CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 QA vragen Compleet

Commissie Ruimte 9 januari 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Circulaire economie1.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO GRIFFIE AAN

: Raadsleden, collegeleden

DATUM: 30 december 2024

VAN

: Griffie

Betreft

: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A)

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 9 januari 2025 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel Circulaire Economie de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie CDA

Behandeld door wethouder J. Portier

Onderwerp: Raadsvoorstel Circulaire Economie Vraag 1. Waarom worden de netto lasten vanaf 2026 verwerkt via een taakstelling en niet tlv begrotingssaldo? Op welk beleid is deze keuze gebaseerd?

2. Welke taakstellingen zijn er nog meer vanaf 2025 (gespecificeerd per jaar, per programma en omvang)?

Antwoord Vanuit het programma Toekomstbestendige leefomgeving wordt voor de begroting vanaf 2026 circulaire economie meegenomen. Specifieke keuzes worden gemaakt op basis van de invulling van het programma Toekomstbestendige Leefomgeving. Door het te verwerken in de taakstelling worden de keuzes integraal in het programma gemaakt. Buiten datgene wat is opgenomen in de paragraaf taakstellingen hebben we geen andere taakstellingen.

3. Is er een verschil tussen taakstellingen en negatieve stelposten (zoals de negatieve stelpost waarmee de parkeergarage Machinefabriek is verwerkt)? Zo ja: 3a. Wat is het verschil? 3b. Graag specificatie van totaal (per jaar, per programma en omvang); Zo nee: 3c. Waarom wordt ene keer gesproken over “taakstelling” en andere keer over “negatieve stelpost”?

Taakstellingen moeten we realiseren door middel van het verlagen van de bestaande en toekomstige lasten of het verhogen van bestaande en toekomstige baten. Een negatieve stelpost kan als hetzelfde worden beschouwd.

4. “De personele kosten (onderdeel 3) gaan geen kostenstijging opleveren”. Betekent dit dat er geen extra personeel wordt ingezet (en er dus geen stijging van de personeelskosten is)? Uit uw opmerking daarna lijkt het alsof er WEL een kostenstijging is maar dat die alsnog worden gedekt door extra baten uit de CDOKE regeling. Is er nu wel of geen sprake van een kostenstijging?

Er is wel sprake van een kostenstijging. Deze kosten dekken we inderdaad met baten uit de CDOKE regeling.

5. Waarom stijgen de lasten (kosten) en de baten van het programma Overhead

We dekken de hogere personeelslasten met de bedragen die we ontvangen via de CDOKE regeling, omdat de

met €114.900. Of anders geformuleerd: waarom worden de personeelslasten niet vooral toegerekend aan het programma Leefbaarheid

hogere baten gelijk zijn aan de hogere lasten. Er vindt daardoor per saldo geen toerekening plaats aan het programma leefbaarheid. In 2028 moet dat wel het geval zijn.

Fractie CU

Behandeld door wethouder Portier

Onderwerp: Zeeland- Circulair Vraag 1. Bij sloop (ook bij renovatie) wordt het sloopmateriaal in de regel ongescheiden in containers gedeponeerd en afgevoerd. Is in het beleidsplan voorzien dat ook bouwbedrijven bij werkzaamheden in Vlissingen dit afval moeten scheiden?

Antwoord Er bestaan al regels over het scheiden van afval bij het bouwen, renoveren en slopen van gebouwen, bouwwerken en wegen. Deze regels staan in het bouwbesluit en de sectorplannen van LAP3. Eventueel aanvullende maatregelen worden opgenomen bij de uitwerking van het beleid.

Fractie LPV

Behandeld door wethouder Portier

Onderwerp: Beleidsplan Circulaire economie Vraag In het raadsvoorstel staat onder samenvatting “definitief concept”. Moet dit niet “definitief ontwerp” zijn? Wat is de status/relatie van het beleidsplan met de RES 2.0, de Strategische Visie, de Omgevingsvisie en de nog te maken Energievisie?

Wat komt er verder in het Programma Toekomstige Leefomgeving te staan? En heeft de raadswerkgroep voor de Omgevingswet hierin nog een rol? Waarom is dit beleid niet opgenomen in de begroting?

Kosten gemeentelijke projecten zijn 39.000 per jaar. Om welke projecten gaat dit? Onder dekking staat bij gemeentelijke projecten 32.000. Moet dit niet 39.000 zijn?

Antwoord We volgen met deze bewoording andere Zeeuwse gemeenten. In de Strategische visie en de Omgevingsvisie staan onze circulaire ambities. Dit beleid is een eerste uitwerking voor de dertien Zeeuwse gemeenten op vier thema’s waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende doelgroepen. In het programma Toekomst bestendige Leefomgeving maken we, als Vlissingen, keuzes op welke zaken we ons gaan richten. De RES 2.0 en de Energievisie Zeeland worden ook verder uitgewerkt in het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving. Het programma Toekomstbestendige Leefomgeving gaat ook over de volgende thema’s; energie, milieu, klimaatadaptatie en circulaire economie. De raadswerkgroep Omgevingswet heeft hier geen specifieke rol in. Vanuit het programma Toekomstbestendige leefomgeving wordt voor de begroting vanaf 2026 circulaire economie meegenomen. Specifieke keuzes worden gemaakt op basis van de invulling van het programma Toekomstbestendige Leefomgeving. Door het te verwerken in de taakstelling worden de keuzes integraal in het programma gemaakt. In Bijlage 1: Uitvoeringsprogramma 2025-2028 staan de doelstellingen en activiteiten waar deze kosten betrekking op hebben. Een klein deel van de kosten komt ten laste van de afvalstoffenheffing en zal dan ook hieruit worden gedekt.

“De projectkosten (€7.000) die verband houden met huishoudelijk afval worden gedekt vanuit de afvalstoffenheffing (in 2025 worden deze kosten gedekt uit egalisatievoorziening afvalstoffenheffing en vanaf 2026

Wat betekenen de ambities en maatregelen uit dit beleid concreet voor de Vlissingse inwoner en ondernemer?

Fractie Groen Links

meegenomen in de afvalstoffenheffing)” Deze doelstellingen stellen ons in staat om onze ambities te verwezenlijken: dat zowel de inwoners, ondernemers als onze eigen organisatie minder grondstoffen gebruiken en minder afval produceren. De inwoners en ondernemers merken vooral pas bij de nadere uitwerking van deze doelstellingen de impact van het beleid, bijvoorbeeld door extra informatie, mogelijke aanvullende regels et cetera. Behandeld door wethouder

Onderwerp: Circulaire economie Vraag 1) Hoe worden de voortgang en effecten van het beleid gemeten op lange termijn (na 2028)?

2) Hoe wordt de betrokkenheid van kleine ondernemers of inwoners met beperkte middelen gegarandeerd binnen circulaire initiatieven?

3) Welke projecten of initiatieven worden als eerste opgepakt binnen de vier thema’s van het beleidsplan, en hoe wordt bepaald welke prioriteit krijgen?

Fractie PSR

Antwoord De voortgang van Zeeuwse doelen en acties monitoren en evalueren we binnen de Zeeuwse projectstructuur. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma voor het nieuwe jaar evalueren we het voorgaande jaar. Bij de evaluatie brengen we de resultaten en (leer)ervaringen zo veel mogelijk in beeld. Op basis van deze informatie passen we, waar nodig, de koers aan en geven we invulling aan de daaropvolgende uitvoeringsagenda en beleidsnota. Daarnaast kunnen Zeeuwse gemeenten jaarlijks de voortgang evalueren van een Circulaire Economie, op een manier die voor elke individuele gemeente past. In het beleid onderscheiden we drie doelgroepen (inwoners, bedrijven en eigen organisatie). In dit stadium is er nog geen onderscheid gemaakt in de omvang van het aantal bedrijven en inwoners. Wel bieden doelstellingen die betrekking hebben op kringloopwinkels, repaircafés en woningcorporaties voldoende mogelijkheden voor onze inwoners. Bouwhubs en servicepunten bieden mogelijkheden voor het mkb. Het nader uit te werken uitvoeringsprogramma geeft hier verder invulling aan. Vanuit het programma Toekomstbestendige Leefomgeving kunnen we als Vlissingen gerichte keuzes maken die passen bij onze ambities.

Behandeld door wethouder

Onderwerp: Circulaire economie Vraag 1) Waarom sluit het waterschap niet aan bij dit beleidsplan?

Antwoord Het is een gemeentelijk beleidsplan. Het waterschap is wel betrokken bij de totstandkoming van het beleid.

Fractie POV

Behandeld door wethouder

Onderwerp: Circulaire economie Vraag 1. Het voordeel voor gemeente

Antwoord Op basis van onze Strategische visie en Omgevingsvisie

Vlissingen om aan te sluiten bij dit gezamenlijke beleidsplan is dat er uniformiteit ontstaat in de gemeentelijke doelstellingen (duidelijker voor derden) in Zeeland en dat er kosten worden bespaard. Als de gemeente besluit niet aan te sluiten bij het Zeelandbrede circulaire beleidsplan, dan moet de gemeente dit beleid en deze activiteiten individueel opzetten en uitvoeren. Voorbeelden zijn de onderzoeken, externe adviezen en/ of trainingen die nodig zijn om criteria te ontwikkelen en toe te passen om circulariteit mee te nemen in infrastructuurprojecten. Dit kost meer tijd, geld en personele inzet. Betekent dit kort gezegd dat we meedoen, we tekenen bij het kruisje zonder eigen visie of inhoudelijke bijdrage omdat Vlissingen er zelf niet genoeg vanaf (kunenn/willen) weten?

worden er in het (Vlissingse) programma Toekomstbestendige Leefomgeving nog gerichte keuzes gemaakt waar wij ons als gemeente op willen richten, bijvoorbeeld circulair bouwen. Daarnaast zal een deel van de financiële middelen worden ingezet voor de gemeenschappelijke activiteiten en organisatiestructuur.

2. Wat is consequentie van het gebrek aan deze kennis/inzichten

Indien de gemeente Vlissingen hier niet aan deelneemt, moeten wij zelf deze inzichten/ kennis ontwikkelen. Dit kost tijd, geld en personele capaciteit. Dit maakt het moeilijker om onze circulaire ambities te verwezenlijken. Deze ambities zijn eerder door de raad in zowel de Strategische Visie als Omgevingsvisie vastgesteld. Het is een traject dat in samenwerking met de andere 12 Zeeuwse gemeenten wordt uitgevoerd. Het later vaststellen van het circulaire beleid zou betekenen dat er pas medio 2025 of begin 2026 kan worden gestart met de uitvoering. Vanuit het programma Toekomstbestendige leefomgeving wordt voor de begroting vanaf 2026 het aspect Circulaire Economie meegenomen. Specifieke keuzes worden gemaakt op basis van de invulling van het programma Toekomstbestendige Leefomgeving. Door het te verwerken in de taakstelling worden de keuzes integraal in het programma gemaakt.

3. Waarom kan er niet gewacht worden met dit plan tot de vaststelling van het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving door het college, waarvan het naar wij begrijpen onderdeel zal uitmaken? De drie argumenten die daarvoor in het RVS worden genoemd lijken niet voldoende aanleiding

4. Omgevingsplan/omgevingswet wordt nu vastgesteld door de gemeenteraad, in de toekomst door het college, wat is dan het mandaat van de gemeenteraad, mag de gemeenteraad dan alleen maar een zienswijze indienen?

De gemeenteraad blijft uiteindelijk de bevoegdheid houden over: 1. Het vaststellen van de financiële kaders voor ontwikkelingen (projecten); 2. Het vaststellen van het omgevingsplan (juridische kaders) . Dit zal niet worden gewijzigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14987536/4