CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Rvs Vaststelling Omgevingsvisie Vlissingen 2040 – Vlissingen in balans bijlage 1 rapport

Commissie Ruimte 22 februari 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Omgevingsvisie Vlissingen27.330 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

regenwater langer vast. Op locaties waar extreme hittestress voorkomt, passen we locatiespecifieke (innovatieve) oplossingen toe zodat hier verblijven aangenamer wordt. We zoeken naast oplossingen in de openbare ruimte ook naar oplossingen op daken en aan gevels.

Cultureel en beleefbaar In de binnenstad beleef je de kernkwaliteiten van Vlissingen (contrastrijk, creatief & vrijgevochten en maritiem karakter) op uiteenlopende wijze. Ons aanbod onderscheidt zich van de rest van Zeeland. We vertellen ons Vlissings verhaal via ons industrieel en maritiem erfgoed en onze openbare ruimte. De beleving van de cultuurhistorie versterken we door er een functie of meerdere functies aan te koppelen. Het aanwezige industriële erfgoed wordt herontwikkeld. De binnenstad is het podium voor evenementen. De ontwikkeling van het Scheldekwartier voegt nieuw leven toe aan de binnenstad. De wens is om een multifunctionele locatie te ontwikkelen als culturele pleisterplaats voor Vlissingen: hier komen functies zoals een poppodium, uitgaansgelegenheid, cultuur, theater of museum samen. Dit biedt ook ruimte om Vlissingen te laten uitgroeien tot vrijplaats voor kunst, cultuur en creativiteit.

Fysiek en digitaal verbonden

KOERS BINNENSTAD

Natuurlijke en groene leefomgeving In de binnenstad vervangen we onnodig steen voor groen voor een aangename binnenstad. We gebruiken hierbij de 3-30-300 vuistregel. Zo ontstaan er meer groene buitenruimten om te verblijven, die we waar dat kan met elkaar verbinden. Dit maakt een groene verbinding tussen de Spuikom, Spuistraat en het Bellamypark mogelijk. Samen met inwoners en ondernemers zoeken we naar nieuwe manieren om de binnenstad te vergroenen, van hangende tuinen tot gevelbeplanting. De keuze voor een groene, gezonde inrichting leidt tot een minder prominente plek voor de auto in de openbare ruimte. Een groene leefomgeving draagt bij aan de positieve gezondheid van inwoners.

Klimaatbestendige leefomgeving Om hittestress en wateroverlast in de binnenstad te beperken, vervangen we steen door groen. Groen geeft koelte en houdt

We maken de binnenstad autoluw en groen. Fietsers en voetgangers staan centraal in het straatbeeld en kunnen zich makkelijk verplaatsen. De auto is te gast. We reserveren ruimte voor veilige fietsenstalling. We maken ruimte voor vergroening en klimaatadaptatie en voor langzaam verkeer. Daarbij past minder ruimte voor parkeren. Het aantal auto’s in het straatbeeld verlagen we door het parkeren verder te reguleren. Een tweede bewonersvergunning ontmoedigen we. Via overstaphubs, waar parkeren en (deel)vervoer in elkaar overgaan, stimuleren we het parkeren aan de randen van de stad. Het laatste stuk richting de bestemming in de binnenstad gebeurt niet of nauwelijks meer per auto. Via een prijsbeleid ontmoedigen we dit ook en bevorderen we alternatief (deel)vervoer. De Spuikom wordt verder uitgebouwd en is één van de belangrijkste plekken en verbindingen tussen de boulevards en de binnenstad.

Circulair en energieneutraal In de binnenstad stimuleren we, met respect voor het historischemonumentale karakter, zonne-energie en energiebesparende maatregelen. De gemeente ondersteunt inwoners en VvE’s bij deze transitie en bij de verduurzaming van bestaande panden, waarbij circulariteit het uitgangspunt is. Bij noodzakelijke nieuwbouw zijn deze gebouwen minimaal energie-neutraal en dragen ze bij aan de vergroening en de diversiteit van de bebouwing in de binnenstad. In 2040 is de binnenstad een zero-emissie zone.

Gezond economisch klimaat We creëren een voor iedereen toegankelijke, aantrekkelijke en beleefbare binnenstad. Met herkenbare entrees en routes met een aantrekkelijke, eenduidige inrichting van de openbare ruimte. We zoeken nadrukkelijk de verbinding met het Scheldekwartier, het station, de Kenniswerf en de boulevards. Voor de detailhandel zetten we in op een compacte binnenstad, waar ook ruimte is voor lokale en kleinschalige ondernemers. Voor de horeca behouden we concentratiegebieden in de binnenstad. Er is ruimte voor verblijfsaccommodaties die een aanvulling zijn op het bestaande aanbod. Voor andersoortige functies die bijdragen aan levendigheid en leefbaarheid van de binnenstad bieden we experimenteerruimte. Dit kan helpen bij het voorkomen van leegstand.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

ACTIEKOMPAS BINNENSTAD

Aantrekkelijk wonen en verblijven We verbeteren de verblijfskwaliteit van de binnenstad voor bewoners en bezoekers. Hiervoor vergroenen we, maken we de binnenstad autoluw, komen er aantrekkelijke entrees en voegen we kwalitatieve woon- en verblijfsvormen toe. De woon- en verblijfsvormen dragen bij aan de levendigheid van de stad, zonder dat zij overlast veroorzaken. Verkamering gaan we tegen door aan deze panden een andere invulling te geven of te upgraden. Dit brengt ook de parkeerdruk omlaag, want minder mensen betekent minder auto’s. In de binnenstad wordt wel op een hoogwaardige manier ruimte geboden voor studentenhuisvesting, bijvoorbeeld boven winkels en horeca. Bestaande (boven)woningen krijgen een kwaliteitsimpuls. Vernieuwende verblijfsaccommodaties vullen het bestaande Vlissingse en Walcherse aanbod op unieke wijze aan.

Sociaal en gezond De binnenstad wordt de huiskamer voor ons allemaal. Er komen meer ontmoetingsplekken door sfeervolle groene openbare ruimtes, straten en pleinen te creëren. Deze plekken zijn inclusief en voor alle doelgroepen. Bankjes, rustpunten en openbare voorzieningen zoals toiletten en sport- en speelplekken dragen hieraan bij en horen bij de groene binnenstad.

Veilige leefomgeving Verkeersveiligheid wordt een integraal onderdeel van het mobiliteitssysteem. De binnenstad wordt verder autoluw gemaakt. De openbare ruimte is schoon, heel en (verkeers)veilig. We maken de omgeving veilig en prettig door een duidelijke structuur en zichtlijnen. Dit geeft gebruikers overzicht over de directe omgeving. Ook zorgen we voor meer zichtbaarheid en verlichting. We stimuleren wonen boven winkels. Dat voegt sociale controle toe in de avonduren. Het terugdringen van de verkamering heeft een positief effect op een veilige binnenstad.

46

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

3.2 STEDELIJK WOONGEBIED

47

Omgevingsvisie Vlissingen 2040 48

Ruimte is schaars dus werken we samen met bewoners en gebruikers aan innovatieve oplossingen. We stellen een richtlijn op voor natuurinclusief bouwen die meegenomen wordt bij nieuwbouwprojecten. Deze draagt bij aan klimaatadaptatie, energie-transitie en de noodzakelijke vergroening. Ons groenbeheer is ecologisch. We informeren onze inwoners hierover goed en stimuleren hen mee te doen in de vergroening.

Klimaatbestendige leefomgeving We maken onze woonwijken bestand tegen extreem droge, hete of natte periodes. Hiervoor vergroenen we onze openbare ruimtes via de 3-30-300 vuistregel. We stimuleren onze inwoners om hun tuin klimaatadaptief te maken op een groene manier. In de wijken zoeken we naar voldoende ruimte voor (natuurlijke) waterberging en oppervlaktewater. Met een wijkgerichte aanpak werken we aan combinatieopgaven om weinig klimaatadaptieve wijken, zoals het Middengebied en Oost-Souburg, beter in te richten.

Cultureel en beleefbaar We houden ons stedelijk woongebied rustig, maar geven ruimte aan kleinschalige sociale activiteiten, zoals rommelroutes en straatactiviteiten. Ook is er ruimte om de culturele beleefbaarheid van de stedelijke woonomgeving te vergroten. Bijzondere plekken zoals de Karolingenburcht, pleinen of commerciële plekken waar mensen samenkomen, bieden daar de mogelijkheid voor.

KOERS STEDELIJK WOONGEBIED

Natuurlijke en groene leefomgeving In onze stedelijke woongebieden zetten we in op vergroening van de openbare ruimte en privétuinen zodat dit een stevig groenblauw netwerk wordt. Met de grote ecologische structuren als hoofdaders en de tuinen als haarvaten. Dit moet leiden tot minder hittestress en wateroverlast, een gezondere leefomgeving en betere biodiversiteit. We passen hierbij de 3-30-300 vuistregel toe. Via een grotere diversiteit aan groen versterken we ons stedelijk ecosysteem. Zo ontstaat er een betere leefomgeving voor plant en dier. We werken wijkgericht aan meervoudige opgaven (vergroening, hittestress, wateroverlast, ondergrond, mobiliteit en gezondheid) en het vergroten van de beschikbare ruimte voor groen. Extra aandacht krijgen de erg versteende wijken zoals het Middengebied en Oost-Souburg.

Fysiek en digitaal verbonden Voor een gezonde, schone en groene leefomgeving zetten we in op een rijk en goed geschakeld wandel- en fietsnetwerk. Zo kunnen inwoners zich snel en veilig door Vlissingen bewegen en verbonden blijven. Fiets- en wandelpaden worden verbreed met meer ruimte voor groen. Autogebruik wordt ontmoedigd. In woonwijken is de auto te gast en staat de fietser staat centraal. Bij nieuwbouw wordt parkeren op eigen terrein opgevangen. Zo voorkomen we parkeeroverlast en verbeteren we de kwaliteit van de openbare ruimte. Waar nodig gaan we het parkeren reguleren. Het autonetwerk van 50 km-wegen wordt minder uitgebreid, zodat er grotere verblijfsgebieden ontstaan waar een snelheid van 30 km/uur geldt. Tot slot stellen we iedereen in staat om goed digitaal verbonden te zijn, met een dekkend netwerk.

Circulair en energieneutraal In onze woonwijken stimuleren we zonne-energie en energiebesparende maatregelen. We ondersteunen inwoners en VvE’s bij de verduurzaming van de bestaande panden. Circulariteit is het uitgangspunt. Bij nieuwbouw zijn panden circulair gebouwd, minimaal energie-neutraal en dragen ze bij aan de vergroening. Ook dragen ze bij aan onze Vlissingse ambitie om sociaal-economisch in balans te komen. De benodigde ondergrondse infrastructuur voor de energietransitie wordt volgens richtlijnen geordend en wijkgericht aangepakt. Combinaties van ondergrondse functies gaan voor op enkelvoudige functies.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

ACTIEKOMPAS STEDELIJK WOONGEBIED

Gezond economisch klimaat In het stedelijk woongebied bieden we weinig ruimte voor economische activiteiten. Een uitzondering vormen de bestaande winkelcentra. Ook bieden we geen mogelijkheden om aan huis verbonden beroepen in bedrijfsomvang uit te breiden.

Aantrekkelijk wonen en verblijven In onze woonwijken zetten we in op balans: een gevarieerd aanbod per wijk met een hoge verblijfskwaliteit. Dit betekent dat we in een aantal wijken aantrekkelijke, duurzame woningen toevoegen. Meestal zijn dit woningen in het midden- en hoge segment. In specifieke wijken voegen we in beperktere mate ook betaalbare woningen toe. Op wijkniveau wordt een deel van de woningen op modulaire wijze flexibel en aanpasbaar gemaakt voor bijzondere doelgroepen. Inwoners kunnen dan zoveel mogelijk binnen hun wijk doorgroeien naar passende huisvesting en stimuleren we doorstroming. We vullen onze woningvoorraad aan door te bouwen binnen al bebouwde omgeving. Met deze inbreiding geven we de bestaande stad een kwaliteitsimpuls en herstructureren we verouderde wijken. Dit doen we met een integrale aanpak: we verbeteren ook de openbare ruimte door meer ruimte te maken voor groen, klimaatadaptatie, wandelen, fietsen en ontmoeting. Afhankelijk van de wijk is hoogbouw mogelijk, maar wel geconcentreerd en van hoge kwaliteit. We gaan voor maatwerk per wijk: we verdichten of verdunnen afhankelijk van de wijkopgaven. Maar altijd met verbetering van de leefkwaliteit. Het grootste deel van de nieuwbouw uit onze Woonvisie zit in de ontwikkeling van het Scheldekwartier.

In de gebiedsovergangen met de kustzone en het buitengebied zorgen we bij de randen voor een gebalanceerde compositie van gebouwen en groen om de overgang te verzachten. We streven naar een geleidelijke overgang, waarbij

49

Sociaal en gezond In onze groene, openbare ruimte maken we plekken voor verschillende doelgroepen en functies, die aanzetten tot ontmoeten en bewegen. Deze plekken zijn voor iedereen toegankelijk. Als het kan, koppelen we verschillende functies en voorzieningen aan elkaar om de aantrekkelijkheid van de plek te vergroten.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

meervoudig ruimtegebruik de kwaliteiten van gebieden behouden laat en waar mogelijk versterkt. Bestaande landschappelijke waarden, water en bodem nemen we als ordenende principes.

Veilige leefomgeving We zetten in op een veilige openbare ruimte. Om de verkeersveiligheid te verbeteren creëren we een heldere infrastructuur, met voorrang aan de fietser en voetganger. In woonwijken waar de sociale veiligheid en leefbaarheid onder druk staat, gaan we extra aan de slag. Hier richten we de wijk in volgens de principes voor sociale veiligheid: met zaken als goede verlichting, overzichtelijkheid en voldoende zicht vanuit woningen (ogen op straat).

50

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

3.3 KUSTZONE EN OPEN WATER

51

Omgevingsvisie Vlissingen 2040 52

Klimaatbestendige leefomgeving

Gezond economisch klimaat

We passen onze kustzone aan op het veranderende klimaat. Het belang van een toekomstbestendige kustverdediging voor Vlissingen staat hierbij centraal. Waterveiligheid is voor ons een integrale verstedelijkingsopgave. We hebben oog voor de economie, cultuurhistorie en natuur, én de aantrekkelijkheid van de (stedelijke) omgeving. Denk aan toepassing van het Vlissings model bij bouwen en extra zandopspuitingen (zandsuppleties) voor behoud van onze stranden voor recreatie. We doen aan maatwerk; bebouwde kustzones staan andere oplossingen toe dan onbebouwde kustzones. Voor een toekomstbestendige kust hebben zeewaartse en op natuur gebaseerde oplossingen onze voorkeur.

In de kustzone zijn Boulevard Evertsen, Boulevard Bankert en het Arsenaalgebied de locaties voor reuring en ontmoeting. Daar zijn horeca en andere aantrekkende economische activiteiten op hun plek. Samen met de stakeholders op het Eiland onderzoeken we de toekomstige economische waarde en potentie van deze locatie. Hiervoor stellen we onder meer een visie op.

Cultureel en beleefbaar De kustzone van Vlissingen is het visitekaartje van Vlissingen. In deze zone creëren we beleving in verschillende vormen. In delen van de bebouwde kustzone is er reuring en mogelijkheid voor ontmoeting. Zoals het Nollestrand, Boulevard Bankert en Evertsen en het gebied rond de Koopmanshaven. Hier passen bijvoorbeeld goed evenementen die dat bevorderen. In de overige delen van de kustzone ligt de focus op maritiem, rust, ruimte en natuur-cultuurbeleving. Langs de hele kust biedt het openbare gebied ruimte om de ‘verhalen van de stad, de zee en de boulevards’ te vertellen. In de kustzone is ruimte voor aanvullend aanbod van verblijfsaccommodaties.

Fysiek en digitaal verbonden

KOERS KUSTZONE EN OPEN WATER

Natuurlijke en groene leefomgeving Het groenblauwe netwerk binnen de kustzone versterken we. Vooral bij de boulevards, de binnenstad, het Eiland en de kuststrook tussen de buitenhaven en het Rammekensschor. We willen een stevigere ecologische structuur en een grotere biodiversiteit. Daarvoor zien we kansen bij de kustversterking en bij de herinrichting van de boulevards. Die biodiversiteit kan extra groeien door het landbouwgebied in Westduin natuurlijker in te richten en het Nollebos groen te houden. De ontwikkeling van het Stadslandgoed en de kustversterking tussen de buitenhaven en de Sloehaven maken een ecologische verbinding met Rammekenschor mogelijk. Naar het noorden kan die worden doorgetrokken via de Atlanticwall en de Welzingepolder. Het Kalootstrand kan meehelpen de natuurdoelen van het Natura 2000-gebied te behalen. Om aan de 3-30-300 vuistregel te voldoen in de bebouwde kustzone (vooral de boulevards en het Eiland) moet flink creatief worden nagedacht.

We gaan voor een autoluwe boulevard en kustzone waar fietser en wandelaar centraal staan. Wie Vlissingen bezoekt leiden we via de overstappunten en gebouwde parkeervoorzieningen naar onze kust. De auto gaat zo naar de zijlijn en domineert het straatbeeld niet. De fiets- en wandelnetwerken verbeteren we. Waar we de verbinding tussen het buitengebied en de stad kunnen versterken, doen we dat. De buitenhaven ligt daar nu tussen. Tussen de boulevards, het Arsenaalgebied en de groene boulevard maken we een hoogwaardige recreatieve verbinding. Binnen de kustzone zou een waterverbinding mogelijk zijn naar ons buitengebied en andere kustplaatsen op Walcheren.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

ACTIEKOMPAS KUSTZONE EN OPEN WATER

Aantrekkelijk wonen en verblijven We verbeteren de verblijfskwaliteit van de kustzone. Dit gebied is het visitekaartje voor ons contrastrijk Vlissingen: luxe badplaats en ruw en ongepolijst tegelijkertijd. Die afwisseling is ons vertrekpunt, waarbij we de eigen karakters en sfeer van de delen behouden en versterken. De aansluiting met de stad versterken we, ook stedenbouwkundig. Bijvoorbeeld door panden meerdere voorzijdes te geven; een gezicht naar beide kanten. Bij bebouwing is De Kustvisie leidend. In de kustzone vormt de openbare ruimte een verlengde van het strand. We gaan voor een zo groen mogelijke omgeving die voor iedereen toegankelijk is. De Spuikom wordt een uniek stadspark met de mogelijkheid voor wonen. Het Eiland is een belangrijke schakel tussen station en binnenstad met veel kansen. Hier verbeteren we de verblijfskwaliteit. Samen met stakeholders ontwikkelen we hiervoor een gebiedsvisie.

Sociaal en gezond Binnen de kustzone zijn er veel kansen om beweging en ontmoeting te bevorderen. Onze boulevards zijn al ingericht op ontmoeting, en er liggen kansen op de stranden voor (georganiseerde) beweging en sport. Het duinlandschap verbinden we beter met de stad. Hiervoor maken we de openbare ruimte groener en prettiger om te verblijven. De focus ligt daarbij op de boulevards, de Coosje Buskenstraat en het plein aan de zeezijde. Bereikbaarheid en toegankelijkheid van de stranden en aanliggende fiets- en wandelpaden is een aandachtspunt. Ook mensen die slecht ter been zijn moeten overal gemakkelijk kunnen komen.

Veilige leefomgeving Circulair en energieneutraal De kustzone heeft weinig mogelijkheden voor ontwikkelingen. Als er gebouwd wordt, gebeurt dat circulair en energieneutraal.

De openbare ruimte moet een voor iedereen toegankelijke en veilige omgeving zijn. Bij de herinrichting van onze boulevards krijgt dit extra aandacht, omdat zij het visitekaartje van Vlissingen zijn. En een belangrijke ontmoetingsplek voor bewoners en bezoekers We werken aan de sociale veiligheid via de ZETA-richtlijn, en handhaven op plekken waar een gevoel van onveiligheid of overlast wordt ervaren. De waterveiligheid in de smalle ruimte tussen de vaargeul en de kust heeft ook onze aandacht.

53

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

3.4 BEDRIJVENTERREINEN

54

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

ACTIEKOMPAS BEDRIJVENTERREINEN

Cultureel en beleefbaar Geen prioriteit.

Fysiek en digitaal verbonden Wie op de bedrijventerreinen werkt of deze bezoekt, kan via snelle en aantrekkelijke fietsroutes daar komen. Op de bedrijventerreinen zelf staat bedrijvigheid centraal en hierbij past vrachtwagenverkeer. Verkeersveiligheid is hier belangrijk. Voor fietsers en voetgangers komt meer ruimte, maar autoverkeer en transport hebben in dit gebied prioriteit.

trekken. Nadere uitwerking hiervan volgt. Voor deze ontwikkeling tot hotspot voor delta-innovatie Vlissingen werken we nauw samen met ondernemers en het onderwijs.

Aantrekkelijk wonen en verblijven Voor een prettige werk- en leefomgeving verbeteren we de openbare ruimte en entree van onze bedrijventerreinen. Voor de werknemers van de bedrijventerreinen werken we aan een passend woonaanbod in de andere deelgebieden.

Sociaal en gezond KOERS BEDRIJVENTERREINEN

Natuurlijke en groene leefomgeving We vergroenen onze bedrijventerreinen waar dat kan. Zeker bij een herinrichting van de openbare ruimte of bij nieuwbouw. Bij nieuwbouw gaan we ook voor natuurinclusief bouwen. Enkele bedrijventerreinen grenzen aan het buitengebied. Aan de randen zorgen we dan voor een balans in gebouwen en groen, om de gebiedsovergang te verzachten.

Circulair en energieneutraal Bedrijventerreinen leveren een bijdrage aan de energietransitie van Vlissingen doordat daken optimaal worden benut voor zonne-energie. Bedrijventerreinen leveren zo duurzame energie voor de gehele gemeente. We stimuleren bedrijven om hun gebouwen en processen zo energiezuinig en circulair mogelijk in te richten. Bij nieuwe bedrijfspanden worden de daken ingezet voor zonne-energie, mogelijk in combinatie met een groen dak of waterberging. We stimuleren ondernemers en organisaties om grondstoffen en het aantal kilo bedrijfsafval te verminderen. Hierbij geven we zelf het goede voorbeeld.

Klimaatbestendige leefomgeving Waar dat kan, maken we onze bedrijventerreinen klimaatbestendig. Bij nieuwbouw of de herinrichting van de openbare ruimte maken we op natuurlijke wijze het terrein bestand tegen klimaatverandering. We informeren de ondernemers goed en stimuleren ze om ook hiermee aan de slag te gaan.

Gezond economisch klimaat We houden onze bedrijventerreinen onderscheidend van elkaar, zodat ze elkaar aanvullen. We profileren ons op de deltathema’s zoals energie, water en voedsel om een diversiteit aan bedrijven aan te

De bedrijventerreinen moeten vooral een veilige en aangename werkomgeving zijn. We richten de terreinen hiervoor gebruiksvriendelijker in, met oog voor de activiteiten van de bedrijven zelf natuurlijk. We stimuleren ondernemers om hierin actief mee te denken.

Veilige leefomgeving Op bedrijventerreinen gaat het om het functioneren van de aanwezige bedrijven. Verkeersveiligheid is daarbij een absolute randvoorwaarde. De terreinen zijn goed bereikbaar per fiets, via de fietsroutes. Op de terreinen zelf passen geen fietspaden omdat hier geldt dat verkeer van rechts gewoon voorrang heeft. Snelheidsverschillen zijn hier minimaal. Op de terreinen houden we de ruimte voor opslag beperkt. Opslag heeft een lage economisch toegevoegde waarde en brengt weinig reuring met zich mee.

55

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

3.5 KENNISWERF EN STATIONSGEBIED

56

Omgevingsvisie Vlissingen 2040 57

KOERS KENNISWERF EN STATIONSGEBIED

Natuurlijke en groene leefomgeving We gaan het Stationsplein, de Prins Hendrikweg en de Kenniswerf flink vergroenen. Steen en beton vervangen we waar dat kan voor halfverharding en groen met heesters en struikgewassen. Er worden groene verbindingen gelegd tussen leefgebieden voor diersoorten die lokaal voorkomen. Het openbare groen krijgt een aantrekkelijke uitstraling met veel schaduw door bomen. Zo ontstaan er binnen het gebied prettige plekken om even buiten te lunchen of elkaar te ontmoeten.

Klimaatbestendige leefomgeving Hittestress in dit gebied gaan we tegen met een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld met groene parkeerplaatsen en dak- en geveltuinen. De huidige groenstroken passen we aan zodat water makkelijker de grond in kan en waterberging mogelijk is. Nieuwe bedrijven krijgen als vestigingsvoorwaarde een klimaat-adaptieve inrichting van de kavel mee.

Cultureel en beleefbaar

Gezond economisch klimaat

Ook op de Kenniswerf en in het Stationsgebied is er plek voor ‘Vlissingse verhalen’. Zowel over de geschiedenis van Vlissingen als over de toekomst. De Westerschelde speelt hier een belangrijke rol in en dat maken we beter zichtbaar. Onze unieke ligging en band met het water verbeelden we onder andere via storytelling en themaroutes. Ons maritieme erfgoed hier beschermen we en maken we beter ‘beleefbaar’. Verdere beleving van onze cultuur stimuleren we met een informatief centrum dat ontmoetingsplek, evenementenlocatie en creatieve hub in één moet worden. De lasloods zou een mogelijke locatie kunnen zijn. In het hele gebied bieden we experimenteerruimte voor nieuwe vormen van dagrecreatie. In de omgeving van HZ University of Applied Sciences staan we (zakelijke) verblijfsaccommodaties toe omdat we hier ook een campus willen ontwikkelen.

We willen een campus ontwikkelen, in samenwerking met kennisinstellingen en andere partners in het gebied. Dit betekent dat de Kenniswerf geen eenzijdig bedrijventerrein is, maar een gemengde werklocatie. Hier vind je onderwijs, onderzoek, innovatieve bedrijvigheid en andere functies zoals studentenhuisvesting en bijbehorende voorzieningen. Ook wordt hierbij een goede verbinding gemaakt met het Stationsgebied, zowel ruimtelijk als functioneel. Het delen van voorzieningen is kenmerkend voor een efficiënt gebruik van de ruimte in dit gebied. Van auto’s en elektrische laadpunten tot vergaderruimtes. Hiermee verbeteren we het vestigingsklimaat zo, dat de Kenniswerf aantrekkelijk is voor starters en doorgroeiende startups. Het maken van experimenteerzones op het gebied van delta-innovatie draagt hieraan bij.

Fysiek en digitaal verbonden

Aantrekkelijk wonen en verblijven

We lobbyen voor een sterke treinverbinding met Vlissingen. Het liefst met twee volwaardige intercity’s en twee sprinters per uur. We willen het (eigen) autogebruik verlagen en stimuleren alternatieven zoals deelvervoer. Zo verbeteren we de leefbaarheid en ontstaat meer ruimte voor klimaatadaptatie. Het station van Vlissingen wordt het belangrijkste overstappunt (mobiliteitshub). We onderzoeken nieuwe verbindingen en nieuwe vervoersvormen. Waar de auto nog wel aanwezig is, zorgen we dat dit niet storend is in de omgeving. In overleg met de omgeving bekijken we parkeeralternatieven.

Op de Kenniswerf zorgen we voor een gezonde mix van functies. Werken staat daarbij bovenaan, maar wel in een groene, stimulerende omgeving. Met wonen, zakelijk ontmoeten of zakelijk verblijf gerelateerd aan de Kenniswerf wordt het gebied 24 uur per dag benut. Optimaal gebruik dus, en extra sociale veiligheid. We gaan voor beperkte woningbouw op de Kenniswerf en dan vooral voor studenten. Zo ontwikkelen we een campus. Ook mogelijkheden voor permanent wonen gecombineerd met werken zouden hier passen.

De Kenniswerf wordt goed bereikbaar voor fietsers en voetgangers vanuit het station en de binnenstad. Er komen aantrekkelijke, logische en duidelijke wandel- en fietsroutes. Met de herontwikkeling van de Kenniswerf wordt dit een levendig en aantrekkelijk gebied voor bezoekers die vanaf het station naar de binnenstad lopen. Hiermee vormt het een goede entree voor Vlissingen.

Circulair en energieneutraal We verduurzamen ons eigen (maatschappelijk) vastgoed door gebouwen beter te isoleren, verlichting te vervangen en dakconstructies geschikt te maken voor bijvoorbeeld energieopwekking en groen. Ook vastgoedeigenaren stimuleren we om dit te doen. Loze ruimte van parkeerplaatsen benutten we bijvoorbeeld door ze te overdekken en zonnepanelen of daktuinen erop te plaatsen. Dit doen we ook bij de overstappunten (mobiliteitshubs). We dagen ontwikkelaars uit zoveel mogelijk circulair te bouwen. Kennisontwikkeling op het gebied van waterstof en delta-innovatie – nodig om in het omgevingsplan eisen te stellen – krijgt de ruimte. Samen met Stedin voorkomen we netcongestie van het elektriciteitsnet in dit gebied, om zo de Kenniswerf aantrekkelijk te houden voor testen of demonstraties die veel stroom vragen. In de havens ontwikkelen we mogelijkheden voor walstroom.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

ACTIEKOMPAS KENNISWERF EN STATIONSGEBIED

Het Stationsgebied wordt de hub van Vlissingen en de regio, die de stad, de regio en de Kenniswerf verbindt. We zoeken hierbij steeds de relatie met het water. Het Stationsgebied is geen woongebied. In beide gebieden werken we aan een hoge verblijfskwaliteit met veel groen, beleving en ruimte voor de fietser en voetganger. De uitstraling van nieuwe en oude gebouwen moet hoogwaardig zijn.

Sociaal en gezond In dit deelgebied zijn het station, de lasloods en de campus dé locaties waar mensen samenkomen. Het station wordt een ontmoetingsplek dat als een soort stadsplein werkt. Het hele gebied wordt beter toegankelijk en gebruiksvriendelijker voor mensen met beperkingen. Door een groene inrichting wordt het ook een prettige werkomgeving. We ontwikkelen een kansrijk en levendig innovatiecentrum door voorzieningen zoals een kapper, minisupermarkt, fitnessschool of pakketpunt toe te voegen. Daarmee wordt het ook aantrekkelijker om in het gebied te verblijven.

Veilige leefomgeving Bij de ontwikkeling van de Kenniswerf en het Stationsgebied wordt rekening gehouden met bestaande risicocontouren, invloedsgebieden en geluidscontouren. 58

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

3.6 BUITENGEBIED EN CULTUURLANDSCHAP

59

Klimaatbestendige leefomgeving

Gezond economisch klimaat

We ondersteunen betrokken partijen om het buitengebied klimaatbestendiger te maken op een natuurlijke manier. Dit zorgt voor een gebied dat bestand is tegen hele droge, hete of hele natte periodes. De oplossingen hiervoor moeten passen binnen het cultuurlandschap of zelfs hieraan bijdragen.

Voor een gezonde en duurzame agrarische sector ondersteunen we kringlooplandbouw en natuurinclusief boeren. Ook andere innovatieve vormen van landbouw zoals zilte teelt juichen we toe.

Cultureel en beleefbaar De nieuwe ecologische verbinding tussen het Stadslandgoed, het Ritthemse bos en de Atlantikwall maken we ook ‘beleefbaar’. We maken bijvoorbeeld het oude cultuurlandschap herkenbaar door veldnamen terug te brengen. Ook kreekruggen maken we zichtbaar. Daarnaast verbinden we bijzondere plekken in het buitengebied door routes, zoals de Atlantikwall, Fort Rammekens en andere forten in het gebied.

Fysiek en digitaal verbonden

KOERS BUITENGEBIED EN CULTUURLANDSCHAP

Natuurlijke en groene leefomgeving In het buitengebied vergroten we de biodiversiteit door een natuurlijkere leefomgeving te creëren. Dit doen we samen met de betrokken partijen in dit gebied, die we stimuleren om mee te doen. Meer natuur en groen is een natuurlijke manier om het gebied robuuster te maken in een veranderend klimaat. Dat doen we door nieuwe groene ecologische verbindingen aan te leggen. Van het Stadslandgoed naar het Ritthemse bos, langs de gronden ten noorden van de Ritthemsestraat en via cultuurhistorische elementen zoals de Atlantikwall. We herstellen onze hagen en waterpoelen en breiden ze verder uit.

Het buitengebied en cultuurlandschap ontsluiten we beter voor wandelaars en fietsers met aantrekkelijke routes. Een snelfietsroute van de stad naar het buitengebied verkort de reistijd met de fiets en maakt het ook aantrekkelijk om het gebied per fiets te verkennen. Denk bijvoorbeeld aan een snelfietsroute naar de Sloehaven. Fietsers gebruiken op de routes gewoon de rijbaan. Alleen als de snelheid van het autoverkeer te hoog is, maken we een apart fietspad. De duidelijke bewegwijzering zorgt ervoor dat je als fietser of wandelaar makkelijk je weg vindt. Cultuurhistorische hoogtepunten worden via de routes met elkaar verbonden. Door het landelijk gebied vanuit Oost-Souburg richting het Stadslandgoed komt een wandelroute. En we kijken of een pontje tussen het Stadslandgoed en de binnenhavens mogelijk is en of dit meerwaarde heeft. Initiatieven van derden steunen we waar dat kan.

Aantrekkelijk wonen en verblijven

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

ACTIEKOMPAS BUITENGEBIED EN CULTUURLANDSCHAP

We breiden het woningaanbod uit door te bouwen in de gebouwde omgeving (inbreiding). Uitbreiding overwegen we pas als er binnen de stad onvoldoende goede oplossingen bestaan voor de behoefte aan (nieuwe) woonmilieus. Voorwaarde is dat er eerst een integrale belangenafweging plaatsvindt waarbij o.a. de kwaliteiten van het cultuurlandschap worden meegewogen. Het bestaande landschap, de bodem en water zijn leidend in de ontwikkeling.

Sociaal en gezond We maken het buitengebied goed toegankelijk voor voetgangers en fietsers vanuit de binnenstad. Makkelijk gebruik kunnen maken van het buitengebied kan bijdragen aan een sociaal en gezond Vlissingen.

Veilige leefomgeving Veiligheid vraagt hier niet direct om aandacht. Binnen andere ruimtelijke opgaven die in het buitengebied spelen wordt dit wel integraal meegenomen. In specifieke situaties of op bepaalde locaties kan wel de (verkeers)veiligheid verbeterd worden.

Circulair en energieneutraal In het buitengebied willen we alleen beperkt inzetten op de productie van hernieuwbare energie. Voor het opwekken van zonne-energie gebruiken we vooral de ruimte op bestaande daken. We staan losse windmolens tot 21 meter toe. Voorwaarden zijn wel dat deze binnen het bouwvlak komen. En alleen in het gebied ten noorden van de Ritthemsestraat, tussen de A58 en de Nieuwlandseweg. Bij de plaatsing van kleinschalige windmolens moet rekening worden gehouden met afstand tot de boven-grondse hoogspanningsverbindingen. Voor grootschalige opwekking van windenergie is in het buitengebied geen plek.

60

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

3.7 BUITENHAVEN EN SLOEHAVEN

61

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

ACTIEKOMPAS BUITENHAVEN EN SLOEHAVEN

Cultureel en beleefbaar Aan de randen van het gebied kunnen we zoeken naar mogelijkheden voor dagrecreatie en beleving. Wel moeten we rekening houden met de beperkingen in dit gebied, zoals de aanwezigheid van het munitiedepot.

Fysiek en digitaal verbonden Vlissingen wil een echte fiets- en wandelstad worden, met een duurzaam en robuust routenetwerk binnen en buiten de stad. NSP wil het fietsnetwerk versterken voor het woon-werkverkeer. Een snelfietsroute richting de Sloehaven zou hier goed in passen. Daarnaast willen we ook de toegang tot de Buitenhaven toegankelijker maken voor de fiets.

Circulair en energieneutraal Vlissingen wil de energiehub van Zeeland zijn. De Buitenhaven en Sloehaven hebben daarbij een essentiële rol in de energietransitie, met de nadruk op energie uit waterstof en windenergie. Deze transitie leidt tot nieuwe soorten van bedrijvigheid in dit gebied. Denk aan bedrijven voor het onderhoud en de ontmanteling van boorplatformen, of de bouw van windmolenparken. Bij ontmanteling en opbouw zien we graag een circulaire aanpak.

KOERS BUITENHAVEN EN SLOEHAVEN

Natuurlijke en groene leefomgeving In de Sloehaven vergroenen we de westelijke rand verder en verbinden deze met het Walcherse cultuurlandschap. De ambitie van North Sea Port (NSP) om de natuur te herstellen door onder andere de biodiversiteit te vergroten, ondersteunen we. Net als het verbeteren van de leefomgeving. Daarin zoeken we de balans tussen de industriële en logistieke infrastructuur en de natuur. Meervoudig ruimtegebruik kan oplossingen bieden om deze balans te vinden.

Klimaatbestendige leefomgeving We willen de Buitenhaven en Sloehaven beschermen tegen de stijgende zeespiegel door versterking van de waterkering. Bij deze ontwikkeling gaan we het liefst voor natuur gebaseerde oplossingen.

Aantrekkelijk wonen en verblijven

Ook bedrijven die zich bezighouden met productie, opslag en transport van schone en hernieuwbare energie vestigen zich in deze havengebieden. De energiehub is een kans om de energietransitie in Vlissingen te bevorderen. In deze energietransitie werken wij nauw samen met de partijen in het Novex-gebied North Sea Port District. Meervoudig gebruik van de ruimte hier biedt extra mogelijkheden voor het ontwikkelen van de energietransitie. Vooral in de Sloehaven liggen kansen voor het opwekken van zonne-energie, onder andere op bestaande daken of terreinen.

Vanuit de Buitenhaven en de Sloehaven willen we overlast van industriële activiteiten aanvaardbaar houden. Daarvoor houden we de bestaande normen aan. Dit zorgt ervoor dat wonen en verblijven in de omliggende gebieden prettig blijft.

Gezond economisch klimaat

Veilige leefomgeving

We gaan voor een duurzame en hoogwaardige werkgelegenheid voor Vlissingen. Die werkgelegenheid bieden we vooral op het gebied van energietransitie, zoals offshore wind, bouw en onderhoud of waterstof. En in de maritieme sector. We zetten in op specialisering in deze thema’s. Sectoren en bedrijven die elkaar aanvullen en versterken, plaatsen we bij elkaar. Zo voorkomen we versnippering. We willen de kennisintensieve activiteiten van de Kenniswerf op het gebied van delta-innovatie koppelen aan de activiteiten op het gebied van energietransitie in de Buitenhaven en Sloehaven.

Voor deze havengebieden willen we een sociaal veilige omgeving creëren. Hier voel je je veilig, kun je vrij bewegen zonder gevoel van overlast en angst voor bedreigingen en criminaliteit. Vanuit de overheden ligt de nadruk op ondermijning en tegengaan van criminaliteit. De Buitenhaven en de Sloehaven hebben veel (zwaar) verkeer. Bij het versterken van het netwerk voor fietsers moeten we bij het inrichten van de weg goed nadenken over hun verkeersveiligheid.

Sociaal en gezond De Buitenhaven en Sloehaven zijn werkgebieden. Voor al onze werkgebieden willen we een sociale en gezonde werkomgeving.

62

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

3.8 LANDELIJK WOONGEBIED

63

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

ACTIEKOMPAS LANDELIJK WOONGEBIED

Cultureel en beleefbaar Ritthem en Groot-Abeele hebben een herkenbare ruimtelijke structuur, die is ontstaan op de kruising van kreekruggen. Deze structuur willen we behouden en waar dat kan versterken. Culturele en recreatieve activiteiten krijgen de ruimte, want die dragen positief bij aan de leefbaarheid. Daarom willen we ze behouden en waar dat past versterken. We bieden in het buitengebied mogelijkheden voor kleinschalige horeca en verkooppunten langs recreatieve routes. Voorwaarde is wel dat deze punten verbonden zijn aan bestaande bebouwing.

Fysiek en digitaal verbonden In Vlissingen staat de fietser straks centraal. Tussen Ritthem en Souburg vinden fietsers veilige en aantrekkelijke fietspaden. Ook wandelaars kunnen hier uit de voeten.

Circulair en energieneutraal We zouden Ritthem graag van het aardgas af zien. Daarvoor stimuleren we initiatieven om overtollige energie vanuit bijvoorbeeld de Sloehaven in te zetten. Daarnaast stimuleren wij inwoners om hun daken te gebruiken voor het opwekken van zonne-energie. En om hun woningen te verduurzamen door isolatie. Nieuwbouw van woningen of accommodaties is zoveel mogelijk circulair. Deze panden zijn daarbij minimaal energieneutraal.

Gezond economisch klimaat KOERS LANDELIJK WOONGEBIED

In het landelijk gebied is inzet op een gezond economisch klimaat nauwelijks van toepassing.

Natuurlijke en groene leefomgeving In het landelijk woongebied willen we de biodiversiteit in en om de kernen vergroten. In het bijzonder liggen daar kansen voor bij natuurinclusieve ontwerpen en bij ecologisch groenbeheer. De verbinding met het omliggende cultuurlandschap wordt hiermee versterkt.

Klimaatbestendige leefomgeving De openbare ruimte in het landelijk woongebied vergroenen we. We stimuleren de inwoners om hun eigen terreinen ook groener en klimaatadaptief in te richten. Zo bestrijden we de verstening, wat hittestress vermindert en ervoor zorgt dat overtollig water goed weg kan.

Aantrekkelijk wonen en verblijven Bouwen in Ritthem doen we binnen de dorpsgrenzen (inbreiding) en nieuwbouw moet passen binnen de schaal en het karakter van Ritthem. Pas bij onvoldoende ruimte voor inbreiding onderzoeken we of verdichting van de linten mogelijk is. Met de nieuwe woningen bevorderen we de doorstroom voor jongeren en ouderen, zodat meerdere generaties in Ritthem kunnen blijven wonen. Bij nieuwbouw ligt de nadruk op betaalbare bouw. Groot-Abeele houden we zoveel mogelijk onderscheidend van Souburg in karakter. Bij initiatieven voor bebouwing in Groot-Abeele bekijken we daarom eerst goed of we dit wel wensen.

Sociaal en gezond We houden Ritthem leefbaar. Daarom helpen we voorzieningen met een sterk sociaal bereik en mogelijkheden voor ontmoeting te behouden. Denk aan verenigingen.

Veilige leefomgeving We willen dat de inwoners zich veilig voelen. Daarom hebben we daar aandacht voor bij de ontwikkelingen in de omgeving.

64

Werken met de omgevingsvisie

Omgevingsvisie gemeente Vlissingen

HOOFDSTUK 4.

65

Dit is de Omgevingsvisie Vlissingen 2040. Met onze ambities en beleidsdoelen voor de lange termijn voor de ontwikkeling en het beheer van de fysieke leefomgeving. En vooral met de focus op de samenhang tussen onderwerpen die in die leefomgeving spelen. Zoals landschap, water en groen, milieu, ruimte, verkeer of cultureel erfgoed. Integraal hieraan werken is nog niet vanzelfsprekend. Maar het biedt wel kansen voor een betere leefomgeving. Hoe gaan we nu samen die stap maken van visie naar uitvoering?

4.1 VAN VISIE TOT VERGUNNINGEN De Omgevingswet heeft een aantal instrumenten om van landelijke wetgeving tot lokale uitvoer te komen. Voor ons als gemeente zijn de omgevingsvisie, de programma’s, het omgevingsplan en de omgevingsvergunningen de belangrijkste. De omgevingsvisie is ons kader. Een kompas dat richting geeft, ook per deelgebied. De uitwerking hiervan gebeurt via de programma’s, het omgevingsplan en daarna de omgevingsvergunningen. Toekomstige ontwikkelingen willen we de ruimte geven, en tegelijkertijd willen we de kwaliteit van de leefomgeving behouden of verbeteren. Onze houding hierbij is de ‘ja, mits benadering’ uit de Omgevingswet. Ontwikkelingen worden getoetst aan de regels en doelen in het omgevingsplan. Die doelen komen weer voort uit deze visie.

Programma’s In deze omgevingsvisie staan onze ambities en de richting van ons beleid (kompas). Om aan die ambities te werken, kunnen programma’s worden opgesteld. Een programma is tijdelijk, gericht op de uitvoering en bedoeld om een specifiek doel te halen. Een flexibel instrument dat we kunnen gebruiken in verschillende fasen van de beleidscyclus (zie ook de paragraaf Levend document). Een programma is een goede schakel tussen de kaders van de visie en de gedetailleerde regels van het omgevingsplan. Het kan bijvoorbeeld maatregelen bevatten voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling gericht op het behalen van het doel van het programma. Een programma wordt vastgesteld door het college. Alleen de gemeente moet zichzelf aan een programma houden (zelfbindend). Een programma kan inwoners en bedrijven wel stimuleren om die dingen te doen die helpen om de doelstellingen te halen.

De Omgevingswet kent verschillende type programma’s: \

een vrijwillig (onverplicht) programma

\

een verplicht programma volgend uit Europese regelgeving

\

een verplicht programma bij (dreigende) overschrijding van omgevingswaarden

\

en programma met een programmatische aanpak

Programma’s kunnen gericht zijn op een gebied, thema of opgave. Zo kan een programma ook uitwerking geven aan een van onze negen hoofdopgaven. Die worden vervolgens weer doorvertaald naar de daadwerkelijke uitvoering, zoals in aanbestedingen en bestekken. Onze huidige gebiedsvisies zullen gaan functioneren als programma’s. Dit geldt ook voor de nieuw op te stellen gebiedsvisies waar in deze omgevingsvisie naar verwezen wordt.

Omgevingsvergunningen Bij bouwen, slopen of andere werkzaamheden moet soms een omgevingsvergunning worden afgegeven. Deze regeling bestaat al langer. Wanneer iemand een omgevingsvergunning moet aanvragen, en aan welke regels moet worden voldaan, staat in het omgevingsplan. Voor sommige activiteiten is geen vergunning nodig. Of is er alleen een meldingsplicht. Een omgevingsvergunning is aan te vragen via het landelijke Omgevingsloket.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

Hoofdstuk 4. Werken met de omgevingsvisie

Op afgegeven vergunningen houden we toezicht en handhaven we. Net als op het naleven van de regels van het omgevingsplan. We hanteren daarbij ons Integraal Handhavingsprogramma (IHUB) en het regionale Vergunningverlenings-, Toezicht en Handhaving (VTH) beleid.

Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat alle regels over de leefomgeving in Vlissingen. Het is een samenvoeging van wat nu de bestemmingsplannen zijn, plus de regels uit de huidige verordeningen over de fysieke leefomgeving, en ook de regels vanuit het Rijk die zijn overgegaan naar de gemeente (bruidsschat paragraaf 1.3.8). In het omgevingsplan staan de juridische regels van de doelen uit de omgevingsvisie en de programma’s. Regels over bijvoorbeeld bouwen of toewijzen van functies aan locaties. De komende jaren werken we gefaseerd aan het omgevingsplan. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. Aan dit plan moet iedereen zich houden (bindend). De gemeente, inwoners en bedrijven. In het omgevingsplan kunnen omgevingswaarden worden vastgelegd. Volgens de Omgevingswet kan dit of is dit soms zelfs verplicht, als dit vanuit de milieudoelen in de omgevingsvisie nodig blijkt.

Omgevingswaarden Het kan gaan over vermindering van uitstoot van schadelijke stoffen, geluid of andere mogelijke overlast. In dat geval is ook een programma verplicht. Vanuit onze milieudoelen zien we nu geen noodzaak voor gemeentelijke omgevingswaarden. Als in de toekomst blijkt dat bepaalde doelen niet worden gehaald, kunnen we alsnog omgevingswaarden in het omgevingsplan vaststellen. En deze koppelen aan een programma.

66

We vinden het in Vlissingen belangrijk dat iedereen zoveel mogelijk de ruimte krijgt voor initiatieven die bijdragen aan onze ambities en doelen. Van inwoners tot ondernemers en andere partijen. Daar hoort bij dat belanghebbende partijen al in een vroeg stadium worden betrokken bij het maken van plannen en het beoordelen van initiatieven (participatie). Het is aan de initiatiefnemers om dit op te pakken. Initiatieven worden door participatie ook daadwerkelijk gedragen door de omgeving. We maken ruimte voor initiatieven door een open houding (‘ja, mits-benadering’). Als het nodig is zoeken we hiervoor de rek in de regels en bieden we maatwerk waar dit nodig is. Ook willen we in de toekomst sneller beslissingen nemen, integraler werken en nog transparanter zijn in onze projecten. De gemeente kan bij initiatieven verschillende rollen aannemen.

realiseren van maatschappelijke doelen. \

We zijn als gemeente het eerste aanspreekpunt voor een initiatiefnemer met plannen voor de fysieke leefomgeving. We kunnen als belanghebbende meedoen met initiatieven van anderen in een publiek-private samenwerking (PPS). Wij bewaken dan het algemeen belang.

\

We ondersteunen of faciliteren als gemeente een initiatief uit de samenleving. Bijvoorbeeld door een bedenker van een sociaal-maatschappelijk waardevol plan te helpen om dit verder te brengen. Of wegwijs te maken bij procedures rondom vergunningen.

\

We zijn als gemeente eindbeslisser. We bepalen of een initiatief van derden daadwerkelijk door mag gaan. We hakken knopen door en zijn transparant in het afwegen van de verschillende belangen in ons besluit. Bij een eigen ontwikkeling brengen de initiatiefnemers vaak de belangen van de directe omgeving in beeld en zijn ze zelf verantwoordelijk voor de belangenafweging en het gesprek hierover.

4.3. EEN LEVEND DOCUMENT De Omgevingswet gaat ervan uit dat we ons beleid ontwikkelen met de beleidscyclus. Hierin worden de verschillende instrumenten in samenhang ontwikkeld, actief gemonitord en daarna aangescherpt. De omgevingsvisie is de eerste stap in deze cyclus. Door te blijven evalueren en aanscherpen is de omgevingsvisie daarom een dynamisch of levend document.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

4.2 INTEGRAAL AAN HET WERK IN SAMENWERKING MET PARTNERS

Partners in de (regionale) samenwerking De gemeente Vlissingen werkt samen met andere overheden. Denk aan het Rijk, de Provincie Zeeland, buurgemeenten en verschillende ketenpartners. De ketenpartners voor de omgevingsvisie zijn de provincie en Veiligheidsregio Zeeland, Waterschap Scheldestromen, GGD Zeeland en de Omgevingsdienst Zeeland. We opereren steeds meer als één overheid. Steeds meer vraagstukken vragen namelijk om een regionale samenwerking. Die samenwerking is belangrijk voor Vlissingen. Samen krijgen we eenvoudigweg meer gedaan. Er zijn meerdere ambities die de gemeente overstijgen of gezamenlijk zijn. Hier willen we met onze regionale partners aan (blijven) werken. Enkele voorbeelden:

Figuur; rollen samenleving, gemeentelijke organisatie en bestuur

Rollen van de gemeente bij initiatieven In de samenwerking met de Vlissingse samenleving kan de gemeente een van de volgende rollen hebben: \

We zijn als gemeente zelf initiatiefnemer. Bijvoorbeeld bij grond waarvan we eigenaar zijn en die we willen ontwikkelen. Of bij het

\

Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)

\

Regionale Energiestrategie (RES)

\

De Klimaatadaptatiestrategie Zeeland (KasZ)

\

Programma NOVEX: North Sea Port District (region-deal)

\

Zeeuwse Woondeal

\

Versterking van de primaire waterkeringen

\

Regio Deal Walcheren (inclusief Schouwen-Duiveland)

\

Walcherse Archeologische dienst

\

Walcherse deelambities omgevingsvisie

Figuur: De omgevingsvisie als onderdeel van de beleidscyclus

Monitoring Onze omgevingsvisie vormt de koers en het actiekompas voor de inrichting van de Vlissingse leefomgeving. We stellen deze koers en ons kompas gaandeweg steeds bij. Dat doen we ook met onze andere omgevingswetinstrumenten. De wereld verandert namelijk continu. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Door voortdurend te monitoren houden we als gemeente zicht op de voortgang van onze koers. De resultaten en evaluatie hiervan kunnen aanleiding zijn om de omgevingsvisie bij te stellen. Voor de monitoring zoeken we aansluiting bij onze P&C-cyclus en gebruiken we de Brede Welvaartsmonitor.

67

4.4 UITVOERINGSPARAGRAAF

De langetermijnvisie van gemeente Vlissingen is vastgelegd in de strategische visie, de omgevingsvisie en sociale agenda. Deze visies zijn integraal opgesteld. Om de langetermijnvisie te borgen, is het voorstel om deze visies iedere vier jaar te evalueren. Via deze evaluaties onderzoeken we welke aanpassingen in de visies nodig zijn. Zijn er onvoorziene ontwikkelingen die van invloed zijn op delen van de omgevingsvisie? Dan kunnen deze delen zo nodig eerder worden aangepast. In de bestuurlijke cyclus van vier jaar wordt voorgesteld de actualisatie in jaar 3 te starten, zodat de resultaten meegenomen kunnen worden bij het opstellen van een nieuw coalitieprogramma en uitvoeringsprogramma van het nieuwe bestuur. Eens in de twaalf jaar kunnen de aanpassingen worden opgenomen in een volledige herijking van zowel de strategische visie, omgevingsvisie als sociale agenda.

We willen actief aan de slag met de ambities in de omgevingsvisie. Via een programma, de juridische vertaling in het omgevingsplan, het stimuleren van gedrag (denk aan subsidies en educatie) of met daadwerkelijke projecten. We willen als gemeente één uitvoeringsprogramma maken. Dat is gebaseerd op de strategische visie, omgevingsvisie, sociale agenda en het coalitieakkoord (zie paragraaf 3). Zo werken we integraal aan de Vlissingse ambities. We kunnen niet alles tegelijk doen, dus moeten prioriteiten stellen. Ook organisaties of particuliere initiatiefnemers nodigen we uit om aan onze ambities mee te werken.

Investeringen en financiering

Stap richting omgevingsvisie 2.0 Met deze eerste omgevingsvisie voor de gemeente Vlissingen zetten we een stap naar volledige strategische beleidsintegratie. De strategische visie en sociale agenda horen daar ook bij. Het uiteindelijke doel is dat deze visies samen de centrale plek worden voor al het strategisch beleid. Dat betekent dat er vanaf nu geen andere thematische visies meer als losstaand beleid worden vastgesteld. Om de beleidsintegratie te realiseren zien we de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat eens in de vier jaar aangescherpt kan worden. Dit is dus de 1.0-versie van de omgevingsvisie. Hierin hebben we alle ruimtelijke thema’s en de verschillende (bestaande) beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. In de omgevingsvisie 2.0 zetten we een volgende stap in het integreren van (nieuw) strategisch ruimtelijk beleid en de aangegeven thematische, gebiedsgerichte of opgavegerichte uitwerkingen. Natuurlijk gaan we als gemeente wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s, gebieden, of opgaven. Maar dat doen we echt vanuit de ambities en doelen uit onze visies. Bij het uitwerken moeten we namelijk keuzes maken over hoe we onze ambities waar gaan maken. Deze uitwerkingen zijn vrijwillige programma’s (zie paragraaf 1).

Tijdens het opstellen van de omgevingsvisie hebben we gezien dat onder meer de volgende onderwerpen meer uitwerking nodig hebben (vrijwillige programma’s):

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

Evaluatie

Thematische onderwerpen \

Toekomstbestendige leefomgeving (circulaire economie, klimaatadaptatie / biodiversiteit, energietransitie, milieu)

\

Mobiliteit

\

Wonen

\

Beleefbare leefomgeving (o.a. cultuur, erfgoed en kerken)

\

Gezond economisch klimaat

Gebiedsgerichte onderwerpen \

Kenniswerf en Stationsgebied

\

‘t Eiland

Voor de ambities en opgaven in deze omgevingsvisie zijn vaak investeringen nodig. Denk aan klimaatadaptatie en vergroening van de openbare ruimte, het vergroten van onze biodiversiteit, of onze ambitie een fietsstad te worden. Investeren betekent keuzes maken, omdat middelen beperkt zijn. Voor nu sluiten we aan op bestaande budgetten, maar onze ambities zorgen mogelijk ook voor extra kosten (en baten). Bij het uitwerken van de ambities in programma’s en projecten zijn misschien aanvullende budgetten nodig. Hoe we projecten die bij deze visie passen gaan financieren, zal per project of gebied worden bepaald. Hierover nemen we afzonderlijke besluiten. We nodigen ook partners uit om samen onze ambities waar te maken en de maatschappelijke opgaven vorm te geven. Doordat onze samenwerkingspartners, medeoverheden of private partijen ook baat hebben bij deze projecten, zoeken we samen naar financiële ruimte. We houden de mogelijkheid open om bij particuliere initiatieven, los van de wettelijke kosten hiervoor, een bijdrage te vragen voor deze aanvullende investeringen. Om onze doelen en ambities te behalen kunnen we als gemeente bij initiatieven verschillende rollen innemen (paragraaf 2). Van initiatiefnemer tot een meer faciliterende rol.

Bij een faciliterende rol zijn we wettelijk verplicht om kosten te verhalen op de initiatiefnemer, als er kostenverhaalplichtige activiteiten zijn. Hiervoor bepalen we een exploitatiebijdrage in de anterieure overeenkomst of via de regels van het omgevingsplan (nu nog exploitatieplan). Bij een actievere rol zal bij projecten en gebiedsontwikkelingen worden bekeken hoe wij als gemeente een financiële bijdrage voor onze ruimtelijke ontwikkelingen kunnen vragen van partijen die baat hebben bij de ontwikkeling of voorziening. Het gaat om kosten voor ontwikkelingen of voorzieningen die de leefomgeving verbeteren. Een financiële bijdrage voor dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen kan onder de Omgevingswet zowel via een overeenkomst als via regels in het omgevingsplan worden vastgelegd.

68

Wet voorkeursrecht gemeenten Voor de Kenniswerf heeft een aanwijzing op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten plaatsgevonden op 7 juli 2022. Het gebied Wet Voorkeursrecht gemeenten is opgenomen in bijgevoegde afbeelding. De Kenniswerf wordt herontwikkeld en hiervoor wordt gezamenlijk met de onderwijsinstellingen en Dockwize een visie gemaakt. In de gebiedsgerichte uitwerking voor Kenniswerf en Stationsgebied is het toekomstige beeld van dit gebied beschreven op de verschillende opgaven. Met de vaststelling van de omgevingsvisie wordt de aanwijzing automatisch verlengd met een periode van 3 jaar.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

In een afzonderlijk ‘programma kostenverhaal’ werken we het wettelijk kostenverhaal en de financiële bijdrage voor ruimtelijke ontwikkelingen verder uit.

69

Omgevingsvisie gemeente Vlissingen

BIJLAGEN

70

DE OMGEVINGSVISIE VLISSINGEN IN CONTEXT Vlissingen staat niet alleen in de wereld. Nationale en provinciale visies en programma’s bevatten uitspraken over grote, landelijke thema’s en uitdagingen die ook voor Vlissingen van belang zijn. Die geven onze gemeentelijke omgevingsvisie richting en zorgen ervoor dat deze aansluit op samenwerkingen, van regionaal tot landelijk. Daarnaast staat de omgevingsvisie niet op zichzelf binnen de gemeentelijke beleidsvorming. De Strategische visie 2040 van Vlissingen is de overkoepelende toekomstvisie. De omgevingsvisie is daarvan de uitwerking die over de leefomgeving gaat.

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Nederland staat aan de vooravond van grote ontwikkelingen om een aantal urgente maatschappelijke opgaven het hoofd te kunnen bieden. Er moet daarbij veel gebeuren binnen de beperkte ruimte die we hebben: een grote woonopgave, maar ook opgaven op het gebied van energietransitie, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Het duurzaam vernieuwen van Nederland gebeurt door vele samenwerkende partijen: het Rijk, de provincies, gemeenten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft hierbij richting aan de ruimtelijke inrichting van Nederland, helpt om keuzes te maken, slimme combinaties van functies te bekijken en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. De uitvoering valt onder de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke ministeries die hiervoor beleidsstukken en programma’s opstellen. Deze programma’s en beleidsstukken hebben gevolgen voor de ruimtelijke inrichting van Nederland en ook van Vlissingen. Bekijk de NOVI.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

Bijlage

In de NOVI zijn drie urgente opgaven benoemd die van belang zijn voor de Zeeuwse regio en voor de gemeente Vlissingen:

De Omgevingsvisie Vlissingen past goed in landelijk en provinciaal richtinggevend beleid en speelt in op de programma’s die daarvoor worden georganiseerd en de samenwerkingen die daarbinnen plaatsvinden.

\

Opgave 1: Zeeuwse havens en Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone. North Sea Port District ligt deels over de grens met België. Het Rijk heeft aandacht voor het samen ontwikkelen en gecoördineerd uitvoeren van het havengebied als sterk economisch grensoverschrijdend cluster.

\

Opgave 2: Kust in de Delta. De opgave gaat over verbinding van de voordelta en de kust. Hierbij worden zandsuppleties (zandopspuitingen om de kustlijn te behouden) en de kracht van de steden benut.

\

Opgave 3: De transitie van landelijk gebied in twee snelheden. Het landelijke gebied staat voor een aantal grote transities. Oplossingsrichtingen hiervoor verschillen tussen gebieden, maar ook in tempo.

Voor de Zeeuwse havens en Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone is gekozen om dit het NOVEX-gebied North Sea Port District te noemen. Voor een deel ligt dit op Vlissings grondgebied. In het North Sea Port District komen opgaven samen die (lands)grenzen overschrijden, zoals de verduurzaming van de industrie, ruimte voor duurzame energieopwekking, de aanlanding van wind op zee (het transporteren van windenergie vanuit zee) en het slim benutten van restwarmte (afkomstig van industrie). Noodzakelijke voorwaarden hierbij zijn de benodigde hoofdinfrastructuur van de haven naar land voor energie en het buisleidingennetwerk voor reststromen.

71

Net als het Rijk legt ook de provincie ambities en beleidsdoelen voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving vast. Dit is de Zeeuwse Omgevingsvisie. Hierin staan vier Zeeuwse ambities centraal, die weer goed aansluiten bij de uitdagingen die in de Nationale Omgevingsvisie staan, maar dan met een Zeeuwse invulling. De Zeeuwse ambities zijn samen met organisaties en mensen uit de omgeving gemaakt. De vier ambities zijn: \

Ambitie 1: Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland – In 2050… is voor iedereen een passende woning beschikbaar, draagt de woonomgeving bij aan gezondheid gedrag en een veilig gevoel en is de leefomgeving toekomstbestendig ingericht.

\

Ambitie 2: Balans in de grote wateren en het landelijk gebied – In 2050… is de Zeeuwse Delta, inclusief bodem, natuur en landschap, veilig en klimaatbestendig, ecologisch veerkrachtig en economisch vitaal.

\

Ambitie 3: Een duurzame en innovatieve economie – In 2050… heeft Zeeland een circulaire economie en zijn de verschillende economische sectoren vernieuwend, vitaal en klaar voor de toekomst.

\

Ambitie 4: Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland – In 2050… is Zeeland ingericht om wateroverlast, droogte en hittestress het hoofd te bieden. Het is klimaatbestendig en waterrobuust en stoot vrijwel geen broeikasgassen uit.

De Zeeuwse omgevingsvisie is te vinden via https://www.zeeland.nl/ zeeuwse-omgeving/de-zeeuwse-omgevingsvisie. De Omgevingsvisie Vlissingen sluit aan op de ambities en opgaven uit deze visie.

Van Strategische visie Vlissingen naar Omgevingsvisie Vlissingen, naar Omgevingsplan Een mooier, sterker en duurzamer Vlissingen maken we door samen én integraal te werken. Eerst is de overkoepelende Strategische visie 2040 voor Vlissingen opgesteld. Deze visie geeft richting aan de keuzes die de gemeente de komende jaren zal maken bij allerlei maatschappelijke opgaven. Een strategische visie beslaat alle domeinen: sociaal, economisch en fysiek. Voor de omgevingsvisie die over het fysieke domein – de leefomgeving – gaat, vormt de strategische visie de basis. De uitwerking van de strategische visie is vertaald naar doelen en ambities in de Omgevingsvisie Vlissingen. Het gaat over keuzes over de ruimte om ons heen: landschap, natuur, water, milieu, verkeer en vervoer, wonen, economie en cultureel erfgoed. Als beleid in het sociaal of economisch domein invloed heeft op de leefomgeving, is daar ook rekening mee gehouden in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is voor de gemeente. Ook nodigt de visie initiatiefnemers uit om de ambities hieruit waar te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13796813/1