3.1 Rvs Vaststelling Omgevingsvisie Vlissingen 2040 – Vlissingen in balans bijlage 1 rapport
Tekst van het document
OMGEVINGSVISIE VLISSINGEN 2040
Vlissingen in balans
VASTSTELLING
Vlissingen in balans. Dat is wat we voor ogen hebben met deze omgevingsvisie. Aantrekkelijk voor bewoners én voor bezoekers. Groener, maar nog steeds goed toegankelijk voor de auto. Economisch gezond, veilig én tegelijkertijd energieneutraal. Om in 2040 in balans te zijn, moeten we vandaag een aantal keuzes maken. Keuzes over de ruimte om ons heen: de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. Waar willen we gaan ontwikkelen? Wat willen we behouden? Niet alles kan namelijk overal. En dan hebben we ook nog te maken met een voortdurend veranderende wereld om ons heen.
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
Voorwoord
Op basis van de Strategische visie 2040 geven we met de omgevingsvisie richting aan hoe onze omgeving er in 2040 uit moet zien. Dat deden we samen met u, inwoners, organisaties, ondernemers en gemeenteraad. We hebben keuzes gemaakt. Zo geven we aan welk thema in welk gebied de aandacht nodig heeft en op welke manier we verschillende thema’s slim gecombineerd op kunnen pakken. Daarbij houden we natuurlijk vast aan ons typisch Vlissingse DNA. We willen goed voorbereid zijn op de toekomst. En soms lopen we als Vlissingen in die toekomst zelfs voorop met onze bijzondere kennis. Dank aan iedereen die heeft meegeholpen aan deze omgevingsvisie. De koers is uitgestippeld en het kompas wijst ons de weg. Tijd om hiermee aan het werk te gaan. Samen deze reis te maken. Om straks fier en trots te kunnen zeggen: Ons Vlissingen? In balans!
Coen Bertijn Wethouder
2
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
2 4 1 3 INHOUDS OPGAVE
HOOFDSTUK 1. DE VLISSINGSE KOERS EN HET KOMPAS 1.1 Het Vlissingse DNA, dit zijn onze kernkwaliteiten
6
6
1.2 Vanuit ons DNA naar onze ambities
7
1.3 Onze hoofdopgaven
8
1.3.1 Natuurlijke en groene leefomgeving 9 1.3.2 Klimaatbestendige leefomgeving 13 1.3.3 Cultureel en beleefbaar 16 1.3.4 Fysiek en digitaal verbonden 18 1.3.5 Circulair en energieneutraal 21 1.3.6 Gezond economisch klimaat 24 1.3.7 Aantrekkelijk wonen en verblijven 27 1.3.8 Sociaal en gezond 30 1.3.9 Veilige leefomgeving 33
HOOFDSTUK 2. DE INTEGRALE OMGEVINGSVISIE IN KAART 37
HOOFDSTUK 3. GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
42
HOOFDSTUK 4. WERKEN MET DE OMGEVINGSVISIE
66
Integrale visie in kaart
38
3.1 Binnenstad
44
4.1 Van visie tot vergunningen
66
Legenda integrale visie in kaart
39
3.2 Stedelijk woongebied
47
3.3 Kustzone en Open water
51
4.2 Integraal aan het werk in samenwerking met partners
67
3.4 Bedrijventerreinen
54
4.3. Een levend document
67
3.5 Kenniswerf en Stationsgebied
56
4.4 Uitvoeringsparagraaf
68
3.6 Buitengebied en cultuurlandschap
59
3.7 Buitenhaven en Sloehaven
61
3.8 Landelijk woongebied
63
BIJLAGE
71
De Omgevingsvisie Vlissingen in context
71
Hoe en met wie hebben we deze visie gemaakt?
73
3
Hoe ziet Vlissingen er in 2040 uit? Dat ontdekten we in 2022 samen met de inwoners, ondernemers, studenten en verenigingen in Vlissingen. De uitkomst legden we vast in de Strategische visie 2040. Daarin staat hoe we met zijn allen Vlissingen graag willen zien over 20 jaar. Onderverdeeld in de thema’s Delta-innovatie, Verbinding, Duurzaamheid, Gezond en vitaal, In balans en Samenwerking. Ook het coalitieakkoord 2022-2026 – met de onderwerpen waar het college deze 4 jaar op gaat inzetten – is gebaseerd op de strategische koers richting 2040.
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
Inleiding
Om deze koers te kunnen gaan varen en Vlissingen morgen nog sterker, aantrekkelijker en duurzamer te maken, moeten we vandaag een aantal keuzes maken. Keuzes over de ruimte om ons heen: de omgeving waarin we wonen, werken en onze vrije tijd doorbrengen. Zoals: waar willen we gaan ontwikkelen en wat willen we behouden? Want niet alles kan overal. De te maken keuzes over onze omgeving staan in deze omgevingsvisie. Het gaat over landschap, natuur, water, milieu, verkeer en vervoer, wonen, economie en cultureel erfgoed. We werken hiervoor 9 gemeentebrede hoofdopgaven uit. Hierbij zijn de overkoepelende Nationale en Zeeuwse omgevingsvisies ook van invloed. En we delen Vlissingen in deelgebieden in. In ieder gebied gelden namelijk weer andere ambities en uitdagingen. De omgevingsvisie geeft dus aan met welke belangen en uitdagingen we tot 2040 aan de slag gaan als gemeente. Belangrijk voor de gemeente Vlissingen zelf. Maar inwoners, ondernemers, studenten en organisaties in Vlissingen krijgen er straks ook mee te maken, namelijk door de Omgevingswet. Deze nieuwe wet vat 26 losse wetten over ruimtelijke ontwikkeling samen: van bouwen en landschap tot water en milieu. Voor een ontwikkeling of initiatief is straks, in plaats van een bestemmingsplan, omgevingsvergunning en andere vergunningen, alleen nog een Omgevingsplan nodig.
En dat Omgevingsplan moet kloppen met de Omgevingsvisie Vlissingen. Daarom leest u in deze visie eerst over het DNA van Vlissingen en de verschillende hoofdopgaven. Daarna wordt elk deelgebied bekeken. Als er één ding zeker is, dan is het dat niets vastligt. De wereld staat niet stil. In lijn met de Omgevingswet presenteren we de Omgevingsvisie Vlissingen dan ook als levend, dynamisch document dat we tijdens het werken met de omgevingsvisie als gemeente blijven aanscherpen.
4
De Vlissingse koers en het kompas
Omgevingsvisie gemeente Vlissingen
HOOFDSTUK 1.
5
Als de Strategische visie 2040 de koers aangeeft waar Vlissingen op navigeert, is het niet meer dan logisch om daar een kompas aan te verbinden. Met dat kompas kunnen we goed sturen. We vertrekken steeds vanuit het DNA van Vlissingen, dat uit onze kernkwaliteiten bestaat: de rood-witte wijzer van het kompas. Dat DNA geeft invulling aan onze drie duurzame ambities: de blauwe ring. Die ambities geven weer richting aan onze negen hoofdopgaven waaraan wij de komende jaren werken: de witte ring. Zo werken we vanuit ons Vlissingse DNA aan opgaven, voor een duurzame leefomgeving die bijdraagt aan de brede welvaart van Vlissingen.
1.1 HET VLISSINGSE DNA, DIT ZIJN ONZE KERNKWALITEITEN Waar zijn we trots op? Wat is kenmerkend voor Vlissingen en wat maakt dat we ons onderscheiden van andere gemeenten? Dat vormt samen onze kernkwaliteiten. Het is ons DNA, onze identiteit. Vanuit die identiteit bekijken we huidige en gewenste toekomstige ambities. Dit geeft richting aan initiatieven en projecten.
Lang verhaal kort: De drie kernkwaliteiten van Vlissingen zijn: \
Ligging aan zee met een maritiem verleden, heden en toekomst
\
Levendige stad van contrasten
\
Creatief en vrijgevochten
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
Hoofdstuk 1. De Vlissingse koers en het kompas
In alles wat we als gemeente doen, streven we naar het behouden en versterken van onze drie kernkwaliteiten. Vandaar dat ze op de rood-witte wijzer van ons kompas zijn afgebeeld.
Ligging aan zee met een maritiem verleden, heden en toekomst Zeg je Vlissingen, dan zeg je water. Maar liefst 90% van ons gemeentelijk grondgebied is water. Vlissingen, gericht op zee, heeft dan ook een maritiem verleden, heden en toekomst. In onze ontstaansgeschiedenis is de Westerschelde een essentieel onderdeel geweest. We koesteren de rijke cultuurhistorie en ons bijzondere erfgoed zoals de verdedigingswerken of de Karolingenburg. Maar ook het heden is maritiem gekleurd. Van de boulevards en de jachthavens tot de scheepvaart, scheepsbouw, en de industriële haven. Vlissingen behoort zelfs tot het derde zeehavengebied van Nederland met zo’n 70 bedrijven in de haven. En DNA kruipt waar het niet gaan kan; evenementen, wonen en recreatie hebben ook een maritiem karakter.
Figuur: Het Vlissings Kompas waar onze kernkwaliteiten sturend zijn
De toekomst van Vlissingen is hoe dan ook grotendeels bepaald door de ligging in de delta. Werkgelegenheid zal in de toekomst nog steeds vooral in de maritieme sector te vinden zijn, soms op innovatieve wijze door de aandacht en ruimtelijke oplossingen die klimaatverandering vraagt. Denk aan de bouw en het onderhoud van windmolenparken op zee. En Vlissingen kijkt hierin niet alleen gedurfd vooruit, maar is ook internationaal georiënteerd, onder meer vanuit de Europese tophaven North Sea Port. Vanuit de NOVI staat de maritieme ontwikkeling van Vlissingen en omgeving nationaal op de agenda, als onderdeel van de gebiedsagenda North Sea Port.
6
Het is 2040… en Vlissingen is in balans. Dat is een van de doelstellingen uit de strategische visie. Prettig om in te wonen, werken, leren, ondernemen of recreëren. Om die balans mogelijk te maken, moet er een evenwicht zijn tussen mens, omgeving en economie. Dat zijn dan ook onze drie gemeentelijke ambities:
Levendige stad van contrasten Vlissingen is een stad van staal, gedurfd bouwen en grote schepen, maar ook landelijke dorpen. Ongepolijst met rauwe randjes én rust en ruimte. Met glooiende natuur en cultuurlandschap. Met zee, duinen, kreekruggen en poelgronden. Een diversiteit aan stranden en bijzondere flora en fauna. Luxe badplaats en levendige binnenstad. Overal duiken de contrasten op. Kleurrijke bebouwing en moderne architectuur, gebroederlijk naast eeuwenoude cultuurhistorische gebouwen. Er is een grote verscheidenheid aan inwoners en aan activiteiten. Vlissingen is levendig in ieder seizoen en op ieder uur. Studenten, vissers en havenarbeiders, ondernemers en jonge gezinnen, toeristen en reizigers… Vlissingen verwelkomt gastvrij en tolerant, maar is ook volks en zonder poespas. En naast die bruisende stad hebben Ritthem en Oost-Souburg hun eigen dorpse karakter, waarbij Ritthem nog de sfeer ademt van landelijk wonen.
Creatief en vrijgevochten Vlissingen is een experimentele gemeente met lef. Dit zie je terug in de gedurfde stedenbouw en architectuur. Vlissingen is creatief op vele vlakken en heeft eigen opvattingen, ideeën en een sterk karakter. Ook in het omgaan met nieuwe ruimtelijke en sociale vraagstukken. Festivals en cultuur zijn sterk vertegenwoordigd en hebben een regionale aantrekkingskracht. De gemeente is constant in ontwikkeling en schakelt mee met de veranderingen in de maatschappij. Zo is de Kenniswerf een groeiende broedplaats voor creativiteit en startende ondernemers.
\
Verbinding tussen mensen
\
Verbinding tussen land en water
\
Hotspot voor delta-innovatie, kenniseconomie
samenredzaamheid en een inclusieve samenleving. In Vlissingen hebben we volop aandacht voor ontmoeten, bewegen, beleven, gezondheid en meedoen. We zetten in op positieve gezondheid. Goed toegankelijke voorzieningen en een veilige inrichting van de openbare ruimte kunnen hier enorm bij helpen.
1.2.2 AMBITIE OMGEVING: VERBINDING TUSSEN LAND EN WATER Onze ambitie is om van Vlissingen een delta-hotspot te maken, waarin water, land(schap) en ruimte goed verbonden en in harmonie zijn.
Bij het vinden en behouden van de balans tussen deze drie ambities gaan we ervanuit dat we naar een duurzame leefomgeving streven met brede welvaart. Breed betekent dat die welvaart ook rekening houdt met die van latere generaties of van mensen buiten Vlissingen en deze niet in gevaar mag brengen. Dus ontwikkelingen mogen bijvoorbeeld niet tot vervuiling van bodem, water en atmosfeer leiden. En iedereen moet zich kunnen ontwikkelen in een gezonde, gelijkwaardige en veilige leefomgeving. Ook bekijken we meervoudig ruimtegebruik om binnen onze beperkte ruimte meerdere ambities en opgaven te vervullen.
Vlissingen ligt op de spannende strook tussen land en zee. De verbinding tussen land en water is al eeuwenlang van enorm belang voor Vlissingen. Het is ons bestaansrecht en ook ons eeuwige gevecht. We willen namelijk ook groeien en de stad en de ruimte hieromheen ontwikkelen. Daarom zetten we ons samen met de Zuidwestelijke Delta vol in om een schone, duurzame en klimaatbestendige delta te worden. Als het lukt, zelfs de eerste ter wereld. We bouwen natuurinclusief en circulair zodat bodem, water en atmosfeer niet worden vervuild. We richten onze ruimte klimaatadaptief, groen en gezond in met aandacht voor biodiversiteit.
Deze uitgangspunten zijn de rode lijn in de uitwerking van onze negen hoofdopgaven die zo bijdragen aan het behalen van onze drie kernambities.
1.2.3 AMBITIE ECONOMIE: HOTSPOT VOOR DELTA-INNOVATIE, KENNISECONOMIE
1.2.1 AMBITIE MENS: VERBINDING TUSSEN MENSEN De ambitie is om bewoners en bezoekers sociaal en digitaal met elkaar te verbinden om te komen tot een gezamenlijke gezonde, gelijkwaardige, toekomstbestendige en veilige leefomgeving In Vlissingen staat de mens centraal. We zijn trots op Vlissingen en willen dat Vlissingers met elkaar verbonden zijn of raken. Er is aandacht voor zowel onze inwoners als tal van bezoekers die naar Vlissingen komen. Speciale aandacht hebben we voor inwoners met een lage sociaaleconomische status (SES). Door ook hen de kans te geven zich te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving, ontstaat verbinding tussen mensen. Elkaar helpen en weten te vinden, leidt tot
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
1.2 VANUIT ONS DNA NAAR ONZE AMBITIES
De ambitie is om bij te dragen aan de welvaart van onze inwoners en de ontwikkeling van een mainport gebaseerd op een unieke kenniseconomie ten aanzien van delta-innovatie. Vlissingen is een stad waar wordt gewerkt. Waar de handen uit de mouwen worden gestoken. Een strategisch knooppunt waar kennis wordt vergaard, innovaties worden geboren en producten worden gemaakt die gebruikt worden over de hele wereld. Onze ambitie is om in 2040 de vierde mainport van Nederland te zijn: dé hotspot voor delta-innovatie. Met unieke kennisontwikkeling en ondernemerschap rond de delta. In de toekomst staat Vlissingen (inter)nationaal bekend om zijn ‘delta-innovatie’-opleidingen. De delta-hotspot Vlissingen staat garant voor bijzondere kennis op de deltathema’s water, maritiem,
7
1.3 ONZE HOOFDOPGAVEN
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
veiligheid, energie en voedsel. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan daar in sterke mate in bijdragen, met de juiste voorzieningen, verbindingen en uitstraling van de openbare ruimte. De aanwezigheid van voldoende kwalitatieve woningen en voorzieningen voor mensen die hier werken is hierbij essentieel.
Vlissingen heeft dus een eigen DNA en heeft vanuit die sterke identiteit drie ambities gevormd op het vlak van mens, omgeving en economie. Vlissingen staat als gemeente voor veel uitdagingen en kansen. Van het woningtekort en de klimaatadaptatie tot het stimuleren van circulariteit. Deze vraagstukken zijn soms goed samen op te pakken. Maar soms ook niet. En alle vraagstukken vragen iets van de ruimte om ons heen, van onze omgeving. En niet alles kan overal. Door meervoudig gebruik van de beperkte beschikbare ruimte kunnen meerdere ambities en opgaven wel slim worden samengevoegd. Het onderling verbinden van verschillende vraagstukken kan tot een integrale oplossing leiden. En zo bijdragen aan het vervullen van onze ambities. In deze omgevingsvisie zijn daarom negen, (gecombineerde) hoofdopgaven uitgewerkt, die goed het brede palet aan uitdagingen, kansen en ambities weergeven. Onze negen hoofdopgaven zijn: \
Natuurlijke en groene leefomgeving
\
Klimaatbestendige leefomgeving
\
Cultureel en beleefbaar
\
Fysiek en digitaal verbonden
\
Circulair en energieneutraal
\
Gezond economisch klimaat
\
Aantrekkelijk wonen en verblijven
\
Sociaal en gezond
\
Veilige leefomgeving
8
Waar gaat het over Een groene omgeving heeft een positieve invloed op de mentale gezondheid en nodigt uit tot bewegen. Belangrijk in onze focus op positieve gezondheid dus. Deze natuurlijke en groene leefomgeving bestaat uit alle natuur in de gemeente, zowel in openbaar gebied als op percelen van andere eigenaren. Met groen bedoelen we planten, maar ook water. Het gaat over groen in het buitengebied en in de stedelijke omgeving van gemeente Vlissingen, zoals onze bossen, parken, groenstroken en sloten. In deze gebieden met planten en dieren, gaat het ook over het leven onder de grond. Belangrijke thema’s zijn biodiversiteit, bodem, water en landschap en de instrumenten hierbij zijn groeninrichting en groenbeheer.
Directe relatie met:
Het hier en nu Vlissingen is onderdeel van het Walcherse landschap. De kenmerken van dit Walcherse landschap zijn vooral nog zichtbaar in ons buitengebied. Daar zijn de kenmerkende dijken en duinen, kreekruggen en poelgronden, kreken, landweggetjes en hagen nog aanwezig. Het landschap heeft weidse uitzichten over landerijen en de kust. Door Vlissingen zelf lopen lange groenblauwe lijnen zoals watergangen, hagenstructuren en groene zones. Cultuurhistorische elementen zijn vliedbergen en verdedigingslinies. De diversiteit aan soorten ligt in Vlissingen gemiddeld hoger dan het Nederlands gemiddelde, met meer dan 500 soorten per km2. Dit komt deels door de beschermde status van delen van de groengebieden. Delen van de kustlijn met duingebieden en de Westerschelde zijn onderdeel van Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe. Daarnaast liggen er enkele Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebieden rondom Ritthem en in het westen van de gemeente. In de bebouwde kom van Vlissingen hebben vooral oude woonwijken veel verharding. Het aanwezige stedelijk groen is redelijk eenzijdig: ruim driekwart van de 230 ha bestaat uit grasvelden en kruidenrijke grasbermen.
De kwaliteit van het groen en groenbeheer is op laag niveau geschat bij de laatste inspectie.1 Dit is in lijn met wat is opgelegd onder het artikel 12-regime, namelijk dat groen op het een-na-laagste kwaliteitsniveau (C) moet worden beheerd.
In het buitengebied van de gemeente is de bodemkwaliteit goed, terwijl die in de stedelijke gebieden aanzienlijk minder is. Voor bepaalde projecten, zoals groeninitiatieven, moet er rekening worden gehouden met eventueel vervuilde grond.
Aan de slag met:
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
1.3.1 NATUURLIJKE EN GROENE LEEFOMGEVING
De belangrijkste thema’s waar we mee aan de slag moeten binnen Natuurlijke en groene leefomgeving: 1.
Een oplossing vinden voor versnipperd groen.
2.
Het verlies van biodiversiteit tegengaan.
3.
Een goede bodem- en waterkwaliteit garanderen.
4.
Walcherse landschapselementen terugbrengen in het landschap.
5.
Met een groene omgeving bijdragen aan welzijn en meer bewegen.
In 2040 heeft Vlissingen… Een natuurlijke en groene leefomgeving door een robuust groenblauw netwerk met meer biodiversiteit (thema 1, 2, 3 en 5), door groen op ecologische wijze in te richten, te beheren en onderhouden (thema 2) en een betere verbinding met het Walcherse landschap in het buitengebied en in het stedelijke groen.
Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v de natuurlijke leefomgeving: We versterken de groenstructuur en scheppen mogelijkheden voor ecologische zones/corridors ten behoeve van een betere biodiversiteit. We behouden en versterken de karakteristieken van de verschillende landschapstypen zoals besloten kreekruggen en open poelgronden. We hanteren het ‘3/30/300 principe’ als uitgangspunt. Het gaat daarbij om het principe: 3 bomen zichtbaar vanuit elk huis, 30% boomkransbedekking in elke buurt en elke woning maximaal 300 meter vanaf een park of groene ruimte.
1
Informatie uit niet vastgesteld Beleidsplan groen 2022-2026 (2022), Areaalgegevens: kwantiteit en kwaliteit
9
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
Een robuust groenblauw netwerk met hoge biodiversiteit Om in 2040 een stevig netwerk van groen en water te hebben, zijn groene verbindingsaders nodig, moeten we de 3-30-300 vuistregel toepassen en zorgen voor een gezond bodem- en watersysteem.
Groene verbindingsaders versterken In 2040 functioneert het openbare groen en water als het groenblauwe netwerk van de gemeente. Het is een gezonde en robuuste hoofd-groenstructuur die natuurgebieden en woonwijken met elkaar verbindt. Niet alleen voor de gebruikers, maar ook voor planten en dieren. Hiervoor focussen we op sterkere verbindingsaders, die gevormd worden door de blauwe en groene verbindingen binnen het stedelijke gebied. Zo’n ader moet als een ecologische verbinding voor diersoorten werken, waardoor een netwerk ontstaat. Dat vergroot niet alleen de biodiversiteit, maar kan ook helpen in de klimaatadaptatie. Het groene netwerk draagt zo bij aan een beter woon- en leefklimaat van mens, plant en dier. Ook de verbinding van de groenblauwe netwerken met het buitenge-
bied geven we nader vorm. We zoeken nadrukkelijker naar het versterken van de verbinding tussen de agrarische en de natuurfunctie en tussen natuurfuncties onderling. Kansen hiervoor vinden we in transformatielocaties en herinrichtingsprojecten. Bij transformatie van gebieden, zoals de Spuikom of het Arsenaalgebied, en bij herinrichting van de openbare ruimte, zorgen we dat natuur en groen worden meegenomen in de planontwikkeling. Een groene inrichting van het project Stadslandgoed legt de verbinding met het buitengebied. De ambitie is ook de verbinding met de stad en met Rammekenshoek (Ritthemse bos) te maken. We zorgen dat het Nollebos groen blijft en dat op basis van het vastgestelde (geamendeerde) streefbeeld er de juiste aansluiting met het omliggende landschap is.
3-30-300 vuistregel toepassen We willen in 2040 de 3-30-300 vuistregel algemeen toegepast hebben bij de inrichting van de openbare ruimte in de stedelijke omgeving. Daar waar dit niet haalbaar blijkt, worden andere groene maatregelen ingezet ter compensatie. Het gaat om het versterken van het groenblauwe netwerk op kleinere schaal: de haarvaten van Vlissingen. De vuistregel bestaat uit de volgende uitgangspunten: iedereen moet minstens drie bomen kunnen zien vanuit huis. Een groen uitzicht
heeft een positief effect op ieders welzijn. Dan moet iedere wijk voorzien zijn van 30 procent bladerdek, voor verkoeling, een beter microklimaat en betere luchtkwaliteit en voor het absorberen van geluid. Ook woont iedereen op maximaal 300 meter van een groene plek van minstens 1 hectare groot, om te recreëren of te verkoelen. Dit moet een hoogwaardige groene verblijfsplaats zijn, met veilige wandelroutes ernaartoe.
Gezond bodem- en watersysteem In 2040 laten we bodem en water sturend zijn in de ruimtelijke ordening, voor een gezond ecosysteem dat – letterlijk – de basis is om prettig te kunnen wonen, werken en leven in Vlissingen. Voor een gezond systeem van bodem en water moeten beide van goede kwaliteit zijn. Voor het leven om ons heen en voor onze veiligheid en gezondheid. Goede kwaliteit betekent voor ons: geschikt voor het beoogde gebruik en met een gezond evenwicht van alle organismen.. In bebouwd gebied moet de waterkwaliteit passen bij de functie van het gebied eromheen. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van waterschap en gemeente. Dit doen we door gezamenlijk stedelijke waterplannen te maken en gezamenlijk op te trekken in de uitvoering van de stedelijke wateropgaven.
10
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
Ecologische groeninrichting en beheer Om in 2040 een ecologische inrichting en beheer van het groen te hebben, moeten we de focus leggen op kwaliteit, biologische beplanting die van oorsprong bij het gebied hoort en bij het ontwerpen natuurinclusief denken.
Focus op kwaliteit In 2040 hebben we een groeninrichting met een hoge kwaliteit, dat wil zeggen gevarieerd, biologisch, gebiedseigen en robuust. Een goede kwaliteit groen zorgt ervoor dat het groen optimaal kan werken voor de ecosystemen waarin we leven: goed groeiend groen leidt tot meer evapotranspiratie2, afvang van fijnstof en kan beter bloeien. Dus hoe beter en sterker een plant kan groeien, hoe groter de voordelen zijn van die plant. Ook kan de plant dan beter tegen een stootje. Om planten zo’n goed mogelijke kans te geven, is het belangrijk dat ze een goede groeiplaats hebben. Hier hebben ze de ruimte om tot volle potentie te komen en gezond te blijven.
Biologische gebiedseigen beplanting In 2040 versterkt ons openbaar kwalitatief groen de biodiversiteit en ecologie. Vlissingen kiest daarvoor in de gemeente voor een ecologische groeninrichting.
2
Dit betekent dat we gebruik maken van biologische gebiedseigen beplanting. Ook kiezen we voor een grote variatie aan verschillende plantensoorten, zodat deze beter bestand zijn tegen ziektes en tegenslagen zoals langdurige droogte of regenval. In het buitengebied kiezen we, waar we dit zelf in de hand hebben, voor ecologische bermen. Ook stimuleren we andere grondeigenaren om hiermee aan de slag te gaan. De goede bodem- en waterkwaliteit die we nastreven is hierbij essentieel.
Natuurinclusief ontwerpen In 2040 is natuurinclusiviteit een standaard onderdeel van de ontwerpopgaven bij gebouwen, bijbehorende percelen en het beheer daarvan. Als gemeente hebben we hierin dan het goede voorbeeld gegeven door ook ons eigen vastgoed natuurinclusief in te richten. Dat doen we door te zorgen voor ruimte voor verschillende diersoorten die zich in en rondom Vlissingen thuis voelen. Zoals verschillende soorten (water)vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen, kreeftachtigen, insecten en vissen. Daarvoor moeten we de juiste leefomgevingen voor hen creëren, met voldoende voedsel, vocht, veiligheid, ruimte voor voortplanting en verbinding. Dit heet natuurinclusief ontwerpen. Vruchtdragende planten en bomen hebben het bijkomend voordeel dat ook mensen ervan kunnen genieten en ze kunnen zorgen voor bijzondere ontmoetingen in de openbare ruimte.
Ecologisch groenbeheer In 2040 is ook het beheer van ons groen ecologisch. Dit vraagt bijvoorbeeld om de overgang naar een andere manier van maaien van gazons, met maximaal twee maal per jaar. Zo krijgen inheemse planten de kans om te groeien en bloeien. Maaien en afvoeren van maaisel vindt pas plaats nadat de bloemen zijn uitgebloeid en hun zaden hebben verspreid. Zo ontstaat een natuurlijke ontwikkeling van planten, waardoor gazons en bermen een bloemrijker en diverser karakter krijgen. De randen, tot ongeveer een meter, grenzend aan paden en wegen worden wel regelmatig gemaaid, zodat het gras niet gaat overhangen. Hierbij is goede informatie verstrekken erg belangrijk, en willen we inwoners partner maken bij het realiseren van onze ambities. Zo leggen we uit wat iedereen zelf aan eigen beheer kan doen voor meer groen in en om de woning. We stimuleren iedereen om van de mogelijkheden die er zijn gebruik te maken, zoals adoptiegroen, geveltuintjes of boomspiegels. We gebruiken hiervoor de kracht van het wijkgericht werken.
Evapotranspiratie is de combinatie van verdamping (evaporatie) van oppervlaktewater en uit de bodem, en de verdamping van planten (transpiratie). Daarmee is het de totale stroom aan water dat de atmosfeer in trekt.
11
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
Verbinding met het Walchers landschap in het buitengebied en stedelijk groen In 2040 staat Vlissingen weer in verbinding met het bijzondere Walcherse landschap. Door het behouden en waar mogelijk uitbreiden van herkenbare elementen in dit landschap versterken we het.
Bijzonder landschap versterken In 2040 hebben we het typische Walcherse cultuurlandschap maximaal behouden en versterkt binnen onze mogelijkheden als gemeente. Bijzondere landschappen en groengebieden komen meer tot hun recht, er is meer variëteit in het landschap en in de ruimte en herkenbare landschapselementen in het buitengebied zijn versterkt.
Op sommige plekken voegen we Zeeuwse hagen toe, op andere plekken behouden we de typische openheid van het landschap. Ook maken we een betere verbinding met het omringende landschap van Walcheren door in het buitengebied en de stedelijke omgeving ruimte te geven aan water. Typische Walcherse elementen kunnen ook in het stedelijke gebied een plek krijgen. We werken aan gebiedseigen beplanting in het openbaar groen, zoals duinbeplanting, hagen en meidoorns, en het terugbrengen van cultuurhistorische elementen. We zoeken in deze landschapsverbinding de nadrukkelijke samenwerking met de andere gemeentes op Walcheren; Veere en Middelburg.
Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v het Walchers cultuurlandschap: We sturen op vormgeving van dorps- en stadsranden in een gebalanceerde compositie van gebouwen en groen. We houden de bestaande landschappelijke waarden, water en bodem als ordenende principes aan. Alle gemeenten beschermen hun cultureel erfgoed en het Walcherse cultuurlandschap.
12
Waar gaat het over Een klimaatbestendige leefomgeving is voorbereid op extremere weersomstandigheden dan normaal. Wateroverlast en overstromingsrisico’s, droogte en hitte kunnen hierin beter opgevangen worden of bestreden. Niet alleen de openbare ruimte kunnen we klimaatbestendig inrichten, het geldt ook voor gebouwen, de ondergrond, onze kustverdediging en het stedelijk groen.
Directe relatie met:
Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel wereldwijd. Dit is op termijn een risico voor de veiligheid van Vlissingen. Er ligt daarom een versterkingsopgave voor de primaire waterkeringen van Vlissingen, die vóór 2050 moet worden uitgevoerd. Delen van Vlissingen, zoals de boulevards en de Sloehaven, zijn buitendijks gebouwd. Bij deze buitendijkse gebieden moeten we extra aandacht schenken aan het verkleinen van het overstromingsrisico. Tot slot heeft Vlissingen een wettelijke taak voor het afvalwater, hemelwater en grondwater in de gemeente. Deze taken zijn uitgewerkt in het gemeentelijk Rioleringsplan.
Aan de slag met: De belangrijkste thema’s waar we mee aan de slag moeten binnen Klimaatbestendige leefomgeving:
Het hier en nu Door klimaatverandering stijgt de temperatuur op aarde en beleven we extra droge en extra natte periodes. Met droogte, verzilting en hittestress tot gevolg, maar ook wateroverlast. Het opschuiven van klimaatgrenzen zet daarbij de biodiversiteit onder druk. Dit heeft allemaal effect op onze leefomgeving, ook in Vlissingen. Zo leiden de hogere temperaturen in het stedelijk gebied tot hittestress, vooral in wijken die erg versteend zijn, zoals het Middengebied. Intensieve buien zorgen soms voor wateroverlast doordat te veel water in korte tijd in het riool terechtkomt en niet weg kan stromen.
1.
Verminderen van hittestress.
2.
Tegengaan van wateroverlast door intense buien.
3.
Voorkomen dat de bodem verzilt door droogte.
4.
Voldoende ruimte behouden in de ondergrond voor klimaatadaptieve ingrepen;
5.
Overstromingsrisico beperken in relatie tot zeespiegelstijging.
In 2040 heeft Vlissingen… Een klimaatbestendig bebouwd gebied (thema 1, 2, 3 en 4) en een klimaatbestendig buitengebied (thema 3 en 4), naast een toekomstbestendige kustverdediging (thema 5).
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
1.3.2 KLIMAATBESTENDIGE LEEFOMGEVING
Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v klimaatadaptatie: We werken mee aan en lobbyen voor een waterveilige en aantrekkelijke kustwering (multifunctioneel).
Een klimaatbestendig bebouwd gebied In 2040 heeft Vlissingen een klimaatbestendig bebouwd gebied door betere berging en afvoer van water en een hittebestendige buitenruimte. Ook gaan we slimmer om met de ondergrond. Om klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden, gaan we voor grootschalige ruimtelijke aanpassingen in het dichtbebouwde stedelijke gebied. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar de risicogebieden die uit de klimaatstresstest komen. In het ontwerpen en beheren van de
Ook hebben we te maken met problemen door droogte en verzilting. In de stad heeft vooral het groen hieronder te lijden en spelen er problemen bij het gebruik van sportvelden. In het buitengebied zien we vooral effecten op de gewassen op het land. Verzilting wordt veroorzaakt door langdurige droogte en zeespiegelstijging. Zeewater dringt als kwelwater de bodem in en kan zich later gaan vermengen met oppervlaktewater. Bij al onze waterpartijen en watergangen moeten we aandacht hebben voor verzilting. Het kan nadelige effecten hebben op het groeien van gewassen, op bepaalde planten en dieren en op onze drinkwatervoorziening, waarin een te hoog zoutgehalte onwenselijk is. Op grond van het Zeeuws Deltaplan Zoetwater moeten we in Vlissingen zoetwatervoorzieningen anders gaan aanpakken. Klimaatbestendiger worden vraagt in Vlissingen steeds meer van de ruimte, zowel bovengronds als in de bodem. Denk maar aan warmtekoude-systemen, andere aardwarmteputten en een glasvezelinternetnetwerk.
13
Water vasthouden, infiltreren, bergen en vertraagd afvoeren In 2040 hebben we de risico’s van wateroverlast en droogte tot een minimum teruggebracht. Dit doen we door (regen)water te bergen en zoveel mogelijk vertraagd af te voeren. Zo wordt het riool tijdens extreem natte periodes niet overbelast en heeft het gebied voldoende waterreserves in de bodem tijdens drogere periodes. We stimuleren groen op, in en aan gebouwen en vervangen zoveel mogelijk onnodige verharding door halfverharding, groen of water. Ook bewoners hebben een belangrijke rol bij het vasthouden van water. Een groot deel van Vlissingen bestaat uit tuinen waar veel water kan worden opgevangen en vastgehouden. Groene tuinen en daken helpen hierbij, evenals regentonnen, helofytenfilters en waterdoorlatende verharding. We vragen en stimuleren ontwikkelaars hun bijdrage te leveren door o.a. bij nieuwe woningen of bedrijven ondergrondse wateropslag te realiseren.
Slim omgaan met de ondergrond Om een klimaatbestendig bebouwd gebied te kunnen maken en een hittebestendige buitenruimte, is er voldoende ruimte in de ondergrond nodig. Vooral voor goede groeiplaatsen voor bomen. De rest van de maatregelen gaat vooral over de ruimte boven de grond: wadi’s, waterberging op straat tussen trottoirbanden, verstening inwisselen voor groen, etc. We zoeken daarom naar een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. Dit doen we door de bodem en ondergrond als integraal onderdeel mee te nemen bij het maken van plannen voor de ruimtelijke inrichting. We wegen steeds alles zorgvuldig hierin af en kiezen voor de inrichting die maatschappelijk het meest optimaal is. Hierover maken we afspraken met nutsbedrijven en ontwikkelaars.
Klimaatbestendig buitengebied In 2040 heeft Vlissingen een klimaatbestendig buitengebied door het toepassen van natuurlijke inrichtingsprincipes tegen verdroging en verzilting en goede afspraken met partners in het gebied.
Natuurlijke inrichtingsprincipes tegen verdroging en verzilting In het buitengebied denken wij mee in het klimaatbestendig maken van het gebied. Met natuurlijke inrichtingsoplossingen waarbij ruimte wordt gecreëerd om hemelwater op te vangen, op te slaan en vertraagd af te voeren. zodat er voldoende water in de bodem kan zakken. Op deze manier willen we verdroging en verzilting zoveel mogelijk beperken. De inrichtingsprincipes mogen de cultuurhistorische waarden van ons buitengebied niet aantasten. Bouwwerken die geen gebouwen zijn, moeten daarom binnen of aansluitend aan het bouwvlak gebouwd worden, zoals het huidige beleid voorschrijft.
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
openbare ruimte nemen we klimaatadaptatie mee als sturend principe. We willen zo maatschappelijke ontwrichting door schade uit extreme weersomstandigheden zoveel mogelijk beperken en een gezonde en veilige leefomgeving garanderen.
Afspraken met gebiedspartners In het buitengebied zijn wij als gemeente niet alleen aan zet. We werken samen met boeren, ondernemers, Staatsbosbeheer en North Sea Port. Wij ondersteunen initiatieven van deze gebiedspartners die bijdragen aan een klimaatbestendige inrichting en verzilting tegengaan. Hieronder valt ook het ondersteunen van de waterbeheerder bij het zorgen voor een zo optimaal mogelijk peilbeheer. Dat gaat zoute kwel tegen en houdt zoet regenwater vast in sloten.
Hittebestendige buitenruimte In 2040 is het vier graden koeler in de hotspot-gebieden die een hitte-eilandeffect hebben. Dit doen we door de temperatuur op een natuurlijke manier omlaag te brengen met bijvoorbeeld extra bomen. Bij herontwikkelingen zorgen we voor voldoende bomen in het straatbeeld en voldoende ondergrondse ruimte voor de wortels om de boom optimaal te kunnen laten groeien. Op plekken met beperkte ruimte voor bomen, zoals het centrum, zoeken we naar alternatieve mogelijkheden met niet-grondgebonden beplanting. Denk aan grote plantenbakken, groene gevels en groene daken. Daarnaast voegen we in de buitenruimte extra oppervlaktewater toe. Dit helpt bij het bergen van water (zie kopje Water vasthouden en vertraagd afvoeren), maar zorgt ook voor lichte verkoeling. Tot slot willen we bestaande én nieuwe gebouwen hittebestendig maken. Hierbij zijn initiatieven van andere partijen welkom. Ook hier kiezen we het liefst voor natuur-inclusieve oplossingen, zoals groene daken en gevels. Zonneschermen en zonwerende ramen zijn andere gebouwgebonden oplossingen. Om gebouwen hittebestendig te maken zijn airco’s de laatste mogelijkheid die we bekijken, vanwege hun grote impact op milieu en energiecapaciteit (zie hoofdopgave Circulair en energieneutraal).
14
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
Het opslaan van water moet doelmatig gebeuren en ten goede te komen van de inwoners. Bij overtollig water zien wij het liefst dat zout (in plaats van zoet) water wordt afgevoerd via onderdoorlaten (omgekeerde stuwen).
Toekomstbestendige kustverdediging In 2040 heeft Vlissingen toekomstbestendige kustverdediging door waterveiligheid als integrale verstedelijkingsopgave te zien en door het Vlissings model toe te passen bij bouwen aan de kust.
Waterveiligheid als integrale verstedelijkingsopgave In 2040 zijn we in Vlissingen maximaal beschermd tegen en voorbereid op het water met waar mogelijk oplossingen uit de natuur zelf. Overstromingen voorkomen we doordat het Waterschap Scheldestromen de primaire en secundaire waterkeringen op orde houdt. Dit gebeurt door vóór 2050 de Vlissingse kust op verschillende plaatsen te versterken. Vlissingen ligt op de grens tussen land en water. We zijn een stad die volop in ontwikkeling is, waarbij we streven naar een sterke én aantrekkelijke kust. Daarom benaderen we kustversterking niet alleen vanuit waterveiligheid (zie hoofdopgave Veilige leefomgeving), maar op een integrale manier, samen met het Rijk en het waterschap. Daarin hebben we niet alleen oog voor de bescherming tegen het water, maar ook voor stedelijke kwaliteit, natuur, economie en cultuurhistorie. Hierbij onderzoeken we samen
met deskundige partijen of we hierbij oplossingen kunnen vinden in de kracht van de natuur zelf (nature-based solutions). We zetten in op een betere (organisatorische) voorbereiding op een mogelijke overstroming. We weten hoe te handelen via het handelingsperspectief dat door de Veiligheidsregio wordt opgesteld en evacuatiesroutes worden meegenomen bij nieuwe ontwikkelingen. Buitendijkse gebieden zijn niet beschermd in geval van overstroming. Daarom moeten bewoners en bedrijven in deze gebieden goed op de hoogte zijn van de risico’s. Ook moeten gebouwen in het gebied zo goed mogelijk voorbereid zijn voor het geval het mis gaat. Met de juiste voorzorgsmaatregelen in het ontwerp van deze gebouwen kan de schade zoveel mogelijk beperkt worden. En iedereen in het gebied moet bekend zijn met evacuatieplannen.
We denken dus in meerlaagsveiligheid. Het concept meerlaagsveiligheid (MLV) is in 2009 in het Nationaal Waterplan geïntroduceerd voor een duurzaam waterveiligheidsbeleid voor overstromingen uit het hoofdwatersysteem. Deze benadering werkt in drie ‘lagen’. De eerste laag is preventie: het zoveel mogelijk voorkomen van een overstroming. De tweede laag richt zich op een duurzame ruimtelijke inrichting van ons land. De derde laag zet in op een betere organisatorische voorbereiding op een mogelijke overstroming, dus rampenbeheersing (Nationaal Waterplan, p.6). Meerlaagsveiligheid gaat uit van een risicobenadering: vanuit zowel de kans op overstromingen als de mogelijke gevolgen ervan.
Het Vlissings model In 2040 is onze kustzone zodanig ingericht dat de gevolgen van een eventuele overstroming beperkt blijven. Dat doen we door de openbare ruimte zo vorm te geven dat het water bij een overstroming naar gebieden gestuurd wordt die het water kunnen opvangen. Voor bebouwing langs de kust gebruiken we het ‘Vlissings model’. Dit model speelt op klimaatadaptieve wijze in op een toekomstige verhoging van de primaire waterkering. De onderste lagen van bebouwing worden daarbij al gereserveerd voor toekomstige uitbreiding van de dijk. En bij de indeling van de bebouwing wordt al rekening gehouden met toekomstige verhoging van het maaiveld.
15
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
1.3.3 CULTUREEL EN BELEEFBAAR Waar gaat het over? Cultureel en beleefbaar Vlissingen gaat over de cultuurhistorie, kunst- en cultuurvoorzieningen, evenementen, het toerisme en de recreatie die Vlissingen rijk is.
Directe relatie met:
Het hier en nu Vlissingen heeft een unieke en uitgebreide cultuurhistorie en er zijn vele rijksmonumenten in de gemeente. Het is een van de Nederlandse steden met de meeste kunst per vierkante meter in de openbare ruimte. En zeg je Vlissingen, dan zeg je archeologie. Vrijwel de hele bodem in het gemeentelijk grondgebied heeft een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde, met uitzondering van delen in het buitengebied en van de Sloehaven. En de stad heeft natuurlijk een onmiskenbare maritieme cultuur. De archeologische en cultuurhistorische waarden en het immaterieel erfgoed beleef je in de stad al dankzij een aantal herkenbare verwijzingen. De afgelopen jaren is Vlissingen belangrijker geworden als toeristenstad, die voor een dagje of voor een langer verblijf komen. Dit dag- en verblijfstoerisme is van economisch belang en groeit elk jaar. Relatief gezien is het aantal toeristen nog wel laag. Van alle toeristen die naar Zeeland komen, brengen slechts twee op de honderd ook een bezoek aan Vlissingen. De reden hiervoor is onder andere het tekort aan verblijfsaccommodaties van hoge kwaliteit. Bovendien is het cultuuraanbod flink versoberd de laatste jaren, door drastische bezuinigingen en de coronacrisis.
Aan de slag met:
Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v. toerisme : We streven naar een duurzame toeristische bestemming Walcheren, waarbij gemeenten het aanbod zorgvuldig afstemmen en daarmee elkaar aanvullen. •
Walcherse gemeenten ontwikkelen gezamenlijk een zeer divers palet aan verblijfsaccommodaties voor verschillende doelgroepen, van zakelijke markt tot mini-camping. Dus het totale spectrum groot versus klein en luxe versus eenvoud.
•
De Walcherse gemeenten streven naar jaarronde beleving zoals cultuur, bezienswaardigheden, activiteiten, attracties en evenementen voor haar inwoners en bezoekers.
We streven naar een balans tussen toerisme en leefbaarheid (o.a. beschikbaar woonaanbod) en natuur- en cultuurlandschap. De grenzen van toeristische groei zijn in zicht en op sommige plaatsen al bereikt. We sturen gericht op productdifferentiatie binnen de huidige groeicapaciteit van verblijfsrecreatie.
In 2040 heeft Vlissingen… Erfgoed en een cultuurhistorie die klaar zijn voor de toekomst (thema 1), aantrekkelijke kunst en voorzieningen voor cultuur het hele jaar rond (thema 1 en 2) en voor toeristen die Vlissingen langer willen bezoeken verblijfsaccommodaties die duurzaam en van hoge kwaliteit zijn (thema 3).
Toekomstbestendig erfgoed en cultuurhistorie
1.
Erfgoed behouden.
Om in 2040 een toekomstbestendig erfgoed en toekomstbestendige cultuurhistorie te hebben, moeten we inzetten op goed beheer en behoud van onze cultuurhistorische elementen. In nieuwe ontwikkelingen in de gemeente nemen we onze cultuurhistorie mee.
2.
Vlissingen op de kaart zetten door cultuurhistorie en cultuur beter te gebruiken.
Beheer en behoud van cultuurhistorische elementen
3.
Beperkte en eenzijdige aanbod in verblijfsaccommodaties aanpakken.
De belangrijkste thema’s waar we mee aan de slag moeten binnen Cultureel en beleefbaar:
In 2040 draagt onze cultuurhistorie bij aan de Vlissingse identiteit. Door een beschermstatus op te nemen voor cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, behouden en beheren we deze cultuurhistorie. Dit regelen we in het omgevingsplan. Om ons erfgoed te behouden, zoeken we, waar dat nodig is, samen met initiatiefnemers
naar toekomstbestendige functies hiervoor. Dit maakt structureel onderhoud en verduurzaming van het erfgoed mogelijk. Zo blijft de uitstraling ervan hoogwaardig en de gebruikswaarde behouden.
Toepassing van cultuurhistorie in nieuwe ontwikkelingen In 2040 zijn er door de gemeente heen en op Walcheren veel herkenbare verwijzingen naar onze archeologische en cultuurhistorische waarden en ons immaterieel erfgoed zoals verhalen, klederdracht en tradities. Dat doen we door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen het levend houden van ons erfgoed een belangrijk onderdeel in het ontwerp te laten zijn. Zo maken we ons erfgoed en de archeologische waarden waar mogelijk herkenbaar, bijvoorbeeld door op nieuwbouwlocaties te verwijzen naar de identiteit van de plek. Dat kan in bouwwerken, materialen of kunst zijn. Kunst vertelt de geschiedenis van Vlissingen, maar kan tegelijkertijd een moderne uitstraling hebben. Informatievoorzieningen in de openbare ruimte vertellen de boeiende geschiedenis van Vlissingen in de lagen van de tijd. Belangrijk hierin is ook de positie van Vlissingen op Walcheren en in het Walcherse verhaal. Aantrekkelijke thema- en verhaalroutes maken de beleving van cultuurhistorie een leuke actieve bezigheid.
16
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
Jaarrond aantrekkelijke kunst en cultuurvoorzieningen In 2040 heeft Vlissingen aantrekkelijke kunst en aantrekkelijke voorzieningen voor cultuur door een divers aanbod van kunst en cultuur en door de positie van Vlissingen als evenementenstad van Zeeland.
Divers kunst- en cultuuraanbod In 2040 staat Vlissingen weer bekend als bruisende stad op het gebied van (amateur)kunst en cultuur. Met een divers cultuuraanbod voor verschillende doelgroepen. Op Walchers niveau zorgen we voor een programmering het jaar rond, wat bijdraagt aan de beleving en groei van cultuur binnen Vlissingen. In het maken van een passend cultuuraanbod voor een divers publiek moeten we in het bijzonder aandacht hebben voor een divers aanbod voor jongeren. We stimuleren de kunst- en cultuursector door faciliterend te zijn en waar mogelijk in overleg met de partners aanwezige obstakels weg te nemen of te verkleinen.
festival. Ook zien we graag sportevenementen tegemoet. We zetten proactief in op het aantrekken van evenementen die aansluiten bij het DNA van Vlissingen. We faciliteren evenementen in het stadshart van Vlissingen met daarvoor geschikte evenementenlocaties, waarbij het belangrijk is dat levendigheid en leefbaarheid met elkaar in balans blijven. Van het Stationsgebied tot aan de boulevards en stranden liggen kansen om de aantrekkingskracht te vergroten voor Vlissingers en toeristen die ontspanning zoeken. De uitwerking van deze koers staat vast in de evenementenvisie. In de woonwijken is geen ruimte voor grote evenementen, maar wel voor kleinere buurtactiviteiten.
Hoogwaardige en duurzame verblijfsaccommodatie In 2040 zijn de kwaliteit en diversiteit van verblijfsaccommodaties verbeterd door diverse accommodaties die nabij trekpleisters in Vlissingen liggen. De balans tussen het stimuleren van het toerisme en behoud van de leefbaarheid in Vlissingen en op Walcheren is optimaal.
Vlissingen als evenementenstad van Zeeland
Diverse accommodaties nabij trekpleisters
In 2040 staat Vlissingen bekend als dé evenementenstad van Zeeland en omstreken. We gaan voor een divers aanbod van evenementen het jaar rond, met een aantal topevenementen die een echt Vlissings gezicht hebben, op het niveau van Film by the Sea en het Bevrijdings-
In 2040 wordt Vlissingen bezocht door ‘kwaliteitszoekers’ en ‘onafhankelijke avontuurlijke reizigers’. Zij verblijven in accommodaties die hoogwaardig, duurzaam en onderscheidend zijn en dicht bij de toeristische trekpleisters van Vlissingen liggen. Denk aan de
binnenstad, het Scheldekwartier en de boulevards, maar ook het stationsgebied. Dit zijn de gebieden waar de meeste reuring is. Ook liggen de accommodaties in de buurt van overig openbaar vervoer. De keuze voor accommodaties in deze gebieden draagt bij aan een levendig stadshart in Vlissingen (zie hoofdopgave Gezond economisch klimaat). De accommodaties zijn duurzaam en van hoge kwaliteit. Door aan te sluiten bij de identiteit en cultuurhistorie van Vlissingen dragen ze bij aan een hoge gebiedskwaliteit. Daarnaast zijn deze accommodaties aanvullend op het bestaande aanbod van verblijfsaccommodaties op Walcheren. Verdere ontwikkeling van het aanbod aan verblijfsaccommodaties wordt op Walchers niveau verder afgestemd. Dit om overaanbod te voorkomen.
Balans toerisme en leefbaarheid In 2040 is het toerisme in Vlissingen en op Walcheren in balans met de leefbaarheid voor haar inwoners, We erkennen dat er grenzen zijn aan de toeristisch groei op Walcheren. Groei is nog beperkt mogelijk, maar moet wel kwalitatief bijdragen aan het totale toeristische aanbod op Walcheren en dus een aanvulling zijn op wat er al is. Voor behoud van de leefbaarheid nemen we maatregelen zoals de auto van de bezoekers naar de rand van de stad en het stimuleren van duurzame vervoersmiddelen.
17
Waar gaat het over Hoe goed zijn plekken, mensen en organisaties in en buiten Vlissingen met elkaar verbonden? De kwaliteit van leven en verblijven in Vlissingen hangt samen met de bereikbaarheid en dus de beschikbare infrastructuur, vervoersmiddelen en (digitale) netwerken.
Directe relatie met:
Het hier en nu Vlissingen vormt samen met Middelburg het stedelijk gebied van Walcheren. Samen hebben we een hoog niveau aan voorzieningen, waar de rest van Walcheren gebruik van maakt. Vlissingen heeft hierdoor een belangrijke rol in de regio wat het dagelijkse verkeer betreft. De verwachting is dat het verkeer in de toekomst toeneemt. Door de gemeente Vlissingen loopt een regionale verbinding (Bossenburghweg-Sloeweg) die het zuidwesten van Walcheren verbindt met de A58. Een drukke verbinding waar grotendeels 70 kilometer per uur mag worden gereden. Ook de verbinding met de Sloehaven is belangrijk voor het verkeer in de regio. Het kanaal door Walcheren en de spoorlijn zorgen ervoor dat Vlissingen en het zuidwesten van Walcheren minder goed bereikbaar zijn met de auto vanaf de A58 en de Sloehaven. Passerende treinen en scheepvaart zorgen vooral ’s zomers voor oponthoud en files. Deze files nemen naar verwachting toe in de toekomst.
Vlissingen heeft een aantal hoofdfietsroutes, maar die liggen te ver van elkaar en zijn onderling slecht verbonden. Fietsers moeten daardoor vaak omrijden. Het aantal ongelukken met e-bikes is opvallend. De fietsinfrastructuur in Vlissingen is niet ingesteld op snelle fietsers. Fietspaden zijn niet altijd breed genoeg en er moet realtief vaak voorrang worden verleend (zie ook hoofdopgave Veilige leefomgeving).
Aan de slag met: De belangrijkste thema’s waar we mee aan de slag moeten binnen Fysiek en digitaal verbonden: 1.
Vlissingen en de rest van Walcheren beter autotoegankelijk maken voor de regio.
2.
Verbeteren van de bereikbaarheid voor fietsers en voetgangers (infrastrucuur).
3.
Verbinding tussen het station, Kenniswerf, centrum, boulevards en woonwijken verbeteren.
4.
De vele niet duurzame vervoersmiddelen aanpakken, die veel ruimte in beslag nemen.
5.
Vervoersarmoede aanpakken.
6.
De samenleving digitaliseren.
In 2040… Is Vlissingen goed verbonden met de regio (thema 1 en 2), goed verbonden binnen Vlissingen zelf (thema 2 en 3), duurzaam verbonden (thema 4) en inclusief verbonden (thema 5 en 6).
Goed verbonden met de regio In 2040 is Vlissingen vlot en toegankelijk bereikbaar van buitenaf. Dit ontsluit Vlissingen en de achterliggende regio optimaal.
Vlot bereikbaar van buitenaf per auto Om in 2040 van buitenaf snel en toegankelijk bereikbaar te zijn per auto moeten we de doorstroming op de autowegen vergroten. Daarvoor nemen we bestaande belemmeringen zoals de Sloebrug met de spoorkruising weg. We willen op tal van verbindingen de bereikbaarheid verbeteren en waarborgen: tussen Vlissingen en de Randstad, tussen Vlissingen en Breskens, in Walcheren-Oost en Noord.
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
1.3.4 FYSIEK EN DIGITAAL VERBONDEN
Vlot naar buiten met de fiets Ook recreatief zijn we goed verbonden met de regio en het landelijke gebied rond de stad. Je kunt zo makkelijker wandelend of met de fiets de regio verkennen of vanuit de regio Vlissingen bezoeken. We vullen hiervoor de langere recreatieve fietsroutes naar het buitengebied, het Sloegebied en Middelburg in.
Vlot overstappen met de vervoersketen De trein is de basis voor het openbaar vervoer en zorgt voor een goede en snelle verbinding met West-Brabant en de Randstad. Het fietsvoetveer Vlissingen-Breskens verbindt ons direct met Zeeuws-Vlaanderen.
Gedeelde Walcherse ambities t.a.v mobiliteit:
Vlissingen heeft veel wegen waar 50 kilometer per uur mag worden gereden. De auto wordt vaak voor woon-werkverkeer gebruikt. Voor het plaatsen van laadpalen voor elektrisch rijden werkt de gemeente Vlissingen vraaggericht. De trein is slechts ten dele een alternatief voor de auto.
We willen de stadscentra / de kernen autoluw maken.
Vlissingen is bereikbaar met het openbaar vervoer via de twee treinstations en het fietsvoetveer tussen Vlissingen en Breskens. Het station Vlissingen trekt door de ligging aan de rand van Vlissingen minder reizigers dan een station dat midden in een bebouwde omgeving staat. Er zijn een groot aantal bushaltes, toch wordt de bus van en naar het station nauwelijks gebruikt. De verbinding tussen station, Kenniswerf, het centrum en de boulevard is beperkt.
We realiseren een kwalitatief fietsnetwerk met veilige fietsvoorzieningen.
We stimuleren slimme mobiliteitsknooppunten (hubs), zodat de bereikbaarheid op Walcheren op duurzame wijze wordt versterkt.
We bundelen het autoverkeer op een beperkt aantal (ongehinderde) stroomwegen en een beperkt aantal gebiedsontsluitingswegen.
18
Goed verbonden binnen Vlissingen Om in 2040 een echte fiets- en wandelstad te zijn, is er een verkeersstructuur nodig waar voetgangers en fietsers voorrang krijgen. Het netwerk van fietspaden binnen en buiten de gemeente moet onderling goed aansluiten. Met meer en sterkere verbindingen tussen de verschillende deelgebieden vergroten we het stadshart van Vlissingen.
Voorrang voor voetgangers en fietsers In 2040 is binnen de bebouwde kom van Vlissingen autorijden ondergeschikt aan fietsen. De fietser staat in het straatbeeld dan centraal en niet de auto. In deze nieuwe verkeersstructuur krijgen de fietser en de voetganger ook voorrang. Fietsen wordt de snelste en gezondste manier om je binnen Vlissingen te verplaatsen, met de minste impact op de omgeving. Snelle fietsroutes brengen fietsers rechtstreeks naar hun doel: tussen de wijken en NS-stations, onderwijsconcentraties, wijkcentra, dorpskernen en het stadscentrum. Zo wordt binnen Vlissingen wonen, werken, recreëren en ontmoeten comfortabel met elkaar verbonden.
Sterk netwerk van fietspaden Naast recreatieve routes in het buitengebied en naar Middelburg, ontwikkelen we binnen de bebouwde kom goede fietsroutes en knopen we ze logisch aan elkaar. Als het bij een gebiedsontsluitingsweg niet mogelijk is om fietspaden te maken, terwijl er veel fietsers rijden, dan richten we de bewuste weg in als fietsstraat. Ook in verblijfsgebieden (30 km/uur-zones) maken we fietsstraten voor de snelle verbindende fietsroutes.
Overstappunten voor sterkere vervoersketen In 2040 is de auto vooral naar de rand van de stad verplaatst. Bezoekers van de binnenstad parkeren goedkoop op afstand. Op een nabijgelegen overstappunt kun je voor andere duurzame vervoersmiddelen kiezen om je bestemming in Vlissingen te bereiken. Binnen Vlissingen zelf is de (deel)fiets het belangrijkste vervoersmiddel, ook in het stuk tussen het station – of ander overstappunt – en je bestemming.
Groter stadshart door sterkere verbindingen In 2040 is de binnenstad van Vlissingen vergroot, doordat de gebieden tussen het station en de boulevards functioneren als levendig stadshart. Dit stadshart wordt gevormd door de verbinding tussen de verschillende gebieden. Binnen Vlissingen willen we de verbindingen
tussen het station, de Kenniswerf, het centrum, de boulevard en de woonwijken verbeteren. Bezoekers en bewoners kunnen eenvoudig en duurzaam heen en weer reizen om te wonen, werken, recreëren en ontmoeten, met het diverse aanbod aan toekomstbestendige vervoersmogelijkheden.
Duurzaam verbonden
Omgevingsvisie Vlissingen 2040
In Vlissingen passen de verschillende vervoerssystemen slim in elkaar. Via de overstappunten Spuikom en het station kun je eenvoudig verschillende vervoersmiddelen in één reis met elkaar combineren om naar je bestemming binnen Vlissingen te komen: de vervoersketen.
Om in 2040 alle verkeersbewegingen in Vlissingen duurzamer te maken, stimuleren we schoon en duurzaam vervoer. Net als het combineren van meerdere vervoersmiddelen per reis (ketenmobiliteit) en deelvervoer. Daarvoor zijn overstappunten belangrijk. Binnen Vlissingen zijn de fiets en andere schone vervoersmiddelen sneller dan de auto.
Auto te gast in woongebied Binnen Vlissingen zelf staat de fietser en voetganger centraal, wat betekent dat de automobilist meer te gast is. Voor de automobilist heeft dat gevolgen, al blijven die beperkt. We verminderen het aantal wegen waar 50 kilometer per uur gereden mag worden. Op alle overige wegen en in de woonwijken geldt een snelheid van 30 kilometer per uur. De wegen die hierdoor hun 50 km-status verliezen, richten we anders in. De rijbaan wordt versmald waarbij meer ruimte komt voor onder meer vergroening, klimaatadaptatie en de fietsers en voetgangers.
19
Stimuleren duurzaam vervoer In 2040 is vervoer in Vlissingen duurzaam. In deze opzet zijn de gebruikte vervoersmiddelen duurzaam en schoon, met de fiets voorop. Bij het verduurzamen volgen we de innovaties die er plaatsvinden op de voet. Als dat nodig is passen we de infrastructuur op deze nieuwe oplossingen aan zonder de ondergrond te veel (verder) te belasten. Voor elektrisch rijden onderzoeken we hoe en waar we laadpunten plaatsen. Snellaadpunten komen in ieder geval op strategische locaties. Deelvervoer, zoals deelscooters, willen we alleen stimuleren als het duurzaam is. Ook mag dit het straatbeeld niet rommeliger maken.
Efficiënt bezorgverkeer In 2040 is de hoeveelheid vrachtverkeer en pakketbezorgdiensten minimaal en zo duurzaam mogelijk. Ritten in de binnenstad en
woonwijken worden duurzaam uitgevoerd. En we voorkomen ritten van bezorgverkeer die anders op te lossen zijn. Hiervoor kijken we naar oplossingen als stadsdistributie en verzamel- en ophaalpunten. Daarvoor gaan we regionaal samenwerken.
Verbonden in de openbare ruimte
We creëren een inclusief Vlissingen waarin iedereen kan meedoen. In een gelijkwaardige leefomgeving kan iedereen zich binnen Vlissingen verplaatsen of digitaal verbonden zijn. We vergroten de leefbaarheid in Vlissingen door autogebruik te beperken en ruimte te geven aan de fiets en wandelaar in het straatbeeld.
Bij de inrichting van de openbare ruimte staan leefbaarheid en verblijfskwaliteit voorop. Een prettige buitenruimte bevordert sociale verbinding. We maken meer ruimte voor brede voetpaden en groen. Waar het kan vervangen we hiervoor parkeerplaatsen en versmallen we de rijbaan. We halen obstakels uit de looproutes en voegen voldoende rustpunten toe om even te kunnen stoppen tijdens een wandeling. De vele fietsen in Vlissingen vragen om stalling. Daar reserveren we niet alleen voldoende ruimte voor, we passen fietsstallingen ook in het straatbeeld in. Daarbij denken we ook aan een systeem voor deelfietsen.
Voor iedereen toegankelijk vervoer
Dekkend digitaal netwerk voor iedereen
In 2040 kan iedereen die dat wil, deelnemen aan de samenleving en zich verplaatsen door Vlissingen. Er is zo geen isolement en vereenzaming door vervoersarmoede meer. Iemands financiële positie mag bijvoorbeeld geen beperking zijn voor het gebruik kunnen maken van onze vervoersmogelijkheden. Ook moet het openbaar vervoer goed te bereiken en voor iedereen te gebruiken zijn (inclusiviteit). Natuurlijk krijgen mensen met een functiebeperking een passende oplossing. Het openbaar vervoer wordt hierdoor voor iedereen toegankelijk.
In 2040 hebben alle bewoners en organisaties van Vlissingen de mogelijkheid om digitaal verbonden te zijn. Digitaal verbonden zijn is dan een keuze, geen voorrecht. Voor een goed dekkend digitaal netwerk zijn steeds nieuwe en geavanceerdere telecomtoepassingen nodig. In Vlissingen volgen we de adviezen van de Gezondheidsraad over deze technieken in relatie tot onze gezondheid. Daarbij moeten ook nut en noodzaak van gebruik van de ondergrond hiervoor worden onderbouwd. We kiezen voor combinaties van functies in plaats van enkelvoudige functies. Om de benodigde infrastructuur zowel boven als onder de grond te ordenen, hebben we regels en richtlijnen opgesteld.