CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.7 Implementatieplan Werkleerbedrijf Orionis

Commissie Algemeen en Sociaal 2 december 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Implementatieplan Werkleerbedrijf Orionis3.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Registratiekenmerk: 1342298 Onderwerp: Zienswijze implementatieplan Werkleerbedrijf Orionis nav rapport KplusV conceptbesluit De raad besluit; 1. Als zienswijze aan het algemeen bestuur van GR Orionis Walcheren aan te geven: a. In te stemmen met de in het Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf benoemde verbeteracties gericht op 4 sporen: ontwikkeling medewerkers SW en beschut werk, doorontwikkeling re-integratie, rendementsverbetering en werkgeversdienstverlening; b. In te stemmen met de vorming van een structurele krimpvoorziening van € 500 per WSW medewerker met ingang van 2022, met de opdracht daarmee aantoonbaar de kosten per medewerker op het gewenste niveau te houden en waar nodig de infrastructuur daar op aan te passen; c. In samenwerking met de gemeenten een concreet (beleids)voorstel uit te werken gericht op het plaatsen van de nieuwe doelgroep met LKS en nieuw beschut, rekening houdend met de door KplusV aangegeven adviezen en uitgangspunten; d. De te behalen (beleids)doelen en taakstellingen uit het implementatieplan in afstemming met de gemeente(n) nader uit te werken in een managementrapportage, meerjarig te verwerken in de begroting(en) van Orionis Walcheren en over de resultaten tussentijds via de periodieke dashboard te rapporteren aan de gemeenteraad; e.

De meerjarige financiële effecten die uit het implementatieplan voortkomen, overeenkomstig de uitgangspunten van KplusV t.a.v. zowel bedrijfsresultaat als subsidieresultaat, separaat te verwerken in de (eerstvolgende) begrotingswijziging van Orionis Walcheren en deze ter zienswijze aan de gemeenteraad voor te leggen. 2. Dit besluit te nemen onder voorbehoud van goedkeuring door de artikel 12 inspecteur en de provincie Zeeland als toezichthouder. Samenvatting In navolging op het quick-scan onderzoek van bureau Adlasz medio 2020, heeft bureau KplusV begin 2021 in opdracht van de colleges van de Walcherse gemeenten verdiepend onderzoek gedaan naar mogelijkheden tot verzilvering van het verbeterpotentieel van het Werkleerbedrijf van Orionis Walcheren. Het bestuur van Orionis is vervolgens door de colleges verzocht om o.b.v. het KplusVeindrapport een concreet implementatieplan uit te werken. De gemeenteraad wordt gevraagd haar zienswijze te geven t.a.v. het implementatieplan. De raad geeft als zienswijze aan het AB Orionis aan in te stemmen met de verbeteracties uit het plan gericht op 4 sporen, akkoord te gaan met de vorming van een krimpvoorziening en verzoekt Orionis om: een (beleids)voorstel voor plaatsing nieuwe doelgroep, (tussentijdse) rapportages van resultaten en separate verwerking van de uit het plan voortkomende financiële effecten in een begrotingswijziging.

Inleiding In navolging op het quick-scan onderzoek van bureau Adlasz medio 2020, heeft bureau KplusV begin 2021 in opdracht van de colleges van de Walcherse gemeenten verdiepend onderzoek gedaan naar mogelijkheden tot verzilvering van het verbeterpotentieel van het Werkleerbedrijf van Orionis Walcheren.

Auteur: M.J. de Vos Telefoonnummer: 0118-487104 Datum document:

Registratienummer nota: 1341281 Beslissingsbevoegdheid:Gemeenteraad

In dit onderzoek hebben zij in beeld gebracht, (in) welke (mate) concrete verbetermaatregelen ingezet kunnen worden, die leiden tot structurele verbetering van de financiële resultaten van specifiek het Werkleerbedrijf van Orionis Walcheren. Bureau KplusV heeft ruime onderzoekservaring en actueel inzicht in landelijke trends en relevante cijfers. Juli 2021 heeft KplusV haar onderzoeksresultaten, conclusies en aanbevelingen in een onderzoeksrapport aan de colleges gepresenteerd, waarmee de Walcherse colleges inhoudelijk hebben ingestemd. Het bestuur van GR Orionis Walcheren is vervolgens door de colleges verzocht om o.b.v. het KplusV-rapport een concreet implementatieplan uit te werken. De gemeenteraad is eind juli over voorgaande proces geïnformeerd met een RIB, waarbij tevens het onderzoeksrapport van KplusV werd verstrekt. Op 21 oktober 2021 heeft het DB van Orionis Walcheren het bijgevoegde Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf aangeboden. De gemeenteraad wordt gevraagd haar zienswijze te geven. Wat willen we bereiken? Orionis Walcheren geeft op een zo efficiënt en effectief mogelijke wijze, binnen de gestelde (financiële en beleidsmatige) kaders, uitvoering aan haar taken. Wat gaan we ervoor doen? Achtereenvolgens bureau Adlasz (2020) en bureau KplusV (2021) hebben onderzoek gedaan naar de rentabiliteit van het Werkleerbedrijf van Orionis. N.a.v.

het eindrapport van bureau KplusV hebben de Walcherse colleges Orionis Walcheren verzocht een concreet implementatieplan op te maken en te overleggen. In het door Orionis Walcheren opgeleverde implementatieplan wordt aansluiting gevonden bij het rapport KplusV, o.a. door iedere paragraaf aan te vangen met een kader waarin de relevante onderdelen uit het KplusV-rapport zijn weergegeven. Twee dimensies vormen de rode draad in de adviezen van KplusV en de daarop voorgestelde verbeteracties van Orionis om te komen tot een optimaal financieel en sociaal resultaat: 1. De ontwikkeling van de medewerker(s) naar een niveau van werkzaamheden brengen die het beste bij diegene past; 2. De opbrengsten en kosten van een werksoort in overeenstemming brengen met het niveau van de medewerkers. In onderstaande figuur (2-9) uit het KplusV-rapport zijn beide dimensies illustratief weergegeven:

In de blauwe blokjes zien we de verdeling van de medewerkers naar de verschillende werksoorten (feitelijke situatie) en in de paarse blokjes een meer gewenste verdeling: meer medewerkers zijn werkzaam in beter renderende werksoorten, en de werksoorten zelf later ook een positiever saldo van kosten en opbrengsten zien. De gewenste dynamiek is dus tweeledig: 1. Inzetten op ontwikkeling van medewerkers (de groene pijlen) 2. Versterken van het resultaat van de verschillende werksoorten (de grijze pijlen).

Blad 2 behorend bij 1341281

Dit kan dus ook betekenen dat de ene werksoort in volume terug gaat lopen en de andere werksoort in omvang juist gaat toenemen. De opgave voor het werkbedrijf is om deze dynamiek in samenhang te managen. In het implementatieplan worden, in navolging van en aansluitend op de adviezen van KplusV, verbeteracties voorgesteld die zich in hoofdlijn richten op 4 sporen: a. Medewerkers SW en beschut werk ontwikkelen; b. Doorontwikkeling re-integratie; c. Planmatige rendementsverbetering; d. Werkgeversdienstverlening. De verbeteracties die voor Orionis Walcheren uit de hiervoor aangegeven sporen voortvloeien worden hierna kort toegelicht: Ad a. Medewerkers SW en beschut werk ontwikkelen. KplusV heeft aangetoond dat bij Orionis sprake is van relatief veel personen die werkzaam zijn in interne werksoorten en dat dit ten koste gaat van aantallen personen die via begeleid werken, met loonkostensubsidie en via individuele detachering zijn geplaatst. Ook de aantallen groepsdetacheringen blijven ver achter bij het landelijk gemiddelde. Orionis gaat met alle medewerkers SW en beschut werk in gesprek over ontwikkeling. De verwachting is dat met 200 medewerkers ontwikkeltrajecten kunnen worden opgestart, waarbij de helft zich ontwikkelt naar een volgende trede op de werkladder.

De andere medewerkers ontwikkelen zich binnen de huidige functie of naar een andere functie binnen dezelfde trede op de werkladder. Rekening houden met terugval is het doel dat 75 medewerkers een ontwikkelstap voorwaarts maken. Dit resulteert voor Orionis in het navolgende geprognotiseerde tijdpad voor de ontwikkeling van SWmedewerkers (in lijn met advies KplusV): SW-medewerkers Begeleid werken Detachering Groepsgericht Intern Totaal

2021 17 40 125 394 576

2022 16 47 134 348 545

2023 15 60 138 304 517

2024 14 72 135 261 481

2025 14 80 126 231 452

Ad b. Doorontwikkeling re-integratie. Bureau KplusV adviseert een toename van het aantal arbeidsontwikkeltrajecten te realiseren, als onderdeel van de totale catalogus aan trajecten en andere interventies waarmee GR Orionis Walcheren de bijstandspopulatie naar werk tracht te bemiddelen. Daarvoor dient Orionis volgens KplusV wel eerst verbeteringen in kwaliteit en effectiviteit door te voeren. De afdeling Werk van Orionis Walcheren kan volgens het implementatieplan met de huidige middelen ruim 800 bijstandsklanten tegelijkertijd intensief ontwikkelen met als doel (begeleiding naar) zo regulier mogelijk werk. Vanuit deze trajecten is volgens Orionis behoefte aan circa 300 plaatsen voor werkplekleren. Dit in verschillende werksoorten en op verschillende niveaus (activeren, participeren, werkfit worden, etc.). Ook wordt steeds meer een combinatie van werken en leren ingezet. Dit betekent enerzijds een groei van het aantal trajecten binnen het Werkleerbedrijf en anderzijds een sterke groei van externe werkleertrajecten. Om de effectiviteit en kwaliteit van het werkplekleren te vergroten, worden door Orionis verschillende maatregelen uitgewerkt en ingevoerd. Ad c. Planmatige rendementsverbetering. Vanaf oktober 2020 is door de directie van Orionis Walcheren gestart met gericht werken aan rendementsverbetering van het Werkleerbedrijf.

De verwachte, eerste resultaten/opbrengsten daarvan werden door Orionis (meerjarig) verwerkt in de begroting(en) 2021/2022 van Orionis.

Blad 3 behorend bij 1341281

Bureau KplusV bevestigd in haar rapport dat Orionis verschillende stappen tot verbetering in gang heeft gezet, zoals heronderhandeling van tarieven met huidige opdrachtgevers, doorbelasten van magazijnkosten en deels nieuwe opdrachtgevers met een betere prijsstelling binnen te halen. De adviezen van KplusV zijn in lijn hiermee. KplusV beschrijft daarnaast verschillende maatregelen die genomen kunnen worden door Orionis om de beïnvloedbare kosten te verlagen. Orionis bevestigd in het implementatieplan dat de doelstellingen alleen behaald kunnen worden als de kosten van het Werkleerbedrijf aanvaardbaar zijn. Daarvoor zijn kortweg de volgende stappen door Orionis, in lijn met het KplusV-rappport, al in gang gezet: 1. Slimmer werken: opdrachten efficiënter uitvoeren; 2. Rendabele klantbediening: kostendekkende tarieven hanteren en kosten verlagen. ; 3. Verlieslatende werksoorten rendabel maken of in uiterste geval afstoten: Orionis verwacht met de voorgestelde verbeteracties het grootste deel van de werksoorten rendabel te kunnen maken. De afgelopen periode zijn de kosten verlaagd door het afstoten van 2 locaties, aan de Mercuriusweg en de Poortersweg, en outsourcing van de bankwerkerij. 4. Samenwerking met gemeenten, door bv toepassing SROI en samenwerking groenvoorziening; Op basis van de adviezen uit het KplusV-rapport gaat Orionis aanvullend aan de slag met: 5.

De werksoorten in de buitendienst rendabeler maken (m.n. groenvoorziening); 6. Onderzoeken van de door KplusV aangekaarte mogelijke rendementsverbeteringen op het gebied van de activiteiten: schoonmaak, bedrijfsrestaurant en technische dienst. In het implementatieplan beschrijft Orionis dat om de beoogde rendementsverbetering te bereiken doorontwikkeling van de interne organisatie noodzakelijk is. Daarmee is al een start door Orionis gemaakt, maar hiermee is de interne organisatie nog maar aan het begin. De ontwikkelkracht van de organisatie is van invloed op de snelheid waarmee en mate waarin doelstellingen behaald kunnen worden. Ad d. Werkgeversdienstverlening. KplusV heeft in haar rapport ook kortweg een beeld gevormd van het absorptievermogen van de (regionale) arbeidsmarkt voor de doelgroep uit de Participatiewet. Oftewel: in hoeverre is de Zeeuwse arbeidsmarkt, en meer specifiek die op Walcheren, in staat om de doelgroep uit de Participatiewet op te nemen. KplusV concludeert: Er is meer vraag dan aanbod in de arbeidsmarkt; Er is voldoende vermogen van de arbeidsmarkt om de doelgroep op te nemen; De doelgroep heeft relatief veel ondersteuning nodig; De werkgevers vragen om ontzorging (begeleiding en ondersteuning).

Orionis stelt in het implementatieplan vast dat de afgelopen jaren het BUIG-tekort fors is afgenomen en de huidige werkgeversdienstverlening vooral succesvol is gebleken voor klanten met een kleine afstand tot de arbeidsmarkt. Om ook de doelgroep(en) met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt (bijstand en SW) succesvol en duurzaam te kunnen plaatsen op werk heeft Orionis hiervoor een aanvullende aanpak samengesteld (‘Werken naar vermogen’). Onderdeel hiervan is tevens een aanvullende werkgeversdienstverlening met instrumenten en arrangementen. Wat zijn de kanttekeningen en risico’s? Krimpvoorziening: kosten van de krimp van de SW-populatie. Bureau KplusV stelt in haar onderzoek vast dat de SW-populatie de komende jaren in volume blijft dalen en adviseert in dit kader een krimpvoorziening op te nemen.

Blad 4 behorend bij 1341281

Als een werkleerbedrijf voorziet dat de doelgroep waar die voor verantwoordelijk is, de komende jaren gaat dalen, dan betekent dat immers de desbetreffende organisatie rekening moet houden met een krimp. Zodat de kosten geleidelijke tred kunnen houden met de doelgroep. Een dergelijke reductie van kosten gaat echter niet vanzelf en niet geleidelijk. Aanvullende kosten zijn volgens KplusV dan ook nodig om de kosten per medewerker op hetzelfde niveau te houden, gericht op: stapsgewijs afschalen van de infrastructuur en/of tijdelijke extra kosten. In onderstaande figuur is dit schematisch weergegeven:

Voor de middellange termijn is het volgens KplusV voor een gemiddeld Werkleerbedrijf wenselijk om met dit krimpmechanisme rekening te houden als de totale doelgroep afneemt: de bijkomende kosten zijn in orde van € 500,- per SW-medewerker. Ook voor Orionis zal de krimp volgens KplusV tot aanpassingen in de personele formatie moeten leiden, hetgeen evenzo geldt voor de huisvesting. Op de langere termijn zijn aanpassingen hierin nodig om de kosten in balans te krijgen met de doelgroep. De huisvestingskosten liggen bij Orionis op een relatief hoog niveau. Krimpkosten zullen voor dat onderdeel dan ook nog hoger dan gemiddeld zijn. KplusV adviseert dan ook een krimpvoorziening op te nemen ad. € 500 per SW-medewerker, zodat in de meerjarenbegroting van Orionis rekening kan worden gehouden met de dalende populatie. Het Werkleerbedrijf van Orionis krijgt daarmee dan de opdracht om de kosten per medewerker op het gewenste niveau te houden en waar nodig de infrastructuur daar concreet op aan te passen. Plaatsen nieuwe doelgroep uit de Participatiewet. KplusV signaleert dat de Walcherse gemeenten lagere aantallen noteren op het gebied van het bieden van werkgelegenheid aan de nieuwe doelgroep uit de participatiewet dan andere gemeenten van gelijke omvang.

KplusV komt daardoor met de beleidsaanbeveling: intensiveer de aanpak voor de nieuwe doelgroep (LKS/ beschut) en een kwantitatieve ambitie van bijvoorbeeld 50 extra personen (inhaalslag) om op landelijk gemiddelde te komen. Orionis heeft in dit kader in het implementatieplan een ambitie opgenomen voor de Walcherse gemeenten om eind 2025 tenminste 30 (vml) bijstandsgerechtigden of SW-medewerkers in de eigen organisatie te hebben aangenomen. Sturing op (beleids)doelen en taakstellingen is bepalend voor het halen van de doelen. KplusV stelt dat het van groot belang is voor de gemeente(n) regie te kunnen voeren op de uitvoeringsorganisatie. Volgens KplusV is dit goed mogelijk in de GR-organisatievorm. Waar wel aandacht voor moet zijn, is dat de sleutel voor het succes vooral gelegen is in de wijze waarop taken en verantwoordelijkheden in de keten zijn afgestemd en scherpe (beleids)doelen en taakstellingen zijn geformuleerd. Een goede sturing is geen vanzelfsprekendheid en zeker niet vrijblijvend. Er dient volgens KplusV een cultuur en de intenties te bestaan om de beoogde doelen ook te behalen. En bij doelen behoren ook eenduidige sturingsvariabelen.

Blad 5 behorend bij 1341281

KplusV adviseert gemeenten te sturen op basis van een gezamenlijk uitvoeringsplan. Het KplusVrapport biedt hiervoor de handvatten en het implementatieplan vormt hiervoor een basis. De monitoring die uit het implementatierapport wordt voorgesteld, bestaat deels uit al beschikbare informatie. Voor sommige onderdelen zijn aanpassingen en aanvullingen nodig. Een volledige monitor dient verder uitgewerkt te worden en zal naar verwachting medio 2022 beschikbaar zijn. De (beleids)doelen en taakstellingen uit het implementatieplan worden (meerjarig) verwerkt in de begroting, verwerkt in managementrapportage(s) en via de al bestaande periodieke dashboard gedeeld met de gemeenteraden. Adviesorgaan Het KplusV-rapport en het Implementatieplan Toekomstbestendig Werkleerbedrijf is op verschillende momenten met de SCW gedeeld en zij hebben hierop dan ook hun input kunnen leveren. Wat mag het kosten? In de 1e begrotingswijziging 2021 en primaire begroting 2022 Orionis is een meerjarige vertaling van de door Orionis verwachte rendementsverbetering van de bedrijfsvoering van het Werkleerbedrijf opgenomen op basis van de eerste door hen ingezette verbetermaatregelen. Doorrekening van de maatregelen heeft geleid tot een begrote resultaatsverbetering van zo’n € 500.000 in 2021 oplopend tot € 2,6 miljoen op jaarbasis in 2025. KplusV heeft n.a.v.

haar bevindingen een eigenstandige rendementsverwachting voor het Werkleerbedrijf Orionis gemaakt op basis van de door hen voorgestelde verbeteracties. KplusV gaat ook uit van een forse rendementsverbetering de komende jaren. Het resultaat van de bedrijfsvoering Werkleerbedrijf Orionis is in hun ogen in 2022 naar verwachting nog negatief (€ - 156.000) en groeit dan gestaag door naar een positief bedrijfsresultaat in 2025. Deze rendementsverwachting van KplusV is wel lager dan momenteel reeds in de begroting van Orionis Walcheren opgenomen. In 2022 voorspelt KplusV een lager resultaat dan Orionis van zo’n € 200.000, oplopend naar een verschil van zo’n € 600.000 in 2025. Het verschil tussen de rendementsverwachting van KplusV en die van de begroting Orionis is gelegen in een drietal factoren: 1. KplusV is gereserveerder t.a.v. de rendementsverbetering vanwege de steeds ouder wordende populatie aan SW-medewerkers. Hierdoor zou de ontwikkelcapaciteit bij deze medewerkers afnemen, waarbij rekening moet worden gehouden met terugval op de werkladder en afnemende netto toegevoegde waarde. Voor 2025 schatten zij een verschil in rendement van € 300.000; 2. KplusV adviseert een krimpvoorziening op te nemen vanwege toekomstige frictiekosten voor huisvesting en personeel bij een permanent kleiner wordend Werkleerbedrijf.

KplusV gaat uit van een krimpvoorziening van € 500 per SW-medewerker, zijnde totaal zo’n € 200.000 per jaar; 3. Bovenop de 2 hiervoor aangegeven aspecten is KplusV in zijn algemeenheid iets behoudender. In onderstaand schema is het verschil t.a.v. de 3 genoemde aspecten tussen de verwachte rendementsverbetering KplusV en de begroting Orionis weergegeven:

Blad 6 behorend bij 1341281

In het implementatieplan wordt voorgesteld om met het toekomstig financieel perspectief voor het Werkleerbedrijf van Orionis volledig aan te sluiten bij de financiële inzichten die KplusV hierover biedt en het groeipad dat zij hiervoor beschrijven, omdat de 3 door hen aangedragen aspecten die van invloed zijn op de mogelijkheid van rendementsverbetering van het Werkleerbedrijf evident en plausibel zijn. De van toepassing zijnde financiële effecten daarvan zullen in de (eerstvolgende) begrotingswijziging van Orionis Walcheren worden verwerkt en aan de gemeenteraden worden voorgelegd. Het verschil tussen de meerjarige rendementsverwachting van KplusV en die van de huidige begroting Orionis zou tot 2025 schematisch leiden tot de volgende begrotingsmutatie(s):

Ontwikkeling subsidieresultaat Het implementatieplan van Orionis richt zich (financieel) puur op de verbeteringen t.a.v. het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf (saldo omzet en overige kosten). Naast het bedrijfsresultaat wordt het totale financiële resultaat van het Werkleerbedrijf echter ook in hoge mate beïnvloed door het subsidieresultaat (saldo Rijkssubsidie SW en loonkosten SW). Orionis stelt terecht dat dit subsidieresultaat niet te beïnvloeden is. KplusV verschaft in haar rapport echter wel een gedetailleerde en onderbouwde raming van het subsidieresultaat (waarvan de uitgangspunten worden onderschreven door brancheorganisatie Cedris). Het door KplusV voor Orionis meerjarig geraamde subsidieresultaat heeft een ander, in verschillende aankomende jaren gunstiger, verloop dan het geraamde subsidieresultaat dat Orionis momenteel in haar begroting heeft opgenomen. Het is dan ook gewenst dat naast de effecten uit het rapport KplusV op het bedrijfsresultaat, ook de uitgangspunten van KplusV t.a.v. het subsidieresultaat voor de komende jaren meerjarig in de (eerstvolgende) begrotingswijziging van Orionis worden verwerkt. Artikel 12 Dit voorstel dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de artikel 12 inspecteur en de Provincie Zeeland als toezichthouder.

Dit voorstel is derhalve onder voorbehoud van goedkeuring door de artikel 12 inspecteur en de Provincie Zeeland als toezichthouder. Wat en hoe gaan we communiceren? Na besluitvorming in de raadsvergadering, wordt het bestuur van Orionis Walcheren op de hoogte gesteld van de zienswijze. Zoals aangegeven dienen ook de artikel 12 inspecteur en de Provincie Zeeland als toezichthouder hun goedkeuring te verlenen. Het algemeen bestuur betrekt de zienswijzen bij haar besluitvorming over het implementatieplan en informeert de gemeenten over haar besluit.

Blad 7 behorend bij 1341281

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10811968/1