3.4 rvs Vaststelling bp Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost bijlage 1 toelichting bp
Tekst van het document
Bij het optreden van drukeffecten kan het verblijf binnenshuis echter ook tot extra gewonden of zelfs doden leiden (als gebouwen instorten, of door brokstukken, gesprongen ramen). Met de huidige middelen is het voor de hulpverleningsdiensten niet mogelijk om de effecten van een wolkbrand of wolkexplosie te voorkomen. Bij de concrete invulling van de openbare ruimte zal aansluiting worden gezocht bij de handleiding 'Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid' van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). Deze invulling wordt in overleg met de gemeentelijke brandweer/Veiligheidsregio Zeeland bepaald.
4.12.4 Conclusie en afweging Conclusie De mogelijkheden van de hulpverlening om de gevolgen te beperken die worden veroorzaakt door een ongeval op de Westerschelde zijn zeer beperkt. Vooral bij ongevallen met brandbare gassen kunnen honderden slachtoffers vallen. De ontwikkelingstijd hiervan is zo snel dat er onvoldoende tijd is om met repressief optreden de gevolgen te beperken. Ook zijn ongevallen met ammoniak van belang. Afhankelijk van de weersomstandigheden kan het noodzakelijk zijn om grote delen van Vlissingen (ook het Scheldekwartier) te alarmeren en te instrueren om ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. Dit vereist een zeer snel handelen van de hulpverleningsdiensten. Voorwaarde daarbij is uiteraard dat de hulpverleningsdiensten zelf ook snel gealarmeerd zijn. De hulpdiensten zijn in Zeeland op het overgrote deel van de rampen voorbereid. Echter bij een bepaald aantal rampen zal de hulpverleningscapaciteit niet toereikend zijn. Het schadebeeld dat bij deze rampen op kan treden vergt meer van de hulpverleningsdiensten dan waar zij toe uitgerust zijn. De realisatie van het Scheldekwartier en dit plan kan bij een calamiteit zorgen voor een toename van het aantal gewonden. De hulpverleningsdiensten zijn bij een worst-case-scenario onvoldoende in staat te voldoen aan de hulpvraag.
Afweging Het Scheldekwartier, en dit daarvan deel uitmakende plan, is van zeer groot belang voor de ontwikkeling van de stad, vanuit zowel economisch, maatschappelijk, ruimtelijk als sociaal perspectief. Het is een stadsdeel, dat gezien moet worden als uitbreiding van de binnenstad. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid en intensief ruimtegebruik, worden bestaande terreinen en bestaande gebouwen getransformeerd tot nieuwe bestemmingen en daarmee nieuw gebruik. Dit belang moet afgewogen worden tegen de toename van het groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de Westerschelde. Indien zich een calamiteit voordoet, waarbij gevaarlijke stoffen
Juust
46
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
betrokken zijn, kunnen de gevolgen groot zijn. Echter door het treffen van maatregelen in het kader van zelfredzaamheid en beheersbaarheid (zoals hiervoor beschreven), in combinatie met de zeer kleine kans op een calamiteit, wordt dit niet als een belemmering voor de realisering van dit project gezien.
4.13
Windhinder
4.13.1 Wettelijk kader In Nederland bestaat geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. De beoordeling van windhinder is nodig vanuit een goede ruimtelijke ordening. De, inmiddels algemeen en ook in de jurisprudentie, aanvaarde norm NEN 8100 geeft normen voor het beoordelen en onderzoeken van windhinder en windgevaar in de bebouwde omgeving. In deze norm is een beslismodel weergegeven, wanneer windhinderonderzoek nodig is: 1. 2. 3.
beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 – 30 meter: een deskundige beoordeelt of windonderzoek nodig is; onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 meter: een deskundige beoordeelt of windonderzoek nodig is. gebouwen, hoger dan 30 meter: windonderzoek.
4.13.2 Toetsing Voor de ontwikkeling is een Quickscan (deskundig oordeel) uitgevoerd door SIMstudio(Bijlage 14, rapportage d.d. 6 maart 2023). De ontwikkeling is onderdeel van het ontwikkelingsgebied Scheldekwartier. Het onderzoek bestaat uit plot I, J en K van het Scheldekwartier. In de huidige situatie is deze locatie onbebouwd. In de toekomstige situatie zal de bebouwing in de omgeving bestaan uit 2 tot 5 bouwlagen. Het ontwerp van de toekomstige ontwikkeling is nog niet geheel uitgewerkt. De ontwikkeling zal bestaan uit bebouwing met 2 tot 7 bouwlagen. Daarmee is de maximale bouwhoogte ongeveer 21m. Gezien de hoogte en de omgeving wordt er geen windhinder of windgevaar verwacht. Daarmee hoeft er in een vervolg stadium geen CFD-onderzoek uitgevoerd te worden.
4.13.3 Conclusie Het is niet de verwachting dat de voorgenomen ontwikkeling leidt tot ernstige vormen van windhinder of windgevaar. Daarmee vormt het aspect geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.14
Ecologie
4.14.1 Wettelijk kader Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het NatuurNetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Dit is anders indien uit de Wnb voortvloeit dat een passende beoordeling moet worden gemaakt. Deze dient te zijn verricht ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan. Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: a. b.
Juust
Natura-2000 gebieden; Bijzondere nationale natuurgebieden;
47
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
Daarvan zijn de Natura-2000-gebieden en het NatuurNetwerk Zeeland (als onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland van belang). De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: a. b. c.
soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; en de bescherming van overige soorten.
De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden.
De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de provincie Zeeland geldt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud een vrijstelling voor een groot deel van de “overig” beschermde soorten. Deze lijst is in de provincie Zeeland ongeveer vergelijkbaar met de “Tabel 1-soorten”, dus de meest algemene soorten amfibieën en zoogdieren. Voor de Europees beschermde soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn) is er overigens geen beleidsruimte en blijft de bescherming onveranderd.
4.14.2 Onderzoeksresultaten Voor de beoordeling van de ecologische consequenties van de herontwikkeling van het Scheldekwartier is in 2017 een ecologische verkenning uitgevoerd. Deze zogenoemde 'quickscan ecologie' is opgenomen in bijlage 15. In de Quickscan is ook bepaald of eventuele strijdigheden van de voorgenomen ingreep/ontwikkeling met de Wnb de aanvraag van een ontheffing dan wel het werken volgens een goedgekeurde gedragscode noodzakelijk maken. De planlocatie is op 23 februari 2017 bezocht, waarbij het terrein is onderzocht op de aanwezigheid van groeiplaatsen van hogere planten en het voorkomen van fauna, die volgens de Wnb beschermd zijn. Ook is een algemene beoordeling gemaakt voor de geschiktheid van het gebied voor overige (niet aangetroffen) beschermde soorten. Een quickscan is maximaal 3 jaar geldig. Sindsdien is het beleid van de provincie over soorten waarvoor een vrijstelling van ontheffing Wnb gewijzigd. Tegenwoordig zijn onder andere ook de haas en het konijn beschermd en is een ontheffing nodig als deze soorten zijn aangetroffen. Daarom is besloten om de Quickscan te actualiseren. Het plangebied is in het kader van het actualiseren van de quickscan op 5 april en 15 mei 2021 bezocht door een ecoloog. Deze heeft een concept memo gemaakt die is opgenomen in bijlage 16. De conclusies en aanbevelingen luiden als volgt.
Gebiedsbescherming De nabij gelegen Westerschelde is aangewezen als Natura 2000-gebied. Het plangebied is niet gelegen in of nabij dit Natura-2000 gebied, zodat er als gevolg van het plan geen effecten (los van stikstofdepositie) denkbaar
Juust
48
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
zijn. Dit is dan ook niet meegewogen in de effectbeoordeling van het plan. Wel is op enige afstand het Natuur Netwerk Nederland (Zeeland) aanwezig, de dichtstbijzijnde gebieden zijn de natuurlijke oevers langs het Kanaal door Walcheren (zie figuur 4.12). De gebieden Vliedberg Paauwenburg en Kaapduinen liggen op circa 2 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Ook in de omgeving van Ritthem, op circa 4 km van het plangebied, bevindt zich een onderdeel van het NNZ. Verstoring is door de afstand tot het plangebied en het feit dat dit hiervan gescheiden is, uitgesloten.
Figuur 4.12 Natuur Netwerk Zeeland (bron: Provinciale Omgevingsverordening Zeeland) Soortenbescherming Kort samengevat is het resultaat van de quickscan 2017 dat er op de projectlocatie beschermde soorten voorkomen die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling van de locatie. Bij de het bouwrijp maken, zal met name rekening gehouden moeten worden met de zich in en om het plangebied bevindende gemengde broedkolonie van kleine mantelmeeuw en zilvermeeuw. Daarnaast kunnen algemeen voorkomende broedvogels zich in en in de nabijheid van het plangebied bevinden. Door te werken buiten het vogelbroedseizoen en/of mitigerende maatregelen toe te passen, zoals buiten het broedseizoen broedbiotoop te verwijderen en het terrein onder ecologische begeleiding broedvrij te houden worden de verbodsbepalingen zoals geformuleerd onder artikel 3.1 en 3.5 van de Wet natuurbescherming niet overtreden. Naar aanleiding van deze conclusies uit 2017 is het plangebied in 2018 en 2019 intensief bezocht in het kader van het broedvrij houden ten tijde van de bouw. Ook blijkt uit de natuurtoets dat sporen zijn aangetroffen waar hemelwater in stond; deze zijn potentieel geschikt voor de rugstreeppad. Deze sporen zijn voorafgaand aan het voortplantingsseizoen van de rugstreeppad ongeschikt gemaakt, zodat potentiele voortplantingsmogelijkheden niet voor handen waren.
Later in het jaar 2017 is tijdens twee voorjaarsbezoeken voor vleermuizen rond het nabijgelegen “Dok” geen kooractiviteit gehoord van de rugstreeppad op en rond het Scheldeterrein. De vegetatie was toen ook dermate hoog dat het plangebied in potentie voor de rugstreeppad ongeschikt habitat was geworden. Voor de ruimtelijke inrichting van het Scheldeterrein die in 2018 is gestart, is een ecologisch werkprotocol opgesteld (ten aanzien van broedvogels en rugstreeppad) dat is voorgelegd aan de provincie Zeeland. De reactie uit 2018 van de provincie Zeeland dat geen ontheffing Wnb nodig is, is opgenomen in bijlage 17. Het project is van 15 februari tot 15 juli 2018 ecologisch begeleid door een deskundige en ook tijdens de avonden enkele nachtbezoeken zijn door hem geen roepende rugstreeppadden gehoord (ook niet in de wijde omgeving van het voormalig Scheldeterrein). Op basis van de gevolgde werkwijze en bevindingen kan de aanwezigheid van rugstreeppad worden uitgesloten. Door het mobiele karakter van de soort en mogelijk toekomstige aanvoer van zand van elders kan de soort wel
Juust
49
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
geïntroduceerd worden op de bouwlocatie. Door het voorkomen van geschikt voortplantingswater kan het permanent vestigen van de soort worden voorkomen. Ecologische begeleiding tijdens de bouwfase van de Scheldewijk kan hierin voorzien. Op basis van geraadpleegde verspreidingsatlassen, de bevindingen van de ecologische begeleiding in 2018, 2019 en de twee terreinbezoeken is een inschatting/beoordeling gemaakt ten aanzien van beschermde soorten. De volledige memo met de bevindingen per soortgroep is opgenomen in bijlage 16. Hierna zijn de bevindingen kort weergegeven: Vogels Doordat het plangebied in 2018 en 2019 preventief broedvrij is gehouden is de gemengde meeuwenkolonie (zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw) niet meer aanwezig. In 2020 hebben nog enkele zilvermeeuwen gebroed op het aanwezige gronddepot maar de meeste vogels hebben zich verspreid in de omgeving (vooral op daken in Vlissingen zelf (o.a. Koningsweg en Paul Krugerstraat en de Binnenhaven (lasloods). Omdat de nieuwe bewoners van de Scheldewijk en andere omwonenden de braakliggende bouwterreinen gebruiken als hondenuitlaat en losloopgebied is de potentie voor broedvogels zeer beperkt geworden. In het afgesloten depot met Japanse Duizendknoop broeden nog enkele fazanten.
Bij de amovering van dit depot dient eerst een check op broedvogels plaats te vinden indien dit gebeurt binnen het kwetsbare broedseizoen van vogels (globaal tussen 1 maart en 1 september). Effecten op beschermde vogels kunnen op voorhand worden uitgesloten mits er zorgvuldig wordt gewerkt (check vooraf). Vaatplanten Beschermde planten zijn tijdens het terreinbezoek niet aangetroffen en worden op basis van het aanwezige biotoop ook niet verwacht. Effecten op beschermde planten kunnen op voorhand worden uitgesloten Vleermuizen Door het ontbreken van opgaande beplanting is de Scheldewijk nu nog niet interessant of nauwelijks interessant voor vleermuizen. Na de realisatie (o.a. aanleg park) zal de potentie voor vleermuizen toenemen. Effecten op vleermuizen kunnen op voorhand worden uitgesloten Haas en konijn Gelet op de ligging in urbaan gebied (woonwijk) worden alleen algemeen voorkomende muizen verwacht zoals huismuis en huisspitsmuis en de egel. Geschikte holen en verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen zijn niet aangetroffen en worden op basis van het biotoop niet verwacht. Wel komen er enkele hazen en konijnen voor. (De konijn is nog niet vermeld in bijlage 16 maar wel daarna alsnog waargenomen.) De populatie hazen is wel hard afgenomen ten gevolge van de verstoring (loslopende honden en ontwikkeling van de woonwijk). Naar schatting zijn er nog 3-5 hazen aanwezig.
Bij gevaar verplaatsen de hazen zich richting de met bouwhekken omheinde terreindelen. Duidelijk is dat het op de langere termijn geen duurzaam gebied is voor haas en konijn. Ontheffing Wnb Op 29 maart 2022 heeft de Provincie Zeeland ontheffing verleend voor het opzettelijk vangen van de haas en het konijn en om opzettelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soorten te vernielen verspreid in ruimte en tijd (zie Bijlage 18). Daarnaast is er ontheffing verleend voor het uitzetten van de gevangen hazen en kozijnen in een ander gebied dan waar ze gevangen zijn. De konijnen en hazen worden uitgezet in het Zeeuwse deel van het Markziezaat. De ontheffing is verleend voor de periode van 1 december 2021 tot en met 31 december 2030.
4.14.3 Stikstofdepositie Aanleg- en bouwfase
Juust
50
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
Het plangebied ligt op een afstand van circa 800 meter van Natura 2000-gebied ‘Westerschelde & Saefthinghe’. Stikstofgevoelige habitattypen liggen op ruimere afstand van het plangebied, te weten circa 4,2 kilometer. Om te bepalen of er vanuit het aspect stikstofdepositie significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van het plankunnen optreden, is een Aerius-berekening uitgevoerd door NOx Advies (versie Aerius 2022) voor de bouwfase. De berekening is bijgevoegd als bijlage 19 en de memo als bijlage 20 . Daaruit blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie is berekend. Stikstofdepositie vormt daarom geen probleem voor de uitvoerbaarheid van het plan. De gebruiksfase is in een separaat onderzoek doorgerekend. Gebruiksfase Uit de stikstofberekening voor de gebruiksfase uitgevoerd door Rho blijkt eveneens dat er geen toename van stikstofdepositie is berekend (zie bijlage 21).
4.14.4 Conclusie Op grond van het vorenstaande wordt geconcludeerd, dat het aspect ecologie geen belemmering vormt voor de realisatie van dit project. Wel zal bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening moeten worden gehouden met de aanwezigheid van hazen en konijnen. Hievoor is reeds een ontheffing Wnb verleend.
4.15
Duurzaamheid en energie
4.15.1 Beleids-/toetsingskader In het klimaatverdrag van Parijs (2015) hebben 195 landen ervoor getekend om de mondiale temperatuurstijging tot ruim onder 2 graden Celsius te beperken, en daarbij te streven naar een verdere beperking van de opwarming tot maximaal 1,5 graad Celsius. De Europese Unie heeft namens alle lidstaten harde toezeggingen gedaan om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met ten minste 40 procent te verminderen ten opzichte van 1990. De Nederlandse Rijksoverheid legt de lat echter hoger dan deze toezegging en acht maatregelen noodzakelijk die voorbereiden op een extra reductie van 9 procent. In het verlengde hiervan is in de Wet Voortgang Energietransitie (Wet Vet) onder andere geregeld dat nieuwbouwwoningen niet meer mogen worden aangesloten op een aardgasnetwerk. De voorheen geldende aansluitplicht van woningen is vervangen door een warmterecht, waarmee eindgebruikers aanspraak kunnen maken op een aansluiting op een (verzwaard) elektriciteitsnet of een warmtenet. Als gevolg daarvan worden ook de energieprestatie-eisen voor nieuwbouw aangescherpt. Het kabinet maakt ook afspraken met gemeenten, provincies, waterschappen en netbeheerders om de gebouwde omgeving te verduurzamen. De gemeente Vlissingen heeft uitgesproken, dat haar duurzaamheidsambities verder reiken dan waartoe de wettelijke voorschriften de gemeente verplichten.
De gemeente heeft echter geen juridische mogelijkheden om initiatiefnemers te verplichten meer energiebesparende maatregelen te treffen dan wettelijk is voorgeschreven. De gemeente kan initiatiefnemers wel stimuleren om zo duurzaam mogelijke woningen te bouwen. Vanzelfsprekend worden alle plannen bijna energieneutraal uitgevoerd en voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012, maar de ambitie is om meer te doen. De verschillende initiatiefnemers zullen moeten onderzoeken op welke wijze zij hun plannen duurzamer kunnen maken in relatie tot de bouwkosten. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). De BENG-norm heeft de eerder geldende normen van energetische efficiëntie van nieuwbouw (in de vorm van Energieprestatiecoëfficiënten) vervangen.
Juust
51
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
4.15.2 Toetsing Uit het voorgaande blijkt dat voor het plan niet meer de verplichting geldt om op het gasnet te worden aangesloten. Dat wordt dan ook niet gedaan. Om gasloze woningen te bouwen, zal balansventilatie worden toegepast. Dit is een gesloten systeem van mechanische ventilatie waarbij gebruikte vochtige lucht wordt afgezogen er droge verse lucht wordt ingeblazen. De hoeveelheid aangevoerde lucht is volledig in balans met de hoeveelheid afvoerde lucht. Het is een gesloten ventilatiesysteem waarin warmte terugwinning plaatsvindt. Verder worden op de dakvlakken P(hoto) V(oltaic)-panelen (ofwel zonnepanelen) gelegd. Verder is op het niveau van het bestemmingsplan de duurzame combinatie tussen water en ruimtelijke ontwikkeling van belang. In het plangebied wordt echter geen open water aangelegd voor berging van schoon hemelwater. De overige thema's spelen vooral op het niveau van bouwplannen een rol. Het gebouw zal voldoen aan alle voorwaarden met betrekking tot duurzaamheid uit het Bouwbesluit. Er zal gebruik worden gemaakt van duurzame materialen, dat wil zeggen hout, betongranulaat, pvc, gips en zo min mogelijk tot geen lood en geen koper. Kozijnen en goten worden uitgevoerd in kunststof. Lood door loodvervangers waar mogelijk.
4.15.3 Conclusie Op verschillende niveaus van de planontwikkeling wordt ingezet op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling.
4.16
Kabels en leidingen (ondergrondse infrastructuur)
In en rondom het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig of in voorbereiding. Wel ligt de reguliere ondergrondse infrastructuur direct rondom het plangebied. Het kabel- en leidingenprofiel zal worden ingepast in de profielen van de openbare ruimte.
Juust
52
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
Hoofdstuk 5 Toelichting juridische plan 5.1
op
het
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de juridisch -planologische regeling in dit bestemmingsplan toegelicht. Die regeling moet voldoen aan bepaalde eisen. Zo is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en andere bestemmingsplannen en verordeningen zijn van belang voor het opstellen van een bestemmingsplan. De regels dienen op een dusdanige wijze te zijn opgesteld, dat deze uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. In dit bestemmingsplan zijn geen bestemmingen of gebruiksregels opgenomen, die doelbewust huidig feitelijk gebruik zouden uitsluiten. De wijziging van wonen naar specifieke vorm van studentenhuisvesting vindt plaats onder het overgangsrecht en kent een uitsterfconstructie.
5.2
Toelichting op de verbeelding
Algemeen Een bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. In aansluiting hierop en in relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Verder geldt het volgende: De ondergrond waarop de verbeelding is gebaseerd, geeft informatie over de actuele (kadastrale) situatie. Op de verbeelding wordt met de bestemming en de aanduidingen aangegeven of, en zo ja welke bebouwing is toegestaan. De beoogde nieuwbouw is bestemd voor Wonen. Voor een deel van het plangebied zijn met arceringen gebiedsaanduidingen opgenomen. Hierover volgt later meer uitleg. Hoofdgebouwen mogen (uitsluitend) binnen het op de verbeelding aangeduide 'bouwvlak' worden opgericht. Bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en uitbreidingen van het hoofdgebouw) mogen ook daarbuiten, mits deze binnen de bestemming worden gebouwd. De maximale bouwhoogte van de hoofdgebouwen is op de verbeelding aangeduid met een aanduiding Op de analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan: 1. worden maatvoeringsaanduidingen zoals de maximum goot- of boeibordhoogte aangegeven door middel van een matrix bij het bouwvlak; 2.
wordt de betekenis van de bestemmingen en de aanduidingen aangegeven op het renvooi. De omgevingsvergunning 'Scheldekwartier - Noord, gedeelte De Koperslagerij' wordt opgenomen is opgenomen in de verbeelding. De gehanteerde bestemmingen Het maximum aantal bouwlagen van de gebouwen is met de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen' concreet aangegeven.
5.3
Toelichting op de regels
De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels;
Juust
53
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Hieronder worden de hoofdstukken en onderliggende artikelen nader toegelicht.
5.3.1
Inleidende regels
In de inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. Een van deze begrippen is het peil. Alle bouwmaten in dit bestemmingsplan worden ten opzichte hiervan gemeten. In andere gevallen en voor bijbehorende bouwwerken en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde kan wel de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld worden aangehouden.
5.3.2
Bestemmingsregels
Wonen In de bouwregels zijn ten hoogste 327 woningen toegestaan. Elke woning mag worden bewoond door ten hoogste één huishouden. In artikel Artikel 1 Begrippen, lid 1.30 is beschreven wat onder een huishouden wordt verstaan. Met deze regeling wordt de huisvesting van meerdere personen in een los verband, bijvoorbeeld (internationale) werknemers, voorkomen. Tot slot is in de woonbestemming de verplichting opgenomen om voldoende parkeerplaatsen aan te leggen en in stand te houden. Daarbij is gekozen voor een maatwerkregeling.
5.3.3
Algemene bepalingen
In dit hoofdstuk zijn onderstaande regels opgenomen: Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Artikel 7 Algemene bouwregels In lid 7.1 is geregeld dat bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die afwijken van de maten die in dit bestemmingsplan zijn vastgelegd en die met vergunning tot stand zijn gekomen, mogen worden aangehouden. Er is dus geen sprake van een uitsterfregeling met overgangsrecht. Vanzelfsprekend geldt een dergelijke bepaling alleen voor bestaande bouwwerken. In lid 7.2 is geregeld dat bouwgrenzen mogen worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen van gebouwen. Er mogen geen bestemmingsgrenzen worden overschreden, want dan zou sprake zijn van strijdig gebruik. Artikel 8 Algemene aanduidingsregels In dit artikel is de gebiedsaanduiding geregeld: Geluidzone - Industrie Het waarom van deze aanduiding is uitgelegd in de paragrafen 4.11.2. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Op grond van deze bepaling kan met een omgevingsvergunning in geringe mate worden afgeweken van de voorgeschreven maten en bouwgrenzen in het bestemmingsplan.
Om te voorkomen dat kleine meetfouten tot grote gevolgen leiden en om enigszins flexibel met maatvoeringen om te kunnen gaan, zijn enkele afwijkingsmogelijkheden opgenomen om in geringe mate te kunnen afwijken van genoemde maten, oppervlaktes enzovoorts.
Juust
54
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
Artikel 10 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene flexibiliteitsbepaling opgenomen om voor bepaalde onderdelen van bestemmingen of gebouwen dan wel bouwwerken af te wijken van de bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Deze bepaling gaat verder dan die van lid 9.1. Vandaar dat hier altijd een wijziging voor nodig is van burgemeester en wethouders. Artikel 11 Overige regels Dit lid is opgenomen, omdat in een aantal gevallen in de regels van bestemmingsplannen verwezen wordt naar een (andere) wettelijke regeling (zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan) of wordt een procedure, begrip en/of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard.
5.3.4
Overgangs- en slotregels
In artikel Artikel 12 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In artikel 12.1 Overgangsrecht bouwwerken is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 12.2 Overgangsrecht gebruik is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. De slotregel geeft de naam van het plan aan.
Juust
55
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
Hoofdstuk 6 Financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1
Kostenverhaal
In de Wro en het Bro zijn bepalingen opgenomen, die gaan over verplicht kostenverhaal door de gemeente. In bepaalde gevallen kan dit uitmonden in een verplicht op te stellen grondexploitatieplan. Nu dit bestemmingsplan ziet op de ontwikkeling van bouwplannen als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening is verplicht kostenverhaal in beginsel aan de orde. Op grond van artikel 6.12, lid 2, van de Wro kan worden afgezien van de vaststelling van een exploitatieplan, indien het verhaal van de kosten anderszins is verzekerd en het niet noodzakelijk is om een tijdvak of fasering te bepalen dan wel andere eisen te stellen aan de inrichting van het gebied. Deze bepaling brengt met zich mee, dat, indien alle gronden binnen een gebied, waarvoor een bestemmingsplan wordt vastgesteld op basis waarvan bouwplannen mogelijk zijn, in eigendom zijn van de gemeente, er geen exploitatieplan nodig is. De gemeente regelt het kostenverhaal via de uitgifte van de bouwgrond. Ook de fasering en inrichting bepaalt de gemeente zelf. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daarom niet vereist.
6.2
Financiële uitvoerbaarheid
Voor het projectgebied Scheldekwartier is een grondexploitatie vastgesteld. De uitvoering van dit project past daar binnen. De financieel-economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is daarmee gewaarborgd.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak Conform de Wet ruimtelijke ordening is het niet verplicht om een inspraakprocedure te volgen. De gemeente hanteert de beleidslijn om bij grotere ontwikkelingsplannen wel een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Burgemeester en wethouders hebben op grond van artikel 3.8 van de Wro jo. Afd. 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht het ontwerpbestemmingsplan Scheldekwartier-Noord, Scheldewijk Oost (versie 23 mei 2023) vanaf 25 mei 2023, zes weken (t/m 6 juli 2023) ter inzage gelegd. In deze periode kon een ieder een zienswijze indienen. Op grond van de Inspraakverordening is het plan in het huis-aan-huis blad de Vlissingse bode en in het GVOP bekendgemaakt. Tevens is het plan digitaal raadpleegbaar gesteld op de gemeentelijke website www.vlissingen.nl/bestemmingsplannen. Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn geen zienswijzen ontvangen van omwonenden en andere belanghebbenden, niet zijnde niet-officiële instanties .
6.4
Overleg instanties
Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg worden gepleegd met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen, die in het plan in het geding zijn. Op 27 februari 2023 is daartoe het concept voorontwerpbestemmingsplan en de daarbij behorende stukken toegezonden aan de onderstaande instanties: -Provincie Zeeland, Postbus 165, 4330 AD Middelburg (provincie@zeeland.nl); -Waterschap Scheldestromen, Postbus 1100, 4330 ZE Middelburg (info@scheldestromen.nl); -Veiligheidsregio Zeeland, Postbus 8016, 4330 EA Middelburg (info@vrzeeland.nl);
Juust
56
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
-DNWG Infra B.V, Postbus 5048, 4330 KA Middelburg (info@dnwg.nl); -Tennet TSO B.V., Postbus 718, 6800 AS Arnhem (ruimtelijkeplannen@tennet.eu); -N.V. Nederlandse Gasunie, Postbus 19, 9700 MA Groningen (info@gasunie.nl) Hieronder zijn de reacties vanuit deze instanties opgenomen. 1. Provincie Zeeland De Provincie Zeeland heeft per e-mailbericht van 21 maart 2023 aangegeven de volgende opmerkingen te hebben: - Wettelijk kader: de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is opgenomen in de Wro (niet de Wnb). - Bijlage 10 met de geactualiseerde ecologische quickscan ontbreekt. - De onderbouwing voor stikstof is niet compleet en is als PM-post opgenomen in de toelichting. De notitie in de bijlage betreft alleen de aanlegfase, voor de gebruiksfase mist een toelichting op de ingevoerde bronnen. - In verband met bereikbaarheid lijkt het de provincie reëel als de gemeente Vlissingen, zoveel jaar na dato planontwikkeling inclusief MER een nieuw actueel verkeersonderzoek doet naar het Scheldekwartier in zijn geheel en specifiek deze ontwikkeling. In paragraaf 4.3.2 staat dan ook PM onderzoek Goudappel. Provincie ziet graag eerst de uitkomsten van dat onderzoek. Daarna bekijken hoe de ontwikkeling zich nu verhoudt, ten opzichte van de 'oude' conclusies. Gemeentelijke reactie De bovengenoemde opmerkingen zijn verwerkt in de toelichting. 2.
Waterschap Scheldestromen Het Waterschap Scheldestromen heeft per e-mailbericht van 14 maart 2023 aangegeven de volgende opmerkingen te hebben: In de stedenbouwkundige opzet is een bouwplot (plot 1+/plot 10) te zien die deels in het water, deels op de oever ligt. Op de bestemmingsplankaart/de verbeelding is die bouwplot niet te zien. Het waterschap is gepolst wat de mogelijkheden zijn voor zo'n gebouw. Hieronder een impressie. Daarbij is geconstateerd dat, uit oogpunt van waterkeringbeheer, onder de nodige voorwaarden wel zo'n gebouw gerealiseerd kan worden. Onlangs werd in de PZC gemeld dat de gemeente uit nautische overwegingen afzag van dit gebouw. Het verdient aanbeveling om in de plantoelichting hierop in te gaan nu de bouwplot nog wel in het plaatje van de stedenbouwkundige opzet is aangegeven.
De watertoetstabel onderdeel Veiligheid waterkeringen is niet (meer) actueel. De eerste 2 tekstblokken moeten worden vervangen door de onderstaande tekst:
Juust
57
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
“De kaden binnen het Scheldekwartier doen dienst als regionale waterkering. De maximale overschrijdingskans is 1:100. De waterkering moet in stand gehouden worden conform de ligging, vorm, afmeting en constructie overeenkomstig de situatie op 1 januari 2018. In de legger waterkeringen van het waterschap zijn de waterkeringszones vastgelegd: waterstaatwerk, beschermingszones A en beschermingszones B (zie het kaartje). Binnen die die zones moet een watervergunning worden aangevraagd bij het waterschap voor werken en werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de waterkeringen. Dat is geregeld in de keur van het waterschap.” Gemeentelijke reactie De stedenbouwkundig opzet is aangepast, plot I+ wordt niet meer weergegeven in de stedenbouwkundige opzet. De watertoetstabel is aangepast, de eerste twee tekstblokken zijn gewijzigd naar aanleiding van het voorstel van Waterschap Scheldestromen. 3. Veiligheidsregio Zeeland De Veiligheidsregio Zeeland (hierna: VR) heeft per e-mailbericht van 15 maar 2023 te kennen gegeven dat zij naar aanleiding van het bestemmingsplan een aantal opmerkingen te hebben (zie bijlage 13) Het plan is beoordeeld en hieruit blijkt dat de inventarisatie van de risicobronnen niet volledig is, de A58 en Verbrugge Zeeland terminals ontbreken als risicobron. De verantwoording groepsrisico zoals die aan de VR is voorgelegd is eveneens correct.
Als aanvulling hierop heeft de VR een infographic meegezonden met daarin het handelingsperspectief bij het vrijkomen van een gifwolk. Het advies is om dit aan de toekomstige gebruikers te verstrekken. De bluswatervoorzieningen zijn door gemeente uitgewerkt in een Brontekening Scheldekwartier. Het plangebied voldoet aan de eisen met betrekking tot bluswatervoorziening. Gemeentelijke reactie De overlegreactie is voor kennisgeving aangenomen en de A58 en Verbrugge Zeeland Terminals worden aan de risicobronnen toegevoegd. 4. TenneT Per e-mailbericht van 6 maart 2023 heeft TenneT aangegeven dat binnen de grenzen van het plangebied TenneT (na een eerste beoordeling) noch bovengrondse-, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer heeft. TenneT heeft geen verdere opmerkingen op het plan. Gemeentelijke reactie Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. .
Juust
58
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
Eindnoten
1. Expload, 17 april 2017 2. Onderzoek externe veiligheid Dokkershaven en Edisongebied, juni 2017, TNO Bouw en Ondergrond
Juust
59
Scheldekwartier Noord, Scheldewijk Oost
Goessestraatweg 17A, 4421 AD, Kapelle +31 (0) 85-9020222 • info@juust.nl
juust.nl