CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 rvs Voorstel herpositionering deel reserve centrumtaken bijlage 2 rapport AEF risicotaxatie regio Zeeland

Commissie Algemeen en Sociaal 7 december 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Inzet deel historische reserve centrumtaken12.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

€ 150.000

€ 250.000 € 200.000

€ 100.000 € 50.000 €1

2

Aantal jaar met 6 extra cliënten per jaar

1: Dit gemiddelde tarief is lager dan wat we hanteren voor cliënten binnen de regio. Dit verschil komt door het relatief hoge aantal cliënten in een geclusterde voorziening (bijvoorbeeld safe house) in de bovenregionale plaatsingen. Mochten er veel cliënten toch uit andere (bv. forensische) instellingen komen, dan zullen het gemiddelde tarief en dus kosten stijgen.

3

Uitwerking van (financiële) risico’s en beheersmaatregelen

Risico 6: Er blijken meer cliënten dan voorzien BWvoorzieningen buiten de regio af te nemen (3/3) De grafiek laat zien dat een extra instroom van 6 cliënten maar tot een beperkte toename in kosten leidt. Het aantal extra instromende mensen is namelijk zeer beperkt ten opzichte van de totale BW-populatie in Zeeland. Ervan uitgaande dat cliënten na een jaar ook weer uitstromen, stagneert de kostenstijging al na het tweede jaar. De extra kosten blijven vanaf dan ieder jaar €247.000 (ofwel 1,5% van het totaal) bovenop de jaarlijks geraamde kosten. Dit is een beperkt financieel risico. De extra kosten per jaar voor een eenmalige toename van 10% en een structurele toename per jaar zijn in dit geval gelijk aan elkaar. Dat komt doordat de gemiddelde doorlooptijd van deze doelgroep 1 jaar is. De extra cliënten van jaar 1 stromen in jaar 2 alweer uit, waardoor de kosten voor extra cliënten zich niet stapelen zoals ze bij een structurele toename wel zouden doen. Maximaal betaalt de regio voor een incidentele toename van 10% daarom één jaar € 247.000 bovenop de geraamde kosten.

38

Welke beheersmaatregelen kan de regio inzetten? Er zijn een aantal beheersmaatregelen die de regio kan inzetten om dit risico te beperken: ▹ Monitoring bovenregionale plaatsingen: allereerst is het van belang dat de regio het aantal bovenregionale plaatsingen blijft monitoren en eventuele ontwikkelingen hierin signaleert. Op basis hiervan kan het voorziene aantal bovenregionale cliënten worden bijgesteld in de zorginkoop. ▹ Bijsturen in inkoop: ook is het belangrijk dat de regio zicht krijgt op de achterliggende oorzaken van een eventuele toename in bovenregionale plaatsingen. Het kan namelijk duiden op gaten in de eigen inkoop, bijvoorbeeld een groeiende behoefte aan safe houses of andersoortige BW-voorzieningen. Door hier zicht op te krijgen, kan de regio een bewuste afweging maken in hoe op de ontwikkelingen in te spelen.

Uitwerking van (financiële) risico’s en beheersmaatregelen

Risico 7: Er is sprake van een kostenstijging voor het leveren van BW-voorzieningen (1/2) Hoe waarschijnlijk is het dat dit risico zich voordoet? Op basis van gesprekken met betrokkenen in de Zeeuwse regio voorzien we een aantal situaties die kunnen leiden tot hogere kosten voor beschermd wonen dan is voorzien in de werkbegroting. Gezien de financiële ruimte in de begroting hoeft dit niet direct tot financiële risico’s te leiden. We achten het waarschijnlijk dat de kosten voor beschermd wonen in de regio hoger zijn dan voorzien in de werkbegroting. We zien hiervoor de volgende oorzaken: ▹ Toename kosten per cliënt door doelgroepverzwaring: op basis van gesprekken met betrokkenen komt het beeld naar voren dat er sprake is van een toenemende mate van complexiteit aan problematiek in Zeeland. Deze doelgroep verzwaring is inherent verbonden aan de groeiende complexiteit van de maatschappij, mensen die moeten wachten op zorg door wachtlijsten in de ggz en de toename van jongvolwassenen met complexe problematiek die een beroep doen op het beschermd wonen. Als dergelijke ontwikkelingen leiden tot een langere verblijfsduur of een hoger percentage cliënten dat terugvalt, dan heeft dat een stijging van de

39

gemiddelde kosten per cliënt tot gevolg. Bij een vergelijkbare in- en uitstroom, heb je als regio nu wel meer kosten van voorzien. ▹ Toename kosten per cliënt door inefficiëntie: het is mogelijk dat de ambulantisering zal leiden tot minder efficiëntie in het aanbod van beschermd wonen. Zo kan de uitgestrektheid van het Zeeuwse landschap zorgen voor langere reistijden met (uiteindelijk) hogere kosten en tarieven tot gevolg. De kosten per cliënt kunnen hierdoor oplopen. ▹ Algemene kostenstijging door aanschaf vastgoed: de ambulantisering in Zeeland brengt consequenties met zich mee voor de om- en afbouw van voorzieningen. Dit vastgoedvraagstuk kan kosten met zich mee brengen binnen het beschermd wonen-budget. De situatie dat de regio veel kosten moet dragen voor de aanschaf van nieuw vastgoed is daarentegen onwaarschijnlijk. Dit komt omdat naar verwachting de cliëntaantallen komende jaren redelijk gelijk blijven en er sprake zal zijn van een afname van cliënten uit de klassieke vorm van BW.

Uitwerking van (financiële) risico’s en beheersmaatregelen

Risico 7: Er is sprake van een kostenstijging voor het leveren van BW-voorzieningen (2/2) ▹ Algemene kostenstijging door externe omstandigheden: de situatie kan zich voordoen dat de kosten voor BW stijgen door externe omstandigheden zoals duurder wordende arbeid, stijging van huurprijzen voor BW-instellingen en hogere energiekosten. Hoe groot is het risico? De werkbegroting van 2023–2025 bevat een marge. De totale baten zijn namelijk hoger dan de voorziene lasten. Zo zijn de totale lasten voor beschermd wonen in 2024 voorzien op circa €27,8 miljoen terwijl het regionale budget op basis van het ingroeipad voor Zeeland in 2024 €33,8 miljoen bedraagt. Daarmee is het risico dat het regiobudget niet voldoende dekkend is om een eventuele extra kosten als gevolg van een stijging in de kosten (per cliënt of voor de organisatie van beschermd wonen) beperkt.

40

Welke beheersmaatregelen kan de regio inzetten? Eventuele beheersmaatregelen die de regio kan inzetten om de kostenstijging te mitigeren zijn als volgt: ▹ Afspraken reistijden: indien de tarieven voor ambulante begeleiding dreigen te stijging als gevolg van toegenomen reistijden, dan kan de regio overwegen afspraken te maken met aanbieders van ambulante begeleiding in welke gebied binnen Zeeland zij begeleiding bieden. Door ambulante begeleiding zoveel mogelijk te clusteren, kan dit risico worden ingeperkt.

Uitwerking van (financiële) risico’s en beheersmaatregelen

Risico 8: Er wordt besloten tot een Wlz-uitname als gevolg van de landelijk hoge uitstroomcijfers

41

Hoe waarschijnlijk is het dat dit risico zich voordoet? Het is mogelijk dat het Rijk besluit een extra uitname uit het gemeentefonds te doen om zo te compenseren voor de blijvend hoge uitstroom van de gemeentelijke BW-cliënten richting de Wlz. Hoe waarschijnlijk het is dat dit uiteindelijk gaat gebeuren is lastig te voorspellen. We schatten de waarschijnlijkheid daarom op neutraal.

Als zo’n uitname inderdaad zal plaatsvinden, dan is de meest waarschijnlijke optie in de vorm van een generieke uitname uit het gemeentefonds. De hoeveelheid te verdelen middelen op basis van verdeelmodel wordt daarmee kleiner. Gezien de te verdelen middelen dan minder is, zal het proces van de herverdeling van het historische budget naar het objectieve budget naar verwachting nog sneller gaan dan de zeven jaar die er nu voor staat.

Op dit moment liggen er afspraken tussen het Rijk en gemeenten over de inzet op het beperken van uitstroom richting de Wlz. Een voorbeeld hiervan is het afgeven van langere Wmo-beschikkingen door gemeenten om zo meer rust te creëren in de ondersteuning van cliënten en voortijdige Wlzindicatieaanvragen te beperken. Het is op dit moment gissen of de afspraken voldoende zullen zijn om de uitstroom richting de Wlz terug te dringen en of, indien het doel niet is bereikt, er wordt gekozen voor een uitname. De VNG heeft afgelopen april in ieder geval aangegeven dat er vanuit gemeenten zorgen zijn over de uitvoerbaarheid van de afspraken en dat een uitname uit het gemeentefonds onbespreekbaar voor hen is.1

Hoe groot is het financiële risico? Net als dat het gissen is hoe waarschijnlijk een eventuele uitname uit het gemeentefonds is, is het ook gissen naar hoe hoog die eventuele uitname zou zijn. We kunnen hier daarom geen gegronde uitspraken over doen.

1: VNG (april, 2023): afspraken om hoge instroom Wlz Ggz terug te dringen

Uitwerking van (financiële) risico’s en beheersmaatregelen

Risico 9: Er wordt besloten tot een herijking van het objectieve verdeelmodel (1/2) Hoe waarschijnlijk is het dat dit risico zich voordoet? Het is niet waarschijnlijk dat op korte termijn besloten wordt tot een herijking van het objectieve verdeelmodel. De aankondiging van een herijking zou immers extra onzekerheden toevoegen aan het toch al spannende wetstraject rondom het woonplaatsbeginsel. Wel is vooraf afgesproken dat het verdeelmodel drie jaar na invoering wordt geëvalueerd. Vanuit de bevindingen van de evaluatie zijn wijzigingen goed denkbaar. Er zijn verschillende herijkingsopties en daaropvolgende implicaties voor de Zeeuwse regio. Zo kan het Rijk besluiten de weging van de verdeelmaatstaven aan te passen of maatstaven toe te voegen en/of te verwijderen. Het is niet mogelijk te voorspellen wat uit een verandering van het verdeelmodel zal komen. Daarvoor zijn er teveel manieren waarop veranderingen in gegevens en verschillende maatstaven op elkaar inspelen. Wel zijn er twee veranderingen waarvan te verwachten is dat ze onderzocht zullen worden en waarvan we de gevolgen voor Zeeland kunnen schetsen:

42

▹ De maatstaf centrumfunctie: Gezien de discussie over de maatstaf ‘regionale centrumfunctie’ en het relatief hoge aandeel hiervan in de huidige verdeling (24%), is het waarschijnlijk dat de weging hiervan aangepast wordt. Het verlagen van de weging is in het nadeel van grote gemeenten en in het voordeel van kleine gemeenten. Voor Zeeland als geheel zou dit een voordeel zijn. Er is echter ook zojuist een onderzoek gestart naar een alternatief voor de centrumfunctie op basis van stapeling van sociale problematiek. Mogelijk wordt er dus een alternatieve maatstaf geformuleerd. Het is nog niet duidelijk wat dit voor Zeeland zou kunnen betekenen. ▹ Het vaste bedrag: In het verdeelmodel BW zit ook een vast bedrag per gemeente. In het algemeen wordt dit als suboptimale maatstaf beschouwd, aangezien hij niet ‘herindelingsbestendig’ is. Het is daarom te verwachten dat bij een volgend verdeelmodel zeker gekeken zal worden naar de mogelijkheden deze maatstaf uit het verdeelmodel te verwijderen. Dit zou ten koste gaan van kleine gemeenten, waar Zeeland er relatief veel van heeft.

Uitwerking van (financiële) risico’s en beheersmaatregelen

Risico 9: Er wordt besloten tot een herijking van het objectieve verdeelmodel (2/2) Hoe groot is het financiële risico? Het is op dit moment gissen hoe een herijking van het objectieve verdeelmodel financieel uit zou pakken voor de regio. Wel wordt over het algemeen een maximaal nadeel van €15 per inwoner per jaar aangehouden bij een herverdeling in het gemeentefonds. Uitgaande van 391.000 inwoners in Zeeland, zou een zeer ongunstige herijking, leiden tot de maximale korting op het verdeelmodel van €5,8 miljoen minder middelen in het eerste jaar. Met het oog op de ruimte in de werkbegroting en de reserves voor beschermd woning in de regio Zeeland, zou dit dus niet moeten leiden tot acute financiële tekorten in de regio. Afhankelijk van de herijking kan dit bedrag in latere jaren wel nog oplopen. Welke beheersmaatregelen kan de regio inzetten?

De keuze het verdeelmodel te herijken ligt buiten de invloedsfeer van de regio. Er zijn dan ook geen beheersmaatregelen om het risico dat hieruit zou volgen te beperken.

43

Uitwerking van (financiële) risico’s en beheersmaatregelen

Risico 10: Het wetsvoorstel invoering woonplaatsbeginsel beschermd wonen wordt afgewezen of ingetrokken (1/2) Hoe waarschijnlijk is het dat dit risico zich voordoet?

Hoe groot is het financiële risico?

Het wetsvoorstel invoering woonplaatsbeginsel beschermd wonen is niet onomstreden in de Tweede Kamer. Niet voor niets is de invoering daarvan vertraagd geraakt. Desalniettemin heeft de VNG afgelopen april een appel gedaan op de Tweede Kamer voor een spoedige behandeling van het wetsvoorstel.1 De val van het Kabinet brengt echter nieuwe onzekerheden met zich mee: met het oog op de eerdere twijfels bij Kamerleden is het niet ondenkbaar dat het wetsvoorstel in september controversieel wordt verklaard. Dit hoeft geen afstel te betekenen, maar betekent hoogstwaarschijnlijk wel uitstel.

Het is lastig in te schatten wat het financiële risico is voor de regio als het wetsvoorstel invoering woonplaatsbeginsel beschermd wonen wordt afgewezen of ingetrokken. Mocht het intrekken van het wetsvoorstel tot gevolg hebben dat het objectieve verdeelmodel er niet komt, dan zullen de centrumgemeenten middelen voor beschermd wonen blijven ontvangen vanuit het gemeentefonds.

Hoe waarschijnlijk het afwijzen of intrekken van het wetsvoorstel is, is op dit moment gissen. We schatten de waarschijnlijkheid daarom in op neutraal.

44

1: Position paper VNG (april 2023) - t.b.v. rondetafelgesprek Tweede Kamercommissie over invoering woonplaatsbeginsel beschermd wonen

Uitwerking van (financiële) risico’s en beheersmaatregelen

Risico 10: Het wetsvoorstel invoering woonplaatsbeginsel beschermd wonen wordt afgewezen of ingetrokken (2/2) Welke beheersmaatregelen kan de regio inzetten? Er zijn een aantal maatregelen die de regio kan inzetten om de gevolgen van het niet invoeren van het woonplaatsbeginsel te mitigeren. Het gaat dus niet om maatregelen die de kans op het risico kunnen verlagen, gezien het wetsvoorstel vanzelfsprekend niet in handen van de regio ligt. ▹ Monitoring en afspraken over spreiding: Ook zonder ingang van het woonplaatsbeginsel is het van belang om te monitoren op en afspraken te maken over de spreiding van cliënten in de regio. Dit om te voorkomen dat er ongelijke verhoudingen ontstaan en gemeenten met voorzieningen een relatief hoge uitstroom van cliënten uit BW krijgen. ▹ Monitoring op preventie: eveneens is het belangrijk –zonder invoering van het woonplaatsbeginsel – te monitoren op en afspraken te maken over de lokale inzet van preventiemaatregelen. Het ontbreken van het woonplaatsbeginsel haalt namelijk de indirecte prikkel weg voor gemeenten om in te zetten op preventie.

45

Inhoudsopgave

1. Inleiding, context en aanpak 2. Technische aspecten van het wetsvoorstel 3. De transformatie in de context van Zeeland 4. Maatschappelijke ontwikkelingen 5. Regionale transformatieopgaven 6. Uitwerking van (financiële) risico’s en beheersmaatregelen 7. De (financiële) risico’s op een rij

46

De (financiële) risico’s op een rij

We zetten de waarschijnlijkheid, omvang en type beheersmaatregelen van de (financiële) risico’s op een rij Risico’s

Waarschijnlijkheid

Omvang financieel risico

Type beheersmaatregelen

1: instroom hoger dan voorzien

Incidenteel*: €674.000 Structureel**: €2 miljoen

- Monitoring instroom - Sturing: toegangscriteria, wachtlijsten en landelijk agenderen

2: uitstroom lager dan voorzien

Incidenteel*: €674.000 Structureel**: €2 miljoen

- Monitoring uitstroom - Sturing: beschikbare woningen en spreiding - Partnerschapsafspraken

3: in- en uitstroom wijken af van ingroeipad 4: ongelijke verdeling instroom over regio

Beperkt financieel risico; meer bestuurlijk vraagstuk

- Monitoring om afwijkende instroom te signaleren - Partnerschapsafspraken

5: ongelijke verdeling uitstroom over regio

Beperkt financieel risico; meer bestuurlijk vraagstuk

- Monitoring spreiding uitstroom - Partnerschapsafspraken

6: instroom buiten regio hoger dan voorzien

Incidenteel*: €247.000 Structureel***: €247.000

- Monitoring bovenregionale plaatsing - Sturing: in inkoop en vanuit actieprogramma Weer Thuis

7: kosten hoger dan voorzien in begroting

- Monitoring verlengde BW-duur en recidive aantallen - Partnerschapsafspraken

8: Rijk besluit tot extra Wlz-uitname

- Partnerschapsafspraken

9: herijking objectief verdeelmodel 10: woonplaatsbeginsel niet ingevoerd

47

*incidentele toename in 1 jaar ** structurele toename in en na 4 jaar *** structurele toename in en na 2 jaar

Maximaal €5,8 miljoen (jaar 1)

- Partnerschapsafspraken - Monitoring op preventie en spreiding - Partnerschapsafspraken

De (financiële) risico’s op een rij

De (financiële) risico’s binnen het BW-domein zijn beperkt in omvang maar hebben wel een impact op het partnerschap Het grootste financiële risico is een onvoorziene toename aan cliënten Met het oog op de financiële risico’s in de regio, zien we dat risico’s 1, 2 en 6 significante financiële onzekerheden met zich meebrengen. Landelijke ontwikkelingen en de transformatieopgaven lijken erop te wijzen dat de instroom de komende jaren toe kan nemen, o.a. vanwege de problematiek in aanpalende domeinen zoals in de jeugdwet. De uitstroom kan daarnaast stagneren, o.a. vanwege de woningnood of een toename van cliënten die langer BW-voorzieningen nodig hebben. Daar komt bij dat het op dit moment voor de regio nog niet duidelijk is hoeveel cliënten er buiten de regio verblijven in forensische, residentiële jeugdhulp- of GGZ-instellingen. De komende jaren kan het aantal cliënten dat een beroep doet op de Zeeuwse gemeenten daarom groter zijn dan voorzien.

Mede vanwege de onzekerheden in de doordecentralisatie en de ontwikkelingen rondom de Wlz, is het echter lastig om concrete bedragen aan het financiële risico voor de regio te koppelen. Gezien de ruimte in de begroting van de regio en de reeds ingebouwde stelposten en beheersmaatregelen, lijkt het risico op acute financiële druk beperkt. 48

Het effect op de onderlinge solidariteit is mogelijk nog belangrijker Hoewel het financiële risico dus beperkt lijkt, raken de omschreven risico’s wel altijd aan hoe de gemeenten met elkaar samenwerken in de regio. Het partnerschap gaat uit van solidariteit en een gedeelde verantwoordelijkheid. Wanneer hier, bijvoorbeeld door een ongelijke spreiding van uitstroom, een ongelijkheid in ontstaat, legt dat druk op de solidariteitsafspraken. Dit is een reëel risico voor het partnerschap. De meest effectieve beheersmaatregel is het partnerschap te behouden Om de risico’s de beheersen, liggen er voor de regio belangrijke uitdagingen in het inrichten van een nauwkeurige monitor en het tijdig bijsturen op ontwikkelingen. Wellicht de meest effectieve maatregel is echter het in stand houden van het partnerschap. Een deel de risico’s wordt immers pas problematisch op het moment dat gemeenten het partnerschap verlaten. Om het partnerschap bestand te maken tegen de risico’s en de bijkomende druk, zijn gedegen partnerschapsafspraken nodig. Afspraken waarin de risico’s gezamenlijk zijn doorleefd en waarin is vastgelegd wanneer en hoe gemeenten elkaar kunnen aanspreken.

Meer weten?

(030) 2363030 Andersson Elffers Felix www.aef.nl A.geurts@aef.nl 21-7-2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13543139/1