CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 rvs Reactie inspectierapport art 12 2023-2024 bijlage 2 uitgaande brief reactie fondsbeheerders

Commissie Algemeen en Sociaal 3 april 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Reactie inspectierapport artikel 12 2023-2024.2.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Financiën Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG

UW BRIEF VAN

UW KENMERK

ONS KENMERK

DATUM

2465285 / 2629355

15 april 2025 BIJLAGEN

BEHANDELD DOOR

BEZOEKADRES

TELEFOON

G. van Vugt

Paul Krugerstraat 1

+31118487000

ONDERWERP

Reactie artikel 12-rapport 2023 – 2024 Vlissingen

Geachte ministers Uitermark en Heinen, excellenties, Naar aanleiding van uw brief van 27 januari 2025 met de aanbieding van het artikel 12rapport 2023 - 2024 van onze gemeente, geven wij u hierbij onze reactie op dit rapport. Wij spreken onze waardering en dank uit voor de constructieve wijze waarop, in samenwerking met de vertegenwoordigers van uw ministerie, de provincie en de gemeente, is en wordt gewerkt aan het financieel gezond maken van onze gemeente. Deze samenwerking ervaren wij als goed en constructief. Wij dienen bij het artikel 12-rapport 2023 – 2024 inclusief de bijzondere voorschriften, waaronder de beëindiging van de artikel 12-status per 31 december 2024, de volgende zienswijze in: 1. Onttrekking reserve Wind in de zeilen ondanks bestuurlijke afspraken We verzetten ons krachtig tegen het advies van de inspecteur om € 5 miljoen uit de reserve Wind in de zeilen in te zetten voor de sanering van de algemene reserve. Deze reserve heeft per 31 december 2024 een omvang van € 9,8 miljoen. De middelen uit de reserve Wind in de Zeilen komen voort uit het compensatiepakket Wind in de Zeilen en vallen conform het bestuursakkoord buiten het artikel 12-traject. Deze middelen zijn volgens het bestuursakkoord bestemd voor de noodzakelijke versterking van de sociaal economische structuur van Vlissingen.

De inzet van deze middelen voor de sanering van de algemene reserve in het kader van de beëindiging van de artikel 12-status is in strijd met de gemaakte bestuurlijke afspraken. Bovendien is het bestuursakkoord ook gericht op het herstel van vertrouwen tussen Rijk en regio. Deze voorgestelde onttrekking staat daar haaks op en doet daar in onze ogen fors afbreuk aan.

POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G

Overigens hebben wij gezien de omvang van de middelen Wind in de zeilen en ondanks de bestuurlijke afspraken al een forse inspanning geleverd. Dit door met toestemming van onze provinciale toezichthouder een deel van deze middelen in te zetten om een sluitende begroting vast te kunnen stellen. Daarmee hebben we een belangrijke stap gezet richting een mogelijke beëindiging van de artikel 12-status. Voor de komende 9 jaar zetten we elk jaar € 2,9 miljoen van de verwachte incidentele dividendmiddelen Wind in de zeilen in ten gunste van structurele begrotingssaldo. Om bovenop deze inzet van in totaal € 26 miljoen van de middelen Wind in de zeilen nog een onttrekking van € 5 miljoen te doen voor de sanering van de algemene reserve zoals de inspecteur voorstelt vinden we niet alleen principieel onjuist vanwege de bestuurlijke afspraken maar ook vanuit dit oogpunt zeer ongepast. 2. Kwetsbaarheid begroting door te weinig inkomsten Als gemeenteraad spreken wij onze grote zorgen uit over de haalbaarheid van de exit voorwaarden vanwege de kwetsbaarheid van de begroting en vragen daarom om na een exit in overleg met de fondsbeheerders hiervoor gezamenlijk tot een oplossing te komen. Op het moment van de exit is er weliswaar sprake van een sluitende begroting, maar deze is in het licht van een aantal actoren met name binnen het sociaal domein bijzonder kwetsbaar te noemen.

Voor de korte en middellange termijn zijn het vooral externe factoren binnen het sociaal domein die hier debet aan zijn. 2.1 Externe factoren binnen het sociaal domein Explosieve kostenstijgingen als gevolg van inflatoire effecten en daarmee gepaard gaande loonsverhogingen en een niet door bestaande regelgeving te beheersen volumegroei – vooral bij Jeugd – jagen de geprognosticeerde lasten nog verder op, terwijl die nu al een onevenredig hoge druk leggen op de gemeentelijke begroting. De kostenstijgingen zijn structureel van aard. Dat betekent dat voor de komende jaren de gemeente geconfronteerd zal worden met een structurele, negatieve scheefgroei tussen inkomsten en uitgaven, waarvan de effecten slechts voor een beperkt aantal jaren door middel van incidentele inkomsten en reserves opgevangen kunnen worden. Dit wordt ook ondersteund door de bevindingen van de Jeugdautoriteit en de Commissie Van Ark, die beiden stellen dat de beoogde positieve financiële effecten van de maatregelen de komende jaren zich niet of nauwelijks zullen manifesteren. Hierbij benadrukken we dat Vlissingen in het verleden veel minder heeft kunnen investeren in “mensen” vanwege de financiële situatie en dat het nu eerst nodig is deze achterstanden in te lopen door extra investeringen.

Bovendien is in het sociaal domein sprake van een nog niet gerealiseerde bezuinigingsopgave van in totaal € 8,6 miljoen structureel. 2.2 Tegenvallers als gevolg van een exit artikel 12 De begroting heeft als gevolg van een exit artikel 12 te maken met twee concrete tegenvallers die verwerkt zullen moeten worden, a) een lagere bijdrage dan verwacht vanuit de fondsbeheerders, en b) noodzakelijke maatregelen na de exit artikel 12:

Blad 2 behorend bij 2465285 / 2629355

a. Het voorstel van de inspecteur is de in 2019 toegezegde aanvullende bijdrage over de periode 2025 – 2028 van in totaal € 25,8 miljoen te laten vervallen. Dat betekent dat de gemeente Vlissingen – na aftrek van de laatste aanvullende bijdrage van € 6,4 miljoen – € 19,4 miljoen minder gaat ontvangen vanuit het gemeentefonds voor de sanering van de negatieve algemene reserve dan in 2019 is besloten. De aanvullende bijdrage is weliswaar budgettair neutraal verwerkt in onze meerjarenbegroting maar heeft wel effect op onze rentelasten omdat een bedrag van € 19,4 miljoen aanvullend gefinancierd moeten worden wat structureel hogere lasten geeft van circa € 0,6 miljoen. b. Tijdens het artikel 12-onderzoek heeft de gemeente op allerlei terreinen bezuinigingen door moeten voeren. Conform artikel 12 moeten we als gemeente ook na een exit maatregelen kunnen nemen die noodzakelijk zijn om in zijn totaliteit maximaal te kunnen doen wat vergelijkbare gemeenten gemiddeld ook kunnen met de reguliere algemene uitkering en de eigen inkomsten. Dit betekent dat we als gemeenteraad toe moeten gaan werken naar maatregelen zoals bijvoorbeeld de verlaging van de OZB-opbrengsten naar een gemiddeld niveau, het ophogen van het huidige minimale onderhoudsniveau en het omhoog brengen van de inkomensnormen voor het minimabeleid.

Deze maatregelen leggen een druk op de begroting die Vlissingen zich in structurele zin – los van de korte termijn inzet van tijdelijke reserves – niet kan veroorloven. 2.3. Nadelen door achterblijven herverdeling gemeentefonds Hoewel artikel 12 niet is bedoeld om eventuele weeffouten in het verdeelmodel van het gemeentefonds bloot te leggen, is dat als gevolg van het artikel 12-onderzoek juist een van de conclusies die getrokken moet worden en die door de raad van Vlissingen aan de fondsbeheerders wordt aangereikt. Vlissingen heeft grootstedelijke problematiek. Meer kinderen in de gemeente Vlissingen groeien op in een uitkeringsgezin (9 %) dan gemiddeld in Nederland (6 %). Ook valt 81 % van alle mensen met een uitkering vanuit de Participatiewet onder langdurige minima. Het percentage personen van 18 jaar en ouder dat zich enigszins tot (zeer) sterk eenzaam voelt ligt in Vlissingen op 56 % tegenover 49 % gemiddeld in Nederland. In Vlissingen kampt 55 % van de personen van 18 jaar en ouder met overgewicht ten opzichte van 50 % gemiddeld in Nederland. In dit verband wijzen wij u graag op de Kamerbrief ‘Vervolg traject verdeelmodel gemeentefonds’ van 7 februari jl.

Hieruit blijkt dat voor specifieke lokale problematiek in het sociaal domein – in het geval van Vlissingen de grootstedelijke vraagstukken - pas op zijn vroegst vanaf 2027 (en dus waarschijnlijk effectief pas in 2028) compensatie kan worden verwacht. Het achterblijven van de herverdeling gemeentefonds legt voor ons als ‘voordeel-gemeente’ zeker ook verder druk op de toch al kwetsbare begroting. 2.4 Conclusie: Ontbreken sluitend perspectief met voldoende structurele inkomsten Deze kwetsbaarheid van de begroting blijkend uit bovengenoemde punten baart ons als gemeenteraad grote zorgen. Wat in de ogen van de raad ontbreekt is een gedegen

Blad 3 behorend bij 2465285 / 2629355

financieel toekomstperspectief, gebaseerd op voldoende structurele inkomsten voor de gemeente (met name rijksbijdragen) rekening houdend met de noodzakelijke maatregelen na de exit artikel 12. Dit ook in relatie tot de risico’s rond (stijgende) structurele uitgaven en het ontbreken van voldoende structurele weerstandscapaciteit vooral vanwege de reeds hogere OZB-opbrengsten. Met andere woorden, wat voor ons als gemeenteraad ontbreekt is een verantwoord zicht op de noodzakelijke continuïteit. Concluderend stellen wij als gemeenteraad vast dat het exit perspectief zoals de inspecteur dat schetst in zijn rapport te optimistisch is. Voor de periode na exit artikel 12, na een decennium onder het artikel 12-regime, willen wij daarom graag in goed overleg met de fondsbeheerders komen tot een aanvullende (meerjarige) bijdrage. Wij stellen voor om het deel van de bijdrage zoals in 2019 door u is beschikt en waarvan de inspecteur voorstelt deze niet uit te keren (€ 19,4 miljoen) aanvullend (in tranches) aan onze gemeente beschikbaar te stellen. Dit om het voor ons als raad de komende jaren mogelijk te maken om stapsgewijs en verantwoord de genoemde forse structurele risico’s, de te nemen extra maatregelen richting het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten en het ontbreken van structurele weerstandscapaciteit, op te kunnen vangen. 3.

Volledige inzet voorziening groot onderhoud accommodaties De inspecteur adviseert om de voorziening groot onderhoud accommodaties van € 3,9 miljoen per 31 december 2024 volledig in te zetten voor de sanering van de algemene reserve. De inspecteur komt hiertoe vanwege een extern onderzoeksrapport van Newae waarin wordt aangegeven dat een aantal accommodaties door ons afgestoten had kunnen worden. We hebben deze accommodaties nog niet af kunnen stoten. Desondanks corrigeert de inspecteur de begrote onderhoudskosten voor die accommodaties bij bepaling van het relevante begrotingssaldo voor de periode 2025 – 2028. Vervolgens concludeert de inspecteur dat er jaarlijks vanaf 2025 in totaal meer budget beschikbaar is dan nodig voor de overige accommodaties en dat daardoor de voorziening groot onderhoud accommodaties per 31 december 2024 geheel kan vrijvallen voor sanering van de algemene reserve. Wij vinden dit niet correct omdat de voorgestelde beëindiging van de artikel 12-status per peildatum 31 december 2024 plaatsvindt. We begrijpen dat de inspecteur dat deel van de voorziening groot onderhoud accommodaties van € 1,5 miljoen per 31 december 2024, dat betrekking heeft op de accommodaties welke afgestoten hadden kunnen worden, wil inzetten voor de sanering van de algemene reserve omdat dit deel zijn goedkeuring niet heeft.

We verzetten ons echter tegen de volledige inzet van deze voorziening omdat hierin ook een deel van € 2,4 miljoen is begrepen voor onderhoud van accommodaties welke wel door de inspecteur zijn geaccepteerd. 4. Onttrekking reserve Opvang vluchtelingen ondanks nog in te vullen taakstelling

Blad 4 behorend bij 2465285 / 2629355

De inspecteur adviseert om voor de sanering van de negatieve algemene reserve € 2,0 miljoen te onttrekken uit de reserve Opvang vluchtelingen welke per 31 december 2024 een omvang heeft van € 4,7 miljoen. Dit terwijl onze plannen voor de invulling van onze taakstelling rond de opvang van vluchtelingen nog in ontwikkeling zijn. Het is namelijk de verwachting dat de speciale EU-status voor Oekraïense ontheemden wordt verlengd tot 4 maart 2027. Daarna overweegt het ministerie de Oekraïense ontheemden een verblijfsstatus voor minimaal 3 jaar te geven. Opvang zal dan via een overgangsfase overgaan naar vaste huisvesting. Daarnaast neemt de druk met betrekking tot het huisvesten van statushouders ook verder toe. Voor beide doelgroepen geldt dat de gemeente Vlissingen verantwoordelijk is voor de huisvesting. Dit vraagt om een geïntegreerde aanpak voor duurzame(re) huisvesting voor deze doelgroepen. Het is zeer onzeker in welke mate het Rijk de gemeente hierin financieel zal ondersteunen. Verder is het hoogst onwaarschijnlijk dat deze middelen voldoende zullen zijn. Volgens de begroting van het ministerie van Asiel en Migratie zullen de kosten voor Oekraïners vanaf maart 2026 verder afnemen en na 2027 is geen dekking opgenomen.

De reserve Opvang vluchtelingen is noodzakelijk om zowel tijdelijke kwalitatieve opvang als duurzame huisvesting (dekking onrendabele toppen) mogelijk te maken. Een lagere inzet van deze reserve met € 2,0 miljoen doet juist in deze periode van grote geopolitieke risico’s fors afbreuk aan de mogelijkheid als Vlissingen te kunnen voldoen aan onze taakstelling van de huisvestingsopgaven voor ontheemden en statushouders. 5. Advies fondsbeheerders weerstandsvermogen bij beëindiging artikel 12-status Tot slot maken we een opmerking als advies aan de fondsbeheerders om te betrekken bij de actualisering van de momenteel geldende handleiding Artikel 12 Financiëleverhoudingswet. Volgens deze handleiding geldt bij beëindiging van de artikel 12-status ‘voor het opvangen van niet voorziene en niet te kwantificeren risico’s een vrij te laten buffer van 2 % van de uitkering gemeentefonds en de OZB-capaciteit’. Voor Vlissingen is deze vrij te laten buffer € 3,8 miljoen terwijl de benodigde weerstandscapaciteit om te kunnen spreken van een toereikend weerstandsvermogen volgens de begroting 2025 € 17,6 miljoen bedraagt. We vinden de beperkte omvang van de vrij te laten buffer een tekortkoming in de regelgeving bij de beëindiging van de artikel 12-status. Na een artikel 12-periode zullen normaliter de mogelijkheden van een gemeente om tegenvallers op te vangen slechts minimaal zijn.

De mogelijkheden om aanvullend te bezuinigen zijn veelal uitgeput, de belastingdruk voor burgers en bedrijven is relatief hoog, de onderhoudsniveaus voor de kapitaalgoederen zijn laag en ook is het voorzieningenniveau van de gemeente op veel gebieden laag. Ook zijn de reserves door de inspecteur doorgelicht en indien mogelijk afgeroomd. Dit maakt dat in de begroting geen of weinig ruimte meer gevonden kan worden om incidentele of structurele tegenvallers op te vangen.

Blad 5 behorend bij 2465285 / 2629355

Dit pleit voor een hogere buffer dan de minimale buffer die momenteel volgens de artikel 12-regelgeving geldt. Een hogere buffer draagt ook positief bij aan het draagvlak bij de raad en aan de mogelijkheid een gezond en stabiel financieel beleid te voeren gesteund door een toereikende buffer. Verder vermindert een hogere buffer het risico op terugval in de artikel 12-status indien zich daadwerkelijk verliezen voordoen na de beëindiging van de artikel 12-status. Ons advies aan de fondsbeheerders is om de handleiding Artikel 12 Financiële-verhoudingswet op dit punt aan te laten passen.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en wachten uw beslissing over de aanvullende uitkering over 2024 inclusief de bijzondere voorschriften met belangstelling af.

Hoogachtend, de raad van Vlissingen, de griffier,

de burgemeester,

mr. F. Vermeulen

drs. A.R.B. van den Tillaar

Blad 6 behorend bij 2465285 / 2629355

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15260687/1