3.2. Rvs Kadernota - bijlage
Tekst van het document
Kadernota 2026-2029
2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................................... 3 Voorwoord ............................................................................................................................. 5 Kaderstelling ......................................................................................................................... 7 Programma's ......................................................................................................................... 9 Totalen per programma ...................................................................................................... 9 Programma Leefbaarheid ................................................................................................. 10 Programma Aantrekkelijke stad........................................................................................ 13 Programma Sociale samenhang ...................................................................................... 14 Programma Bestuur ......................................................................................................... 19 Overhead .........................................................................................................................
20 Investeringen ................................................................................................................... 21 Taakstellingen .................................................................................................................. 25 Financieel meerjarenperspectief 2026-2029 ........................................................................ 27 4.1 Financieel meerjarenperspectief 2026-2029 ............................................................... 27 4.2 Wijzigingen programma's ........................................................................................... 28 4.3 Uitkeringen gemeentefonds........................................................................................ 29 4.4 Financiële uitgangspunten 2026-2029 ........................................................................ 30
3
4
Voorwoord Kadernota 2026-2029 Het college van burgemeester en wethouders legt de kadernota 2026 ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. De kadernota schetst de financiële en beleidsmatige koers voor de komende jaren en vormt de basis voor de begroting van 2026. Ondanks onzekerheden op landelijk niveau, slagen we erin om zonder pijnlijke keuzes koers te houden. Ons doel is om de gemeentelijke financiën en onze weerstandscapaciteit structureel op orde te brengen en te houden, terwijl we blijven investeren in wat echt belangrijk is voor onze gemeenschap. Uitdagingen De afgelopen jaren hebben we te maken gehad met aanzienlijke uitdagingen, waaronder de aangekondigde korting op het gemeentefonds en de sterk gestegen kosten voor jeugdzorg. Het Rijk stelde recent extra middelen beschikbaar om de stijgende jeugdzorgkosten en de verwachte financiële terugval deels op te vangen. Wij zijn verheugd met deze extra middelen, maar we benadrukken dat het om incidentele middelen gaat die geen oplossing bieden voor de structurele financiële opgaven op lange termijn. Artikel 12 Begin 2025 heeft de inspecteur aan de fondsbeheerders geadviseerd de artikel 12-status per 31 december 2024 te beëindigen. De gemeenteraad heeft een zienswijze op dit advies ingediend. We verwachten na het zomerreces een besluit van de fondsbeheerders dat we daarna kunnen verwerken in onze begrotingscijfers.
Investeren We blijven voor onze inwoners onder andere investeren in ons sociaal domein, verduurzaming, infrastructuurverbeteringen, onderwijs, cultuur, woningbouw en groenvoorzieningen. Deze investeringen zijn essentieel voor de toekomst van Vlissingen en dragen bij aan een duurzame en leefbare gemeente. Met deze kadernota leggen we een stevige en duurzame basis voor de begroting van 2026 en de jaren daarna. We staan voor serieuze keuzes, maar blijven ambitieus en vastberaden om onze doelen te bereiken, waarbij we oog blijven houden voor onze financiële positie. Samen bouwen we aan een sterke en veerkrachtige gemeente Vlissingen, immers Samen kunnen we meer!
5
Leeswijzer Deze kadernota 2026– 2029 bestaat, naast het voorwoord, deze leeswijzer en de kaderstelling uit een aantal hoofdstukken. Hieronder gaan we kort in op de inhoud van de diverse hoofdstukken, met daarbij een inhoudelijke toelichting op hoofdlijnen. Programma's Per programma geven we aan wat de voorgestelde bijstellingen voor de begroting en de meerjarenraming zijn. Ook maken we de investeringen voor de komende jaren inzichtelijk. Daarnaast geven we inzicht in de laatste stand van zaken rondom de taakstellingen. Financieel meerjarenperspectief In dit hoofdstuk geven we een totaal overzicht van de financiën van onze gemeente. Waar staan we nu en waar gaan we naar toe? We geven een samenvatting van de wijzigingen per programma en laten de verwerking van de voorjaarsnota van het Rijk zien zoals we deze via de uitkeringen van het gemeentefonds verwachten. Bij de financiële uitgangspunten laten we de indexeringen zien die we toepassen op de verschillende onderdelen in onze begroting. Ook geven we daar overige ontwikkelingen weer die van toepassing zijn op meerdere programma's.
6
Kaderstelling De kadernota maken we ieder jaar als voorbereiding op de programmabegroting. We actualiseren het financiële beeld voor de komende 4 jaren met als basis de begroting 20252028 en het coalitieakkoord 2022-2026 'Samen kunnen we meer'. In onze financiële verordening staat hierover het volgende: 'Burgemeester en wethouders bieden voor het zomerreces en bij voorkeur voor 1 juli aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor het zomerreces vast.' Autonome ontwikkelingen en wettelijke verplichtingen Deze kadernota is tot stand gekomen op basis van de informatie zoals we die nu kennen. Gezien onze financiële positie hebben we in dit proces gekeken naar onontkoombare ontwikkelingen en noodzakelijke actualisaties van budgetten. Structureel en reëel evenwicht Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en provinciale voorschriften moeten we structurele lasten per jaarschijf dekken door structurele baten. Uit de begroting moet duidelijk blijken welke baten en lasten incidenteel dan wel structureel zijn. Alle ramingen moeten volledig, realistisch en haalbaar zijn. Eventuele bezuinigingsmaatregelen/taakstellingen moeten haalbaar, hard en reëel onderbouwd zijn.
Taakstellingen die wij opleggen aan verbonden partijen zijn alleen reëel wanneer de verbonden partij op bestuurlijk niveau heeft besloten dat deze taakstelling daadwerkelijk wordt ingevuld. Loon/prijsontwikkeling In deze kadernota houden we rekening met de ontwikkelingen van de lonen en prijzen zoals opgenomen in het centraal economisch plan 2025 (CEP). Onlangs is een nieuwe CAO (Collectieve Arbeidsovereenkomst) afgesloten. We hebben de ontwikkelingen uit de CAO gemeenten verwerkt. Deze loopt per 31 maart 2027 af. Voor de ontwikkeling van lonen en prijzen bij verbonden partijen houden we rekening met de VZG richtlijn. Financiële positie In aanloop naar de programmabegroting 2026 analyseren we de financiële positie, jaarrekeningresultaten en het verloop van het meerjarig financieel beeld (verleden, heden en toekomst) en verwerken de uitkomsten daarvan in de programmabegroting 2026. Algemene uitkering De berekening van de algemene uitkering in de kadernota hebben we gebaseerd op de voorjaarsnota van het Rijk. Artikel 12-status Advies inspecteur beëindiging artikel 12-status Vlissingen Sinds 2015 hebben we als gemeente Vlissingen vanwege financiële tekorten de artikel 12status. Op 20 januari 2025 heeft de inspecteur aan de fondsbeheerders met het Artikel 12rapport Vlissingen 2023 – 2024 geadviseerd de artikel 12-status per 31 december 2024 te beëindigen.
Tevens is zijn advies om over 2024 nog een aanvullende (slot)uitkering uit het gemeentefonds van € 6,4 miljoen te verstrekken voor sanering van de negatieve algemene reserve. Aan deze aanvullende uitkering verbindt de inspecteur een aantal bijzondere voorschriften waaronder de inzet voor de sanering van € 17,8 miljoen uit bestemmingsreserves en voorzieningen. Als gemeente hebben we, net als de onze toezichthouder de provincie, onze zienswijze op het advies van de inspecteur ingediend. De fondsbeheerders zullen naar verwachting na het zomerreces een besluit nemen op het advies van de artikel 12-inspecteur en de ingediende 7
zienswijzen. Zodra het besluit van de fondsbeheerders definitief is, eventueel na een bezwaar/beroepsprocedure, zullen we de effecten ervan verwerken in onze begrotingscijfers. In afwachting van het besluit blijven we vooralsnog rekening houden met de aanvullende uitkering uit het gemeentefonds voor de sanering van de algemene reserve conform de Rijksbeschikking van 19 december 2019 (€ 7,0 miljoen voor 2026 en 2027 en € 4,8 miljoen voor 2028 welke dus budgettair neutraal zijn opgenomen met uitkering gemeentefonds en storting in de algemene reserve). Wel zien we, vanwege de verwachte beëindiging van de artikel 12-status en conform het uitgangspunt van de begroting 2025, ervan af om vanaf 2026 rekening te blijven houden met een eigen bijdrage aan de sanering van de algemene reserve ten laste van het begrotingssaldo (jaarlijks € 1,7 miljoen).
8
Programma's Totalen per programma Onderstaand de totalen per programma: Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
Leefbaarheid
-1.078
-1.070
-1.061
-1.092
Aantrekkelijke stad
-115
-40
-40
-40
Sociale samenhang
-5.181
-5.571
-418
-342 -49
Bestuur
-49
-49
-49
Overhead
-207
-207
-7
-7
-6.630
-6.936
-1.575
-1.529
Totaal
9
Programma Leefbaarheid Financiële vertaling programma leefbaarheid Onderstaande tabel geeft de totalen voor programma leefbaarheid aan. Een toelichting vindt u onder deze tabel. Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
1.01 Geluidsonderzoek
-60
0
0
0
1.01a Geluidsonderzoek uit reserve omgevingswet
60
0
0
0
1.02 GR RUD Zeeland
-301
-293
-284
-315
1.03 Onderhoudskosten sporthallen en Hellebardierstraat
-357
-357
-357
-357
1.04 Inzet werkontwikkelbedrijf
-80
-80
-80
-80
1.05 Upgrade vergunningen systeem
-50
-50
-50
-50
1.06 Cofinanciering stichting veilige zeehavens Zeeland
-15
-15
-15
-15
1.07 Preventie jeugdcriminaliteit
-75
-75
-75
-75
1.08 Beheer parkeergarages
-200
-200
-200
-200
-1.078
-1.070
-1.061
-1.092
Totaal
1.01 Geluidsonderzoek Gezamenlijk met de gemeenten Veere en Middelburg vindt een update van het Walcherse verkeersmodel plaats . Het is een wettelijke verplichting uit de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het vaststellen van basis geluid emissies (BGE) is noodzakelijk vanwege vernieuwde geluidswetten (BGE basisgeluidemissie) voor o.a. herinrichtingsprojecten, nieuwbouw en herontwikkelingen en evaluaties van beleidsprogramma’s. Deze update wordt gedekt uit de reserve omgevingswet. 1.02 GR RUD Zeeland Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
1. Extra taken uit omgevingswet
-51
-53
-54
-56
2. Overdracht bodemtaken uit omgevingswet
-104
-107
-110
-114
3. Huisvesting RUD
-84
-71
-68
-63
4. Extra bijdrage robuuste RUD
-63
-62
-52
-82
Totaal
-301
-293
-284
-315
Algemeen kader De gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) betreft een wettelijk verplichte deelname. 1. Extra taken uit Omgevingswet De jaarlijkse gemeentelijke bijdrage voor de Gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland is met ingang van 2024 verhoogd. Vanwege de invoering van de Omgevingswet zijn per 1/1/2024 een aantal milieubelastende activiteiten basistaak geworden, waardoor de milieuhandhaving door RUD Zeeland moet worden uitgevoerd. 2. Overdracht bodemtaken uit Omgevingswet Vanwege de Omgevingswet zijn per 1/1/2024 alle gemeenten bevoegd gezag geworden voor de bodemkwaliteit (verplaatsen van grond, omgang bodemverontreiniging en bodemsanering). Voorheen was de Provincie Zeeland het bevoegd gezag met eveneens RUD Zeeland als uitvoerende instantie. Deze wissel van bevoegd gezag gaat echter niet met budget gepaard, zodat de overdracht van de bodemtaken deze verhoging van de jaarbijdrage voor RUD Zeeland tot gevolg heeft.
10
3. Huisvesting RUD In 2026 zal de gemeentelijke bijdrage voor de Gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland verhoogd worden vanwege de verhuizing van de organisatie van Terneuzen naar Middelburg en het afsluiten van een dienstverleningsovereenkomst met de Provincie Zeeland voor de PIOFAC-taken. 4. Extra bijdrage Robuuste RUD Doordat de RUD bezig is met het plan van aanpak Robuuste RUD en er daarnaast een verhuizing gaat plaatsvinden, met overdracht van PIOFAC-taken naar de Provincie Zeeland heeft de RUD aangegeven de in VZG-verband afgesproken bezuinigingsdoelstelling van 2,2 % niet te zullen halen. 1.03 Onderhoudskosten sporthallen en Hellebardierstraat De onderhoudskosten voor alle af te stoten panden zoals de twee sporthallen Baskensburg staan te laag ingeschat omdat de panden langer behouden blijven dan eerder gepland. Ook moeten we de Hellebardierstraat op historische waarde bijhouden (Erfgoed). Gebaseerd op m2 prijzen vanuit de Benchmark 2022 voor klein en planmatig onderhoud ramen we de kosten hiervoor op € 357.000. 1.04 Inzet werkontwikkelbedrijf Vanaf 2025 is een ploeg van het Werkontwikkelbedrijf Orionis Walcheren, gericht op het uitvoeren van werkzaamheden aan straatmeubilair in de openbare ruimte, aan de slag bij Stadsbeheer. De begeleiding van deze groep kost meer dan bij reguliere marktpartijen.
Het werken tegen kostprijs voorkomt een financieel tekort bij het Werkontwikkelbedrijf. Deze samenwerking biedt zowel financiële als maatschappelijke voordelen. De inzet van de ploeg draagt kostendekkend bij aan het rendement van het Werkontwikkelbedrijf. Een positief financieel resultaat van het Werkontwikkelbedrijf komt via de jaarrekening van Orionis Walcheren ten goede aan de deelnemende gemeenten. 1.05 Upgrade vergunningen systeem We zijn verplicht op grond van het college vastgestelde Uitvoeringsplan om rechtmatige vergunningen en (handhaving) besluiten te nemen in een transparant dossier. Voor deze dossiervorming werken wij met het elektronisch dossiersysteem LEEF. Dit systeem heeft een upgrade nodig, zodat we het goed kunnen koppelen aan ons zaaks- en archiefsysteem Djuma en de mogelijkheid om vergunningen besluiten ook in de gemeente op locatie te kunnen raadplegen. Deze update resulteert in een hoger jaarbedrag voor gebruik van deze applicatie met bijbehorende servicekosten. 1.06 Cofinanciering Stichting Veilige Zeehavens Zeeland Stichting Veilige Zeehavens Zeeland werkt op dit moment, samen met de gemeente Vlissingen, gemeente Borsele, havenbedrijf North Sea Ports en de bedrijven in diezelfde haven, aan het weerbaar maken van het havengebied ter voorkoming van ondermijnende criminaliteit.
De middelen die de stichting ter beschikking heeft voor aankoop van dergelijke projecten zijn afkomstig uit drie bronnen: 1. Mainport gelden (Ministerie van J&V) 2. Bijdrage bedrijven Vlissingen/Borsele
11
3. Bijdrage van North Sea Ports. Ter aanvulling in de strijd tegen ondermijning in de haven vragen ze ook een bijdrage van de deelnemende gemeenten. 1.07 Preventie jeugdcriminaliteit Binnen het Preventie met gezag programma draaien we op dit moment de lokale Persoonsgerichte Aanpak (LPGA) traject. In dit traject wordt een specifieke groep jongeren uitgelicht die nog net niet in de jeugdcriminaliteit zijn beland, maar wel zorgwekkend gedrag vertonen dat vraagt om een persoonsgerichte aanpak. Deze groep is nog niet binnen ons vizier en voor deze groep hebben we ook nog geen specifieke tools/programma’s. Deze specifieke tools kunnen we met dit geld aankopen. Daarnaast kunnen we specifieke preventieve acties tegen wapengeweld inzetten. Dit geld hebben we niet en krijgen we ook niet gefinancierd vanuit Preventie met Gezag. Op dit moment draaien we een Meld Misdaad Anoniem campagne op “low-budget” basis. Na het einde van het veiligheidsrisicogebied zou je weer een MMA campagne of een vergelijkbare tool intensiever en langduriger willen inzetten. Daar hebben we budget voor nodig. Bovendien geeft de inzet van eigen financiering, in aanvulling op en ter ondersteuning van de PMG aanpak, een goed signaal richting het Ministerie voor een mogelijke voortzetting van de PMG gelden na de afgesproken drie jaar.
1.08 Beheer parkeergarages Het adequaat beheren van de parkeergarages en fietsenstallingen is binnen de huidige opzet, al geruime tijd problematisch gebleken. Om hier beter invulling aan te geven, is ten behoeve van het accommodatiebeheer dit extra budget nodig.
12
Programma Aantrekkelijke stad Financiële vertaling programma aantrekkelijke stad Onderstaande tabel geeft de totalen voor programma aantrekkelijke stad aan. Een toelichting vindt u onder deze tabel. Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
2.01 Opstellen kwaliteitsplan en supervisie Kenniswerf
-100
-25
-25
-25
2.02 Bijdrage kenniscentrum slavernij
-15
-15
-15
-15
Totaal
-115
-40
-40
-40
2.01 Opstellen kwaliteitsplan en supervisie Kenniswerf Om de ambitie uit de ontwikkelvisie te realiseren stellen we een kwaliteitsplan op voor de gebiedsontwikkeling Kenniswerf. Met aandacht voor onder andere duurzaamheid en beeldkwaliteit. Voor de bewaking van het kwaliteitsniveau gedurende de stapsgewijze uitvoering van de gebiedsontwikkeling is tevens een jaarlijks budget voor supervisie nodig. 2.02 Bijdrage kenniscentrum slavernij Het is een gezamenlijke inspanning van Provincie en de drie Walcherse gemeenten om na de implementatiefase dit jaar, vanaf 2026 een Internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden Zeeland vorm en inhoud te geven. Om de continuïteit van dit Kenniscentrum te waarborgen wordt een blijvend beroep op bijdragen (subsidies) van de voortrekkers en de overige Zeeuwse gemeenten gedaan. We nemen jaarlijks een bijdrage van € 15.000 in de meerjarenbegroting op voor subsidiering aan het Kenniscentrum.
13
Programma Sociale samenhang Financiële vertaling programma sociale samenhang Onderstaande tabel geeft de totalen voor programma sociale samenhang aan. Een toelichting vindt u onder deze tabel. Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
3.01 GGZ vervoer
0
-10
-30
-50
3.02 GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland
79
96
92
88
-2.965
-3.855
1.231
1.355 -100
3.03 Jeugd 3.04 Leerlingenvervoer
0
0
-50
3.05 Leerplicht
-58
-53
-56
-66
3.06 Maatschappelijke- en vrouwenopvang
120
120
120
120
3.07 Uitbreiding pilot ergotherapie
-100
-100
0
0
3.07a Pilot ergotherapie tlv reserve sociaal domein
100
100
-2.357
-1.869
-1.725
-1.689
0
0
0
0
-5.181
-5.571
-418
-342
3.08 Werk en inkomen 3.09 Minimabeleid Totaal
3.01 GGZ vervoer Wij vervoeren jeugdigen naar jeugdhulplocaties volgens de bepalingen in de verordening integrale jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Het huidige contract loopt af op 31 juli 2025, daarom hebben we opnieuw aanbesteed. Het nieuwe contract gaat in op 1 augustus 2025. Door tariefwijzigingen zijn de kosten gestegen. Deze hogere kosten kunnen we deels binnen het huidige budget bekostigen. Vanaf 2027 is het budget voor GGZ vervoer ontoereikend en stellen we het budget bij. 3.02 GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
1. Begroting GGD
101
96
92
88
2. Begrotingswijziging 2026-1 Verhoging uitvoeringskosten IJZ
-22
0
0
0
Totaal
79
96
92
88
1. De GGD kondigt bezuinigingen aan in de (concept) begroting 2026. Ze volgen de VZG-richtlijn van -2,2% voor gemeentelijke bijdragen, waardoor ze minder geld van de gemeenten vragen. Voor personeel volgen ze de VZG-richtlijn niet om zo de begroting sluitend te krijgen. De gemeentelijke bijdrage die in de (concept) begroting 2026 van de GGD vermeld staat is lager dan wat wij in onze begroting hebben opgenomen. Naast de correctie van de VZG-richtlijn van -2,2% levert dit voor Vlissingen nog een extra voordeel op. 2. Er is sprake van een incidentele extra bijdrage voor de uitvoeringskosten van IJZ. De bijdrage wordt benut voor een contractmanager, een business analist, licentiekosten BasisBeeld en een evaluatie van de aanbesteding.
14
3.03 Jeugd Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
1. Actualisatie jeugdlasten
-665
-155
325
-1.170
-2.425
-3.700
-3.300
-1.760
0
0
1.270
1.305 910
2. Verlagen besparingen hervormingsagenda 3. Voorjaarsnota ophogen taakstelling 4. Voorjaarsnota ophogen eigen bijdragen jeugd 5. Bijstelling investering onderwijszorgarrangementen 6. Compensatie Rijk besparingsverlies hervormingsagenda jeugd Totaal
0
0
885
125
0
0
0
0
0
2.051
2.070
-2.965
-3.855
1.231
1.355
Inzicht totaal mutaties jeugd (inclusief rijksbijdrage) kadernota
2026
2027
2028
2029
Mutaties jeugd zoals hierboven toegelicht
-2.965
-3.855
1.231
1.355 -1.776
Rijksbijdrage: Indexeren taakstelling HA vanaf 2019 miv. 2028 Rijksbijdrage: Groeipad HA deel volgens Rijk vanwege vertraging Rijksbijdrage: Eigen bijdrage jeugdzorg Rijksbijdrage: Sturen op trajectduur jeugdzorg Totaal
0
0
-1.728
1.613
1.485
0
0
0
0
-886
-911
0
0
-232
-238
-1.352
-2.370
-1.615
-1.570
1. In 2024 zijn de kosten voor jeugdhulp lager dan verwacht. Deze kosten zijn gebruikt als basis voor de komende jaren. Op basis van de landelijke prijsindexering is een prijsstijging van 4,19% te verwachten en een toename van het aantal gebruikers (volume) met 4,7% (commissie Van Ark). Dit is lager dan de huidige volume indexering van 7% volume. Wij stellen voor het volumepercentage neerwaarts bij te stellen van 7% naar 4,7%. Dit mede door de afvlakking van jeugdlasten 2024 ten opzichte van 2023. In 2026 gelden er nieuwe jeugdhulpcontracten, gebaseerd op een kostprijs onderzoek (KPO). Dit onderzoek zal naar verwachting leiden tot een extra prijsverhoging van 10%. Deze berekening geldt voor jeugdhulp in de vorm van Zorg In Natura (ZIN). Voor andere kosten voor jeugdhulp via Inkoop Jeugdhulp Zeeland (IJZ) volgen we de Zeeuwse afspraken. Gezien de mogelijke impact op de begrotingscijfers zullen we bij het opmaken van de begroting 2026 het verwachte groeipercentage van het volume voor jeugd herijken op basis van de dan beschikbare meest actuele inzichten en prognoses. 2. Voor de besparingen in de hervormingsagenda jeugd stellen we voor het advies van de VNG te volgen. Dit betekent dat we 60% van de besparingen als haalbaar beschouwen, in plaats van 100%. Daarnaast stellen we voor om de besparingen te vertragen.
Voor 2026 en 2027 volgen we de voorjaarsnota, die een landelijke vertraging van 2 jaar aangeeft. In 2028 verwachten wij een half jaar extra vertraging op de realisatie van de hervormingsagenda doordat de leveringen op basis van contracten 2026/2027 doorlopen tot 1 juli 2028. 3. Het gaat om het verhogen van de taakstelling met de indexering en het sturen op de duur van jeugdzorgtrajecten. 4. Vanaf 2028 gaan we eigen bijdragen voor jeugdzorg innen. Het Rijk verlaagt de inkomsten voor jeugdzorg voor gemeenten volgens de voorjaarsnota. Wij stellen voor om de inkomsten uit eigen bijdragen voor jeugdzorg te verhogen met hetzelfde bedrag als de lagere inkomsten vanuit het Rijk. 5. Er is een incidenteel voordeel op onderwijszorgarrangementen omdat de ontwikkeling start vanaf het schooljaar 2026-2027.
15
6. Wij stellen voor een nog te ontvangen bedrag Rijk op te nemen voor het onzekere deel besparingen hervormingsagenda in 2028 en 2029. *In de jaren 2026 en 2027 ontvangen we een compensatie voor vertraging van de besparingen hervormingsagenda jeugd. Hiernaast heeft het Rijk de beoogde besparingen hervormingsagenda geïndexeerd met terugwerkende kracht tot en met 2019. Zij gaat hierbij uit van 100% haalbaarheid. 3.04 Leerlingenvervoer Wij vervoeren leerlingen volgens de bepalingen in de verordening bekostiging leerlingenvervoer. Het huidige contract loopt af op 31 juli 2025, daarom is er opnieuw aanbesteed. Het nieuwe contract gaat in op 1 augustus 2025. Door tariefwijzigingen zijn de kosten gestegen. Deze hogere kosten kunnen we deels binnen het huidige budget bekostigen. Vanaf 2028 is het budget voor leerlingenvervoer ontoereikend en stellen we het budget bij. 3.05 Leerplicht Sinds 2022 gebruikt het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) een thuiszitterscoach. Hierdoor zijn 75 thuiszitters in beeld gebracht, waarvan de helft uit Vlissingen. Voor goede en snelle begeleiding terug naar school of werk is structurele voortzetting nodig. Landelijk onderzoek toont aan dat één thuiszitter € 50.000 tot € 100.000 per jaar kost. Tot en met het schooljaar 2024 zijn, door de thuiszitterscoach, 45 jongeren teruggekeerd naar onderwijs. Voor structurele inzet is structurele financiering nodig.
Van RBL hebben we een begroting voor 2025-2029 ontvangen. Deze begroting leidt tot hogere gemeentelijke bijdragen voor RBL. Vorig jaar is ingestemd met de begroting van RBL. Dat verwerken we nu in deze kadernota. 3.06 Maatschappelijke- en vrouwenopvang We ramen onbenutte budgetten voor maatschappelijke- en vrouwenopvang af. Immers, inmiddels worden de kosten hiervoor gedekt middels de Zeeuwse partnerschapsafspraken. 3.07 Uitbreiding pilot ergotherapie Op basis van de ervaringen met de pilot ergotherapie, stellen we voor de inzet van de ergotherapeut uit te breiden. Hierdoor kan de ergotherapeut niet alleen nieuwe aanmeldingen ondersteunen, maar ook inwoners die reeds in zorg zijn. We dekken de incidentele lasten van de investeringen in ergotherapie, welke als doel hebben de resultaten in het sociaal domein te verbeteren, uit de reserve sociaal domein. De reserve sociaal domein is per 1 januari 2024 ontstaan uit de resterende middelen van de opgeheven reserve Centrumtaken en is ingesteld in afwachting van een definitief bestemmingsvoorstel. De stand van de reserve is € 19,2 miljoen per 31 december 2024 (en na reeds begrote onttrekkingen in 2025 en 2026 € 16,4 miljoen).
16
3.08 Werk en inkomen Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
1. Schuldhulpverlening (op termijn relatie met Orionis begroting) bestaanszekerheid schuldhulpverlening
-400
-400
-400
-400
2. Taakstelling inkoopmodel GR
-1.230 -1.160 -1.141 -1.105
3. Actiever aan de slag met Social Return on investment
125
50
4. Ontwikkelingen plan statushouders
-380
-175
0
0
5. Schatting ontwikkelingen Orionis begroting 2026
-472
-629
-629
-184
0
445
445
0
6. Re-integratie tlv reserve sociaal domein Totaal
-2.357 -1.869 -1.725 -1.689
1. Het Rijk heeft basisdienstverlening schuldhulpverlening vastgesteld. Alle gemeenten moeten hieraan voldoen. Dit moet ervoor zorgen dat schuldhulpverlening overal toegankelijk en uniform is. Het is een verplichte aanpassing. Landelijk heeft 8,8% van de huishoudens geregistreerde problematische schulden. In Vlissingen is dit percentage 9,6%. In de Oude Binnenstad en het Middengebied piekt het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden op respectievelijk 13% en 11,7%. Investeren in schuldhulpverlening loont. Problematische schulden leiden tot financiële onrust en bestaansonzekerheid. Met extra investeringen in schuldhulpverlening kunnen we 2 FTE extra inzetten, specifiek gericht op huishoudens met schulden in de Oude Binnenstad en het Middengebied. 2. Een inkoopmodel binnen de GR Orionis kon onvoldoende rekenen op steun van onze partners, reden voor deze aanpassing. We streven inmiddels juist zoveel als mogelijk naar uniformiteit in deze samenwerking. Daarmee kan de taakstelling niet op deze manier worden gerealiseerd. We ramen de taakstelling van € 1.250.000 af nadat we twee voordelen ten gunste van deze taakstelling hebben gebracht (voordelen Orionis en Doorbraakmethode van voor 2029 totaal € 145.000). 3. Wij willen onze activiteiten op het gebied van Social Return On Investment (SROI) versterken.
Dit houdt in dat bij elk contract dat wij afsluiten, een percentage (variërend tussen de 2-5%) wordt gereserveerd voor SROI. Wij willen onze SROI-activiteiten inzetten voor twee ambities: - Het toeleiden van uitkeringsgerechtigden naar werk. Dit doen wij samen met de gemeente Veere en Middelburg. - Het stimuleren van de inzet op sociaal-maatschappelijke doelen. Daarnaast streven wij ernaar om met de toepassing van SROI besparingen op uitgaven te realiseren. Het doel is om hiermee een bijdrage te leveren aan de taakstelling in het sociaal domein.De pilot loopt tot 1 juli 2027 en we nemen hierbij een taakstelling op van € 125.000 voor 2026 en € 100.000 voor 2027. We dekken de lasten van € 200.000 met het vrijvallende investeringsbudget inkoopmodel GR Orionis (€ 150.000) en met een deel van de verwachte realisatie taakstelling pilot SROI (€ 50.000). 4. De resultaten plan statushouders schuiven op in de tijd omdat we nader onderzoek hebben gedaan naar de doelgroep en aanpak. Dit geeft in 2026 en 2027 een nadeel. We hebben het plan uitgebreid naar onze buurgemeenten op Walcheren. Via de solidariteit komen de revenuen ten goede van alle drie gemeenten. Wij betrekken de revenuen bij de begroting 2026 (en wijzigingen daarop) van Orionis omdat deze deel uit maken van de totale prognose uitkeringslasten. 5. Het gaat om de voorlopige raming van de begroting van Orionis 2026.
De negatieve BUIG beschikking die in oktober 2024 is ontvangen is in deze cijfers structureel verwerkt. Om dit risico te mitigeren stellen we voor door te gaan met de extra financiële impuls voor re-integratie. In 2026 dekt Orionis deze uit de reserve (jaarrekeningoverschot 2024). In 2027 en 2028 vragen wij u om extra incidentele
17
middelen. Daarnaast vragen zij extra structurele formatie bedrijfsvoering en incidenteel extra formatie voor inkomen. Via een separaat voorstel wordt deze begroting voor zienswijze aan u voorgelegd. 6. We dekken de incidentele lasten van de investeringen in re-integratie, welke als doel hebben de resultaten in het sociaal domein te verbeteren, uit de reserve sociaal domein. De reserve sociaal domein is per 1 januari 2024 ontstaan uit de resterende middelen van de opgeheven reserve Centrumtaken en is ingesteld in afwachting van een definitief bestemmingsvoorstel. De stand van de reserve is € 19,2 miljoen per 31 december 2024 (en na reeds begrote onttrekkingen in 2025 en 2026 € 16,4 miljoen). Bij de begrotingsbehandeling 2026 volgt een definitief voorstel voor de bestemming van de reserve sociaal domein (doel, besteding, voeding, hoogte en looptijd). 3.09 Minimabeleid Per saldo zijn de mutaties minimaregelingen nihil, bestaande uit deze drie wijzigingen: •
De gemeenteraad heeft uitgesproken dat alle minimaregelingen op de inkomensgrens van 120% vastgesteld moeten worden. Deze structurele meerkosten (€ 170.000 nadelig) hebben we verwerkt in deze kadernota 2026;
•
Vlissingen hanteert nu ruimere definities voor inkomen, wij stellen voor aan te sluiten bij het beleid van de andere Walcherse gemeenten . Dit levert een structureel voordeel op van € 112.000;
•
Hiernaast stellen wij voor structureel uitvoeringskosten af te ramen (€ 58.000 voordelig) omdat deze werkelijk lager uitvallen.
3.10 Beschermd wonen Middelen centrumtaken Aan het eind van 2024 is het Regiobudget voor centrumtaken opgelopen tot € 35 miljoen. We verwachten de komende jaren een jaarlijks overschot van € 12 miljoen (aandeel Vlissingen structureel € 1,3 miljoen). Binnen het OZO (Overleg Zeeuwse Overheden) vindt overleg plaats over het uitkeren van niet benutte middelen aan de Zeeuwse gemeenten ten behoeve van bredere inzet op het gebied van het sociaal domein. Het uit te keren bedrag zal afhankelijk van de uitkomst van dit overleg, na besluitvorming door de dertien colleges, verwerkt worden in onze begroting.
18
Programma Bestuur Financiële vertaling programma bestuur Onderstaande tabel geeft de totalen voor programma bestuur aan. Een toelichting vindt u onder deze tabel. Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
4.01 Onkostenvergoeding raad
-100
-100
-100
-100
4.02 Toename aantal raadsleden
-49
-49
-49
-49
4.03 Reisdocumentenpiek
100
100
100
100
Totaal
-49
-49
-49
-49
4.01 Onkostenvergoeding raad Abusievelijk is in de programmabegroting de component vaste onkostenvergoeding raadsleden niet meegenomen. 4.02 Toename aantal raadsleden Op de peildatum van 1-1-2025 heeft de gemeente Vlissingen meer dan 45.000 inwoners. Dat betekent dat de gemeenteraad na de verkiezingen van maart 2026 bestaat uit 2 raadsleden meer, namelijk 29 raadsleden. 4.03 Reisdocumentenpiek Tussen 2024 en 2029 is er sprake van een reisdocumentenpiek, met grote impact op Publiekszaken: meer aanvragen en drukte, maar ook meer inkomsten. Om deze piek goed op te vangen, is extra capaciteit nodig. Rekening houdend met de extra afdrachten aan het Rijk en extra inhuur om de piek op te vangen hebben we een voordeel van € 100.000 tot en met 2029.
19
Overhead Financiële vertaling overhead Onderstaande tabel geeft de totalen voor overhead aan. Een toelichting vindt u onder deze tabel. Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
5.01 Indexering contract Microsoft
-72
-72
-72
-72
5.02 Indexering mobiele communicatie
-35
-35
-35
-35
5.03 Procesmanagement en datagedreven werken
-100
-100
-200
-200
300
300
-207
-207
-7
-7
5.04 Inzet CDOKE gelden Totaal
5.01 Indexering contract Microsoft Indexatie Microsoft contract. De stijging is >23% t.o.v. het huidige contract en valt daarmee niet op te vangen met reguliere indexering. 5.02 Indexering mobiele communicatie De prijzen van mobiele communicatiemiddelen zijn afgelopen jaar meer dan 30% gestegen. Dit valt niet op te vangen met reguliere indexering. 5.03 Procesmanagement en datagedreven werken De bedrijfsvoering van de gemeente Vlissingen ontwikkelt zich niet in hetzelfde tempo als de wereld om ons heen. Dat gaat uiteindelijk raken aan onze effectiviteit en efficiency. We investeren momenteel in digitalisering en professionalisering. Om een impuls te geven aan procesmanagement en data gedreven werken hebben we extra budget nodig van € 100.000 en vanaf 2028 € 200.000. Vanuit de strategische pijler “Data gedreven informatiemanagement” geven we hier verder invulling aan. Dit stelt ons in staat om efficiënter te werken, betere beslissingen te nemen en de dienstverlening te verbeteren. 5.04 Inzet CDOKE gelden Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de klimaat- en energieplannen. Het kabinet ondersteunt gemeenten hierbij met geld uit de CDOKE-regeling voor de jaren 2023 tot en met 2025. Met dit geld kunnen gemeenten extra personeel aantrekken. Gemeenten kunnen meer kennis opdoen en experts inhuren.
Gemeenten moeten ervan uit kunnen gaan dat ze dit geld elk jaar krijgen. Anders kunnen ze geen langdurige verplichtingen aangaan. De Raad van het Openbaar Bestuur (ROB) heeft in maart 2024 een advies gegeven over het vervolg van deze middelen. Hierin benadrukt de ROB dat het van belang is dat gemeenten voor langere tijd zeker zijn van middelen. Er wordt gewerkt aan een nieuwe regeling voor na 2025. Het Rijk heeft hier al budget voor gereserveerd. Omdat de verwachting is dat de middelen ook na 2025 beschikbaar worden gesteld, is het (volgens de begrotingscirculaire van de provincie Zeeland) toegestaan om de middelen alvast op te nemen in de begroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2029.
20
Investeringen
Investeringen 2026-2029 De bevoegdheid tot het toekennen van investeringskredieten berust bij de gemeenteraad. De vaststelling van de investeringskredieten vindt plaats in een planning & control (P&C)document, zoals de begroting of de bestuursrapportage of een separaat raadsvoorstel. Tot op heden stelde de raad de kredieten beschikbaar volgens de uitvoeringsplanning van deze kredieten, vaak over meerdere jaarschijven. Zo kon het bijvoorbeeld gebeuren dat de raad een krediet over meerdere jaren beschikbaar stelde terwijl we dit in een geheel moesten aanbesteden. Het beschikbaar stellen aan de hand van de planning maakte het onoverzichtelijk. Vanaf 2025 stelt de raad de kredieten niet meer vast volgens de planning, maar (indien nodig) in een keer het volledige bedrag voor de onderdelen waarop dat van toepassing is. De kredieten die nog een 'overgangsregime' hebben stelt de raad in de komende bestuursrapportage 2025 vast. Het betreft hier kredieten die oorspronkelijk qua planning ook nog deels in 2026 en/of 2027 waren opgenomen in de begroting. Deze vindt u in de tabel 'investeringen via bestuursrapportage 2025'. In onderstaande tabel vindt u in de kolommen 2026, 2027, 2028 en 2029 het beschikbaar te stellen krediet voor het betreffende onderdeel. De laatste 4 kolommen bevat de planning van deze kredieten.
21
No. Investeringen (bedragen x € 1.000)
Totaal
2026
2027
2028
2029
2026 planning
2027 planning
2028 planning
2029 planning
1 Vervanging voor LED armaturen: de masten
930
0
305
308
317
0
305
308
317
2 Vervanging voor LED armaturen: LED
290
0
95
97
98
0
95
97
98
3 Rehabilitatie wegen
15.477
8.239
2.110
1.422
3.706
1.657
4.925
3.767
5.128
4 Riolering VGRP
20.607
20.607
0
0
0
4.043
6.369
4.900
5.295
5 Investering groen
5.200
5.200
0
0
0
1.100
1.300
1.400
1.400
6 Uitvoeringskosten verkeershinder Badhuisstraat
380
0
380
0
0
0
380
0
0
7 Nieuwbouw acc. locatie speeltuin Scheldekwartier
300
300
0
0
0
300
0
0
0
8 Ondergrondse opslag
560
130
130
150
150
130
130
150
150
9 Materieel
3.704
510
1.068
688
1.438
0
510
1.068
688
10 Kindcentrum Paauwenburg L.de Coligny/ Theo Thijssen (SHP 2020-2039)
15.000
0
0
15.000
0
0
0
1.500
13.500
11 Gymzalen Paauwenburg
2.000
0
0
2.000
0
0
0
400
1.600
12 Zonnepanelen Machinefabriek
1.300
1.300
0
0
0
1.300
0
0
0
13 Cyclisch ruimen Noorder begraafplaats (Voorheen investeringen begraafplaatsen)
175
175
0
0
0
175
0
0
0
14 Aanvulling krediet VRI's
115
115
0
0
0
115
0
0
0
15 Parkeerautomaten vervangen en aanpassing parkeerbebording
890
890
0
0
0
890
0
0
0
16 Houten voetpad sluisjescomplex koopmanshaven /nieuwendijk
100
100
0
0
0
100
0
0
0
17 Speeltoestellen
100
50
0
50
0
50
0
50
0
5.940
0
0
0
5.940
0
0
0
800
19 Sportpark Souburg: vervanging natuurgrasveld 3
137
137
0
0
0
137
0
0
0
20 Sportpark Vrijburg: vervanging kunstgrasveld 2 (water)
676
676
0
0
0
676
0
0
0
21 Sportpark Irislaan: vervanging natuurgrasveld 4
103
0
103
0
0
0
103
0
0
22 Sportpark Vrijburg: vervanging kunstgrasveld 3 (zand)
629
0
0
629
0
0
0
629
0
23 Sportpark Irislaan: vervanging natuurgrasveld 2
110
0
0
110
0
0
0
110
0
24 Sportpark Bonedijke: vervanging natuurgrasveld 4
166
0
0
0
166
0
0
0
166
25 Scheldekraan
1.000
1.000
0
0
0
1.000
0
0
0
26 Leeuwentrap
350
350
0
0
0
350
0
0
0
27 Aanpassingen brug Schuitvaartgracht/Singel
60
0
0
60
0
0
0
60
0
28 Aanpassingen brug Schuitvaartgracht/President Rooseveltlaan
60
0
60
0
0
0
60
0
0
29 Aanpassingen brug Paauwenburg/Van Woelderenlaan
70
0
70
0
0
0
70
0
0
18 Kades
30 Toiletten parkeergarage
100
100
0
0
0
100
0
0
0
Totaal investeringsplan
76.529
39.880
4.321
20.514
11.815
12.123
14.247
14.439
29.142
22
No. Investeringen (bedragen x € 1.000)
Totaal
2026
2027
2028
2029
2026 planning
2027 planning
2028 planning
2029 planning
80
80
0
0
0
80
0
0
0
80
80
0
0
0
80
0
0
0
Investeringen programma aantrekkelijke stad 1 Welkomstborden gemeente Vlissingen Totaal investeringsplan
23
Investeringen via bestuursrapportage 2025 No. Investeringen (bedragen x € 1.000)
t/m 2025
1 Nieuwbouw kindcentrum Scheldekwartier
2026 2027 Totaal
5.000
6.520
11.520
2 Rehabilitatie kades k3 t/m k6
870
5.140
3 Herinrichting Vlissingsestraat
1.250
1.150
150
4 Sportzaal Machinefabriek 5 Prins Hendrikweg/ Oude Veerhavenweg 6 Stadsvernieuwing projecten Totaal investeringsplan
2025 2026 2027 2028 2029 planning planning planning planning planning 500
3.000
3.500
4.520
0
6.010
870
5.140
0
0
0
2.400
1.250
1.150
0
0
0
1.850
2.000
150
1.850
0
0
0
1.000 1.000
3.000
1.000
1.000
1.000
0
0
876
600
276
0
0
0
8.870 15.936 1.000 25.806
4.370
12.416
4.500
4.520
0
1.000 600
276
Bovenstaande investeringen maken deel uit van de begroting 2025, jaarschijf 2026 en 2027. Vanwege de gewijzigde systematiek stelt de gemeenteraad deze kredieten in een keer beschikbaar in de bestuursrapportage 2025. De uitvoering van de planning van krediet nieuwbouw kindcentrum Scheldekwartier hebben we doorgeschoven. We verwachten het pand in de zomer van 2028 in gebruik te nemen. Ten opzichte van de in de begroting geraamde kapitaallasten betekent dit een voordeel in 2027 en 2028 van € 463.000. Doorgeschoven investeringen Onderstaande investeringen hebben we doorgeschoven naar 2030. De gymzalen De Wielingen zijn nog geschikt en hoeven niet direct vervangen te worden. Met betrekking tot deze zalen en de sporthal Baskensburg geldt dat het college zeker wil stellen dat de nieuwbouw (ook qua beoogde locatie) verstandig is in relatie tot mogelijke campusontwikkeling VO Walcheren. Die duidelijkheid hopen we gedurende 2025 of 2026 te krijgen. Doorschuiven van deze investeringen levert een voordeel aan kapitaallasten in de jaren 2028 en 2029 op van € 413.000 in beide jaren. No. Investeringen (bedragen x € 1.000)
2030
1 Gymzalen De Wielingen (Scheldemond)
3.240
2 Nieuwbouw sporthal Weyevliet
5.700
24
Taakstellingen Taakstellingen De kadernota bevat na de verschillende mutaties de onderstaande resterende taakstellingen. De opbouw en het verloop van de taakstellingen in het sociaal domein hebben we nader toegelicht. Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
Sport-en overige accommodaties
628
628
628
628
Organisatie-overhead
225
100
100
100
Sociaal domein
605
1.285
3.630
5.204
1.458
2.013
4.358
5.932
Totaal
Overzicht resterende taakstellingen sociaal domein Onderstaande tabel geeft een overzicht van de resterende taakstellingen sociaal domein zoals opgenomen in de kadernota (oplopend naar € 5,2 miljoen te realiseren in 2029): Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2026 2027 2028 2029 Toelichting
1a. Jeugd: Hervormingsagenda conform prognose AEF/VNG
0
0 1.770 3.344 Betreft vooral haalbaar deel Hervormingsagenda 60 % na vertraging aanbesteding.
1b. Jeugd: Hervormingsagenda extra door hoog volume
120
360
600
600 Conform uitgangspunt begroting 2025.
2. Jeugd en Wmo: Optimalisatie Toegang
320
580
840
840 Conform uitgangspunt begroting 2025.
3. Werk en Inkomen: Plan statushouders
40
245
420
420 Conform herziene inschatting plan taakstelling statushouders.
4. Plan SROI sociaal domein
125
100
0
0 Conform inschatting bij plan taakstelling plan SROI sociaal domein.
Totaal
605 1.285 3.630 5.204
* De taakstelling hervormingsagenda is gebaseerd op 60 % van de door het Rijk beoogde besparingen hervormingsagenda. Wij stellen voor een vordering op het Rijk op te nemen voor de overige 40%. Deze vordering op het Rijk voor de resterende 40 % van circa € 2 miljoen voor zowel 2028 als 2029 brengt een risico met zich mee. Wij stellen voor de haalbaarheid van de taakstelling te schatten op circa 60 %volgens het standpunt van de VNG en dit percentage houden we aan in afwachting van het tweede advies van de commissie Van Ark begin 2027 (over een reëel financieel kader vanaf 2028). Verloop taakstelling sociaal domein Onderstaande tabel laat het verloop van de taakstellingen sociaal domein zien tov. de begroting 2025 (onderdeel A) leidend tot de nog te realiseren taakstelling (onderdeel C).
25
Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029 Toelichting
A. Taakstelling sociaal domein totaal begroting 2025
5.535
7.776
8.562
8.562 Zie begroting 2025 - 2028.
Taakstelling/voordelen Werk en Inkomen Orionis Walcheren
-1.000 -1.466 -1.652 -1.652 Reeds verwerkt in budgetten Orionis Walcheren.
B. Nog te realiseren taakstelling vanaf begroting 2025 - 2028:
4.535
1. Afvoeren/verlagen taakstelling Hervormingsagenda
-2.425 -3.700 -2.030
2. Afvoeren taakstelling Inkoopmodel GR Orionis Walcheren
-1.250 -1.250 -1.250 -1.250 De aanpassing van de GR met een inkoopmodel is niet mogelijk gebleken.
6.310
6.910
6.910 -456 Conform vooral ingroeipad Rijk, uitstel aanbesteding en raming haalbaarheid 60 %.
3. Aanpassing prognose Plan statushouders
-380
-175
0
0 Conform herziene inschatting plan taakstelling statushouders.
4. Nieuwe taakstelling plan SROI sociaal domein
125
100
0
0 Conform inschatting bij plan taakstelling plan SROI sociaal domein.
Totaal
605
1.285
3.630
26
5.204
Financieel meerjarenperspectief 2026-2029 4.1 Financieel meerjarenperspectief 2026-2029 Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2026
Stand begrotingssaldo na 9e wijziging 2025 (tm mei)
2027
2028
2029
443
519
1.107
439
4.2 Wijzigingen programma's
-6.630
-6.936
-1.575
-1.529
4.3 Uitkeringen gemeentefonds
6.623
6.643
2.666
7.214
4.4 Financiële uitgangspunten
423
-439
-765
-6.045
Totaal
859
-214
1.434
79
27
4.2 Wijzigingen programma's Hieronder de recapitulatie van de wijzigingen die we hebben verwerkt in de programma's. De details hiervan hebben we in de betreffende programma's toegelicht. Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
Leefbaarheid
-1.078
-1.070
-1.061
-1.092
Aantrekkelijke stad
-115
-40
-40
-40
Sociale samenhang
-5.181
-5.571
-418
-342 -49
Bestuur
-49
-49
-49
Overhead
-207
-207
-7
-7
-6.630
-6.936
-1.575
-1.529
Totaal
28
4.3 Uitkeringen gemeentefonds Uitkeringen gemeentefonds Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
Decembercirculaire 2024 accres
836
772
963
5.244
Voorjaarsnota Rijk 2025 accres
1.425
1.555
1.616
1.857
Voorjaarsnota Rijk 2025 demping ravijnjaar
1.151
1.209
1.243
1.177
Voorjaarsnota Rijk 2025 jeugd
3.211
3.107
-1.156
-1.064
Totaal
6.623
6.643
2.666
7.214
1. In de decembercirculaire 2024 zijn voornamelijk de accressen voor volume en prijs aangepast. Het bedrag voor 2029 valt hierbij op maar dat is het gevolg van het toevoegen van dat jaar aan onze meerjarenplanning. Dit zien we ook terug bij de indexeringen. 2. Voor de mutatie op de gemeentefonds uitkering gaan we in deze kadernota uit van de voorjaarsnota 2025 van het Rijk. In de voorjaarsnota 2025 van het Rijk zijn de volgende mutaties gemeentefonds opgenomen: - Aanpassingen van de accressen voor volume en prijs; - Aanpassingen ten behoeve van de demping van het ravijnjaar (2026). Eerder heeft het Rijk de gemeenten landelijk structureel gekort € 2,4 miljard en dempt hiervan in de voorjaarsnota een bedrag van € 400 miljoen in 2026 oplopend naar € 424 miljoen in 2029 - Aanpassingen ten behoeve van de jeugdzorg. Zo krijgen we als gemeenten een structurele compensatie van 50% voor hogere lasten jeugdzorg gebaseerd op het rapport van deskundigencommissie Van Ark, ontvangen we voor 2 jaar een hoger uitkering doordat er wordt ingegroeid op de maatregelen hervormingsagenda, worden we gekort vanaf 2028 door het invoeren van een eigenbijdrage jeugdzorg, worden we gekort doordat de maatregelen hervormingsagenda van 2028 worden geïndexeerd. Tenslotte worden we gekort doordat er lagere kosten worden verwacht door het sturen op projectduur jeugdzorg.
Daar waar de mutaties gemeentefonds jeugdzorg gevolgen hebben voor de lasten en baten jeugdzorg zijn die opgenomen in het programma sociaal domein. De mutaties voorjaarsnota 2025 Rijk worden geformaliseerd in de meicirculaire. Eventuele afwijkingen verwerken we in de programmabegroting 2026-2029.
29
4.4 Financiële uitgangspunten 2026-2029 Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2026
2027
2028
2029
1. Inflatie lonen
-966
-1.103
-1.188
-3.495
2. Inflatie materiële budgetten
-274
-382
-364
-3.520
3. Inflatie Gr'en en subsidies (VZG)
408
12
-127
-1.220
4. Indexering inkomsten
0
0
0
2.249
5. Rente
0
0
0
0
6. Extra inzet dividend ZEH
1.440
1.440
1.440
1.440
7. Toeristenbelasting
-185
-587
-453
-357
0
0
-500
-1.000
8. Rente Scheldekwartier 9. Herijking nieuwe investeringen Totaal
0
180
427
-142
423
-439
-765
-6.045
1. Inflatie lonen Dit betreft de actualisatie van de verwachte indexering van de lonen waarbij we als uitgangspunt de indexen van het CEP (Centraal Economisch Plan) hanteren tenzij er CAO verplichtingen zijn. In deze kadernota zijn we uitgegaan van de CAO afspraken tot en met 1 april 2027.
Jaar
2025
2026
2027
2028
Percentage begroting 2025
4,40%
3,80%
4,80%
4,00%
3,50%
4,20%
6,00%
4,54%
Percentage kadernota obv CEP 2025 CAO gemeenten
2029 4,50%
1,60%
2. Inflatie materiële budgetten Dit betreft de actualisatie van de verwachte indexering van de materiële uitgaven waarbij we als uitganspunt de indexen van het CEP (Centraal Economisch Plan) hanteren. Uitzonderingen hierop zijn de budgetten Jeugd en WMO daar hanteren we de OVA (de overheidsbijdrage in de arbeidskosten ontwikkeling). Dit percentage bedraagt 4,19%. Omdat dit niet meerjarig wordt berekend hanteren we dit percentage ook voor de komende begrotingsjaren. Daarnaast corrigeren we enkele omissies in de berekening indexering zoals opgenomen in de programmabegroting 2025.
Jaar
2026
2027
2028
Percentage begroting 2025
2,20%
2,20%
2,20%
Percentage kadernota obv CEP 2025
2,10%
2,20%
2,20%
2029 2,30%
3. Inflatie Gr'en en subsidies Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en subsidies aan stichtingen met personeel worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de VZG richtlijn. In de VZG richtlijn 2026 is een bezuiniging opgenomen van 2,2%. Deze bezuiniging hebben we toegepast voor 2026. Naast de bezuiniging houden we in afwijking van het VZG uitgangspunt wel rekening met een inflatie percentage. Indien er Gr-en of stichtingen zijn die van de VZG richtlijn willen afwijken dan nemen ze dat in de begroting op en zal daar een afzonderlijk besluit op volgen wat we op dat moment in de begroting opnemen. Voor de jaren 2027 tot en met 2029 nemen we geen extra 30
bezuinigingen op omdat daar nog geen besluit over is genomen door de VZG. Wel houden we voor deze jaren rekening met een inflatie percentage gebaseerd op de uitgangspunten van de VZG.
Jaar
2026
2027
2028
Percentage begroting 2025
3,90%
3,90%
3,90%
Percentage kadernota obv CEP 2025
1,70%
4,23%
3,60%
2029 3,81%
4. Indexering inkomsten We passen een inflatiecorrectie van 3,9% toe op alle inkomsten en volgen daarbij gemiddeld gezien de VZG richtlijn voor inflatiecorrectie. 5. Rente Wat betreft de rente zien we een daling van de rentepercentage voor nieuw af te sluiten leningen. Dit verwerken we in de programmabegroting 2026-2029. Daarentegen zal de exit artikel 12 mogelijk leiden tot hogere rentelasten. De voorgestelde bijdrage exit artikel 12 is immers lager dan de eerder toegezegde bijdrage art 12. Dit mogelijke effect verwerken we zodra er een definitief besluit is. De verwachting is dat dit ook in de begroting 2026-2029 verwerkt kan worden. 6. Extra inzet ZEH dividend De Zeeuwse gemeenten ontvangen de komende jaren dividenden vanuit de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). In het ondernemingsplan geeft ZEH een inschatting van de te verwachten dividenduitkeringen. De komende jaren gaat het om de volgende uitkeringen: - 2025 € 110 miljoen - 2026 € 175 miljoen - 2027 € 155 miljoen Vlissingen heeft hierin een aandeel van 5,76%. In de aandeelhoudersvergadering gedurende het jaar maakt ZEH het definitieve dividend bekend. De provincie geeft aan dat we tot een maximum van 75% van het aandeel van € 100 miljoen dividenduitkering als structureel dekkingsmiddel in de begroting mogen opnemen. In onze begroting hebben we al 50% van het dividend als dekkingsmiddel opgenomen.
We verhogen dit nu naar 75%. In de risicoparagraaf bij de begroting 2026 geven we aan hoe we de komende jaar en dit dividend gaan afbouwen. Immers, de dividenden zijn eindig en lopen vooralsnog tot en met 2033. 7. Toeristenbelasting In de begroting 2025-2029 zijn we ervan uitgegaan dat als gevolg van nieuwbouw hotels en uitbreiding van bestaande hotels het aantal overnachtingen van toeristen zou stijgen en daarmee ook de toeristenbelasting. Door diverse omstandigheden zien we dat de realisatie van nieuwe hotels en uitbreiding van bestaande hotels vertraging oploopt waardoor de stijging van verwachte overnachtingen van toeristen moet worden bijgesteld en dus ook de opbrengst toeristenbelasting. 8. Rente Scheldekwartier Voor het ontwikkelen van een grondexploitatieplan moeten we geld lenen. De rente van deze leningen rekenen we toe aan de grondexploitatie. Grondexploitatieplannen sluiten normaal
31
gezien met relatief kleine verliezen of winsten. Het afsluiten van een grondexploitatieplan heeft dan verder ook geen grote rente-effecten voor het begrotingssaldo. Voor de grondexploitatie Scheldekwartier is dat echter heel anders. Dit plan zal waarschijnlijk in 2030 worden afgesloten met een verlies van circa € 100 mln. Jaarlijks rekenen we volgens de uitgangspunten rente toe aan de grondexploitatie Scheldekwartier over een bedrag ongeveer € 100 mln. Zodra het plan is afgesloten kunnen we niet langer de rente toerekenen terwijl de rentelasten blijven. De rente zal dan voor een groot deel verdeeld worden over de overige taakvelden en ten laste komen van het begrotingssaldo. In totaliteit gaat het over een bedrag van naar verwachting € 1,5 miljoen structureel in 2030. Gezien de impact hiervan willen we hierop anticiperen door vanaf 2028 jaarlijks een groeiende ruimte te creëren in het begrotingssaldo zodat we het rentenadeel vanaf 2031 structureel kunnen opvangen. In praktische zin betekent dit dat we in de jaren 2028 tot en met 2030 een groeiende storting in de algemene reserve doen welke in 2031 geheel stopt om het nadeel structureel te kunnen opvangen. 9. Herijking investeringen We hebben kritisch naar onze investeringen gekeken en een aantal investeringen herijkt. Daarnaast houden we vast aan het uitgangspunt dat we 75% van de investeringsopgaaf tijdig realiseren.
Met ingang van begrotingsjaar 2025 gaan we over op beschikbaar stellen van het krediet in een keer (daar waar dat van toepassing is). Zie hiervoor het onderdeel investeringen.
32