CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 Rvs Vaststellen bestemmingsplan Westduin - tweede planverandering bijlage 2 toelichting

Commissie Ruimte 22 februari 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Bestemmingsplan Westduin (tweede planverandering).14.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit houdt in dat ramen, deuren en ventilatieroosters te sluiten zijn (inclusief automatische schuifdeuren) en dat de mechanische ventilatie (indien aanwezig) met een eenvoudige druk op een knop uitgeschakeld kan worden. Risicocommunicatie: Informeer de gebruikers over het handelingsperspectief bij ongevallen met gevaarlijke stoffen. Dit handelingsperspectief is als volgt: Blijf binnen of ga naar binnen, sluit ramen, deuren en ventilatieroosters, schakel de mechanische ventilatie uit, schuil midden in het gebouw, volg de instructies van de overheid via NL-alert, www.zeelandveilig.nl en eventueel calamiteitenzender Omroep Zeeland. Verder is het advies om alle toekomstige gebruikers de infographic met dit handelingsperspectief te verstrekken. BHV-/ontruimingsplan: Indien de strandpaviljoens beschikken over een BHV-/ontruimingsplan: Neem het scenario van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen en bovengenoemd handelingsperspectief hierin op en zorg dat het personeel hiermee bekend én getraind is. Maatregelen ter verbetering beheersbaarheid De beheersbaarheid richt zich voor wat betreft externe veiligheid op de locatie waar de calamiteit plaatsvindt, dus bij de risicobron. De risicobron bevindt zich buiten het plangebied. De beheersbaarheid bij de bron is hiermee niet relevant.

Onderstaand staan de belangrijkste adviezen samengevat: Bereikbaarheid: Via het strand zijn de strandpaviljoens zeer slecht (primair niet) bereikbaar. Het advies is om te zorgen voor toegangswegen die voldoen aan de eisen uit Bijlage 1 onder bereikbaarheid, zodat de strandpaviljoens bereikbaar zijn met een tankautospuit. Indien er geen geschikte toegangsweg is, zal door de afstand een langere opbouwtijd van de waterwinning nodig zijn waardoor de brandweer vertragend optreedt. Opstelplaatsen: Ter hoogte van de kruising Galgeweg / Dishoek kan de openbare weg gebruikt worden als

Juust

24

Westduin, tweede planverandering

opstelplaats, mits deze voldoet aan de eisen uit Bijlage 1 onder opstelplaatsen. Primair bluswater: Er is reeds voorzien in een aansluiting voor droge stijgleidingen. Ondergrondse brandkranen liggen in de nabijheid van deze aansluitingen Secundair bluswater: Ter hoogte van de Chopinlaan in Vlissingen is een secundaire waterwinning aanwezig, deze ligt op ca. 1800 meter van de strandpaviljoens. Zorg dat deze voorziening te allen tijde beschikbaar is, onderhouden wordt en voldoet aan de eisen uit Bijlage 1 onder secundair bluswater. Draag ervoor zorg dat onderstaande punten te allen tijde beschikbaar én bereikbaar zijn: De aanwezige ondergrondse brandkranen; Opstelplaats binnen 15 meter van de aansluiting voor droge stijgleidingen; Aansluitingen droge stijgleidingen; De duinovergang. Maatregelen met betrekking tot natuurbrand Het beoogde plangebied ligt ten westen van het duingebied in de kuststrook van Walcheren. De locatie ligt binnen een gebied dat aangeduid is in de Risico Index Natuurbrand (RIN) van Veiligheidsregio Zeeland. De RIN is een systematiek die wordt gehanteerd om het natuurbrandrisico in kaart te brengen. Het gebied waarin de beoogde locatie zich bevindt, kenmerkt zich onder meer door de grote ecologische waarde en verhoogde brandbaarheid van de aanwezige vegetatie (open duin, duingrasland) en de (relatief grote) hoeveelheid aanwezige dagrecreanten.

Op een afstand van circa 10 meter tot aan de twee objecten is deze brandbare vegetatie te vinden. Daartoe adviseren wij de volgende maatregelen om het risico van een natuurbrand voor de bebouwing te beperken: Bouwkundig: Voor wat betreft brandveiligheid van de objecten in relatie tot het risico op stralingswarmte en/of vliegvuur, kunnen bouwkundige maatregelen worden toegepast voor onder meer dakbedekking en gevelbekleding. Door voor het dak en de binnen- en buitenwanden minimaal materiaal van brandklasse B (praktisch niet brandbaar) toe te passen, zorgt men ervoor dat dit nagenoeg geen bijdrage levert aan de brandvoortplanting. Dit geldt ook voor de isolatie in de wanden en het dak. Realisatie hiervan kan bijvoorbeeld door het impregneren van brandbaar materiaal. Advies is om voor het dak en de binnen- en buitenwanden minimaal materiaal van brandklasse B toe te passen. Organisatorisch: Ten tijde van een natuurbrand kan er voor de omliggende panden sprake zijn van een ontruiming (vanwege brand of rook). Het vergt de moeite in het BHV-/ontruimingsplan van de objecten op te nemen hoe een veilige ontruiming kan plaatsvinden ten tijde van een natuurbrand in de duinen. Een belangrijk aandachtspunt is dat vluchten door de duinen (bijvoorbeeld via de duinovergangen) niet altijd mogelijk zal zijn tijdens een natuurbrand.

Afhankelijk van windrichting en locatie van de brand kan de veiligste optie ook zijn om juist te schuilen in plaats van te vluchten. De Veiligheidsregio adviseert om in het BHV-/ontruimingsplan van de objecten op te nemen hoe veilig te vluchten/schuilen ten tijde van een natuurbrand in de nabijgelegen duinen. Communicatie: Naast het voorkomen van brandoverslag vanuit de natuur richting omliggende objecten, is het tegelijkertijd van belang dat voorkomen wordt dat een natuurbrand onbedoeld ontstaat vanaf het strand. Door gasten/bezoekers hierop te attenderen kan er meer bewustwording over dit risico worden gecreëerd Er wordt geadviseerd om bij het inchecken van gasten informatie over het natuurbrandrisico en handelingsperspectief mee te geven. De eisen met betrekking tot bereikbaarheid zijn geen wettelijke eisen, maar gelden als een (dringend) advies. In het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt de Veiligheidsregio betrokken om mogelijk nog nadere preventieve maatregelen te kunnen adviseren om de gevolgen van een beperkte bereikbaarheid te compenseren. Met inachtneming van bovenstaande adviezen vormt het apect externe veiligheid geen belemmering voor vaststelling van dit bestemmingsplan.

Juust

25

Westduin, tweede planverandering

4.6

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. Verblijfsrecreatieve eenheden zijn volgens de Wet geluidhinder geen geluidgevoelige objecten. Een akoestisch onderzoek is niet nodig. Het meest dichtbijzijnde strandpaviljoen ligt op een afstand van ongeveer 100 meter van de Galgeweg. Hier geldt een snelheidsregime van 60 km/uur. Het strandpaviljoen ligt daarmee binnen de geluidszone (250 meter) van deze weg.

Vanwege de afschermende werking van de tussen gelegen duinen en de onmogelijkheid van de te behalen snelheid van 60 km/uur op 100 meter afstand van het strandpaviljoen, door het kruispunt Galgeweg - Dishoek (fietsstraat) - Zwanenburg, is er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed verblijfsklimaat te verwachten.

4.7

Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen.

4.8

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De gewenste ontwikkeling van de verblijfsrecreatieve eenheden valt in vergelijking met 1.500 woningen ver onder de drempelwaarden. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

4.9

Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Gebiedsbescherming

Juust

26

Westduin, tweede planverandering

Het plangebied is onderdeel van het Natuurnetwerk Zeeland 'Kaapduinen' (zie afbeelding 7). Het doel van het natuurnetwerk is het behoud en de versterking van het aantal soorten in het wild voorkomende planten en dieren. De natuurgebieden van het Natuurnetwerk Zeeland dragen ook sterk bij aan de identiteit van Zeeland en aan de kwaliteit van Zeeland als woon- en werkgebied. Het grootste deel van het natuurnetwerk Zeeland is goed toegankelijk en beleefbaar. Het natuurdoeltype ter hoogte van het strandpaviljoen is Open duin. Hier aangrenzend is het natuurdoeltype Duinbos aanwezig. Er zijn geen (grond)wateronttrekkingen, er is geen nieuw ruimtebeslag op terreinen waar nu nog geen recreatie is, er worden geen schadelijke stoffen uitgestoten, er komen geen licht- en geluidsbronnen. De beoogde uitbreiding van 4 verblijfsrecreatieve eenheden vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte (footprint) van de het strandpaviljoen. Omdat de werkzaamheden zeer lokaal zijn, op een locatie plaatsvinden waar nu al intensieve recreatie is en omdat de werkzaamheden in een relatief korte periode uitgevoerd worden, worden er geen negatieve effecten verwacht op de kwaliteiten van het natuurnetwerk.

Afbeelding 7 | Uitsnede Natuurnetwerk Zeeland (bron: Geoloket.nl) Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied 'Westerschelde en Saeftinghe' en ligt op een afstand van ongeveer 50 meter. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de AERIUS Calculator moet en kan voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. Op dit moment is er nog geen concreet bouwplan. Het voornemen is om één extra bouwlaag te realiseren voor de verblijfsrecreatieve eenheden. In de stikstofberekening is hiermee rekening gehouden. Voor beide strandpaviljoens is de stikstofberekening uitgevoerd. Voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase is een AERIUS-berekening uitgevoerd (zie Bijlage 2). De uitkomst is dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning.

Juust

27

Westduin, tweede planverandering

Soortenbescherming Er zijn vooralsnog geen sloop- en bouwactiviteiten voorzien. Er zijn geen bomen of andere opgaande beplanting aanwezig die in het kader van de ontwikkeling moeten worden gekapt. Daarnaast leidt het wegbestemmen van 10 strandhuizen niet tot aantasting van natuurwaarden. Bovendien zijn er in de huidige (hoogseizoen) situatie intensieve vormen van recreatie aanwezig. Een nader onderzoek naar natuurwaarden is voor deze locatie niet benodigd in het kader van dit bestemmingsplan. Bij de uitvoering van een concreet sloop- en bouwplan moet ten alle tijde aan de regels uit de Wet natuurbescherming worden voldaan. Het aspect natuur staat de gewenste ontwikkeling niet in de weg.

4.10

Niet gesprongen explosieven (NGE)

In de Tweede Wereldoorlog is in Zeeland veel gevochten. Doordat tijdens de gevechten niet alle munitie is ontploft zijn er tot op de dag van vandaag blindgangers in de bodem te vinden. De Provincie Zeeland heeft een kaart ontwikkeld waar op te zien is waar gevochten is en waar een grote kans is om blindgangers in de bodem aan te treffen. Als er op verdachte locaties werkzaamheden gepland staan, moet men eerst op zoek naar de mogelijke explosieven. Als gevolg van de vele oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, kunnen niet gesprongen conventionele explosieven (CE) zijn achtergebleven in de bodem van de gemeente Vlissingen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er echter vele grondroerende werkzaamheden uitgevoerd binnen de gemeente. Op 3 oktober 2013 heeft de gemeenteraad hiertoe beleid vastgesteld. In dit beleid en op de bijbehorende kaart is vastgelegd in welke deelgebieden wel of geen nader onderzoek naar conventionele explosieven uitgevoerd moet worden voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden. Op basis van de gemeentelijke beleidskaart ligt het plangebied in de zone 'Verdacht gebied' (zie afbeelding 8). In deze gebieden hebben oorlogshandelingen plaatsgevonden en hebben na de WOII geen grootschalige grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden. Het beleid is dat bij alle grondroerende werkzaamheden dieper dan 0,4 m –mv,onderzoek naar CE uitgevoerd moet worden.

Juust

28

Westduin, tweede planverandering

Afbeelding 8 | Uitsnede Beleidskaart CE (bron: Gemeente Vlissingen) Er wordt geen proactief onderzoek uitgevoerd naar CE. Dit betekent dat alleen wanneer dit door grondroerende werkzaamheden noodzakelijk is, onderzoek naar CE wordt uitgevoerd. Bij het optoppen van de bestaande strandpaviljoens voor het realiseren van verblijfsrecreatieve eenheden vormt het aspect 'niet gesprongen explosieven' in ieder geval geen belemmering. Bij eventuele toekomsige sloop- en bouwactiviteiten dient, in de omgevingsvergunningsfase, nader bepaald te worden of onderzoek moet worden verricht. Het aspect NGE staat de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg.

4.11

Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Parkeren De ambitie van de gemeente Vlissingen is dat het parkeren een optimale ondersteuning levert aan alle activiteiten (gericht op bewoners, ondernemers/ werknemers en sociaal, recreatief, toeristisch en economisch bezoek) die binnen de gemeente Vlissingen plaatsvinden. Om de parkeerbehoefte bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te bepalen wordt gebruikt gemaakt van parkeernormen afkomstig uit de Nota Parkeernormering Vlissingen 2018-2022 (Stilstaan bij Ruimtelijke Ontwikkelingen). Het plangebied valt binnen de stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk' en valt binnen het gebiedstype 'Buitengebied'. De parkeernota kent geen algemene normen voor een verblijfsrecreatieve eenheid. Vanwege de mogelijkheid om een verblijfsrecreatieve eenheid van 40 m² te realiseren wordt aangesloten bij de parkeernom van een 5-sterren hotel. Per 10 kamers geldt een parkeernorm van 12,6 parkeerplaatsen. Voor de realisatie van de 8 en 4

Juust

29

Westduin, tweede planverandering

verblijfsrecreatieve eenheden moet worden voorzien in een parkeerbehoefte van 15,12 (afgerond 15). Bij wijziging van gebruik of bij her/verbouwplannen wordt de parkeervraag van de oude functie (met de bestaande bestemming) in mindering gebracht op de nieuwe parkeervraag. Dit levert een aanvullende parkeerplaatsverplichting of -overschot op. In het geval van een overschot behoeven geen extra parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Bij een verplichting dient het plan alleen in de extra parkeerplaatsen te voorzien. Er worden 10 strandhuizen wegbestemd. Dit is te vergelijken met een standplaats op een camping. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1,2. Dit betekent dat er 12 parkeerplaatsen in mindering kunnen worden gebracht. Op basis van de theoretische berekening hierboven is er een aanvullende parkeerplaatsverplichting van 3 parkeerplaatsen. Een bouwplan dient in beginsel op eigen terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. In dit geval is dat niet mogelijk. Het gebruik van bestaande parkeerplaatsen of het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte dient op loopafstand van de ontwikkellocatie plaats te vinden.

Wat een acceptabele loopafstand is, wordt beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning en is afhankelijk van de functie, het specifieke gebied waar het bouwplan gerealiseerd wordt en een aantal ruimtelijke aspecten aan een looproute zoals sociale veiligheid, aantrekkelijkheid et cetera. Voor de hoofdfunctie 'ontspanning' geldt een loopafstand, als leidraad, van ongeveer 100-300 meter (1 - 4 minuten lopen). Gebruikers van de huidige strandhuizen en bezoekers van de strandpaviljoens parkeren binnendijks op de bestaande parkeerterreinen aan de Galgeweg en lopen dan via de strandovergang naar de strandhuizen/strandpaviljoens. Dit parkeerterrein is op ongeveer 275 meter afstand gelegen. Het parkeerterrein kent voor het normale gebruik een overmaat, met uitzondering van de piekmomenten tijdens hete zomerdagen. Op deze dagen kan ook gebruik gemaakt worden van de aangrenzende parkeerterreinen bij de Galgeweg. De verblijfsrecreatieve eenheden worden jaarrond geëxploiteerd. Buiten het hoogseizoen is voldoende parkeergelegenheid aanwezig in de omgeving. De aanvullende parkeerplaatsverplichting wordt opgevangen door benutting van de bestaande parkeerruimte. Hierdoor is het realiseren van extra parkeerplaatsen niet benodigd.

Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie voor het realiseren van de verblijfsrecreatieve eenheden is inzichtelijk gemaakt aan de hand van de kengetallen uit de CROW-publicatie 381 'Toekomst bestendig parkeren'. Er is uitgegaan van een hotel met 5-sterren (niet stedelijk, buitengebied) met een minimale verkeersgeneratie van 34,1 en een maximale verkeersgeneratie van 38,8. De gemiddelde verkeersgeneratie is 36,5 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 10 kamers. Voor de daadwerkelijke realisatie van in totaal 12 verblijfsrecreatieve eenheden betekent dit een verkeersgeneratie van 43,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Door het wegbestemmen van de 10 strandhuizen zijn deze verkeersbewegingen in het hoogseizoen veel minder. Echter na het hoogseizoen zijn deze verkeersbewegingen als extra aan te merken. De extra verkeersgeneratie is goed af te wikkelen op de nabijgelegen infrastructuur Galgeweg - Zwaanweg/Bachlaan.

4.12

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Hieronder is de watertoets uitgevoerd. Verder wordt in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen rekening gehouden met vluchtveiligheid en ontruiming bij extreem weer en calamiteiten. De wijze van evaueren en de evacuatieroutes worden dan verder uitgewerkt. Thema en water(beheer)doelstelling

Juust

Uitwerking

30

Westduin, tweede planverandering

Veiligheid waterkeringen De duinen in het Westduingebied maken onderdeel uit Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening van de waterkering langs de Westerschelde. De houden met de daarvoor benodigde ruimte. invloedssfeer van deze waterkering strekt zich voor een deel uit tot in het plangebied. Binnen deze invloedssfeer worden van overheidswege duidelijke grenzen gesteld aan de bebouwingsmogelijkheden. In voorliggend plan wordt de oppervlakte (footprint) van de strandpaviljoens niet vergroot. Mogelijk is ontheffing van de Keur van het Waterschap vereist. Met het Waterschap is ten tijde van het geldende bestemmingsplan overleg gepleegd en de conclusie daaruit is dat het Waterschap niet de voorwaarde zal stellen dat een nieuw te bouwen paviljoen 2 meter naar voren moet worden geplaatst ten opzichte van de positie van het bestaande paviljoen (Kon-TIki). Vanuit waterstaatkundig beheer is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor het strand maar strandsuppleties uitgevoerd vanwege het worden in opdracht van de waterveiligheidsaspect Projectorganisatie Waterveiligheid. Dit is een samenwerkingsverband tussen Rijkswaterstaat en Waterschap Scheldestromen.

Het bouwen van een extra verdieping op de strandpaviljoens zal geen belemmering veroorzaken voor het uitvoeren van eventuele strandsuppleties want er wordt ten opzichte van de huidige situatie bij suppletiewerkzaamheden geen veranderingen verwacht. Voorkomen overlast door oppervlaktewater Er wordt geen extra verhard oppervlak (footprint) plan biedt voldoende ruimte voor het Het toegevoegd. Bovendien worden 10 onbenutte vasthouden, bergen en afvoeren van water. strandhuizen wegbestemd. In die zin is er een afname Waarborgen van voldoende bouwpeil om in verhard oppervlakte. overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Het afstromende hemelwater zal in het zand Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ infiltreren. Afvalwater vanaf Kon-Tiki is, via een RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. persleiding, aangesloten op het riool van de gemeente Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in Veere. De gemeente Veere heeft aangegeven dat de verband met de reductie van hydraulische belasting van capaciteit van het vrije val riool voldoende is voor de de RWZI, het transportsysteem en het beperken van extra eenheden. overstorten.

Juust

31

Westduin, tweede planverandering

Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwater. De ontwikkeling veroorzaakt evenmin en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen mogelijke grondwateroverlast. klimaatverandering. Beschermen van van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Bij het realiseren van de verblijfsrecreatieve eenheden wordt een extra verdieping op de bestaande paviljoens gebouwd en blijft de footprint gelijk waardoor er geen gevolgen zijn voor waterkwantiteit omdat de ruimte voor afvoer en aanvoer van water gelijk blijft. worden er tien strandhuizen Bovendien ingeruild/verwijderd waardoor dit een positief effect heeft op de waterkwantiteit omdat er meer ruimte ontstaat voor de afvoer en aanvoer van water. Grondwaterkwaliteit of realisatie van een Behoud Denk grondwaterkwaliteit. grondwaterbeschermingsgebieden.

Zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase worden goede naar verwachting geen uitlogende materialen gebruikt. aan Er zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit te verwachten. Bij het aspect waterkwaliteit gaat het om de bescherming en verbetering van de chemische en kwaliteit van het ecologische watersysteem/oppervlaktewaterlichaam Zeeuwse Kust. Voor de chemische kwaliteit van het watersysteem, worden deze getoetst in het kader van het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). In dit geval niet van toepassing omdat de strandpaviljoens in het droge gedeelte van het watersysteem Zeeuwse Kust staat en de extra verdieping wordt in dit gedeelte gebouwd. Voor het bepalen van de effecten van de ingreep op de doelstellingen voor de ecologische waterkwaliteit wordt volgens de 'Beleidsregel toetsingskader waterkwaliteit maart 2022' een stapsgewijze beoordeling uitgevoerd. Deze KRW-toets bestaat uit een algemeen deel, lozingen en een deel 'fysieke ingrepen' in en rondom het Kader Richtlijn Water (KRW) oppervlaktewaterlichaam Zeeuwse Kust. Het hemelwater wordt in het zand geïnfiltreerd binnen het oppervlaktewaterlichaam Zeeuwse Kust. Dit mag omdat hemelwater als schoon water wordt beschouwd en heeft geen negatieve effecten op de waterkwaliteit.

Het afvalwater is aangesloten op de gemeentelijke riolering en wordt dan via de RWZI van het Waterschap gezuiverd voordat het wordt geloosd in een oppervlaktewaterlichaam waardoor geen negatieve effecten zijn te verwachten voor de waterkwaliteit. Daarnaast dienen geen uitlogende materialen te worden gebruikt voor de bouw van de hotelkamers (verblijfsrecreatieve eenheden) waardoor er geen negatieve effecten ontstaan voor de waterkwaliteit van het watersysteem Zeeuwse Kust.

Juust

32

Westduin, tweede planverandering

Oppervlaktewaterkwaliteit Met dit plan wijzigt de oppervlaktewaterkwaliteit niet. of realisatie van goede Behoud oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid Niet van toepassing. Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Er is geen sprake van bodemdaling. Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Er is geen sprake van natte natuur. Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Niet van toepassing. Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing)

Niet van toepassing.

* in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats Ja. De Galgeweg. over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?

Ja en nee. In het hoogseizoen niet doordat 10 seizoensgebonden strandhuizen worden wegbestemd. Buiten het hoogseizoen is er wel structureel extra verkeer.

*na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en Parkeren op het parkeerterrein aan de Galgeweg (af voetgangers uw plan kunnen bereiken. aangrenzend terrein) en lopend via deze weg richting Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw de strandopgang. aangelegd? Nee. * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd?

Nee, parkeren gebeurt op het parkeerterrein aan de Galgeweg.

* na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een Nee. waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

Juust

33

Westduin, tweede planverandering

Maatschappelijke functievervulling door een watersysteem/oppervlaktewaterlichaam Bij het dit aspect gaat het om de verschillende gebruiksfuncties die van toepassing zijn voor het oppervlaktewaterlichaam Zeeuwse Kust en meer specifiek locatie Westduin. Scheepvaart De belangrijkste functie van het oppervlaktewaterlichaam Zeeuwse Kust is scheepvaart (zie onderstaande afbeelding). Gezien de locatie van het strandpaviljoen is niet te verwachten dat het bouwen van een extra verdieping hinder zal opleveren voor het vlot en veilig scheepvaartverkeer.

Afbeelding 9 | Uitsnede kaart functie scheepvaart (bron: Rijkswaterstaat) Belangrijke voorwaarde is dat het te bouwen extra verdieping op het strandpaviljoen in geval van een calamiteit (storm) in kleine stukken opbreekt voor het geval dat brokstukken in het water terecht komen geen gevaar en belemmering vormen het scheepvaartverkeer. Zwemwater Gezien de locatie van het strandpaviljoen en de zwemwaterlocatie zullen de wijziging van het bestemmingsplan Westduin en het bouwen van de verblijfsrecreatieve eenheden boven op het strandpaviljoen geen negatieve effecten hebben voor de invulling van de functie zwemwater (zie kaart zwemwaterlocatie). Waterrecreatie Het oppervlaktewaterlichaam Zeeuwse Kust behoort tot het basisrecreatietoervaartnet (BRTN-vaarwegen). De wijziging van het bestemmingsplan Westduin en de daaraan gekoppelde realisatie van de verblijfsrecreatieve eenheden zullen geen hinder veroorzaken voor de waterrecreanten. Conclusie Op basis van het bovestaande beschreven aspecten worden geen negatieve effecten verwacht voor het waterstaatkundig beheer door Rijkswaterstaat.

Wanneer een strandpaviljoen een plan of voorstel heeft voor het realiseren van de verblijfsrecreatieve eenheden dan dient het strandpaviljoen ook in overleg te gaan met Rijkswaterstaat en Waterschap Scheldestromen om in een vroeg stadium verdere invulling te geven aan het plan of voorstel van het strandpaviljoen die moet voldoen aan de voorwaarden en aspecten van de Waterwet.

Juust

34

Westduin, tweede planverandering

4.13

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de dremeplwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die genoemd is in onderdeel D van het Besluit m.e.r.. Een beoordeling of besluit is dan ook niet benodigd.

4.14

Conclusie

Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

Juust

35

Westduin, tweede planverandering

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Dit plan voorziet in het realiseren van 8 en 4 verblijfsrecreatieve eenheden. Dit betreft in beginsel geen aangewezen bouwplan zoals dat hierboven is benoemd. Het kostenverhaal wordt via de legesverordening geregeld en er wordt een (planschade)overeenkomst afgesloten, waarin onder andere de natuurverevening wordt geregeld. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Voor het verkrijgen van een toekomstige omgevingsvergunning zullen de gebruikelijke leges in rekening worden gebracht.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Op 17 januari 2023 is Strandvereniging Westduin via de e-mail geïnformeerd over het planvoornemen. Op 24 januari 2023 heeft het bestuur van Strandvereniging Westduin een toelichting gestuurd aan de directe buren van de strandpaviljoens Piet-Hein en Kon-Tiki. Op 8 maart 2023 heeft het bestuur van de vereniging de gewenste ontwikkeling besproken tijdens de algemene ledenvergadering. Er is kennis genomen van gewenste ontwikkeling en heeft niet geleid tot opmerkingen. Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan toegezonden aan het waterschap, de veiligheidsregio. Met de provincie en de Kustvisiepartners zijn de strandpaviljoens vaker besproken: Provincie en Kustvisiepartners De gemeente heeft een schriftelijke bestuurlijke uitspraak gevraagd van de provincie over het planvoornemen. Op 30 augustus 2022 heeft de provincie aangegeven dat de beoogde ontwikkeling, om in strandpaviljoen Kon-Tiki 4 extra verblijfseenheden toe te staan bovenop de 4 eenheden die al zijn toegestaan, passend is binnen de artikelen 2.10 en 2.12 van de omgevingsverordening.

Deze ontwikkeling is in lijn met de in het Bestuurlijk Overleg (BO) Kustvisie van 30 november 2016 gemaakte afspraken en de uitgangspunten van het Kustpact en de Zeeuwse Kustvisie, inclusief de Notitie Ovegangsbeleid. Dit onder voorwaarde van het gelijktijdig schrappen van de mogelijkheid om 10 strandhuizen (strandslaaphuisjes) te realiseren te realiseren op hetzelfde strand. Het grootste deel van de Kustvisiepartners kan instemmen met de ontwikkeling. Een minderheid van de Kustvisiepartners, zijnde natuurorganisaties kunnen (principieel) niet instemmen met de ontwikkeling. Waterschap Het strand is op deze locatie gevoelig voor erosie. Op deze locatie wordt gemiddeld eens de 4 jaar een nieuwe laag zandlaag aangebracht. Dit is een buitendijks ondernemersrisico. Het waterschap is niet verantwoordelijk voor de aanpassingen die nodig (kunnen) zijn na of door uitblijven van deze zandsuppleties. De zandsuppleties worden uitgevoerd door Rijkswaterstaat. Paragraaf 4.12 Water is hierop aangevuld. Veiligheidsregio Op 17 augustus 2023 heeft de Veiligheidsregio gereageerd. De Veiligheidsregio heeft de risicobronnen geinventariseerd en komt overeen met paragraaf 4.5 Externe veiligheid. De Veiligheidsregio geeft aan dat in dit bestemmingsplan geen ruimtelijk relevante maatregelen te nemen zoals het uitsluiten van nieuwe

Juust

36

Westduin, tweede planverandering

risicobronnen, uitsluiten van ontwikkelingen voor grote groepen personen of meer afstand tussen risicobron en ontvangers. De Veiligheidsregio geeft wel adviezen ter beperking van de risico's. Paragraaf 4.5 Externe veiligheid is hierop aangevuld. Rijkswaterstaat Op 30 augustus 2023 heeft Rijkswaterstraat gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan. Graag zien zij het beleidsdocument 'Toekomstvisie Vlissingen 2040' verwerkt worden. Verder is op basis van artikel 6.17 van de waterwet sprake van samenloop (twee bevoegde gezagen binnen het bestemmingsplangebied Westduin). Dit is af te leiden uit de kaarten "Waterstaatkundig beheergrenzen RWS" en "Legger Waterkeringen Waterschap Scheldestromen". Bij de waterwet wordt gekeken naar de aspecten; waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en maatschappelijke functievervulling door een watersysteem/oppervlaktewaterlichaam. Paragraaf 4.12 Water is hierop aangevuld. Er zijn in principe geen bezwaren om akkoord te gaan met 2e planwijziging bestemmingsplan Westduin omdat er geen negatieve effecten worden verwacht voor het waterstaatkundig beheer door Rijkswaterstaat voor de betreffende locaties van de strandpaviljoens Piet-Hein en Kon-Tiki te Westduin.

Ter inzage legging voorontwerpbestemmingsplan Op grond van de Inspraakverordening van de gemeente Vlissingen heeft het voorontwerpbestemmingsplan in de periode 31 augustus tot en met 11 oktober 2023 ter inzage gelegen. Naast enkele vooroverlegreacties (zie hierboven) heeft ook de StrandVerenigng Westduin gereageerd. Ze verzoeken om duidelijker in de toelichting op te nemen dat het gaat om planologische inruil van de strandhuizen. Daarnaast is het aantal dagcabines en strandhuizen abusievelijk verwisseld. Dit is gecorrigeerd. Verder is verzocht om de bouwregels voor strandhuizen en dagcabines aan te laten sluiten op de bouwvoorschriften vanuit de vereniging. Hier is deels gehoor aan gegeven. De gewenste diepte van 10 meter (in plaats van 9,8 meter) van de strandhuizen is overgenomen en de wijze van meten van de bouwhoogte van de dagcabines en strandhuizen volgens de wijze van meten voor een strandpaviljoen. De gewenste aanpassing van de de wandhoogte en nokhoogte wordt niet overgenomen, omdat dit een beperking van de bouwregel is en dezelfde bouwregeling ook geldt op het Nollestrand. Er is geen aanleiding de bouwregels voor het ene strand anders te formuleren dan op het andere strand.

Daarnaast is bij de laatste wijziging van de Provinciale verordening juist een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen om 0,5 meter hoger te kunnen bouwen indien dit in het kader van energiezuinig bouwen is. Met het verlagen/inperken van de hoogte in het bestemmingsplan wordt mogelijkheid van het verduurzamen van de strandhuizen beperkt. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 30 november 2023 tot en met 10 januari 2024. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend.

Juust

37

Westduin, tweede planverandering

Goessestraatweg 17A, 4421 AD, Kapelle +31 (0) 85-9020222 • info@juust.nl

juust.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13796831/1