CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3 rvs Kadernota 2025 bijlage 1 kadernota

Commissie Ruimte 20 juni 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Kadernota 20256.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2025

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................................... 3 Voorwoord ............................................................................................................................. 4 Kaderstelling ......................................................................................................................... 6 Programma's ....................................................................................................................... 10 Programma Leefbaarheid ................................................................................................. 10 Programma Aantrekkelijke stad........................................................................................ 10 Programma Sociale samenhang ...................................................................................... 11 Programma Bestuur ......................................................................................................... 16 Financieel meerjarenperspectief 2025-2028 ........................................................................ 17 4.1 Financieel meerjarenperspectief 2025-2028 ...............................................................

17 4.2 Wijzigingen programma's ........................................................................................... 17 4.3 Algemene uitkering..................................................................................................... 17 4.4 Financiële uitgangspunten 2025-2028 ........................................................................ 18

3

Voorwoord Voorwoord Vlissingen Duurzaam gezond! Vanuit de strategische visie en het coalitieakkoord zetten we in op projecten die bijdragen aan een duurzaam en financieel gezonde gemeente Vlissingen. Daarbij richten we ons op het behouden en aantrekken van jongeren en jongvolwassen. Zo vertrouwen we erop de economie draaiend te houden en de vergrijzing een halt toe te roepen. Dat doen we bijvoorbeeld door te werken aan onze positionering als innovatieve delta hotspot, de uitvoering van de Vlissingse projecten uit de Regiodeal North Sea Port District, de realisatie van Vlissingse fiches uit Wind in de zeilen en het inzetten op positieve gezondheid en vitaliteit. Somber perspectief En hoewel we geloven dat we met de gekozen focus Vlissingen op termijn duurzaam gezond kunnen maken, zijn we er nog niet. We kunnen geen structureel sluitend meerjarig financieel beeld presenteren. En dat komt niet door nieuwe ambities, want die zitten niet in deze kadernota. Het betekent dus helaas ook dat we geen invulling kunnen geven aan de wens van de gemeenteraad om structureel de minimaregeling te herzien (110 naar 120 %). Daarbij zetten we incidentele middelen niet in voor structurele ambities. Het negatieve financiële beeld wordt vooral veroorzaakt door de toenemende kosten voor jeugdhulp. Daarnaast hebben we nog steeds te maken met het 'ravijnjaar'.

Uit de voorjaarsnota van het rijk bleek zelfs dat dit ravijnjaar een jaar vervroegd wordt waardoor we in 2025 een extra financieel nadeel hebben. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is namens alle gemeenten al een paar jaar in gesprek met het rijk over een uitvoerbare en degelijke financiering van de gemeenten. Tot nu toe heeft het rijk dit voor een beperkt deel gecompenseerd met incidentele bijdragen en staan gemeenten voor grote financiële beslissingen. De gevolgen van het recent afgesloten regeerakkoord zijn op dit moment niet in te schatten, wel is duidelijk dat het financiële consequenties gaat hebben. Een en ander zal blijken uit de meicirculaire en later ook de septembercirculaire. Afronding artikel 12-onderzoek Sinds 2014 hebben we als Vlissingen vanwege financiële tekorten de artikel 12-status. In het inspectierapport 2021-2022 stelt de inspecteur als doel tot afronding van het artikel 12onderzoek te komen uiterlijk in begrotingsjaar 2024. Het college doet ook onderzoek naar de mogelijkheid de artikel 12-status te beëindigen waarbij wij als uitgangspunt hanteren dat sprake moet zijn van een blijvende gezonde en stabiele financiële situatie voor onze gemeente. Omdat wij op dit moment geen structureel sluitend meerjarenperspectief kunnen presenteren, vinden wij een afronding van de artikel 12-status dan ook niet realistisch.

Mocht beëindiging van de artikel 12-status nog niet mogelijk blijken dan sluit de inspecteur het artikel 12-onderzoek eind 2024 en komt na vier jaar weer terug voor een actualisatieonderzoek. Het reguliere artikel 12-onderzoek loopt in 2024 nog door maar stopt eind 2024. Of dit laatste het meest gewenste scenario is bespreken wij met de inspecteur. Tot slot Deze kadernota laat de koers zien van Vlissingen. Inmiddels zijn we halverwege de raadsperiode van 4 jaar. Twee jaar hebben we achter de rug en twee jaar liggen er nog voor ons. We presenteren een kadernota zonder nieuw beleid en zonder nieuwe ambities. We blijven ons – binnen de (financiële) mogelijkheden - wel inzetten op het invullen van de huidige ambities uit de Strategische Visie. De lijst met uit te voeren projecten en investeringen, die de gemeente steeds een beetje mooier maken, is van grote omvang. Ondanks de aangekondigde ‘financiële tegenwind’ werken we hard door - samen met ondernemers, inwoners en maatschappelijke instellingen - aan een duurzaam en financieel gezonde gemeente Vlissingen. 4

Leeswijzer Deze kadernota 2025 – 2028 bestaat, naast het voorwoord, deze leeswijzer en de kaderstelling uit een aantal hoofdstukken. Hieronder gaan we kort in op de inhoud van de diverse hoofdstukken, met daarbij een inhoudelijke toelichting op hoofdlijnen. Programma's Per programma geven we aan wat de voorgestelde bijstellingen voor de begroting en de meerjarenraming zijn. Financieel meerjarenperspectief In dit hoofdstuk geven we een totaal overzicht van de financiën van onze gemeente. Waar staan we nu en waar gaan we naar toe? We geven een samenvatting van de wijzigingen per programma en laten de verwerking van de voorjaarsnota van het rijk zien zoals we deze via de algemene uitkering van het gemeentefonds verwachten. Bij de financiële uitgangspunten laten we de indexeringen zien die we toepassen op de verschillende onderdelen in onze begroting. Ook geven we daar overige ontwikkelingen weer die van toepassing zijn op meerdere programma's.

5

Kaderstelling Kaderstelling De kadernota maken we ieder jaar als voorbereiding op de programmabegroting. We actualiseren het financiële beeld voor de komende 4 jaren met als basis de begroting 20242027 en het coalitieakkoord 2022-2026 'Samen kunnen we meer'. In onze financiële verordening staat hierover het volgende: Burgemeester en wethouders bieden voor het zomerreces en bij voorkeur voor 1 juli aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor het zomerreces vast. Autonome ontwikkelingen en wettelijke verplichtingen Deze kadernota is tot stand gekomen op basis van de informatie zoals we die nu kennen. Gezien onze financiële positie hebben we in dit proces gekeken naar onontkoombare ontwikkelingen en noodzakelijke actualisaties van budgetten. Ten opzichte van het beeld in de programmabegroting 2024 – 2027 leidt deze actualisatie tot een verslechtering van het financieel perspectief. Daar waar het tekort in 2025 ruim € 5 miljoen bedraagt hebben we met ingang van 2026 een tekort dat schommelt rond de € 9 miljoen per jaar. Deze kadernota 2025 – 2028 bevat om die reden dan ook géén bijstellingen met een wenselijk karakter, omdat het tekort daardoor nog verder op zou lopen. Het college vindt dit niet verantwoord.

We nemen dus alleen autonome ontwikkelingen en wettelijke verplichtingen op. Nog steeds is er sprake van een aanzienlijke onzekerheid, maar zoals ook uit de actualisatie van het financieel perspectief blijkt komt de dreiging van het ‘ravijnjaar’ steeds dichterbij. Uit de voorjaarsnota van het rijk blijkt dat ze een deel van het oorspronkelijke ravijnjaar van 2026 zelfs een jaar naar voor hebben geschoven. Voor Vlissingen betekent dit een extra tekort in 2025 van ruim € 2,5 miljoen. Wel heeft het demissionaire kabinet in deze voorjaarsnota voorgesteld om de zogeheten ‘opschalingskorting’ te schrappen vanaf 2026. Het effect daarvan hebben wij meegenomen in deze kadernota 2025 – 2028 en zorgt ervoor dat de totale structurele korting op het gemeentefonds wordt teruggebracht van € 3 miljard tot € 2,3 miljard. De VNG blijft zich inspannen om ook voor dit resterende tekort te komen tot nadere afspraken. Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat er nieuwe aanvullende bezuinigingen over gemeenten worden uitgerold. Structureel en reëel evenwicht Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en provinciale voorschriften moeten we structurele lasten per jaarschijf dekken door structurele baten. Uit de begroting moet duidelijk blijken welke baten en lasten incidenteel dan wel structureel zijn. Alle ramingen moeten volledig, realistisch en haalbaar zijn.

Eventuele bezuinigingsmaatregelen/taakstellingen moeten haalbaar, hard en reëel onderbouwd zijn. Taakstellingen die wij opleggen aan verbonden partijen zijn alleen reëel wanneer de verbonden partij op bestuurlijk niveau heeft besloten dat deze taakstelling daadwerkelijk wordt ingevuld. Loon/prijsontwikkeling In deze kadernota houden we rekening met de ontwikkelingen van de lonen en prijzen zoals opgenomen in het centraal economisch plan 2024 (CEP 2023). We hebben de ontwikkelingen uit de CAO gemeenten verwerkt. Deze loopt per 31 maart 2025 af. Voor de ontwikkeling van lonen en prijzen bij verbonden partijen houden we rekening met de VZG richtlijn. Financiële positie In aanloop naar de programmabegroting 2025 analyseren we de financiële positie, jaarrekeningresultaten en het verloop van het meerjarig financieel beeld (verleden, heden en toekomst) en verwerken de uitkomsten daarvan in de programmabegroting 2025.

6

Algemene uitkering De berekening van de algemene uitkering in de kadernota hebben we gebaseerd op de voorjaarsnota van het rijk. Artikel 12-status Al vele jaren hebben we als gemeente Vlissingen vanwege financiële tekorten de artikel 12status. Dit betekent vooral dat we conform beschikkingen van het ministerie van BZK en onder de voorwaarden volgens de periodieke inspectierapporten tot en met 2029 aanvullende uitkeringen van de fondsbeheerders (hebben) ontvangen. De voorwaarden zijn gebaseerd op de artikel 12-onderzoeken van de inspecteur van het ministerie van BZK welke ook toeziet op de naleving van de voorwaarden. Het einddoel van de artikel 12-onderzoeken en voorwaarden is dat we als gemeente weer financieel ‘op eigen benen kunnen gaan en blijven staan’ en de artikel 12-status kan worden beëindigd. Verbreding onderzoek Vanaf 1 januari 2023 zijn alle clusters uit het gemeentefonds weer onderdeel van het artikel 12-onderzoek en beperkt dit onderzoek zich niet meer tot alleen het sociaal domein. Het per 2023 verbrede artikel 12-onderzoek bestaat uit: 1) Voortzetting van het onderzoek op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. 2) Onderzoek naar de clusters van het gemeentefonds op het vlak van het klassieke domein. 3) Een actualisatieonderzoek naar de grondexploitaties.

Beëindiging artikel 12-onderzoek Het uiteindelijke doel van de inspecteur van het bovenstaande is een afronding van het artikel 12-onderzoek uiterlijk in begrotingsjaar 2024. Op basis van de daling van de negatieve algemene reserve en de daling van het tekort sociaal domein en werk & inkomen is de inspecteur van mening dat dit haalbaar is. Kanttekening daarbij is wel dat Vlissingen de resterende taakstelling grotendeels realiseert. Daarnaast is dit vanzelfsprekend ook afhankelijk van een aantal landelijke (exogene) ontwikkelingen, die nog moeilijk in te schatten zijn. De inspecteur wordt geacht bij een eventuele exit zogenaamd ‘schoon op te leveren.’ Dat wil zeggen dat de afweging wel / niet exit niet alleen op basis van de financiële situatie 2024 wordt gemaakt, maar ook gekeken wordt naar de houdbaarheid van die exit. Met andere woorden zijn we ook naar de toekomst toe, financieel gezond genoeg om de artikel 12-status af te ronden. Het college doet daarom ook onderzoek naar de mogelijkheid de artikel 12-status te beëindigen waarbij wij dus als uitgangspunt hanteren dat sprake moet zijn van een blijvende gezonde en stabiele financiële situatie voor onze gemeente. Enerzijds moet dit blijken uit een meerjarig sluitend financieel beeld waarbij minimaal in de laatste jaarschijf alle structurele lasten gedekt zijn door structurele baten.

Daarnaast moeten we beschikken, of het op basis van prognoses binnen afzienbare tijd gaan beschikken, over voldoende incidentele weerstandscapaciteit met als minimale norm de verhouding beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit van 1 of hoger. Omdat wij op dit moment geen structureel sluitend meerjarig financieel beeld kunnen presenteren, vinden wij een exit in 2024 niet realistisch. Mocht beëindiging van de artikel 12-status niet lukken dan sluit de inspecteur het artikel 12onderzoek eind 2024 en komt na vier jaar weer terug voor een actualisatieonderzoek. In die vier jaar doen we als Vlissingen jaarlijks een eigen bijdrage ten gunste van de algemene reserve en ontvangen we een extra (bijgestelde) algemene uitkering ter versterking van de algemene reserve. Ook gelden in deze periode bijzondere voorschriften zoals dat voordelen uit grondexploitaties naar de algemene reserve moeten gaan. Voor het overige is Vlissingen in die jaren eigen risicodrager en wordt een normaal financieel beleid verwacht. Vanaf 2025 vervalt de verplichting dat extra lasten voorgelegd moeten worden aan de inspecteur voor de O&O-toets (Onontkoombaar en Onuitstelbaar). Vanwege onze slechte financiële positie beperken we voor de begroting 2025 – 2028 overigens zelf wel de extra lasten tot die lasten die onontkoombaar en onuitstelbaar zijn. 7

Aanvullende uitkering en eigen bijdrage In de begroting 2025 houden we rekening met een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds van € 7,0 miljoen welke conform de rijksbeschikking van 19 december 2019 volledig gebruikt moet worden voor de sanering van de algemene reserve en dus niet is opgenomen in het begrotingssaldo. Hiernaast doen we in 2025 weer een eigen bijdrage aan de sanering van de algemene reserve van € 1,7 miljoen zoals opgenomen in de rijksbeschikking naar aanleiding van het artikel 12-rapport 2017/2018. Herijking investeringen We zien dat we als gevolg van onder andere beperkte beschikbare interne/ externe capaciteit, burgerparticipatie en wettelijke procedures het investeringsprogramma dat we jaarlijks in de begroting opnemen niet tijdig kunnen uitvoeren. We hebben deze investeringen opnieuw geïnventariseerd. Door deze inventarisatie hebben we bepaalde investeringen kunnen schrappen of doorschuiven. Dit heeft een eenmalig voordeel op de kapitaallasten van de investeringen. Daarnaast gaan we ervan uit dat we vanwege voornoemde oorzaken slechts 80% van ons investeringsvolume kunnen uitvoeren. Dividend Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij N.V (ZEH) De Zeeuwse gemeenten ontvangen de komende jaren significante dividenden vanuit de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). Vlissingen bezit 5,76% van de aandelen ZEH.

ZEH stelt voor om in de Algemene Vergadering van 19 juni 2024 een dividend van € 479 miljoen beschikbaar te stellen. Een gedeelte van dit dividend gebruiken de Zeeuwse overheden in 2024 voor het aflossen van de lening voor het verkrijgen van de Evides aandelen. Na aflossing van deze lening blijft er in 2024 € 318 miljoen over, voor de provincie Zeeland is dit net als voor de Zeeuwse gemeenten € 159 miljoen dividend. Voor 2025 en 2026 is de verwachting dat er jaarlijks in totaal € 200 miljoen dividend kan worden uitgekeerd. In de jaren daarna is waarschijnlijk jaarlijks € 100 miljoen dividend beschikbaar voor provincie en gemeenten samen. Voor Vlissingen betekent dit een bedrag van € 2,8 miljoen. Het zijn inschattingen die sterk afhankelijk zijn van de prijsontwikkelingen op de energiemarkt en beschikbaarheid van de kerncentrale. Het definitieve dividend wordt jaarlijks in de aandeelhoudersvergadering vastgesteld. Gelet op de onzekerheden bij de toekomstige dividenduitkeringen is het verstandig om het dividend zorgvuldig in te zetten zodat deze leiden tot structurele opbrengsten. Enerzijds volgen wij het advies van de provincie en zetten maximaal van 50% van het aandeel van € 100 miljoen dividenduitkering als structureel dekkingsmiddel in de begroting in.

Anderzijds storten we alle ZEH-dividenden, welke niet dienen als structurele dekking, in de reserve Wind in de zeilen om de doelen van deze reserve te kunnen realiseren. Jaarlijks beoordelen we aan de hand van de nieuwste prognoses of wij hiervan afwijken. We maken hierbij wel de kanttekening dat de dividenden van ZEH eindig zijn. Vooralsnog ontvangen we dividend tot eind 2033. Kaders bestemmingsreserve Wind in de zeilen De raad vormde in 2020 de bestemmingsreserve Wind in de zeilen. Deze reserve omvat thans het restant van de van het rijk ontvangen gederfde inkomsten minus de gemaakte kosten (ivm de bouwvoorbereidingen van de Marinierskazerne). Deze bestemmingsreserve Wind in de zeilen heeft als doel: Investeren in de fysieke –, sociaaleconomische – of culturele infrastructuur van de gemeente. Vanaf 2022 voeden we de bestemmingsreserve Wind in de zeilen met het deel van het dividend Evides, dat we niet structureel inzetten als dekking voor een aantal lasten welke we wel structureel begroot hebben, maar die de O&O-toets niet konden doorstaan. Verder is het plan om het te ontvangen dividend van de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH) hieraan toe te voegen. Het college stelt een specifieker kader op, dat gebruikt wordt bij de onderbouwing van voorstellen aan de gemeenteraad om wel of geen uitnames uit deze bestemmingsreserve te doen. 8

We richten de kaders in door zo dicht mogelijk bij de beoogde effecten en impact van het pakket Wind in de zeilen in zijn totaliteit en van de Vlissingse fiches in het bijzonder te blijven. We sluiten aan bij de overkoepelende doelstelling van Wind in de zeilen: sociaaleconomische structuurversterking van Vlissingen. Daaronder vallen de pijlers: rijksdienst, onderwijs, onderzoek en innovatie, bereikbaarheid, haven en industrie (zie rapport Wind in de zeilen, een nieuwe start van Bernard Wientjes). En flankerend horen daar maatregelen bij zoals arbeidsmarkt en zorg. Ook is het verbeteren van het imago van Vlissingen een doel op zich van het pakket. We willen de bestemmingsreserve inzetten voor maatregelen/projecten, waarbij we vooral beoordelen wat het effect van die maatregel is voor jongeren/jongvolwassenen, voor werkgelegenheid, voor woon-, werk- en leefklimaat. Tenslotte willen we voorstellen die gezien worden als spin-off van de fiches uit Wind in de zeilen ook door het kader laten toetsen.

9

Programma's Programma Leefbaarheid Financiële vertaling programma leefbaarheid Paragraaf Omschrijving (bedragen *€ 1.000)

2025

2026

2027

2028

-863

-721

-551

863

721

551

-144

-217

-205

-236

-144

-217

-205

-236

1 Parkeergarage machinefabriek Dekking reserve aanloopverliezen 2 GR RUD Zeeland Totaal

Parkeergarage machinefabriek De ontwikkeling, realisatie en exploitatie van de parkeergarage in de Machinefabriek zijn in voorbereiding. In dit kader heeft het college een nadere uitwerking gemaakt van de financierings- en exploitatieopzet die we is voorgelegd aan de gemeenteraad. Aanvang van de realisatie voorzien wij in het najaar van 2024, waarna de exploitatie begin 2026 aanvangt. De bedragen die we hier hebben opgenomen betreffen aanloopverliezen. Voor deze aanloopverliezen wordt bij de jaarrekening 2023 een bestemmingsreserve aanloopverliezen parkeergarage machinefabriek gevormd. Met deze reserve dekken we deze aanloopverliezen af. GR Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) Robuustheid RUD Na het rapport van de commissie-Van Aartsen startte het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat halverwege 2022 een programma om de werking van de omgevingsdiensten te verbeteren. In het kader van dit Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel zijn alle omgevingsdiensten getoetst op robuustheid, effectiviteit en slagvaardigheid. Omdat uit de toets is gebleken dat RUD Zeeland niet robuust is, is het Plan van Aanpak Robuuste RUD geschreven. Daarbij is ervoor gekozen RUD Zeeland met extra personeel uit te breiden om in 2026 te kunnen voldoen aan de vereiste robuustheid.

Programma Aantrekkelijke stad Financiële vertaling programma aantrekkelijke stad Dit programma bevat geen autonome ontwikkelingen of wettelijke verplichtingen.

10

Programma Sociale samenhang Financiële vertaling programma sociale samenhang Paragraaf Omschrijving (bedragen *€ 1.000)

2025

2026

2027

2028

1 Jeugdhulp

-4.629

-6.016

-5.502

-8.977

2 Plan van aanpak sociaal domein

-1.400

-1.400

1.400

1.400

3 Wmo Toegang

-386

-386

-386

-386

4 GR Orionis

-415

-199

257

18

5 GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst

-103

-108

-112

-116

Reserve sociaal domein

6 Verhoging inkomensgrens minima Totaal

pm

pm

pm

pm

-5.533

-6.709

-5.743

-9.461

Jeugdhulp

De jeugdhulp levert al jaren inhoudelijke en financiële zorgen op. Dit speelt al eerder dan 2015, het jaar waarin de jeugdhulp een verantwoordelijkheid van de gemeenten werd. Gelijke beleidsintenties als stelselwijzigingen in 1989 en 2005 stonden ook aan de basis van de Jeugdwet 2015. In 2024 constateren we dat de kosten voor jeugdhulp de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen zijn, anders gezegd de kosten blijven stijgen. Dit is niet alleen in Zeeland zo, het is een landelijke trend. Op deze landelijke historische ontwikkelingen worden nu opnieuw beleidsacties ingezet; de Hervormingsagenda Jeugd. In 2023 is de Hervormingagenda Jeugd geïntroduceerd. Deze agenda heeft als doel de kwalitatieve en financiële knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken. Dit met een duidelijke focus om het jeugdzorgstelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. Hier ligt zowel een inhoudelijke als een kostenbesparings-opgave voor gemeenten en dus ook voor Vlissingen. In Vlissingen zien we een verschil met de gemiddelde landelijke en Zeeuwse ontwikkelingen. Zoals bij andere vergelijkbare gemeenten delen we een stijgend gebruik van de jeugdhulp. De ramingen voor de uitvoering Jeugdwet zijn ieder jaar aan forse verandering onderhevig waarbij zowel voor 2023 & 2024 een overschrijding van geraamde kosten aan de orde is.

Het toekomstperspectief is zeer zorgwekkend waardoor de noodzaak om veranderingen te 11

realiseren groot is. Vanaf 2015 zien we dat de lasten die de gemeente moet dragen voor de jeugdhulp structureel hoger is dan de middelen die vanuit het gemeentefonds beschikbaar zijn. Deze ontwikkeling maakt dat het doorgaan op deze weg maakt dat Vlissingen een gemeente wordt die deze kosten niet meer kan dragen vanwege de impact op het geheel. Het keren van deze ontwikkeling: (1) zorgt voor jeugdhulp die onze kwetsbare inwoners een werkelijk beter perspectief geeft; (2) zorgt voor een financieel beheersbare jeugdhulp en is een opdracht die we oppakken. We zetten in op de veranderstrategie van de Hervormingsagenda Jeugd; we gaan veranderingen realiseren door met alle betrokken partijen de komende jaren in te zetten op ‘anders denken’ en ‘anders doen’. Het is belangrijk dat we jeugdigen (en hun gezin en naasten) nog meer centraal zetten in alles wat we doen. Dat we nog beter luisteren naar en aansluiten bij hun behoeften. Dat we zorgen voor een meer integrale aanpak, waarbij we niet alleen kijken naar de jeugdige zelf, maar ook de gezinssituatie en eventuele problematiek op bijvoorbeeld het terrein van het onderwijs, de bestaanszekerheid en wonen. Dat we hulp bieden op basis van de meest recente inzichten. En dat we alleen (jeugd)hulp bieden als dit de meest effectieve en passende oplossing is. nr. Omschrijving (bedragen *€ 1.000, - is nadeel)

2025

2026

2027

2028

1 Voortzetting bestaand beleid: volumeontwikkeling

-2.276

-3.288

-3.129

-5.349

2 Voortzetting bestaand beleid: prijsontwikkeling

-1.304

-2.403

-3.623

-4.978

0

825

2.100

2.200

3 Versobering bestaand beleid (hervormingsagenda jeugd) 4 Uitvoeringskosten hervormingsagenda jeugd

-1.050

-1.150

-850

-850

5 Ondersteuningsteam optimalisatie processen jeugd

pm

pm

pm

pm

6 Aanbesteding jeugdhulp

pm

pm

pm

pm

-4.629

-6.016

-5.502

-8.977

Totaal

Toelichting: 1.

Voortzetting bestaand beleid: volumeontwikkeling Zetten wij het beleid op de huidige wijze voort dan is de verwachting dat onze jeugdlasten jaarlijks blijven groeien met 6,93%. In 2025 komt uit het prognosemodel van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) dat onze jeugdlasten stijgen tot € 26,4 miljoen.

2.

Voortzetting bestaand beleid: prijsontwikkeling Voor prijsontwikkeling is in 2025 gerekend met een voorlopige Ova index van 4,94% en vanaf 2026 met 3,9%.

3.

Versobering bestaand beleid (hervormingsagenda jeugd) Bovenop de huidige besparing in het kader van de hervormingsagenda jeugd (die al zijn opgenomen in de programmabegroting 2024-2027 van € 1,6 miljoen vanaf 2025) vanuit het investeringsfonds sociaal domein stellen wij voor aanvullende maatregelen te treffen in 2025 van € 825.000, 2026 € 2,1 miljoen en vanaf 2027 € 2,2 miljoen structureel. De maatregelen zijn o.a. gericht op: versterken van het lokaal team, preventief werken, normalisatie van de jeugdhulp en voorkomen dat gekozen wordt voor herhaling of verzwaring van de inzet zonder dat helder is dat deze inzet effectief is (inhoudelijk- en kosteneffectief).

4.

Uitvoeringskosten hervormingsagenda jeugd Om de hervormingsagenda uit te voeren is budget nodig. Met beperkte investeringen die deels tijdelijk zijn willen we structurele verbeteringen en vermindering van de kosten behalen. Voor cases die vastlopen wordt de optie opengesteld om door het inzetten van o.a.

12

de doorbraakmethode te komen tot een heldere, integrale analyse en een aanpak die passend is en de ontstane impasse kan doorbreken. De doorbraakmethode geeft mogelijkheden om te komen tot duurzame, domein-overstijgende maatwerkoplossingen op basis van een heldere integrale analyse. Oplossingen die niet gekoppeld zijn aan jeugdhulp of andere bestaande producten, maar oplossingen waarbij de inhoudelijk en de kosteneffectiviteit centraal staat. 5.

Ondersteuningsteam optimalisatie processen jeugd Door het vormen van een Vlissingens ondersteuningsteam gericht op het verminderen van de toestroom naar de jeugdhulp gaan we concrete procesoptimalisaties realiseren en gaan we tevens inzetten op veranderingen in ons eigen gedrag en in onze eigen organisatie. Hiervoor zijn op dit moment nog geen aanvullende besparingen ingeboekt.

6.

Aanbesteding jeugdhulp Regionaal zetten we in om de nieuwe aanbesteding jeugdhulp die in 2026 start zo te organiseren dat ook aanbieders medeverantwoordelijk zijn voor de financiële en kwalitatieve doelstellingen. Aangezien dit traject al ver gevorderd is en we hier afhankelijk zijn van de gezamenlijke inspanningen van de overige 12 Zeeuwse gemeenten zijn hiervoor op dit moment nog geen aanvullende besparingen ingeboekt.

Plan van aanpak sociaal domein Budget plan van aanpak sociaal domein (deels artikel 12) Het plan van aanpak sociaal domein omvat het geheel aan veranderopgaven binnen het sociaal domein voor de komende jaren om te komen tot een toekomstbestendige inrichting van het sociaal domein. Het plan van aanpak is een logische voortzetting van de koers die in 2020 door het college is ingezet met de ontwikkelagenda sociaal domein en de uitvoeringsopdrachten in het kader van artikel 12. Het plan van aanpak heeft in eerste instantie een looptijd van 3 jaar en beslaat de periode 2024-2026. Het plan van aanpak sociaal domein omvat twee parallelle uitvoeringsopdrachten: 1. Het verder realiseren van de taakstelling artikel 12 zoals aangegeven door de inspecteur artikel 12 en die voor het jaar 2024 en 2025 vertaald is in het investeringsfonds sociaal domein zoals al opgenomen in de programmabegroting 2024-2027; 2. De veranderopgave ten aanzien van de aard en wijze van uitvoering van de taken in het sociaal domein binnen de gemeentelijke organisatie (bouwplan sociaal domein).

Beide opdrachten hangen nauw met elkaar samen en zijn noodzakelijk vanwege de toenemende druk op de wettelijke taken van de gemeente, de groeiende zorgvraag, de stijgende kosten, het groeiend tekort aan arbeidskrachten en tenslotte de druk vanuit fondsbeheerders om te komen tot een situatie waarin de gemeente weer in financiële zin op eigen benen kan staan. Om de veranderopgave te realiseren is extra budget benodigd voor de jaren 2025 en 2026 (o.a. inzet extra personele capaciteit, specialistische adviesdiensten, training en opleiding van medewerkers binnen het sociaal domein) waarvoor dekking gevonden wordt in de reserve sociaal domein. 13

Wmo toegang In 2020 is als onderdeel van het verbetervoorstel integrale toegang besloten om een regieteam in te richten, waarbinnen onder andere de functies proces- en casusregie conform de Zeeuwse regiekaart is belegd. Het inrichten van het regieteam was een eerste stap in de ontwikkeling van een brede integrale toegang. Het regieteam werkt wet en domein overstijgend, integraal en heeft als doel: •

regievoering op de casuïstiek met veiligheidsaspecten en risicofactoren van 0 tot 100+ jaar, ook wel ‘grensvlak casuïstiek’ genoemd, te borgen.

•

ondersteuning en expertise op dit vlak laagdrempelig en snel beschikbaar te stellen aan inwoners en samenwerkingspartners in de lokale zorg- infrastructuur van de gemeente Vlissingen, waaronder Buurtteams Vlissingen

•

een kostenbesparing te realiseren op de inzet van (duurdere) individuele maatwerkvoorzieningen.

Medio 2023 heeft een evaluatie plaatsgevonden van het regieteam. Hierin is een aantal knelpunten naar voren gekomen die opgepakt moesten worden voor de verdere doorontwikkeling van het regieteam. Hiervoor is tijdelijk extra formatie gedurende 2024 (1 jaar) ingezet om de gewenste intensivering in te zetten. Om structureel vorm te kunnen geven aan de intensivering moet de formatie structureel gemaakt worden. Hiermee is een duidelijke scheidslijn ontstaan tussen de inzet in het voorliggend veld (Buurtteams Vlissingen), die laagdrempelig en ondersteunend is en het regieteam voor de casuïstiek waarin veiligheidsaspecten en risicofactoren zijn. Hiernaast is extra capaciteit benodigd voor functioneel beheer (verbeteren datakwaliteit) en consulentencapaciteit. GR Orionis Orionis heeft te maken met veel loongerelateerde kosten. Hiernaast zijn meerkosten vanuit het gemeenschappelijke I&A plan (I&A samenwerking) waarvoor de VZG-richtlijn onvoldoende dekkingsmiddel biedt. Boven op de VZG-richtlijn compenseren we daarom deze meerkosten aan Orionis. Ook zijn correcties doorgevoerd om de meerjarenbegroting aan te sluiten op de meerjarenbegroting van Orionis. Per saldo betekenen deze mutaties in 2025 en 2026 een nadeel van € 415.000 en € 200.000, in 2027 een voordeel van € 257.000 en vanaf 2028 een voordeel van € 18.000 op jaarbasis.

Het uitvoeren van de Wet Sociale Werkvoorziening en de Participatiewet is een wettelijke taak. De doelgroep re-integratie stijgt fors door de stijging van bijstandsaantallen, daardoor stijgt de begeleidingsbehoefte en daarmee de personele lasten. Orionis neemt voor de hogere kosten taakstellende bedragen op in hun begroting. Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) De afwijking op de bijdrage aan de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst vloeit voort uit een hoger aandeel in de verdeelsleutel over de 13 gemeenten wat betreft de gemeentelijke bijdragen. Deze stijgt voor Vlissingen van 11,35% in 2024 naar 11,91% vanaf 2025. Deze stijging komt door een stijging in het percentage van het aantal inwoners 0-19 jaar voor Vlissingen t.o.v. de andere gemeenten. Verhoging inkomensgrens minima Om op een meer gelijkwaardig voorzieningenniveau ten aanzien van het recht op minimaregelingen te komen met de buurgemeenten Middelburg en Veere, willen wij de

14

inkomensgrens van huishoudens voor de toegang tot minimaregelingen verhogen van 110% naar 120% van de bijstandsnorm. Dit is in lijn met twee eerdere moties die in april 2024 door uw gemeenteraad zijn aangenomen. Wij hebben berekend dat dit structureel € 1,6 miljoen kost (inclusief uitvoeringskosten). Hier zijn vooralsnog geen structurele middelen voor aanwezig om deze wijziging door te voeren en dus uitvoering te kunnen geven aan de aangenomen moties.

15

Programma Bestuur Financiële vertaling programma bestuur Paragraaf Omschrijving (bedragen *€ 1.000) 1 Formatie griffie Totaal

2025

2026

2027

2028

-106

-110

-116

-120

-106

-110

-116

-120

Formatie griffie De bezetting van de griffie is sinds 2006 bijna gelijk gebleven. Het takenpakket is wel aanzienlijk toegenomen. Er worden meer bijeenkomsten georganiseerd, er zijn meer fracties (van 9 in 2006 naar 13 in 2022). Raadsleden worden daarnaast meer betrokken bij de voorbereiding van bepaalde bijeenkomsten of het tot stand komen van bepaalde beleidsstukken. Dit gebeurt bijv. in werkgroepjes. De griffie begeleidt de werkgroepjes.

16

Financieel meerjarenperspectief 2025-2028 4.1 Financieel meerjarenperspectief 2025-2028 Bedragen * € 1.000 (- is nadeel)

2025

2026

2027

2028

Vertrekpunt Kadernota 2025 Programmabegroting 2024 na 6e wijziging 2024

-27

-6.908

-7.021

-6.902

4.2 Wijzigingen programma's

-5.783

-7.036

-6.064

-9.818

4.3 Algemene uitkering

-2.571

-214

-490

3.670

4.4 Financiële uitgangspunten

3.313

4.512

5.242

4.094

-5.068

-9.645

-8.333

-8.956

Totaal

4.2 Wijzigingen programma's Hieronder de recapitulatie van de (onvermijdelijke) wijzigingen die we hebben verwerkt in de programma's. De details hiervan hebben we in de betreffende programma's toegelicht. Bedragen * € 1.000 (- is nadeel)

2025

2026

2027

Programma leefbaarheid

-144

-217

-205

-236

-5.533

-6.709

-5.743

-9.461

Programma sociale samenhang Programma bestuur Totaal

2028

-106

-110

-116

-120

-5.783

-7.036

-6.064

-9.818

4.3 Algemene uitkering Bedragen * € 1.000 (- is nadeel)

2025

2026

2027

2028

Volume accres

-1.127

2.207

2.185

2.200

Loon en prijs-compensatie

-3.182

-3.824

-3.986

-3.834

Incidentele compensatie

1.738

371

295

236

Opschalingskorting

1.841

1.825

1.813

Correctie begroting 2024

-809

-809

Decembercirculaire

-809 4.064

Totaal

-2.571

-214

-490

3.670

Toelichting Op maandag 15 april publiceerde het demissionaire kabinet de voorjaarsnota 2024. Hierin nam het Rijk een aantal maatregelen op die een relatie hebben met de financiële verhoudingen. Het gaat hierbij onder andere om de volgende maatregelen: 1. Bijstelling accrespercentages van Miljoenennota 2024 (september 2023) naar percentages uit het CEP 2024 (februari 2024). Dit is een reguliere bijstelling die jaarlijks plaatsvindt. Uitgangspunt is dat de lagere indexcijfers ook een positief effect hebben op de lastenbudgetten (lagere inflatie). 2. Bijstelling accrespercentages (prijs en volume) als gevolg van de omzetting naar bbpsystematiek, vanaf 2024. Deze omzetting wordt financieel gecompenseerd door het Rijk. 3. Opschalingskorting. Vanaf 2026 wordt de oploop niet meer doorgezet. Vanaf 2026 wordt hierdoor € 675 miljoen structureel toegevoegd aan het gemeentefonds. In ruil daarvoor betalen gemeenten eenmalig € 675 miljoen in 2025, een nadeel voor Vlissingen van ruim € 2,5 miljoen.

17

4. Voor indexering zorgkosten: Vanaf 2026 wordt een bedrag gereserveerd, oplopend van € 75 miljoen in 2026, € 150 miljoen in 2027, € 225 miljoen in 2028 en € 300 miljoen vanaf 2029. Dit wordt gereserveerd op de Aanvullende Post, en wordt dus nog niet gestort in het gemeentefonds in de meicirculaire 2024. Wij zien de maatregelen van het demissionaire kabinet slechts als een reparatie van een beperkt deel van de financiële problematiek bij gemeenten. Op basis van de maatregelen vervolgt de VNG de inzet richting de formatietafel om alsnog te komen tot een goede balans tussen taken en middelen. De voorjaarsnota van het Rijk moet nog behandeld worden in de Tweede Kamer. Concrete uitwerking en financiële vertaling van de maatregelen inclusief de taakmutaties vindt plaats in de meicirculaire 2024.

4.4 Financiële uitgangspunten 2025-2028 Bedragen * € 1.000 (- is nadeel) 1. Inflatie lonen 2. Inflatie materiële budgetten

2025

2026

2027

2028

72

347

-55

-1.880

-72

-509

-691

-1.541

-1.022

-1.347

-1.589

-2.409

4. Indexering inkomsten

439

917

1.420

3.569

5. Rentesystematiek BBV

-1.540

-925

-795

-675

6. Vervallen indexering septembercirculaire 2023

1.061

968

1.201

1.201

7. Inzet dividend ZEH gedeeltelijk

2.880

2.880

2.880

2.880

8. Begrotingsanalyse

1.413

1.777

2.601

2.601

83

405

271

348

3.313

4.512

5.242

4.094

3. Inflatie GR'en en subsidies (VZG)

9. Herijking investeringen Totaal

1. Inflatie lonen Dit betreft de indexering van de lonen waarbij we als uitgangspunt hanteren dat we de indexen van het CEP (Centraal Economisch Plan) volgen tenzij er CAO verplichtingen zijn. Jaar

2024

2025

2026

2027

Percentage begroting 2024

5,20%

5,80%

4,80%

4,20%

Percentage kadernota obv CEP 2024

6,00%

4,40%

3,80%

4,80%

2028 4,00%

2. Inflatie materiële budgetten Dit betreft de actualisatie van de verwachte inflatie voor materiële budgetten. In de begroting 204-2027 hebben we rekening gehouden met een inflatie van 1,6%. In de jaren 2025-2028 houden we rekening met het percentage zoals het CEP 2024 vermeldt, 2,2%. Jaar

2024

2025

2026

2027

Percentage begroting 2024

1,60%

1,60%

1,60%

1,60%

Percentage kadernota obv CEP 2024

2,90%

2,20%

2,20%

2,20%

2028 2,20%

3. Inflatie Gr'en en subsidies We verwerken de verwachte inflatie voor bijdragen aan Gr'en en subsidies aan stichtingen met beroepskrachten. We volgen hier de VZG-richtlijn. De VZG stelde deze richtlijn voor de begroting 2024 bij. Dit hield in dat zij de toegestane inflatiecorrectie in dat jaar op 4,7% stelden. Dit was oorspronkelijk 3,4%. Voor de jaren 2025 tot en met 2028 volgen we de VZG richtlijn. Dit houdt een jaarlijks inflatiepercentage in van 3,9%. Jaar

2024

2025

2026

2027

Percentage begroting 2024

3,40%

3,40%

3,40%

3,40%

Percentage kadernota obv CEP 2024

4,70%

3,90%

3,90%

3,90%

18

2028 3,90%

4. Indexering inkomsten We passen een inflatiecorrectie van 3,9% (gelijk aan de VZG-richtlijn) toe op alle inkomsten. 5. Rentesystematiek BBV Met ingang van het begrotingsjaar 2025 hanteert het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) een andere methodiek voor de rentomslag berekening. Voorheen werden de rentekosten eerst doorbelast ten laste van de grexen. Het restant kwam ten laste van de exploitatie. In 2025 verdelen we de rente volgens renteomslag methodiek voor een evenredig gedeelte naar de grexen en de exploitatie. Dit heeft tot gevolg dat we meer rente toerekenen aan de exploitatie en minder aan de grondexploitatie. Dit laatste zal leiden tot afname van de verliesvoorziening. De afname van de verliesvoorziening verwerken we in de jaarrekening 2024. 6. Vervallen indexering septembercirculaire 2023 In de septembercirculaire 2023 hebben we middelen voor extra indexering ontvangen. Deze hebben we in de begroting 2024 apart gehouden. Nu de nieuwe indexen bekend zijn hoeft het bedrag niet langer apart te worden gehouden. 7. Inzet dividend ZEH gedeeltelijk In de begrotingscirculaire geeft de provincie de mogelijkheid om maximaal 50% van de te ontvangen dividenden structureel in te zetten. Gezien ons financieel perspectief maken we gebruik van die mogelijkheid. 8.

Begrotingsanalyse Om te komen tot een realistische begroting voeren we in 2024 een begrotingsanalyse uit. Aanleiding hiervoor zijn de jaarlijkse overschotten bij de jaarrekening en het onderzoek naar de exit artikel 12 status. De uitvoering van de begrotingsanalyse vergt een langere doorlooptijd dan vooraf gedacht. Om die redenen hebben we dit opgesplitst in twee fasen. Dit is het resultaat van de 1e fase van de begrotingsanalyse. De uitkomsten van de 2e fase verwachten we in de 2e helft 2024. 9. Herijking investeringen We zien dat we een oplopende investeringsopgave hebben. Dit wordt veroorzaakt doordat we jaarlijks nieuwe investeringen opnemen en doordat de uitvoering van lopende investeringen om diverse redenen vertragen. In dat kader hebben we kritisch naar onze investeringen gekeken en een aantal investeringen herijkt. De herijking zelf nemen we op in de begroting 2025. Daarnaast houden we vast aan het uitgangspunt dan we 80% van de investeringsopgaaf tijdig wordt gerealiseerd. Verder denken we na over het opstellen van kaders om voor te toekomst te komen tot een nog realistischere investeringsplanning.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14255615/1