

109.000 108.000 108.000 106.000 985.000 985.000 985.000 985.000 1.094.000 1.093.000 1.093.000 1.091.000 -10.000 -424.000 -660.000

-10.000 -10.000 -10.000 -410.000 -398.000 -384.000 -673.000 -685.000 -697.000 -1.094.000 1.093.000 1.093.000 1.091.000 0 0 0 0

totaal lasten Saldo

15

Bijlage 3: EMU saldo In 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Deze wet bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen. In het volgende overzicht berekenen we het EMU-saldo. Het EMU-saldo drukt uit of er sprake is van een financieringstekort. Op basis van onderstaand overzicht kan geconstateerd worden dat in geen van de jaren sprake is van een financieringstekort. Jaarrekening EMU Saldo (bedragen x € 1000)

2023

Begroting 2024

2025

2026

2027

2028

Om schrijving 1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

64

0

0

0

0

0

2. Mutatie (im)materiële vaste activa

155

162

173

161

174

182

3. Mutatie voorzieningen

26

32

-15

-10

-15

-62

4. Mutatie voorraden (incl. bouw gronden in exploitatie)

0

0

0

0

0

0

5. Verw achte boekw inst bij verkoop effecten en verw achte boekw inst bij verkoop (im)materiële vaste activa

0

0

0

0

0

0

245

194

158

151

159

120

Berekend EMU-saldo

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14195267/1