CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 rvs Verklaring van geen bedenkingen huisvesting internationale werknemers Baskensburg-West bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing

Commissie Ruimte 8 juni 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen huisvesting internationale werknemers plan Baskensburg Delfaerde20.975 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

57/70

geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn, soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de bescherming van overige soorten. De provincie kan ontheffing verlenen van de verboden voor overige soorten. In de provincie Zeeland geldt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud een vrijstelling voor een groot deel van de "overig" beschermde soorten. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Dit betreft de meest algemene soorten amfibieën en zoogdieren. Voor Europees beschermde soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn) is er geen beleidsruimte en is de bescherming onveranderd. 4.11.2 Onderzoeksresultaten Gebiedsbescherming Natura-2000/ Natuurbeschermingswet Het projectgebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Binnen een afstand van 20 kilometer zijn wel verschillende Natura 2000-gebieden aanwezig.

Om te onderzoeken of er sprake is van stikstofdepositie op daarvoor gevoelige (overbelaste) habitats in Natura 2000-gebieden zijn voor de bouw- overgangs en gebruiksfase stikstofberekeningen uitgevoerd met het verplicht voorgeschreven rekenprogramma AERIUS-calculator. De berekeningen en een toelichting daarop zijn opgenomen in bijlage 4. Uit berekeningen lijkt dat er geen sprake is van toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat geen significante gevolgen optreden en dat de instandhoudingsdoelstelling van de omliggende Natura 2000-gebieden niet in gevaar komen. Voor projecten die niet leiden tot een toename van depositie is geen vergunning conform de Wnb nodig. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de natuurwaarden Natura-2000 gebieden.

58/70

Figuur 4.5 Natura-2000 gebied omgeving projectgebied (bron: https://www.natura2000.nl/gebieden/zeeland, bewerkt Rho adviseurs). Natuurnetwerk Zeeland Het projectgebied ligt niet in een gebied dat begrensd is in het kader van het NNZ, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa 500 meter, namelijk de binnendijk langs het Kanaal door Walcheren. De geplande activiteit ligt op geruime afstand en gescheiden door andere bebouwing. De ontwikkeling heeft geen negatief effect op de natuurwaarden van gebieden die zijn begrensd in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland.

59/70

Figuur 4.6 Natuurnetwerk Zeeland omgeving projectgebied (bron: https://kaarten.zeeland.nl/map/natuur_landschap, bewerkt Rho adviseurs). Soortenbescherming Om na te gaan of de ontwikkeling een nadelig effect heeft op beschermde planten- en diersoorten is op 17 mei 2021 een veldonderzoek uitgevoerd. Hieraan voorafgaand is op 12 mei een bureauonderzoek uitgevoerd. Vervolgens zijn in de periode juli-augustus 2021 en in januari 2022 aanvullend veldonderzoeken uitgevoerd. De quickscan heeft betrekking op het gehele gebied Baskensburg-West dat wordt ontwikkeld. De aanvullende onderzoeken hebben alleen betrekking op de gronden die betrekking hebben op voorliggende ontwikkeling. Resultaten quickscan Hieronder zijn beknopt de resultaten van de onderzoeken opgenomen. Voor een uitgebreidere toelichting op de onderzoeksresultaten wordt verwezen de rapportages (zie bijlagen 5, 6 en 7). Broedvogels Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden. Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden alsnog doorgang vinden. Een alternatief is om de werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode van de aanwezige soorten. Huismus De huismus ontbrak tijdens alle bezoeken, maar was wel aanwezig in de aangrenzende woonwijk. De te slopen gebouwen zijn niet of nauwelijks geschikt als broedplaats voor huismussen.

Er werden nergens restanten van nesten gezien. Buizerd, boomvalk en ransuil Er is aanvullend onderzoek nodig naar het nestgebied van de boomvalk en de buizerd. Tijdens de vier bezoeken zijn er geen jaarrond beschermde nesten van deze vogelsoorten aangetroffen en er zijn ook geen aanwijzingen

60/70

voor het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van roofvogels in het projectgebied. Aangezien de bomen nog volop in blad stonden is de aanwezigheid niet helemaal uitgesloten. Aanbevolen wordt een controle op 'grote nesten' te doen op een moment dat de bomen kaal zijn. Vleermuizen Tijdens de bezoeken werd alleen de Gewone Dwergvleermuis waargenomen. Bij de af te breken loods werden geen uitvliegende vleermuizen waargenomen. De openingen onder de golfplaten daken zijn meestal gevuld met pur en daardoor ontoegankelijk voor vleermuizen. De bomenrijen zijn van belang als foerageergebied en vliegroutes voor de Gewone Dwergvleermuis die vermoedelijk uitwijkt in de omgeving. Bij het maken van een doorsteek vanaf de Gildeweg ten behoeve van de ontsluitingsweg zal een aantal bomen worden gekapt. Dit heeft geen significante gevolgen op het foerageergebied en de vliegroute van de Gewone Dwergvleermuis. Aanbevolen wordt de huidige bomenrijen zoveel mogelijk te behouden binnen het projectgebied en bij onvermijdelijke kap/ herinrichting van het gebied kan worden gedacht aan herplant met relatief grote bomen. Bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel In het boek 'Zoogdieren in Zeeland' (Fauna Zeelandica, 2010) tonen de verspreidingskaarten (periode 1989-2008) op km2-basis voor bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel geen enkele waarneming in de ruime omgeving van het plangebied.

Het is daarom erg onwaarschijnlijk dat het plangebied Baskenburg-West van betekenis is als habitat voor marterachtigen. Haas en konijn Er werden geen hazen waargenomen binnen de begrenzingen van het plangebied, wel op 16 augustus 2021 op een parkeerplaats langs het Baskensburgpad. De aanwezigheid van een populatie van de haas binnen het plangebied kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Daarnaast werd er geen enkele aanwijzing voor de aanwezigheid van konijnen gevonden. 4.11.3 Conclusie Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. Binnen een afstand van 20 kilometer zijn wel verschillende Natura 2000-gebieden aanwezig. Uit stikstofberekeningen voor de bouw- overgangs en gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Verder ligt het plangebied niet binnen een waterwin-, grondwaterbeschermings- of milieubeschermingsgebied. Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het onderdeel soortenbescherming uit de Wnb. De Wnb en het beleid van de Provincie Zeeland staan de ontwikkeling niet in de weg. Het project is uitvoerbaar.

61/70

4.12 Duurzaamheid en energie 4.12.1 Toetsingskader In het klimaatverdrag van Parijs (2015) hebben 195 landen ervoor getekend om de mondiale temperatuurstijging tot ruim onder 2 graden Celsius te beperken, en daarbij te streven naar een verdere beperking van de opwarming tot maximaal 1,5 graad Celsius. De Europese Unie heeft namens alle lidstaten harde toezeggingen gedaan om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met ten minste 40 procent te verminderen ten opzichte van 1990. De Nederlandse Rijksoverheid legt de lat echter hoger dan deze toezegging en acht maatregelen noodzakelijk die voorbereiden op een extra reductie van 9 procent. In het verlengde hiervan is in de Wet Voortgang Energietransitie (Wet Vet) onder andere geregeld dat nieuwbouwwoningen niet meer mogen worden aangesloten op een aardgasnetwerk. De voorheen geldende aansluitplicht van woningen is vervangen door een warmterecht, waarmee eindgebruikers aanspraak kunnen maken op een aansluiting op een (verzwaard) elektriciteitsnet of een warmtenet. Als gevolg daarvan worden ook de energieprestatie-eisen voor nieuwbouw aangescherpt. Het kabinet maakt ook afspraken met gemeenten, provincies, waterschappen en netbeheerders om de gebouwde omgeving te verduurzamen. De gemeente Vlissingen heeft uitgesproken, dat haar duurzaamheidsambities verder reiken dan waartoe de wettelijke voorschriften de gemeente verplichten.

De gemeente heeft echter geen juridische mogelijkheden om initiatiefnemers te verplichten meer energiebesparende maatregelen te treffen dan wettelijk is voorgeschreven. De gemeente kan initiatiefnemers wel stimuleren om zo duurzaam mogelijke woningen te bouwen. Vanzelfsprekend worden alle plannen bijna energieneutraal uitgevoerd en voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012, maar de ambitie is om meer te doen. De verschillende initiatiefnemers zullen moeten onderzoeken op welke wijze zij hun plannen duurzamer kunnen maken in relatie tot de bouwkosten. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). De BENG-norm heeft de eerder geldende normen van energetische efficiëntie van nieuwbouw (in de vorm van Energieprestatiecoëfficiënten) vervangen. 4.12.2 Toetsing De ontwikkeling wordt niet aangesloten op het gasnet. Verder is op het niveau van ruimtelijk besluiten de duurzame combinatie tussen water en ruimtelijke ontwikkeling van belang. In het projectgebied wordt echter geen open water aangelegd voor berging van schoon hemelwater. Hier is ruimte voor gereserveerd in de verdere ontwikkeling van Baskensburg-West. De overige thema's spelen vooral op het niveau van bouwplannen een rol.

De initiatiefnemer heeft de ambitie om een comfortabel, energetisch slim en een duurzaam gebouw te realiseren. Dit betekent: toepassen droogstapelsysteem: dit bouwsysteem maakt gebruik van rvs-hulpstukken. Daardoor is er bij het aanbrengen van de buitengevel geen mortel of lijm nodig als verbindingslaag. Er is daardoor minder water nodig en er worden minder aanvullende bouwmaterialen gebruikt. De bakstenen kunnen eenvoudig worden

62/70

afgestapeld en elders opnieuw als gevelstenen worden gebuikt; toepassen waterbesparende maatregelen: waterbesparende douchekoppen en bewustmaken waterverbruik; dat het gebouw zal voldoen aan alle voorwaarden met betrekking tot duurzaamheid uit het Bouwbesluit 2012. Er is geen MilieuPrestatieGebouwen-berekening (MPG-berekening) gemaakt omdat het bouwbesluit voor de functie logies hier niet om vraagt. Zoals tegenwoordig gebruikelijk, gebruik maken van duurzame materialen, dat wil zeggen hout, betongranulaat (in de te storten funderingsbalken), pvc, gips en zo min mogelijk tot geen lood en geen koper. De buitenkozijnen zijn van gemoffeld bronskleurig aluminium. Goten worden in dit ontwerp niet toegepast. Lood door loodvervangers waar mogelijk; toepassen grasdoorgroeitegels ter plaatse van de parkeerplaatsen om verharding te beperken. Het gebouw is transformeerbaar naar de toekomst. 4.12.3 Conclusie Op verschillende niveaus van de planontwikkeling wordt ingezet op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling.

4.13 Ontplofbare oorlogsresten 4.13.1 Toetsingskader Op 3 oktober 2013 heeft de gemeenteraad het beleid met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten (OO) uit de Tweede Wereldoorlog, inclusief beleidskaart vastgesteld. In dit beleid en op de bijbehorende kaart zijn vastgelegd in welke deelgebieden wel of geen nader onderzoek naar OO uitgevoerd moet worden voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden. Op de OO-beleidskaart wordt het gebied waarop dit project betrekking heeft, aangeduid als verdacht gebied voor de aanwezigheid van CE. Bij alle grondroerende werkzaamheden dieper dan 0,4 m –mv, dient daarom onderzoek naar OO te worden uitgevoerd. Daarnaast is voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven (CE) het Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE) van kracht. Dit certificatieschema maakt onderdeel uit van het stelsel van wettelijk verplichte certificatie conform het Arbobesluit en bevat de proceseisen voor vooronderzoek en opsporing van CE. 4.13.2 Onderzoek Vooronderzoek Voor het plangebied Baskensburg-West is in 2022 een vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) uitgevoerd. Het onderzoek is toegevoegd in bijlage 8.

Uit een inventarisatie en analyse van historische bronnenmateriaal is geconcludeerd dat er sprake is van een aantoonbaar verhoogde kans op aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten naar aanleiding van luchtaanvallen. Deze verdachte gebieden zijn afgebeeld in figuur 4.7.

63/70

Figuur 4.7 Overzicht verdachte gebieden (bron: Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Baskensburg te Vlissingen, bijlage 8). Het is niet gezegd dat in de verdachte gebieden met zekerheid OO aanwezig zijn. Evenmin is gezegd dat buiten de verdachte géén OO aanwezig zijn. De verdachte gebieden en overdachte gebieden moeten worden beschouwd als waarschijnlijkheidsuitspraken. Bij de werkzaamheden zullen bodemroerende activiteiten plaatsvinden. Voorafgaande aan de werkzaamheden dient de mogelijke aanwezigheid van OO uit de Tweede Wereldoorlog onderzocht te worden om, zo nodig, in een vroeg stadium vervolgstappen te kunnen ondernemen. Daarnaast wordt geadviseerd om het 'Protocol onverwacht aantreffen ontplofbare oorlogsresten 'in bijlage E te hanteren bij grondroerende werkzaamheden buiten de verdachte gebieden. De burgemeester van Vlissingen is akkoord gegaan met de conclusies uit het rapport. Op basis van de conclusie in hoofdstuk 5.1 (blz. 58) in combinatie met de bodembelastingskaart in bijlage A (blz. 63) is het gebied grotendeels verdacht op vliegtuigbommen. Voorafgaand aan werkzaamheden in de ondergrond zoals sonderingen, het aanbrengen van paalfunderingen en graafwerkzaamheden dient de bodem onderzocht te worden op mogelijk niet ontplofte vliegtuigbommen. Detectieonderzoek Op donderdag en vrijdag 23 en 24 februari 2023 is een oppervlaktedetectie in het gebied uitgevoerd.

Hiermee kunnen objecten worden gelokaliseerd en eventueel worden benaderd. In bijlage 9 is een memo met de detectieresultaten opgenomen. Daaruit blijkt dat een aantal gebieden niet kon worden gedetecteerd door nog aanwezige obstakels. Op 6 locaties bevat de bovenlaag lokaal erg veel verstoringen waardoor het onderscheiden

64/70

van individuele objecten die overeen kunnen komen met de aanwezigheid van OO op deze locaties niet mogelijk is. Ook zijn er diverse lineaire verstoringen te onderscheiden, die onder archeologische begeleiding dienen te worden ontgraven om deze stroken vrij te kunnen geven op de aanwezigheid van OO. In figuur 4.8 zijn de archeologische proefsleuven (in donkergroen) geprojecteerd op de resultaten van de uitgevoerde detectie. Daarin is het gedetecteerde gebied onderverdeeld in: Lichtgroen, categorie A: geen significante objecten gemeten; Rood en blauw, categorie B: 77 significante objecten gemeten; Rode arcering, categorie C: dusdanig veel verstoring dat dit deel laagsgewijs ontgraven dient te worden om tot een vrijgave te kunnen komen.

Figuur 4.8 Resultaat detectieonderzoek (bron: Anteagroup). Het voorstel is om de locatie van de te ontgraven archeologische proefsleuven (2x 100 m1 x 4 m1 en 2x30 m1 x 4 m1) onder begeleiding van een CS-OOO gecertificeerd bedrijf uit te voeren. Deze werkzaamheden worden momenteel (situatie april 2023) uitgevoerd. De uitkomsten van het vooronderzoek en het detectieonderzoek vormen vooralsnog geen geval een belemmering voor de uitvoering van het plan. Als er OO worden geconstateerd, dan heeft dit gevolgen voor de startdatum van het project en voor de kosten. Voor zowel het nader onderzoek als de eventueel daaruit voortvloeiende te treffen maatregelen, zijn binnen de grondexploitatie financiële middelen beschikbaar. De uitvoering van het bestemmingsplan is dus gewaarborgd.

65/70

4.13.3 Conclusie Op basis van de conclusie in het rapport, hoofdstuk 5.1 (blz. 58) in combinatie met de bodembelastingskaart in bijlage A (blz. 63) is het gebied grotendeels verdacht op vliegtuigbommen. Voorafgaand aan werkzaamheden in de ondergrond zoals sonderingen, het aanbrengen van paalfunderingen en graafwerkzaamheden dient de bodem onderzocht te worden op mogelijk niet ontplofte vliegtuigbommen. De uitkomsten het vooronderzoek en het detectieonderzoek vormen vooralsnog geen geval een belemmering voor de uitvoering van het plan. Voor zowel het nader onderzoek als de eventueel daaruit voortvloeiende te treffen maatregelen, zijn binnen de grondexploitatie financiële middelen beschikbaar. De uitvoering van het bestemmingsplan is dus gewaarborgd.

4.14 Kabels en leidingen 4.14.1 Toetsingskader Planologische relevantie Voor hoogspanningsverbindingen en hoofdtransportleidingen geldt dat deze in een (bestemmings)plan moeten worden geregeld. Deze hebben namelijk gevolgen voor het gebruik van gronden in de directe omgeving en zijn dus planologisch relevant. Ook niet-hoofdtransportleidingen met veiligheidscontour, kunnen planologisch relevant zijn. Als planologisch relevante leidingen worden de volgende kabels en leidingen door de gemeente Vlissingen aangemerkt: elektriciteit met een hoogspanning van meer dan 50 kV; brandbare gassen met een druk van 20 bar en hoger; brandbare vloeistoffen of giftige stoffen met een diameter van 4" en hoger; buisleidingen met een diameter van 400 mm en groter. Niet-planologisch relevante leidingen behoeven geen bescherming c.q. regeling in het bestemmingsplan. Deze leidingen kunnen dan ook zonder planologische regeling worden aangelegd. Grondroeringsregeling De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke ‘mechanische grondroering’ bij het Kadaster. Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen.

De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen. Er zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen aanwezig in het projectgebied. Er wordt geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen de uitvoering van het plan niet in de weg staat. 4.14.2 Toetsing In en nabij het projectgebied zijn geen planologisch relevante hoogspanningsverbindingen en leidingen aanwezig. Met eventueel aanwezige overige planologisch gezien niet-relevante leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het projectgebied hoeft geen rekening te worden gehouden. Voor deze leidingen zal nog wel een melding bij het kadaster worden gedaan.

66/70

4.14.3 Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

67/70

Hoofdstuk 5 5.1

Financiële aspecten

Grondexploitatie en kostenverhaal

Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De grond is in eigendom bij de gemeente. De gemeente zal in de grondverkoop de gemeentelijke kosten verdisconteren. Met de initiatiefnemers is een anterieure overeenkomst afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt over onder meer het kostenverhaal.

5.2

Financiële uitvoerbaarheid

De kosten ten behoeve van de ontwikkeling komen ten laste van de initiatiefnemer en niet ten laste van publieke middelen. De financiële uitvoerbaarheid is daarmee afdoende aangetoond.

68/70

Hoofdstuk 6 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid en vooroverleg instanties

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In totaal zijn er 4 bijeenkomsten georganiseerd waarbij de omgeving en andere belanghebbenden zijn geïnformeerd over de ontwikkeling. Op 25 januari 2021 is een inloopbijeenkomst georganiseerd op de Hogeschool Zeeland. Tijdens die bijeenkomst waren onder meer aanwezig de initiatiefnemer, de architect en de beoogde toezichthouder en namens de gemeente de wethouder en de projectleider. Daarnaast is de bijeenkomst op hetzelfde moment ook digitaal aangeboden. Op 21 juli 2021 is een bewonersavond georganiseerd waarbij omwonenden zijn geïnformeerd over plannen voor Baskensburg-West. Door Delfaerde, de initiatiefnemer voor de complexgewijze huisvesting, heeft begin 2021 al communicatie met de omgeving plaatsgevonden. De plannen voor Baskensburg-West zijn in de buurt goed ontvangen. Tijdens de bewonersavond hebben verschillende buren verzocht om fase 1 niet via het Baskensburgplein te ontsluiten. Zo is opgemerkt dat het Baskensburgplein door het 24/7 karakter van de sportschool en doordat automobilisten via de Irislaan en de Van der Helstlaan naar het Baskensburgplein rijden al (te) druk zijn. Door de omwonenden wordt verzocht om in fase 1 direct een definitieve ontsluiting aan te leggen.

Tevens is op 17 januari 2022 een bewonersavond georganiseerd waarbij omwonenden nader zijn geïnformeerd over de plannen en zijn de volgende punten besproken: de ontwikkelende partij, huisvesting en de visie van de gemeente, de beoogde ontwikkeling, het management, beheer en communicatie van het complex en de veiligheid en het (bouw)verkeer. Tijdens de bewonersavond is ook aangegeven dat de impact van een eventuele ontsluiting wordt onderzocht. De ontsluiting van de complexgewijze huisvesting vindt plaats via de centrale as. Op 9 mei is door de initiatiefnemers een 4de (digitale) informatiebijeenkomst georganiseerd, waarbij ook vertegenwoordigers van de gemeente aanwezig waren. Er is opnieuw een presentatie gegeven en bewoners zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op het plan en vragen te stellen. Daarvan is beperkt gebruik gemaakt. Er is een vraag gesteld over de exacte entree van het complex en hoe deze zich qua positie verhoudt tot het bestaande fietspad en de weg richting de andere sportcomplexen zoals de turnvereniging. Hiervoor is een kaart gemaakt waarop dit goed is aangegeven en die is ij het verslag gevoegd van de informatiebijeenkomst. Verder is benadrukt dat er geen doorlopende fietsroute en weg richting het achtergebied van Baskensburg zou mogen zijn.

Dit om sluipverkeer tegen te gaan en de kans te verkleinen dat inwoners van het complex op het Baskensburgplein parkeren en binnendoor naar de huisvesting lopen. Dit is bevestigd. Voor het bouwverkeer en de toekomstige gebruikers van het complex wordt een aparte (bouw)weg gerealiseerd die langs de as van Baskensburg loopt. De entree is aan het zuiden van het voormalige sportpark, tussen de sporthal en Bambini: dus niet vanaf het Baskensburgplein aan de westzijde. Verder is gevraagd of de ontwikkeling op Baskensburg ook meegaat in het aardgasloos ontwikkelen? Dit is inderdaad het geval. Het huisvestingscomplex voor internationale werknemers wordt gasvrij gerealiseerd.

69/70

Tot slot in in het voorjaar van 2023 door de gemeente met de verenigingen overleg gevoerd waarin is gemeld dat de initiatiefnemer het kavel ten noorden van het te bebouwen perceel aankoopt voor parkeren.

6.2

Vooroverleg met instanties

In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft afstemming plaatsgevonden met fr Provincie Zeeland, het Waterschap Scheldestromen en is het plan voorgelegd aan de Veiligheidsregio. In het regulier overleg tussen gemeente en provincie op 12 januari 2023 heeft de provincie aangegeven dat voor het onderhavige plan geen provinciaal belang geldt. Het aanmeldformulier watertoets (concept 30 mei 2020), dat is opgesteld voor het gehele gebied Baskensburg West, is op 23 juni door de gemeente toegestuurd aan het waterschap. Die instantie heeft aangegeven geen voorstander te zijn van in het formulier voorgestelde oplossingen voor de waterberging en ook dat er nog een aantal (vooral cijfermatige) aandachtspunten zijn. Naar aanleiding van deze reactie is het aanmeldformulier aangepast voor alleen het projectgebied. De Veiligheidsregio heeft de aanvraag getoetst aan eisen van brandveiligheid. Naar aanleiding hiervan heeft initiatiefnemer zaken op tekening aangegeven en verduidelijkt.

70/70

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12799948/1