3.3 rvs Niet vaststellen van een lijst verplichte participatie Omgevingswet
Tekst van het document
Registratiekenmerk: 2134068 / 2197316 Onderwerp: Niet vaststellen van een lijst verplichte participatie Omgevingswet
De raad besluit: geen lijst met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht wordt gesteld vast te stellen,
Samenvatting Met het in werking treden van de Omgevingswet verschuift de bevoegdheid tot het verlenen van vergunningen voor activiteiten in strijd met de regels van het omgevingsplan van de raad naar het college. Voor deze zogenoemde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan de raad gevallen aanwijzen, waarbij een initiatiefnemer wordt verplicht om te participeren. Een initiatiefnemer is niet gebonden aan de Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023. De initiatiefnemer bepaalt zelf hoe de participatie wordt vormgegeven. Er wordt besloten om (voorlopig) geen lijst van activiteiten op te stellen waarbij participatie verplicht is. Initiatiefnemers worden wel gestimuleerd om te participeren. Inleiding Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert er veel op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwen en milieu. Deze thema's worden gebundeld in de nieuwe wet en moeten op basis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties een plek krijgen in het omgevingsplan. Daarmee legt de gemeenteraad ruimtelijke kaders vast. Het college verzorgt de uitvoering van het ruimtelijk beleid. Ook krijgt het college meer bevoegdheden om afwijken van het omgevingsplan mogelijk te maken met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Verplichte participatie Omgevingswet Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan de raad participatie, voorafgaand aan de vergunningsaanvraag, verplicht stellen. Dit kan door per activiteit te benoemen dat participatie verplicht is. Een algemene verplichting voor alle activiteiten kan wettelijk gezien niet. Is voor een activiteit participatie verplicht gesteld, dan moet de initiatiefnemer bij het indienen van een vergunningsaanvraag, in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), aangeven participatie te hebben uitgevoerd. De initiatiefnemer moet hiervan een verslaglegging en de resultaten kunnen overleggen. Heeft de initiatiefnemer geen participatie uitgevoerd, dan kunnen de vergunningverleners de aanvraag aanhouden, omdat deze niet compleet is. Mocht de initiatiefnemer vervolgens niet tijdig de participatie alsnog uitvoeren en de aanvraag compleet maken, dan kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. Een initiatiefnemer is niet gebonden aan de Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023. Hoe de initiatiefnemer participeert staat vrij. Daar kunnen ook geen voorwaarden aan worden verbonden. Gebruikelijke werkwijze Nu al heeft een initiatiefnemer, die een vergunning voor een buitenplanse activiteit wil aanvragen, vaak vooraf al contact met de gemeente.
Initiatiefnemers wordt gevraagd een communicatieplan op te stellen en er vindt overleg plaats over op welk niveau en hoe er geparticipeerd wordt. De vaststelling van de participatieleidraad (tijdens de raadsvergadering van 25 mei 2023) is daarbij een extra hulpmiddel om initiatiefnemers beter te adviseren over de juiste participatieaanpak.
Auteur: D Bennaars Telefoonnummer: +31118487316
Registratienummer nota: 2134068 / 2197316
Geen lijst van activiteiten verplichte participatie Het college adviseert de raad (voorlopig) geen lijst van activiteiten op te stellen waarbij participatie verplicht zal zijn. Dit is vanwege een aantal redenen: 1. Participatie is niet nieuw. Initiatiefnemers wordt nu al aangeraden om te participeren met belanghebbenden/omwonenden. Ook wordt bij grotere ontwikkelingen vaak een informatieavond georganiseerd door de initiatiefnemer. 2. De Omgevingswet stimuleert initiatiefnemers op meer manieren om te participeren. Onder de Omgevingswet is het voor de aanvrager van een omgevingsvergunning een indieningsvereiste om aan te geven, of aan participatie is gedaan. Zo ja, dan is het ook de vraag hoe er aan participatie is gedaan en wat de resultaten zijn. 3. Artikel 16.55 lid 7 (Ow) ziet enkel op buitenplanse activiteiten. Initiatieven die passen binnen de regels van het Omgevingsplan of vergunningsvrij zijn, vallen buiten het bereik van verplichte participatie. 4. Een opgestelde lijst met vaste aantallen, bijvoorbeeld bij 4 woningen wel verplichte participatie en bij 3 woningen nog niet, is zeer arbitrair. Er is geen duidelijke grens te trekken tussen wanneer participatie verplicht zou moeten zijn en wanneer niet. De impact verschilt per project en plek. 5.
De Omgevingswet staat onder andere voor deregulering en vertrouwen in de initiatiefnemer, een lijst verplichte participatie staat haaks op deze gedachte. Door een lijst met activiteiten op te stellen, waarvoor participatie verplicht is, worden er nieuwe regels opgesteld. Dit gaat in tegen de doelstelling van deregulering en vertrouwen. 6. De wijze van participatie blijft voor de initiatiefnemer vormvrij. Het is niet mogelijk eisen te stellen aan hoe een initiatiefnemer zijn participatie uitvoert. 7. Initiatiefnemers realiseren zich inmiddels dat goede participatie vooraf helpt bij een spoedige doorgang van het initiatief in een latere fase. Voorkomen is beter dan genezen, zo denken initiatiefnemers ook als het gaat om bezwaaren beroepsprocedures. Met participeren is het voor initiatiefnemers vooraf bekend met welke bezwaren omwonenden/belanghebbenden zitten ten opzichte van het initiatief. In het begin van een ontwikkelingsproces kan een initiatief nog makkelijker worden aangepast op deze bezwaren. Lijst verplichte participatie in de toekomst Mocht op een later moment blijken dat het toch wenselijk is om een lijst van activiteiten vast te stellen waarvoor participatie verplicht is, dan kan er op een later moment altijd nog een voorstel opgesteld en vastgesteld worden. Hier biedt art. 17 lid 2 van de Participatie en inspraakverordening Vlissingen 2023 ook ruimte voor.
Wat willen we bereiken? Bewust zijn van de keuze om (voorlopig) geen lijst van activiteiten vast te stellen waarvoor participatie verplicht is. De keuze om geen lijst vast te stellen te bekrachtigen met een besluit. Relatie met uitvoering strategische visie Vlissingen 2040 ‘Blik op de toekomst' Er is geen relatie met de Strategische visie 2040. Wat gaan we ervoor doen? Zonder lijst van verplichte participatie initiatiefnemers de voordelen van participeren voor te spiegelen en te stimuleren om op eigen initiatief te participeren.
Blad 2 behorend bij 2134068 / 2197316
Wat zijn de kanttekeningen en risico’s? Voor activiteiten waarvoor participatie niet verplicht is, kan een initiatiefnemer bij het indienen van een vergunningsaanvraag aangeven geen participatie te hebben uitgevoerd. Als gemeente kunnen we enkel adviseren wel alsnog te participeren, maar het is niet af te dwingen. Een vergunningsaanvraag zonder participatieverslag kan niet worden beschouwd als niet compleet en het is dus geen aanhoudingsgrond. Een vergunningsaanvraag zal binnen de wettelijke behandeltermijn, van meestal 8 weken, behandeld moeten worden. Voor sommige initiatieven van derden, waarbij geen participatie is uitgevoerd, kan het toch wenselijk zijn dat er participatie plaatsvindt. In het geval van een “activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben op de fysieke leefomgeving” en “waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen hebben” biedt de Omgevingswet het bevoegd gezag de mogelijkheid de uitgebreide voorbereidingsprocedure van 26 weken van toepassing te verklaren op een vergunningsaanvraag. Tijdens de langere behandeltijd van de aanvraag kan de gemeente vervolgens op eigen initiatief alsnog een participatieproces opzetten. Aan het niet participeren zitten uiteraard al risico's voor een initiatiefnemer, zeker als men wel bekend is met of er bedenkingen leven onder belanghebbenden. Artikel 12 N.v.t.
Wat mag het kosten? Er zijn geen financiële consequenties aan dit voorstel. Wat en hoe gaan we communiceren? Is publicatie in het gemeenteblad en/of opname in de decentrale regelingenbank vereist? Rondom participatie bij het vergunningenproces zal meer informatie gedeeld worden wanneer de communicatie over de Omgevingswet in brede zin wordt opgepakt. Bijlage(n) Vertrouwelijkheid Intern
Blad 3 behorend bij 2134068 / 2197316