CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.4 Ontwerp-beleidsplan 2022-2025 Veiligheidsregio Zeeland bijlage Ontwerpbeleidsplan 2022 - 2025 Veiligheidsregio Zeeland

Commissie Algemeen en Sociaal 2 december 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Ontwerp-beleidsplan 2022-2025 Veiligheidsregio Zeeland18.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

$ Veiligheids 3egio Zeeland

Aan de burgemeesters van de Zeeuwse gemeenten

• Crisisbeheersing en

Onderwerp: ontwerpbeleidsplan 2022-2025 Veiligheidsregio Zeeland

Rampenbestrijding • Brandweerzorg • Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (Gi-IOR)

Datum:

Geachte burgemeester,

01/07/2021

De afgelopen maanden heeft er een traject plaatsgevonden om te komen tot een nieuw meerjarig beleidsplan voor Veiligheidsregio Zeeland. Er is voor gekozen om dit te doen middels een aantal digitale sessies waarbij een gedragen toekomstbeeld tot stand is gebracht. Naast sessies met interne en externe partijen, zoals GGD Zeeland, Politie, Rijkswaterstaat en de Provincie, hebben er webinars plaatsgevonden met gemeenteraadsleden. De reacties uit al deze sessies zijn verwerkt in het voorliggende ontwerpbeleidsplan. Wij willen u vragen om in overleg te treden met uw gemeenteraad over de inhoud van bijgaand ontwerpbeleidsplan, zoals vastgelegd in artikel 14, lid 2a van de Wet veiligheidsregio's. Vanzelfsprekend zijn wij bereid om dit overleg, indien daaraan bij u behoefte bestaat, te ondersteunen.

Graag zouden wij eventuele aanvullingen vanuit uw gemeenteraad voor 1 december 2021 ontvangen, zodat het aangepaste beleidsplan tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur van 17 december 2021, ter definitieve besluitvorming aan u kan worden voorgelegd.

Het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Zeeland,

Verzenddatum:

Inlichtingen: R. Prins

Tel.: 06-83197318 Fax: 0118-421101 E-mail: r.prins@vrzeeland.nl Ons kenmerk:

VRZ/202100821 Uw kenmerk:

Blad:

1 van 1 Aantal bijlagen:

Adres:

Postbus 8016

4330 EA Middelburg

/

Segeerssingel 10

/ /

4337 LG Middelburg

info@vrzeeland.nl

H J.A. van Merrienboer voorzitter

E. van der Reijden secretaris

Internet:

www.vrzeeland.nl Bank:

IBAN: NL06BNGH0285027956 BIC:

BNGHNL2G t.n.v. Veiligheidsregio Zeeland

$ Veiligheids Regio Zeeland

MEERJARENBELEIDSPLAN

■ Zx.r_.y~--

SAMEN ZORGEN VOOR EEN VEILIG ZEELAND

ggg*Mfc£JS5. . '*< -Z—iZ—^s»IF -j—

ggs

" Sbü/?3w

*

3

INHOUDSOPGAVE 1. Voorwoord........................................

3

Bijlage 1 - Wettelijk kader..............................................

26

2. Leeswijzer.........................................

4

Bijlage 2 - Structuur beleidsdocumenten en p&c cyclus.

27

3. Basis voor beleid...............................

5

Bijlage 3 - Taakinvulling wet veiligheidsregio's..............

29

3.1 Wetgevingskader.........................

5

Bijlage 4 - MOTO 2022-2025..........................................

30

3.2 Wat bedreigt ons?.......................

5

Bijlage 5 - Verklarende lijst met afkortingen..................

31

3.3 Wat komt er op ons af?...............

8

4. VRZ in perspectief.............................

11

4.1 Waar staan wij voor?..................

11

4.2 Wat willen we bereiken?............

11

4.3 Wat gaan we doen?

12

5. Toekomstbestendige brandweerzorg.

13

5.1 Brandveiligheid...........................

14

5.2 Incidentbestriiding......................

14

5.3 Leren en ontwikkelen..................

15

5.4 Informatiemanagement & bedrijfsvoering.

15

6. Een voorbereide crisisorganisatie...................

16

6.1 Samen met onze partners.........................

17

6.2 Flexibel en wendbaar................................

18

6.3 Vakbekwaam en hoge kwaliteit.

18

6.4 Informatiegestuurde veiligheid..

19

7. Werken in netwerken....................

20

7.1 Regionaal..................................

21

7.2 Bovenregionaal........................

21

7.3 Internationaal...........................

21

8. Mens en organisatie.

22

8.1 Personeelsbeleid

22

8.2 Informatiegestuurde organisatie.

23

8.3 Duurzaamheid............................

23

8.4 Kwaliteitszorg...................

24

9. Monitoring en implementatie.

25 2

1. VOORWOORD Beste lezer, Met gepaste trots presenteren we u het Meerjarenbeleids­

samenhangende aandachtsgebieden benoemd:

plan 2022 - 2025. De totstandkoming ervan heeft vanwege

de coronacrisis een andere dynamiek gekregen. Dankzij de

1.

Toekomstbestendige brandweerzorg

flexibiliteit en gedrevenheid van onze medewerkers en

2.

Een voorbereide crisisorganisatie

3.

Werken in netwerken

4.

Mens en organisatie

partners is het - ondanks enige vertraging - toch gerealiseerd. Als betrokken organisatie zoeken wij nadrukkelijk verbinding

met de Zeeuwse samenleving. De coronacrisis toont aan dat

Zo nemen wij u graag mee in de richting die wij gaan. U leest

crisisbeheersing een belangrijke pijler is van onze organisatie.

ook dat in de komende beleidsperiode - naast het dooront­

Want net als met andere incidenten, willen we ook deze cri­

wikkelen van crisisbeheersing - het herijken van de brand­

sis zo goed mogelijk bestrijden en de impact voor onze regio

weerzorg centraal staat. Onze brandweerzorg is namelijk

beperken. Hiermee maken wij het verschil: wij verbinden

gebaseerd op vrijwilligheid. Om de continuïteit daarvan

partners en faciliteren het proces - voor een

te waarborgen, moeten ingrijpende veranderingen plaats­

veiliger Zeeland.

vinden. Behoud van vrijwilligheid staat hierbij centraal. De

realiteit wijst uit dat de noodzaak hiertoe hoog is, maar een Met dit plan zetten wij koers naar de toekomst. We leggen de

oplossing is nog niet in zicht.

focus voor de iets langere termijn vast. Maar omdat Veiligheidsregio Zeeland voor een groot deel een beheersmatig

Dit meerjarenbeleidsplan geeft een beeld van de ontwikke­

karakter heeft, kunt u in deze jaren geen belangrijke beleids­

lingen die onze organisatie raken. Samen met u als medewer­

wijzigingen van ons verwachten. Wel leggen wij een duidelijk

ker, vrijwilliger, burger, raadslid en netwerkpartner staan wij

accent op onze taken. Op basis van de wettelijke opdracht,

voor eenzelfde uitdaging: een veiliger Zeeland.

Zeeuwse risico's en alle maatschappelijke ontwikkelingen hebben wij dan ook de volgende vier nauw met elkaar

Erik van Merrienboer Edith van der Reijden

3

3

2. LEESWIJZER

Deze leeswijzer biedt u een beknopt overzicht van de

3. BASIS VOOR BELEID

indeling van dit meerjarenbeleidsplan. Eerst leggen we de grondbeginselen uit van ons beleid; de wettelijke basis, de verschillende Zeeuwse risico's en de voor onze regio relevan­

Wetgevingskader

Zeeuwse risico's

te maatschappelijke ontwikkelingen. Vervolgens plaatsen we

Maatschappelijke ontwikkelingen

4-

Veiligheidsregio Zeeland in perspectief: waar staan we voor, wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

4. VRZ IN PERSPECTIEF

In de hoofdstukken daarna stellen we de eerste twee aandachtsgebieden centraal: 'Toekomstbestendige brand­

weerzorg' en 'Een voorbereide crisisorganisatie'. Vervolgens

Waar staan we voor?

Wat gaan we doen?

Wat willen we bereiken?

4-

werken we de essentiële randvoorwaarden uit: 'Werken in

netwerken' en 'Mens en organisatie'.

In de bijlagen achterin vindt u aanvullende informatie.

BELEIDSPROGRAMMA'S 2022-2025 6. Een voorbereide crisisorganisatie

5. Toekomstbestendige brandweerzorg

4ESSENTIËLE RANDVOORWAARDEN 7. Werken in netwerken

4

8. Mens en organisatie

3. BASIS VOOR BELEID Een groot deel van onze organisatie werkt aan beheersmati­

3.2 WAT BEDREIGT ONS?

ge zaken. Zo toetsen wij bouwplannen, voeren wij brandpre-

Veiligheidsregio Zeeland is een regio met relatief weinig

ventiecontroles uit bij bedrijven, leiden we ons operationeel

inwoners, ongeveer 380.000, en een groot oppervlakte dat

personeel op en zorgen we dat ze over de juiste vaardighe­

bestaat uit eilanden die met elkaar verbonden zijn via een

den en middelen beschikken. Omdat we de langere termijn

beperkt aantal verbindingen. Deze bijzonder infrastructuur

met dit meerjarenbeleidsplan helder voor ogen hebben,

en de uitgestrektheid van het gebied hebben invloed op hoe

kunnen we in de dagelijkse praktijk het accent leggen op

wij ons werk organiseren. Het betekent bijvoorbeeld dat er in

de uitdagingen die op ons afkomen. Verder vinden wij het

verhouding tot het inwoneraantal veel brandweerposten en

belangrijk dat de strategische beleidsthema's ook herkenbaar

-mensen noodzakelijk zijn om overal tot een goede dekking

zijn voor onze medewerkers. De accenten zullen daarom

te komen. Omdat we een bovengemiddeld aantal vrijwilligers

jaarlijks via onderliggende plannen en begrotingen worden

hebben in Zeeland maakt dit de instandhouding van onze

vertaald naar de interne organisatie (zie Bijlage 2).

brandweerzorg complex. Daarnaast is het risicoprofiel zeer hoog in vergelijking met

3.1 WETGEVINGSKADER

andere regio's. Met een groot cluster van chemische indus­

trie, de enige nog werkende kerncentrale in Nederland en

■KU ■-Ï' fe

De taken en verantwoordelijkheden van de veiligheidsregio

natuurlijk de Westerschelde als - lastig bevaarbare - toegang

zijn vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's en de gemeen­

tot de havengebieden van Antwerpen, Gent en Zeeland, is

schappelijke regeling (zie Bijlage 1).

continue alertheid geboden.

x rt

Door het Algemeen Bestuur is het Regionaal Risicoprofiel

fe: !

2020 2023 vastgesteld. Alle veiligheidsregio's zijn verplicht iedere vier jaar een Regionaal Risicoprofiel op te stellen. Doel

van het Regionaal Risicoprofiel is het (strategisch) beleid >

-

* _

1

R I

rr

f

van iedere veiligheidsregio in samenhang te brengen met

rrrr

l

Ftrn

de daadwerkelijk aanwezige risico's binnen de regio [Artikel

Ig

een breed beeld gegeven van de reële risico's in Zeeland. Het

15 - Wet veiligheidsregio's], In het regionaal risicoprofiel is biedt ons houvast bij het bepalen van ons beleid. Dit diagram geeft een overzicht vanuit dit risicoprofiel. Na 2022 volgt een

geactualiseerde versie van het regionaal risicoprofiel. 5

Pro-actie Structurele oorzaken van onveiligheid

Veiligheidsregio Zeeland bereidt zich - samen met de maat-

wegnemen of voorkomen.

Nafase

schappij - voor op deze risico's. We proberen ze vanuit de

rSA fa

veiligheidsketen1 (zie ook afbeelding rechts) preventief te

verkleinen, en bij een incident of crisis de effecten ervan

±

zoveel mogelijk te beperken. In welke mate wij tijdens de

K K x

Teruggaan naar de normale situatie door

Voorbeeld: adviseren van gemeenten op

het herstellen van schade.

het gebied van ruimtelijke ordening.

Voorbeeld: schoonmaak gebruikt materieel

en psychologische hulp bij schokkende

ervaringen.

komende beleidsperiode aan aan het voorkomen of ver­ kleinen van deze risico's prioriteiten toekennen, hangt af

van verschillende facetten, zoals landelijk beleid. Sommige risico's kennen een groot (bestuurlijk) afbreukrisico. In het

NAFASE

beheersen van overige risico's hebben we de afgelopen jaren geïnvesteerd.

1

c

Pro-actie-Preventie-Preparatie-Repressie-Nafase

PRO-ACTIE

ü

VEILIGHEIDS­ KETEN

Preventie

Onveiligheid voorkomen, veiligheids­ bewustzijn vergroten en incidenten

REPRESSIE

beheersbaar houden.

PREVENTIE

Voorbeeld: voorlichting over het

ophangen van rookmelders.

PREPARATIE < A

Repressie

Preparatie

Bestrijding van incidenten, rampen

Voorbereiding op incidenten, rampen en

en crises.

Voorbeeld: overstroming en brand.

E*

crises door planvorming, oefenen en trainen.

Voorbeeld: evocuotieoefening en inzet-

oefening redvoertuig of het opstellen van een rampenbestrijdingsplan.

6

Het Algemeen Bestuur heeft zes risico's benoemd die een

hoge prioriteit hebben:

TRANSPORTGERELATEERDE RISICO'S

NUCLEAIRE RISICO’S

EXTERNE RISICO'S

Zeeland is een veelzijdige regio. Het kent veel

Él

toerisme en ook veel transport over wegen,

&G6 water en spoor. De grote - onderling met elkaar

f - 1 • • IIII1^3

In Zeeland zijn veel Brzo2 -bedrijven met gevaar­

lijke stoffen. Deze bedrijven werken met stoffen die giftig, ontvlambaar of explosief zijn en moe­

Ml

Binnen onze veiligheidsregio staat de enige werkzame kerncentrale van Nederland. Hier vindt opslag voor- en transport van nucleair

verweven - verscheidenheid aan verkeersstro­

ten voldoen aan strenge wet- en regelgeving.

afval plaats. Net over de grens bij het Belgische

men en verkeersgebruikers met divers gedrag,

Als ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een

Doel bevinden zich vier kernreactoren. Gevolgen

leidt tot risico's op wegen, water, spoor en zelfs

incident plaatsvindt, kan dit leiden tot ernstige

van een nucleaire ramp - hoe klein de kans ook

in de lucht. De kwetsbare infrastructuur in Zee­

gevolgen voor de volksgezondheid en tot schade

is - zijn groot, lastig te overzien en moeilijk in te

land betekent een verhoogd risico. De impact

aan het milieu.

perken. Dit risico scoort hoog in het Regionaal

van bijvoorbeeld een stranding op de Wester-

Risicoprofiel.

schelde is groot, omdat daarmee een belang­ rijke vaarroute wordt gestremd. Ook wanneer

NATUURRISICO’S

een LPG-trein ontspoort in de buurt van een

Zeeland bestaat voor een groot deel uit water.

woonkern, zijn de gevolgen aanzienlijk.

De kans op overstroming vanuit de zee(armen) is

aItijd aanwezig. Mede door de klimaatverande­ ring nemen ook extreme weersomstandigheden

PANDEMIE

ONTWRICHTINGSRISICO'S

^2

Maatschappelijke ontwrichting van de samen­ leving ontstaat niet alleen door brand, werk­ zaamheden of overstromingen, maar ook door

toe; bij aanhoudende droogte is bijvoorbeeld

virussen, cybercrime of terrorisme. Omdat alles

Een pandemie vormt een bedreiging voor de

het risico van natuurbranden op de kop van

binnen onze maatschappij een steeds grotere

volksgezondheid en de continuïteit van de

Schouwen-Duiveland niet te onderschatten. Een

onderlinge afhankelijkheid heeft - de digitale

maatschappij. Als een besmettelijke virusziek­

overstroming of natuurbrand kan veel economi­

wereld gebruikt elektriciteit en elektriciteits-

te uitbreekt, is Zeeland kwetsbaar. Covid-19

sche, ecologische en materiële schade tot gevolg

netwerken kunnen niet functioneren zonder

hebben.

computers - is er altijd sprake van meerdere

is hier een actueel voorbeeld van. Verder ziet

men landelijk, en dus ook in onze provincie, een

dreigingen of optredende gevaarlijke effecten.

jaarlijks dalend percentage toegediende griep­

De essentie van deze scenario's is, dat ze van

vaccinaties. Een pandemie verstoort de proces­

langdurige aard zijn, grote maatschappelijke

sen binnen onze samenleving en kan leiden tot

impact hebben en een beroep doen op de veer­

verstrekkende maatregelen.

kracht van de hele samenleving.

2

Besluit risico's zware ongevallen

7

4^ W ►►

3.3 WAT KOMT ER OP ONS AF?

2021 heeft het kabinet haar standpunt hierover uitgebracht.

STRATEGISCHE AGENDA VEILIGHEIDSBERAAD

De richting die Veiligheidsregio Zeeland de komende jaren

Thema's die in de evaluatie aan de orde komen, zijn: de

Het Veiligheidsberaad werkt met een strategische agenda

op gaat, wordt ook bepaald door wat er in de maatschappij

flexibiliteit om te kunnen inspelen op nieuwe risico's; ruimte

die samen met de 25 veiligheidsregio's tot stand is gekomen.

gebeurt. In Zeeland zien wij hoe de volgende ontwikkelingen

voor mogelijke harmonisatie met andere veiligheidsregio's of

De hoofdthema's zijn:

een rol spelen bij de wijze waarop wij onze beleidsdoelen

gemeenschappelijke regelingen; het stimuleren van boven­

•

kunnen behalen.

regionale samenwerking; aandacht voor de borging van ade­

quate informatievoorziening en een duidelijk onderscheid

0 3 BELEIDSONTWIKKELINGEN c

tot de Wet veiligheidsregio's;

•

tussen brandweerzorg en crisisbeheersing.

i

taak- en rolopvatting van de veiligheidsregio's, in relatie

kansen en bedreigingen van de informatie- en data-gestuurde maatschappij;

•

gezamenlijke aanpak bij ongekende crises;

AGENDA RISICO- EN CRISISBEHEERSING KABINETSPERIODE 2018-2021

•

vrijwilligheid in multidisciplinair perspectief.

De mondiale uitbraak van Covid-19 heeft een enorme impact

Doel: dat Nederland op alle niveaus met elkaar - in een con­

LANDELIJKE AGENDA BRANDWEERZORG

op hoe de crisisbeheersing in Nederland is georganiseerd.

tinu veranderende maatschappij en met oog voor de praktijk

De Landelijke Agenda Brandweerzorg is gericht op de toe­

De pandemie toont hier helder het belang van aan, waar­

- toegerust is én blijft om risico's en crises te beheersen en zo

komst van de brandweer. Zij hanteert het volgende uitgangs­

bij de centrale rol van veiligheidsregio's nadrukkelijk naar

mogelijk te voorkomen. Dit is te bereiken door:

punt: "Als betrouwbare partner in (brand)veiligheid werken

voren komt. Vanwege de bovenregionale en internationale

•

het versterken van het systeem dat de samenwerkende

we vraag- en risicogericht op basis van een sterke informatie­

aspecten is een goed netwerk belangrijk. De crisis wordt

veiligheidspartners, publiek en privaat, in staat stelt om

positie aan minder incidenten, minder slachtoffers en minder

geëvalueerd door de Onderzoeksraad voor Veiligheid, de

gezamenlijk invulling te geven aan risico- en crisisbe­

schade. Dit doen we samen, vanuit vakmanschap en een

Inspectie van Justitie en Veiligheid en door de veiligheidsre­

heersing;

goede balans tussen mens en werk."

het verbeteren van de inhoudelijke werking van het

Dit is te bereiken met:

systeem;

•

vraag- en risicogericht werken;

het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht van de

•

allianties voor een gezamenlijke meerwaarde voor de

CONSEQUENTIES VAN COVID-19

gio's zelf. Adviezen en mogelijke verbeteringen die uit deze

•

evaluaties voortvloeien, vormen de input voor het beleid van Veiligheidsregio Zeeland. Dit geldt ook voor de Tijdelijke wet

Covid-19.

•

maatschappij als geheel.

samenleving;

Mogelijke bijstelling van deze speerpunten door een nieuwe

EVALUATIE WET VEILIGHEIDSREGIO’S

kabinetsformatie gedurende huidige beleidsperiode, kan van

De evaluatie van de Wet veiligheidsregio's is uitgevoerd

invloed zijn op de beleidsdoelstellingen van Veiligheidsregio

door een commissie die door de ministerraad is ingesteld.

Zeeland.

•

een krachtige informatiepositie.

Het geeft zicht op het functioneren van het stelsel, zoals is beschreven in de Wet veiligheidsregio's (Wvr) ten aanzien

van bestuurlijke en operationele componenten. De Wvr is in 2012-2013 voor het eerst geëvalueerd en het tweede

onderzoeksrapport kwam eind 2020 uit. Begin februari

8

3

<<*

NIEUWE WETGEVING

COLLEGA'S AAN HET WOORD

WETGEVING RECHTSPOSITIES AMBTENAREN

Han Clarijs

Sinds 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie

gewerkt, in plaats van régelgericht. Veiligheidsregio Zeeland

ambtenaren (Wnra): van kracht. De Wnra heeft als doel de

staat met de komst van de Omgevingswet voor de uitda­

rechtspositie van ambtenaren zoveel mogelijk gelijk te stellen

ging haar rol op een andere manier in te vullen, samen met

„Er komt veel op ons af. Heel zwart-wit gesteld: aangezet door

aan die van werknemers in de private sector die een arbeids­

partners als de RUD, GGD, Zeeuwse gemeenten, Provincie

de Omgevingswet moeten we in de nabije toekomst geen ram­

overeenkomst hebben. Personeel van de veiligheidsregio's,

Zeeland, het Rijk en waterschappen. Dit raakt onmiddellijk

pen bestrijden, maar voorkómen. Dit betekent dat onze advise­

waaronder brandweervrijwilligers, valt binnen deze Wnra.

de vraagstukken waar de toekomstbestendige brandweer­

rende rol over de risico's van bijvoorbeeld het spoor, chemische

Uit onderzoek is gebleken dat (in nauwe samenhang met de

zorg mee te maken heeft, omdat het op preventie gerichte

stoffen en nieuwe energiebronnen toeneemt. Om dit goed te

Wnra) op grond van de Europese deeltijdrichtlijn de huidige

advies nadrukkelijker wordt. Daarom is het belangrijk dat we

regelen, zitten we eerder met allerlei partijen aan tafel.

inrichting en werkwijze van vrijwilligheid bij de brandweer

de wettelijke verplichtingen vertalen en vastleggen in ons

niet behouden kan blijven binnen de bestaande juridische

beleid.

Beleidsadviseur Risico en Veiligheid

Vanuit deze verschuiving is het transformeren van onze brand­

kaders. Om te komen tot een juridisch houdbaar systeem

weerzorg een ware uitdaging. Maatschappelijke en demogra­

wordt onderzocht hoe er onderscheid kan worden gemaakt

WET KWALITEITSBORGING VOOR HET BOUWEN

fische ontwikkelingen leiden tot minder vrijwilligers, en die

tussen beroeps- en vrijwillig brandweerpersoneel door te

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is een

vrijwilligers zijn ook nog eens korter beschikbaar, wat de druk op

differentiëren in taken. Omdat de veiligheidsregio's te maken

andere wettelijke ontwikkeling die invloed heeft op onze

de posten verhoogt en de aanrijtijden verlengt. Naast het inspec­

hebben met deze complexe vorm van werkgeverschap, is

taken en verantwoordelijkheden. Deze treedt per 1 januari

teren van bedrijven, scholen en tehuizen, geven we dus publieks­

uitstel verleend op het inwerking treden van de Wnra. Dit

2022 stapsgewijs in werking. Dit houdt in dat de kwaliteit van

voorlichting over hoe je onveilige situaties kunt ondervangen en

betekent wel dat wij ons hierop moeten voorbereiden en de

bouwwerken gaat verbeteren en de positie van opdrachtge­

watje in geval van calamiteiten moet doen. We praten mee over

mogelijkheden voor onze vrijwilligers willen onderzoeken,

vers wordt versterkt. Onze adviesrol vanuit Risicobeheersing

rookdichte deuren, melders, aanwezige blusmiddelen en aanpas­

zodat de vrijwillige basis voor de brandweerzorg in Zeeland

krijgt hierdoor een andere invulling, omdat de bestaande

singen in de bouw, zoals explosieveilig glas, sprinklerinstallaties

blijft bestaan.

preventieve bouwplantoets van het Nederlands Bouwbesluit

en afsluitbare ventilatiesystemen voor gevaarlijke gassen.

voortaan door private partijen wordt uitgevoerd, en niet

OMGEVINGSWET

meer door de overheid. Na de afgegeven bouwtoestemming

Als adviseur ben ik natuurlijk altijd al aan de voorkant bezig. Met

Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet in wer­

komt de nadruk dus meer te liggen op adviseren rondom

een enthousiaste groep betrokken collega's sta ik midden in de

king. Het is één wet die alle bestaande wetgeving over de

toezicht en handhaving. De vergunning-aanvrager is echter

actualiteit. Op basis van jarenlang verzamelde gegevens komen

leefomgeving bundelt en zo verschillende thema's bij elkaar

wel verplicht vooraf informatie te overleggen die relevant is

we tot risicoanalyses met een voorspellend karakter waarop we

brengt. Hierin krijgt Veiligheidsregio Zeeland, vanuit Risico­

voor (mogelijke toekomstige) inzet van de brandweer.

onze strategie kunnen baseren. Mocht onverhoopt tóch een in­

beheersing, een adviesrol. Dit is wettelijk geborgd in artikel

cident of ramp gebeuren, dan zetten we ons ervoor in de schade

14 van de Wet veiligheidsregio's (zie Bijlage 3). Daarnaast

zoveel mogelijk te beperken en leveren we voor de slachtoffers

beïnvloedt de nieuwe wetgeving de huidige uitvoeringsprak­

uiteraard goede nazorg."

tijk. Zo komen er bijvoorbeeld minder vergunningen en zal er

méér toezicht zijn. Ook moet meer risicogericht worden 9

w

VITALISERING VAN DE SAMENLEVING

KLIMAAT EN DUURZAAMHEID

K

DEMOGRAFISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING

Snelle beschikbaarheid en uitwisseling van juiste informatie

Klimaatveranderingen leiden tot zeespiegelstijging en

Binnen Zeeland zijn de vergrijzing en afname van het aantal

is essentieel voor de besluitvorming of om een goede risico-

extreme weerssituaties, met droogteperioden of waterover­

jongeren van grote invloed op de beleidsopgaven waar we in

-inschatting te kunnen maken. Dit geldt voor brandweerzorg

last tot gevolg. In Zeeland werken gemeenten, het Rijk, het

de komende jaren mee worden geconfronteerd. Eén van de

en crisisbeheersing (zowel in de voorbereidings- als de be-

Waterschap en de Provincie Zeeland samen om de effecten

verwachtingen is dat de leeftijdsgroep 15 - 60 jaar afneemt.

strijdingsfase) en voor onze besturende en ondersteunende

hiervan voor de provincie te beperken. Dit doen ze gericht op

Dit komt door lagere geboorteaantallen in het verleden en

processen. Als netwerkorganisatie zijn wij gebaat bij goede

een afgestemd klimaatbeleid op gemeentelijk, provinciaal en

het huidige vertrek voor studie of werk naar elders in Neder­

en betrouwbare informatie-uitwisseling met onze ketenpart­

regionaal niveau. Vanwege onze expertise worden wij, met

land of daarbuiten, waarna men niet altijd meer terugkeert.

ners. Zo kunnen we samen de werkprocessen efficiënt en

partners als de RUD en de GGD, vanuit een adviserende rol

Het aantal 60+ers stijgt juist door de vergrijzing van de baby­

integraal vormgeven. Het toenemende belang van het digita­

erbij betrokken.

boom generatie. Verder nemen de maatschappelijke verant­ woordelijkheden voor alle burgers toe; door bijvoorbeeld

liseren van onze informatieprocessen is sinds de pandemie in

een stroomversnelling gekomen.

Ook werkt de overheid aan duurzaamheid en energietransi­

(mantel)zorgtaken slinkt het aanbod werkende mensen en

tie. Het gebruik van alternatieve energiebronnen neemt toe,

blijft men minder lang in dienst. Deze ontwikkelingen hebben

zoals de introductie van waterstof. Men ziet het belang in

direct invloed op onze personele organisatie. De werving van

van een klimaatbestendige en klimaat-neutrale samenleving.

vrijwillige en beroepskrachten voor brandweer en crisisbe­

Voor ons zal dit steeds meer invloed hebben op de (operati­

heersing komt hiermee onder druk te staan. Het in februari

onele) taken en bedrijfsvoeringsprocessen. Dit vraagt dat wij

2021 gepubliceerde rapport Vrijwilligheid bij de brandweer

ons inzetten voor een veilige energietransitie

in Nederland bevestigt dit. Deze context leidt ertoe dat de

beleidsopgaven in Zeeland in sommige gevallen complexer Daarnaast brengen nieuwe energiebronnen en -dragers

zijn dan in andere regio's.

'nieuwe' veiligheidsrisico's met zich mee. De veiligheidsregio zet zich in voor een bijdrage aan een veilige energietransitie en bij nieuwe ontwikkelingen geven wij proactief advies.

10

3

4. VRZ IN PERSPECTIEF 4.1 WAAR STAAN WIJ VOOR?

4.2 WAT WILLEN WE BEREIKEN?

Veiligheidsregio Zeeland maakt zich sterk voor de veilig­

De komende vier jaar richten wij ons op de volgende

heid van de Zeeuwse samenleving. Met onze samenwer­

zaken:

kingspartners verkleinen we de risico's in de regio en zijn

we bereiden de samenleving voor op hoe negatie­

we zeven dagen per week, dag en nacht, alert en opera­

ve gevolgen van een ramp of crisis kunnen worden

tioneel om de effecten van een incident, ramp of crisis te

beperkt, en hoe de situatie zo snel mogelijk normali­

beperken.

seert; we leggen vanuit wet- en regelgeving de basis voor

een toekomstbestendige brandweerzorg. We baseren ons zoveel mogelijk op vrijwilligheid en zijn geworteld in de samenleving;

we versterken de noodzakelijke samenwerking met

onze netwerkpartners; onze medewerkers zijn ons grootste kapitaal. Vanwege het operationele karakter van onze orga­

nisatie stimuleren wij vakmanschap en willen we

betrokken, verantwoorde en proactieve medewerkers

op de juiste plek.

11

4.3 WAT GAAN WE DOEN? De komende vier jaar richten wij ons op de volgende

acties: wij gaan voor het behoud van vrijwilligheid. Het

signaleren en controleren van de risico's binnen de

nader onderzoeken, uitwerken en vormgeven van

samenleving. We brengen partijen met elkaar in

de toekomstbestendige brandweerzorg, samen met

contact om risico's zoveel mogelijk te voorkomen.

gemeenten, onze partners, raden en vrijwilligers. We

Wanneer de continuïteit van de samenleving daad­

vertalen nieuwe wetgeving en landelijk beleid naar

werkelijk in het gedrang komt, treden wij op als

de Zeeuse situatie. Belangrijke pijlers zijn het stimu­

regisseur binnen het veiligheidsnetwerk;

leren van participatie uit de Zeeuwse samenleving.

samenbrengen van partijen die een rol hebben bij

Deze wordt immers als eerste geconfronteerd met de

brandweerzorg en crisisbeheersing en als infor-

risico's en kan er ook invloed op uitoefenen. Zo ver­

matieknooppunt functioneren op het gebied van

groten we de zelf- en samenredzaamheid en zorgen

veiligheid;

we met elkaar voor meer veiligheid. Tot slot zetten we

adviseren - gevraagd en ongevraagd - van de Zeeuw­

ons in voor een nauwe samenhang tussen de verschil­

se gemeenten op het gebied van brandweerzorg en

lende schakels uit de veiligheidsketen;

crisisbeheersing;

zorgdragen voor een veerkrachtige en wendbare

aantrekken van vakkundige medewerkers, in combi­

crisisorganisatie die voorbereid is op de risico's in

natie met samenwerkingscompetenties en een anten­

onze regio. Hierbij investeren we in de bovenregiona­

ne voor externe ontwikkelingen. We investeren in ons

le samenwerking, stellen we ons in op de langdurige

personeel omdat we een kennisintensieve organisatie

aard van een crisis en garanderen we de continuïteit

zijn die optreedt in een operationele omgeving;

van de crisisorganisatie;

werken we binnen alle organisatieprocessen risicoge­

richt en informatiegestuurd.

12

WH i

5. TOEKOMSTBESTENDIGE BRANDWEERZORG Met adviseren, toezichthouden en handhaven proberen we (ongevallen bij) brand(gevaar) te voorkomen, te beperken of

In 2025:

te bestrijden (zie Bijlage 3). Ook houden we de repressieve

•

is (met minimaal behoud van de huidige kwaliteit) de

brandweerorganisatie in stand. Maatschappelijke trends,

basis voor een toekomstbestendige brandweerzorg

landelijk beleid en nieuwe wetgeving dwingen ons echter

vormgegeven met een programmatische aanpak. Vrij­

onze rol binnen de samenleving en de wijze waarop wij onze

willigheid en participatie blijft het uitgangspunt. Vanuit

taken invullen bij te sturen. Door de ontwikkelingen op het

de veiligheidsketen staat centraal: streven naar minder

gebied van ruimtelijke ordening en omgevingsveiligheid

incidenten, minder slachtoffers en minder schade;

wijzigt onze taakinvulling. Hierdoor ziet onze adviesfunctie

•

zijn landelijke beleidsontwikkelingen zoals de Ornge-

er anders uit. Daarnaast is het onze grootste uitdaging onze

vingswet, gebiedsgerichte opkomsttijden en de Wnra

brandweerorganisatie in Zeeland te continueren. Landelijk

naar de Zeeuwse situatie omgezet. Dit doen we samen

staat de vrijwilligheid coder 'uk. Ook in onze regio is dat

met de Zeeuwse gemeentes en brandweerposten;

het geval (zie: Wat komt er op ons af? Demografische en

•

maatschappelijke ontwikkelingen). Verder toont onderzoek naar brandweervrijwilligers in relatie tot de Wnra aan, dat

de huidige inrichting en werkwijze niet kan blijven be­

zijn digitale innovaties vertaald naar concrete stappen

voor ons brandweeroptreden en de vakbekwaamheid;

•

hebben we in ons personeelsbeleid op demografische

en maatschappelijke ontwikkelingen geanticipeerd.

staan (zie: Wat komt er op ons af? Wetgeving rechtspositie

ambtenaren). Daarom onderzoeken de minister van Justitie en Veiligheid welke opties wél tot een juridisch houdbaar sys­

teem leiden, met behoud van vrijwilligheid. In de denktank

kijkt men bijvoorbeeld naar het differentiëren van taken. Verder onderzoekt Brandweer Nederland binnen het Project

RemBrand een andere benadering van opkomsttijden. Het

streven is om tot gebiedsgerichte opkomsttijden te komen, waarbij de minister van Justitie en Veiligheid ruimte geeft om aantoonbaar preventieve maatregelen in te zetten wanneer

de opkomsttijden oplopen.

13

COLLEGA'S AAN HET WOORD

Koos de Feijter Stafadviseur en waarnemend clustercommandant Brandweer

5.1 BRANDVEILIGHEID

een regionaal bluswaterbeleid op en adviseren gemeenten

In lijn met de visie Brandweer Overmorgen van Brandweer

en Evides hierover. Zo maken we samen de levering van

„We moeten de bakens verzetten. Naast het dalende aantal

Nederland, is Brandweer Zeeland in 2025 gereed om de

bluswater toekomstbestendig. Daarnaast leveren wij in 2025

brandweervrijwilligers en de tijd die ze overdag beschikbaar

brandweerzorg verder te ontwikkelen. We verleggen de focus

integraal advies op basis van de Omgevingswet, met partners

kunnen zijn, worden de toelatingseisen voor de functie hoger

naar het verkleinen van de kans op branden en ongevallen

als de RUD, GGD, Zeeuwse gemeenten, Provincie Zeeland,

omdat de laatste vijfjaar vijfentwintig procent tijdens de oplei­

waardoor ook de impact ervan minder wordt. In de komende

het Rijk en waterschappen.

ding afhaakte. Vroeger was het meer een levensvervulling. In de

beleidsperiode willen we dit verder onderzoeken en komen

dorpen waren de bakker, slager en agrariër bij de brandweer en

tot een concreet uitvoeringsplan.

5.2 INCDDENTBESTRIJDING

als het even kon bereid de zaak dicht te gooien en hun tractor

Verder gaan we de Zeeuwse overheden gericht adviseren

Het ontwikkelen van nieuwe brandveiligheidsconcepten leidt

te laten staan, zodra het alarm afging. Na decennia trouwe

over ruimtelijke ontwikkeling en openbare ruimte op het

tot andere vormen van incidentbestrijding. Met behoud van

dienst moesten ze met hun vijfenvijftigste verjaardag bij wijze

gebed van brandveiligheid. Daar waar de wetgeving onvol­

de huidige kwaliteit van de brandweerzorg sluiten wij aan

van spreken uit het korps gezet worden. Tegenwoordig werken

doende houvast biedt in onze advisering, stemmen wij ons

bij ontwikkelingen vanuit Brandweer Nederland, in nauwe

veel vrijwilligers buiten het verzorgingsgebied en nemen eerder

af op het gemeentelijk beleid. We motiveren de samenleving

samenwerking met andere veiligheidsregio's4. Als basis voor

afscheid. Ook vertrekken jongeren uit de provincie. Zo wordt de

en proberen (risicovol) gedrag te beïnvloeden met voorlich­

incidentbestrijding implementeren wij een nieuw dekkings-

vijver waarin we vissen leger.

ting, adviezen en aanwijzingen vanuit Brandveilig Leven. Ook

plan. Dit gebeurt vanuit het landelijke project Gebiedsgerich­

verzorgen we gerichte communicatie rondom veiligheids-

te Opkomsttiiden, dat voorziet in een landelijke uniforme wij­

Onze brandweer bestaat uit ruim 1100 vrijwilligers, verdeeld

thema's via het platform Zeeland Veilig. We willen nauw

ze voor het opstellen van dekkingsplannen. We sluiten aan

over 64 posten. Tot 2030 hebben we 's avonds, 's nachts en in de

samenwerken met gemeenten, Provincie Zeeland, andere

bij de landelijke werkwijze binnen het Grootschalig Specialis­

weekenden genoeg personeel. Voor de bezetting overdag maken

veiligheidspartners3, bedrijven, maatschappelijke organi­

tisch Brandweeroptreden (GBO-SO) en de incidentbestrijding

we jaarlijkse beschikbaarheidsberekeningen. Verder staan we

saties, media, inwoners en bezoekers van Zeeland. Deze

gevaarlijke stoffen (IBGS). Ook vertalen wij de ontwikkelingen

voor de uitdaging om ondanks de Europese richtlijnen onze

partners hebben immers allemaal een aandeel in brandvei­

vanuit de energietransitie naar de Zeeuwse situatie; die

brandweerzorg, mogelijk via taakdifferentiatie, het vrijwillige

ligheid. We kijken echter wel wie welke verantwoordelijkheid

betekenen immers nieuwe kansen en risico's waaraan wij ons

karakter te laten behouden waar we in Nederland zoveel belang

heeft. Hierbij houden we rekening met de verschuiving van

moeten aanpassen. De energietransitie heeft ook impact op

aan hechten.

diverse verantwoordelijkheden van de overheid richting de

de wijze waarop wij met onze middelen omgaan5.

Zeeland

samenleving. In de komende beleidsperiode stellen wij als Vandaar de noodzakelijke verschuiving. Met onze vrijwilligers

krijgen we veel voor elkaar. Laten we samen nieuwe wegen blij­ ven vinden waarmee we burgers goede brandweerzorg kunnen bieden."

inhoudelijk adviseur, samen met de Zeeuwse gemeenten, 4 3

Betrokken zijn: Zeeuwse gemeenten, GGD Zeeland, Politie

Onze ambitie op samenwerking werken we verder uit in het

hoofdstukWerken in netwerken.

Zeeland-West-Brabant, Waterschap Scheldestromen, Rijkswaterstaat Zee en

5

Delta, Rode Kruis, North Sea Ports, Brzo-bedrijven, zorginstanties, ZLM e.a.

hoofdstuk Mens en organisatie.

14

Onze ambitie op duurzaamheid werken we verder uit in het

5.3 LEREN EN ONTWIKKELEN

5.4 INFORMATIEMANAGEMENT 8 BEDRIJFSVOERING

In de komende periode kijken we hoe we de risico's uit het

Regionaal Risicoprofiel kunnen vertalen naar ons beleid.

De digitale innovaties bieden Brandweer Zeeland veel kan­

Deze specifieke analyses uit ons risicoprofiel geven hand­

sen. Meer inzicht in risico's en informatie bij brandweerop-

vatten om ons kwaliteitsniveau te bewaken, een passende

treden of digitale scholing voor ons operationeel personeel,

inzet te bepalen en deze bij te stellen waar nodig. Zo kunnen

zijn concrete stappen die wij willen zetten komende

wij goed adviseren, controleren, onze organisatie gericht

beleidsperiode. Daarom maakt Brandweer Zeeland deel uit

voorbereiden op allerlei scenario's en ons repressief perso­

van het concept informatiegestuurde veiligheid7 en vertaalt

neel toerusten op het gebied van vakbekwaamheid, mid­

dit naarde brandweerprocessen.

delen en veiligheid6. Verder voeren wij incident-evaluaties

De vergrijzing en het vertrek van de Zeeuwse jeugd in

en brandonderzoek uit. De uitkomsten hiervan gebruiken

Zeeland hebben effect op het personeelsverloop binnen onze

wij in onze beleidsontwikkeling. Ook binnen de landelijke

operationele piketten, vrijwilligers en ons kantoorpersoneel8.

samenwerking is leren en ontwikkelen een belangrijk thema,

Voor zowel ons vrijwillig als operationeel personeel sluit de

zo blijkt onder andere uit de kabinetsreactie op de evaluatie

werving aan op de behoefte vanuit de regionale brandweer­

van de Wet veiligheidsregio's. Daarin is aangegeven dat er in

zorg en de interne opleidingscapaciteit, waarbij we oog heb­

het wettelijk kader bepalingen moeten worden opgenomen

ben voor lokaal maatwerk. We beschikken over een passend

over kennisontwikkeling, gezamenlijke kwaliteitsnormen en

piketbeleid. Hier is aansluiting tussen de behoefte vanuit de

lerend vermogen. Ook deze ontwikkelingen vertalen wij naar

operationele piketten en de kantoororganisatie.

ons beleid.

De ontwikkelingen rondom de Wnra en de deeltijdrichtlijn

taakdifferentiatie vragen om flexibiliteit in ons beleid. De invoering hiervan kan tot bijstelling leiden.

In Nederland zijn we goed voorbereid op noodsituaties 7

Onze ambitie op informatiegestuurde veiligheid werken we

verder uit in het hoofdstuk Een voorbereide crisisorganisatie.

6

Onze ambitie op arbeidsveiligheid werken we verder uit in het

hoofdstuk Mens en organisatie.

8

Onze ambitie op personeelsbeleid werken we verder uit in het

hoofdstuk Mens en organisatie.

15

F

2m ■

■

y». /

9 !

I

Ik

SS

1

-*1 A"

J ■ iy

3*1' ƒ

K.'

6. EEN VOORBEREIDE CRISISORGANISATIE of calamiteiten. Toch kan ons altijd een ramp9, crisis10 of

maar ook op een langdurige crisis. Zowel in de voorberei­

incident11 overkomen. In onze regio houden wij ook rekening

ding als met de bestrijding ervan moeten wij zorgen dat de

met risico's en crisistypen die een andere werkwijze van ons

samenleving zo goed mogelijk draaiende blijft en dat we haar

vragen dan de traditionele voorbereiding op een fysieke

veerkracht bevorderen. Onze voorbereiding op nieuwe crisis­

ramp. Overstromingen of incidenten met giftige, ontvlam­

typen wordt ondersteund in de recent gepubliceerde evalua­

bare of explosieve stoffen kunnen leiden tot grootschalige

tie van de Wet veiligheidsregio's. Een goede crisisbeheersing

verstoring van de samenleving leiden. Ook hebben we aan

kunnen wij echter niet organiseren zonder anderen. Wij

ons Regionaal Risicoprofiel 'maatschappelijke ontwrichting'

werken met verschillende partners samen op gemeentelijk,

toegevoegd. De landelijke uitval in 2019 van alarmnummer

(inter)regionaal, landelijk en internationaal niveau, waarbij

112 wegens een storing bij KPN en het uitbreken van de pan-

we gebruikmaken van het online platform Zeeland Veilig. In

demie in 2020 resulteerde in maatschappelijke ontrust. Dit

het hoofdstuk Werken in netwerken gaan we uitgebreid in op

vraagt een andere inzet dan waar wij ons tijdens de oprich­

deze samenwerking.

ting van de veiligheidsregio's van bewust waren. Wij zullen

ons voortaan niet alleen moeten instellen op een flitsramp, In 2025: 9

Ramp: een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het

•

zorgen we samen met onze crisispartners voor een

leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële be­

actueel risicobeeld en een goed voorbereide crisisorga­

langen in ernstige mate worden geschaad of bedreigd, en een gecoördineer­

nisatie;

de inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines vereist is

•

om de dreiging weg te nemen of schadelijke gevolgen te beperken.

10

Crisis: een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving

met de nieuwe typen crises om te gaan;

•

is of dreigt te worden aangetast.

11

is onze crisisorganisatie flexibel en wendbaar en in staat houden we onze crisisorganisatie vakbekwaam en sturen

wij op kwaliteit;

Incident: een onverwachte en onvoorziene gebeurtenis, vaak

verstorend van aard. Het kan een ramp of crisis zijn, maar ook het tijdelijk uitvallen van een telefooncentrale of internet.

16

•

werken wij informatiegestuurd binnen ons netwerk aan

de veiligheid in de regio.

COLLEGA'S AAN HET WOORD

6.1 SAMEN MET ONZE CRISISPARTNERS Gedegen voorbereiding ondersteunt de crisisorganisatie

Daarbij werken we steeds samen met andere

en zorgt voor betere besluitvorming. Om de flexibele en

veiligheidsregio's, zodat onze plannen overal bijdragen aan

Marcel Matthijsse

wendbare crisisorganisatie te kunnen zijn die ook inspeelt op

operationele samenwerking.

Programmamanager Nucleair en Waterveiligheid

de nieuwe crisistypen, zijn goede risicoanalyse en prepara­

Hier gaan wij het volgende voor doen:

tie onontbeerlijk. Samen met onze crisispartners gaan we

•

op interdisciplinaire wijze vanuit risicoanalyses en

„Je ziet de verschuiving van wachten tot het gebéurt naar signa­

de komende jaren de risicoanalyse, preparatie, respons en

scenario-denken de operationele voorbereiding verder

leren dat er iets kan gebeuren: hoe kunnen we de samenleving

herstel meer vormgeven, afhankelijk van de aard en omvang

vormgeven;

rondom crises en rampen beter toerusten? We trekken al jaren

van risico's en crises.

•

intensief op met verschillende deskundige organisaties in

het blijven opstellen van thematisch plannen,

risicobeoordelingen en impactanalyses;

Zeeland en daarbuiten. Netwerken die voor ons van cruciaal

We doen dat door op basis van ons risicoprofiel scenario's te

belang zijn om sneller te weten wat er speelt, welke kant iets op­

ontwikkelen en de impact ervan op de samenleving te bepa­

handelingsperspectieven en op partners afgestemde

gaat en wat dat voor de veiligheid van onze provincie betekent.

len. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid

plannen voor alle opgenomen gevaren in de regio;

preventieve maatregelen te treffen en deze risico's te

•

•

het blijven ontwikkelen van maatregelenpakketten,

samenwerken met andere regio's en in (inter)nationaal

Als één van de weinige veiligheidsregio's in Nederland heb­

verkleinen. Vervolgens zorgen we dat onze crisisorganisatie

ben wij bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering

optimaal is voorbereid, van hulpdiensten en zorginstellingen

of waterveiligheid een goede overlegstructuur met provincie,

tot functionarissen van de hoofdstructuur. Wij regisseren de

voor de diverse crisistypen in de regio, met digitaal toe­

waterschap, Rijkswaterstaat en gemeenten. De lijnen zijn kort.

verband voor regiogrensoverschrijdende crisistypen;

•

het ontwikkelen van generieke en specifieke plannen

samenwerking van de crisisorganisatie en onze partners bij

gankelijke besluitvormingsmodellen en actieplannen die

Zo kunnen we aan de voorkant meedenken en meedoen. We

planvorming, voorbereiding en advisering. Plannen en proce­

crisisfunctionarissen helpt bij de crisisbeheersing.

toetsen, adviseren, geven een helder beeld van consequenties,

dures zijn up-to-date en direct beschikbaar voor de crisis­

zodat na goede afwegingen een in de volle breedte gedragen

functionaris, waarbij de informatie specifiek is afgestemd op

beslissing wordt genomen.

de plaats, het moment, de rol en taak van de gebruiker.

Maar wat zijn de gevolgen als tijdens de zomerperiode een

onze voorbereiding ook heeft bijgedragen aan efficiënte,

groot ongeluk gebeurt in de Westerscheldetunnel waardoor een

veilige en effectieve crisisbestrijding, kunnen plannen

transport met essentiële onderdelen voor de onderhoudsstop

worden aangepast en procedures en afspraken worden

van een chemisch bedrijf stagneert en vanuit Zeeuws-Vlaande-

vernieuwd. Hiermee maken wij de PDCA-cyclus rond, en

ren duizenden terugkerende festivalgangers stranden? Om deze

verbeteren en vernieuwen we continu de voorbereiding op

schijnbaar losse gebeurtenissen te kunnen combineren, willen

rampen en crises.

Door na een incident, ramp of crisis steeds te evalueren of

we meer investeren in slimmere systemen - die niet alleen

signaleren wat er nü gebeurt, maar ook wat mogelijk later gaat plaatsvinden, zodat wij deze informatie kunnen duiden en delen. In de toekomst zal dus een heel andere dynamiek van crisisbe­

heersing ontstaan."

17

6.2 FLEXIBEL EN WENDBAAR

stellen: Wat komt er op ons af?, en: Wat gaat dit betekenen

Omdat wij informatiegestuurd werken op de risicoanalyses,

voor de vakbekwaamheid van ons personeel? We werken

stellen wij ons tijdens de voorbereiding van crises steeds de

met kwaliteitseisen die we steeds bijstellen aan de hand van

vraag welke netwerkpartners wij nodig hebben. Dan kunnen

de nieuwe crisistypen.

wij op het moment suprème flexibel en wendbaar zijn en de juiste partner activeren. Daarnaast vragen wij onszelf ook

Onze kennis en ervaring delen en vergroten we door te leren

af welke informatie wij zouden willen ontsluiten. De infor­

van oefensituaties en optreden in de praktijk. Wij evalueren

matievraag en de snelheid van besluitvorming is toegeno­

steeds: Is het goed gegaan?, Hebben wij het goed gedaan?,

men, waardoor functionarissen in de crisisorganisatie als

Wat had anders gemoeten?, en: Welke acties kunnen wij

gevolg hiervan andere competenties en vaardigheden nodig

ondernemen om onszelf te verbeteren?

hebben. De aanpassingsgerichte, wendbare en veerkrachtige crisisorganisatie vormt het uitgangspunt van ons oefenbeleid

In het hoofdstuk Mens en organisatie gaan we dieper op

en de verschillende plannen.

deze kwaliteitszorg in. We maken hiermee telkens de PDCA cyclus sluitend.

Hier gaan wij het volgende voor doen:

•

ontwikkelen een flexibele samenstelling van de hele

Hiervoor gaan we het volgende doen:

crisisorganisatie; schaalbaar naar de aard en omvang van

•

voor het verkrijgen en bijhouden van vakbekwaamheid

de crisis; •

van zowel individuen als teams;

op basis van het risicoprofiel en het continue veiligheidsbeeld maken we binnen de netwerken duidelijke

•

crisis en de rol van de participanten in de operationele 4 1 V' ____

•

de focus wordt meer gelegd op het trainen van samen­ werken tussen netwerkpartners en functionarissen;

afspraken over de samenwerking voor en tijdens een

■

het bieden een maatwerkprogramma per doelgroep

•

het houden van een hoge kwaliteit van de crisisorganisa­

crisisorganisatie;

tie omdat we sturen op vakbekwaamheid van individuen

zorgen dat de crisisorganisatie robuust is en over vol­

en teams, en stellen kwaliteitseisen op die passen bij

doende capaciteit beschikt om met een langdurige crisis

rollen en functies;

om te gaan.

6.3 VAKBEKWAAM EN KWALITEIT

•

introduceren van individuele competenties;

•

het versnellen en vereenvoudigen onze evaluatiesyste-

matiek van training, oefening en inzet, gericht op het realiseren van een groot lerend vermogen van

Crisisbeheersing is mensenwerk. Het betekent dat wij ervoor

individuele functionarissen, crisisteams en organisaties.

willen zorgen dat de functionarissen in de crisisorganisatie over de juiste kennis en vaardigheden beschikken. De nieuwe

In het Meerjarenbeleidsplan MOTO 2022-2025 wordt het

crisistypen dagen ons uit te bekijken wat dit betekent voor

beleid op het gebied van Multidisciplinair Opleiden, Trainen

de kwalificaties. We kunnen ons de volgende vragen blijven

en Oefenen beschreven. (Zie Bijlage 4).

18

6.4 INFORMATIEGESTUUR D E VEILIGHEID

? Ifr—

...

L.'

LL

De nieuwe crisistypen die onder maatschappelijke ontwrich­

Hier gaan wij het volgende voor doen:

ting vallen, zijn doorgaans geen fenomenen die plotseling

•

we realiseren een continu veiligheidsbeeld dat bestaat

optreden. Hoe eerder je weet wat je te wachten staat, hoe

uit de gevaren in de regio. We delen dit met netwerk­

gerichter de voorbereiding kan zijn. Hoe meer informatie je

partners op basis van hun rol, taak en verantwoorde­

hebt, hoe beter je beslissingen neemt. We noemen dit infor-

lijkheden. In het veiligheidsbeeld wordt de impact van

matiegestuurde veiligheid.

gebeurtenissen in de samenleving opgenomen, en wel op de beleidsvelden gezondheidszorg, maatschappij,

Naast de veiligheidsregio's werken in Nederland veel instan­

economie, openbare orde en openbaar bestuur. Dit

ties aan een veilige samenleving voor iedereen. Ze verza­

beeld is verrijkt met specifieke informatie uit de domei­

nen van de betrokken partners;

melen en analyseren data en brengen kwetsbaarheden en

dreigingen in kaart. Hierbij wordt de veiligheid op hun exper,-é."

•

op basis van dagelijkse informatie ontwikkelen we een

tisegebied nog beter gegarandeerd. Deze informatie delen

dynamisch (regiogrensoverschrijdend) integraal risico­

we met elkaar. We passen het direct toe bij operationele

profiel als onderdeel van dit veiligheidsbeeld;

voorbereidingen op evenementen, rampen en crises. Ook

•

tijdens een evenement of incident wordt deze informatie ge­ bruikt en is constant op alle niveaus van de (crisis)organisatie

we monitoren en analyseren dreigingen en gevaren in de samenleving die het dagelijks leven verstoren;

•

op basis van dit continue veiligheidsbeeld leveren we

sprake van een actueel gedeeld veiligheidsbeeld. Risico- en

begrijpbare en eenduidige informatie aan de samenle­

crisiscommunicatieteams zorgen dat inwoners en bezoekers

ving over gevaren, risico's en handelingsperspectieven

van de regio voorbereid zijn, handelingsperspectief hebben

- vooraf en tijdens crises;

en waar nodig participeren. Na afloop van het evenement of

•

we onderzoeken met onze partners en andere regio's

incident helpt de gegenereerde informatie ons om snel met

de mogelijkheden op het gebied van data-oriëntatie,

(en van) elkaar te kunnen leren.

informatievoorziening- en uitwisseling.

19

7. WERKEN IN NETWERKEN

COLLEGA'S AAN HET WOORD

Menno Voortman

Strategisch beleidsadviseurGHOR

De risico's en crises in onze samenleving worden steeds inge­

We participeren in netwerken op verschillende bestuurlij­

wikkelder. Ze houden zich niet aan regio- of landsgrenzen en

ke, strategische en tactische niveaus. Zo kunnen we sneller

zijn niet te vergelijken met een brand. Een crises valt niet af

afstemmen en samen iets bereiken. Eén van de doelstellin­

te bakenen, niet geografisch, beleidsmatig of qua tijdsduur.

gen is dan ook om deze afstemming intensief te continueren

Sociale media dragen er soms aan bij dat de impact groter

binnen de verschillende netwerken.

kan worden dan vooraf verwacht. Actuele dreigingen zijn

„De GHOR is bij uitstek een netwerkorganisatie. Eén van onze successen is de coronacrisis; een mooi voorbeeld hoe belangrijk

werken in netwerken is.

Vanaf maart 2020 moesten we alle ketenpartners in onze regio

mobiliseren. Samen groeide het besef van onderlinge afhan­

veelzijdig: denk aan een digitale hack, een terroristische aan­

In onze regio beschikken we over een sterk en breed ver­

val of de boerenprotesten en de klimaattransitie. Covid-19

takt netwerk. Daarbinnen kunnen we verschillende rollen

laat zien dat een ondenkbare crisis realiteit is geworden. Bij

vervullen; van initiërend en faciliterend tot regisserend of

de aanpak van crises zijn steeds vaker meerdere veiligheids­

coördinerend. De lijnen tussen de verschillende netwerkpart­

regio's, de nationale crisisorganisatie en andere crisispart­

ners zijn in het algemeen kort. Ook de contacten met onze

ners (in diverse rollen) betrokken. Uit de evaluatie van de

buurregio's en Belgische partners zijn in de afgelopen jaren

Wet Veiligheidsregio's komt naar voren dat crisisbeheersing

versterkt.

kelijkheid: huisartsen en ambulancedienst lieten patiënten

opnemen in gestaag vollopende ziekenhuizen, waardoor ontslag sneller moest plaatsvinden om ruimte te creëren. Hierdoor ontstond de kans op overbelasting van de verpleeghuizen. Om alles goed te coördineren, hebben we met de ketenpart­

ners een nieuw netwerkplatform in het leven geroepen. Twee overlegstructuren waar afvaardigingen van alle zorgpartijen in de

meer vorm moet worden gegeven vanuit een netwerksamen-

provincie aan deelnemen. Zowel op bestuurlijk niveau (directies)

werking waarbij alle crisispartners, zoveel mogelijk vanuit

De komende vier jaar willen wij toegroeien naar een net­

eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden, bijdragen

werkorganisatie die met voelsprieten in de samenleving

aan crisisbeheersing. De bijdrage van een crisispartner kan

betrokken partijen bij fysieke veiligheid en crisisbeheersing

per type crisis heel verschillend zijn en dat maakt dat een

samenbrengt, en daarbij ook als informatieknooppunt fun­

flexibele crisisbeheersing noodzakelijk is, zeker wanneer (de

geert.

als op tactisch niveau (managers). Per sector zijn vertegenwoor­ digers aanwezig die als liaison dienen voor hun achterban. Door

deze intensieve samenwerking hebben wij veel bereikt: van het opzetten van de provinciale COVID-units - waar patiënten

werden opgenomen die niet ziekenhuisbehoeftig zijn, maar

effecten van) crises meerdere beleidsvelden raken. Een sterk

wel geïsoleerd verpleegd moeten worden - tot aan afspraken

netwerk is ook noodzakelijk om draagvlak te creëren voor de

In de netwerken wordt vanuit ieders verantwoordelijkheid

besluiten die wij nemen.

en deskundigheid de veiligheid van Zeeland bevorderd. Deze

over het delen van personeel en de herverdeling van schaarse

beschermingsmiddelen.

beleidsperiode willen we ons voorbereiden op een 'samenDe verwachting is dat samenwerking bij crisisbeheersing in

redzame' samenleving in 2030. We richten ons in eerste

de toekomst belangrijker wordt vanwege de groeiende com­

instantie op het participeren in netwerken die verbonden zijn

plexiteit van crises en de toename van complexe

aan de (belangrijkste) risico's uit ons Regionaal Risicoprofiel.

crisisscenario's. De veiligheidsregio's zijn verantwoordelijk

Door deze manier van werken is het besef van kwetsbaarheid en onderlinge afhankelijkheid gaan leven. Daarmee is solidariteit en samenwerking ontstaan, met als resultaat dat dit netwerkplat-

form, ook na deze crisis, zal blijven bestaan om de continuïteit

voor het vormen en faciliteren van relevante netwerken.

van zorg binnen Zeeland te waarborgen."

20

Een stakeholdersanalyse brengt onze belangrijkste partners

7.2 BOVENREGIONAAL

en netwerken in kaart. Deze stakeholdersanalyse gaan we

•

continueren samenwerking Zuid 6 met veiligheidsregio's

•

versterken van de samenwerking rond gezamenlijke be­

periodiek actualiseren.

COLLEGA'S AAN HET WOORD

in Brabant en Limburg;

Hiervoor gaan we het volgende doen:

leidsthema's veiligheidsregio's in de Zuidwestelijke delta

Ismay de Ridder Adviseur Bevolkingszorg

(RR, ZHZen MWB);

7.1 REGIONAAL •

met de gemeentelijke organisaties;

• •

•

verder investeren en continueren van de samenwerking

intensiveren van de samenwerking op het gebied van

Brzo met de veiligheidsregio's in Zuid-Holland;

•

continueren van de deelname in stuurgroep manage­

continueren van de Raadsklankbordgroep en GR acade­

ment watercrisis (SMWO) en waternetwerk veiligheids­

mie;

regio's met betrekking tot overstromingen;

organiseren van een netwerkdag met alle crisispartners

•

deelnemen in rijksproject NCS2.0 en als trekker fungeren

eens per twee jaar;

van het overleg Nucleaire Preparatie Veiligheidsregio's

•

continueren strategisch veiligheidsoverleg;

(NREV);

•

we verkennen en benutten kansen om samen te werken

•

•

met de GGD Zeeland en RUD Zeeland;

Rotterdam-Rijnmond om tot één Maritime Incident Res­

continueren van het Rijksfunctionarissenoverleg, in nau­

pons Group (MIRG) in Nederland te komen.

•

• •

intensiveren van de samenwerking met onderwijsin­

7.3 INTERNATIONAAL

stellingen (HZ University of Applied Science, University

•

intensiveren van de samenwerking met de vijf Vlaamse

hulpverleningszones en de veiligheidsorganisaties van

relevante onderwijs- en onderzoeksprogramma's;

gouverneurs van de drie Vlaamse provincies;

•

opstellen van een actieplan voor meer grensoverschrij­

samenwerking op het gebied van brandweerzorg en

dende samenwerking op het gebied van brandweerzorg

specialistische kennis;

en crisisbeheersing, gericht op risico's met hoge priori­

benutten van grotere betrokkenheid en kennis in de

teit uit het risicoprofiel;

•

opstellen van een grensoverschrijdend risicoprofiel;

ambtelijk en bestuurlijk aangesloten bij de relevante

•

participeren van Maritime Incident Respons Group

(MIRG) onder de vlag van Europese Commissie.

heden (OZO) worden opgepakt.

•

is het Veiligheidsoverleg van de Kring met dertien gemeentese­ cretarissen, waar alle onderwerpen die voor ons van belang zijn

aan de orde komen. Ook hebben we veel andere vormen van overleg met andere partners, zoals onze collega's van Veiligheids-

zien we elkaar alleen in vergaderbijeenkomsten met wisselende

frequenties. We zorgen dat we zoveel mogelijk op de hoogte zijn van wat overal speelt, en introduceren actief nieuwe collega's,

Ons netwerk is sterk. Dat is nodig, want van aangepaste proces­

plannen of het opzetten van een alarmeringssysteem moeten alle teams afweten. En niet alleen dat; ze moeten ook de voorde­

len ervan inzien. Dus iedereen er vroeg bij betrekken, infor­ matie doorspelen, zaken verifiëren en meningen peilen - dat

vergroot het draagvlak. Gemeenten denken positief kritisch mee over beleid, beheer, inrichting, operationele voorbereiding en

samenleving via een pilot met een burgerpanel;

strategische thema's die vanuit Overleg Zeeuwse Over­

230 functionarissen van Bevolkingszorg. Eens per twee maanden

zodat we allemaal in ieder geval eikaars gezicht kennen.

College Roosevelt, Scalda), voor aansluiting bij voor ons voortzetten van onderzoeken naar publiek private

werkeri. Binnen onze regio hebben we dertien gemeenten en

regio Midden-West-Brabant. De communicatie verloopt goed, al

intensiveren van de samenwerking met Veiligheidsregio

we samenwerking met de Commissaris van de Koning;

•

„Eigenlijk dóen we niet anders dan steeds intensiever samen-

uitvoering. Ze ondersteunen ons en kunnen taken overnemen.

Omdat alles met alles samenhangt, zijn wij dus voortdurend op

meerdere niveaus in gesprek.

waar relevant werken we samen met veiligheidspartTrots ben ik op hoe we deze overlegstructuren hebben ingericht.

ners, bijvoorbeeld op het gebied van ondermijning.

Verder ben ik heel benieuwd hoe het zal zijn als we in de toe­

komst ook intensief kunnen samenwerken met grote onderwijs­ instellingen."

21

8. MENS EN ORGANISATIE Onze organisatie kent twee functies. Een kantoorfunctie

het invoeren van een Strategische Personeelsplan­

waarin mensen werken aan de taken in de voorbereiding

ning (SPP), inclusief een bijpassend opleidingsbeleid,

van (vrijwillige) brandweerzorg en crisisbeheersing, waar

waarmee we behoeften en beschikbaarheid op elkaar

medewerkers zeven dagen in de week, dag en nacht voor

afstemmen;

ingezet kunnen worden. Om onze doelstellingen te kun­

het inzetten op wendbaarheid en mobiliteit door uitwis­

nen realiseren, investeren we in flexibiliteit, daadkracht en

selingsprogramma's met andere overheden en bedrij­

deskundigheid van alle medewerkers en in de kwaliteit van

ven, of door het vroegtijdig signaleren van talent en

de bedrijfsvoering. Hierbij houden we rekening met maat­

ambitie en medewerkers zich zodanig te laten ontwikke­

schappelijke ontwikkelingen. Zo worden onze medewerkers

len dat zij flexibel inzetbaar zijn op verschillende plekken

en organisatieprocessen toegerust op het ondersteunen van

binnen de organisatie;

de strategische beleidsthema's.

het actualiseren van het piketbeleid, waarbij we inspelen

op werving en selectie - gericht op het vervullen van

3

functies in zowel een reguliere als in een crisissituatie;

Medewerkers zijn ons grootste kapitaal. Vanwege het

het vergroten van beschikbaar repressief brandweerper­

operationele karakter van onze organisatie stimuleren wij

soneel en onze interne opleidingscapaciteit. De prio­

vakmanschap. We willen betrokken, verantwoordelijke en

riteiten voor de regionale brandweerzorg zijn leidend

pro-actieve mensen op de juiste plek. Flexibiliteit, daadkracht

in de werving van ons repressief brandweerpersoneel.

en deskundigheid zijn hier de drie belangrijke pijlers.

Behoud van vrijwilligheid is een belangrijke pijler voor

de toekomst;

r

:i ra

'l"■ *

I

r i •Mi

gïiïiii

/

8.1 PERSONEELSBELEID

I

De demografische ontwikkelingen in Zeeland hebben

de juiste mens op de juiste plek te zetten - een belang­

gevolgen voor ons personeelsbestand. Ook de vernieuwde

rijk aandachtspunt van de HRM-methodiek. Het gaat

wetgeving heeft impact op onze organisatie. Voor huidige

niet alleen om werving en selectie, maar ook om per­

en toekomstige (vrijwillige) medewerkers gaan we adequaat

formance management, ontwikkelingsmogelijkheden,

inspelen op wijzigingen in personeelsbehoeften, door:

opleidingen en trainingen;

•

het versterken en veranderen van het leiderschaps- en

te investeren in ons arbobeleid: onze veiligheidscultuur

medewerkersprofiel. De competenties van leidingge­

verbeteren door ongevallen te signaleren, te registreren

venden en medewerkers bij brandweerzorg en crisisbe­

en hierover te rapporteren;

heersing worden toegerust op ontwikkelingen binnen en

het beleid bij te stellen vanwege de invoering van de

buiten de organisatie;

Wnra en de nadere uitwerking van de deeltijdrichtlijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10799395/1