CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3 Rvs reactie artikel 12 rapport 2020 bijlage 1 rapport

Commissie Ruimte 25 november 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Reactie artikel artikel 12 rapport 202051.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Ook op het vlak van werk & inkomen wordt een onafhankelijke, integrale toegang sociaal domein in de gemeentelijke organisatie ingericht, waarin ook de (toegangs-)taken tot werk/reintegratie, (bijstands-)uitkeringen, schuldhulpverlening, minimaregelingen en activiteiten gericht op maatschappelijke dienstverlening worden belegd. Zo kan een inwoner met al zijn ondersteuningsvragen in het sociaal domein en werk & inkomen terecht bij één toegangsorganisatie. • SW-infrastructuur. Om het rendement te verbeteren en de loonwaarde te verhogen wordt het bedrijfsconcept van het Werkleerbedrijf aangepast en de SW-infrastructuur versneld afgebouwd via transformatie van een productiegerichte omgeving naar een omgeving gericht op zoveel als mogelijk uitstroom/detacheren van de SW- en PW-doelgroep. Onrendabele werksoorten worden gestopt of afgestoten. • Re-integratiebudget. Door een gerichte sturing op en monitoring van (lokale) doelstellingen en inzet van middelen en instrumenten (o.b.v. werkladder) wordt het re-integratiebudget gericht en adequaat ingezet. Taakstelling In de quick scan wordt geconstateerd dat de volgende bezuinigingen voor Orionis mogelijk zijn: • Bij Orionis Walcheren een gemiddelde loonwaarde geconstateerd van slechts 12% bij het SW-bedrijf (% van het wettelijk minimumloon).

Door voor de korte/middellange termijn op de bestaande infrastructuur toe te groeien naar het branchegemiddelde van een gemiddelde loonwaarde van 26% kan een structurele besparing worden gerealiseerd van circa € 2 miljoen. Volgens het

92

•

•

onderzoeksbureau is dit streven een eerste stap naar een toekomstbestendige situatie. De doelstelling zou daarvoor gesteld moeten worden op het realiseren van een loonwaarde van gemiddeld 50%, hetgeen op de wat langere termijn een structurele efficiencyverbetering oplevert van circa € 5 miljoen. Er is nog geen sprake van een integrale benadering van de doelgroep van de Participatiewet. Door de doelgroep in de Participatiewet integraal te benaderen en meer te sturen op het realiseren van loonwaarde zijn nog verdere besparingen mogelijk. Enerzijds door ervoor te zorgen dat de direct bemiddelbare doelgroep op eigen kracht en tenminste binnen een jaar de uitkering weer verlaat en anderzijds door te sturen op het realiseren van loonwaarde bij de overige doelgroepen via het instrument loonkostensubsidie. Met een potentiële besparing van circa € 1 miljoen structureel. Via rendementsverbetering op de bestaande werksoorten zou nog eens circa € 2 miljoen haalbaar moeten zijn.

In totaal dus een bezuiniging van € 8 miljoen voor Orionis als geheel. Op basis hiervan en vooruitlopend op het verdiepend onderzoek wordt met betrekking tot Orionis een te realiseren taakstelling ingeboekt oplopend tot € 1,4 miljoen structureel vanaf 2024 als aandeel van Vlissingen in de mogelijke bezuinigingen bij Orionis. Hierbij is rekening gehouden met de reeds gerealiseerde voordelen in de jaarrekening 2020 Orionis en eerste begrotingswijziging 2021 Orionis, inclusief meerjarenraming 2022-2024 (zie tabel 5.3, paragraaf 5.4). Verdiepend onderzoek Orionis Via een verdiepend onderzoek moeten op basis van de conclusies en aanbevelingen uit de quick scan van Adlasz concrete maatregelen worden geformuleerd zodat de bovenstaande bezuinigingen zo veel als mogelijk maximaal worden gerealiseerd. Uitgangspunten hierbij zijn: • De onderzoeksvragen dienen een duidelijk zichtbare relatie met de conclusies en aanbevelingen uit de quick scan te hebben. • Het verdiepend onderzoek is niet bedoeld als second opinion voor de quick scan van Adlasz en om de in de quick scan genoemde bezuinigingen onderuit te halen. • Het verdiepend onderzoek is vooral bedoeld om op basis van de conclusies en aanbevelingen uit de quick scan te komen tot concrete maatregelen om de bezuinigingen zoals genoemd in de quick scan zo veel als mogelijk te realiseren.

Het verdiepende onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoeksbureau KplusV. Het onderzoek van KplusV richt zich op: • inhoudelijk (beleidsmatig), financieel, personeel en organisatorisch vlak, • breed bekeken in relatie tot het speelveld waarin het Werkleerbedrijf zich bevindt, • gericht op het vinden van het beoogd verbeterpotentieel. De opdrachtformulering is: 1. Objectieve bepaling ten behoeve van de ontwikkeling van medewerkers richting mogelijkheden detachering waardoor hogere loonwaarde kan ontstaan; 2. Toetsing van de arbeidsmarktregio op het gebied van absorptievermogen van de doelgroep en potentiële opdrachtgevers voor het werkleerbedrijf; 3. Mogelijkheden die beschreven zijn omtrent domein overstijgende samenwerking zoals arbeidsmatige dagbesteding;

93

4. Toekomst bestendig maken van Werksoorten kijkend naar mogelijk rendementsverbetering en het realiseren van loonwaarde; 5. Versterking van de meer bedrijfsmatige aansturing van de doelgroep gericht op arbeid. Versterking van de interne organisatie van het werkleerbedrijf; 6. Inspelen op recente rapporten en regelgeving aangaande de toekomst van de arbeidsmarkt, zoals “rapport Borstlap” en “Simpel Switchen”; 7. Adviseren over een realistisch tijdspad voor de implementatie van een toekomstbestendig werkleerbedrijf op Walcheren; 8. Besparingspotentieel kwantificeren, waarbij ook besparing op maatschappelijke kosten sociaal domein breed in beeld komen mede gelet op de maatschappelijke opdracht van Orionis Walcheren. Aan het onderzoeksbureau is een rapport gevraagd met resultaten en conclusies, alsmede concrete onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen, ten aanzien van: • het mogelijk verbeterpotentieel; • de wijze waarop het verbeterpotentieel kan worden verzilverd; • mogelijke belemmeringen en risico's (wenselijk flankerend beleid).

Naast dit verdiepingsonderzoek moet Vlissingen een traject opstarten waarin de vraag wordt gesteld en beantwoord dat mocht uit het verdiepingsonderzoek blijken dat de volledige taakstelling niet geheel gerealiseerd kan worden hoe hiermee dan omgegaan wordt door Vlissingen en welke opties er dan zijn om toch deze taakstelling grotendeels te realiseren. Gezien de tekorten op het cluster Inkomen en participatie van circa 3,3 miljoen in 2020 kan het immers niet anders dat ook hier de bezuinigingen gerealiseerd moeten worden. Bezwaar BUIG De gemeente Vlissingen heeft meerdere malen bezwaar aangetekend tegen door de Staatssecretaris van SZW aan de gemeente verleende BUIG-budgetten. Kort samengevat is de status van de (reeds lopende) bezwaarprocedures BUIG nu als volgt: • 2017 (voorlopig/definitief) en 2018 (voorlopig/definitief) is in bezwaar afgewezen, hierover loopt een procedure bij de Rechtbank Middelburg. Geprobeerd is met een schikking er uit te komen (conform eerder collegebesluit). Dit is door het ministerie van SZW echter afgewezen. De procedure zal daarom door de Rechtbank worden voortgezet. • 2019 (voorlopig/definitief) en 2020 (voorlopig) is in bezwaar. Bezwaar is aangehouden door ministerie van SZW in afwachting van lopende rechtbankprocedure.

• Tegen 2020 definitief en 2021 voorlopig zal bezwaar worden aangetekend, waarbij tegelijk het verzoek zal worden gedaan dit aan te houden in afwachting van de lopende rechtbankprocedure. Overig Op basis van bovenstaand benoemde mogelijke acties dient geïnventariseerd te worden of via bovenstaand beschreven maatregelen en onderzoeken het volledige bezuinigingspotentieel wordt gerealiseerd. Met andere woorden per mogelijke actie dient aangeven te worden of deze volledig wordt gerealiseerd via de beschreven maatregelen en onderzoeken of dat deze nog kan leiden tot aanvullende bezuinigingen. Zie ook maatregel 16 paragraaf 4.4.

94

Planning & uitvoering

Quick scan Orionis Gereed Maatregelen o.b.v. quick scan en onderzoek best practices • Beleidsregie: per direct • Integrale toegang: implementatie vanaf kwartaal 2 2021 • SW-infrastructuur: implementatie vanaf kwartaal 2 2021 • Re-integratiebudget: implementatie vanaf kwartaal 1 2021 Taakstelling Verwerking in gemeentelijke begroting 2021. Opname in inspectierapport artikel 12 Vlissingen 2020. Verdiepend onderzoek Orionis Eindrapport kwartaal 3 2021. Overig Gereed december 2021.

Financiën

Kosten onderzoek Vooralsnog is een budget opgenomen in de begroting van € 190.000. Benodigde investeringen Nog niet bekend. Taakstelling Oplopend tot structureel € 1,4 miljoen vanaf 2024. Hierbij is rekening gehouden met de reeds gerealiseerde voordelen in de jaarrekening 2020 Orionis en eerste begrotingswijziging 2021 Orionis, inclusief meerjarenraming 2022-2024 (zie tabel 5.3, paragraaf 5.4).

95

Opdracht 3.2

Onderzoek jeugdzorg

Doel

a) Onderzoek naar de effectiviteit en efficiency. Zijn er (nog) mogelijkheden om verbeteringen aan te brengen zodat de lasten bij jeugdzorg structureel kunnen dalen. b) Vergelijkingsonderzoek jeugd. Vergelijkingsonderzoek op basis van (norm-)indicatoren in het sociaal domein (landelijk, regionaal, lokaal).

Afwegingen

Redenen onderzoek Er is sprake van een toename van de lasten bij alle vormen van de jeugdhulp, maar vooral bij de ambulante hulp, de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) jeugd en de gesloten jeugdhulp. Uit diverse onderzoeken en publicaties blijkt dat de oorzaken van deze stijging kunnen zijn: • Toename van het aantal jeugdigen dat hulp krijgt (volumegroei) door o.a. het dichtbij organiseren van jeugdhulp (daardoor meer vraag en vroegsignalering). • Toename intensiteit en duur van hulptrajecten (prijseffect). • Toename complexiteit van zorgvragen (prijseffect). • Prikkels in de inkoopsystematiek die een opwaarts effect op de tarieven hebben (te veel vrijheid van zorgaanbieders om intensiteit van een traject te bepalen). • Minder kinderen worden vanuit de Wet langdurige zorg gefinancierd waardoor de dure zorg ten laste komt van de gemeente. • Open-einde-regeling ten opzichte van begrensde (rijks)budgetten. • Als gevolg van het woonplaatsbeginsel is er een aanzuigende werking naar gemeenten met meer en/of grotere jeugdzorginstellingen en hiervoor wordt (nu) onvoldoende gecompenseerd via het verdeelmodel. • Door jeugdzorg aan 393 gemeenten (2015) toe te delen is een zeer complexe en bureaucratische ordening ontstaan. Volgens inschattingen wordt ruim 25% van het jeugdzorgbudget besteed aan overhead, ambtenaren, procedures en controles.

• Budgetverlies als gevolg van de toegenomen regelzucht. Voordat de hulp opgang komt, gaat daardoor veel geld en tijd verloren. • Beweerd wordt ook dat grote delen van de jeugdzorg, vooral de zwaardere en gespecialiseerde jeugdhulpverlening niets met de gemeente te maken heeft, waardoor hier helemaal niet effectief en efficiënt gewerkt kan worden. Landelijke problematiek Kijken naar de financiële vraagstukken bij jeugd betekent ook kijken naar de landelijke vraagstukken. Een deel van de problematiek doet zich immers ook bij andere gemeenten voor. De gesprekken op landelijk niveau, die tot dusverre vooral betrekking hebben op de bekostiging en verdeling, worden op de voet gevolgd maar hebben geen direct effect op de ambities van Vlissingen om ook zelf de tekorten aan te pakken. Voor Vlissingen is het daarbij van belang om de lokale problematiek te duiden en aan te pakken. Afbakening Het uitgavencluster Jeugd is opgedeeld in de taakvelden 6.72 (Maatwerkdienstverlening 18-) en 6.82 (Geëscaleerde zorg 18-). Tot taakveld 6.72 behoren vormen van jeugdhulp die door de gemeente als individuele (niet vrij toegankelijke) voorziening worden aangemerkt. Tot taakveld 6.82 behoren maatregelen gericht op de opvang en het verbeteren van de veiligheid van kinderen en jeugdigen (jonger dan 18

96

jaar) met inbegrip van maatwerkdienstverleningsmaatregelen voor jeugdigen die in de desbetreffende opvangvoorzieningen verblijven. De door Vlissingen op deze taakvelden geboekte posten die onderwerp vormen van onderzoek zijn: • Individuele voorzieningen jeugd (taakveld 6.72) • PGB jeugdzorg (taakveld 6.72) • Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (taakveld 6.82) • Jeugdbescherming/jeugdreclassering en overige veiligheid (taakveld 6.82) Mogelijke acties

Direct 1. Toetsen en eventueel aanpassen van de beleidsregels (het gaat hier vooral om het toekenningsbeleid (Toegang). 2. Extra beschikbaar gestelde budgetten niet langer ‘zomaar’ wegstrepen tegen tekorten. Bij besteding wordt steeds uitgebreid onderbouwd of het maatregelen betreft die stijgende tekorten terugdringen, of dat de gelden ingezet worden voor het dekken van acute tekorten. 3. Reguliere budgetten worden op afroombaarheid getoetst. Dat wil zeggen, of het mogelijk is om budgetplafonds in te stellen waardoor restgelden vrijkomen voor andere doelen. 4. Concrete financiële ambities benoemen, waar het gaat om bedragen voor reallocatie (tussen de domeinen), ombuiging (binnen het domein) en besparingen c.q. afromingen. 5. Overzicht maken van actuele jurisprudentie en benchmarks op de legitimiteit van budgetplafonds. Wanneer budgetplafonds worden ingesteld kan het zijn dat er zich juridische problemen voor gaan doen. Moger er grenzen worden gesteld aan de producten en diensten die geleverd worden? Kunnen lopende contracten waarin afspraken staan over de (geschatte) hoeveelheid te leveren producten en diensten, tijdens de looptijd worden opengebroken? 6. Strenger toetsen. In deze aanpak spelen twee invalshoeken: • Waar nodig het aanscherpen van de beleidsregels zodat er een striktere regeltoets plaatsvindt bij aanvragen.

• Het trainen van de consulenten op het strikter toetsen van de aanvragen op (werkelijke) noodzakelijkheid en alternatieven. In dit laatste geval gaat het om zowel evaluaties als (aanleren van) nieuwe normen. 7. Uitvoeren van evaluatiecycli op verschillende voorzieningen waarbij het vermoeden bestaat dat er te ruimhartig is toegekend in de afgelopen jaren. 8. Bewust inzetten van een wachtlijst. Sturen op een vertraging in het beschikbaar stellen van producten en diensten. Dit kan een gunstig effect hebben op de groeiende vraag, wanneer de klant zelf op zoek gaat naar alternatieven. Het wordt minder eenvoudig c.q. aantrekkelijk om een aanvraag in te dienen. 9. Onderzoek naar de 25 duurste dossiers, waarbij in de eerste fase gekeken wordt naar de rechtmatigheid van de betalingen. (Onderzoek gestart op verzoek van de GGD Zeeland.). Dit onderzoek wordt inhoudelijk aangesloten bij het Wmo-onderzoek naar de duurste dossiers (multi-problematiek). 10. Voor wat betreft de grote, landelijke vraagstukken aansluiten bij de uitkomsten van de landelijke en benchmark onderzoeken (bijvoorbeeld Significant). In 2020 is v.w.b. de lokale vraagstukken de focus op praktische uitvoeringsaspecten. Dit op basis van de managementinformatie die ontleend wordt (kan worden), aan de data van het Inkoopbureau jeugd en onze eigen Toegang. Ingezet wordt op een grondige en periodieke analyse van de data.

Op basis van de

97

onderzoeksresultaten wordt ingezet op de zogenaamde cash cows, de top tien van duurste producten – in aantal of kosten per product – met als doel het vinden van alternatieve producten of productieprocessen. 11. Directe betrokkenheid van de gemeente bij het contractmanagement. 12. Het duiden van oorzaken en het geven van verklaringen op de tekorten in de jeugdhulp, vanuit het perspectief van het Zeeuws samenwerkingsverband en de gemeente Vlissingen (dus niet zijnde de nationaal-brede oorzaken. Neem hierin de resultaten van eerder (landelijk) onderzoek – bijvoorbeeld Significant – mee. 13. Opstellen van een overzicht van mogelijke oplossingsrichtingen (kostenbeheersing en - reductie, anders organiseren, anders uitvoeren). Indirect 1. Budgetten die nu standaard doorgezet worden naar derden worden herbezien op lokale inzet (heroverweging afspraken samenwerkingsverbanden). (Onderzoeken moeten hier ook een antwoord op geven.) De meeste van deze afspraken dateren al van jaren her. 2. Een deel van de beschikbare producten en diensten (deels) laten vergoeden door de klant zelf. 3. Het opnieuw prioriteren van de belangrijkste beleidsdoelen in het sociaal domein, waarbij het uitgangspunt is dat de middelen van boven naar beneden (beleidswaarde) worden ingezet (wel/niet of meer/minder); 4. Vragen en/of klanten doorgeleiden naar alternatieven. 5.

Deelname aan de pilot “kader PGB-vaardigheid”, die in augustus 2019 werd gelanceerd door de VNG, het ministerie van VWS, ZN en Per Saldo, op basis waarvan de wegingscriteria voor toekenning van PGB’s kunnen worden aangescherpt. 6. Vergroten grip op kosten via zorgaanbieders door een nieuwe inkoopstrategie: Om via de zorgaanbieders meer grip op kosten te krijgen is in de Zeeuwse aanbesteding jeugdhulp voor de contractperiode 2020-2024 een nieuwe inkoopstrategie toegepast. Kernpunten hierin zijn: • Beperking van het aantal aanbieders in enkele marktpercelen. • Gebruik van door onderzoek onderbouwde marktconforme tarieven die meer differentiatiemogelijkheid geven bij de toekenning en ook toekomstige instandhoudingsbijdragen voorkomen. • Harmonisatie van de toegang naar specialistische jeugdhulp. • Stapsgewijze overgang van P*Q naar andere bekostiging. • Gestructureerde samenwerking met aanbieders om te werken aan de vastgestelde transformatiedoelen. • Om alle geformuleerde resultaten te volgen wordt met ingang van 2020 gebruik gemaakt van een nieuw ontwikkeld Dashboard jeugdhulp. 7. Vaart in veiligheid. Deze Zeeuwse pilot richt zich vooral op het herstellen van de veiligheid van kinderen door processen binnen de keten op elkaar af te stemmen, integraal te werken en daardoor de doorlooptijd te verkorten.

98

Maatregelen & onderzoeken

Op basis van bovenstaand genoemde directe en indirecte acties zijn tot nu toe de volgende concrete maatregelen en onderzoeken in gang gezet. Landelijk onderzoek Een deel van de problematiek doet zich ook bij andere gemeenten voor. Daarom is een onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de jeugdzorg om te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben. Dit onderzoek is uitgevoerd door AEF. Hierin komt naar voren dat gemeenten in 2019 € 1,6 tot € 1,8 miljard meer hebben uitgegeven dan dat zij hiervoor ontvangen uit het gemeentefonds. Oorzaken voor deze toename zijn dat kinderen steeds langer jeugdhulp ontvangen, waardoor het aantal kinderen dat jeugdhulp ontvangt in totaal toeneemt, en dat de gemiddelde prijs per cliënt omhoog is gegaan. In het onderzoek is ook gekeken naar een aantal maatregelen die gemeenten kunnen nemen om de Jeugdwet doelmatiger en doeltreffender uit te voeren. Vijf van de onderzochte maatregelen leiden daadwerkelijk tot een mogelijke besparing: 1. Invoering van een POH-jeugd bij huisartsen. 2. Tijdige doorstroming naar de Wlz als kinderen daarvoor in aanmerking komen. 3. Het verplaatsen van jeugdhulp in groepsverband naar kinderopvang en bso. 4. Hulpverlening in lokale teams, waarbij hoogopgeleide medewerkers in de toegang een randvoorwaarde zijn. 5. Een duidelijker afbakening tussen jeugdhulp en onderwijs.

Deze vijf maatregelen zouden ook voor Vlissingen kunnen resulteren in mogelijke bezuinigingsopties. Dat betekent echter niet dat op voorhand gezegd kan worden dat dit de enige mogelijke maatregelen zijn voor Vlissingen. Via (extern) onderzoek dient Vlissingen in kaart te brengen welke maatregelen Vlissingen kan nemen om de tekorten jeugd te kunnen terugdringen. Naar aanleiding van het onderzoek van AEF is er een stuurgroep opgericht die uitwerkt welke maatregelen aan het stelsel van de Jeugdwet moeten worden genomen om de financiële beheersbaarheid te vergroten. Besluitvorming over de maatregelen en het daarbij benodigde structurele bedrag wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. Onderzoek maatregelen (o.b.v. vergelijkingsonderzoeken) Vlissingen moet ook zelf maatregelen nemen op het vlak van jeugd om het tekort te verminderen. Voor een deel vindt dat reeds plaats via het inrichten van een integrale toegang voor Wmo en jeugd. Daarnaast moeten er echter aanvullende maatregelen worden genomen op het vlak van jeugd om het tekort verder te verminderen. Zie ook maatregel 13 paragraaf 4.4. Te denken valt hierbij aan de bovenstaand genoemde 5 maatregelen uit het AEF-onderzoek. Dat betekent echter niet dat op voorhand gezegd kan worden dat dit de enige 5 mogelijke maatregelen zijn voor Vlissingen om bezuinigingen te kunnen realiseren op het vlak van de jeugdzorg.

Er dient naar meer maatregelen gekeken te worden. Uit vergelijkingsonderzoeken zijn de volgende mogelijke acties / maatregelen geïnventariseerd.

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10787495/2