CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.4 Rvs Raadsvoorstel Kaderbrief 2023 bijlage 1 Kaderbrief 2023

Raadsvergadering 14 juli 2022, gemeente VlissingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Kaderbrief 20236.880 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief 2023

INHOUDSOPGAVE

1. Voorwoord....................................................................................................................................... 2 1.1 Algemeen...................................................................................................................................................2 1.2 Leeswijzer.................................................................................................................................................. 3 2. Autonome ontwikkelingen..............................................................................................................4 3. Wettelijke ontwikkelingen.............................................................................................................. 5 4. Begrotingswijzigingen..................................................................................................................... 9 5. Financieel meerjarenperspectief 2023 - 2026...............................................................................10 5.1 Financieel meerjarenperspectief 2023-2026......................................................................................... 10 5.2 Financiële uitgangspunten.....................................................................................................................

11 5.3 Risicobeheer............................................................................................................................................ 17 6. Bijlage: Provinciaal toezichtskader............................................................................................... 19

1

1.

VOORWOORD

1.1 Algemeen Voorwoord kaderbrief 2023-2026 De kaderbrief 2023 is het startpunt van het begrotingsjaar 2023. De kaderbrief gaat in op het financiële meerjarenperspectief van de gemeente. Daarnaast geeft de kaderbrief inzicht in de ambities die voor ons liggen in het jaar 2023. Daarbij houden we rekening met de strategische visie en blikken we op de toekomst van Vlissingen in 2040. Dit doen we samen met de inwoners, ondernemers, studenten en verenigingen in Vlissingen. Uitgangspunten kaderbrief 2023 ■ Het startpunt van deze kaderbrief is het bestaande beleid zoals opgenomen in de programmabegroting

2022

■ Deze kaderbrief gaat in op het financiële meerjarenperspectief van Vlissingen vanaf het jaar 2023 ■ Het coaliteakkoord 'Samen kunnen we meer!' is belangrijk en nemen we op in de kaderbrief 2023

■ Verder is jaarschijf 2026 niet representatief doordat vergoeding vanuit het rijk voor stijgende lasten

meerjarig niet worden doorgetrokken

Meicirculaire De meicirculaire is opgenomen in de kaderbrief, deze circulaire is de belangrijkste in jaren. Door de invoering van de herijking gemeentefonds, het opschorten van de opschalingskorting en de sterk gestegen accres ontvangen gemeenten fors hogere budgetten. Tegelijkertijd zorgt de ontwikkeling van de algemene uitkering voor een groot risico. Inkomsten fluctueren van jaar tot jaar, deze schommelingen hebben direct invloed op ons uit te voeren beleid. Door de invoering van de herijking gemeentefonds heeft ook een herindeling van clusters plaatsgevonden. Hierdoor is een uitsplitsing naar het klassiek en sociaal domein niet automatisch te maken. Deze splitsing vraagt om een verdere analyse en presenteren we in de programmabegroting 2023-2026. Belangrijke speerpunten Bij een inventarisatie van ontwikkelingen in onze organisatie zijn de volgende onderwerpen apart benoemd, deze onderwerpen werken we verder uit in de programmabegroting 2023-2026. ■ Personele bezetting

■ Doorontwikkeling ICT ■ Aardgasvrije wijken

Doorontwikkeling sociaal domein De ontwikkelagenda sociaal domein laat resultaten zien, zo wordt het tekort op het sociaal domein steeds kleiner en geeft dit perspectief in onze begroting. Toch blijven we te maken hebben met taakstellingen en risico's. Samen kunnen we meer! In 2022 start het nieuwe college, het nieuwe coalitieakkoord Samen kunnen we meer! is vastgesteld door de raad. Een gezamenlijk startpunt van de politieke partijen die met elkaar gaan samenwerken in de nieuwe coalitie. In het coalitieakkoord staat wat het nieuwe college de komende 4 jaar wil gaan doen. In grote lijnen en in echte actiepunten. Waar in deze kaderbrief Vlissingen, stad of gemeente staat, bedoelen we in de meeste gevallen ook Oost- en West Souburg, Groot Abeele en Ritthem. En waar wijken staat, bedoelen we ook dorpen. Juli 2022 Burgemeester en wethouders van Vlissingen

2

1.

VOORWOORD

1.2 Leeswijzer In de kaderbrief zijn de volgende onderdelen opgenomen: Hoofdstuk 1: Voorwoord Hoofdstuk 2: Autonome ontwikkelingen Uitwerking van autonome ontwikkelingen die van invloed zijn op ons begrotingssaldo. Hoofdstuk 3: Wettelijke ontwikkelingen Uitwerking van wettelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op ons begrotingssaldo. Hoofdstuk 4:Begrotingswijzigingen Hier benoemen we alle begrotingswijzigingen die van invloed zijn op ons begrotingssaldo. Hoofdstuk 5: Financiële meerjarenperspectief 2023-2026 In het financiële meerjarenperspectief komen alle invloeden bij elkaar en presenteren we het begrotingssaldo wat de basis is voor onze programmabegroting. Hoofdstuk 6: Bijlage Provinciaal toezichtskader In het toezichtskader van de provincie maken we inzichtelijk welke parameters we gebruiken. Tevens geven we ons uitgangspunt bij belangrijke vraagstukken die van invloed zijn op ons begrotingssaldo. Alle bedragen zijn in duizendtallen. Negatieve bedragen zijn nadelen, positieve bedragen zijn voordelen. Wanneer we praten over het regeerakkoord bedoelen we het akkoord van het kabinet Rutte IV, wanneer we spreken van het coalitieakkoord dan spreken we over ons eigen akkoord "Samen kunnen we meer!"

3

2.

AUTONOME ONTWIKKELINGEN

Bij het opstellen van de kaderbrief 2023 houden we rekening met autonome ontwikkelingen. Onderstaande ontwikkelingen zijn belangrijk om te benoemen. 2.1 Prijsontwikkelingen Na het uitbreken van de oorlog in de Oekraïne heeft de inflatie een vlucht genomen. We volgen de ramingen van het Centraal planbureau. Deze stellen in het Centraal Economisch Plan (CEP) het prijsindexcijfer particuliere consumptie vast. Deze cijfers zijn de basis voor het doorrekenen van inflatie in zowel de lasten als de baten. Ook onze belangrijkste inkomensbron, de algemene uitkering, maakt gebruik van de prijsindexcijfers van het CEP. Maar ook voor onze eigen inkomsten gebruiken we deze cijfers, denk aan belastingen en onze lokale heffingen. Alleen voor gemeenschappelijke regelingen en subsidies die we indexeren, houden we ons vast aan de VZG richtlijn. Deze richtlijn is een samenwerking tussen alle gemeenten, hierdoor zorgen we voor uniformiteit bij indexatie van gemeenschappelijke regelingen. 2.2 Renteontwikkelingen Voor 2022 is er geen herfinanciering van langlopende leningen. Tot en met 2026 is de herfinanciering ongeveer 50 miljoen euro. Dit betekent dat oude leningen vervangen worden door nieuwe leningen. De herfinanciering is daarnaast afhankelijk van het tempo van investeren en het rekeningresultaat van de komende jaren.

Ondanks de stijgende rente is de marktrente lager dan de leningen die we nu aflossen. Vooralsnog is het renterisico minimaal. Elk half jaar beoordelen we ons renterisico, als eerste bij de liquiditeitsprognose van de programmabegroting 2023. 2.3 Ontwikkelingen in de wereld Vooralsnog zijn de gevolgen van de corona crisis naar de achtergrond verhuisd. De oorlog in de Oekraïne komt nadrukkelijk op de voorgrond. Dit zorgt voor onzekere tijden in Europa. Producten worden in rap tempo duurder en we weten nu niet wat dit over een aantal maanden doet met de prijzen. Voornamelijk bouwkosten stijgen sterk.

4

3.

WETTELIJKE ONTWIKKELINGEN

We verwerken ook de wettelijke ontwikkelingen. Het gaat dan om een actualisatie van belangrijke wettelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op onze (meerjarige) budgettaire ruimte. 3.1 Herijking gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 voert het kabinet de herijking van het gemeentefonds in. Daarbij zijn bijna alle adviezen van de ROB (raad openbaar bestuur) en de VNG overgenomen. Alleen het advies van de ROB om het onderzoek naar de maatstaven centrumfunctie, eenpersoonshuishoudens en het onderzoek naar de overige eigen middelen af te wachten is niet overgenomen. Deze onderzoeken starten dit jaar, daarbij zal gekeken worden wat de implicaties zijn voor het model van de uitkomsten van deze onderzoeken. Vooruitlopend op de uitkomsten van dit onderzoek zal de herijking van het gemeentefonds worden ingevoerd. Daarbij zal het ingroeipad worden aangepast op maximaal € 7,50 per inwoner voor 2023, € 22,50 per inwoner voor 2024 en € 37,50 per inwoner vanaf 2025. In de herijking van het gemeentefonds is een onderverdeling gemaakt naar het klassieke domein en het sociale domein. Voor het klassieke domein zijn wij een voordeel gemeente en voor het sociale domein een nadeel gemeente. Per saldo zijn wij een voordeel gemeente zodat de invoering een positieve bijdrage gaat opleveren oplopend tot € 37,50 per inwoner vanaf 2025.

3.2 Opschalingskorting gemeentefonds In het kabinet Rutte I is door minister Plasterk besloten om terug te gaan van ongeveer 350 naar 150 gemeenten. Gemeenten zouden vanaf 2025 minimaal uit 100.000 inwoners moeten bestaan. Het idee hierachter was een efficiëntere decentrale overheid, wat zich zou vertalen in een korting van 1 miljard uit het Gemeentefonds. Door onvoldoende draagvlak is het invoeren van deze opschalingskorting meerdere keren uitgesteld. De opschalingskorting heeft het kabinet tot 2025 opgeschort. Maar omdat deze in 2026 nog steeds in het gemeentefonds is opgenomen, onstaat in 2026 een fors lagere algemene uitkering. 3.3 Maart/mei circulaire De jaarlijkse indexatie van het gemeentefonds en BTW-compensatiefonds heet het accres. De in het regeerakkoord opgenomen accres reeks voor het gemeentefonds komt bovenop het accres uit de Miljoenennota 2022. De verwerking van het nieuw CPB-macro beeld zal in de meicirculaire 2022 meegenomen worden. Dit macro beeld werkt door tot en met 2025. Voor 2026 en verder is het accres niet berekend, maar voor gemeenten en provincies gezamenlijk vastgezet op een plus van € 1 miljard ten opzichte van de stand bij Miljoenennota 2022. Hierdoor stijgt het accres minder hard mee en ontstaat een accres probleem in jaarschijf 2026.

De sterk positieve ontwikkeling van het accres in de jaren 2023 tot en met 2025 heeft ook betrekking op "trap op trap af". Dit wil zeggen wanneer de overheid extra uitgaven doet, stijgen ook de middelen bij de decentrale overheden. Sociaal domein 3.4 Extra middelen jeugdzorg In de meicirculaire is opgenomen dat de middelen die in 2022 zijn opgenomen in de begroting worden gecontinueerd. Hierdoor stijgen de inkomsten voor jeugdzorg in 2023. Meerjarig geldt hier een maximum van 75% van het bedrag dat in 2023 is toegekend. Wij hebben deze bedragen in de kaderbrief meegenomen.

5

3.

WETTELIJKE ONTWIKKELINGEN

3.5 Effecten invoering nieuw woonplaatsbeginsel jeugd per 1 januari 2022 Het nieuwe woonplaatsbeginsel kent als woonplaats van een jeugdige de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven voorafgaand aan de zorg met verblijf. Bij het oude woonplaatsbeginsel waren de gemeenten waar verblijfsinstellingen stonden financieel verantwoordelijk voor alle daarin verblijvende jongeren. De verandering zorgt ervoor dat de gemeente van herkomst verantwoordelijk blijft voor een jeugdige. Alle gemeenten hebben vanaf de zomer van 2021 hard gewerkt aan het uitzoeken van jeugdigen die per 1/1/2022 van verantwoordelijke gemeente moeten wisselen en veel jeugdigen zijn ook daadwerkelijk overgedragen naar de nieuwe gemeente. Het uiteindelijke plaatje is echter nog niet bekend omdat niet alle gemeenten en organisaties (in Nederland) deze grote administratieve omzetoperatie rond konden krijgen. De inkooporganisatie jeugd heeft op basis van de bij hen bekende gegevens een voorlopige kosteninschatting gemaakt van de gevolgen van het gewijzigde woonplaatsbeginsel. Hieruit blijkt dat Vlissingen een nadeelgemeente is. Dit betekent zoveel dat relatief veel Vlissingse jongeren in verblijfsinstellingen elders blijken te zitten. Het negatieve financieel effect wordt door de inkooporganisatie geschat op 2 miljoen, dit komt nagenoeg overeen met de gereserveerde middelen van 1,9 miljoen.

De bedragen zijn nog onder voorbehoud. 3.6 WMO abonnementstarief In het regeerakkoord is opgenomen dat het kabinet werkt aan een aanpassing van de eigenbijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor uitgewerkt. De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing. 3.7 Beschermd wonen De financiële doordecentralisatie beschermd wonen is de afgelopen jaren enkele keren uitgesteld. Tot enkele maanden geleden ging men er vanuit dat de financiële doordecentralisatie per 1-1-2023 van start zou gaan en het objectief verdeelmodel ingevoerd worden. Tegelijkertijd zou het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen in werking treden. Dit voorjaar heeft de staatssecretaris van VWS de financiële doordecentralisatie beschermd wonen on hold gezet. De komende maanden wordt de doordecentralisatie opnieuw tegen het licht gehouden. Het kabinet neemt dit jaar nog een besluit. De inhoudelijke doelstelling, sociale inclusie voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid, staat niet ter discussie.

Het onderzoek gaat vooral over de instrumenten voor de doordecentralisatie, namelijk het woonplaatsbeginsel, het objectief verdeelmodel beschermd wonen en de financiële doordecentralisatie. Op dit moment staat vast dat de centrumgemeente Vlissingen in 2023 nog de volledige rijksbijdrage beschermd wonen ontvangt. Of de financiële doordecentralisatie van start gaat per 2024 en hoe hoog de rijksbijdrage beschermd wonen zal zijn, is op dit moment nog niet bekend. Naar aanleiding van deze ontwikkelingen heeft het college op 19 april 2022 besloten de aanbesteding beschermd wonen uit te stellen en de huidige contracten te verlengen met één jaar. Klassiek domein 3.8 Invoering Omgevingswet Minister De Jonge heeft aangekondigd dat de Omgevingswet (Ow) en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) op 1 januari 2023 in werking treden. Hoewel de processen van vergunningverlening, toezicht en handhaving dan ingericht zijn, zullen deze aangepast worden op basis van praktijkervaringen.

6

3.

WETTELIJKE ONTWIKKELINGEN

De omgevingsvisie wordt in 2023 door de raad vastgesteld en de eerste ervaringen met het omgevingsplan zijn dan opgedaan: het concreet maken in normen van wat we in de omgevingsvisie bepaald hebben. Het omgevingsplan is veelomvattend en complex, het is wezenlijk anders dan bestemmingsplannen. Daarom benutten we de overgangstermijn die ons daarvoor tot 2030 is gegeven. We blijven investeren in opleiden en trainen van medewerkers, gezien de complexiteit van de omgevingswet en de gewenste dienstverlening aan onze inwoners en bedrijven. Eerder - in de vorige raadsperiode - hebben we al vastgesteld dat we structureel minder inkomsten van verwacht € 244.000 jaarlijks hebben op de leges voor vergunningen. Daar houden we in de begroting rekening mee. Het uitgangspunt voor de nieuwe legesverordening op het gebied van vergunningen, die op 1 januari 2023 in werking treedt, is maximale kostendekkendheid. Het Rijk heeft bij de meicirculaire van 2022 een bedrag uit ter compensatie van invoeringskosten van de inwerking van de Ow en Wkb. 3.9 Wet digitale overheid en Wet open overheid Op 1 mei 2022 treedt de Wet open overheid (Woo) in werking. Deze wet heeft als doel (semi)overheden transparanter en toegankelijker te maken. De wet moet er voor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is.

De Woo komt in de plaats van de huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Gemeenten worden verplicht verschillende soorten documenten actief en snel openbaar te maken. Ook verplicht de Woo om gemeenten hun informatiehuishouding op orde te brengen, een bepaling uit de Archiefwet wordt daarbij herhaald in de Woo. Men spreekt over een termijn van acht jaar. In de algemene uitkering zijn hier middelen voor vrijgemaakt. De invoering van de Wet digitale overheid (Wdo) heeft in 2021 vertraging opgelopen. Vragen van de Eerste Kamer bij het wetsvoorstel hebben er toe geleid dat de Staatssecretaris van BZK heeft besloten tot een wetswijziging. Het wijzigingsvoorstel is in juni 2021 bij de Tweede Kamer ingediend. De inwerkingtreding is afhankelijk van wanneer de Kamer het wetsvoorstel met wijzigingen bespreekt. De Wdo heeft als doel het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij (semi)overheid. De VNG heeft het Rijk gevraagd om compensatie van de meerkosten . 3.10 Klimaatakkoord Om de doelen uit het klimaatakkoord 2019 te halen heeft de gemeente Vlissingen de Regionale Energie Strategie (RES) vast gesteld. Als uitwerking hiervan is voor het bebouwd gebied in 2021 de Transitievisie warmte en de Regionale structuur warmte vastgesteld.

In 2022 hebben we als onderdeel van het compensatiepakket Wind in de Zeilen (Wiz) van het Rijk een Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) subsidie ontvangen voor het aardgasvrij ready/aardgasvrij te maken van de Panoramabuurt. Hiermee wordt ervaring opgedaan voor de verdere energietransitie in de toekomstige aardgasvrije wijken binnen de gemeente Vlissingen. We leren van de hierbij toegepaste participatie- en communicatieaanpak en kunnen deze bij de herijking van de TVW (na vijf jaar) als standaard (wijk-)aanpak gebruiken. Dit is echter een eerste start en er volgen van nu tot 2050 nog vele andere wijken. Om de gemeente Vlissingen aardgasvrij te krijgen is zowel capaciteit als budget nodig. Hiervoor zal in de begroting budget vrij moeten worden gemaakt. Hoeveel budget er nodig is, laat zich nog lastig voorspellen. Dit zal duidelijker worden bij het opstellen van de Wijk Uitvoerings Plannen (WUP) Dit is een nadere uitvoering van de TVW op wijk/buurt niveau. Hierin zullen de financiële kaders worden geschetst. De bijdrage van onze gemeente zal voornamelijk bestaan uit formatie. Voor de aanleg van de eerste gasvrije wijk zijn de lasten opgenomen bij bestaand beleid.

7

3.

WETTELIJKE ONTWIKKELINGEN

3.11 Verruiming gemeentelijk belastinggebied Besluitvorming over de verruiming van het gemeentelijke belastinggebied is één van de onderdelen van de financieel-bestuurlijke verhoudingen die door het vorige kabinet is doorgeschoven naar het kabinet Rutte IV. Andere elementen van de financieel bestuurlijke verhoudingen zijn de herziening van het verdeelmodel van het gemeentefonds, de indexering (de normeringssystematiek) en een uitkeringsstelsel dat is toegesneden op gezamenlijke opgaven. In het op 15 december 2021 verschenen kabinetsakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ zijn de belangrijkste plannen voor de kabinetsperiode opgenomen. Tot 2025 lijkt er volgens het coalitieakkoord aan het eigen belastinggebied van de lokale overheden niets te veranderen. Wel is aangegeven dat er de komende jaren zal worden gewerkt aan een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025, waarbij ook alternatieven voor onder andere de onroerendezaakbelasting worden betrokken. Dit is van belang om onze laatste jaarschijf 2026 sluitend te krijgen.

8

4.

BEGROTINGSWIJZIGINGEN

In het financieel meerjarenperspectief 2023-2026 zijn onderstaande begrotingswijzigingen meegenomen in het exploitatiesaldo. 2e bestuursrapportage 2021 structurele doorwerkingen De structurele doorwerkingen van de 2e bestuursrapportage zijn opgenomen in de meerjarenraming. De verwerking van de septembercirculaire levert een voordeel op van € 1,4 miljoen voor 2023 oplopend tot € 1,7 miljoen voor 2026. De belangrijkste bijdragen aan dit positieve saldo zijn de structurele hogere inkomsten vanuit de algemene uitkering. 1e bestuursrapportage 2022 structurele doorwerkingen De structurele doorwerkingen van de 1e bestuursrapportage 2022 zijn opgenomen in de meerjarenraming. De verwerking van de algemene uitkering (maartbrief) levert een voordeel op van € 1,5 miljoen in 2023 oplopend tot € 3,7 miljoen in 2025. In 2026 vervallen enkele inkomsten waardoor de extra middelen dalen naar € 1,7 miljoen. De belangrijkste mutatie heeft betrekking op het opschorten van de opschalingskorting, uitleg over de opschalingskorting is terug te vinden onder 3.2 Opschalingskorting gemeentefonds. Begrotingswijziging Orionis In de begrotingswijziging van Orionis zijn, onder voorbehoud van goedkeuring door de artikel 12 inspecteur, een aantal belangrijke mutaties geactualiseerd, het gaat om de Cao stijging ambtenaren en het implementatieplan Werkleerbedrijf, maar ook overige financiële doorwerkingen.

Naast deze begrotingswijziging ligt een zienswijze bij de raad en is de ontwikkelingen van de Rijksvergoeding BUIG negatief. Wanneer we kijken naar de totale begroting van Orionis geeft dit een negatief effect. Begrotingswijziging Olaz De begrotingswijziging van Olaz is een uitwerking van de begroting 2023. Het voordeel komt voornamelijk uit de meeropbrengsten van oud papier verwerking.

9

5.

FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF 2023 - 2026

5.1 Financieel meerjarenperspectief 2023-2026 Hierna volgt een recapitulatie van het financieel meerjarenperspectief voor de jaren 2023 tot en met 2026. In het financieel meerjarenperspectief 2023-2026 zijn de volgende producten opgenomen: ■ Programmabegroting 2022-2025

■ Structurele doorwerkingen van de 2e bestuursrapportage 2021 en 1e bestuursrapportage 2022 ■ Begrotingswijzigingen van Olaz en Orionis ■ Doorwerkingen van bestaand beleid

■ Het nieuwe Coalitieakkoord "Samen kunnen we meer!"

Uit het totaal van deze financiële mutaties ontstaat een nieuw, voorlopig, begrotingsresultaat. Dit "resultaat na bestemming" is negatief 4 miljoen in 2023 en loopt op tot 8,4 miljoen negatief in 2026. Dit is het startpunt voor de begroting 2023-2026. Daarbij willen we wel opmerkingen dat het resultaat nog onderhavig is aan een aantal onzekerheden. Deze onzekerheden zijn beschreven onder 6.4 risicobeheer. Saldo Kaderbrief

2023

2024

2025

2026

Prog 1 Leefbaarheid

-19.753

-20.410

-21.012

-21.012

Prog 2 Aantrekkelijke Stad

-7.921

-6.908

-6.693

-6.693

Prog 3 Sociale Samenhang

-115.178

-115.184

-115.964

-115.964

Prog 4 Bestuur

-5.639

-7.456

-7.872

-7.872

Prog 5 Overhead

-23.718

-26.994

-29.225

-30.775

Prog 6 Algemene Dekkingsmiddelen

178.430

184.168

190.992

184.945

-1.405

-1.555

-1.705

-1.855

-16

-17

-17

-17

4.798

5.645

8.504

757

Prog 7 Onvoorzien Prog 8 Vennootschapsbelasting (VpB) Resultaat voor bestemming Mutatie Reserve Prog 1 Leefbaarheid

-327

-332

-338

-338

Prog 2 Aantrekkelijke Stad

9

-91

-141

-141

Prog 3 Sociale Samenhang

71

71

71

71

Prog 4 Bestuur

-8.619

-8.671

-8.788

-8.788

Resultaat mutatie reserves

-8.866

-9.024

-9.196

-9.196

Resultaat na bestemming

-4.065

-3.379

-693

-8.440

In de begroting 2023 splitsen we de centrumgemeente middelen voor beschermd wonen uit. Hierdoor maken we inzichtelijk welk deel specifiek betrekking heeft op de gemeente Vlissingen.

10

5.

FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF 2023 - 2026

5.2 Financiële uitgangspunten In de financiële uitgangspunten laten we zien hoe we tot het nieuwe begrotingsresultaat komen. Zoals hieronder opgenomen gaan we uit van de planning en control producten zoals deze zijn aangeboden aan de Raad, kijken we vervolgens naar de actualisatie van het bestaand beleid en nemen we de ambities uit het nieuwe coalitieakkoord op. Dit geeft het saldo van de kaderbrief, het startpunt voor de begroting 2023-2026. De gebruikelijke uitsplitsing van het meerjarig begrotingssaldo 2023 – 2026 in enerzijds het saldo Sociaal domein en anderzijds het saldo Klassiek domein heeft vanwege de herijking van de algemene uitkering (met bijna een halvering van het aantal clusters) in de door ons last minute verwerkte meicirculaire 2022 nog niet plaats kunnen vinden. Dit vereist namelijk een zorgvuldige analyse, zorgvuldige toerekening van lasten en baten en afstemming met de inspecteur. Deze uitsplitsing zullen we wel bij de programmabegroting 2023 -2026 presenteren. 5.2.1 Begrotingwijzigingen Begrotingswijzigingen

2023

2024

2025

2026

Saldo begroting 2022-2025

-7.337

-7.254

-5.462

-5.462

Saldo berap 2021 (2e berap)

1.462

1.552

1.732

1.732

Saldo berap 2022 (1e berap)

1.902

3.270

3.956

1.958

Begrotingswijziging Orionis

108

511

578

578

Begrotingswijziging Olaz

92

93

94

94

-3.774

-1.829

897

-1.100

Saldo begrotingswijzigingen

Saldo begroting en bestuursrapportages Als startpunt voor het saldo van de kaderbrief gebruiken we alle beschikbare producten die hierop van invloed zijn. Ten eerste de begroting 2022-2025, hierbij gebruiken we het saldo van jaarschijf 2025 ook voor jaarschijf 2026. Ten tweede alle structurele begrotingswijzigingen uit de 2e bestuursrapportage 2021. Ook hier nemen we alle doorwerkingen van 2025 één op één over naar jaarschijf 2026. Ten slotte de structurele begrotingswijzigingen uit de 1e bestuursrapportage 2022. Hierbij passen we wel een correctie toe in jaarschijf 2026. Dit heeft te maken met het opnieuw invoeren van de opschalingskorting. De opschalingskorting is uitgewerkt bij de wettelijke ontwikkelingen en bij risicobeheer. Begrotingssaldo Orionis In de begrotingswijziging van Orionis zijn een aantal belangrijke mutaties geactualiseerd en verwerkt. De verwerking is onder voorbehoud van goedkeuring door de artikel 12 inspecteur. Deze betreffen met name de financiële gevolgen van: ■ de nieuwe cao-ambtenaren en geactualiseerd functieboek/-waarderingen ■ het implementatieplan Werkleerbedrijf

■ de actualisatie van de vastgestelde Rijksvergoeding BUIG en de begrote ontwikkeling van het

bijstandsbestand in 2022

Begrotingssaldo Olaz De begrotingswijziging van de Olaz is een uitwerking van de begroting 2023. Het voordeel komt voornamelijk uit de meeropbrengsten van oud papier verwerking.

11

5.

FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF 2023 - 2026

5.2.2 Bestaand beleid Voor de uitvoering van bestaand beleid zijn de beschikbare budgetten geactualiseerd. Door de verkiezingen en de vorming van een nieuwe coalitie is er een summiere uitvraag gedaan. Deze uitvraag kunnen we hoofdzakelijk onderverdelen in drie hoofdonderdelen, namelijk: doorontwikkeling ICT, Personele bezetting en Aardgasvrije wijken. Wanneer we hoofdonderdelen niet kunnen kwantificeren werken we deze tijdens het begrotingsproces verder uit. Bestaand beleid

2023

2024

2025

2026

Stelpost Inflatie

-2.350

-4.960

-7.500

-9.450

Stelpost taakmutaties algemene uitkering

-3.300

-3.300

-3.300

-2.850

Stelpost Gemeentefonds

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

Stelpost ziekteverzuim

-400

-400

-400

-400

Stelpost stijgende bouwkosten

-150

-300

-450

-600

Stelpost stijgende energiekosten

-100

-100

-100

-100

Ontwikkeling BUIG gelden

-800

-800

-800

-800

Ontwikkeling kapitaalslasten

-140

-140

-140

-140

Bijdrage gemeenschappelijke regelingen

-200

-200

-200

-200

Aardgasvrije wijken

-300

-300

-300

-300

ICT / innovatie en digitalisering

-250

-300

-350

-400

Personeel

PM

PM

PM

PM

Lasten

Baten Algemene uitkering

8.400

9.100

11.400

6.950

Belastingen

300

650

1.000

1.400

Toeristenbelasting uitbreidingen faciliteiten

300

500

550

550

Saldo Bestaand beleid

10

-1.550

-1.590

-7.340

Stelpost Inflatie In de meicirculaire zijn inkomsten opgenomen ter compensatie van de stijgende prijzen. Deze prijzen kunnen we onderverdelen in drie categoriën. Lonen, materiële lasten en subsidie verstrekkingen/ gemeenschappelijke regelingen. We volgen de ramingen van het Centraal planbureau. Door de hoge inflatie stijgen de prijzen sterk, de ontwikkeling is goed te zien in onderstaand overzicht. Onderbouwing inflatie

2023

2024

2025

2026

Lonen

-580

-1.400

-2.170

-2.370

Uitzendkrachten

-75

-110

-150

-160

Materiele kosten

-775

-1.600

-2.380

-3.180

Gemeenschappelijke regelingen en subsidies Totaal

-920

-1.850

-2.800

-3.740

-2.350

-4.960

-7.500

-9.450

Stelpost taakmutaties algemene uitkering In de meicirculaire zijn een aantal taakmutaties meegenomen, de belangrijkste mutaties hebben betrekking op Beschermd wonen en Vrouwenopvang voor een bedrag van 2,8 miljoen structureel. We reserveren deze middelen.

12

5.

FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF 2023 - 2026

Stelpost Gemeentefonds Het gemeentefonds is onze algemene uitkering, elk jaar krijgen we meer of minder middelen. Dit is gekoppeld aan de uitgaven van het Rijk, deze systematiek noemen we "trap op, trap af". De meicirculaire geeft ons voor nu extra middelen, maar om tegenslagen in onze begroting op te vangen, nemen we deze stelpost op. Dit is nodig wanneer het Rijk besluit om het accres naar beneden bij te stellen, dus wanneer we minder middelen ontvangen. Stelpost Ziekteverzuim Op het moment dat medewerkers (langdurig) uitvallen door ziekte of met zwangerschapsverlof gaan, is het van belang om deze te vervangen. Doen we dat niet, dan loopt de werkdruk (die toch al als hoog ervaren wordt) verder op wat onwenselijke gevolgen heeft. Of wordt werk niet uitgevoerd, wat in vele gevallen ook onhaalbaar is. In de begroting is structureel een stelpost opgenomen van € 10.000 voor vervanging bij ziekteverzuim en € 10.000 voor vervanging bij zwangerschapsverlof. Door het hoge ziekteverzuim van 6,3% (wat met het effect van Corona zich verhoudt tot de landelijke trend) en de overschrijding in 2022 is de stelpost ziekteverzuim bijgesteld. Stelpost stijgende bouwkosten Doordat goederen niet leverbaar zijn en de vraag stijgt, stijgen de prijzen. Daarnaast zijn aannemers terughoudend met het aannemen van opdrachten of intekenen op aanbestedingen.

De risico's zijn ook voor deze bedrijven lastig in te schatten en willen ze niet altijd zelf dragen. Hiervoor nemen we een stelpost voor stijgende kapitaalslasten mee. Stelpost stijgende energiekosten De kosten voor energie stijgen, zowel brandstoffen als ons energiecontract voor het verwarmen van onze gebouwen. De kostenstijging is een inschatting op basis van de huidige energietarieven. Ontwikkeling BUIG gelden Op 29 april is de nader voorlopige inschatting van het macrobudget voor de betaling van bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidie Participatiewet bekend gemaakt (het BUIG-budget). Eind september wordt het macrobudget definitief vastgesteld. Het voorlopige macrobudget daalt met 5,8%, de daling voor Walcheren (Orionis) bedraagt 6,5%. De daling op Walcheren is niet gelijk aan landelijk, doordat in het macrobudget voor loonkostensubsidies (LKS) een nieuwe methodiek geldt en op Walcheren in 2021 relatief weinig LKS is verstrekt. Daarnaast is de bijstandsontwikkeling in 2021 landelijk gunstiger dan op Walcheren. Hierop werd al voorgesorteerd in de begrotingswijziging Orionis 2022-2, waarin niet de hele voorlopige Rijksvergoeding begroot is, maar al rekening gehouden werd met een verwachte daling van ongeveer 3%. De aangekondigde daling komt echter ruim op het dubbele uit.

Per saldo een daling van het BUIG-budget voor Walcheren van € 1,6 miljoen, met aandeel Vlissingen van ongeveer € 800.000. Wat dit werkelijk financieel betekent voor de begroting hangt ook af van de ontwikkeling van de lasten bij Orionis. Op korte termijn zal, mede voor de eerstvolgende begrotingswijziging Orionis, een nieuwe prognose van de klantenaantallen en de daarbij behorende lasten 2022 worden opgesteld. Dit bepaalt dan uiteindelijk het saldo BUIG, als onderdeel van het totale organisatieresultaat 2022 van Orionis. Met een forse verslechtering van het nu begrote resultaat 2022, in de orde van grootte zoals hiervoor benoemd aandeel Vlissingen ongeveer € 800.000 - dient op voorhand echter door de gemeente rekening gehouden te worden. Onder voorwaarden bestaat er een mogelijkheid om een vangnet uitkering aan te vragen, hierbij is een eigenrisico drempel van 7,5%. Daarnaast zal een toetsingscommissie bekijken of de gemeente hiervoor in aanmerking komt.

13

5.

FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF 2023 - 2026

Ontwikkelingen kapitaalslasten In de 1e bestuursrapportage verhogen we kredieten voor hoofdinfrastructuur Souburg en de nieuwe brug over het Dok in de wijk Scheldekwartier. We nemen de structurele doorwerking van de kapitaalslasten mee. Bijdrage gemeenschappelijke regelingen Gemeenschappelijke regelingen mogen de begrotingsomvang laten groeien met de "VZG-norm". Dit is een norm die vooraf afgesproken wordt door deelnemende gemeenten. Gemeenschappelijke regelingen geven aan niet met deze norm uit te komen. Voor de VRZ en de GGD klassiek zijn de stijgende lasten een reden om een reservering op te nemen. Aardgasvrije wijken De gemeente Vlissingen werkt in samenwerking met woningcorporatie l’escaut aan een aardgasvrij selectiegebied met 650 woningen in het Middengebied van Vlissingen. In 2050 dienen alle woningen en gebouwen in Vlissingen aardgasvrij te zijn. Dat is een enorme opgave waar iedereen in Vlissingen mee te maken krijgt. Bij het uitvoeren van deze opgave heeft de gemeente Vlissingen een regierol. Voor de uitvoering van het PAW (Programma Aardgasvrije Wijken) project is een begroting van de ambtelijke capaciteit gemaakt. Daaruit blijkt dat de capaciteit een inzet vergt van ca 3,8 FTE in 2022 aflopend tot 2,5 FTE per jaar in 2030. De meerkosten zijn opgenomen in de kaderbrief.

ICT/ innovatie en digitalisering De ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en datagedreven werken gaan snel. Een aantal zaken zijn in gang gezet maar op dat gebied moet onze organisatie nog verdere stappen zetten. Ook vraagt wetgeving om stappen te zetten in digitalisering van de dienstverlening. Dit betekent investeringen in formatie: functioneel beheer, CIO, data analyse, gegevensbeheer, projectleiding, en in systemen: digitale werkplek, anonimiseringssoftware. En tenslotte in het innoveren, digitaliseren en dienstverlenend maken van onze processen. Personeel Medio mei zijn de eerste resultaten van de personele benchmark gepresenteerd. De uitkomsten van deze benchmark vraagt naar een verdere analyse, daarom nemen we de uitkomsten niet mee in de kaderbrief maar is input voor komende programmabegroting. Algemene uitkering De verwerking van de meicirculaire kent een sterke ontwikkeling wat betreft het accres. Accres staat voor groei en verdelen we in twee categorieën, namelijk "trap op, trap af" en indexatie voor stijgende prijzen. In het regeerakkoord zijn ambities verder uitgewerkt, deze ambities zorgen voor hogere uitgaven van het Rijk. Conform het principe "trap op trap af", stijgen de uitgaven van de decentrale overheden mee. Zo ook de inkomsten uit het gemeentefonds. Verder krijgen we middelen voor de sterk gestegen prijzen.

Deze prijsstijging vinden we terug onder de stelpost Inflatie. Belastingen Elk jaar verhogen we de belastingen met het inflatie percentage. Hiermee maken we een eerste inschatting van de stijgende inkomsten. Het college maakt een definitief voorstel bij het opstellen van de begroting.

14

5.

FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF 2023 - 2026

5.2.3 Coalitieakkoord "Samen kunnen we meer", dit is de titel van het nieuwe coalitieakkoord dat 13 mei j.l. is gepresenteerd aan de raad. In het coalitieakkoord zijn ambities opgenomen die we meenemen in de kaderbrief. Veel van deze ambities zijn budgetneutraal en werken niet door in de begroting. Voor een aantal andere budgetten zullen we ruimte moeten zoeken binnen de huidige budgetten en een aantal ambities komen ten laste van het begrotingsresultaat. Coalitieakkoord

2023

2024

2025

2026

Programma Leefbaarheid Aanleg speelveldjes, outdoor fitnesspark, etc

-100

Dekking dividend Evides

100

Onderhoud aanleg speelveldjes

-20

-20

-20

-20

Dekking dividend Evides

20

20

20

20

Herinrichting Vlissingesestraat:

PM

PM

Veiligheid, formatie integriteit / systemen

-80

-80

-80

-80

Dekking dividend Evides

80

80

80

80

Programma Aantrekkelijke stad 2e vergunning auto duurder

PM

PM

PM

PM

Cultuur ondernemerschap stimuleren

-53

-53

-53

Dekking door splitsing aanjaagfonds

53

53

53

-53 53

Extra inzet vanuit organisatie t.b.v. evenementen

-10

-10

-10

-10

Extra sparen voor grote maritieme evenementen

-75

-75

-75

-75

Dekking t.l.v. toeristenbelasting

85

85

85

85

Inrichting Nollebos: - formatie

-100

- inrichtingskosten *

-400

Dekking bestaand beleid

200

Planvorming Arsenaalgebied

-50

Dekking wind in de zeilen

50

Onderzoek herinrichting Karolingische Burg

-50

Dekking dividend Evides Stadslandgoed investering

50 PM

PM

PM

PM

Programma Sociale samenhang Extra wijkcoördinator

-80

-80

-80

-80

Dekking dividend Evides

80

80

80

80

Extra budget communicatie en impuls city marketing

-80

-80

-80

-80

Dekking vanuit reserve Wind in de Zeilen

80

80

80

80

-

-

-

-

Jaarlijks subsidiescan

-50

-50

-50

-50

Dekking dividend Evides

50

50

50

50

Saldo Coalitieakkoord

-300

-

-

-

/ impuls participatie en communicatie wijken Programma Bestuur

Uitbreiding 0,9 FTE college **

*Bij de begroting moeten we inventariseren welk gedeelte investeringen is. Bij investeringen verdelen we de lasten over een langere periode. Daarnaast gaan we uit van subsidie van € 200.000 uit de regiodeal kustvisie van de provincie. **De uitbreiding van het college is al meegenomen in de 1ste bestuursrapportage. Hierdoor is het saldo coalitieakkoord lager dan opgenomen in de presentatie van het coalitieakkoord.

15

5.

FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF 2023 - 2026

5.2.4 Kaderbrief Het saldo van de kaderbrief geeft een negatief resultaat van 4 miljoen in 2023 wat loopt op tot 8,4 miljoen in 2026. Dit saldo is het beginsaldo voor de programmabegroting 2023-2026. Kaderbrief

2023

2024

2025

2026

Saldo na 1e bestuursrapportage

-3.774

-1.829

897

-1.100

Saldo Bestaand beleid

10

-1.550

-1.590

-7.340

Saldo Coalitieakkoord

-300

-

-

-

-4.064

-3.379

-693

-8.440

Saldo Kaderbrief

16

5.

FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF 2023 - 2026

5.3 Risicobeheer In de kaderbrief nemen we normaal geen risico's mee, echter de ontwikkelingen in de wereld maar ook ontwikkelingen in het binnenland zorgen voor onzekere tijden. Deze tijden kunnen invloed hebben op onze bedrijfsvoering, zowel in het realiseren van onze ambities als de lasten of baten die hieraan gekoppeld zijn. Daarom vinden wij het van belang om nu al de bij ons bekende risico's mee te nemen. Risico's kunnen al eerder benoemd zijn bij onze ontwikkelingen. Inflatie Wellicht de grootste onzekerheid is de alsmaar stijgende inflatie. Door de uitbraak van Corona hadden we al te maken met vertraging van aanvoer van goederen en producten. Door gelijkblijvende vraag ontstaan stijgende prijzen. Maar de prijzen zijn echt gestegen door de ontwikkelingen in Oost-Europa, onzekerheid die zich direct doorvertaald in de prijzen van onze goederen. Daarom hebben wij besloten om de inflatie terug te laten komen in een aparte bijlage en deze onzekerheden te onderbouwen. Opschalingskorting in de Algemene uitkering In het kabinet Rutte I is de opschalingskorting afgesproken. Gemeenten moesten slagvaardiger worden en dit konden we versnellen door gemeenten te laten fuseren tot 100.000+ gemeenten. Na veel weerstand is de opschalingskorting bevroren, op een budget van 30 miljard zou 1 miljard worden gekort. Deze bevriezing stopt aan het einde van de kabinetsperiode 2021-2025.

Vanaf 2026 komt deze opschalingskorting terug en geeft dit een "gat" in onze begroting. Ontwikkelingen Jeugdwet Het kabinet stelt voor 2023 incidenteel extra middelen ter beschikking, waardoor de middelen in 2023 nagenoeg gelijk blijven aan 2022. Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder. Hierbij het advies van de Commissie van Wijzen arbitrage commissie het uitgangspunt. Daarnaast is in het regeerakkoord een extra besparing in het jeugddomein opgenomen die oploopt tot 500 miljoen in 2026. Deze besparing is een Rijksverantwoordelijkheid. Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda. Waarbij het Rijk ook een bezuinigingsopgave bij de gemeenten neerlegt. Woonplaatsbeginsel Jeugdwet Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Omdat het vaak moeilijk is om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is, gaat het woonplaatsbeginsel wettelijk veranderen.

Per 1 januari 2022 wordt het nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugdwet van kracht. In de nieuwe definitie ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP). Abonnementstarief WMO In het regeerakkoord is opgenomen dat het kabinet werkt aan een aanpassing van de eigenbijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor uitgewerkt. De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatie tijd waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing. Artikel 12 Onze inspecteur heeft in de beschikking van 19 december 2019 aangegeven dat in 2023 een actualisatieonderzoek zal plaatsvinden. Tevens geeft de inspecteur in het Artikel 12-rapport Vlissingen 2020 van 5 oktober 2021 aan dat vanaf (1 januari) 2023 alle clusters uit het gemeentefonds, dus zowel sociaal domein als het klassiek domein, weer onderwerp van artikel 12-onderzoek zullen worden. Bij het actualisatieonderzoek zijn in ieder geval van belang de uitkomst van het onderzoek naar exogene factoren in het

17

5.

FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF 2023 - 2026

sociaal domein (factoren waar we als gemeente geen invloed op hebben) en de ontwikkelingen rond en onderbouwingen van de voorzieningen grondexploitaties. Taakstellingen De taakstelling van het sociaal domein is bij de 1e bestuursrapportage 2022 in overleg met de artikel 12 inspecteur anders in de begroting gepresenteerd. Voor de overige taakstellingen bekijken we deze of deze realiseerbaar zijn en actualiseren we bij het opstellen van de programmabegroting 2023.

18

6.

BIJLAGE: PROVINCIAAL TOEZICHTSKADER

In de begrotingscirculaire van de toezichthouder zijn de wettelijke criteria opgenomen en wordt u geïnformeerd over een aantal onderwerpen die bijzondere aandacht verdienen met betrekking tot het financieel toezicht op de eerstvolgende gemeentebegroting. Hieronder zullen diverse toetsing aspecten van de toezichthouder worden benoemd en vervolgens zal worden ingegaan op onze situatie. 6.1 Repressief toezicht Repressief toezicht is de regel. Dit houdt in dat uw begroting direct kunt uitvoeren, zonder dat hier vooraf provinciale goedkeuring vereist is. Een gemeente komt in aanmerking voor repressief toezicht wanneer de begroting, inclusief nieuw beleid structureel en reëel in evenwicht is. Mocht dit niet het geval zijn, dan dient de meerjarenraming voldoende aannemelijk te maken dat dit evenwicht uiterlijk in de laatste jaarschijf (2026) wordt hersteld. Daarnaast dienen de de jaarrekening en de begroting tijdig, respectievelijk voor 15 juli en 15 november, aan de provincie te zijn ingezonden. Wanneer niet wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden valt de gemeente onder preventief toezicht van de provincie. 6.2. Algemene uitkering De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt geraamd op basis van reële uitgangspunten en tenminste de meicirculaire 2022 met de daarin opgenomen uitkeringsfactoren.

6.3 Looncompensatie In het kader van reëel ramen wordt verwacht dat we rekening houden met de budgettaire effecten van de loonstijgingen zoals opgenomen in de circulaire die u heeft gehanteerd voor het ramen van de algemene uitkering. In de kaderbrief zijn de doorrekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) de basis voor de loonontwikkelingen. Deze gaan uit van 3,1% voor 2023. 6.4 Prijscompensatie In het kader van reëel ramen verwachten wij dat u (als u de algemene uitkering op basis van lopende prijzen raamt) aan de lastenkant van de meerjarenraming rekening houdt met een mutatie van de prijsontwikkeling. In de kaderbrief zijn de doorrekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) meegenomen. Deze gaan uit van een inflatie van 5,2% in 2022 en 2,4% in 2023. 6.5 Taakstellingen sociaal domein De bezuinigingsmaatregelen of taakstellingen worden beoordeeld of deze haalbaar en hard zijn. Dit om aannemelijk te maken dat er voldoende zekerheid is dat de maatregelen tijdig en volledig gerealiseerd worden. In afstemming met de artikel 12 inspecteur zijn alle taakstellingen uit de begroting gehaald. Daarmee wordt het echte tekort gepresenteerd. 6.6 Sociaal domein Voor de beoordeling van de begroting 2023 omtrent het sociaal domein zijn vooralsnog geen aanpassingen doorgevoerd. De extra middelen jeugdzorg, stelpost "uitkomst onderzoek jeugdzorg" kan als structureel opgenomen worden.

Meerjarig tegen maximaal 75% van het toegekende bedragen. De extra middelen jeugdzorg zijn als stelpost meegenomen in de algemene uitkering. Hierbij lopen de inkomsten meerjarig terug conform afspraken conform Rijk-IPO-VNG. Dit wil zeggen dat 75% van het totaal toegekende bedrag van 3,6 miljoen meerjarig is opgenomen in de begroting. 6.7 BTW compensatie fonds Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd. Waar

19

6.

BIJLAGE: PROVINCIAAL TOEZICHTSKADER

voorheen het fonds was opgenomen in de meicirculaire is het nu aan de gemeente om zelf een reëel bedrag te ramen voor het BTW-compensatiefonds. De ruimte onder het plafond van het BCF is gelijk gebleven. Deze is minimaal. 6.8 Herijking gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 voert het kabinet de herijking van het gemeentefonds in. De invoering van deze herijking zal via een ingroeipad worden aangepast op maximaal € 7,50 per inwoner (ipv € 15 per inwoner) vanaf 2023. Het ingroeipad is beperkt tot maximaal 3 jaar (maximaal € 37,50 per inwoner), de invoering van het nieuwe model zal tijdig geëvalueerd worden. Aan de hand van deze evaluatie wordt besloten over het traject 2026 en verder. Wij hebben de volgende bedragen opgenomen: € 7,50 per inwoner voor 2023, € 22,50 per inwoner voor 2024 en € 37,50 per inwoner voor 2025 e.v. 6.9 Indexatie gemeenschappelijke regelingen, sociale verstrekkingen en belastingen De Vereniging Zeeuwse Gemeenten maakt elk jaar een memo over de berekeningsmethodiek van de VZGindexatierichtlijnen. Deze zijn de basis voor de toegestane inflatie correctie van gemeenschappelijke regelingen. De indexatie is gelijk aan de VZG-indexatierichtlijnen namelijk 2,7%. Deze richtlijnen hanteren wij ook voor de (sociale) verstrekkingen, denk daarbij aan subsidies en WMO lumpsumbudgetten.

In het kader van doorontwikkeling van het sociaal domein worden sommige subsidies niet geïndexeerd. Tenslotte passen we dit percentage ook toe op de verhoging van onze belastingen.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11674387/3