CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 rvs Jaarstukken 2023 bijlage 1 jaarstukken

Commissie Ruimte 20 juni 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Jaarrekening 202332.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Criminelen eisen geld voor teruggave data (ongedaan maken cryptolocker) 84

en/of niet publiceren gestolen data. De kans dat het risico zich voordoet is beoordeeld als midden. Het afgelopen jaar is er sprake van een stijging bij gemeenten, waar het risico zich heeft voorgedaan. Naast gemeenten worden ook de leveranciers van SAAS, welke de gemeente gebruikt, getroffen. Dit heeft impact op de dienstverlening van de gemeente Vlissingen. Herstelkosten (o.a. inhuur bedrijven om het probleem te onderzoeken en op te lossen) zijn bij verlies ICT en data enorm. Er kan daarnaast sprake zijn losgeld en inkomstenderving. De financiële impact voor de gemeente Vlissingen is mede bepaald op ervaringen bij andere gemeenten. Het Hof van Twente heeft in totaal € 4,2 miljoen. aan schade geleden bij een hack. De gemeente Haarlemmermeer daarentegen € 250.000. De financiële impact is bepaald op € 2,0 miljoen. We zijn in 2023 wel gestart met een bewustwordingscampagne op het gebied van informatiebeveiliging. 7. Jeugd: Volume jeugdhulp en bijbehorende kosten nemen niet af Het risico is aanwezig dat er sprake is van prijsstijgingen en volume indexeringen binnen de jeugdhulp. Hierdoor neemt het volume jeugdhulp en de bijbehorende kosten toe. Vanaf 1 januari 2026 wordt er gestart met een nieuwe aanbesteding, waarbij de actuele opdracht is het terugdringen van jeugdhulpproducten, een vermindering van de kosten en het volume.

Verder zetten wij in Vlissingen in om de bezuinigingen die de hervormingsagenda jeugd vraagt te implementeren door projecten op te zetten die eveneens het doel hebben om het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp (het volume) terug te dringen. De praktijk heeft aangetoond dat een kleine mutatie in zowel de duur van de jeugdzorg, de aanvragen jeugdzorg en wijzigingen in OVA-indexeringen de kosten laten toenemen. De eindafrekening over 2023 laat een nadeel van € 987.000 zien. We houden rekening met het risico van prijs en volume indexeringen in de begroting, echter is de kans aanwezig dat deze inschatting niet correct is. Dit risico is ingeschat op € 600.000. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 8. Stijgende energiekosten Eind 2023 is de huidige overeenkomst met Total (gas leverancier) en DVEP (elektriciteit leverancier) beëindigd en is de nieuwe aanbesteding ook afgerond. Voor 2024 en 2025 gaat de PZEM ons gas en elektriciteit leveren. De prijzen zijn voor 1 jaar vastgezet. Een nieuwe begroting van de energielasten is nog niet opgemaakt en zal naar verwachting bij de 1e bestuursrapportage 2024 worden afgerond. Voorzichtigheidshalve is het risico daarom gehandhaafd en zal dit bij de begroting 2025 worden herzien.

Dit betekent dat het risico aanwezig is, dat de begrote lasten voor energiekosten, zoals opgenomen in begroting 2024 (rekening houdende met macro economische verkenningen), hoger kunnen uitvallen, een verhoging van de prijs met meer dan 25% is niet uit te sluiten. Financiële impact is bepaald op € 500.000. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 9. Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan geraamd We maken jaarlijks een inschatting omtrent de verwachte rente. De bijbehorende rentelasten worden opgenomen in de begroting. Het risico is aanwezig dat er nieuwe geldleningen worden aangetrokken, waarbij het rentepercentage hoger is dan geraamd. De financiële impact is bepaald op het scenario dat rente met 1% stijgt voor nieuw af te sluiten geldleningen. Deze impact is € 310.000 per jaar (periode 2024-2028). Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 10. Risico's Kenniswerf Prins Hendrikweg/Oude Veerhavenweg welke geen onderdeel zijn van de grondexploitatie Het grootste deel van de risico's zijn opgenomen in de grondexploitaties Kenniswerf fase 1 t/m 4 (scenario laag). Maar er zijn ook onderdelen met risico's die niet in een grondexploitatie zitten, om deze reden zijn deze risico’s apart opgenomen. Risico’s die van toepassing zijn o.a.

bodemkwaliteit, aantreffen van belemmeringen in de ondergrond (onbekende) K&L, oude funderingen en kostenstijgingen. Financiële impact is bepaald op € 889.500 (bedragen risico inventarisatie Kenniswerf 1e herziening 2024).

85

Weerstandscapaciteit Wat is weerstandscapaciteit? Weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd in financiële zin. Dat betekent als (weerstands)bedrag. De minimale weerstandscapaciteit is het bedrag dat we eventueel nodig hebben ter afdekking van financiële verliezen die kunnen optreden, als risico´s zich feitelijk gaan manifesteren. Het gaat daarbij om verliezen die niet al op een andere manier (bijv. via verzekering of afzonderlijk getroffen financiële voorziening c.q. reservering) financieel zijn ondervangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit: • Vrij besteedbare reserves. • Budget onvoorziene uitgaven. • Onbenutte belastingcapaciteit. • Stille reserves. Het voorgaande kan als volgt schematisch worden weergegeven:

Vrij besteedbare reserve Als vrij besteedbare reserve beschouwen wij de algemene reserve en de reserve grondexploitatie. Bestemmingsreserves zien wij niet als vrij besteedbaar. Bestemmingsreserves worden ingezet voor het realiseren van onze doelstellingen. Periodiek wordt onderzocht of de omvang van de bestemmingsreserves nog juist zijn. Eventueel overbodige bestemmingsreserves vallen vrij ten gunste van de algemene reserve en worden op die manier vrij besteedbaar. Onbenutte belastingcapaciteit Hieronder wordt verstaan de mogelijkheid die de gemeente heeft om belastingen te verhogen. Bij tarieven waar kostendekking een rol speelt is van onbenutte belastingcapaciteit sprake voor zover nog geen volledige kostendekking is gerealiseerd. Aan de hoogte van de belastingen en de overige tarieven is geen bovengrens gesteld. Aangezien er geen expliciet beleid is en de gemeente Vlissingen in vergelijking met andere Zeeuwse gemeenten gemiddeld hogere belastingen heeft, is in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met de mogelijkheid van onbenutte belastingcapaciteit. 86

Onvoorziene uitgaven Voor onvoorziene uitgaven is in de begroting jaarlijks een bedrag opgenomen. Voor het jaar 2023 gaat het om € 250.000. Stille reserves Van stille reserves is sprake wanneer de marktwaarde van bepaalde bezittingen van de gemeente hoger is dan op de balans opgenomen boekwaarde. De aanwezigheid van dergelijke stille reserves is het gevolg van het voorschrift dat de boekwaarde van de activa gebaseerd moet zijn op historische kostprijs. Een stille reserve kan tot de weerstandscapaciteit worden gerekend indien: de bezitting die vrij verhandelbaar zijn en de opbrengst bij verkoop uitgaat boven het bedrag dat nodig is om wegvallende inkomsten op te vangen. Voor de bezittingen die vrij verhandelbaar gaan we uit van een PM bedrag omdat hierover geen inschattingen zijn te maken. De werkelijke waarde van de gemeentelijke aandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten en de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij is wellicht hoger dan de nominale waarde (verkrijgingsprijs). Aangezien de aandelen niet vrij verhandelbaar zijn kan deze meerwaarde (stille reserve) niet worden opgenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Omvang weerstandscapaciteit De vrij besteedbare reserves zijn gebaseerd op de omvang van de algemene reserve. In principe wordt ook de omvang van de reserve grondexploitatie opgenomen echter ultimo het verslagjaar 2023 is deze reeds nihil.

Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen: koppeling weerstandscapaciteit en financiële risico's In het voorgaande is zowel de benodigde als de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald. De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de bestaande risico's kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit Voor de gemeente Vlissingen betekent dit een negatieve ratio van - 1,8 (-/- € 34,3 miljoen/ € 18,9 miljoen). Beschikbare weerstandscapaciteit De berekende beschikbare weerstandscapaciteit bij de jaarrekening 2023 bedraagt -€ 34,3 miljoen (- € 48,1 miljoen bij jaarrekening 2022). Benodigde weerstandscapaciteit De inventarisatie van risico’s, welke in deze paragraaf is opgenomen, geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, inclusief een schatting van de kans dat het geïdentificeerde risico zich voordoet. We kunnen hiermee vervolgens de benodigde weerstandscapaciteit bepalen. Daarbij geeft het college een doorlopend inzicht in de grootste risico’s (top 10) voor de gemeente Vlissingen. Wij hebben op basis van de risico inventarisatie berekend wat de benodigde weerstandscapaciteit is.

Het berekende bedrag voor specifieke risico’s bedraagt € 18,9 miljoen (laatste risico inventarisatie jaarrekening 2022 € 11,5 miljoen). Ten opzichte van de risico inventarisatie bij de jaarrekening 2022 is hiermee sprake van een toename van de gekwantificeerde risico’s met € 7,4 miljoen. Oorzaak van deze toename is de verbetering op de aanpassing van het zekerheidspercentage van gemiddeld naar 95% en het benoemen van risico’s waarbij er sprake is van een structureel effect voor de begroting. Dit zijn risico’s waarbij de inschatting is dat het langer dan 1 jaar duurt voordat het risico dat zich manifesteert kan worden opgevangen in de begroting. Deze risico’s zullen een opslag krijgen van een factor 2 wat voor een gemiddelde tijd van 2 tot 3 jaar staat om de zich manifesterende risico’s met een structureel effect op te vangen/bij te sturen. 87

Ontwikkeling risicoprofiel De ontwikkeling van het risicoprofiel toont het volgende beeld:

Beoordeling Weerstandsvermogen Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van de onderstaande waarderingstabel die in samenspraak tussen het NAR (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld. Waardering

Ratio

Betekenis

A

>2

Uitstekend

B

1,4 - 2

Ruim voldoende

C

1 - 1,4

Voldoende

D

0,8 - 1

Matig

E

0,6 - 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

88

Gegeven de negatieve ratio betekent dit voor de gemeente Vlissingen dat het weerstandsvermogen volgens de waarderingstabel een waardering F heeft, hetgeen dus zwaar onvoldoende is. Op basis van de gehanteerde methode van kwantificering van de risico's en hetgeen is opgenomen in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement zou de ratio moeten liggen tussen de 0,8 en de 1,4. De weerstandscapaciteit van -€ 33,3 miljoen is niet toereikend in relatie tot de berekende risico’s van € 18,9 miljoen. De ontwikkeling van de algemene reserve zal bepalend zijn of wij de gesignaleerde risico’s in de toekomst kunnen opvangen. De ratio weerstandsvermogen is met 0,6 toegenomen. Kengetallen Onderstaand is de beoordeling van de diverse kengetallen in relatie tot de begrote financiële positie. Deze kengetallen zijn voorgeschreven door de BBV. Kengetallen

Jaarrekening 2022

Begroting 2023

Jaarrekening 2023

1a. Netto schuldquote

50%

-68%

39%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

50%

-69%

39%

2. Solvabiliteitsratio

3%

-7%

21%

3. Grondexploitatie

4%

-1,6%

9%

4. Structurele exploitatieruimte

6%

-4,4%

3%

5. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

97%

107%

100%

1a. Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op deze manier brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dat betekent voor de schuldenlast. 2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan, waarin de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. 3. Grondexploitatie De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant beoordeelt ieder jaar of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. 4.

Structurele exploitatieruimte De exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we thans het onderscheid tussen structurele en incidentele lasten.

89

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. Deze cijfers worden voortaan ook in de jaarlijkse meicirculaire bekend gemaakt zodat de gemeenten tijdig op de hoogte zijn van de hoogte van de lasten die voor de berekening moeten worden gebruikt. Voor de berekening wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.

90

4.3 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Deze paragraaf gaat over het onderhoud op kapitaalgoederen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV art.12) schrijft voor dat in elk geval de kapitaalgoederen wegen, stedelijk water / riolering, groen en gebouwen aan de orde worden gesteld. Onderhoudskosten op kapitaalgoederen zijn uitgaven om de kwaliteit van gemeentelijk eigendom dat vele jaren meegaat op een tevoren vastgesteld onderhoudsniveau te houden of weer te brengen. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft daar meer inzicht in. Voor de kapitaalgoederen wegen, groen, kades, openbare verlichting, stedelijk water/riool en civiele kunstwerken zijn in het verleden beheerplannen opgesteld. Deze beheerplannen zijn beoordeeld door de artikel 12-inspecteur. Wij hebben een nota Onderhoud Kapitaalgoederen opgesteld en in juni 2019 aan de raad voorgelegd. Deze nota wordt elke 4 jaar geactualiseerd en aan de gemeenteraad voorgelegd ter besluitvorming. In 2023 is het overkoepelend beleidskader Nota Kwaliteit Openbare Ruimte 2.0 verder uitgewerkt. Hierin nemen we ook op wat dit betekent voor de onderhoudsniveau's. We leggen deze nota medio 2024 voor aan de gemeenteraad ter besluitvorming.

Alle relevante ontwikkelingen in het openbaar gebied worden betrokken bij een integrale afweging en planning. Hiervoor hebben we een collegeopdracht vastgesteld voor het project "Kapitaalgoederen up-to-date". De integrale afweging is niet louter intern, maar geschiedt ook met de nutsbedrijven. Op deze wijze hoeft de straat maar één keer open en beperken we de overlast voor de bewoners tot een minimum. Voor het kapitaalgoed accommodaties loopt het project "Revitalisering gemeentelijk accommodatiebestand". Meerjaren onderhoudsplannen (MJOP) Onderhoud kan onderverdeeld worden in klein onderhoud en groot onderhoud. Klein onderhoud kent maatregelen die noodzakelijk zijn om het object blijvend naar behoren te laten functioneren of haar representativiteit te laten behouden. Groot onderhoud kent lasten na een langere periode van gebruik als gevolg van slijtage. Veelal gepland, ingrijpend van aard en betreft een groot of belangrijk deel van het object, zo geven de richtlijnen aan. In 2023 is een start gemaakt met het maken van MJOP's. In deze plannen wordt het geplande groot onderhoud in de tijd weggezet en berekend welk budget er daarvoor per jaar benodigd is. Het groot onderhoud kent niet ieder jaar hetzelfde uitgavenpatroon. Om die reden is het creëren van een voorziening per kapitaalgoed een uitkomst.

Bij een voorziening wordt jaarlijks vanuit de exploitatie een gelijke bijdrage aan de voorziening gedaan, terwijl het uitgavenpatroon ten laste van de voorziening afgestemd is op de geplande groot-onderhoudtaken. Op deze manier zorgen we dat we al het groot onderhoud tijdig uitgevoerd wordt en er ook voldoende budget voor aanwezig is. Inmiddels is het MJOP van accommodaties in de gemeenteraad besloten en zijn verschillende MJOP's in voorbereiding. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten (volgens de BBV-categorieën) Civiele kunstwerken

Begroot

Werkelijk

Restant

354

244

110

Gebouwen

1.426

1.733

-307

Groen

1.977

1.774

203

Kades

782

99

683

Openbare verlichting

539

1.023

-484

Stedelijkwater/ riool

542

663

-121

Wegen

2.002

1.910

91

Totaal

7.624

7.447

177

91

Civiele kunstwerken De onderschrijding van het budget heeft als oorzaak dat één project - nieuwe software voor de bediening van de Dokbrug - niet in 2023 heeft plaatsgevonden. De uitvoering staat voornamelijk in 2024 gepland. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten civiele kunstwerken

Begroot

Civiele kunstwerken

Werkelijk 354

Restant 244

110

Gebouwen De overschrijding van de onderhoudsbudgetten is veroorzaakt doordat vooruitlopend op de besluitvorming door de raad over de meerjaren onderhoudsplannen (MJOP) in 2023 aan diverse panden onderhoud is gepleegd. Voor een aantal accommodaties was het onderhoud uit veiligheidsoverwegingen en vanwege de technische stand van zaken zo nijpend dat er niet gewacht kon worden tot de besluitvorming was afgerond. Inmiddels heeft de raad op 8 februari 2024 het raadsvoorstel over de MJOP’s vastgesteld en zullen de klein onderhoud budgetten geclusterd naar de accommodaties worden geboekt en zal het groot onderhoud worden gecompenseerd door middel van de ingestelde Voorziening Groot Onderhoud Accommodaties. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten gebouwen

Begroot

Gebouwen

Werkelijk

1.426

Restant 1.733

-307

Groen In de gemeente zijn in 2023 vele wijken/buurten/straten projectmatig heringericht. Op die momenten worden deze straten uit het klein onderhoud gehaald. Hierdoor worden er ook minder onderhoudskosten gemaakt. Dit is de hoofdoorzaak van de onderuitputting. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten groen Groen Speelvoorzieningen Totaal

Begroot

Werkelijk

Restant

1.841

1.654

188

136

121

16

1.977

1.774

203

Kades In 2023 is het benodigde klein onderhoud en ad-hoc reparaties uitgevoerd . De voorbereidingen voor een structureel meerjaren onderhoudsplan kades (MJOP) zijn uitgevoerd. Het daadwerkelijke groot onderhoud - volgens het MJOP - staat nu voor 2024 en verder gepland. Om die reden is een groot deel van het achterstallig onderhoudsbudget in 2023 niet uitgegeven. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten Kades

Begroot

Werkelijk

Restant

Kades

672

25

646

Waterpartijen, vijvers en fonteinen

111

74

37

Totaal

782

99

683

92

Openbare verlichting De overschrijding bij openbare verlichting is veroorzaakt doordat projecten die in 2022 zijn gestart zijn doorgelopen in 2023 en we daarnaast ook de in 2023 geplande projecten hebben uitgevoerd. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten openbare verlichting

Begroot

Openbare verlichting

Werkelijk

539

Restant

1.023

-484

Stedelijk water/riolering De aannemer heeft een aanzienlijk deel van de werkzaamheden uit 2022 uitgevoerd in begin 2023. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten stedelijk water/ riolering

Begroot

Stedelijk water/ riolering

Werkelijk

542

Restant

663

-121

Wegen Door aanbestedingsvoordeel op meerdere asfaltaanbestedingen is een onderuitputting ontstaan. Bedragen x € 1.000 Onderhoudskosten wegen Wegen

Begroot

Werkelijk 2.002

Restant 1.910

91

93

4.4 Paragraaf financiering Wettelijk kader De Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen. Daarnaast zijn gemeenten verplicht om een treasurystatuut te hebben. Treasurystatuut Het treasurystatuut van de gemeente Vlissingen is vastgesteld in 2020. Kasgeldlimiet Het hulpmiddel om renterisico's op korte financiering te beperken is de kasgeldlimiet. Als referentiekader voor de bepaling van de kasgeldlimiet geldt het begrotingstotaal. Voor 2023 is dit percentage bepaald op 8,5%. Voor 2023 betekent dit een kasgeldlimiet van € 22,7 miljoen. De kasgeldlimiet is in 2023 niet overschreden. Bedragen x € 1.000 Ontwikkeling kasgeldlimiet

2023

Kasgeldlimiet van het begrotingstotaal

22.674

Gemiddeld netto vlottende schuld (+) Gemiddeld overschot vlottende middelen (-) per kwartaal 1e kwartaal

-19.986

2e kwartaal

-11.075

3e kwartaal

-2.072

4e kwartaal

-5.102

In 2023 zijn er geen kasgeldleningen afgesloten. Renterisico's Met de renterisiconorm wordt een kader gesteld om de opbouw van de leningportefeuille zodanig te spreiden dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. De doelstelling van de renterisiconorm is dat in enig jaar het bedrag voor herfinanciering of renteaanpassing niet hoger mag zijn dan 20% van het primaire begrotingstotaal. Bij de gemeentelijke financieringsplanning wordt aan deze norm voldaan. Bedragen x € 1.000 Ontwikkeling renterisiconorm

2023

Totale (primaire) begrotingstotaal

266,8

Norm (20% van begrotingstotaal) Aflossingen Renteherziening

53,4 -40,3 0,0

Aflossingen en renteherziening

-40,3

Aangetrokken nieuwe leningen

0,0

Ruimte onder de renterisiconorm

53,4

Doorberekende rente: Wij hanteren 3 manieren om de rente door te berekenen. Bij het project Scheldekwartier gebeurt dat op basis van de gemiddelde rente tussen de speciaal voor dit project afgesloten leningen en de gemiddelde rente die we betalen. Dit percentage bedroeg in 2023 2,22%. De rente voor het Scheldekwartier is in verhouding 94

hoger dan de rente voor de overige grondexploitatie, omdat de leningen die speciaal voor het Scheldekwartier zijn aangetrokken al wat langer lopen en de rente bij afsluiten hoger stond. In 2024 lossen we de laatste projectlening af. Vanaf 2025 zal de rente van het Scheldekwartier gelijk zijn aan de rente van de andere grondexploitaties. Voor de overige grondexploitaties betalen we een gemiddelde rente over de financiering in verhouding tot de boekwaarde van deze grondexploitaties. Deze rente was in 2023 1,66%. Zowel de rente voor het Scheldekwartier als voor de overige grexen zijn aangepast naar aanleiding van een herrekening van de rentelasten bij de opmaak van de jaarrekening 2023. De werkelijke rentelasten waren veel lager dan begroot door het niet of later doen van investeringen, waardoor het aantrekken van nieuwe leningen in 2023 niet nodig bleek te zijn. De overige rente berekenen wij door aan de overige investeringen. Deze omslagrente voor 2023 bedroeg op basis van de primaire begroting 0,0%. en is bij de herrekening ook 0,0% gebleven. Op basis van het renteschema is de doorberekende rente over het verslagjaar als volgt: Bedragen x € 1.000 Renteschema De externe rentelasten over de korte en lange financiering

3.691

De externe rentebaten

-408

Totaal door te rekenen externe rente

3.283

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het taakveld moet worden doorberekend

546 2.670

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

3.216

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

67

Rente over eigen vermogen

-

Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

-

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

67

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

0

Renteresultaat op het taakveld treasury (negatief)

67

Schatkistbankieren Vanaf 17 december 2013 is het schatkistbankieren in werking getreden. Deze wet regelt dat de gemeente uitzettingen per kwartaal van kortgeld boven de 2,0 % van het begrotingstotaal alleen mag uitzetten bij de schatkist. De BNG heeft per 1 juli 2021 besloten rente te gaan rekenen boven de € 500.000 positief op de bankrekening. In de praktijk komt het er op neer dat wij weinig geld op onze bankrekening mogen hebben staan. Positieve saldi op de bankrekening moeten we in principe uitlenen aan het Rijk. Het bedrag dat wij op onze bankrekening mogen hebben staan, zonder dit verplicht bij het Rijk te moeten stallen, was € 5.335.120. Dit is het zogenaamde drempelbedrag (nr.1). Per dag moeten we bijhouden of wij een positief saldo op onze bankrekeningen hadden. Alle positieve bedragen moeten wij per kwartaal optellen en delen door het werkelijk aantal dagen van het betreffende kwartaal. Op die manier rekenen we het kwartaalcijfer op dagbasis (nr. 2 in het schema van de berekening) uit. Wij kwamen in 2023 niet boven het drempelbedrag uit. Daarmee hebben we de regels van het schatkistbankieren niet overtreden. Wij hebben in 2023 wel gebruik gemaakt van deze wet en gelden tijdelijk bij het Rijk gestald. Per 31 december 2023 hadden wij € 10,3 miljoen op deze rekening staan.

95

De berekening van de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren is als volgt (bedragen x€ 1.000): Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)

2023 Drempelbedrag

5.335,1 kw. 1 kw. 2 kw. 3 kw. 4

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

-

55

105

65

5.335 5.280 5.230 5.271 -

-

-

-

(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar

2023

(4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

266.756

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

266.756

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000

Drempelbedrag

5.335,1

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen kw. 1 kw. 2 kw. 3 kw. 4 (5a)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

(5b)

Dagen in het kwartaal

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

5.040 9.652 5.808 90

91

92

91

-

55

105

64

Leningportefeuille De opgenomen geldleningen Het saldo van de opgenomen leningen is in 2022 gedaald van € 171 miljoen naar € 145 miljoen. Er is voor € 0,0 miljoen aan nieuwe leningen afgesloten en voor € 25,8 miljoen afgelost. De gemiddelde rente over de totale opgenomen leningportefeuille was op 1 januari 2022 ca. 2,8%. Eind 2022 was deze licht gestegen naar ca. 2,9%. Dit komt doordat de gemiddelde rente van de afgeloste leningen lager was dan de gemiddelde rente. De uitgegeven geldleningen Het saldo van de uitgegeven geldleningen bedraagt per 31 december 2022 € 2,58 miljoen. De reguliere aflossingen zijn ontvangen. De ontvangen rente op de startersleningen is bijgeboekt. Aan startersleningen is een extra bedrag van € 800.000 verstrekt. Gegarandeerde geldleningen In 2020 zijn de beleidsregels gemeentegarantie opnieuw vastgesteld. De risicoprofielen gaan van 1, een heel laag risico, naar 6, een hoog risico. Er zijn geen leningen met profiel 6. In 2022 zijn er geen garanties opgevraagd. 2022 laat een sterke daling van het risico zien. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de garanties aan havenbedrijf North Sea Port. Tussen de garanten (gemeenten Borsele, Vlissingen en Terneuzen, en de provincie Zeeland) en havenbedrijf North Sea Port bestaat echter al jaren een garantieovereenkomst; de laatste is van 2019.

In die garantieovereenkomst is een jaarlijks garantieplafond afgesproken. In de garantieovereenkomst is bepaald dat North Sea Port nooit meer dan het jaarlijkse garantieplafond aan leningen mag opnemen. Dat jaarlijkse garantieplafond zal voortaan opgenomen worden in dit overzicht. Het opgenomen bedrag voor zowel North Sea Ports als WarmCO2 is het totaal waarvoor de gemeente Vlissingen samen met de gemeente Borsele, gemeente Terneuzen en de Provincie Zeeland garant staat. 96

Het totaal Het risicoprofiel 5 is ook flink gedaald. Dit komt door de aflossing van de lening van stichting Innovatie Bibliotheek Vlissingen wegens de verkoop van het pand. Profiel Organisatie

Aantal leningen

1 Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Borgstelling

Oorspronkelijke hoofdsom

Garantiebedrag 3112-2023

Garantiebedrag 3112-2022

23

100%

143.540

122.973

136.428 133

Nationaal Restauratie Fonds

4

100%

206

112

2 Waarborgfonds voor de Sport

4

50%

569

64

79

3 Gemeentelijke Hypotheek Garantie

37

100%

4.548

1.165

1.252

Stadsgewestelijk Zwembad

1

50%

16.000

8.551

9.107

WarmCO2, voorheen Zeeland Seaports

2

100%

65.000

65.000

65.000

div

100%

620.631

360.000

380.000

5 Overige met recht hypotheek

3

100%

517

343

355

6 Overige onbekend of met recht hypotheek

1

100%

41

3

4

851.052

558.211

592.358

4 North Sea Port, voorheen Zeeland Seaports

Totaal

75

Rentevisie In het verleden gaf de BNG elke 2 weken een Economisch Beeld uit. De hierin vermelde rentevisie namen wij altijd over in de jaarrekening. In 2023 is de BNG hiermee gestopt en geeft ook geen rentevisies meer af. In de rentevisie vermelden we altijd de inflatiecijfers en de verwachte rentestijging of daling. Dit keer komen ze uit andere bronnen. Ontwikkeling inflatie De inflatie loopt sterk terug. In 2023 was die ongeveer 3,9 procent. In Nederland wordt voor 2024 ongeveer 3,0 procent inflatie verwacht ( Bron www.indeflatie.nl CBS). Ontwikkeling rentepercentages De afgelopen maanden zijn de rentpercentages voor de langlopende leningen gestegen. AFS Group (dit is een geldmakelaar), vermeld in zijn rente snapshot van 9 april 2024 dat de ECB - ondanks dat de FED in de Verenigde Staten de renteverlagingen heeft uitgesteld naar eind 2024 - nog steeds af koerst op een renteverlaging op korte termijn. Zij verwachten dat President Lagarde op korte termijn bekend maakt dat in juni de rente verlaagd wordt. De markt verwacht bovendien dat Lagarde suggereert dat meerdere renteverlagingen dit jaar gerechtvaardigd zijn. Financiering van investeringsuitgaven Algemeen In de behoefte aan geldmiddelen voor de financiering van investeringsuitgaven wordt door de gemeente traditioneel voorzien door het aantrekken van langlopende vaste geldleningen.

Hierdoor wordt geheel voldaan aan de kasgeldlimiet en, wanneer door voldoende spreiding in de looptijd wordt gezorgd, ook aan de renterisiconorm. De volgende criteria worden gehanteerd: 

De financiering moet tegen de laagste kosten geschieden.

Rekening moet worden gehouden met de renterisiconorm.

In 2023 zijn er geen nieuwe leningen aangetrokken . Rapportages In de begroting, de tussentijdse bestuursrapportage (indien daar aanleiding voor is) en de jaarrekening wordt gerapporteerd over de financiering.

97

Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) In de Wet Hof zijn de Europese afspraken inzake het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 vastgelegd. De Wet HOF bepaalt onder andere dat het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen een gelijkwaardige inspanning moeten leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. De tekorten van de provincies, gemeenten en de waterschappen worden door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort. Dit begrotingstekort mag volgens de Europese regels niet meer dan 3% bedragen. Bij overschrijding van deze 3% norm kan er een sanctie volgen vanuit de Europese Commissie. Deze sanctie kan doorberekend worden aan degenen die een bijdragen aan het tekort hebben geleverd. Elke gemeente heeft een individuele EMU-referentiewaarde. Dit EMU-saldo is het saldo van lasten en baten onafhankelijk of het exploitatie- of investeringsuitgaven en -inkomsten betreft. De berekening van het EMU-saldo op basis van de jaarrekening 2023 is als volgt: Bedragen x € 1.000 Categorie

Omschrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

2.1

Belastingen

2.2.1

Belastingen op producenten

2.2.2 3.1 3.2

Duurzame goederen

3.3

Pachten

3.4.1

Sociale uitkeringen in natura

3.4.2

Eigen bijdragen en verhaal sociale uitkeringen in natura

3.5.1

Ingeleend personeel

3.5.2

Uitgeleend personeel

0

218

218

3.6

Huren

0

1.700

1.700

3.7

Leges en andere rechten

3.8

Overige goederen en diensten

4.1.1

Sociale uitkeringen in geld

4.2

Subsidies

4.3.1

Inkomensoverdrachten - Rijk

4.3.2

Inkomensoverdrachten - gemeenten

4.3.3

Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen

4.3.4 4.3.5 4.3.6

Inkomensoverdrachten - overige overheden

4.3.8

Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen

4.4.1

33.979

0

773

0

-33.979 -773

0

17.085

17.085

Belastingen op huishoudens

0

6.776

6.776

Grond

22

3.560

3.538

23.297

141

-23.156

2

382

380

16.173

0

-16.173

0

778

778

11.380

0

-11.380

0

14.223

14.223

29.642

4.197

-25.445

114

0

-114

1.102

0

-1.102

1.321

213.857

212.536

2.469

2.454

-15

119.971

2.216

-117.755

Inkomensoverdrachten - provincies

32

245

213

Inkomensoverdrachten - waterschappen

372

0

-372

3.374

289

-3.085

5.095

1.680

-3.415

Kapitaaloverdrachten - Rijk

0

149

149

4.4.2

Kapitaaloverdrachten - gemeenten

0

95

95

4.4.4

Kapitaaloverdrachten - provincies

207

1.097

890

4.4.5

Kapitaaloverdrachten - waterschappen

0

0

0

4.4.6

Kapitaaloverdrachten - overige overheden

0

6

6

4.4.7

Kapitaaloverdrachten - Europese Unie

0

56

56

4.4.8

Kapitaaloverdrachten - overige instellingen en personen

1.344

612

-732

5.1

Rente

3.692

408

-3.284

5.2

Dividenden en winsten

0

5.941

5.941

254.361

278.165

23.804

98

4.5 Paragraaf bedrijfsvoering Inleiding In de paragraaf bedrijfsvoering lichten we een aantal onderdelen toe waarmee wij de organisatie verder willen doorontwikkelen. Daarnaast geven wij u hier op een aantal specifieke onderwerpen een goed inzicht. Personeel Personele capaciteit Ook in 2023 hadden we te maken met een krapte op de arbeidsmarkt. Dit heeft er toe geleid dat we niet alle vacatures hebben kunnen vervullen. Voor zoveel als mogelijk hebben we gaten in de bezetting gevuld met inhuurkrachten, om het werk en de ambities te kunnen waarmaken. We streven blijvend naar invulling van de vacatures met vaste medewerkers. Daar waar het nog lastig is om een vacature in te vullen maken we gebruik van gespecialiseerde bureaus. Aantrekkelijk werkgeverschap De gemeente Vlissingen wordt meer en meer een aantrekkelijk werkgever. Ondanks de eerder genoemde krapte op de arbeidsmarkt zijn er in het afgelopen jaar maar liefst 88 nieuwe medewerkers gestart. Dit komt onder meer door de baanbrekende en uitdagende projecten als bijvoorbeeld Scheldekwartier en Kenniswerf. Maar ook op het gebied van de interne bedrijfsvoering zijn er ontwikkelingen die hier aan bijdragen. De onboarding van de nieuwe medewerkers hebben we afgelopen jaar ook verbeterd met behulp van een onboardingsapp.

De keerzijde van de vele nieuwe medewerkers is dat dit een beslag heeft gelegd op de zittende medewerkers om hun nieuwe collega's in te werken. Naast het aantrekken van medewerkers is er ook aandacht voor het behouden van medewerkers. Dit doen we onder andere op het gebied van vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. Functiegebouw Om een aantrekkelijke en concurrerende werkgever te zijn, hebben we in 2023 een grote slag gemaakt met de invoering van een nieuw functieboek (HR-21). Voor alle functies zijn de taken beschreven en gewaardeerd in overleg met de medewerkers. In december hebben alle medewerkers van hun leidinggevende de brief met de voorlopige indeling ontvangen. Vervanging voor ziekteverzuim en zwangerschapsverlof In 2023 zijn er kosten gemaakt voor de vervanging van 3 zwangere medewerkers en 13 medewerkers die langdurig (>6 weken) verzuimden. Rechtmatigheid Het college heeft over het boekjaar 2023 voor het eerst een rechtmatigheidsverantwoording afgeven in de jaarrekening (zie hoofdstuk 5.12). Met een rechtmatigheidsverantwoording geeft het college aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door de gemeenteraad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving.

Deze kaders zijn opgenomen in het normenkader. Het normenkader is de set aan regelgeving waaraan in het kader van de rechtmatigheid moet worden voldaan. Daarbij gaat het zowel om Europese regelgeving, wettelijke bepalingen als eigen regelgeving, zoals verordeningen vastgesteld door de raad. In dit kader zijn bij de wettelijke bepalingen alleen de financiële beheershandelingen van belang, zoals bijvoorbeeld Europese aanbestedingsrichtlijnen. Het normenkader 2023 is door de raad vastgesteld.

99

Aanpassingen controle door accountant Zoals hierboven aangegeven heeft het college bij de jaarrekening 2023 voor het eerst een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. De basis hiervoor is de (gewijzigde) gemeentewet. Voorheen gaf op basis van de gemeentewet de accountant een oordeel over zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid. Door de wetswijziging geeft de accountant nog uitsluitend een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording valt onder het getrouwheidsoordeel van de accountant. De accountant beoordeeld dus nog wel of de rechtmatigheidsverantwoording die het college verstrekt ‘juist’ is. Uitstel publicatie Staatsblad Begin 2024 is duidelijk geworden dat de bovenstaande wijzigingen van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO) vanwege bezwaren van de Algemene Rekenkamer helaas niet tijdig (ten tijde van het opstellen van de jaarrekening 2023) zijn doorgevoerd, om hier nadere invulling aan te kunnen geven. De verwachting was dat de wijzigingen in het voorjaar 2024 in het Staatsblad zouden worden gepubliceerd, dit is echter niet gelukt. In het wetgevingstraject is overleg tussen de minister van Binnenlandse Zaken en de Algemene Rekenkamer voorgeschreven.

Hierbij heeft de Algemene Rekenkamer fundamentele bezwaren geuit tegen de genoemde wijzigingen in het BBV en BADO. Verder overleg tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en de Algemene Rekenkamer is daarom noodzakelijk. Dit zal in 2024 verder worden afgehandeld. Advies opstellen rechtmatigheidsverantwoording Dat laat onverlet dat de uitgangpunten voor de rechtmatigheidsverantwoording en de accountantscontrole al wel besloten liggen in de aanpassingen in de gemeentewet. Op basis hiervan kan, zoals eerder aangegeven, de accountant geen direct oordeel geven over de rechtmatigheid van alle baten, lasten en balansmutaties in de gehele jaarrekening, zoals tot en met controlejaar 2022 het geval was. De wettelijke opdracht aan de accountant voor de controle 2023 is daarom ook anders geformuleerd, met een indirect oordeel aan de hand van de verantwoording van het college over rechtmatigheid in de jaarrekening. Het advies van de BBV en BADO is daarom om een rechtmatigheidsverantwoording op te nemen in de jaarrekening 2023. Dit hebben wij dan ook gedaan. Goedkeuringstoleranties accountant In februari 2022 is het controleprotocol aangepast (door de komst van de rechtmatigheidsverantwoording) en door de raad vastgesteld. Dit controleprotocol is van toepassing gedurende de resterende looptijd van de overeenkomst met de accountant.

In het controleprotocol staat welke werkzaamheden de accountant in opdracht van de raad verricht om tot een oordeel te komen over de jaarrekening. Hierin zijn onder andere de goedkeuringstoleranties (grenzen) opgenomen die de accountant dient te hanteren voor de controle. Voor 2023 zijn de volgende toleranties (grenzen) vastgesteld: Strekking controleverklaring accountant: Goedkeuringstolerantie

Goedgekeurd

Beperking

Oordeelonthouding

Afkeurend

Fouten in de jaarrekening (% lasten)

1%

>1%<3%

-

3%

Onzekerheden in de controle (% lasten)

3%

>3%<10%

10%

-

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14255611/1