CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 RIB Voorhangprocedure Transitiefonds van Impuls bijlage 3 marktonderzoek

Commissie Ruimte 15 januari 2026, gemeente VlissingenBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Voorhangprocedure Transitiefonds van Impuls16.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aandeel volwassenfase - 3%

0%

1% 0% 0%

Banken

Private equity Durfkapitaal

5%

Crowdfunding

0% - 0% - -

Private equity Durfkapitaal

17%

Crowdfunding 13%

Equipment lease Factoring

54% 16%

Direct lending MKB-beurs Kredietunies Banken

Aandeel groeifase 0%

Private equity

0% 0% 3% 0% 2%

7%

Durfkapitaal

6%

Crowdfunding

Equipment lease

Equipment lease

Factoring

Factoring

Direct lending 90%

Banken

Aandeel startfase

MKB-beurs Kredietunies

1. DNB (2022), Kredietverlening Nederlandse grootbanken aan Nederlands midden- en kleinbedrijf 2. CBS (2023), Financieringsmonitor 2022 3. Rebel (2023), Expertschatting financieringstype per financieringsvorm (zie bijlage 3)

81%

Direct lending MKB-beurs Kredietunies

33

4.

De financieringsmarkt bestaat voor 94% uit vreemd vermogen, wat vooral van banken afkomstig is Naast het onderscheid tussen bancaire en non-bancaire financiering, is het onderscheid tussen externe financiering middels vreemd en eigen vermogen ook van belang. Hierbij is de financiering die ondernemers zelf via eigen vermogen aan hun ondernemer verstrekken niet meegenomen. Verreweg het grootste deel van de externe financiering (94%) vindt plaats middels vreemd vermogen (zie diagram rechtsboven). Financiering via vreemd vermogen is meestal bancair (90%), maar kan ook via equipment lease (5%) of factoring (4%). Financiering via vreemd vermogen is met name gangbaar voor bedrijven in de groei- of volwassenheidsfase. Externe financiering middels eigen vermogen vertegenwoordigt slechts 6% van de financieringsmarkt. Private equity (77%) en durfkapitaal (23%) zijn de dominante financieringsvormen in dit segment. Private equity is met name actief in de groeien volwassenheidsfase (vorige slide). Zij onderscheidt zich in deze fases als financieringsvorm, omdat het grootste deel hier via vreemd vermogen gaat. Durfkapitaal is met name een belangrijke financieringsvorm in de startfase (23%), omdat zo geprofiteerd kan worden van eventuele toekomstige groei.

Aandeel financiering via vreemd vermogen 1% 5%

Verdeling vreemd en eigen vermogen

6%

Eigen vermogen Vreemd vermogen

94%

Aandeel financiering via eigen vermogen 0%

Banken

4%

Private equity Durfkapitaal

Private equity

23%

Durfkapitaal

Crowdfunding

Crowdfunding

Equipment lease

Equipment lease

Factoring 90%

Banken

Direct lending MKB-beurs

1. DNB (2022), Kredietverlening Nederlandse grootbanken aan Nederlands midden- en kleinbedrijf 2. CBS (2023), Financieringsmonitor 2022

77%

Factoring Direct lending MKB-beurs

34

4.

Een gebrek aan transparantie vormt een drempel op de financieringsmarkt voor het groeiende en volwassen MKB Het brede mkb, bijvoorbeeld bedrijven in de horeca-, de retail- en de logistieksector, hebben vaak minder risicovolle financiering nodig om hun ambities waar te kunnen maken. De diversiteit van het financieringsaanbod is sterk gegroeid Waar ondernemers op zoek naar financiering vroeger standaard naar de lokale bank gingen, hoeft dat nu lang niet altijd meer het geval te zijn1. In

de afgelopen jaren zijn er vele andere vormen van private financiering beschikbaar gekomen. Denk hierbij aan leasing, factoring, direct-lending, crowdfunding

en

kredietunies.

Daarnaast

is

er

ook

een

divers

overheidsinstrumentarium opgezet voor MKB-financiering. Zo kan de BMKB ingezet worden voor kredieten met te weinig zekerheden en richt Qredits zich op relatief kleine (startende) bedrijven.

beschikbaar zijn, is ook de samenhang van de instrumenten onvoldoende2. Deze bevinding sluit aan bij de uitkomsten van een onderzoek van Dialogic in 2019, waar een gebrek aan zicht op de breedte van het financieringsaanbod ook als belangrijke drempel werd genoemd. Dit geldt zowel voor het brede mkb als voor jonge bedrijven3. Goedkeuring financieringsaanvragen deels geautomatiseerd Ondanks de sterk toegenomen diversiteit van het financieringsaanbod leunt het brede MKB nog steeds veelal op banken voor externe financiering. Met name bij het kleine MKB is er sprake van een sterk gedigitaliseerd aanvraagproces voor krediet. Dit leidt tot minder maatwerk en vereist een hogere inspanning van de ondernemers om de juiste informatie aan te leveren. Veel Nederlandse MKB-ondernemers verwachten dan ook dat hun financieringsaanvraag wordt afgewezen. Dit is voor hen reden om geen aanvraag te doen4.

Ook qua transitiefinanciering zijn er de afgelopen jaren verschillende financieringsvormen bijgekomen. Zo hebben de Nederlandse banken een breed scala aan leningen beschikbaar voor verduurzamingsinvesteringen. Daarnaast heeft de overheid de BMKB verruimd met een groen luik, de BMKB-G. Voor alle financieringen met BMKB-G bestaat de mogelijkheid om een garantie met een looptijd van maximaal 12 jaar toe te passen. MKB-ondernemers beperkt op de hoogte van financieringsaanbod Recent onderzoek van Royal Haskoning DHV en KPlusV (2023) laat zien dat de circulaire transitie wordt belemmerd door een gebrek een transparantie op de financieringsmarkt. Naast dat het voor ondernemers niet duidelijk is welke financiële en niet-financiële instrumenten allemaal 1. EZK (2022), Beleidsbrief MKB-financiering: knelpunten en acties 2. Royal HaskoningDHV en KPlusV (2023). Circulair Financieren. 3. Dialogic (2019). Onderzoek beleidsaanpak MKB-financieringsmarkt. 4. Dialogic (2019). Onderzoek beleidsaanpak MKB-financieringsmarkt.

Een gebrek aan transparantie vormt een drempel op de markt Het financieringsaanbod gericht op de verduurzaming van de reguliere productieprocessen is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Vanwege een gebrek aan transparantie op de financieringsmarkt zijn MKBondernemers echter niet altijd bekend met de breedte van het aanbod. Mede vanwege het gebrek aan transparantie op de financieringsmarkt is er bij bedrijven behoefte aan iemand die persoonlijk en deskundig advies geeft. Bij transitiefinanciering voor het brede MKB heeft de behoefte aan deskundig advies niet alleen betrekking op het type financiering, maar ook op de transitiemaatregelen zelf.

35

4.

Het financieringsaanbod voor startende MKB is sterk toegenomen, maar lijkt niet toereikend De financieringsbehoeften van ondernemers zijn erg uiteenlopend. Jonge

niet bekend is welk percentage van deze transacties plaatsvond binnen de

bedrijven (start- en scale-ups) die innovatieve oplossingen bedenken voor

genoemde transities, kwam uit de expertinterviews wel duidelijk naar

maatschappelijk problemen hebben vaak behoefte aan risicovolle

voren dat participatiemaatschappijen in toenemende mate actief zijn

financiering of durfkapitaal.

binnen deze transities. Hierbij gaat het zowel om private als (semi)publieke partijen. De verwachting is dat deze toename in de komende

Het

vinden

van

durfkapitaal

vormt

een

bovengemiddelde

jaren doorzet.

belemmering

Uit de Financieringsmonitor 2022 van het CBS blijkt dat startups

Andere punten die naar voren kwamen in de expertinterviews zijn:

problemen ervaren met het aantrekken van financiering. In 2022 ervaarde

• De focus van de (private) participatiemaatschappijen lijkt primair te

30 procent van de startups problemen met het aantrekken van

liggen bij software innovaties, waarbij de kapitaalbehoefte in de regel

financiering. Dit terwijl in totaal gemiddeld 15 procent van de mkb-

lager is dan bij hardware innovaties.

ondernemers de toegang tot financiering als belemmering ervaarden1.

• De ROMs onderscheiden zich van de andere participatiemaatschappijen

Aangezien start-ups binnen de circulaire- en energietransitie over het

middels relatief kleine transacties. Dit onderstreept dat er goed

algemeen

aansluiting gevonden wordt op het regionale ecosysteem.

te

maken

terugverdientijden2,

hebben

met

lange

ontwikkeltrajecten

en

is het voor de hand liggend dat het aanbod van

• Voor (semi-)publieke fondsen in het algemeen geldt dat zij voorzien in

durfkapitaal ook specifiek voor hen een belemmering vormt.

geduldig en relatief neutraal kapitaal (weinig sturing), middelen om

Dialogic (2019) noemt in haar onderzoek dat het aanbod van durfkapitaal

door te investeren en toegang tot de overheid.

met name beperkt is voor ondernemers die op zoek zijn naar kleine of juist

hele

grote

tickets.

Kenmerkend

voor

deze

markt

is

de

Financieringsaanbod voor startende MKB lijkt niet toereikend

conjunctuurgevoeligheid, welke afneemt naarmate de variëteit binnen de

Het aanbod van durfkapitaal op de Nederlandse markt is in de afgelopen

groep aanbieders toeneemt3.

jaren sterk toegenomen, maar financiering vormt voor start-ups nog steeds een bovengemiddeld grote belemmering. Dit lijkt ook het geval te

De transactieomvang groeit echter en de nadruk op transities neemt

zijn voor start-ups in de circulaire- en energietransitie, aangezien zij te

toe

maken hebben met lange ontwikkeltrajecten en terugverdientijden.

Tussen 2021 en 2022 is de totale omvang van durfkapitaaltransacties op de Nederlandse markt met 93% gestegen naar ruim € 8,5 miljard3. Hoewel 1. CBS (2023). Financieringsmonitor 2022. 2. Dialogic (2019). Onderzoek beleidsaanpak MKB-financieringsmarkt. 3. Dialogic (2019). Onderzoek beleidsaanpak MKB-financieringsmarkt. 4. NVP (2023). Marktcijfers 2022.

36

4.

Het financieringsaanbod voor transitieprojecten verschilt sterk en is afhankelijk van het projectrisico Projectsamenwerkingen spelen een grote rol in de circulaire- en

Financieringsaanbod ketensamenwerkingen

energietransitie. Qua financieringsaanbod is het belangrijk om hierbij

Het sluiten van kringlopen vraagt om samenwerking tussen de

onderscheid te maken tussen projecten in de energietransitie en

verschillende schakels in de productieketens. Ketensamenwerking vormen

ketensamenwerkingen in de circulaire transitie.

hierdoor een integraal onderdeel van de circulaire transitie. Het financieren van samenwerkingen is niet nieuw, maar financiers hebben

Het financieringsaanbod voor energieprojecten loopt sterk uiteen

hierbij wel behoefte aan duidelijkheid omtrent de verhoudingen en

Financiers willen alleen geld in een project steken als ze voldoende

verdelingen van baten en lasten. Dit vormt bij ketensamenwerkingen een

zekerheid hebben dat ze hun investering gaan terugverdienen. Bij

uitdaging6, aangezien ex ante niet altijd voorspelbaar is op welke wijze

projectfinancieringen moet deze zekerheid volledig ontleent worden aan

processen en activiteiten veranderen.

de kasstromen van het project, aangezien er geen aanspraak gemaakt kan worden op de balans van de initiatiefnemer.

Het gebrek aan zekerheid maakt het voor financiers vaak te risicovol om te investeren in dergelijke samenwerkingen2. Er kan dan ook gesteld worden

In de expertinterviews kwam naar voren dat het zwaartepunt van

dat het financieringsaanbod beperkt is.

aanvragen voor projectfinanciering binnen de energietransitie verschuift van hernieuwbare opwek naar energieopslag. Deze verschuiving komt

Risicoprofiel project bepalend voor financieringsaanbod

voort

Het

uit de problematiek rondom netcongestie, die ook in Zeeland

aanwezig is.

verschil

tussen

projectsamenwerkingen

in

de

circulaire-

en

energietransitie is groot. Bij hernieuwbare opwek lijkt er, mede dankzij een bewezen techniek en haalbare businesscase onder de SDE++ sprake te

Batterijtechnologie is relatief nieuw en heeft daardoor geen bewezen

zijn van een toereikend aanbod van kapitaal voor bijvoorbeeld wind- en

bedrijfsmodel. In tegenstelling tot hernieuwbare opwek is er daarnaast

zonprojecten. Bij innovatievere projecten, zoals energieopslag, is er echter

ook geen sprake van een gegarandeerde omzet. Gezamenlijk zorgt dit

geen sprake van een bewezen bedrijfsmodel. Dit maakt een deel van de

ervoor dat een groot deel van de financiers projecten binnen

financiers huiverig om kapitaal te verstrekken, wat de realisatie van

energieopslag te risicovol vindt.

projecten in de weg staat. Ook projecten in de warmtesector kennen veel onzekerheden.

1. Royal HaskoningDHV en KPlusV (2023). Circulair Financieren.

37

4.

Het aanbod - Deelconclusie Kapitaalverstrekkers nemen het wel/niet verstrekken van kapitaal aan de grondstof- en energietransitie in principe niet als een zelfstandig criterium mee. Als er sprake is van een “goed project” of een gezond MKB-bedrijf wordt financiering verstrekt. We hebben het aanbod kwalitatief in kaart gebracht door de markt in 3 financieringsdoelgroepen op te delen. Groeiend/volwassen MKB beperkt op de hoogte van breedte aanbod De financieringsmarkt voor het groeiende en volwassen MKB is in de afgelopen jaren sterk veranderd. Ondernemers op zoek naar financiering gingen vroeger standaard naar de lokale bank, maar dat hoeft nu lang niet altijd meer het geval te zijn. In de afgelopen jaren zijn er vele andere vormen van financiering beschikbaar gekomen. Hierbij gaat het ook specifiek om transitiefinanciering.

❖ Ondanks de sterk toegenomen diversiteit van het financieringsaanbod vindt 85% van de externe financiering nog via banken plaats. Er is bij banken sprake van een sterk gedigitaliseerd aanvraagproces voor krediet. Dit leidt tot minder maatwerk en vereist een hogere inspanning van de ondernemers om de juiste informatie aan te leveren. De verwachting dat hun aanvraag wordt afgewezen is voor veel Nederlandse MKB-ondernemers een reden om geen aanvraag te doen.

❖ Mede vanwege het gebrek aan transparantie op de financieringsmarkt, het gedigitaliseerde aanvraagproces en de verwachting dat hun aanvraag wordt afgewezen is er bij bedrijven behoefte aan een benaderbare financier met deskundig advies. Bij verduurzamingsinvesteringen gaat het hierbij niet alleen om iemand die de juiste financieringsvorm weet, maar ook om deskundigheid met betrekking tot de verduurzaming zelf.

Financieringsaanbod voor startende MKB-bedrijven lijkt ontoereikend

❖ Het aanbod van durfkapitaal voor het startende MKB op de Nederlandse markt is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Gebrek aan financieringsaanbod vormt voor startende MKB-bedrijven echter nog steeds een bovengemiddeld grote belemmering. Dit lijkt ook het geval te zijn voor jonge bedrijven in de circulaire- en energietransitie, aangezien zij te maken hebben met lange ontwikkeltrajecten en

terugverdientijden.

❖ Participatiemaatschappijen kijken niet met een regionale bril naar de financieringsmarkt. Er is mede daardoor geen reden om aan te nemen dat er het aanbod van durfkapitaal in Zeeland afwijkt van de rest van Nederland. Bovendien is Impuls al actief op de financieringsmarkt voor startende MKB-bedrijven via InnoGo! en het Zeeuws Participatiefonds. Risicoprofiel project bepalend voor financieringsaanbod

❖ Het verschil tussen projectsamenwerkingen in de circulaire- en energietransitie is groot. Bij hernieuwbare opwek lijkt er, mede dankzij een bewezen techniek en haalbare businesscase onder de SDE++ sprake te zijn van een toereikend aanbod van kapitaal voor bijvoorbeeld wind- en zonprojecten.. Bij innovatievere projecten, zoals energieopslag,

is

er

echter

geen

sprake

van

een

bewezen

bedrijfsmodel. Dit maakt een deel van de financiers huiverig om kapitaal te verstrekken, wat de realisatie van projecten in de weg staat.

38

5 Conclusies marktfalen & contouren fonds

5.

Hoofdconclusies (1/2) Op basis van voorgaande hoofdstukken zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste conclusies weergegeven. Meerwaarde fonds daar waar markt het niet oppakt Uit een analyse van vergelijkbare fondsen in (vooral) andere provincies blijkt dat deze beogen om in de financieringsbehoefte te voorzien wanneer reguliere geldverstrekkers nog beperkt bereid zijn om dergelijke trajecten en projecten te financieren. De energiefondsen zijn dus op zoek naar meerwaarde in verstrekken van financiering ten opzichte van de markt. Lager-risico projecten met voorspelbaar rendement (zoals wind en zon) worden nu regelmatig opgepakt door de markt. Om die reden kiezen fondsen om hun focus ook te verschuiven naar de financiering van nieuwe technologieën rondom duurzame opwek en om circulaire initiatieven op te nemen in de scope. Lager-risico projecten kunnen wel bijdragen aan de rentabiliteit en de revolverendheid van een fonds.

Bijna de helft van het Zeeuwse bedrijfsleven heeft financiering nodig voor verduurzaming Uit het onderzoek blijkt dat bijna 50% van de bedrijven verwacht financiering nodig te hebben voor verduurzaming in komende 5 jaar. De focus van deze verduurzaming is vooral de verduurzaming van bestaande bedrijfsvoering, het ontwikkelen van duurzame projecten (projectfinanciering) en in mindere mate het ontwikkelen van een duurzaam product/service. Uit landelijke cijfers van het CBS blijkt dat in totaal gemiddeld 15 procent van de mkb-ondernemers de toegang tot financiering als belemmering ervaart. In het Zeeuwse sample was dit 10%. De meerderheid schat de kans op financiering in als gemiddeld (50%) tot (zeer) goed (40%).

Meerwaarde in Zeeland zit op grotere financieringen aan bestaand bedrijfsleven en projectfinanciering Voor grotere verduurzamingsingrepen bij bestaand bedrijfsleven in de groei- en volwassenheidsfase en projectfinancieringen, kan de markt de vraag naar kapitaal niet altijd invullen. Dit zijn de grotere investeringen vanaf indicatief 200k tot 5 miljoen die qua financiering een sterk effect hebben op de balans van een onderneming en –zeker als sprake is van een relatief nieuwe techniek- een relatief groot risico, waardoor banken en andere financiers terughoudend zijn. De haalbaarheid van deze investeringen valt of staat met acceptabele voorwaarden waaronder rente (gevoelige businesscase) en/of het überhaupt verkrijgen van financiering. Deze investeringen zijn vaak te groot om volledig met eigen middelen (eigen vermogen) te financieren. Hier heeft een Zeeuws fonds meerwaarde. Bij projectfinancieringen rondom hernieuwbare opwek lijkt er, mede dankzij een bewezen techniek en haalbare businesscase onder de SDE++ sprake te zijn van een toereikend aanbod van kapitaal voor bijvoorbeeld wind- en zonprojecten. Bij innovatievere projecten, zoals energieopslag, is er echter geen sprake van een bewezen bedrijfsmodel. Dit maakt een deel van de financiers huiverig om kapitaal te verstrekken, wat de realisatie van projecten in de weg staat.

Dit geldt ook voor andere projecten met een hoog risicoprofiel, zoals warmte- en waterstofprojecten en laadinfrastructuur of financiering van sectoren in transitie zoals de schelpdiersector.

5.

Hoofdconclusies (2/2)

Nog geen noodzaak voor fonds voor kleine leningen In kleinere tickets tot indicatief ordergrootte 200k voor standaardfinancieringen kan de markt voorzien, hoewel financiers daar ook terughoudend kunnen zijn. Het Zeeuws bedrijfsleven is ook wat terughoudend met het aantrekken van externe financiering. Liever worden investeringen uit eigen vermogen gefinancierd, wat voor deze tickets vaak mogelijk is. Er is in het algemeen een sterke dominantie van banken in de groei- en volwassenheidsfase, ook in de markt voor kleinere tickets. Het gedigitaliseerde aanvraagproces bij klein MKB leidt tot minder maatwerk. Veel Nederlandse MKB-ondernemers verwachten dan ook dat hun financieringsaanvraag wordt afgewezen. In Overijssel is er in samenwerking met Qredits recent een fonds opgezet voor kleine leningen tot 50.000 voor ondernemers die geen geld hebben om te verduurzamen. De Zeeuwse ondernemers lijken wel positiever over te zijn over de kansen om financiering aan te trekken in vergelijking met het brede Nederlandse MKB. Al met al blijkt uit het onderzoek en specifiek de enquête onder het Zeeuwse MKB geen keiharde noodzaak om een fonds voor kleine tickets. Het is wel van belang om de ontwikkeling van deze markt in de gaten te houden.

Veranderende omstandigheden op de kapitaalmarkt (de recent stijgende rente) en in de economie kunnen effect hebben op de financieringscapaciteit van de bedrijven. Ook kan het zijn dat de mogelijkheden voor banken om geld uit te lenen beperkt worden. Gezien de dominantie van banken op de markt kan dit onwenselijke gevolgen hebben en kan een instrument voor deze doelgroep mogelijk toch meerwaarde hebben.

Er is geen noodzaak voor een extra fonds voor startende bedrijven gericht op (innovatieve) verduurzaming Landelijke onderzoeken laten zien dat in de startfase van ondernemingen over het algemeen een tekort aan risicodragend kapitaal (eigen vermogen, achtergesteld vermogen) zit. Uit CBS-data blijkt bijvoorbeeld dat in 2022 30 procent van de startups problemen ervaarde met het aantrekken van financiering. Uit de enquête onder het Zeeuwse bedrijfsleven blijkt dat in Zeeland een beperkte vraag naar financiering zit in deze fase voor de circulaireen energietransitie. Daar komt bij dat Impuls al actief is op de financieringsmarkt voor innovatieve MKB-bedrijven via InnoGo! en het Zeeuws Participatiefonds. Er is op dit moment dan ook geen reden om het transitiefonds specifiek in te richten voor deze doelgroep. Financiering is niet de enige belemmering om te verduurzamen Het onderzoek toont aan dat gebrek aan financiering niet het enige probleem op de financieringsmarkt is. Ondernemers weten beschikbare financiering niet goed te vinden (onvoldoende transparantie), het financieringsaanbod past niet altijd bij de financieringsvraag en/of het businessplan vanuit ondernemers is kwalitatief niet voldoende. Daarnaast is een aantal mark specifieke beperkende randvoorwaarden relevant om te kunnen verduurzamen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de netcongestieproblematiek.

41

5.

Contouren instrument en vervolg (1/2) Op basis van onze analyse en het vastgestelde marktfalen, schetsen we hier de eerste contouren van een financieringsinstrument gericht op grootschalige bedrijfsverduurzaming en duurzame projecten. Dit is nog nader uit te werken. Doelgroep fonds ❖ Primair Zeeuwse bedrijven die bijdragen aan de circulaire- en energietransitie middels een grote verduurzamingsslag in het eigen bedrijf en/of een duurzaam project willen opzetten in Zeeland. Bedrijven die vallen onder het Europese Emissiehandelsysteem worden uitgesloten van de doelgroep. ❖ De verduurzamingsslag moet een meerwaarde omvatten ten opzichte van reguliere wettelijk vereiste investeringen om het fonds te rechtvaardigen en ook om een eventuele steuncomponent mogelijk te maken. ❖ Het fonds staat open voor bedrijven die onvoldoende financiële middelen hebben en/of er (technologische) risico’s zijn waardoor financiers niet (tegen redelijke voorwaarden) willen financieren. ❖ De grootte van de verduurzaming wordt uitgedrukt in de ticket sizes van het fonds: deze lopen vanaf 200k tot 5 miljoen (grens InvestNL). Vanwege de grootte van deze leningen, zullen zij vragen om maatwerk vanuit het toekomstig transitiefonds.

Type instrument(en) ❖ Voor financiering aan bedrijven die willen verduurzamen (bedrijfsfinanciering) is een (achtergestelde) lening passend. ❖ Voor projectfinanciering is de meerwaarde van dit instrument vooral om meer zekerheid te bieden aan andere financiers, zeker voor projecten die minder bewezen zijn. Het meest geschikte instrument hiervoor is een achtergestelde lening, eventueel eigen vermogen bij risicovolle (innovatieve) projecten.

Fondsomvang ❖ Qua fondsomvang stellen we voor aan te sluiten bij de meeste energiefondsen in het land, met een omvang tussen de 25 en 50 miljoen. Op basis van deze omvang kan men een klein aantal grote tickets uitgeven (bijvoorbeeld 3x5 miljoen) en een groter aantal medium tickets (bijvoorbeeld 20 tickets van 200-500k). Gegeven de transactiekosten is 15 miljoen als minimum startomvang te beschouwen, voor een kleinere omvang is het belangrijk het effect op revolverendheid te bepalen. ❖ Bij meer vraag uit de markt naar dit type financiering kan men altijd kiezen om het fonds te vergroten, zoals bij Energiefonds Utrecht. Financieringsvoorwaarden ❖ Het fonds is bij voorkeur revolverend, waarbij de rente dekkend is voor de proceskosten en mogelijke tegenvallers (risico’s). Een lager dan marktconform rentetarief kan worden gehanteerd vanwege het maatschappelijk belang van de verduurzaming; hierbij moet men rekening houden met staatssteunaspecten. ❖ De mate van revolverendheid (winst, alle kosten terug, acceptatie dat fondswaarde terugloopt) moet worden bepaald aan de hand van het risicoprofiel van het fonds. ❖ Het is te overwegen om een grace periode – een periode waarin het bedrijf nog geen rente hoeft te betalen – aan te bieden aan een lening nemer. Dit geeft extra ruimte om het project uit te voeren en te starten met betalen zodra de voordelen binnenkomen.

❖ Looptijden van de financieringen en maximale (procentuele) financieringsbedrag nog nader te betalen, waarbij er –zeker bij projectfinancieringen- voldoende “skin in the game” is voor de initiatiefnemen in de vorm van eigen vermogen.

42

5.

Contouren instrument en vervolg (2/2)

Criteria (maatschappelijk) ❖ De meest toegepaste manier om maatschappelijke impact te duiden is om te werken met CO2-emissiecriteria. Echter kan dit uitdagend zijn voor projecten die indirect bijdragen aan de energietransitie, zoals elektrificatieprojecten of netverzwaring. Daarom stellen we voor CO2-emissiecriteria op te stellen met de optie om een uitzondering te geven op basis van andere argumentatie. ❖ Voor circulariteit zijn ook andere criteria toepasbaar, zoals het aangeven van kilogram vermeden primair materiaal, met als optie dit in te vullen met minder materiaalgebruik, hernieuwbaar materiaal, secundair materiaal of verlengde levensduur/reparatie. Dergelijke criteria zijn reeds opgesteld voor het inkoopbeleid van de provincie Zeeland. Hierbij is het belangrijk aan te geven dat de circulaire interventies niet zorgen voor extra CO2-uitstoot; bij sommige ontwikkelingen in Zeeland, zoals een pyrolysefabriek, is dit mogelijk het geval. Aandachtspunten ❖ Het is belangrijk dat er naast het verstrekken van financiering ook aandacht is voor het assisteren van het Zeeuws bedrijfsleven met business development rondom verduurzaming. Uit onze analyse blijkt dat precies daar toegevoegde waarde ligt voor een regionaal transitiefonds, naast de optie om meer risico te nemen voor het maatschappelijk belang.

Het is belangrijk dat de fondsbeheerder direct (eigen mensen) dan wel via een samenwerkingsconstructie, zeker in de eerste jaren, kan beschikken over een aantal business developers. ❖ Momenteel ligt het marktfalen met name bij innovatieve energietechnologieën, zoals congestiemanagement of energieopslag, of circulaire projecten. Echter is de

duurzaamheidsmarkt snel veranderend en daarom des te belangrijker om het marktfalen en de daaruit volgende toegevoegde waarde van een fonds periodiek te evalueren. Dit zou bijvoorbeeld elke drie jaar kunnen worden gedaan om zo de effectiviteit blijvend te optimaliseren. ❖ Gerelateerd punt: er is een toename in de aandacht voor de onderwerpen biodiversiteit en klimaatadaptatie. Momenteel hebben bedrijfsinterventies m.b.t. deze thema’s nog geen sluitende businesscase en zijn deze daarom minder geschikt om op te nemen in een fonds. Desalniettemin is het belangrijk om deze ontwikkelingen in de gaten te houden, vooral vanwege de richtlijn CSRD van de Europese Commissie. Financieringsvoorwaarden zouden hierover opgenomen kunnen worden. Vervolg Na onze analyse en op basis van de bovenstaande contouren kunnen de provincie en Impuls verdergaan met het traject van fondsontwikkeling. Hierbij zien we het volgende proces voor ons: 1. Reserveren van middelen voor een op te richten transitiefonds; 2. Aanscherpen van de contouren, met name de financieringsvoorwaarden en maatschappelijke criteria; 3. Juridisch inregelen nieuw fonds in overleg met Impuls en provincie; 4. Inschakelen van personele capaciteit met expertise op het gebied van financiering en verduurzaming, om ondernemers bij te staan met business development en maatwerkfinancieringen te kunnen verwerken en verstrekken; 5.

Informeren van het Zeeuws bedrijfsleven over de nieuwe regeling. 6. Eerste inventarisatie maken van bedrijven en projecten waar behoefte ligt en waar het fonds zou kunnen financieren zodat een bliksemstart kan worden gemaakt

43

6 Bijlagen 1. Benchmark

44

Scope van fondsen Energiefonds Drenthe

Funs Skjinne Fryske Enerzjy

Amsterdams Klimaat & Energiefonds

BOM renewable energy (Brabant)

Limburgs energiefonds

Energiefonds Overijssel

Participatiefonds Duurzame Economie NoordHolland

Energie Expertisecentrum Flevoland

Innovatie- en Energiefonds Gelderland

Energiefonds Utrecht

Fonds Nieuwe Doen Groningen

Energiebesparing

x

x

X

x

x

x

x

x

x

x

x

Duurzame opwek

x

x

X

x

x

x

x

x

x

x

x

Circulaire economie

x

x

x

x

x

x

Verduurzaming energieintensieve processen

x

Mobiliteit/infra Groene afvalzuivering/ verwerking Energieopslag

x

x

x

x

x

x

x

x

x x

x

Asbestsanering

x

(Kringloop) landbouw

x

Food

x

Life Sciences & Health

x

Aandachtspunt: dit zijn de focusthema’s die worden aangegeven op publieke websites; mogelijk reikt de scope nog verder of zijn sommige thema’s niet expliciet aangegeven.

45

Doelgroepen van fondsen

MKB Energie-coöperaties/ burgerinitiatieven (Maatschappelijke/ nonprofit) organisaties/ instellingen/ stichtingen/ (sport)verenigingen Vastgoedeigenaren (o.a. VVE’s, woningbouwcoöperaties) Energy Service Company (ESCO)

Energiefonds Drenthe

Funs Skjinne Fryske Enerzjy

Amsterdams Klimaat & Energiefonds

BOM renewable energy (Brabant)

Limburgs energiefonds

Energiefonds Overijssel

Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland

Energie Expertisecentrum Flevoland

Innovatie- en Energiefonds Gelderland

Energiefonds Utrecht

Fonds Nieuwe Doen Groningen

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x

x

x

x

x x

x x

x

x

x

x

x

x x

Projecten Energiebedrijven Projectontwikkelaars

x

x x

x

Aandachtspunt: dit zijn de doelgroepen die worden aangegeven op publieke websites; mogelijk reikt de scope nog verder of zijn sommige thema’s niet expliciet aangegeven.

46

6 Bijlagen 2. Vraaganalyse

47

Omschrijving sample • Aantal respondenten 164 aan de start, 67 aan het einde van de

Sector

survey.

• Aantal medewerkers is voor de meerderheid (52%) 2 t/m 9 medewerkers, daarna 10-49 (37%), 1 persoon (10%) en 250-499 (7%).

• Groeifase is met name volwassen (60%), snelle groeier (21%), groeifase (11%) en de rest starter/anders (8%).

• Sector: 16% in Groot- en detailhandel (G), 15% in Logies, maaltijd- en drankverstrekking (I), 9% in Landbouw, bosbouw en visserij (A), 9% in Cultuur, sport en recreatie (R), 7% in zowel Industrie (C) als Advisering en onderzoek (M) en nog overige sectoren. Zie figuur rechts.

25 20

22

21

20

15 10

5

13

13 10 6

1

0

12

10

4

1

4

2

1

2

• Moederbedrijf: 14% valt onder een moederbedrijf die hen ook van financiering voorziet; 84% niet, 2% weet het niet.

• Omzet 2022 valt met name in de categorie 1-5 miljoen; voor 66% van de bedrijven is deze de afgelopen 3 jaar gegroeid, voor 10% gekrompen en de rest gelijk gebleven. Zie figuur rechts.

• Groei personeel: het personeel is voor 41% van de respondenten gegroeid en voor 14% gelijk gebleven.

• Type bedrijf: 60% van de bedrijven identificeert zich als volwassen, 13%

21% als snelle groeier, 11% als groeier en starter, 9% als anders.

• Innovatie: 34% zegt innovatieve producten/diensten te ontwikkelen; dit zijn bijvoorbeeld het bouwen van een circulaire keten, een Software as a Service, verduurzaming van gebouwen, verpakking voor de schaal van schelpdieren, woonmodules, etc. 54% van deze innovaties is in de groeifase, 27% in onderzoeksfase en 19% in de startfase.

Omzet

3%

8%

6%

<€100.000

12%

€100.000 < €250.000 9%

€250.000 < €500.000 €500.000 < €1.000.000 €1.000.000 < €5.000.000

15% 34%

€5.000.000 < €10.000.000 €10.000.000 of meer

Weet niet

48

Verleden: Veel verduurzamingsplannen in beginnende fasen, met kennis, beleid en businesscase als prominente barrières 86% van de surveydeelnemers* had verduurzamingsplannen de afgelopen 3 jaar. Prominente ervaren barrières zijn met name tijd/capaciteitstekort (21%), beleid (16%) en kennis (15%). Positief is dat 18% geen barrières ervaart. Bij 10% komt de financiering niet rond en bij 8% de businesscase niet.

In totaal waren er in ons sample de afgelopen 3 jaar 199 plannen voor verduurzaming. De status van deze plannen is voor het merendeel de ideefase – dit is voor 32% van de plannen het geval. Rond de 24% van de plannen bevindt zich in de uitvoering en 8% in de evaluatie/verbeteringsfase. Het feit dat veel plannen zich in de beginfase bevinden kan ook effect hebben op de ervaren barrières (zie boven). Van de deelnemers zonder plannen (14%) zegt 31% voldoende duurzaam te zijn; 19% heeft andere prioriteiten, 13% geen middelen voor verduurzaming. 38% heeft andere redenen, bijvoorbeeld dat de aard van de onderneming niet veel impact heeft op het milieu, het bedrijf vanuit huis wordt gerund, of men liever wacht op ‘het beste moment’ om te verduurzamen. Hiervan denkt 31% de komende 5 jaar wel te verduurzamen, 69% denkt van niet of weet het niet. In de focusgroepen kwamen nog een aantal andere barrières naar voren. Zo werd de grote afhankelijkheid van de markt genoemd om kapitaal over te hebben voor verduurzaming (voor de bouw, markt zit vast), netcongestie/tekort aan infrastructuur (voor elektrificatie van transport en industrie) en hoge rentelasten (voor financiering specifiek). Net als in de vragenlijst werden ook in de focusgroepen beleid (m.n.

wisselingen) en kennis(gebrek) genoemd als barrières – ‘we zijn mkb, we doen het er maar een beetje bij’ en daarom zou een meedenkende partij van pas komen. Ook noemden zij de barrière ‘businesscase komt niet rond’: ondernemers geven aan dat de hoge kosten van het duurzame alternatief niet kunnen worden terugverdiend in de businesscase (klanten vragen er niet om en betalen niet extra).

*106 van de 123 respondenten op deze vraag.

Barrières Kennis

16; 15%

19; 18% 11; 10%

11; 10%

9; 8%

23; 21%

17; 16%

Planontwikkeling/business development Tijd/capaciteitstekort Acceptatie binnen de organisatie Beleid/vergunningen Businesscase komt niet rond Financiering komt niet rond

2; 2% Aantal, percentage

Status van totaal projecten Idee

22; 11% 16; 8%

64; 32%

Voorbereiding Uitvoering

48; 24% 49; 25%

Evaluatie en verbetering Anders

Aantal, percentage

49

Verleden: Verduurzaming richt zich met name op de eigen bedrijfsvoering, waarbij vooral wordt gekeken naar energiebesparing en duurzame opwek Van de respondenten met plannen (86%) wil de meerderheid het bedrijf verduurzamen; een deel wil werken aan een duurzaam product of service en de overige respondenten een nieuw project opzetten - soms hebben respondenten meerdere plannen tegelijk.

Aard verduurzamingsplannen

In de focusgroepen hadden deelnemers ook verschillende typen plannen, met name voor verduurzaming van de bestaande bedrijfsvoering en een nieuw project buiten het bedrijf. Dit project betreft vaak (ook) infrastructuur die een randvoorwaarde voor verduurzaming van het bedrijf vertegenwoordigt.

Bedrijf verduurzamen

12; 9%

Wat betreft het type verduurzaming, richten plannen richten zich voor alle soorten projecten het meest op energiebesparing of duurzame energie, waarna een aantal circulaire en elektrificatie/opslagprojecten volgen. De meerderheid (70%) ziet de plannen als (heel) haalbaar; 28% in het midden; 2% niet haalbaar.

Duurzaam product/service ontwikkelen

26; 19% 96; 72%

Nieuw project opzetten

Aantal, percentage

Focus per type plan 70

Verduurzaming bedrijf Duurzaam project

62

Duurzaam product/service

60 50

45 35

40 30

28 27

31

20 10

25 23 12 9 10

12

Energieopslag

Duurzame grondstoffen

15 14

20

11

17

14 12 5

7

12

8

6

4

5

0 Duurzame energieopwek/gebruik

Aantal deelnemers

Energiebesparing

Grondstofefficiëntie

Recycling van grondstoffen

Elektrificatie

Watermanagement

Anders

3

50

Verleden: Drie kwart zocht geen financiering, omdat dit niet nodig werd geacht; over het algemeen kijkt men risico-avers naar financiering Een kwart van de respondenten met verduurzamingsplannen (24%) heeft naar financiering gezocht de afgelopen drie jaar voor deze plannen, 74% heeft niet gezocht en 2% weet het niet1. Respondenten die geen financiering zoeken noemen vooral dat er geen financiering nodig is (49%). Daarnaast verwacht 12% het niet te kunnen krijgen, geeft 12% aan dat financiering momenteel te duur is en meent 9% dat de bestaande kredietruimte voldoende is. Ook zijn er voor een kleine groep andere prioriteiten of plannen in de ontwikkelfase.

Financiering voor deze plannen gezocht? 19; 24% 2; 2% 59; 74%

Ja Weet ik niet

Deze perceptie van financiering sluit aan bij die van de focusgroepen: deelnemers geven aan de voorkeur te hebben en gewend te zijn om verduurzaming van de bedrijfsvoering te financieren met eigen middelen, zodat men ‘niet uitgeeft wat men niet heeft’ en ‘niet te veel onnodig risico neemt’. Financiering wordt gezien als makkelijk te verkrijgen, maar stijgende rentelasten maken deze optie onaantrekkelijker. Deelnemers kijken naar grotere financieringen die ze niet uit de eigen balans kunnen bekostigen en die buiten hun directe bedrijfsactiviteiten vallen, zoals infrastructuur (zie ook vanaf slide 26 over projecten). Hierbij is het van belang dat de voorwaarden voor lange tijd gelden (vaste rente) en kloppen in de businesscase.

Waarom geen financiering gezocht? 2; 3%7; 12% 5; 9% 2; 3% 7; 12%

Geen verduurzamingsplannen Voldoende liquide middelen Financiering is momenteel te duur

7; 12%

Nee

Anders

Verwacht het niet te kunnen krijgen

29; 49%

Bestaande kredietruimte is voldoende Weet niet

Aantal, percentage

1.

In totaal gaat dit om 80 respondenten.

Aantal, percentage

51

Verleden: Ondernemers hadden de afgelopen 3 jaar vooral behoefte aan kleine leningen (<100k); hiervoor kijken zij naar hun lokale netwerk Respondenten die financiering hebben gezocht1, zoeken een mix aan eigen vermogen, vreemd vermogen en garanties. De meerderheid is op zoek naar (achtergestelde) leningen of kijkt naar meer korte termijn financiering door middel van de rekening courant. De ticket size was voor de meerderheid onder de 100k, een deel 100250k en slechts een klein deel van de respondenten zocht naar financiering van meer dan 100k, met 2 uitschieters van boven de 2,5 miljoen (zie figuur). Deze uitschieters komen van respondenten die een duurzaam product/service willen beginnen (5-10 miljoen) of een duurzaam project (2,5-5 miljoen) – dit is logisch omdat het verduurzamen van een bedrijf over het algemeen gaat op natuurlijke vervangingsmomenten en dus niet in de miljoenen loopt, in tegenstelling tot een volledig te ontwikkelen project of product/service.

Financieringsbedrag afgelopen 3 jaar 2; 10% < € 100.000

1; 5% 1; 5%

7; 35%

€ 100 - € 250k € 250k - € 1 mln

3; 15%

€ 2,5 mln - € 5 mln € 5 mln - € 10 mln Weet niet 6; 30%

Aantal, percentage

1. 2.

Dit is een kleine groep van 19 respondenten, daarom gebruiken we hier geen percentages. Deze groep betreft slechts 17 deelnemers, vandaar dat we geen percentages aangeven.

Het merendeel van de respondenten is redelijk bekend met aanbieders van financiering (van die respondenten die hebben gezocht). Men oriënteert zich het meest via de accountant en overheidsinstellingen (ook bij de focusgroepen werd de accountant genoemd). Wat betreft bronnen, kijkt men naar eigen middelen binnen het bedrijf, subsidies, de huisbank, aandeelhouders of Impuls. Het merendeel heeft reeds een financier benaderd2. Slechts een kleine groep (12) heeft verduurzamingsplannen, gezocht naar financiering én deze nog niet gevonden. Verklaringen hiervoor zijn (volgens de respondenten zelf) o.a. dat hun plannen te risicovol zijn, het businessplan onvoldoende wordt beschouwd of de snelheid tegenvalt. Soms is de reden ook onbekend. Bij een tweetal respondenten is financiering niet langer nodig, omdat er financiële ruimte binnen het bedrijf is gevonden. In de focusgroepen noemde men met name lokale investeerders en/of het ‘gebruikelijke netwerk’ als aanbieders van financiering. Lokale investeerders gaan namelijk vaker akkoord met een lager rendement vanwege de maatschappelijke meerwaarde. Banken worden gezien als te hoge rente en te risico-avers om mee samen te werken., ook al hebben ondernemers dit wel geprobeerd door in gesprek te gaan.

Ook maakt men graag (en steeds meer) gebruik van financial lease via de fabrikant, omdat dit geen invloed heeft op de schuldpositie, met flexibelere voorwaarden (minder onderpand) dan andere financiers en snel schakelen. Tenslotte wordt vaak de behoefte aan subsidie genoemd om businesscases haalbaar te maken, aangezien het duurzame alternatief vaak meer kost en niet geheel kan worden terugverdiend (binnen een acceptabele periode)

52

Aanbevelingen focusgroepen voor provincie en Impuls Uit de twee focusgroepen leidden een aantal aanbevelingen voor de provincie Zeeland en Impuls. Deze weergeven we op deze slide. De zes ondernemers gaven aan behoefte te hebben aan de volgende zaken: Algemeen • Ondersteuning (zowel kennis, beleid als financiering) bij collectieve projecten (bijvoorbeeld op bedrijventerreinen) • Behoefte aan energiescan en ondersteuning met kennis en bij de businesscase voor de investering kan worden genomen. Financiering/bekostiging • Subsidie om ervaring op te kunnen doen met duurzame oplossingen, zoals elektrische vrachtwagens: behoefte aan demonstratieprojecten. • Subsidie om risico te verminderen van verduurzaming • Financiering (gunstig) bij grote investering met lange terugverdientijd; vaste rente nodig. • Financiering bij risicovolle projecten (waar bank niet wil instappen). • Financiering en bekostiging voor infrastructuur voor het collectief. • Voorkeur voor lage rentelasten en uitstel van betaling. • Participaties in project BV. Beleid • Lobby voor flexibel energie uitwisselen en direct hernieuwbaar te leveren (zonder netverbinding) bij het Rijk • Vaste kaders nodig vanuit het Rijk voor energietransitie, om investeringsbeslissingen te kunnen maken. Netbeheerders • Netcongestieproblematiek z.s.m. aanpakken • Prioriteit aan regelbaar vermogen geven naast wind en zon opwek.

53

Aantal verduurzamingsprojecten genoemd in de survey

•

Auto op lucht aanschaffen;

•

Duurzaam verantwoord ondernemen;

•

Elektrische (vracht)wagens aanschaffen;

•

Energieopslag mogelijk maken, zodat de opgewekte energie 24/7 beschikbaar is;

•

Hergebruik grijswater en regenwater voor watergeefsysteem boomgaard en minder lozing op riolering;

•

Meer restromen verwerken in meer producten voor huisdieren;

•

Momenteel veel zonne-energie over dus beter opslaan;

•

Nieuwbouw hotel in nieuw aan te leggen landschap/landgoed;

•

Nieuwbouw van een productiehal waarin verduurzamingen worden geïmplementeerd;

•

Off-grid gaan;

•

Mogelijkheid om met alleen de voorbehandeling fermenteerbare suikers te produceren;

•

Energie-opwek: zonnepanelen of warmtepomp;

•

Overstappen op waterstof, vergisting naar biogas, elektrisch vervoer van onze gasten;

•

Renovatie toiletgebouw in combinatie met alle mogelijke verduurzamingsmogelijkheden;

•

Vervanging door Ledverlichting

•

Minder afval produceren en duurzame producten inkopen;

•

Indien mogelijk zonnepanelen en boiler, dubbel glas dus ook nieuwe kozijnen;

•

Duurzaam inkopen;

•

Zonnepanelen LED verlichting

54

6 Bijlagen 3. Aanbodanalyse

55

Publiek aanbod van kapitaal is beschikbaar op continentaal, landelijk en regionaal niveau (1/2) De kapitaalmarkt bestaat uit vele aanbieders van kapitaal. Deze bijlage gaat in op het aanbod van

kapitaal voor bedrijven (geen

projectfinanciering). In het aanbod van kapitaal onderscheiden we publiek en privaat aanbod. Doel van de aanbodanalyse is inzicht te bieden op welke levensfase van MKB bedrijfsleven – en eventueel projectfinanciering- de aanbieders van kapitaal zich richten. Publiek aanbod van kapitaal Publiek aanbod van relevant kapitaal is beschikbaar op Europees, landelijk en regionaal niveau. In Europa wordt vanuit de EIB Groep en haar dochters (risico)financiering aan MKB en grootbedrijf in Europa verstrekt. Dit gaat enerzijds rechtstreeks naar bedrijven maar anderzijds vooral via meerdere fondsen. Voor de bedrijfsleningen geldt dat de EIB kleine en middelgrote tickets financiert via lokale partnerbanken.

Dit

betreft

leningen

aan

bedrijven

in

de

volwassenheidsfase. Tevens wordt risicokapitaal aan het MKB verstrekt en in het bijzonder aan startende ondernemingen en bedrijven die op technologie

zijn

gericht.

Financiering

wordt

verstrekt

via

leenfaciliteiten/garanties voor banken of via fund-in-fund constructies middels venture capital- c.q. private equity-maatschappijen. Op regionaal niveau financiert EIB mee in bijvoorbeeld het MKB+ fonds in Brabant, het Limburgs Energie Fonds, fondsen van OostNL

Publieke en semipublieke fondsen Met Invest-NL beschikt Nederland over een nationale financierings- en ontwikkelingsinstelling of National Promotional Institution (NPI). Volgens de Machtigingswet Invest-NL heeft Invest-NL tot doel om bij te dragen aan het financieren en realiseren van maatschappelijke transitieopgaven door ondernemingen en aan het bieden van toegang tot ondernemingsfinanciering indien de markt hierin onvoldoende voorziet. Financiering vanuit Invest-NL bedraagt minimaal € 5 miljoen en maximaal € 50 miljoen. Naast een Financieringstaak heeft Invest-NL ook een ontwikkeltaak. De specifieke thema’s waar Invest-NL zich op richt zijn: 1) Energy/ventures; 2) Energy/Projects; 3) Bio/Circular; 4) Agrifood en 5) Life Sciences & Health. Binnen deze thema’s zet Invest-NL wat betreft de transitiedoelstelling hoofdzakelijk in op circulair en CO2-neutraal. Deep Tech en het versterken van het aanbod van risicokapitaal voor innovatieve start- en scale-ups zijn aangemerkt als (brede) thema’s 6 en 7. Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) zijn actief om de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s te bevorderen. De ROM’s fungeren als gezamenlijk instrument van Rijk en Regio in het regionaal economisch (innovatie-)beleid. Het Rijk is aandeelhouder en subsidient van ROM’s.

Net als Invest-NL zijn ROM’s een belangrijke speler op de markt voor venture capital c.q. durfkapitaal. Doordat financiering vanuit ROM’s maximaal € 5 miljoen bedraagt, vormen Invest-NL en de ROM’s gezamenlijk een dekkend netwerk. In Zeeland zijn Innogo! en het Zeeuws Participatiefonds relevante fondsen.

56

Publiek aanbod van kapitaal is beschikbaar op continentaal, landelijk en regionaal niveau (2/2) Rijksinstrumentarium De financiering van ondernemingen kent vanuit het Rijk drie belangrijke speerpunten: i) bevorderen van innovatie, ii) waarborgen van financierbaarheid MKB en iii) financierbaarheid van (groei van) grote bedrijven. Er is een breed palet aan beleids-, fiscaal- en financieringsinstrumenten op Rijksniveau. Hieronder wordt alleen

ingegaan op het financieel instrumentarium dat relevant is voor het Zeeuwse MKB. Fiscaal instrumentarium en subsidieregelingen zoals ter bevordering van de energietransitie (bv. SDE++ en ISDE) en innovatie (MIT) worden niet meegenomen in de aanbodanalyse. Er wordt door het Rijk een aantal instrumenten ingezet om innovatie te financieren. Het Innovatiekrediet (IK) richt zich op het financieren van veelbelovende innovaties met een goed marktperspectief. Het

Om de financieringsmogelijkheden voor verduurzamingsinvesteringen door het mkb te vergroten is de BMKB verruimd met een groen luik, de BMKB-G. Voor alle financieringen met BMKB-G bestaat de mogelijkheid om een garantie met een looptijd van maximaal 12 jaar toe te passen. Voor reguliere investeringen in bedrijfsmiddelen is de maximale looptijd 6 jaar. De omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB is verhoogd van 50% naar 75% van het kredietbedrag. De provisie voor BMKB-G is verlaagd naar 2% bij een looptijd tot en met 24 kwartalen en 3% bij een looptijd van 25 tot en met 48 kwartalen. Onder groene investeringen worden verstaan: • Bedrijfsmiddelen zoals opgenomen in de EIA-energielijst • Overige middelen verbonden aan energie-investeringen (maximaal aandeel 50%) • De aanpassing of vervanging van bedrijfspanden naar tenminste Label C

instrument Vroegefasefinanciering (VFF) richt zich letterlijk op de vroegste

fase

van

innovatie,

de

periode

tussen

idee

en

productontwikkeling. De BMKB-regeling is bedoeld om de toegang van MKB tot de kapitaalmarkt te borgen. Centrale doelstelling is om MKB-bedrijven met voldoende zicht op rentabiliteit en continuïteit - in hun kredietbehoefte kunnen voorzien. Vanuit BMKB wordt een garantie verstrekt, zodat banken de financiering verstrekken. De BMKB is bestemd voor ondernemingen met maximaal 250 werknemers (fte) met een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen.

De BMKB is verruimd tot en met 1 juli 2023. Bedrijven met een kredietbehoefte tot € 266.667 kunnen driekwart financieren met BMKB-krediet, anders ligt de grens op maximaal de helft van de kredietverstrekking. Verder is het maximum van het BMKB-krediet tijdelijk verhoogd van € 1 miljoen naar € 1,5 miljoen. Op het BMKBkrediet is een overheidsborgstelling van 90% van toepassing.

57

Vanuit private aanbieders is eveneens een divers aanbod beschikbaar (1/2)

Het private aanbod van kapitaal bestaat uit vele typen aanbieders.

Het gaat dan vaak om grote leningen die onderhands worden geplaatst, of openbaar verhandelbaar zijn via de beurs. DNB

Banken zijn de dominante kredietverstrekkers aan het MKB. Bancaire

constateert een zeer beperkte rol van Nederlandse institutionele

leningen zijn in bijna alle gevallen leningen aan bedrijven die zich in de

beleggers in het verstrekken van bedrijfsleningen, zeker aan het

groei- of volwassenheidsfase bevinden. Deze laatste fase is dominant

midden- en kleinbedrijf (MKB) .

in het aanbod. Specifiek voor projecten met een positief effect op

natuur en milieu bieden banken groenfinanciering aan Dit is bedoeld

Crowdfunding is een financieringswijze waarbij gebruik wordt gemaakt

voor projecten met een zogeheten groenverklaring, tegen een lagere

van collectieve particuliere financiering, dat een lening of eigen

rente.

vermogen verschaft voor een bedrijf of project. Crowdfunding is het afgelopen decennium sterk gegroeid.

Venture capital is een vorm van privaat investeringsvermogen dat zich richt op de financiering van kansrijke ondernemingen die zich in de

Een kredietunie is een coöperatieve kredietvereniging met uitgesloten

vroegere bedrijfsfases bevinden (start, groei), inclusief risicovolle

aansprakelijkheid zonder winstoogmerk, waarin ondernemers zich per

innovaties (maar primair in de latere fase van de innovatiecyclus, nabij

regio of per branche organiseren om elkaar geld te lenen.

marktintroductie). Business

angels

of

informal

investors

betreft

particuliere

Private equity is een financieringsbron die zich primair richt op de

geldverstrekkers aan bedrijven, voornamelijk in de startfase. De

financiering van ondernemingen die zich in de latere (volwassen)

investeerder steekt behalve geld ook kennis en ervaring in het bedrijf.

bedrijfsfases bevinden. Groeiers (mits met bewezen technologieën)

Daarnaast stelt hij zijn netwerk ter beschikking. Dergelijk geld wordt

zijn ook onderdeel van de doelgroep. Private equity levert eigen

ook wel ‘smart money’ genoemd.

vermogen. De rol van institutionele beleggers (zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen) in de financiering van het bedrijfsleven richt zich vooral op het financieren van grotere (beursgenoteerde) bedrijven. De financiering vindt dan plaats in de vorm van aandelen (eigen vermogen) of leningen (vreemd vermogen).

58

Vanuit private aanbieders is eveneens een divers aanbod beschikbaar (2/2)

Direct lending is een vorm van ondernemingsfinanciering, waarbij geldverstrekkers zonder tussenkomst van een bank rechtstreeks leningen verstrekken aan bedrijven. In de praktijk werken soms meerdere geldverstrekkers samen die gezamenlijk geld investeren in een fonds dat als financier optreedt voor ondernemers. Een bekend voorbeeld van een direct lender is Qredits. MKB beurs: voor MKB-bedrijven bestaat de NPEX-beurs (Nederlandse Participatie Exchange). Hiermee kunnen beleggers rechtstreeks, zonder tussenkomst van een derde partij, beleggen in MKB-bedrijven. MKB’ers kunnen via de NPEX zowel aandelen uitgeven als obligaties uitschrijven. Er zijn enkele voorwaarden aan verbonden om als MKBbedrijf genoteerd aan de NPEX te worden, zo moeten bedrijven minstens 3 jaar bestaan en moet er in die 3 jaar minstens 1 jaar winst zijn gedraaid. Leasing is een vorm van krediet waarbij een kredietverstrekker bedrijfsmiddelen

aankoopt

en

deze

gedurende

een

vooraf

overeengekomen termijn en tegen een vaste vergoeding ter beschikking stelt van een bedrijf (de kredietnemer). Factoring

betreft

debiteurenfinanciering.

De

factormaatschappij

verstrekt als financiering een voorschot op de uitstaande vorderingen van een onderneming. Factoring heeft het karakter van kortlopend werkkapitaal (rekening courant). Onder factoring verstaan we in dit onderzoek alleen non-bancaire financiers die factoring aanbieden.

59

Financieringstype uitgesplitst naar levensfase

Categorie Banken Private equity Durfkapitaal Crowdfunding Equipment lease Factoring Direct lending MKB-beurs Kredietunies 1. Expert judgement Rebel

Start

Groei

Volwassen

40% 80% 10% 40% 50% 33%

25% 12% 60% 20% 40% 40% 50% 25% 33%

75% 88% 50% 20% 50% 25% 33%

60

6 Bijlagen 4. Lijst gesprekspartners

61

Gesprekspartners vraag- en aanbodanalyse Gesprekspartners aanbodanalyse Organisatie ING (Groenbank)

Contactpersoon Robbert Jan Kromkamp

Invest-NL

Elwin van Rooijen

Nationaal Groenfonds

Dick Boddeus

Nederlandse Verening van Participatiemaatschappijen (NVP)

Juul Vaandrager

Rabobank

Huib van Gorkom

Stichting Zeeuwse Publieke Belangen

Martin Martens

Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij

Frank Verhagen en Rinze Porte

Gesprekspartners vraaganalyse Organisatie Aannemingsbedrijf Fraanje Circular Industries ITIS Limagrain

Contactpersoon Johan Aalberts Niels Wagemaker Colin Zegers Piet Reyns

Provincie Zeeland

Jeroen Steenbakker

Provincie Zeeland

Karen Schaik

Provincie Zeeland

Kim Reynierse

Provincie Zeeland

Louis Engelbert

Schelpdierensector

Edie Engels

Schelpdierensector

Wouter van Zandbrink

SemperPower/SteccGroep

Fedde van Dijk

S4Energy

Leo Visser

Top Onions

Peter Kamstra

Van Opdorp Transportgroep

Manon van Opdorp

Van Keulen Transport

Erik van Keulen

Zuidwest Logistiek

Corné van Oeveren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16422462/1