CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.4 rvs Vaststelling bp Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost bijlage 4 bijlagen bij toelichting

Commissie Ruimte 7 september 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost’30.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Er wordt dan ook aanbevolen om de funderingsdiepten van de bestaande gebouwen in het rode gebied in kaart te brengen. Vanwege de grootte van dit gebied wordt aanbevolen om in een overleg (bijvoorbeeld tussen de gemeente, de gemeentelijk archeoloog en RAAP) te komen tot een strategie ten aanzien van de omgang met archeologische waarden. Tijdens dit overleg kunnen de volgende vragen beantwoord worden: - Welke archeologische resten binnen het plangebied verdienen prioriteit? - Kunnen archeologische resten behouden blijven? Is onderzoek nodig om deze resten beter in kaart te brengen? - Welke onderzoeksmethoden in het kader van het inventariserend veldonderzoek worden waar toegepast, indien behoud niet mogelijk is (sloopbegeleiding, proefsleuvenonderzoek, booronderzoek)? Mogelijk bestaan kansen voor het behoud van archeologische resten op de binnenterreinen van de bouwblokken en op pleinen in het deelgebied Binnenstad (zuidzijde dok). Om de archeologische resten van het Dok van Perry te behouden, kan gekeken worden naar de werkwijze bij het uitgraven ervan. Voor het behoud van archeologische resten in het deelgebied Kaden zijn misschien mogelijkheden te vinden in de openbare ruimten. In het algemeen zou nagedacht kunnen worden over het aanpassen van de funderingstechnieken van de bebouwing.

Om de locaties en aard te bepalen voor de vervolgonderzoeken is het niet alleen van belang de toekomstige ontwikkelingen en de archeologische situatie in

RAAP-rapport 1284 / 1e concept 08-02-2006

[2 6 ]

Voormalig KSG-terrein te Vlissingen, gemeente Vlissingen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

ogenschouw te nemen, maar ook de bestaande situatie. Ten aanzien van de bestaande situatie moet rekening worden gehouden met: - De aanwezigheid van explosieven op het terrein: het plangebied is tijdens de Tweede Wereldoorlog intensief gebombardeerd. Tevens hebben artilleriebeschietingen plaatsgevonden op en om het terrein van de KSG. Er is sprake van een reële kans op het aantreffen van niet-gesprongen explosieven. - De aanwezigheid van grondverontreinigingen binnen het gebied. In het Masterplan voormalig KSG-terrein is een kaart opgenomen met de verontreinigingssituatie, waaruit blijkt dat bodemverontreiniging aanwezig is in het plangebied. - De aanwezigheid van verstoringen. Mogelijk is een gedeelte van de waarden verstoord ten gevolge van de aanwezigheid van funderingen van de huidige bebouwing.

RAAP-rapport 1284 / 1e concept 08-02-2006

[2 7 ]

Voormalig KSG-terrein te Vlissingen, gemeente Vlissingen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Literatuur Bloemink, W., R. van Dierendonck e.a., 2005. Cultuurhistorische verkenning van het Spiegelkwartier (terrein van de Koninklijke Schelde Groep). Reeks Lantschapstudies 56. Bureau Lantschap/Buro 02/VISTA landscape and urban design en Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, zonder plaats. Brinkkemper, O., e.a. (redactie), 1998. Handboek ROB-specificaties. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort. DLO-Staring Centrum/Stiboka, 1994. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000; blad 42 West - 42 Oost en 47/48 West, Zierikzee en Cadzand/Middelburg. DLO-Staring Centrum/Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Dommisse, P.K., 1910. De Ambachtsheerlijkheid van Oud-Vlissingen en de wording van Nieuw Vlissingen. Archief Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen 1910: 1-263. Grol, H.G., 1931. De Geschiedenis der Oude Havens van Vlissingen, alsmede de invloed van Oranje op hare verdere ontwikkeling. Vlissingen. Heuvel, C. van den, 1991. Papiere Bolwercken, de introductie van de Italiaanse stede- en vestingbouw in de Nederlanden (1540-1609) en het gebruik van tekeningen. Canaletto, Alphen aan den Rijn. Kempen, van P.A.M.M., 2002. Plangebied Oude Markt-Spuistraat, Gemeente Vlissingen, een archeologische verwachtingskaart. RAAP-rapport 809/ RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Klerk, A.P. de, 1992. Vlissingen. In: C. Koeman & J.C.

Visser (red.); De Stadsplattegronden van Jacob van Deventer. Map 7 Nederland, Zeeland. ROBAS Producties, Landsmeer. Kruijf, T. de, e.a (redactie), 2004. Atlas van historische vestingwerken in Nederland: Zeeland. Walburg Pers/Stichting Menno van Coehoorn, Zutphen/Utrecht. Noordegraaf, L., 1985. Spectrum/Sijthoff atlas van de Nederlandse Marktsteden. Het Spectrum/A.W. Sijthoff, Utrecht/Antwerpen/Amsterdam. Provincie Zeeland, 2004. Handleiding Programma’s van Eisen Zeeland. Provincie Zeeland, Middelburg. RGD, 1972. Geologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Blad Walcheren. Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Rietkerk, M., 2004. Tweede binnenstadontsluiting, gemeente Vlissingen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-notitie 910. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. ROB, 2005. Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) versie 2.1. Ontleend aan http://www.archis.nl.

RAAP-rapport 1284 / 1e concept 08-02-2006

[2 8 ]

Voormalig KSG-terrein te Vlissingen, gemeente Vlissingen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

Stiboka/RGD, 1986. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Blad 48 (gedeeltelijk), Middelburg. Stichting voor Bodemkartering/Rijks Geologische Dienst, Wageningen/Haarlem. VHP, Tauw, Goudappel Coffeng, Gemeente Vlissingen, 2005. Vlissingen Dokkershaven, Ontwerp Masterplan. VHP, Rotterdam.

Gebruikte afkortingen ARCHIS IKAW -Mv ROB

ARCHeologisch Informatie Systeem Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden beneden maaiveld Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek

Verklarende woordenlijst enveloppe bastion

bolwerk citadel courtine ravelijn

Strook grond rond de buiten- en binnengracht. Vijfhoekige aarden of stenen uitbouw van een verdedigingswerk naar oorspronkelijk Italiaans ontwerp, voornamelijk voor het bestrijken van de aanliggende courtines. Een verdedigingswerk voor of buiten een stadsmuur of omwalling. Zelfstandig verdedigbaar vestingwerk bij of in een stad met als doel de inwoners van de stad onder bedwang te houden. Deel van een vestingwal of -muur, gelegen tussen twee bastions; ook wel gordijn. Midden voor een vestingfront gelegen, ongeveer driehoekig buitenwerk, ter dekking van courtine en toegangspoort, tegen vijandelijk vuur.

Overzicht van figuren en tabellen Figuur 1. De ligging van het plangebied (gearceerd) met ARCHIS-waarnemingen (rood) en AMK-terrein (blauw); inzet: ligging in Nederland (ster). Figuur 2. Resultaten bureauonderzoek. Figuur 3. Zones met hoge en middelmatige trefkans op archeologische waarden (ROB, 2005) uit de IJzertijd t/m de Vroege Middeleeuwen en latere verstoringen (gearceerd). Figuur 4. Advieskaart. Tabel 1.

Archeologische tijdschaal.

RAAP-rapport 1284 / 1e concept 08-02-2006

[2 9 ]

Bijlage 2 Memo WAD

Juust

34

Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost

-1-

MEMO VAN

: Bernard Meijlink

Afdeling

: Ruimte en samenleving

Betreft

:

Aspect archeologie bestemmingsplan Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost gemeente Vlissingen

L.S. Hierbij verklaar ik, Bernard Meijlink, deskundig adviseur archeologie van de gemeente Vlissingen, in het kader van het bestemmingsplan Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost gemeente Vlissingen, dat ik het eens ben met de conclusies en het advies, zoals deze zijn verwoord in het rapport RA1284-VLSK van M. Rietkerk, 2006, Voormalig KSG-terrein te Vlissingen, gemeente Vlissingen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, RAAPrapport 1284, Amsterdam. De passage Archeologie in dit bestemmingsplan heb ik mede op basis van deze rapportage opgesteld. Bernard Meijlink Walcherse Archeologische Dienst

Bijlage 3 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein d.d. 31 januari 2018

Juust

36

Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen

projectnummer 0419397.00 definitief revisie 00 31 januari 2018

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen

projectnummer 0419397.00 definitief revisie 00 31 januari 2018

Auteurs N. Gelderland

Opdrachtgever Gemeente Vlissingen Postbus 3000 4380 GV Vlissingen

datum vrijgave 31-01-2018

beschrijving revisie 00 definitief

PL2018 M.F. Elings

goedkeuring A. Eijke

vrijgave M.F. Elings

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

3

2

Vooronderzoek

4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Algemeen Terreinbeschrijving Voormalig- en huidig gebruik Toekomstig gebruik Bodemopbouw en geohydrologie Conclusie vooronderzoek en hypothese

4 4 5 12 13 13

3

Verrichte werkzaamheden

14

3.1 3.2

Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek

14 15

4

Onderzoeksresultaten

17

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond Grondwater Asbest

17 19 19 20 22 22

5

Conclusies

24

Bijlagen 1. Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen 2. Analyseresultaten grondmonsters met overschrijding normwaarden 3. Analyseresultaten grondwatermonsters met overschrijding normwaarden 4. Normwaarden grond en grondwater 5. Toelichting op normwaarden grond en grondwater 6. Analysecertificaten 7. Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek 8. Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000 9. Indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit 10. Toelichting toetsing Besluit bodemkwaliteit 11. Analysecertificaat asbest 12. Toelichting toetsingskader asbest

Tekeningen 419397-O-1 419397-O-2 419397-S-1 t/m S-3

Overzichtstekening met ligging locatie Overzichtstekeningen boringen met bladindeling Situatietekening met boringen, peilbuizen en asbestgaten

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

419397-V-1 t/m V-3 419397-V-4 t/m V-6 419397-V-7 t/m V-9

Verontreinigingssituatie bovengrond Verontreinigingssituatie ondergrond Verontreinigingssituatie grondwater

Blad 2 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

1

Inleiding In opdracht van gemeente Vlissingen is door Antea Group in november en december 2017 een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het Scheldeterrein te Vlissingen.

Aanleiding De aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het terrein.

Doel Het doel van het verkennend bodem- en asbestonderzoek is de bodemkwaliteit vast te leggen om in het kader van de voorgenomen herontwikkeling de gebruiksmogelijkheden van het terrein te bepalen.

Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740 (Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek). Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest is uitgevoerd op basis van de NEN 5707+C1: 2016 'Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem'. Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 7. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.

Blad 3 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

2

Vooronderzoek

2.1

Algemeen Bij toepassing van de NEN 5740 en NEN 5707 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek). Op basis van de verzamelde basisinformatie, de aanleiding van het onderzoek en de mate van verdachtheid van de onderzoekslocatie is gekozen voor een standaard vooronderzoek. Het standaard vooronderzoek richt zich op de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel <10 meter breed is, worden ook de percelen hier weer aangrenzend meegenomen. Bij grotere aangrenzende percelen, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij aanleiding bestaat het gehele aangrenzende perceel in het vooronderzoek te betrekken. Aansluitend is informatie verzameld over de volgende aspecten van de locatie: - voormalig gebruik - huidig gebruik - toekomstig gebruik - bodemopbouw en geohydrologie Per onderdeel zijn één of meerdere informatiebronnen geraadpleegd. De verzamelde informatie is vastgelegd per bron en weergegeven in de volgende paragrafen.

2.2

Terreinbeschrijving De onderzoekslocatie is gelegen op het Scheldeterrein, ter hoogte van De Willem Ruysstraat te Vlissingen. Het onderzoek richt zich op de nieuw aan te leggen wegen, stoepen, parkeervakken en de groenvoorzieningen tussen de nieuw te realiseren woningen. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie is circa 3,2 hectare en is grotendeels braakliggend. Een gedeelte van de onderzoekslocatie is tijdelijk in gebruik als gronddepot. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in de tekeningen 419397-O-1, O-2 en 419397-S-1 t/m S-3. Op de volgende luchtfoto is de onderzoekslocatie weergegeven.

Blad 4 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

Figuur 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie

(Brond: AGODP: applicatie Antea Group, Copyright Esri Nederland en het Kadaster)

2.3

Voormalig- en huidig gebruik Voor het vaststellen van het voormalige en huidige gebruik is informatie verkregen van de gemeente Vlissingen. Onderstaand is per geraadpleegde bron de gevonden informatie omschreven. Archieven Voor zover bekend hebben er op de onderzoekslocatie geen calamiteiten of overtredingen van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer en/of Wet bodembescherming en/of andere milieuregelgeving plaatsgevonden. Historische luchtfoto’s Op de historische luchtfoto’s van 1959 en 1970 is te zien dat ter plaatse van de onderzoekslocatie bebouwing aanwezig is. Deze bebouwing is op de historische luchtfoto van 2007 niet meer aanwezig. Sindsdien is de locatie braakliggend. Op de luchtfoto van 2017 is het tijdelijke gronddepot ter plaatse van de onderzoekslocatie waarneembaar.

Blad 5 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

Figuur 2.2: historische luchtfoto’s

Luchtfoto 1959

Luchtfoto 1970

Luchtfoto 2007

Luchtfoto 2017

(Bron: Geoweb provincie Zeeland)

Bodemonderzoeken Ter hoogte van het Scheldeterrein zijn in het verleden vele bodemonderzoeken uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken is in 2005 een beschikking afgegeven door de Provincie Zeeland (kenmerk: 050966, 13 juni 2005). Uit deze beschikking is te herleiden dat de bodem van het gehele Scheldeterrein licht tot sterk verontreinigd is met zware metalen, PAK en asbest. De interventiewaarden voor koper, zink en lood worden overschreden. De verontreiniging is veelal te relateren aan de bijmenging met puin, sintels, slakken of kolengruis. De ondergrond is veelal niet verontreinigd met deze stoffen. Voor de gehele locatie is een saneringsplan opgesteld (Saneringsplan plangebied Scheldekwartier (KSG-werf) te Vlissingen, MWH B.V., projectnummer B06L0832, d.d. 1 september 2008 en de beschikking van de Provincie Zeeland met kenmerk: 08032709, d.d. 11 november 2008). In het saneringsplan is omschreven op welke wijze de bodemverontreiniging gesaneerd gaat worden. De aanpak van de mobiele verontreinigingen en puntbronnen is maatwerk. De aanpak gaat bij voorkeur samen met het bouwrijp maken. De immobiele verontreinigingen binnen het plangebied worden door middel van het aanbrengen van een leeflaag gesaneerd. Naast bovenstaande informatie zijn er na 2008 nog de volgende uitgevoerde onderzoeken bekend ter plaatse of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie:

Blad 6 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

Uitvoeringsplan terrein tijdelijk gebruik Scheldekwartier (Search Ingenieursbureau B.V., kenmerk: 259082.1, d.d. 15-04-2009) In opdracht van de gemeente Vlissingen heeft Search Ingenieursbureau B.V. een uitvoeringsplan opgesteld voor het nemen van tijdelijke saneringsmaatregelen ter plaatse van (een gedeelte van) het Scheldeterrein te Vlissingen. In het verleden zijn binnen het gehele plangebied diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit deze bodemonderzoeken blijkt dat binnen het onderzoeksgebied een drietal categorieën aan verontreinigingen zijn aangetoond, te weten: • Immobiele verontreinigingen: diffuus verontreinigd gebied als gevolg van ophooglagen en stedelijke of bedrijfsactiviteiten. Het gaat hierbij met name om zware metalen en PAK. Deze verontreinigingen zijn te relateren aan puin- en kooldeeltjes die in de bovengrond aanwezig zijn; • Mobiele verontreinigingen: Veelal gerelateerd aan puntbronnen zoals bijvoorbeeld een opslagtank. In het plangebied komen mobiele verontreinigingen met minerale olie, vluchtige aromaten en vluchtig gechloreerde koolwaterstoffen voor; • Asbest: Gerelateerd aan puinhoudende ophooglagen en voormalige bedrijfsactiviteiten. Het saneringsgebied zal op diverse plaatsen ontgraven of opgehoogd worden, zodat het oorspronkelijke maaiveld geëgaliseerd wordt.

De immobiele verontreinigingen binnen het plangebied worden door middel van het aanbrengen van een leeflaag gesaneerd. De dikte van de leeflaag is minimaal circa 20 cm bestaande uit grond met functieklasse wonen of schoner. Tussen de verontreinigde grond en de aan te brengen leeflaag dient een scheidingslaag te worden aangebracht, zodat in de toekomst duidelijk zichtbaar is wanneer er in de verontreinigde grond gegraven gaat worden. Deze scheidingslaag bestaat uit worteldoek. Uitgangspunt voor de immobiele verontreiniging is dat de grond binnen het plangebied wordt herschikt zodat met een gesloten grondbalans gewerkt kan worden. Indien tijdens herschikken grond verontreinigd met mobiele componenten wordt aangetroffen, dan kan deze grond niet worden herschikt en zal deze op een milieuhygiënische verantwoorde manier dienen te worden afgevoerd. Ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie is nagenoeg in de gehele bovengrond asbest aangetoond. De aanpak van deze verontreiniging is overeenkomstig met de CROW 132 en grotendeels vergelijkbaar met die van immobiele verontreinigingen. Na uitvoering van de grondwerkzaamheden is een situatie gecreëerd waarbij geen graafwerkzaamheden in verontreinigde grond meer plaatst hoeven te vinden. De contactmogelijkheden met verontreinigde grond zijn daarnaast weggenomen.

Actualiserend nader bodemonderzoek Scheldekwartier (Koningsweg e.o.) te Vlissingen (ATKB, kenmerk: 20151053/rap01, d.d. 13-02-2017) De aanleiding voor het nader bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en de onderzoeksresultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Het betreft een elftal afzonderlijke deellocaties met verhoogde concentraties aan vluchtige aromaten, minerale olie en VOCL in de grond en/of het grondwater. De deellocaties 1, 14, 16, 31, 34, 43 en 55 bevinden zich ter hoogte van onderhavige onderzoekslocatie. Hieronder zijn de meest relevante bevindingen weergegeven: Locatie 1: Voormalig tankstation De sterke verontreiniging met minerale olie in de grond heeft een totaalvolume van circa 35 m3. Op basis van de onderzoeksresultaten en de vastgestelde omvang van de grondverontreiniging

Blad 7 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

kan worden geconcludeerd dat de aangetroffen bodemverontreiniging een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. De verontreinigingssituatie wordt op basis van de risicobeoordeling als niet spoedeisend beschouwd, waardoor in het kader van de Wet bodembescherming geen sprake is van een urgentie van het nemen van sanerende maatregelen. In het grondwater is een sterke verontreiniging met benzeen, ethylbenzeen, xylenen en minerale olie vastgesteld, welke horizontaal en verticaal is afgeperkt. De sterke verontreiniging heeft een totaalvolume van circa 54 m3. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, nader onderzoek is niet noodzakelijk. Locatie 14: Voormalige brandstofopslag De sterke verontreiniging met minerale olie in de grond heeft een totaalvolume van circa 400 m3. Op basis van de onderzoeksresultaten en de vastgestelde omvang van de grondverontreiniging kan worden geconcludeerd dat de aangetroffen bodemverontreiniging een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. De verontreinigingssituatie wordt op basis van de risicobeoordeling als niet spoedeisend beschouwd, waardoor in het kader van de Wet bodembescherming geen sprake is van een urgentie van het nemen van sanerende maatregelen. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met naftaleen en/of minerale olie vastgesteld.

De eerder aangetoonde sterke verontreiniging met minerale olie in het grondwater is niet meer aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, nader onderzoek is niet noodzakelijk. Locatie 16: Magazijn ketelbouw In de grond en het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. De huidige locatie is geactualiseerd/bevestigd. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, nader onderzoek is niet noodzakelijk. Locatie 31: Schilderwerkplaats In de grond en het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. De huidige locatie is geactualiseerd/bevestigd. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, nader onderzoek is niet noodzakelijk. Locatie 34: Tandwielfabriek In de grond is plaatselijk een lichte verontreiniging met tolueen vastgesteld. De overige geanalyseerde parameters zijn niet in verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. De huidige locatie is geactualiseerd/bevestigd. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, nader onderzoek is niet noodzakelijk. Locatie 43: Voormalige koperslagerij De in het eerder uitgevoerde onderzoek van 2006 (SGS) aangetoonde matige verontreiniging met minerale olie van boring 4301 is niet meer aangetoond. De bodem is licht verontreinigd met minerale olie.

De sterke verontreiniging met minerale olie (boring 4307) in de grond lijkt op basis van de gegevens niet meer aanwezig te zijn. Het grondwater is licht verontreinigd met benzeen en/of naftaleen. De in 2006 aangetoonde matige verontreiniging met minerale olie is niet meer aangetoond. De verontreinigingssituatie op deze deellocatie is in voldoende mate geactualiseerd. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Blad 8 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

Locatie 55: Koningsweg Aan de noordzijde van deze locatie was de verontreinigingssituatie onbekend. De grond aan de noordzijde is niet tot licht verontreinigd met benzeen. De sterke verontreiniging met benzeen bevindt zich hoofdzakelijk aan de zuidzijde en heeft een totaalvolume van circa 75 m3. De sterke grondwaterverontreiniging met benzeen heeft een totaal volume van circa 1.625 m3. Op basis van de onderzoeksresultaten en de vastgestelde omvang van de grond- en grondwaterverontreiniging kan worden geconcludeerd dat de aangetroffen bodemverontreiniging een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. De verontreinigingssituatie wordt op basis van de risicobeoordeling als niet spoedeisend beschouwd, waardoor in het kader van de Wet bodembescherming geen sprake is van een urgentie van het nemen van sanerende maatregelen. Onderzoek (half)verhardingen en onderliggende puin- en grondlagen “Scheldeterrein” Vlissingen (Wematech Bodem Adviseurs B.V., Projectnummer: CRT-50170363, d.d. 26-09-2017) In opdracht van de Gemeente Vlissingen is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in juli en september 2017 een onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige verhardingen en de onder deze verhardingen aanwezige puin- en/of grondlagen.

Hieronder zijn de meest relevante bevindingen weergegeven: Verhardingslagen • De open verhardingslaag ter plaatse van sleuven Sl01 t/m Sl05 is verontreinigd met PAK en minerale olie, de aangetroffen elementenverhardingen zijn niet verontreinigd. Het aanwezige asfalt is volgens verkregen informatie van de opdrachtgever teerhoudend • Ter plaatse van sleuf Sl61 is asbesthoudend materiaal in het puin aangetroffen. Er zijn behoudens de ter plaatse van sleuf Sl61 aangetroffen asbestconcentratie van 489 mg/kg ds. gewogen geen asbestconcentraties gemeten boven de restconcentratienorm voor puin (100 mg/kg ds. gewogen). Grond •

•

• •

•

•

De zandlaag onder de verhardingslaag (puin) van sleuven Sl01 t/m Sl05 is matig verontreinigd met koper, zink, PAK en licht verontreinigd met kwik, lood en minerale olie. De kleilaag onder de verhardingslaag (puin) van sleuven Sl16 t/m Sl20 is sterk verontreinigd met koper, lood en zink en licht verontreinigd met de overige geanalyseerde parameters. De grond direct onder de elementenverharding ter plaatse van sleuf Sl46 is sterk verontreinigd met koper, matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met cadmium, kwik, lood, PAK, PCB en minerale olie. De grond direct onder de elementenverharding ter plaatse van sleuf Sl56 en Sl57 is sterk verontreinigd met koper en zink en matig verontreinigd met lood en licht verontreinigd met cadmium, kobalt, kwik, lood, nikkel, PAK, PCB en minerale olie. De klei onder het puin van sleuven Sl 61 t/m Sl63 is matig verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met minerale olie. Voor het overige zijn maximaal lichte verontreinigingen in de grond gemeten. Er is ter plaatse van sleuf Sl46, Sl56 en Sl57 asbesthoudend materiaal in de grond aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat in de grond plaatselijk niet hechtgebonden asbest is aangetroffen. Er zijn geen asbestconcentraties gemeten boven de interventiewaarde voor grond.

Er wordt geadviseerd het puin van de locatie waar proefsleuven Sl01 t/m Sl05 zijn gegraven af te voeren naar een erkend verwerker. Tevens wordt geadviseerd de elementenverhardingen en het (teerhoudend) asfalt af te voeren naar een erkend verwerker en wordt aanbevolen bij het verwijderen van de verhardingslagen

Blad 9 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

maatregelen te nemen om verwaaiing van de onderliggende grond- en puinlagen tegen te gaan op de locaties waar sterke verontreinigingen zijn aangetoond. Mogelijk dienen de verhardingen onder saneringscondities verwijderd te worden. Onderzoek bovengrond saneringsgebied Paul Krugerstraat te Vlissingen (CSO Adviesbureau, kenmerk: 09B124.R002.JW.GL, d.d. 13-07-2009) In opdracht van de Gemeente Vlissingen heeft CSO Adviesbureau een aanvullend onderzoek conform NEN5707 uitgevoerd op de locatie Paul Krugerstraat te Vlissingen, ten noordwesten van onderhavige onderzoekslocatie. Daarnaast is de kwaliteit bepaald van de toplaag ter plaatse van de VOCL-verontreiniging. De belangrijkste bevindingen uit het onderzoek zijn onderstaand weergegeven: • De toplaag van de bodem binnen de contour van de VOCL-verontreiniging blijkt eveneens sterk verontreinigd te zijn met VOCL. Deze grond dient bij de sanering eveneens te worden afgevoerd naar een erkende verwerker; • Op het maaiveld is op twee plekken asbesthoudend materiaal aangetroffen; • De bovengrond ter plaatse van de minerale olie verontreiniging is sterk verontreinigd met asbest; • In de bovengrond ter plaatse van de VOCL-verontreiniging is asbest aangetroffen, de gemeten concentratie overschrijdt de interventiewaarde niet. • De aangetroffen verontreiniging met asbest is zowel in horizontale als in het verticale zin niet afgeperkt.

Nader grondwateronderzoek Van Dishoeckstraat 544 te Vlissingen (ABO-Milieuconsult B.V., kenmerk: ANL13-2501, d.d. 21-03-2014) In opdracht van RUD Zeeland heeft ABO-Milieuconsult B.V. ter plaatse van de locatie Van Dishoeckstraat 544 te Vlissingen een nader grondwateronderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor het onderzoek zijn de resultaten van een eerder uitgevoerd nader bodemonderzoek (SGS, kenmerk: EZ856.380, d.d. 03-08-1999), waarbij ter plaatse van een ondergrondse terpentine tank een verontreiniging met minerale olie en BTEXN in de grond en het grondwater is aangetoond. Tevens werd destijds een drijflaag aangetroffen. Op basis van de verkregen resultaten blijkt dat nog steeds sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie in zowel de grond (80 m3) als het grondwater (872 m3). Tussen het nader onderzoek in 1999 en onderhavig nader onderzoek heeft geen verspreiding van de sterke verontreiniging met minerale olie in het grondwater plaatsgevonden. Drijflagen zijn niet aangetoond, er is hoogstens sprake van een dun filmlaagje op het grondwater. Onderhavige resultaten zijn voldoende om op de eerder afgegeven beschikking voor deze locatie door Gedeputeerde Staten van Provincie Zeeland (kenmerk: 011544, d.d.

14-02-2001, ernst en urgent saneren voor 2015) een herbeschikking af te geven naar een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvan de sanering niet spoedeisend is. Eindrapport milieuhygiënisch bodemonderzoek Paul Krugerstraat 310-312 te Vlissingen (Edelweis)(Sagro Milieu Advies Zeeland B.V., kenmerk: 23170020 V1.1, d.d. 03-10-2017) De aanleiding voor het onderzoek is de bodemsanering op deze locatie in 2010. De met vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) verontreinigde grond is hierbij ontgraven. Een restverontreiniging bleef vanwege civieltechnische beperkingen achter op een diepte van circa 2,5 – 4,0 m -mv. Na de ontgraving en de aanleg van een drainagesysteem, gevolgd door aanvullen met zand is een insitu bodemsanering gestart. De afbraak van deze restverontreiniging verloopt trager dan verwacht. De opdrachtgever heeft aangegeven op de locatie woningen met tuin en

Blad 10 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

groenvoorzieningen te willen realiseren, in combinatie met een ondergrondse parkeergarage. Hierdoor is mogelijk ook sprake van een onaanvaardbaar humaan risico. De belangrijkste bevindingen uit het onderzoek zijn onderstaand weergegeven: Er is nog steeds sprake van een restverontreiniging met VOCl. Freatisch grondwater Het freatisch grondwater is globaal ter plaatse en direct ten zuiden van het centrale deel van de voormalige saneringsput verontreinigd met VOCl. Sinds enkele jaren is even buiten de zuidoostelijke hoek van de voormalige saneringsput sprake van fluctuerende concentraties vinylchloride (VC) en cis-dichlooretheen (cis-DCE). 1e watervoerend pakket Het 1e watervoerend pakket, aanwezig vanaf circa 5 m -mv. is in een deel van de voormalige saneringsput tot een diepte van minimaal 6 m -mv. tot boven de interventiewaarde verontreinigd met afbraakproducten van de bronstof per. Per is in geringe concentraties aanwezig aan het noordelijk deel van de voormalige put. Deze grondwaterverontreiniging tot boven de interventiewaarde is in horizontaal opzicht globaal, maar in verticaal opzicht niet afgeperkt. Natuurlijke afbraakomstandigheden Vermoedelijk is er een tekort aan een elektronendonor welke biologische afbraak van de VOCl in stand kan houden. Ter plaatse van de sterkste restverontreinigingen is hoofdzakelijk sprake van ijzer-reducerende afbraakomstandigheden.

Deze combinatie verklaart de accumulatie van cisDCE en VC, wat in diverse peilbuizen is aangetroffen. Aanbevelingen Aanvullend bodemonderzoek De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde concentraties VOCl in het grondwater geven aanleiding tot het uitvoeren van een nader afperkend grondwateronderzoek in verticale richting, om de omvang van de restverontreiniging in kaart te brengen. Het op de locatie aanwezige bodemvreemde materiaal bestaat uit puin. Hierdoor zijn deze lagen verdacht op de aanwezigheid van asbesthoudende materialen. Indien inzicht gewenst is in de eventuele aanwezigheid van asbest in het puin, dient een asbestonderzoek conform de NEN5707 of NEN5897 te worden uitgevoerd. Sanering Indien voldoende inzicht is verkregen in de omvang en verspreidingsmogelijkheden van de grondwatervontreiniging kan een concreet saneringsplan worden opgesteld. Bodemkwaliteitskaart (BKK) Op basis van de bodemkwaliteitskaart wordt zowel de boven- als de ondergrond ingedeeld in kwaliteitsklasse ‘Boven interventiewaarde’. Bodemfunctieklassekaart Op basis van de bodemfunctiekaart is het plangebied gelegen binnen de bodemfunctieklasse ‘Wonen’.

Blad 11 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

Overige informatie opdrachtgever Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie ligt niet overal gelijk. Om het gebied bouwrijp te maken dient er grond te worden afgevoerd, de kleuren geven aan tot welke diepte er ontgraven dient te worden. Op basis van de tekening van de opdrachtgever dient het onderzoek ter plaatse van het groene gedeelte plaats te vinden tot 1,5 meter beneden maaiveld (m-mv), ter plaatse van het geel/oranje gedeelte tot 1,0 m-mv en ter plaatse van het rode gedeelte tot 0,5 mmv. Op de volgende tekening is dit duidelijk te zien. Figuur 2.3 Grondbalans onderzoekslocatie

2.4

Toekomstig gebruik In de nabije toekomst zal ter plaatse een woonwijk worden gerealiseerd.

Blad 12 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

2.5

Bodemopbouw en geohydrologie Voor de plaatselijke bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Ten aanzien van de bodemopbouw en geohydrologie kan het volgende worden vermeld: - freatische grondwaterstand: 1,5 à 2,6 m -mv. - regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket: overwegend noordelijk. - voorkomen van oppervlaktewater in de directe omgeving: ja, het Dok aan de zuidzijde van de locatie en het Kanaal door Walcheren aan de oostzijde. - ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied: nee. De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland (DGVTNO) en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden

2.6

Conclusie vooronderzoek en hypothese De verzamelde informatie geeft aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Uit voorgaande onderzoeken blijkt dat ter plaatse van het gehele Scheldeterrein, waar de onderzoekslocatie ook toe behoort, in de bodem licht tot sterke verontreinigingen met zware metalen, PAK en asbest aanwezig zijn. In de volgende tabel is de hypothese en onderzoeksstrategie opgenomen. Tabel 2.1: Overzicht onderzoekslocatie

1)

Deellocatie

Hypothese

Strategie 1) (oppervlakte in ha)

A.

verdacht

VED-HE-NL (circa 3,2)

Scheldeterrein te Vlissingen

Toelichting gebruikte onderzoekstrategieën: VED-HE-NL : Onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming

Asbest Omdat op het Scheldeterrein in het verleden reeds asbest is aangetoond, is tijdens onderhavig verkennend bodemonderzoek gelijktijdig een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op basis van de NEN5707+C1:2016 (“Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld”). Dit onderzoek is gelijktijdig uitgevoerd met het verkennend bodemonderzoek.

Blad 13 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

3

Verrichte werkzaamheden

3.1

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in november en december 2017. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 8 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn geplaatst: - 14 boringen tot 1,0 m -mv. - 24 boringen tot 1,3/1,5 m -mv. - 1 boring tot 2,0 m -mv. - 4 peilbuizen Opgemerkt wordt dat 7 geplande boringen (nrs. 18, 19, 35, 36, 48, 49 en 50) binnen het tijdelijke gronddepot of ter plaatse van de nog bestaande bebouwing vallen. In overleg met de opdrachtgever is besloten om deze boringen voorlopig achterwege te laten. Wel zijn op verzoek van de opdrachtgever op het direct aan de onderzoekslocatie grenzende perceel (Paul Krugerstraat 288) aanvullend één peilbuis en één boring tot 1,5 m -mv. (respectievelijk nr.: 51 en 52) geplaatst. De boorlocaties zijn weergegeven op situatietekeningen 419397-S-1 t/m S-3. Een overzicht van alle boringen is weergegeven op de overzichtstekening 419397-O-2. Asbestonderzoek Het maaiveld op de onderzoekslocatie is voor meer dan 75% begroeid. De begroeiing is niet verwijderd omdat de maatregelen niet in verhouding staan tot de gehanteerde onderzoek intensiteit. Hierdoor was het niet mogelijk om de voorgeschreven maaiveldinspectie uit te voeren.

Het uitvoeren van een maaiveldinspectie wordt gebruikt om te beoordelen of er binnen de onderzoekslocatie gedeelten aanwezig zijn die als onverdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest kunnen worden aangemerkt. In het geval geen inspectie mogelijk is wordt normaliter de gehele locatie als asbestverdacht aangemerkt. Ter plaatse van het onderzoeksgebied zijn op 40 plaatsen proefgaten (0,3x0,3 m) tot 0,5 m -mv. gegraven. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest in de ondergrond zijn de proefgaten doorgezet met boringen (met diameter 120 mm) tot 1,0/1,5/2,0 m -mv. De proefgaten zijn in combinatie met de boringen, uitgezonderd van de peilbuizen, ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek geplaatst. Het opgegraven materiaal van de proefgaten is uitgespreid, geharkt/gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Van de verdachte bodemlagen zijn representatieve monsters samengesteld van de gezeefde fractie (<20mm). Na inspectie en monsterneming zijn de gaten/sleuven gedicht met het uitgegraven materiaal.

Blad 14 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

Opgemerkt wordt dat er ter plaatse van de ondergrond onvoldoende monstermateriaal aanwezig was om mengmonsters samen te stellen conform de BRL2000 c.q. protocol 2018. Daarnaast is het materiaal ter plaatse van boring 45 niet gezeefd.

3.2

Laboratoriumonderzoek In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek Monsternaam Traject (m -mv)

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)

Verkennend bodemonderzoek Grond Scheldekwartier MM1 0,00-0,50

01 (0,00-0,50) 05 (0,00-0,50) MM2 0,00-0,50 07 (0,00-0,50) 25 (0,00-0,50) 12 (0,00-0,50) 11 (0,07-0,40) MM3 0,50-1,30 01 (0,80-1,30) 02 (0,50-1,00) 09 (0,50-1,00) 24 (0,90-1,30) MM4 0,00-0,50 16 (0,00-0,50) 20 (0,00-0,50) 21 (0,00-0,50) 33 (0,00-0,50) MM5 0,40-1,00 16 (0,50-1,00) 20 (0,50-0,80) 23 (0,40-0,70) 33 (0,50-0,70) MM6 0,00-0,50 10 (0,00-0,50) 15 (0,00-0,50) MM7 0,50-0,70 10 (0,50-0,70) MM8 0,50-1,20 12 (0,50-0,70) 12 (0,70-1,20) MM9 1,30-1,50 13 (1,30-1,50) MM10 0,30-0,50 22 (0,30-0,50) MM11 0,50-1,00 22 (0,50-1,00) 30 (0,70-1,00) MM12 0,00-0,50 31 (0,00-0,50) MM13 0,60-1,00 47 (0,60-1,00) MM14 0,00-0,50 42 (0,00-0,50) 43 (0,00-0,50) MM15 0,00-0,50 26 (0,00-0,50) MM16 0,00-0,50 28 (0,00-0,50) MM17 0,70-1,20 03 (0,70-1,20) MM18 0,00-0,50 40 (0,00-0,50) 41 (0,00-0,50) 44 (0,00-0,50) MM19 0,00-0,40 38 (0,00-0,40) MM20 0,70-1,20 38 (0,70-1,20) Grond aangrenzend perceel (Paul Krugerstraat 288) 51-4 0,80-1,00 51 (0,80-1,00) 51-5 1,00-1,40 Grondwater Scheldekwartier

51 (1,00-1,40)

Blad 15 van 25

Laboratoriumanalyse

Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1)

Standaard pakket grond (1)

Standaard pakket grond (1)

Standaard pakket grond (1)

Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Standaard pakket grond (1) Organische stof (gloeiverlies) Aromaten (BTEXN) VOCl (11) Standaard pakket grond (1)

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

Monsternaam

Traject Monstersamenstelling (m -mv) (meetpunt + traject in m -mv) 01-1-1 1,50-2,50 01 (1,50-2,50) 02-1-1 2,00-3,00 02 (2,00-3,00) 42-1-1 1,20-2,20 42 (1,20-2,20) 03-1-1 2,80-3,80 03 (2,80-3,80) Grondwater aangrenzend perceel (Paul Krugerstraat 288) 51-1-1 1,50-2,50 51 (1,50-2,50) Asbestonderzoek AMM3 0,50-1,50 12 (0,50-1,50) AMM7 0,40-1,20 10 (0,70-1,20) 11 (0,40-0,70) AMM8 0,10-0,50 24 (0,10-0,50) AMM10 0,50-0,60 47 (0,50-0,60) AMM12 0,00-0,50 42 (0,00-0,50) 43 (0,00-0,50) AMM15 0,00-0,90 28 (0,00-0,90) AMM16 0,90-1,30 28 (0,90-1,30) AMM17 0,70-2,40 03 (0,70-2,40) AMM19 0,00-0,40 38 (0,00-0,30) AMM20 0,00-1,40 40 (0,00-1,00) 41 (0,00-0,70) 44 (0,00-1,40) AMM21 0,20-0,70 45 (0,20-0,70)

Laboratoriumanalyse Standaardpakket grondwater (1) Standaardpakket grondwater (1) Standaardpakket grondwater (1) Standaardpakket grondwater (1) Standaardpakket grondwater (1) Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Puin NEN5898 2016 Asbest Puin NEN5898 2016 Asbest Puin NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Puin NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016

Toelichting 1) Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC), lutum en organische stof grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC)

Opgemerkt wordt dat niet alle asbestmonsters ter analyse zijn ingezet. De zintuiglijk meest verdachte monsters zijn geanalyseerd.

Blad 16 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 1. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot de maximale geboorde diepte van 3,8 m -mv. hoofdzakelijk uit siltige zand en plaatselijk uit zandige klei bestaat. Plaatselijk over het terrein zijn verhardingslagen in de boven/ondergrond aangetroffen. Ter plaatse van peilbuis 51 (ter plaatse van Paul Krugerstraat 288) is in de ondergrond (0,7 – 1,4 m -mv.) passief een matig zoete geur (thinnergeur) waargenomen. In het boven- en onderliggende traject is deze geur niet waargenomen. Visueel zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn waarnemingen gedaan die duiden op bodemverontreiniging. De veldwaarnemingen zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1: Veldwaarnemingen Boring Diepte (einddiepte, m -mv) (m -mv) 03 (3,80) 0,50-0,70 03 (3,80) 0,70-2,50

Waarneming

Grondsoort

resten baksteen matig baksteenhoudend, matig betonhoudend, matig slakkenhoudend resten baksteen sterk baksteenhoudend

zand zand

zand

04 (1,50) 04 (1,50) 08 (1,00)

0,50-1,00 1,00-1,45 0,30-0,50

10 (1,50)

0,00-0,50

10 (1,50)

0,50-0,70

10 (1,50)

0,70-1,20

matig baksteenhoudend, matig slakkenhoudend, matig slakkenhoudend, matig puinhoudend sterk baksteenhoudend,

11 (1,50)

0,40-0,70

sterk baksteenhoudend

12 (1,50) 13 (1,50) 14 (1,50) 15 (2,00)

0,50-1,50 1,30-1,50 0,00-0,50 0,00-0,50

15 (2,00)

0,50-1,20

16 (1,50) 16 (1,50) 20 (1,00) 20 (1,00) 21 (1,00) 22 (1,50)

0,00-0,50 0,50-1,50 0,00-0,50 0,50-0,80 0,00-0,50 0,30-0,50

22 (1,50)

0,50-1,00

23 (1,00)

0,40-0,70

matig puinhoudend zwak slakkenhoudend resten baksteen matig baksteenhoudend, zwak slakkenhoudend sterk slakkenhoudend, matig kolengruishoudend resten puin resten puin resten puin resten puin resten puin zwak baksteenhoudend, zwak metaalhoudend, zwak slakkenhoudend zwak slakkenhoudend, zwak kolengruishoudend, resten baksteen resten puin

Blad 17 van 25

zand zand

zand

zand klei zand zand

zand zand zand zand zand zand zand

zand

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

Boring (einddiepte, m -mv) 24 (1,30)

Diepte (m -mv) 0,10-0,50

24 (1,30)

0,50-0,90

26 (1,50) 26 (1,50) 27 (1,50) 27 (1,50) 28 (1,50)

0,00-0,50 0,50-0,90 0,00-0,50 0,50-1,00 0,00-0,50

28 (1,50)

0,50-0,90

28 (1,50)

0,90-1,30

30 (1,50)

0,70-1,00

31 (1,00) 31 (1,00) 32 (1,00) 33 (1,00) 33 (1,00) 34 (1,00)

0,00-0,50 0,50-0,70 0,00-0,50 0,00-0,70 0,70-1,00 0,00-0,50

37 (1,50) 37 (1,50)

0,00-0,40 1,00-1,40

38 (1,50)

0,00-0,40

38 (1,50)

0,40-0,70

38 (1,50) 39 (1,50) 40 (1,50) 40 (1,50) 41 (1,50) 41 (1,50) 42 (2,20)

0,70-1,40 0,00-0,50 0,00-0,50 0,50-1,00 0,00-0,50 0,50-0,70 0,00-0,50

43 (1,00) 44 (1,50) 44 (1,50) 45 (1,50) 45 (1,50) 46 (1,50)

0,00-0,70 0,00-0,50 0,50-1,40 0,20-0,50 0,50-0,70 0,40-0,50

47 (1,50)

0,15-0,50

47 (1,50)

0,50-0,60

47 (1,50) 51 (2,50)

0,60-1,00 0,70-1,40

Waarneming sterk slakkenhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend sterk slakkenhoudend, zwak kolengruishoudend sterk slakkenhoudend sterk slakkenhoudend zwak baksteenhoudend resten beton resten baksteen, resten beton, zwak slakkenhoudend resten baksteen, resten beton, zwak slakkenhoudend matig baksteenhoudend, sterk slakkenhoudend zwak kolengruishoudend, resten baksteen matig puinhoudend zwak puinhoudend resten baksteen resten puin resten puin sterk slakkenhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend zwak kolengruishoudend sterk kolengruishoudend

Grondsoort

zand zand zand zand zand

zand

zand zand klei klei zand klei

zand

sterk puinhoudend, 70% bodemvreemdmat. sterk slakkenhoudend

zand

sterk kolengruishoudend resten puin zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend matig baksteenhoudend, zwak slakkenhoudend matig baksteenhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak baksteenhoudend resten baksteen sterk slakkenhoudend

zand zand zand zand zand zand zand

sterk slakkenhoudend, matig kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend sterk kolengruishoudend, zwak puinhoudend zwak puinhoudend matige zoete geur (passief), pid (5)

zand zand zand klei klei

zand zand

Het elektrische-geleidingsvermogen (EC) is niet afwijkend van een natuurlijke situatie. De pH ter plaatse van peilbuis 03 en 51 is lager dan een natuurlijke situatie. Omdat de lage pH niet van invloed is op de analyseresultaten is geen aanvullend onderzoek naar de oorzaak uitgevoerd.

Blad 18 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

In het bemonsterde grondwater uit peilbuis 02, 03 en 42 is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. Dergelijke stoffen zijn in dit onderzoek niet onderzocht. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. Het grondwater uit peilbuis 42 is tijdens de monstername belucht, vanwege de slechte toestroming. De analyseresultaten van de vluchtige aromaten worden derhalve als indicatief beschouwd. Tabel 4.2: Veldwaarnemingen grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filter, m -mv) (m -mv) 01 (1,50-2,50) 1,86 02 (2,00-3,00) 1,28 42 (1,20-2,20) 0,9 03 (2,80-3,80) 1,90 51 (1,50-2,50) 0,84

4.2

Analyseresultaten

4.2.1

Toetsingskader

Belucht? nee nee ja nee nee

pH (-) 7,32 7,07 7,16 4,32 3,49

EC (µS/cm) 920 1.380 1.450 1.420 810

Troebelheid (NTU) 3 209 100 30 9

Wet bodembescherming (Wbb) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 2 en bijlage 3. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 6. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 4. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I). Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt.

Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/ of het uitvoeren van een nader onderzoek. De analyseresultaten van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 11 en zijn getoetst aan het huidige beleid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Dit beleid is beschreven in bijlage 12. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek die op het standaardpakket

Blad 19 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

grond zijn geanalyseerd, zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 9. In bijlage 10 is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen.

4.2.2

Grond In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende achtergrond- of interventiewaarde overschrijden.

Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond Boring Waarneming Overschrijdingen (m -mv) > AW (i <= 0,5) licht Scheldekwartier MM11 01 (0,00-0,50), PCB, PAK (0,00-0,50) 05 (0,00-0,50) MM21 07 (0,00-0,50), PCB, Kwik (0,00-0,50) 25 (0,00-0,50), Minerale olie, 12 (0,00-0,50), Kobalt, Nikkel, 11 (0,07-0,40) Zink, Molybdeen MM31 01 (0,80-1,30), PCB, (0,50-1,30) 02 (0,50-1,00), Minerale olie 09 (0,50-1,00), Cadmium, 24 (0,90-1,30) Kwik, Lood, PAK MM41 16 (0,00-0,50), resten puin PCB, (0,00-0,50) 20 (0,00-0,50), Minerale olie 21 (0,00-0,50), Kobalt, Nikkel, 33 (0,00-0,50) Zink, Molybdeen, Kwik, Lood, PAK MM51 16 (0,50-1,00), resten puin PCB, (0,40-1,00) 20 (0,50-0,80), Minerale olie, 23 (0,40-0,70), Kobalt, 33 (0,50-0,70) Molybdeen, Kwik, Cadmium, PAK MM61 10 (0,00-0,50), matig PCB, (0,00-0,50) 15 (0,00-0,50) baksteenhoudend, Minerale olie, matig Kobalt, Nikkel, slakkenhoudend, Molybdeen, zwak Kwik, PAK slakkenhoudend MM71 10 (0,50-0,70) matig Minerale olie, (0,50-0,70) slakkenhoudend, Kobalt, Nikkel, matig puinhoudend Molybdeen, Cadmium, Kwik, PAK MM81 12 (0,50-0,70), matig PCB, (0,50-1,20) 12 (0,70-1,20) puinhoudend, Minerale olie, Kobalt, Nikkel, Koper, PAK Molybdeen, Kwik, MM9 13 (1,30-1,50) zwak Minerale olie (1,30-1,50) slakkenhoudend Kobalt, Kwik, Molybdeen, PAK MM101 22 (0,30-0,50) zwak baksteen-, Minerale olie (0,30-0,50) metaal- en Kobalt, PAK, slakhoudend Molybdeen, Cadmium, Kwik,

Monster (m -mv)

Conclusie Besluit bodemkwaliteit

> AW & <= I (0,5 < i <= 1) matig

>I (i > 1) sterk

-

-

Kwaliteitsklasse wonen

Koper, Lood, PAK

-

Kwaliteitsklasse industrie

-

Koper, Zink

Niet toepasbaar > interventiewaarde

Koper

-

Kwaliteitsklasse industrie

Nikkel

Koper, Zink, Lood Niet toepasbaar > interventiewaarde

-

Koper, Zink, Lood

Niet toepasbaar > interventiewaarde

-

Koper, Zink, Lood

Niet toepasbaar > interventiewaarde

Lood

Zink

Niet toepasbaar > interventiewaarde

-

Nikkel, Koper, Zink, Lood

Niet toepasbaar > interventiewaarde

Nikkel

Koper, Zink, Lood

Niet toepasbaar > interventiewaarde

Blad 20 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

Monster (m -mv)

Boring (m -mv)

Overschrijdingen > AW (i <= 0,5) licht 22 (0,50-1,00), zwak Minerale olie 30 (0,70-1,00) slakkenhoudend, Kobalt, Kwik, zwak Molybdeen, kolengruishoudend Cadmium, PAK resten baksteen 31 (0,00-0,50) matig puinhoudend Minerale olie Kobalt, Kwik, Lood, PAK 47 (0,60-1,00) zwak puinhoudend PCB, PAK, Minerale olie, Kobalt, Nikkel, Cadmium, Kwik, 42 (0,00-0,50), matig PCB, PAK, 43 (0,00-0,50) baksteenhoudend, Minerale olie, zwak Kobalt, Nikkel, slakkenhoudend Molybdeen, Cadmium, Kwik 26 (0,00-0,50) sterk Minerale olie, slakkenhoudend Kobalt, Kwik, Molybdeen, PAK

MM11 (0,50-1,00)

MM12 (0,00-0,50) MM131 (0,60-1,00)

MM141 (0,00-0,50)

MM15 1 (0,00-0,50) MM16 1 (0,00-0,50)

Waarneming

28 (0,00-0,50) resten baksteen, Minerale olie resten beton, Kobalt, zwak Molybdeen, slakkenhoudend Cadmium, Kwik 03 (0,70-1,20) matig PCB, Cadmium, baksteenhoudend, Kwik, PAK matig betonhoudend 40 (0,00-0,50), zwak puinhoudend, Minerale olie, 41 (0,00-0,50), Koper, Zink, 44 (0,00-0,50) Molybdeen, Kwik, Lood, PAK 38 (0,00-0,40) sterk puinhoudend PCB, Lood

MM17 1 (0,70-1,20)

MM18 (0,00-0,50) MM19 2,3 (0,00-0,40) MM20 (0,70-1,20)

38 (0,70-1,20) sterk Kobalt, Nikkel, kolengruishoudend Koper, Kwik, Molybdeen, Lood, PAK Paul Krugerstraat 288 51-4 51 (0,80-1,00) matige zoete geur, (0,80-1,00) pid (5) 51-5 51 (1,00-1,40) matige zoete geur, (1,00-1,40) pid (5) Toelichting : AW, I, i : * 1 2 3

: : : :

Conclusie Besluit bodemkwaliteit

> AW & <= I (0,5 < i <= 1) matig -

>I (i > 1) sterk Nikkel, Koper, Zink, Lood

Zink

Koper

Niet toepasbaar > interventiewaarde

-

Koper, Zink, Lood

Niet toepasbaar > interventiewaarde

-

Koper, Zink, Lood

Niet toepasbaar > interventiewaarde

-

Nikkel, Koper, Zink, Lood

Niet toepasbaar > interventiewaarde

PAK

Nikkel, Koper, Zink, Lood

Niet toepasbaar > interventiewaarde

Zink, Lood

Koper

Niet toepasbaar > interventiewaarde

-

-

Kwaliteitsklasse industrie

Minerale olie, Zink -

PAK

Niet toepasbaar > interventiewaarde Kwaliteitsklasse industrie

-

-

-

-

-

Niet toepasbaar > interventiewaarde

Voldoet aan achtergrondwaarde Voldoet aan achtergrondwaarde

geen veldwaarneming/geen overschrijding AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage ‘Toelichting op bodemonderzoek’ voor uitleg bij AW, I en index geen index te bepalen door ontbreken van achtergrond- of interventiewaarde PCB 138 kan positief beïnvloed worden door PCB 163 Rapportagegrens verhoogd t.g.v. verdunning monster Rapportagegrens verhoogd t.g.v. verdunning van het monster vanwege matrixstoring

Blad 21 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

4.2.3

Grondwater In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende streef- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.4: Overschrijdingstabel grondwater Monster Peilbuis Overschrijdingen (filter, m -mv) > S (i <= 0,5) licht Scheldekwartier 01-1-1 1 Molybdeen, (1,50 - 2,50) Barium, 1,2-Dichlooretheen (som cis + trans), Monochlooretheen (Vinylchloride) 02-1-1 1 Zink, (2,00 - 3,00) Barium 42-1-1 1 Zink, (1,20 - 2,20) Barium, Naftaleen, 1,2-Dichlooretheen (som cis + trans) 03-1-1 1 Molybdeen, (2,80 - 3,80) Barium, Naftaleen Paul Krugerstraat 288 51-1-1 1 (1,50 - 2,50) Toelichting : S, I, i :

4.2.4

Conclusie > S & <= I (0,5 < i <= 1) matig

>I (i > 1) sterk

-

-

Overschrijding streefwaarde

-

-

Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde

Monochlooretheen (Vinylchloride)

-

-

Overschrijding streefwaarde

-

-

Voldoet aan streefwaarde

geen overschrijding S = streefwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage 'Toelichting op bodemonderzoek' voor uitleg bij S, I en index

Asbest Toetsingskader De analyseresultaten van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 2 en zijn getoetst aan het huidige beleid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dit beleid is beschreven in bijlage 12. Resultaten asbest in grond In tabel 4.5 is een overzicht gegeven van de analyseresultaten van de onderzochte grondmonsters. Tabel 4.5: Resultaten asbestmonsters Monstercode

Gat(en)

Grondsoort en veldwaarnemingen

Traject (m -mv.)

Gemeten gehalte serpentijn (mg/kg)

Gemeten gehalte amfibool (mg/kg)

Totaal gemeten gehalte asbest (mg/kg)

Gewogen gehalte asbest in fijne fractie (mg/kg)

AMM3

12

Zand, matig puinhoudend

0,50-1,50

<1,5

0,0

<1,5

<1,5

Blad 22 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

Monstercode

Gat(en)

Grondsoort en veldwaarnemingen

Traject (m -mv.)

Gemeten gehalte serpentijn (mg/kg)

Gemeten gehalte amfibool (mg/kg)

Totaal gemeten gehalte asbest (mg/kg)

Gewogen gehalte asbest in fijne fractie (mg/kg)

AMM7

10, 11

Sterk baksteenhoudend

0,40-1,20

<4,4

0,0

<4,4

<4,4

AMM8

24

Sterk slakhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend

0,10-0,50

320

91

420

1200

AMM10

47

Sterk kolengruishoudend, zwak puinhoudend

0,50-0,60

<32,0

0,0

<32,0

<32,0

AMM12

42, 43

Zand, matig baksteenhoudend

0,00-0,50

<1,3

0,0

<1,3

<1,3

AMM15

28

Zand, resten baksteen, resten beton, zwak slakhoudend

0,00-0,90

<1,0

0,0

<1,0

<1,0

AMM16

28

Matig baksteenhoudend, sterk slakhoudend

0,90-1,30

<8,3

0,0

<8,3

<8,3

AMM17

03

Zand, matig baksteenhoudend, matig betonhoudend

0,70-2,40

<0,4

0,0

<0,4

<0,4

AMM19

38

Zand, sterk puinhoudend

0,00-0,40

<1,0

0,0

<1,0

<1,0

AMM20

40, 41, 44

Zand, zwak puinhoudend

0,00-1,40

<0,3

0,0

<0,3

<0,3

AMM21

45

Klei, zwak baksteenhoudend/ resten baksteen

0,20-0,70

<0,4

0,0

<0,4

<0,4

Verklaring bij de tabel: Gewogen gehalte aan asbest: gemeten gehalte serpentijn + (10 maal gemeten concentratie amfibool)

Uit tabel 4.5 blijkt dat in meerdere zeeffracties van het sterk slak-, zwak baksteen- en zwak betonhoudende materiaal (AMM8) asbest is gemeten ruim boven de interventiewaarde. Het betreft niet-hechtgebonden chrysotiel en crocidoliet asbest (respectievelijk, cement-, vlakke plaatmateriaal). Opgemerkt wordt dat de aangeboden monsterhoeveelheid niet voldoet aan de eis conform de NEN5898. In de overige analysemonsters is geen asbest aangetroffen. Voor de monsters AMM3, AMM7, AMM10, AMM12, en AMM16 wordt opgemerkt dat de aangeboden monsterhoeveelheid niet voldoet aan de eis conform de NEN5898, omdat er van de ondergrond onvoldoende monstermateriaal aanwezig was om mengmonsters samen te stellen conform de BRL2000 c.q. protocol 2018. Tijdens het veldwerk zijn op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De gemeten gehalten zijn daarmee totaalgehalten.

Blad 23 van 25

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Scheldeterrein te Vlissingen projectnummer 0419397.00 31 januari 2018 revisie 00

5

Conclusies In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Asbestonderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5707.

Scheldekwartier Grond Toetsing Wet bodembescherming In de bovengrond worden matig tot sterk verhoogde gehalten aan met name koper, zink, lood en nikkel aangetroffen. Plaatselijk is een sterk verhoogd gehalte aan PAK en een matig verhoogd gehalte aan minerale olie aangetroffen. Verder bevat de bovengrond lichte verontreinigingen aan zware metalen, minerale olie, PCB en/of PAK. Voor een overzicht naar de verontreinigingssituatie van de bovengrond wordt verwezen naar tekeningen 419397-V-1 t/m V-3. De gehele ondergrond is matig tot sterk verontreinigd met koper, zink, lood en/of nikkel. Verder worden er lichte verontreinigingen met overige zware metalen, PCB, PAK en/of minerale olie aangetroffen. Voor een overzicht naar de verontreinigingssituatie van de ondergrond wordt verwezen naar tekeningen 419397-V-4 t/m V-6. Het gemeten gehalte aan barium is, conform het gestelde in de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, getoetst aan de voormalige interventiewaarde. Dit in verband met het voor deze parameter aanwezig zijn van een aanwijsbare antropogene bron (bedrijfsactiviteiten dan wel een bijmenging met puin). Uit de toetsing blijkt dat het gemeten gehalte aan barium deze voormalige interventiewaarde (925 mg/kgds) ter plaatse van boring 10, 13, 15 en 26 overschrijdt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13006483/2