3.2 Rvs Nieuw gemeentelijk rioleringsplan bijlage 1 GRP
Tekst van het document
gemengd rioolstelsel
Rioolstelsel waarbij het afvalwater en regenwater door hetzelfde buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd.
gescheiden rioolstelsel
Rioolstelsel, waarbij het afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden ingezameld. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een RWZI. Het regenwater wordt (rechtstreeks) afgevoerd naar het oppervlaktewater.
GRP Vlissingen definitief rapport
-78-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
GGOR
Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime. GGOR is een hulpmiddel dat - onder meer in de vorm van kaarten - voor elke (gebruiks)functie in landelijk of stedelijk gebied de gewenste toestand van het grondwater en het oppervlaktewater aangeeft en wordt vastgesteld na een integrale ruimtelijke afweging.
IBA
Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater.
Infiltratie
Water dat in de bodem dringt of weg zijgt.
Ingrijpmaatstaf
Grenstoestand, waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is en waarbij maatregelen moeten worden opgesteld.
IT- (of infiltratie) riolering
Riolering voorzien van openingen, waardoor het water in de bodem kan infiltreren.
Kennisbank Riolering
Handreiking en kennisdocument vanuit de landelijke koepelorganisatie Stichting Rioned met daarin algemeen geaccepteerde uitgangspunten, methoden en technieken over alle aspecten van het vakgebied stedelijk waterbeheer.
klimaatadaptatie
Maatregelen om de gevolgen van klimaatveranderingen op te vangen en te verbeteren.
KRW
Europese Kaderrichtlijn Water. Dit is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren vanaf 2015 aan bepaalde eisen moet voldoen.
KRW-waterlichaam
Een oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater. Het in de regel dus om grotere oppervlaktewateren.
ledigingstijd
De tijd die nodig is om een rioolstelsel te ledigen wanneer het volledig gevuld is (bijvoorbeeld na een overstorting).
negatieve overstort
Instroming van water in het rioolsysteem via de overstorten vanuit oppervlaktewater.
OAS
Optimalisatie Afvalwater Systeem: studie naar de mogelijkheden om riolering en afvalwaterzuivering op elkaar af te stemmen tegen de laagst maatschappelijke kosten.
ontwatering
Minimale afstand van het maaiveld tot de hoogst toelaatbare grondwaterstand.
GRP Vlissingen definitief rapport
-79-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
onderdrempelberging
De inhoud van het rioolstelsel gelegen beneden het niveau van de laagste overstortdrempel.
overstort
Een voorziening waarlangs bij neerslag een teveel aan rioolwater, dat niet in het stelsel kan worden geborgen, wordt geloosd op oppervlaktewater.
overstortingsgebeurtenis Een lozing van rioolwater uit een overstort, waarvan de overstortingspauze maximaal 24 uur mag duren. POC
Pompovercapaciteit.
pompcapaciteit
De som van de droogweerafvoer en injecties en de pompovercapaciteit.
pompovercapaciteit
De theoretische regenwaterafvoercapaciteit (bestaande uit de pompcapaciteit minus de droogweerafvoer). Afgekort POC.
PWO
Planvorming Wateropgave: met dit proces neemt waterschap Scheldestromen haar watersysteem onder de loep, bepaalt de knelpunten en geeft een doorkijk naar de maatregelen om het gebied klimaatbestendig te maken.
randvoorziening
Een tot de riolering behorende voorziening in of achter het rioolstelsel met als doel de vuilemissie ten gevolge van overstortingen te reduceren (zie ook BBB).
regenwaterafvoer
Het totale debiet dat bij een regensituatie door het rioolstelsel kan worden afgevoerd. Bij een gemengd rioolstelsel is dit debiet inclusief de droogweerafvoer.
regenwaterstelsel (RWA stelsel)
Rioolstelsel waarmee uitsluitend hemelwater (regenwater) wordt afgevoerd.
relinen
Een renovatietechniek waarbij een kunststof hars geïmpregneerde kous in de bestaande rioolleiding wordt geblazen of uitgerold. De buizen worden hierbij van binnenuit bekleed (ook wel ‘kousmethode’ genoemd).
rioolvreemd water
Rioolvreemd water is water dat ongewenst in de riolering terechtkomt en vervolgens wordt afgevoerd naar de RWZI.
SSW
Systeemoverzicht Stedelijk Water: opvolger van het BRP. Plan waarin op gedetailleerde wijze wordt aangegeven hoe de inzameling en afvoer van afvalwater en neerslag binnen een bepaald gebied dient te geschieden in samenspraak met de inrichting van de openbare ruimte (bovengrond).
GRP Vlissingen definitief rapport
-80-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
STOWA
Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, het kenniscentrum van de Nederlandse waterschappen en provincies.
SWO
Stedelijke Wateropgave: proces waarbij waterschap Scheldestromen samen met de gemeente in beeld brengt of het huidige watersysteem toereikend is om wateroverlast en watertekort te voorkomen en wat mogelijke gevolgen voor de waterkwaliteit zijn. Op basis van de verkregen inzichten worden concrete maatregelen bepaald.
verbeterd gescheiden rioolstelsel
Een gescheiden rioolstelsel, waarbij het eerst afstromende en mogelijk verontreinigde regenwater naar de RWZI wordt afgevoerd (eventueel via het vuilwaterstelsel). Pas na vulling van het regenwaterstelsel stort het nog aanwezige, relatief schone regenwater over op oppervlaktewater. De vervuiling als gevolg van foutieve aansluitingen op het regenwaterstelsel wordt ook beperkt.
verhard oppervlak
Alle verharde oppervlakken van waar hemelwater wordt afgevoerd naar de riolering.
verloren berging
Het deel van de berging in het rioolstelsel, dat niet beschikbaar is voor het bergen van rioolwater, bijvoorbeeld ten gevolge van zettingen, waardoor het riool niet leeg kan stromen.
vuilemissie
De hoeveelheid vuil, die vanuit de riolering per tijdseenheid of per gebeurtenis geloosd wordt op het oppervlaktewater.
vuilwaterstelsel
Stelsel waarlangs uitsluitend afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd (ook wel DWA-stelsel genoemd).
WB21
De Commissie Waterbeheer 21e eeuw bracht in augustus 2000 advies uit over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De kerngedachte van de Commissie was dat het watersysteem in 2000 niet op orde was, dat water meer ruimte nodig heeft en dat er geen rekening gehouden werd met de verwachte klimaatveranderingen. Het advies gaat uit van meer ruimte voor water, met als gedachteleidraad de drietrapsstrategie: ‘vasthouden, bergen, afvoeren’ en dat water meer ordenend moet zijn.
water-op-straat
Het verschijnsel, waarbij enige tijd water op straat blijft staan ten gevolge van een hevige regenval.
wateroverlast
Het verschijnsel, dat ten gevolge van water op straat overlast wordt ondervonden en/of schade ontstaat.
GRP Vlissingen definitief rapport
-81-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
waterkwaliteitsspoor
Het waterkwaliteitsspoor moet er voor zorgen dat het ontvangende oppervlaktewater, ondanks de lozing, aan de milieukwaliteitsnormen voldoet (= immissietoets). Voor het waterkwaliteitsspoor geldt, dat de vuiluitworp volgens de basisinspanning geen belemmering mag zijn voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit. Is dit toch het geval, dan moeten boven op de basisinspanning nog aanvullende maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen kunnen zowel in de riolering als in de waterhuishouding worden gezocht. De toetsing aan het waterkwaliteitsspoor wordt uitgevoerd door de waterkwaliteitsbeheerder.
GRP Vlissingen definitief rapport
-82-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
BIJLAGE 2
VISIE WATERKETEN ZEELAND
GRP Vlissingen definitief rapport
-83-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
GRP Vlissingen definitief rapport
-84-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
GRP Vlissingen definitief rapport
-85-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
GRP Vlissingen definitief rapport
-86-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
BIJLAGE 3
UITWERKING TOETSINGSKADER
GRP Vlissingen definitief rapport
-87-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
BIJLAGE 3:
UITWERKING TOETSINGSKADER
In de onderstaande tabel is invulling gegeven aan het toetsingskader van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. De werking van het toetsingskader is beschreven in hoofdstuk 4 van dit GRP Vlissingen. Tabel b3.1: doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Doelen Functionele eisen Maatstaven 1 Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater.
1a
Alle percelen binnen de bebouwde kom waar stedelijk afvalwater vrijkomt, moeten van een rioolaansluiting zijn voorzien. Voor percelen buiten de bebouwde kom wordt maatwerk toegepast.
Alle percelen zijn voorzien van een rioolaansluiting, tenzij een septic tank (6m3), IBA of een directe lozing is geoorloofd met het oog op kosten en milieu. Per 1 januari 2027 zijn alle percelen voorzien van een voorziening conform de eisen van de Regeling lozing afvalwater huishoudens
Registratie van percelen die nog niet zijn aangesloten op de riolering en geen eigen zuivering hebben en de registratie van uitzonderingen. Regelmatige controle van de geregistreerde percelen op wijzigingen in de situatie.
1b
De objecten moeten in goede staat zijn.
Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit mogen niet voorkomen.
Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2. Classificatie voor scheur, breuk of oppervlakteschade moet kleiner dan 4 zijn in combinatie met infiltratie klasse 3 of hoger.
De huisaansluitleidingen moeten bij eerste aanleg in goede staat verkeren.
Registratie klachten over het functioneren van de huisaansluitleidingen.
Overtredingen van de lozingsvoorwaarden conform de Wet milieubeheer moeten worden voorkomen.
Controle, handhaving en registratie door de RUD Zeeland afhankelijk van de milieucategorie.
1c
GRP Vlissingen definitief rapport
Meetmethoden
Er dienen geen ongewenste lozingen (onder andere vet en chemische stoffen) op de riolering plaats te vinden
-88-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
2 Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding.
2a
Alle percelen op het gemeentelijk grondgebied waar hemelwater en/of overtollig grondwater vrijkomt waarvan men zich wenst te ontdoen, moeten de mogelijkheid hebben om aan te sluiten op een (gemeentelijke) inzamelvoorziening voor zover de gemeente dit doelmatig acht.
Alle percelen zijn voorzien van de mogelijkheid om aan te sluiten op een (gemeentelijke) inzamelvoorziening, tenzij men zich niet van hemelwater en/of grondwater wil ontdoen en het voor de lokale waterhuishouding of andere doeleinden wil gebruiken of wanneer directe lozing geoorloofd is.
Registratie van de nog niet aangesloten percelen waar men zich van het hemelwater en/of grondwater wil ontdoen en niet direct mag lozen. Regelmatige controle van de geregistreerde percelen op wijzigingen in de situatie.
2b
De objecten moeten in goede staat zijn.
Ingrijpmaatstaven voor stabiliteit mogen niet voorkomen.
Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2. Classificatie voor scheur of breuk moet kleiner dan 4 zijn.
2c
De instroming van riolen via kolken dient ongehinderd plaats te vinden.
Plasvorming bij kolken dient beperkt te zijn.
Waarneming (weginspecties) en klachten.
2d
Er dient zo min mogelijk hemelwater en grondwater via de afvalwaterriolering te worden getransporteerd.
Het hemelwater van relatief schone verharde oppervlakken dient zoveel mogelijk rechtstreeks op het oppervlaktewater of in de bodem te worden geloosd.
Nota Riolering (waterschap Scheldestromen): voorkeur voor afvoer van hemelwater (waterbeheerder).
Drainage dient te worden Waarneming en controle van aangesloten op de regenwater- de ontwerptekeningen. riolering van een gescheiden stelsel of rechtstreeks op open water. 2e
GRP Vlissingen definitief rapport
Het scheiden van waterstromen in huishoudens, bedrijven en industrie dient bevorderd te worden.
Verplicht toepassen van gescheiden systemen in huishoudens, bedrijven en industrie bij nieuwbouw. Voor bestaande bouw op basis van medewerking van eigenaren.
-89-
Bouwbesluit 2012, omgevingsvergunning.
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
3 Transport van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt.
3a
De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om bij droog weer het aanbod van afvalwater te kunnen verwerken.
Uitgaande van 12 lit/inw /uur Hydraulische en alle afvalwater van groot(ontwerp)berekeningen. verbruikers (>5 m3 per dag) mag de maximale vullingsgraad van het stelsel niet meer dan 15% bedragen.
3b
De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om gedurende neerslag wateroverlast te voorkomen, uitgezonderd bepaalde buitengewone omstandigheden.
Bij gemengde riolering geen Hydraulische berekening. water op straat bij bui 08 uit de module C2100 van de Leidraad Riolering, behalve in verzakte gebieden. Voor nieuwe regenwaterstelsels wordt een toetsing met bui 09 aangehouden. Water op straat mag niet leiden tot wateroverlast: het onderlopen van woningen en gebouwen. Water op straat mag geen blokkade zijn voor doorgaande verkeersroutes.
Waarneming (ook via bijvoorbeeld sociale media) en meldingenregistratie.
Water op straat is acceptabel bij neerslagsituaties met een hogere intensiteit dan de maatgevende neerslagsituatie. 3c
De afvoercapaciteit van het openbaar ontwateringstelsel moet voldoende zijn om structureel nadelige gevolgen voor de bestemming van de percelen als gevolg van de grondwaterstand te voorkomen of beperken.
Geen structureel nadelige gevolgen voor de bestemming van percelen, behalve in gebieden waar geen doelmatige maatregelen ter voorkoming van grondwateroverlast mogelijk zijn.
Waarneming en meldingenregistratie.
Richtlijn is een ontwateringsdiepte van minimaal 70 cm beneden onderzijde vloer die maximaal twee weken per jaar mag worden overschreden. Voor tuinen en plantsoenen geldt 50 cm.
GRP Vlissingen definitief rapport
3d
Het afvalwater moet zonder overmatige aanrotting de zuiveringsinrichting te bereiken.
De ledigingstijd van het stelsel bedraagt maximaal 10 tot 15 uur. Indien het stelsel een randvoorziening heeft, is dit maximaal 20 uur.
Hydraulische ontwerpberekening.
3e
De afstroming van het ingezamelde water moet gewaarborgd te zijn
Ingrijpmaatstaven voor afstroming mogen niet voorkomen.
Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2. Classificatie voor wortels, afzetting, obstakels en het binnendringen van grond moet kleiner dan 4 zijn. Bij instekende inlaten geen klasse 5.
Alle inslagpeilen van de gemalen moeten waar mogelijk onder de bok van het laagst inkomend riool liggen.
Waarneming en controle van de ontwerptekeningen.
-90-
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
3 Transport van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt.
GRP Vlissingen definitief rapport
3e
De afstroming van het ingezamelde water moet gewaarborgd te zijn
-91-
Persleidingen moeten in of zo dicht mogelijk bij de ontvangende gemalen uitkomen om onnodige stank- en H2S vorming te voorkomen.
Waarneming en controle van de ontwerptekeningen.
Alle nieuwe putten zijn voorzien van een stroomprofiel.
Waarneming.
Maximaal 5% verloren berging in het stelsel. In geval van verloren berging niet renoveren, maar vervangen.
Bergingsberekening.
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022
4 Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater
4a
4b
De vuiluitworp uit rioolstelsels moet niet te groot zijn.
De vuiluitworp door regenen/of grondwaterlozingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn.
De vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels moet voldoen aan de eisen volgens de eenduidige basisinspanning van de CIW.
Tienjarige reeksberekeningen volgens de Kennisbank Stedelijk Water. Vermenigvuldigen van de overstortvolumes met de vuilconcentratie.
De vuiluitworp mag de doelstelling voor oppervlaktewaterkwaliteit niet in gevaar brengen.
Meting en visuele beoordeling van oppervlaktewaterkwaliteit (ad hoc) en waterkwaliteitsspoorberekening.
De vuiluitworp mag de doelstelling voor oppervlaktewaterkwaliteit niet in gevaar brengen.
Meting en visuele beoordeling van oppervlaktewaterkwaliteit (ad hoc) en waterkwaliteitsspoorberekening.
Geen foutieve aansluitingen Controle van de aansluitingen van afvalwater op regen- en/of en de lozingspunten (ad hoc en grondwatervoorzieningen. in geval van meldingen).
4c
De vervuilingstoestand van de riolering dient acceptabel te zijn.
Geen aansluitingen van regenen/of grondwater op de drukriolering.
Controle van de aansluitingen op de drukriolering (ad hoc).
Ingrijpmaatstaven voor afstroming mogen niet voorkomen.
Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508-2 Classificatie voor wortels, afzetting, obstakels en het binnendringen van grond moet kleiner dan 4 zijn.
De reinigingsfrequentie van de vrijvervalriolering bedraagt eenmaal per 10 jaar. De reinigingsfrequentie van de persleidingen en drukriolering bedraagt eenmaal per 20 jaar. 4d
Riolen en andere objecten Ingrijpmaatstaven voor dienen in hoge mate waterwaterdichtheid mogen niet dicht te zijn, zodanig dat de voorkomen. hoeveelheid intredend grondwater (lekwater) en uittredend rioolwater beperkt blijft.
Het lekverlies bij het afpersen van nieuwe drukriolen mag niet te groot zijn.
4e
GRP Vlissingen definitief rapport
De riolering moet in hoge mate Een verhoogde oppervlaktebestand zijn tegen intredend waterstand conform buioppervlaktewater. normering T=100 van de waterbeheerder mag geen overlast in het stedelijk gebied teweegbrengen.
-92-
Inspectie en beoordeling volgens NEN-EN 13508. Classificatie voor scheur, verplaatsingen, wortels en inhangen van rubberringen moet kleiner dan 4 zijn in combinatie met infiltratie klasse 3 of hoger. Waterdichtheidsbeproeving voor nieuwe riolen volgens de standaard RAW-bepalingen (drukriolering). Waarneming en controle draaitijden gemalen.
R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022