3.3 rvs Verordenig Wmo en Jeugd bijlage 2 wijzigingentabel
Tekst van het document
Artikel 23. Afstemming justitiedomein 2.1. Hhet college maakt afspraken met de gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en Justitiële Jeugdinrichtingen over het overleg over de inzet van jeugdhulp bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing en jeugdreclassering als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid onder b, van de wet;. 3.2. Hhet college en de betrokken gecertificeerde instellingen nemen de afspraken op in het protocol zoals bedoeld in artikel 22, derde lid, van deze verordening. Het college en de Raad voor de Kinderbescherming leggen de manier van afspraken vast in een samenwerkenings en de gemaakte afspraken vast in het protocol als bedoeld in artikel 3.1 lid 5 van de wet. Artikel 24. Afstemming voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht 1. Hhet college zorgt ervoor dat alle locaties voor kinderopvang, peuterspeelzaal, primair en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs een contactpersoon hebben bij de gemeentelijke toegang; 2. Hhet college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de in het eerste lidonder a genoemde contactpersonen en de leerplichtambtenaren; 3. aAfspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen, onderwijszorg en leerplichtzaken worden vastgelegd in het ondersteuningsplan van de jeugdige en/of zijn ouders. Artikel 25.
Afstemming Veilig Thuis Het college maakt afspraken met Veilig Thuis over de toegang naar algemene en individuele voorzieningen. Artikel 26. Afstemming Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 1. Hhet college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en voorzieningen voor jeugdigen dan wel ouders op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo); 2. het college draagt zorg voor continuïteit van hulpzorg onder zijn verantwoordelijkheid wanneer als de jeugdige de leeftijd van 18 jaar wordtbereikt en de hulp vanaf het 18e jaar onder de Wmo valt.
3. Als een jeugdige gebruik maakt van een individuele voorziening en 17 jaar wordt, zorgt het college ervoor dat er op tijd een gesprek plaatsvindt over de veranderingen vanaf 18 jaar en welke voorziening vanaf 18 jaar nodig is. 4. De jeugdhulpaanbieder stelt voor jeugdigen die jeugdhulp krijgen vanaf het 16e jaar en voor het bereiken van de leeftijd van 17 jaar een perspectiefplan op waarin staat: • welke hulp of ondersteuning nodig is vanaf 18 jaar; • hoe en vanuit welke wet (Wmo, Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet of verlengde Jeugdwet) de hulp vanaf 18 jaar wordt ingezet. 5. De jeugdhulpaanbieder betrekt de jeugdige, het gezin en het college bij (het opstellen van) het perspectiefplan. Artikel 27. Afstemming werk en inkomen Het college draagt zorgt ervoor dat de gemeentelijke toegang, jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren. Als het en waar nodig is zorgt het college ervoor dat jeugdigen en/of hun ouders helpen bij de juiste ondersteuning krijgen vanuit de gemeentelijke voorzieningen om deze belemmeringen weg te nemen,– zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, re-integratievoorzieningen en armoedevoorzieningen – te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen. Artikel 15. Inhoud beschikking Artikel 28. Het besluit 1.
In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in 1. Het college legt de beslissing over het toekennen of afwijzen van een individuele voorziening vast in een beschikking. ieder geval aangegeven of de voorziening in natura wordt verleend of als pgb 2. In spoedeisende gevallen treft het college zo snel mogelijk een passende wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven dat en hoe bezwaar tegen de voorziening. Het college legt de beslissing over de inzet van hulp in dat geval zo beschikking kan worden gemaakt snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, 2. In de beschikking wordt vastgelegd dat een jeugdige of zijn ouders zich binnen vast in een beschikking. 3 maanden moet melden bij de beoogde jeugdhulpaanbieder, dan wel binnen 3 3. Het college neemt een beslissing op basis van de feiten en omstandigheden die maanden een start moet maken met de besteding van het pgb. Als dat niet volgen uit het onderzoek naar de hulpvraag. gebeurt kan de beschikking worden ingetrokken. 1.4. De jeugdige en/of ouder(s) moeten zich binnen drie maanden na de 3. Bij het verlenen van een voorziening in natura wordt in de beschikking voor besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder of het pgb binnen zover van toepassing vastgelegd: drie maanden hebben besteed aan het resultaat waarvoor het is verstrekt. Als a.
welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde dat niet gebeurt kan de beschikking worden ingetrokken. resultaat of doel daarvan is; b. wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking is; Artikel 29. Inhoud beschikking
c. hoe de voorziening wordt verstrekt; d. welke andere voorzieningen relevant (kunnen) zijn. e. hoe en wanneer er geëvalueerd wordt 4. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking voor zover van toepassing vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe dit is bepaald; d. welke voorwaarden aan het pgb zijn verbonden; e. voor welke periode het pgb wordt verstrekt; f. de wijze van verantwoording van de besteding van het budget. 5. Als een ondersteuningsplan is opgesteld, maakt het ondersteuningsplan onderdeel uit van de beschikking. In het geval dat een pgb wordt toegekend, maakt ook het budgetplan als bedoeld in artikel 16 onderdeel uit van de beschikking.
1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordtstaat in ieder geval aangegeven: a. of de voorziening in natura wordt verleend of als pgb wordt verstrekt; b. de termijn van drie maanden waarbinnen de jeugdige zich moet melden bij een jeugdhulpaanbieder of het pgb moet besteden aan het doel waarvoor het is verstrekt; a.c. en wordt tevens aangegeven dat en hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. In de beschikking wordt vastgelegd dat een jeugdige of zijn ouders zich binnen 3 maanden moet melden bij de beoogde jeugdhulpaanbieder, dan wel binnen 3 maanden een start moet maken met de besteding van het pgb. Als dat niet gebeurt kan de beschikking worden ingetrokken. 1.2. Bij het verstrekkenlenen van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval voor zover van toepassing vastgelegd: a. welke jeugdhulp toegekend is; b. wie de jeugdhulp biedt; c. wat de gestelde doelen zijn; d. de aard,de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat of doel daarvan is;wat de ingangsdatum en de duur van de in te zetten jeugdhulpverstrekking is en vanaf welke datum de jeugdhulp start; hoe de voorziening wordt verstrekt;; e. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant (kunnen) zijn. f. hoe en wanneer er geëvalueerd wordt. 2.3.
Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval, naast de in het eerste en tweede lid genoemde zaken,voor zover van toepassing vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe dit is bepaald; d. welke voorwaarden aan het pgb zijn verbonden; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor welke periode het pgb is bedoeldwordt verstrekt; f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgbbudget. 4. Als een ondersteuningsplan is opgesteld, maakt het ondersteuningsplan onderdeel uit van de beschikking. In het geval dat een pgb wordt toegekend,
Artikel 16. Regels voor persoonsgebonden budget 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet en legt dit vast in een beschikking als bedoeld in artikel 15 van deze verordening. 2. Als een jeugdige of zijn ouders in aanmerking komt voor een individuele voorziening, maar de ondersteuning wenst in te kopen door middel van een pgb, dient hij daartoe een budgetplan in volgens een door het college vastgesteld format. In het budgetplan is in ieder geval opgenomen: a. de motivering waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend en gewenst is; b. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorzieningen en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; c. op welke wijze de kwaliteit van de jeugdhulp gewaarborgd is; d. de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in eenheden en tarief. 3. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp, uitgezonderd ggz-behandeling, betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, mits deze persoon: a. meerderjarig is, en b. veilige, doelmatige en cliëntgerichtheid jeugdhulp verleent, die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of zijn ouders, en c. deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de jeugdige of ouders voor hem niet tot overbelasting leidt. 4. Onder personen uit het sociaal netwerk wordt verstaan: a.
familie van de jeugdige of zijn ouders tot en met bloed –of aanverwantschap in de derde graad; b. andere betrokkenen bij het gezin, zoals vrienden, buren, studenten, collega’s. 5. Een pgb dient door de jeugdige of zijn ouders binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. Gebeurt dit niet dan wordt het pgb ingetrokken.
maakt ook het budgetplan als bedoeld in artikel 30 lid 2 onderdeel uit van de beschikking. 5. In het besluit verstrekt het college informatie over de rechten en plichten van de jeugdige en/of ouder(s) op grond van de wet, verordening en nadere regels. 4.6. Het college kan periodiek onderzoeken of er een reden is een besluit te heroverwegen. Artikel 30. Regels voor persoonsgebonden budget 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet en legt dit vast in een beschikking als bedoeld in artikel 29 van deze verordening. 2. Als een jeugdige of zijn ouders in aanmerking komt voor een individuele voorziening en deze, maar de ondersteuning met een pgb wenst in te kopen door middel van een pgb, moeten zij dient hij daartoe een budgetplan opstellenin volgens een door het college vastgesteld format. In het budgetplan staatis in ieder geval opgenomen: a. de motivering waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en waarom zij een pgb gewensent is; b. welke jeugdhulp de jeugdige en/of ouder(s) willen inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en hoe wordt geëvalueerd; c. bij welke aanbieder zij de jeugdhulp willen inkopen en hoede voorgenomen uitvoerder van de individuele voorzieningen en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; d. hoeop welke wijze de kwaliteit van de jeugdhulp is gewaarborgd is; e.
wat de kosten voorvan de jeugdhulp zijnuitvoering, uitgedrukt in eenheden en tarief.; f. wie het pgb beheert, hoe deze taken worden uitgevoerd en de motivatie aan de hand van de punten benoemd in artikel 31 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; en g. indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige en/of ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 3. Het pgb heeft geen vrij besteedbaar bedrag. 4. Het pgb mag niet gebruikt worden voor: a. kosten voor bemiddeling; b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie;
6. Het college kan nadere regels stellen over de aan een pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.
d. e. f. g. h. i.
5.
6.
7.
7.
kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; reiskosten van de hulpverlener; bijkomende zorgkosten, zoals cursuskosten of entreegeld. een overlijdensuitkering. kosten die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college; j. kosten voor vervoer als de jeugdige op grond van artikel 11 naar het oordeel van het college niet in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening; en k. kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp, uitgezonderd ggz-behandeling, betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, mits deze persoon: a. meerderjarig is, en b. veilige, doelmatige en cliëntgerichtheid jeugdhulp verleent, die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of zijn ouders, en c. deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de jeugdige of ouders voor hem niet tot overbelasting leidt. Een uitzondering hierop is ggz-behandeling en vaktherapie. Dit kan alleen door een professional worden verleend die niet tot het sociale netwerk van de jeugdige behoort. Onder personen uit het sociaal netwerk wordt verstaan: a. familie van de jeugdige of zijn ouders tot en met bloed –of aanverwantschap in de derde graad; b.
andere betrokkenen bij het gezin, zoals vrienden, buren, studenten, collega’s. Een pgb dient door de jeugdige of zijn ouders binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. Gebeurt dit niet dan wordt het pgb ingetrokken. Het college verstrekt een pgb als: a. de jeugdige en/of ouder(s) dan wel een wettelijk vertegenwoordiger motiveert dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend vinden;
b. uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 18 blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en c. naar het oordeel van het college en met inachtneming van artikel 33 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige en/of ouder(s) dan wel een wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het budgetplan opgenomen beoogde resultaat. 8. Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet als de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag: a. fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; b. betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; c. veroordeeld is tot een gevangenisstraf wegens het plegen van strafbare feiten; of d. op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder. 9. Het college weigert een pgb: a.
als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet van toepassing is; a.b. voor hulp die direct ingezet moet worden (crisishulp); en, c. voor pleegzorg. 11.10. Het college kan nadere regels stellen over de aan een pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen. Artikel 31. Pgb-vaardigheid 1. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen moet de beoogd budgethouder of budgetbeheerder in ieder geval: a. een duidelijk beeld hebben van de hulpvraag; b. op de hoogte zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden;
c. in staat zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; d. voldoende vaardig zijn om in de Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de hulpverleners; e. in staat zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een hulpverlener te kiezen; f. in staat zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; g. in staat zijn om te beoordelen en beargumenteren of de geleverde hulp passend en kwalitatief goed is; h. in staat zijn de inzet van hulpverleners te coördineren, waardoor de hulp ook bij verlof en ziekte door kan gaan; i. in staat zijn om als werk- of opdrachtgever de hulpverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; j. voldoende kennis hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden; en, k. als jeugdhulp geboden wordt door een persoon uit het sociale netwerk: aantonen dat het inzetten van een pgb tot betere en effectievere ondersteuning leidt en doelmatiger is dan een voorziening in natura en formele hulp met een pgb. 2. Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: a.
het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder, tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend; b. 1°. problematische schuldenproblematiek; 2°. ernstige verslavingsproblematiek; 3°. aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; 4°. een aanmerkelijke verstandelijke beperking; 5°. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; 6°. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; 7°. het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; of
Artikel 17. Onderscheid formele en informele hulp 1. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of b. personen die aangemerkt zijn als Zelfstandigen zonder personeel, die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIGregister) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van Jeugdhulp. 2. Indien de hulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is er altijd sprake van informele hulp. 3.
Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 onder a, b of c, is er sprake van informele hulp.
8°. het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag. Artikel 32. Onderscheid formele en informele hulp 1. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: a. personen die werkzaam zijn bij een organisatieinstelling met een aanbod dat past bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of ouder(s) het pgb krijgen. De organsiatie staat die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). De personen , en die beschikken over relevante diploma’’s om de werkzaamheden die nodig zijn uit te voerenvoor uitoefening van de desbetreffende taken, of b. personen die aangemerkt zijn als Zzelfstandigen zonder personeel (zzper) werkzaamheden uitvoeren die passen bij hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of ouder(s) het pgb krijgen. De zzp-er staat voor deze werkzaamheden , die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Ook beschikt de zzp-er, en die beschikken over relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van deze werkzaamheden desbetreffende taken, of c.
personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIGregister) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van Jeugdhulp (SKJregistratie). 2. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in het eerste lid 1 onder a, b of c, gaat het altijd om is er sprake van informele hulp. 3. Indien de hulp geboden wordt door een persoon uit het sociale netwerk van de jeugdige en/of ouder(s)bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is er altijd sprake van informele hulp. Artikel 33. Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb
1. Om de kwaliteit te waarborgen van de met een pgb in te kopen individuele voorziening voldoet de uitvoerder van de jeugdhulp aan de volgende eisen: a. beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet ouder is dan drie maanden bij aanvang van de hulpovereenkomst en gedurende de hulpverlening niet ouder dan drie jaar, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van diens functie. De ouder(s) zijn uitgesloten van deze eis; b. beschikt over de juiste vaardigheden en deskundigheid om verantwoorde hulp te bieden; c. houdt een deugdelijke administratie bij met een registratie van de geleverde hulp; d. is voldoende vaardig om in de Nederlandse taal te communiceren; e. werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd; f. voert de hulp uit in overeenstemming met de beschikking van het college; g. stemt de hulp af op de persoonlijke situatie van de jeugdige en/of ouder(s); h. stemt de hulp af op andere voorzieningen, algemene voorzieningen en individuele voorzieningen waar de jeugdige en/of ouder(s) gebruik van maken; i. respecteert de privacy van de jeugdige en/of ouder(s) en gaat vertrouwelijk om met informatie over de persoonlijke situatie; j. neemt bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling in het huishouden van de jeugdige en/of ouder(s) voor advies of het doen van een melding contact op met Veilig Thuis; k.
meldt calamiteiten en geweldsincidenten bij de verlening van jeugdhulp aan het college; a.l. werkt mee aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het college of daartoe aangewezen derden op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en m. als jeugdhulp geboden wordt door een persoon uit het sociale netwerk: is of raakt door verlening van de jeugdhulp naar het oordeel van het college niet overbelast. 2. Om de kwaliteit te waarborgen van de met een pgb in te kopen individuele voorziening voldoet de uitvoerder van formele jeugdhulp aan de volgende aanvullende eisen: a. handelt in overeenstemming met de professionele standaard; b. werkt op basis van een hulpverleningsplan;
c. werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; d. hanteert de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp; en e. stelt een vertrouwenspersoon in staat zijn taak uit te voeren. 1.3. Het college verstrekt geen pgb voor informele jeugdhulp als, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, formele jeugdhulp noodzakelijk is. Artikel 18. Hoogte pgb Artikel 34. Hoogte pgb 1. Het pgb voor formele hulp bedraagt ten hoogste het tarief voor de meest 1. De hoogte van hHet pgb voor formele hulp bedraagt 75% vanten hoogste het goedkoop adequate individuele voorziening van zorg in natura. tarief voor gecontracteerde jeugdhulpde meest goedkoop adequate 2. In afwijking van het eerste lid kan het college een hoger pgb toekennen individuele voorziening van zorg in natura, tenzij op basis van het door de wanneer het hier genoemde tarief niet toereikend is om de bij de hulpvraag jeugdige en/of ouder(s) ingediende budgetplan passende en toereikende passende jeugdhulp in te kopen. Het tarief wordt dan zodanig aangepast dat jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. hiermee bij tenminste één jeugdhulpaanbieder de passende hulp kan worden 2. Als het op basisIn afwijking van het eerste lid vastgestelde kan het college een ingekocht.
hoger pgb in een individueel geval onvoldoende toekennen wanneer het hier 3. De hoogte van het pgb voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit genoemde tarief niet toereikend is om de bij de hulpvraag passende jeugdhulp verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en in te kopen, wordt. hHet tarief wordt dan zodanig aangepast dat hiermee bij verzekeringen. De volgende kosten zijn in ieder geval uitgesloten voor tenminste één jeugdhulpaanbieder de passende hulp kan worden ingekocht. vergoeding vanuit een pgb: 2. De hoogte van het pgb voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit a. kosten voor bemiddeling verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers verzekeringen. De volgende kosten zijn in ieder geval uitgesloten voor c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie vergoeding vanuit een pgb: d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb b. kosten voor bemiddeling e. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering c. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers f. reiskosten van de hulpverlener. d. kosten voor het voeren van een pgb-administratie g. bijkomende zorgkosten, zoals cursuskosten of entreegeld. e. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb h. overlijdensuitkering. f.
kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering 4. De hoogte van een pgb voor informele hulp bedraagt: g. reiskosten van de hulpverlener. a. voor huishoudelijke hulp (hier moet persoonlijke verzorging staan) het h. bijkomende zorgkosten, zoals cursuskosten of entreegeld. uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de i.a. overlijdensuitkering. voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen 3. De hoogte van een pgb voor informele hulp bedraagt: en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de a. voor huishoudelijke hulp het uurloon van de hoogste periodiek behorende verlofuren. bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao b. voor begeleiding het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 5. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de hoogte van de tarieven.
Artikel 19. Kwaliteitseisen 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt;
b. voor begeleiding het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 3. De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij het bestaan van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht gelijk aan het dan geldende minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. 4. Het maximale pgb-tarief per uur, dagdeel of etmaal wordt vastgesteld op de dag van de toekenning en blijft gedurende de looptijd van de toekenning ongewijzigd, met uitzondering van eventuele indexaties van de bedragen. 5. Als de kosten voor de jeugdhulp hoger zijn dan het vastgestelde pgb-tarief, betaalt de jeugdige en/of ouders, dan wel de wettelijke vertegenwoordiger zelf het verschil. 6. Als de jeugdhulp mogelijk is tegen een lager tarief dan de geldende pgbtarieven op basis van lid 1 en 2 van dit artikel, kent het college dit lagere tarief toe. In het besluit wordt opgenomen dat het tarief op verzoek van de jeugdige en/of ouders, dan wel de wettelijke vertegenwoordiger is vastgesteld. 7.
Bij jeugdhulp die wordt verleend op basis van een verklaring als bedoeld in artikel 8ab, eerste lid, van de Regeling Jeugdwet bedraagt het pgb: a. de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociale netwerk zoals opgenomen in artikel 8ab, eerste lid, van de Regeling Jeugdwet, tenzij op basis van het budgetplan kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming; en/of b. de tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten zoals bedoeld in artikel 8ab, eerste lid, van de Regeling Jeugdwet. De tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de door het college vastgestelde vergoedingenlijst die waar mogelijk gebaseerd is op richtbedragen van het Nibud. 6.8. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de hoogte van de tarievenHet college maakt minimaal één keer per jaar de tarieven bekend. . Artikel 35. Kwaliteitseisen individuele voorziening in natura (gecontracteerde aanbieders) 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:
Artikel 20. Privacy en gegevensverwerking 1. Het college verwerkt uitsluitend persoonsgegevens van een jeugdige of ouders, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de wet. 2. Het college legt de afspraken over het verwerken van persoonsgegevens vast in een protocol.
a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. 2. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen. 2. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op aanbieders van zorg in natura en aanbieders van met pgb ingekochte formele hulp. 2. Het college is te allen tijde bevoegd om (de uitvoering van) het budgetplan te evalueren. 5. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Artikel 36. Privacy en gegevensverwerking 1. Het college verwerkt uitsluitend persoonsgegevens van een jeugdige of ouders, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de wet. 2.
Het college legt de afspraken over het verwerken van persoonsgegevens vast in een protocol.
Artikel 21. Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Artikel 37. Klachtregeling Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van de jeugdige en/of ouder(s) dan wel een wettelijk vertegenwoordiger die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening. Artikel 38. Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
2. 3. 4. 5.
b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op aanbieders van zorg in natura en aanbieders van met pgb ingekochte formele hulp. Het college is te allen tijde bevoegd om (de uitvoering van) het budgetplan te evalueren. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel.
1. De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding bij het vaststellen van de tarieven voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering door: a. een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder; of a.b. een reële prijs vast te stellen. Die prijs geldt dan als ondergrens voor een inschrijving op een aanbesteding en het aangaan van een overeenkomst met de aanbieder. 1.2. De gemeenteHet college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten, zoals huisvestingskosten; c.d. kosten van beroepskrachten cliëntgebonden, zoals kosten voor het opmaken van rapportages en het volgen van multidisciplinair overleg; d.e. kosten van beroepskrachten niet-cliëntgebonden, zoals een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; f. kosten voor bijscholing van het personeel; g.
cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten, bijvoorbeeld kosten van verblijf of voedingskosten; h. kosten van indexering. 3. De gemeente houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven voor door derden te leveren algemene voorzieningen, in ieder geval rekening met: a. de marktprijs van de voorziening; en b. de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de aanbieder worden gevraagd, zoals verplichte deelname aan samenwerkingsverbanden. 2.4. Het eerste, tweede en derde lid gelden ook voor subsidies als deze worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan de jeugdige en/of
ouder(s) en de subsidie bedoeld is om de te verrichten diensten volledig te betalen. 3.5. Het college bedingt bij de door hen gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het tweede lid. Artikel 22. Voorkoming en bestrijding van ten onrechte ontvangen Artikel 39. Herziening, intrekking, beëindiging, wijziging en individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van terugvorderingVoorkoming en bestrijding van ten onrechte ontvangen de wet individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik 1. Het college informeert de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk van de wet vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten 1.Het college informeert de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk die aan het ontvangen van een individuele voorziening of pgb zijn verbonden vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
die aan het ontvangen van een individuele voorziening of pgb zijn verbonden 2. Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het 1. De jeugdige en/of ouders gene aan wie het college krachtens deze verordening college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hen een individuele voorziening heeftis verstrekt, is verplicht op verzoek of redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot onverwijld uit eigen beweging aan zo snel mogelijk het college te informeren heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. over veranderingen in hun situatie die tot eenmededeling te doen van feiten 3. Het college kan een besluit, aangaande een individuele voorziening of pgb en omstandigheden waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit kunnen leidenissing a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben aangaande een individuele voorziening. verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een 2.
Het college kan een besluit, aangaande een individuele voorziening (natura of andere beslissing zou hebben geleid, of pgb) beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college één van deze b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of gronden vaststelt dat: pgb zijn aangewezen, of a. de jeugdige en/of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben c. de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten, verstrekt en het college met de verstrekking van juiste of volledige of gegevens tot een andere beslissing had genomen;zou hebben geleid, d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de of individuele voorziening of het pgb, of b. de jeugdige en/of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen;, of samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet waarvoor het is bestemd. meer passendtoereikend is; te achten, of
4. Als het college een besluit op grond van het tweede en/of derde lid heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten individuele voorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb. Artikel 23. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. Artikel 24. Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de Jeugdwet. 2. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als de jeugdige of ouder langer dan een door het college vastgestelde periode verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. 3.
Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid.
d. de jeugdige en/of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb;, of e. de jeugdige en/of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3. Als het college een besluit op grond van het tweede en/of derde lid heeft herzien of ingetrokken, kan hHet college kan de kosten voor de verstrektegeldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten individuele voorziening waar de jeugdige en/of ouder(s) geen recht op hadden voor een deel of helemaal terugvorderen als de voorziening is ingetrokken op grond van het tweede lid onder aof het teveel of ten onrechte genoten pgb. Artikel XX. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. Artikel 40. Opschorting betaling uit het pgb 1.
Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de Jeugdwet. 2. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als de jeugdige of ouder die jeugdhulp ontvangt langer dan een acht weken door het college vastgestelde periode verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. 3. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid. Artikel 41. Niet meewerken jeugdige en/of ouder(s)
1. De jeugdige en/of ouder(s) zijn verplicht om, binnen de eigen mogelijkheden, mee te werken aan het onderzoek gericht op besluitvorming over en de doelmatige inzet van jeugdhulp. 2. Als de jeugdige en/of ouder(s) naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerken, kan de omvang van de benodigde jeugdhulp niet worden vastgesteld of is de jeugdhulp niet effectief en kan door het college worden besloten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken.
Artikel 25. Definities 1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. algemeen gebruikelijk: diensten of middelen die niet speciaal zijn bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar zijn en niet of niet veel duurder zijn dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen en gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau; b. algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; c. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wmo 2015;
Artikel 42. Overige maatregelen ter voorkoming van oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik 1. Het college maakt met de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties. 1.2. Het college maakt met de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over het monitoren van de gemiddelde trajectduur tijdens de looptijd van een contract. 2.3. Het college draagt zorg voor een meldpunt waar signalen over oneigenlijk gebruik en fraude kunnen worden gemeld in het kader van uitvoering van de wet. Artikel 43. Definities 1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. algemeen gebruikelijk: diensten of middelen die niet speciaal zijn bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar zijn en niet of niet veel duurder zijn dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen en gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau; b.
algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; c. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wmo 2015;
d. bijdrage: een bijdrage van een cliënt in de kosten van een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget; e. budgethouder: de persoon die een pgb ontvangt op grond van de Wmo 2015; f. budgetplan: pgb-plan als bedoeld in artikel 34 van deze verordening. g. cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. h. hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft; i. ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Vlissingen; j. melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet; k. ondersteuningsplan: document dat samen met de cliënt, zijn gemachtigde of wettelijk vertegenwoordiger wordt opgesteld waarin de belemmeringen beschreven staan en de manier waarop de belemmeringen aangepakt gaan worden; l. persoonlijk plan: plan als bedoeld in artikel 2.3.2 Wmo 2015; m. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015; n.
sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; o. Uitvoeringsbesluit: het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 p. wet: Wmo 2015 q. woonvoorziening: bouwkundige of niet-bouwkundige maatwerkvoorziening in de woning van een cliënt, waardoor de cliënt in zijn woning kan blijven wonen r. financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, dat een inwoner van Vlissingen krijgt als niet kostendekkende (forfaitaire) tegemoetkoming in de kosten die gemaakt worden om een geïndiceerde voorziening aan te schaffen of hulp te organiseren, zoals een verhuiskostenvergoeding. 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet, het
d. bijdrage: een bijdrage van een cliënt in de kosten van een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget; d.e. budgetbeheerder (pgb-vertegenwoordiger): een persoon uit het sociale netwerk of een mentor, bewindvoerder, curator of gemachtigde die voor de budgethouder de taken verbonden aan een pgb uitvoert; e.f. budgethouder: de persoon die een pgb ontvangt op grond van de Wmo 2015; f.g. budgetplan: pgb-plan als bedoeld in artikel 55 lid 2 van deze verordening. g.h. cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. h.i. financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, dat een inwoner van Vlissingen krijgt als niet kostendekkende (forfaitaire) tegemoetkoming in de kosten die gemaakt worden om een geïndiceerde voorziening aan te schaffen of hulp te organiseren, zoals een verhuiskostenvergoeding. i.j. hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft; j.k. ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Vlissingen; k.l.
melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet; l.m. ondersteuningsplan: een plan waarin de ondersteuningsbehoefte van de cliënt is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken. Ook staan hierin de bijdragen die het college, de cliënt en het sociale netwerk hieraan kunnen leveren document dat samen met de cliënt, zijn gemachtigde of wettelijk vertegenwoordiger wordt opgesteld waarin de belemmeringen beschreven staan en de manier waarop de belemmeringen aangepakt gaan worden; m.n. persoonlijk plan: plan als bedoeld in artikel 2.3.2 Wmo 2015; n.o. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015; p. sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt;
Uitvoeringsbesluit, de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 26. Jaarlijkse waardering mantelzorgers Het college stelt bij besluit regels op over welke wijze zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente. Artikel 27. Melding en onderzoek 1. Een hulpvraag kan door of namens de cliënt vormvrij bij het college worden gemeld. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de melding per mail of brief. 3. Het college onderzoekt met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. welke belemmeringen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie; c. welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de cliënt om voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. d. de mogelijkheden om op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen of andere voorzieningen zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen en opvang. 4.
De factoren genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid van de Wmo, maken in elk geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek.
o.q. sociale basis: vrij toegankelijke formele en informele activiteiten, voorzieningen en diensten, gericht op ontmoeting, ondersteuning en ontplooiing, die het welzijn, de zelfredzaamheid en de participatie van inwoners bevordert; p.r. Uitvoeringsbesluit: het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 q.s. wet: Wmo 2015 r.t. woonvoorziening: bouwkundige of niet-bouwkundige maatwerkvoorziening in de woning van een cliënt, waardoor de cliënt in zijn woning kan blijven wonen 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit, de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 44. Jaarlijkse waardering mantelzorgers Het college stelt bij besluit nadere regels op over de welke wijze waarop zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente. Artikel 45. Melding en onderzoek 1. Een hulpvraag kan door of namens de cliënt vormvrij bij het college worden gemeld. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de melding per mail of brief. 3. Het college onderzoekt met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding: a.
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. welke belemmeringen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie; c. welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de cliënt om voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; d. de mogelijkheden om op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen, of andere voorzieningen en/of mogelijkheden vanuit de sociale basis, zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen en opvang.
5. Als de cliënt een persoonlijk plan heeft opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek. 6. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding zo spoedig mogelijk een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek als bedoeld in lid 3. 7. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen. 8. De cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger verschaft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 9. De cliënt is verplicht om medewerking te verlenen aan het college voor de uitvoering van de wet, waaronder tevens wordt verstaan het verlenen van medewerking aan een onderzoek door een of meerdere deskundigen als het college dit noodzakelijk acht voor de uitvoering van deze wet. 10. Op basis van het onderzoek wordt een verslag gemaakt, in het format van het ondersteuningsplan. 11. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.
Artikel 28. Aanvraag 1. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. 2. Een door de cliënt ondertekend ondersteuningsplan kan ook als aanvraag dienen. 3. Als een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger de voorziening zelf wenst in te kopen met een pgb, moet hij daarvoor een budgetplan indienen zoals bedoeld in artikel 34. Artikel 29. Voorwaarden en weigeringsgronden voor een maatwerkvoorziening 1. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate beschikbare voorziening. 2. De maatwerkvoorziening wordt slechts verstrekt indien deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt. 3. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
4. De factoren genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid van de Wmo, maken in elk geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek. 5. Als de cliënt een persoonlijk plan heeft opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek. 6. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding zo spoedig mogelijk een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek als bedoeld in lid 3. 7. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen. 7. De cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger verschaft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt is verplicht om medewerking te verlenen aan het college voor de uitvoering van de wet, waaronder tevens wordt verstaan het verlenen van medewerking aan een onderzoek door een of meerdere deskundigen als het college dit noodzakelijk acht voor de uitvoering van deze wet. 8. Het college legt de uitkomstenOp basis van het onderzoek vast wordt een verslag gemaakt, in het format van het een ondersteuningsplan. De cliënt kan hierop reageren met een zienswijze. 9. Het college kan nadere regels vaststellen overmet betrekking tot de inhoud van en de manierwijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd. Artikel 46.
Aanvraag 1. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. 2. Een door de cliënt ondertekend ondersteuningsplan kan ook als aanvraag dienen. 3. Als een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger de voorziening zelf wenst in te kopen met een pgb, moet hij daarvoor een budgetplan indienen zoals bedoeld in artikel 55 lid 2. Artikel 47. Voorwaarden en weigeringsgronden voor een maatwerkvoorziening 1. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate beschikbare voorziening. 2. De maatwerkvoorziening wordt slechts verstrekt indien deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt. 3. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
a. als de cliënt de problemen kan verminderen of wegnemen door gebruik te a. als de cliënt de problemen kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met maken van eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen; zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene b. als voor de belemmeringen die aanleiding geven voor de noodzaak tot voorzieningen en/of mogelijkheden vanuit de sociale basis; ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke b. als voor de belemmeringen die aanleiding geven voor de noodzaak tot bepaling bestaat; ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke c. als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd bepaling bestaat; of geaccepteerd, tenzij sprake is van een acute noodsituatie waardoor het c. als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; of geaccepteerd, tenzij naar het oordeel van het college sprake is van een d.
als de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor de voorziening te treffen; schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van d. als de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór de datum van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; het besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor e. als de gevraagde voorziening al eerder aan de cliënt is verstrekt op grond schriftelijk toestemming heeft gegeven ofen de noodzaak en passendheid van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; voorziening nog niet verstreken is. Tenzij de voorziening verloren is gegaan e. als de gevraagde voorziening al eerder aan de cliënt is verstrekt op grond door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of de cliënt van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of voorziening nog niet verstreken is. Tenzij de voorziening verloren is gegaan gedeeltelijk vergoedt; door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of de cliënt f.