CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3 rvs Vaststelling bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen bijlage 4b regels

Commissie Ruimte 8 juni 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve13.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Indien door de bouw, de situering dan wel de hoogte van een met de gevraagde afwijking beoogd bouwwerk schade wordt of kan worden toegebracht aan de bedrijfsveiligheid van de hoogspanningsverbinding, wordt de afwijking niet verleend. 12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en/of rooien van beplantingen en bomen; b. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen, parkeerplaatsen en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van maaiveld- of weghoogte niveau door ontgronding, ophoging of andere graafwerkzaamheden; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) sloten, vijvers en andere wateren, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; f. het aanleggen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van deze bestemming. g. het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen. h. het aanleggen van zonneparken.

147/180

12.4.2 Uitzonderingen Het verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden, die: a. verband houden met de aanleg en aanpassing van de hoogspanningsverbinding en de daarbij behorende voorzieningen; b. het normale onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding en de belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) en dubbelbestemming(en) betreffen; c. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. mogen worden uitgevoerd op grond van een verleende vergunning. 12.4.3 Procedure a. De omgevingsvergunning kan worden verleend, indien de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid, betrouwbaarheid en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsverbinding. b. De omgevingsvergunning kan niet eerder worden verleend dan nadat de netbeheerder schriftelijk advies heeft uitgebracht. 12.5 Wijzigingsbevoegdheid Bevoegd gezag kan het plan wijzigen ten behoeve van het doen vervallen van de bestemming Leiding Hoogspanningsverbinding, indien de leiding buiten gebruik wordt gesteld dan wel verwijderd na verkregen schriftelijke toestemming van de netbeheerder van de hoogspanningsverbinding.

148/180

Artikel 13

Leiding - Riool

13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een strook ten behoeve van een rioolleiding. 13.2 Bouwregels 13.2.1 Bebouwing a. uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken ten hoogste 5 m en de oppervlakte ten hoogste 50 m² mag bedragen; b. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) en dubbelbestemming(en) mag, met inachtneming van de bij deze bestemming(en) en dubbelbestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 13.3 Afwijken van de bouwregels 13.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. sublid 13.2.1, onder a, tot ten hoogste 10 meter en een oppervlakte van 100 m² per bestemmingsvlak; b. sublid 10.2.1, onder b, met inachtneming van de bouwregels, die voor de betrokken bestemming(en) en dubbelbestemming(en) gelden en het belang van de leidingstrook niet onevenredig wordt geschaad. c.

voorafgaand aan het besluit tot afwijking wordt advies ingewonnen bij de beheerder van de leiding. 13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de rioolleiding en binnen een afstand van 5 m aan weerszijden van de hartleiding van de leiding de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden of andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de doeleindenomschrijving staat aangegeven en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 50 cm. 13.4.2 Uitzonderingen Het verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden, die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan, waarvoor afwijking is verleend, als bedoeld in lid 13.3; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. mogen worden uitgevoerd op grond van een verleende vergunning.

149/180

13.4.3 Advisering over de omgevingsvergunning Alvorens te beslissen op een aanvraag als bedoeld in sublid 13.4.1 wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de beheerder van de leiding in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding. 13.5 Wijzigingsbevoegdheid Bevoegd gezag kan het plan wijzigen ten behoeve van het doen vervallen van de bestemming Leiding - Riool, indien de leiding buiten gebruik wordt gesteld dan wel wordt verwijderd.

150/180

Artikel 14

Waarde - Archeologie 1

14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 14.2 Bouwregels 14.2.1 Bebouwing Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; b. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) en dubbelbestemming(en) mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) en dubbelbestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologisch deskundige, waaruit blijkt, dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; 2. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarden van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 3.

de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder 2 genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologisch deskundige; 4. het hiervoor bepaalde is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:  vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;  een bouwwerk, dat op basis van bijlage 4 is toegestaan.

151/180

14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.3.1 Verbod Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen, aanleggen van drainage en het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere waterpartijen; b. het ophogen van gronden met meer dan 2 m; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen maatregel van het bevoegde waterschap betreft; d. het planten of rooien van bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; e. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; g. het omzetten van grasland in bouwland. 14.3.2 Uitzonderingen Het verbod in sublid 14.3.1 is niet van toepassing, indien: a. de werken en werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan, waarbij lid 14.2 in acht is genomen; b. de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c.

de werken of werkzaamheden ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; d. de werken of werkzaamheden tot de normale beheers- en onderhoudswerkzaamheden worden gerekend; e. de werken of werkzaamheden betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen die op basis van de voorwaarden opgenomen in bijlage 4 zijn toegestaan; f. het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologisch deskundige, dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 14.3.1 nodig is. 14.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in sublid 14.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waarin wordt aangetoond, dat de archeologische waarden van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.

152/180

14.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 14.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning te slopen. 14.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in sublid 14.4.1 is niet van toepassing, indien: a. de sloopwerkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan, waarbij het bepaalde in lid 14.2 in acht is genomen; b. de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; c. de werken of werkzaamheden tot de normale beheers- en onderhoudswerkzaamheden worden gerekend; d. de sloopwerkzaamheden die op basis van de voorwaarden opgenomen in bijlage 4 zijn toegestaan; e. het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologisch deskundige, dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.4 nodig is. 14.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in sublid 14.4.1, kan slechts worden verleend, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waarin wordt aangetoond, dat de archeologische waarden van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld: 1.

de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.

153/180

Artikel 15

Waarde - Archeologie 2

15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 15.2 Bouwregels 15.2.1 Bebouwing Voor het bouwen gelden de volgende regels: b. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; c. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) en dubbelbestemming(en) mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) en dubbelbestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologisch deskundige, waaruit blijkt, dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; 2. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarden van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 3.

de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder 2 genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologisch deskundige; 4. het hiervoor bepaalde is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:  vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;  een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²;  een bouwwerk dat niet dieper wordt gebouwd dan 40 cm.

154/180

15.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.3.1 Verbod Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 40 cm beneden het maaiveld, waartoe in ieder geval worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, grootschalig egaliseren en ontginnen, het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere waterpartijen; b. het ophogen van gronden met meer dan 2 m; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen maatregel van het bevoegde waterschap betreft; d. het planten of rooien van bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; e. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen, en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; g. het omzetten van grasland in bouwland. 15.3.2 Uitzonderingen Het verbod, zoals bedoeld in sublid 15.3.1, is niet van toepassing, indien: a. de werken en werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan, waarbij lid 15.2 in acht is genomen; b.

de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. de werken of werkzaamheden ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; d. de werken of werkzaamheden tot de normale beheers- en onderhoudswerkzaamheden worden gerekend; e. de werken of werkzaamheden betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; f. de werken of werkzaamheden betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een diepte van ten hoogste 40 cm onder het maaiveld; g. het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologisch deskundige, dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen aanlegvergunning als bedoeld in sublid 15.3.1 nodig is. 15.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in sublid 15.3.1, kan slechts worden verleend, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waarin wordt aangetoond, dat de archeologische waarden van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2.

het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.

155/180

15.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 15.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag te slopen. 15.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in sublid 15.4.1 is niet van toepassing, indien: a. de sloopwerkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan, waarbij het bepaalde in lid 15.2 in acht is genomen; b. de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; c. de diepste, waar bodemverstoringen door de sloopwerkzaamheden plaatsvinden ten hoogste 40 cm beneden het maaiveld bedraagt; d. de oppervlakte, waar bodemverstoringen door de sloopwerkzaamheden plaatsvinden ten hoogste 500 m² bedraagt; e. het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologisch deskundige, dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 15.4.1 nodig is. 15.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in sublid 15.4.1, kan slechts worden verleend, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waarin wordt aangetoond, dat de archeologische waarden van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b.

de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.

156/180

Artikel 16

Waterstaat

16.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waterstaat aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor: a. de beschermingszone van een primaire waterkering; b. de waterberging of waterloop met een waterhuishoudkundige of waterstaatkundige functie; c. voet- en fietspaden; d. andere voorzieningen dan genoemd onder a en b met een waterstaatkundige functie; e. nutsvoorzieningen; f. wiekoverslag van windturbines. 16.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en nutsvoorzieningen mogen worden gebouwd, met dien verstande, dat de bouwhoogte ten hoogste 5 m en de oppervlakte ten hoogste 50 m² bedraagt; b. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) en dubbelbestemming(en) mag, met inachtneming van de bij deze bestemming(en) en dubbelbestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken. 16.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting van het ruimtelijk en stedenbouwkundig beeld plaatsvindt, afwijking verlenen van: a. het bepaalde in sublid 16.2, onder a, tot ten hoogste 10 m en een oppervlakte van 100 m² per bestemmingsvlak; b.

het bepaalde in sublid 16.2, onder b, ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) en het belang van de waterstaat niet onevenredig wordt geschaad. c. voorafgaand aan het besluit tot afwijking wordt advies ingewonnen bij de beheerder van de waterkering of de waterloop of -weg. 16.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik geldt de volgende regel: 1. de opslag en bewerking van explosiegevaarlijk materiaal is niet toegestaan. 16.5 Afwijken van de gebruiksregels Van het bepaalde in lid 16.4, onder 1, mag worden afgeweken, indien voor de opslag en het bewerken van explosiegevaarlijk materiaal een watervergunning is verleend door het bevoegd gezag.

157/180

158/180

Hoofdstuk 3 Artikel 17

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond, die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan, waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

159/180

Artikel 18

Algemene bouwregels

18.1 Bestaande afstanden en andere maten Afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen, of tot stand kunnen komen, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 18.2 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten a. Voor een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande maten afwijken van de maatvoeringsregels in de bouwregels van de desbetreffende bestemming, gelden die afwijkende maten als regels voor de maatvoering, met dien verstande dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. Ingeval van herbouw is lid a, onder 1 en 2, uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; c. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken niet van toepassing.

18.3 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen mogen, in afwijking van deze regels, worden overschreden door tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, erkers, balkons, entreeportalen, veranda's alsmede andere ondergeschikte bouwdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt.

160/180

Artikel 19

Algemene aanduidingsregels

19.1 Vrijwaringszone - weg Binnen de op de verbeelding voor 'Vrijwaringszone - weg' aangeduide gronden, is het bouwen van gebouwen uitsluitend toegestaan met instemming van Waterschap Scheldestromen. 19.2 Vrijwaringszone - dijk 19.2.1 Aanduidingsomschrijving In aanvulling op het bepaalde in deze regels geldt voor de gronden binnen de op de verbeelding aangegeven gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk', dat de opslag en bewerking van explosiegevaarlijk materiaal niet is toegestaan. 19.2.2 Afwijkingsbevoegdheid Van het bepaalde in lid 19.2.1 mag worden afgeweken, indien voor de opslag en het bewerken van explosiegevaarlijk materiaal een watervergunning is verleend door het bevoegd gezag. 19.3 Geluidszone - industrie 19.3.1 Beperkingen In aanvulling op het bepaalde in deze regels geldt voor de gronden binnen de op de verbeelding aangegeven gebiedsaanduiding 'geluidszone - industrie', dat het bouwen van nieuwe gebouwen met een geluidsgevoelige bestemming uitsluitend is toegestaan, indien is gebleken, dat de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van de gebouwen met deze geluidsgevoelige bestemmingen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde.

161/180

Artikel 20

Algemene afwijkingsregels

20.1 Afwijkingsbevoegdheid 20.1.1 Geringe afwijkingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. het afwijken van de in deze regels voorgeschreven breedte- en dieptematen, oppervlakten, afmetingen en bebouwingspercentages en/of de uitkomst daarvan, met uitzondering van de hoogteregels, tot ten hoogste 10%; b. het afwijken tot ten hoogste 10 m in de plaats, richting of afmetingen van bouwgrenzen ten behoeve van: 1. een geringe aanpassing van het tracé of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid of de verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft; 2. een ruimtelijk. landschappelijk of technisch beter verantwoorde situering van bouwwerken; 3. een aanpassing van de bij uitmeting van een terrein blijkende werkelijke toestand.

162/180

Artikel 21

Algemene wijzigingsregels

21.1 Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen: 21.1.1 Geheel of gedeeltelijk verwijderen archeologische bestemming a. ten behoeve van het geheel of gedeeltelijk verwijderen van het bestemmingsvlak met de bestemming 'Waarde Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2', met inachtneming van de volgende regels: 1. uit archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. op grond van archeologisch onderzoek wordt het niet meer noodzakelijk geacht, dat het inpassingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet; 3. alvorens omtrent de vaststelling van een wijziging te beslissen, wint het bevoegd gezag advies in bij de archeologisch deskundige. 21.1.2 Wijzigingen vorm bestemmingsvlak archeologische bestemming a. ten behoeve van het wijzigen van het bestemmingsvlak met de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2', met inachtneming van de volgende regels: 1. wijziging is op grond van archeologisch onderzoek noodzakelijk of gewenst met het oog op de bescherming of de veiligstelling van de ter plaatse aanwezige waarden; 2. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; 3.

alvorens omtrent de vaststelling van een wijziging te beslissen, wint het bevoegd gezag advies in bij de archeologisch deskundige.

163/180

Artikel 22

Algemene gebruiksregels

22.1 Voorwaardelijke verplichting stikstof 1. Aanleg en gebruik van het plangebied overeenkomstig de bestemmingen Maatschappelijk, Gemengd Stadslandgoed en Bedrijf is slechts toegestaan indien en voor zover de volgende bestaande stikstofemissies daadwerkelijk zijn en blijven beëindigd: a. 216,3 kg stikstofemissie, samenhangend met de in bijlage 6 genoemde aantallen dierplaatsen ter plaatse van het agrarisch bedrijf op het adres Boudewijnskerke 5, 4374 te Zoutelande, waarbij de stalinrichting voor de te verwijderen dieren fysiek en blijvend zal worden verwijderd en de volgende toestemmingen voor de betreffende stikstofdepositie onherroepelijk zijn en blijven ingetrokken:  de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere op 7 juli 2020 (kenmerk: W-ABG190645/ 00234478) verleende omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 aanhef en onder i van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht jo. artikel 2.2a eerste lid, onder d en artikel 2.2aa onder a van het Besluit omgevingsrecht voor de activiteit het houden van dieren;  de melding op grond van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit milieubeheer die door de varkenshouderij is ingediend op 10 december 2019, met het kenmerk M-ACT190045; en b.

22,2 kg stikstofemissie samenhangend met de bemesting, overeenkomstig het gebruik ten tijde van vaststelling van bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen, van de kadastrale percelen Gemeente Vlissingen, K 1072 Gemeente Vlissingen K 818, Gemeente Vlissingen K812, Gemeente Vlissingen K813, Gemeente Vlissingen K811, Gemeente Vlissingen K867 en/of Gemeente Vlissingen, K 868 of gedeelten hiervan. 22.2 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken, waarbij niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is opgenomen in de 'Beleidsnota parkeernormering Vlissingen' en diens rechtsopvolger(s). 22.3 Voorwaardelijke verplichting parkeren Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de bestemming van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag is aangetoond, dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is opgenomen in de 'Beleidsnota parkeernormering Vlissingen' en diens rechtsopvolger(s). 22.4 Afwijken Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2 22.3 en toestaan dat: a.

parkeergelegenheid niet op eigen terrein bij de ontwikkeling, waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd, wordt gerealiseerd, mits voldaan wordt aan de in de 'Beleidsnota parkeernormering' en diens rechtsopvolger(s) gestelde voorwaarden; b. wordt afgeweken van de toe te passen parkeernormering, mits voldaan wordt aan de in de 'Beleidsnota parkeernormering Vlissingen' en diens rechtsopvolger(s) gestelde voorwaarden.

164/180

Hoofdstuk 4 Artikel 23

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

23.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt. a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 23.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

165/180

Artikel 24

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen' van de gemeente Vlissingen.

166/180

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12799979/1