3.1 rvs Programma Mobiliteit bijlage 1 programma
Tekst van het document
Bij “geclusterde” bestemmingen zoals het voetgangersgebied van het centrum. d. Bij hubs/knooppunten en halten.
23 Fietsparkeren bij het woonadres Niet iedereen beschikt in de woonomgeving over een plaats op eigen terrein om de fiets te stallen. Zij hebben behoefte aan een veilige en comfortabele stallingsmogelijkheid nabij hun woning in de openbare ruimte. Hun fiets staat hier immers “dag en nacht”. Daarom streven wij naar overdekte en afsluitbare stallingen in woonstraten waar op particuliere grond geen stallingsmogelijkheid is. We besteden veel aandacht aan de beeldkwaliteit. De “stallingsbox” zelf willen we kwalitatief goed inrichten: • Droog en afgesloten. • Voldoende manoeuvreerruimte. • De mogelijkheid om een e-bike op te laden.
Een voorbeeld van hoe een stallingsbox eruit kan zien Fietsparkeren bij solitaire bestemmingen Bij solitaire bestemmingen als werkgevers hebben werknemers de behoefte om hun fiets gedurende werktijd veilig en droog te stallen. In eerste instantie moeten werkgevers hier zélf stallingsvoorzieningen voor realiseren. Als daar geen ruimte voor is, kan een beroep worden gedaan op de openbare ruimte. In overleg met werkgevers kijken we dan wat de beste oplossing is. Bij solitaire bestemmingen die veel bezoekers per fiets trekken, zoals het gemeentehuis, streven we naar aantrekkelijke stallingsmogelijkheden vlakbij de ingang. Zo zorgen we niet alleen voor korte loopafstanden, maar ook voor voldoende sociale controle. Dat verkleint de kans op diefstal. De voorziening dient in elk geval te beschikken over een mogelijkheid om de fiets aan te binden (ketting). Zgn. “fietsnietjes” blijken in de praktijk goed te functioneren.
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
Fietsparkeren bij geclusterde bestemmingen Fietsers stallen hun fiets altijd zo dichtbij mogelijk bij hun bestemming. Aan die behoefte willen we tegemoet komen. Bij voetgangersgebieden willen we echter voorkomen dat fietsers door het voetgangersgebied rijden. Ook overlast door gestelde fietsen willen we tegengaan. Bij voetgangersgebieden willen we op de grenzen van het voetgangersgebied (bij alle toevoerende fietsroutes) voldoende stallingsmogelijkheden realiseren. Iedereen die de fiets wil stallen, moet dat op veilige en comfortabele manier kunnen doen. Als dat ten koste gaat van parkeerplaatsen voor het autoverkeer, dan vinden we dat acceptabel: we streven naar meer fiets- en minder autobewegingen in het centrum. Bij geclusterde bestemmingen zoals het voetgangersgebied van het centrum situeren we dus de voorzieningen zodanig dat de loopafstand minimaal is. Ook hier bieden zgn. “fietsnietjes” in de praktijk een goed en veilige manier van stallen. In het voetgangersgebied zelf stellen we een stallingsverbod in, zodat handhaving mogelijk is. Fietsparkeren bij hubs en halten (ketenmobiliteit) Fietsparkeren bij knooppunten van het OV is onderdeel van zgn. 'ketenmobiliteit': de fiets als voor-/natransportmiddel voor het hoofdvervoermiddel trein, bus, fietsvoetveer of auto. Deze knooppunten van het OV zijn er in twee soorten: • Een hub, regiohub of stationshub. • Een halte.
Fietsers moeten hun fiets (incl. e-bike) veilig kunnen achterlaten: ze willen hun eigendom onbeschadigd terugvinden. Bij hubs moet er daarom bijzondere aandacht worden geschonken aan het comfortabel stallen (voldoende grote afstand tussen de fietsen) en toezicht op de gestalde fietsen. Hoe de beveiliging van fietsen en e-bikes eruit moet zien, verschilt per type hub.
24 Bij stationshubs is een bewaakte stalling meestal een absolute vereiste. Vaak is Prorail bij stationshubs de verantwoordelijke beheerder. Bij regiohubs en hubs is bewaking nodig in minimaal de vorm van cameratoezicht, als een bewaakte stalling en/of fietskluizen niet tot de mogelijkheden behoren. Fietsen moeten áltijd met een ketting aangebonden kunnen worden ter beveiliging. Om deze reden zijn zgn. 'fietsnietjes' een goede voorziening in de openbare ruimte. Dit geldt ook voor fietsnietjes bij halten. Of bij een halte stallingsmogelijkheden voor de fiets nodig zijn hangt af van de ligging ervan in het totale OV-netwerk. Gelet op de beperkte schaal van Vlissingen en het toenemende aandeel van de e-bike, is de stallingsbehoefte bij halten relatief laag. Als echter blijkt dat bij een halte wild gestalde fietsen staan, dan is dit een goed argument om fietsnietjes te plaatsen en de aangetoonde stallingsbehoefte te faciliteren. 4.6. Oplaadpunten Om onze ambities op het vlak van duurzaamheid te realiseren, zorgen we voor voldoende oplaadpunten in Vlissingen voor het laden van elektrische auto's. We maken daarbij gebruik van een (dynamische) plankaart. Op deze plankaart staan alle locaties waar laadpunten zijn of in de toekomst kunnen komen.
Zodra een inwoner een laadpaal in de openbare ruimte aanvraagt, gaan we na of op de dichtstbijzijnde locatie op de plankaart al een laadpaal is of niet: • Als er reeds een laadpaal aanwezig is, kijken we naar het gebruik ervan: is er voldoende capaciteit, of realiseren we een extra laadpaal? • Als er nog geen laadpaal aanwezig is, plaatsen we er één. We plaatsen niet actief laadpalen op locaties waar ze ontbreken; er dient altijd een aanvraag van één of meerdere inwoners aan vooraf te gaan. Zo voorkomen we misinvesteringen aan de zijde van de marktpartij die voor eigen rekening en risico de laadpalen plaatst. De gemeente Vlissingen hanteert beleidsregels openbare infrastructuur die het voorgaande concretiseren. Deze beleidsregels bevinden zich op het niveau van het (toekomstige) omgevingsplan.
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
De hiervoor genoemde beleidsregels gaan vooral om de woonomgeving en daarvoor vinden we ze toereikend. Op strategische locaties willen we echter niet vraagvolgend zijn, maar vraagsturend. We willen op nader te bepalen strategische locaties extra inzetten op het gebruik van elektrische voertuigen. In het Parkeerbeleidsplan werken we deze locaties nader uit. Samen met de andere gemeenten op Walcheren onderzoeken de mogelijkheden om een concessie te kunnen uitgeven voor het plaatsen van laadpalen. Een concessie biedt de gemeente(n) meer sturingsmogelijkheden (waar plaatsen en tegen welk energietarief).
25
5. Keten- en deelmobiliteit 5.1. Inleiding Ketenmobiliteit staat voor multimodaal vervoer: het gebruik van meer dan één vervoerwijze om twee activiteiten met elkaar in tijd en ruimte te verbinden. Bekende voorbeelden zijn de P&R's bij NS-stations (auto parkeren, verder per trein), de OV-fiets (aankomen per trein en per deelfiets verder) en de bewaakte stationsstalling (aankomen met de eigen fiets en verder per trein). Ketenmobiliteit is een efficiënte invulling van de reis tussen twee activiteiten.
Omdat bij NS-station Oost-Souburg weinig parkeercapaciteit is én omdat we automobilisten van buiten Vlissingen/Souburg niet willen uitnodigen om door Oost-Souburg te rijden om bij het station te parkeren, zetten we bij dit NSstation louter in op het stallen van (deel)fietsen.
Deelmobiliteit staat voor vervoermiddelen die niet in eigendom zijn bij de gebruiker. Deze vervoermiddelen, die wél door de gebruiker zélf worden bestuurd, zijn eigendom van organisaties of privépersonen die deze tegen betaling beschikbaar stellen. Bekende voorbeelden zijn de OV-fiets en de deelauto. 5.2. Mobiliteitshubs Op locaties waar reizigers hun (deel)auto kunnen achterlaten om verder te reizen per trein, fietsvoetveer of bus, spreken we van een mobiliteitshub. Ketenmobiliteit biedt tezamen met deelmobiliteit kansen om de binnenstad van Vlissingen leefbaarder en aantrekkelijker te maken. Hierbij is oog voor het (flankerend) parkeerbeleid op z'n plaats: als in het centrum de parkeerruimte schaars en duur is, en aan de rand van het centrum en van Vlissingen goedkoop, zullen velen verleid worden om per (deel)fiets naar het centrum te komen. De Cyclehub zoals Middelburg die al jaren kent, is hiervan een goed en succesvol voorbeeld. Vlissingen kiest voor een stationshub bij NS-station Vlissingen en een regiohub bij de Spuikom. Op deze locaties worden automobilisten van buiten Vlissingen onthaald, geïnformeerd en kunnen zij verder reizen per (deel)fiets, deelauto, OV of gewoon wandelen.
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
Station Vlissingen en de Spuikom zijn hubs en station Oost-Souburg is een “vaste” halte
26 5.3.
Deelmobiliteit
Deelfietsen Het fietspotentieel in de stad Vlissingen is groot en deelfietsen kunnen een rol spelen in het verleiden van inwoners, werknemers en bezoekers om de auto niet bínnen Vlissingen te gebruiken. Deelfietsen worden aangeboden door marktpartijen, maar de gemeente Vlissingen speelt een faciliterende rol: • Op welke locaties willen we gegarandeerde fietsuitgiftepunten hebben? • Waar staan we fietsopstelplaatsen toe en waar niet? • Welke ruimtelijke en kwaliteitseisen stellen we aan fietsuitgiftepunten en fietsopstelplaatsen?
Fietsopstelplaatsen: De fietsopstelplaatsen zijn fietsinleverpunt en ingeleverde fietsen kunnen ter plaatse ook weer gebruikt worden. Verschil met de hiervoor bedoelde fietsuitgiftepunten is het ontbreken van een garantie dat er ook deelfietsen beschikbaar zijn. In aanvulling op de fietsuitgiftepunten gaat het om tenminste de volgende locaties: • Boulevard De Ruijter/Coosje Buskenstraat. • Boulevard Evertsen/Naereboutplein. • Parkeerterrein Nollebos. • Parkeerterrein Van Woelderenlaan. • Zeilmarkt. • Walstraat Noord.
Wij willen dat deelfietsen meerwaarde hebben voor onze inwoners en bezoekers. Daarbij passen aantrekkelijke uitgifte- en inleverplaatsen. We willen zeker weten dat op de juiste locaties deelfietsen beschikbaar zijn. Tegelijkertijd eisen we van marktpartijen dat er met vaste opstelplaatsen wordt gewerkt voor ingeleverde fietsen en nieuw uit te geven fietsen. We willen dat het straatbeeld niet verstoord wordt door rondslingerende, wild gestalde deelfietsen. Fietsuitgiftepunten: We willen een aantal fietsuitgiftepunten hebben waar gebruikers erop kunnen vertrouwen dat er een deelfiets beschikbaar is. Er moet als zodanig sprake zijn van een garantie. Het gaat om in elk geval de volgende locaties: • Hubs (Station Vlissingen en Spuikom). • Halte Station Oost-Souburg. • Gemeentehuis. • Centrum (bijvoorbeeld omgeving Bellamypark). Op deze locaties kunnen deelfietsen ook ingeleverd worden.
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
Deelmobiliteitspunten: fietsuitgiftepunten (geel) en fietsopstelplaatsen voor deelfietsen
27 Kwaliteitseisen: Vanwege de concentratie van deelfietsen op specifieke locaties, is hier een zeker ruimtebeslag mee gemoeid. Hier stellen we tenminste de volgende kwaliteitseisen aan: • De deelfietsen mogen niet opgesteld worden voor de gevels van woningen. • Uitsluitend op fietsuitgiftepunten en fietsopstelplaatsen kan het gebruik van de deelfiets worden beëindigd en afgerekend. • Waar mogelijk worden de uitgiftepunten en opstelplaatsen ingebed in een groenvoorziening. Deelscooters We vinden deelscooters niet passen bij ons streven naar een aantrekkelijke en leefbare stad. De schaal van Vlissingen maakt dat (deel)fietsen altijd de slimste en omgevingsbewuste manier van verplaatsen is. Deelscootersystemen willen we niet actief stimuleren. We volgen de ontwikkelingen in andere steden. Als een marktpartij in Vlissingen een deelscootersysteem wil aanbieden, zullen we ons op dat moment buigen over de consequenties en de te stellen voorwaarden, die minimaal op het niveau liggen van de voorwaarden voor deelfietssystemen. Dat betekent dat we deelscooter alleen zullen accepteren op basis van vaste uitgifte- en inzamelpunten (station based); Vrije plaatsing (free floating) staan we niet toe. Deelauto De deelauto staat in Vlissingen nog in de kinderschoenen.
We willen het delen van voertuigen stimuleren omdat hiermee met name het tweede autobezit (die minder kilometers maakt maar wel parkeerruimte inneemt) verlaagd kan worden. Daarom zullen we altijd instemmen met verzoeken tot het aanwijzen van een parkeerplaats voor deelauto's vlakbij de initiatiefnemer/gebruikers. Wij voeren hier een vraagvolgend beleid. De vraag zoeken we daarbij zo actief mogelijk op via interessepeilingen; indirect komt dit neer op het promoten van de deelauto als goedkoper en duurzaam vervoermiddel. We streven ernaar dat in de vergunninghoudergebieden het bezit van een tweede auto wordt vervangen door gebruik van een deelauto en/of de fiets.
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
Bij het NS-station Vlissingen, op de Kenniswerf en bij het gemeentehuis zijn al deelauto's beschikbaar. Deze worden goed gebruikt. We willen daarom grote werkgevers in Vlissingen benaderen en stimuleren om zelf ook deelauto's te laten plaatsen en het gebruik ervan onder de aandacht van de medewerkers te brengen.
28
6. Ontwerpwaarden en -uitgangspunten 6.1. Inleiding Beleidsmatig zijn de wegcategorieën en inrichtingsbeelden in dit programma gedefinieerd. Daarmee zijn we er natuurlijk niet. Het op orde brengen van de inrichting van alle wegen en straten is een langdurig proces, dat wel tot 30 jaren kan duren. In de tussentijd staan we natuurlijk niet stil. Wat doen we met wegen die (voorlopig) nog niet in beeld zijn voor herinrichting? Bij die wegen houden we een vinger aan de pols als het gaat om de verkeersintensiteiten en de rijsnelheden. En als het echt nodig is, kijken we of (tijdelijk) ingrijpen gewenst is. De ontwerpwaarden en -uitgangspunten zijn leidend, zowel bij de beoordeling van de bestaande inrichting van wegen als bij de herinrichting ervan. In het Omgevingsplan werken we de inhoud van dit hoofdstuk uit in meer dwingende interventienormen. 6.2. Inrichting schoolomgeving Rond scholen richten we een schoolomgeving in om het veilig brengen en halen vorm te geven en de omgeving van scholen zich bewust te maken van de aanwezigheid van kwetsbare verkeersdeelnemers. We hanteren daarbij een aantal uitgangspunten: • De ingang van de school en van het schoolplein mag niet liggen aan een 50 km/uur-weg. • Tussen het uitstappen van de auto en het schoolplein wordt het aantal verkeersbewegingen tot een absoluut minimum beperkt. • Formele inrichting als (autoluwe) schoolzone.
• Oversteekvoorzieningen voor overstekende scholieren. • Stimuleren om per fiets en te voet naar school komen. • Stimuleren dat scholen gedragsafspraken maken met ouders qua verkeersdeelname. • Samenwerkingsconvenantensystemen tussen gemeente en scholen.
6.3. Ontwerpintensiteiten De inrichting van wegen stemmen we af op de functie ervan, in perspectief van het omgevingsbeeld. Dit betekent dat normaal gesproken de hoeveelheid verkeer (de verkeersintensiteit) past bij de functie van de weg. Of de werkelijke intensiteit past bij de functie van een weg, en of een sterk afwijkende intensiteit tot onveiligheid leidt, hangt af van onder meer: • Percentage overtreders en mate van overschrijding van de snelheidslimiet. • De oversteekbaarheid van de weg voor fietsers en voetgangers. • De aanwezigheid van fietsers en/of voetgangers op de rijbaan. • De afstand van woningen tot de rijbaan. • De hoeveelheid kruisende wegen. Dit soort omstandigheden hangt samen met de wegcategorieën zoals we die kennen. In een verblijfsgebied (30 km/uur-zone) zijn hoge intensiteiten eerder een probleem zijn dan op een stroomweg. De fietsstraat, GOW 30 en GOW 50 zitten daar uiteraard tussenin. Te lage intensiteiten kunnen met name op GOW 30 en GOW 50 een verklaring zijn voor te hoge snelheden. In de volgende tabel geven we aan wat we nog zien als “aanvaardbaar”, in de zin dat we niet acuut willen ingrijpen. We zullen immers prioriteiten moeten stellen als we geld uittrekken voor het terugdringen van te hoge intensiteiten, en dan willen we de wegen met de grootste problemen als eerste aanpakken. Dat vinden we kosteneffectief.
Wegcategorie Stroomweg GOW 50 GOW 30 Fietsstraat Verblijfsgebied
Gewenste minimum intensiteit (auto) 15.000 mvt/etmaal 6.000 mvt/etmaal 3.000 mvt/etmaal 0 mvt/etmaal 0 mvt/etmaal
Acceptabele bandbreedte verkeersintensiteit
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
Gewenste maximum intensiteit (auto) 40.000 mvt/etmaal 20.000 mvt/etmaal 10.000 mvt/etmaal 5.000 mvt/etmaal 5.000 mvt/etmaal
29 Als op één of meerdere wegvakken de intensiteit onder de gewenste minimum of boven de gewenste maximum intensiteit komt, vinden we dat een interventie op z'n plaats is. We gaan dan als volgt te werk: 1. Als er veel (slachtoffer)ongevallen plaatsvinden die een relatie hebben met de verkeersintensiteit, dan vinden we direct ingrijpen nodig. We gaan dan door naar stap 2. 2. We voeren een verkennend onderzoek uit door middel van een expert inschatting: zit er spanning tussen functie, vorm en gebruik? En hoe kan die spanning worden weggenomen? 3. We overwegen eerst kleine en kosteneffectieve maatregelen en evalueren die naderhand. Als een weg binnenkort aan grootschalig onderhoud toe is, besteden we aandacht aan het bijsturen van de verkeersstromen of het aanpassen van het inrichtingsbeeld zodanig dat de intensiteit daarbij past. 6.4. Ontwerpsnelheden Wegen worden niet zó ontworpen dat álle automobilisten zich aan de snelheidslimiet houden. Dan zou élke weg vol met plateaus gelegd moeten worden. Los van de geluid- en trillinghinder die dat oplevert, is het ook beleidsmatig ongewenst. Bepaalde wegen hebben nu eenmaal een hogere functie dan andere, en daar past een zekere mate van doorstroming bij. Wegen worden daarom zó ontworpen dat in principe 85% van het passerende autoverkeer zich aan de snelheidslimiet houdt. Dit wordt het 85-percentiel genoemd.
Of de gerealiseerde snelheden overeenkomen met de ontwerpwaarde (85percentiel), en of overschrijding ervan tot onveiligheid leidt, hangt o.a. af van: • Percentage overtreders en mate van overschrijding van de snelheidslimiet. • Heeft de weg een voorrangsstatus? • Wat is de kruispuntdichtheid? • Zijn er fietsers en/of voetgangers op de rijbaan aanwezig? • Moeten er veel fietsers de weg oversteken?
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
• Gaat het om een omgeving met veel kwetsbare verkeersdeelnemers (basisscholieren, ouderen)? Dit soort omstandigheden hangt met de wegcategorieën zoals we die kennen. Dit betekent dat in verblijfsgebied (30 km/uur) te hoge rijsnelheden eerder een probleem zijn dan op een stroomweg. De fietsstraat, GOW 30 en GOW 50 zitten daar uiteraard tussenin. In de tabel geven we aan wat we nog zien als “aanvaardbaar”, in de zin dat we niet acuut willen ingrijpen. We stellen immers prioriteiten als we geld uittrekken voor het terugdringen van te hoge snelheden. We willen de wegen met de grootste problemen als eerste aanpakken. Maatregelen moeten kosteneffectief zijn. Wegcategorie Stroomweg GOW 50 GOW 30 Fietsstraat Verblijfsgebied
Limiet 70 km/uur 50 km/uur 30 km/uur 30 km/uur 30 km/uur
Acceptabele V85 80 km/uur 60 km/uur 40 km/uur 40 km/uur 40 km/uur
Acceptabele mate van overschrijding snelheidslimiet
Als op één of meerdere wegvakken de acceptabele V85 wordt overschreden, vinden we dat een interventie op z'n plaats is. We gaan dan als volgt te werk: 1. Als er veel (slachtoffer)ongevallen plaatsvinden die een relatie hebben met het snelheidsbeeld, dan vinden we direct ingrijpen nodig. We gaan dan naar stap 2. Als er weinig (slachtoffer)ongevallen plaatsvinden, gaan we de situatie in de gaten houden. 2. We voeren een kort onderzoek uit door middel van een expertinschatting: zit er spanning tussen functie, vorm en gebruik? En hoe kan die spanning worden weggenomen? 3. We overwegen eerst kleine en kosteneffectieve maatregelen en evalueren die naderhand. Als een weg binnenkort aan grootschalig onderhoud toe is, besteden we extra aandacht aan het beteugelen van de rijsnelheid.
30 6.5. Ontwerpuitgangspunten Voor ontwerpers is het belangrijk om in te kunnen spelen op lokale omstandigheden en ontwerpen in te bedden in het totale omgevingsbeeld. Tegelijkertijd is het essentieel om in het ontwerpproces de richtlijnen van het CROW aan te houden als dat enigszins kan. Alleen op die manier wordt zoveel mogelijk uniformiteit geboden en worden “bewezen” ontwerpprincipes gehanteerd. Deze paragraaf geeft daarom de beleidsuitgangspunten die we hanteren als het maken van keuzen op verkeerstechnisch vlak onontkoombaar zijn. 1. De positie van de fietser staat in Vlissingen centraal. Bij sternetfietsroutes worden geen concessies gedaan aan de fietskwaliteit. Als het autoverkeer moet inschikken (lagere snelheid, eenrichtingsverkeer, minder parkeerlaatsen, of iets dergelijks) dan accepteren we dat. 2. De functie van wegen (stroomweg, GOW 50, GOW 30 en verblijfsgebied) is het absolute ijkpunt voor de inrichting ervan. Herinrichtingen, ad hoc maatregelen en zelfs tijdelijke maatregelen moeten áltijd passen bij de functie van een weg. 3. Ieder ontwerp toetsen we ambtelijk op verkeersveiligheid. Leidt het ontwerp tot een herkenbare en voorspelbare verkeerssituatie? Als we daar niet van zijn overtuigd, passen we het ontwerp aan. 4.
Ieder ontwerp laten we toetsen door de nood- en hulpdiensten voor wat betreft de betekenis op de rijtijden van vrijwilligers naar de kazerne (brandweer) en de aanrijtijden tussen steunpunt en incidentlocatie. Als maatregelen erg nadelig uitpakken voor de nood- en hulpdiensten, wordt in overleg nagegaan welke aanpassingen aan het ontwerp zijn gewenst.
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
5. De CROW-richtlijnen zoals die van tijd tot tijd bestaan hanteren we altijd. Van de CROW-richtlijnen wijken we alleen gemotiveerd af.
Deze vijf ontwerpuitgangspunten zorgen er in onderlinge samenhang voor dat we in Vlissingen op weg zijn naar een verkeersveilige en leefbare stad.
31
Bijlagen
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
32 Bijlage 1: Beleidskaders vanuit omgevingsvisie Dit programma geeft invulling aan de opgaven zoals verwoord in de Omgevingsvisie Vlissingen 2040. De Omgevingsvisie geeft op haar beurt invulling aan de Strategische visie 2040. De Omgevingsvisie heeft negen hoofdopgaven. Dit programma Mobiliteit heeft met veel hoofd- en deelopgaven raakvlakken. Deze raakvlakken worden hierna benoemd. 1. “Natuurlijke en groene leefomgeving” Een opgave met raakvlakken is het toepassen van de 3-30-300 vuistregel: “Iedereen moet minstens drie bomen kunnen zien vanuit huis en iedere wijk moet voorzien zijn van 30 procent bladerdek. Iedereen woont op maximaal 300 meter van een groene plek van minstens 1 hectare groot”. Waar vindt u dat terug in dit programma? Sommige beleidsmaatregelen beperken de verkeersruimte. Zo ontstaat ruimte voor o.a. meer groen. Autonetwerk. Een aantal 50 km/uur-wegen waarderen we af naar 30 km/uur. Parkeren. Minder parkeerplaatsen in het centrum. 2. “Klimaatbestendige leefomgeving” Opgaven met raakvlakken zijn “Water vasthouden, infiltreren, bergen en vertraagd afvoeren” en “Hittebestendige buitenruimte”. Waar vindt u dat terug in dit programma? Sommige beleidsmaatregelen beperken de verkeersruimte. Zo ontstaat ruimte voor o.a. meer groen en natuurlijke waterinfiltratie. Autonetwerk. Een aantal 50 km/uur-wegen waarderen we af naar 30 km/uur. Parkeren.
Minder parkeerplaatsen in het centrum. 3. “Cultureel en beleefbaar” Met de opgaven in relatie tot deze hoofdopgave heeft dit programma geen directe raakvlakken. Wel geldt in het algemeen dat hoe minder verkeer er door het centrum van Vlissingen rijdt, de belevingswaarde van de aanwezige culturele voorzieningen groter wordt: het genieten en beleven wordt minder verstoord.
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
4. “Fysiek en digitaal verbonden” Alle opgaven in relatie tot deze hoofdopgave raken direct het beleid ten aanzien van verkeer en parkeren. 16. “Vlot bereikbaar van buitenaf per auto” Waar vindt u dat terug in dit programma? Doorstroming A58-Sloeweg-Bossenburghweg. We streven naar een ongelijkvloerse spoor- en kanaalkruising, het saneren van de aansluiting van de Wijevlietweg op de Sloeweg en het op de Bossenburghweg vervangen van de rotondes door slimme verkeerslichten (iVRI's). 17. “Vlot naar buiten met de fiets” Waar vindt u dat terug in dit programma? Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes. Inclusief lange (recreatieve) fietsroutes naar het buitengebied, Sloegebied en Middelburg. 18. “Vlot overstappen met de vervoersketen” Waar vindt u dat terug in dit programma? Mobiliteitshubs. Overstappen tussen auto, trein, fietsvoetveer, bus, (deel)fiets en flex. 19. “Goed verbonden binnen Vlissingen” Waar vindt u dat terug in dit programma? Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes. Vlissingen wordt een fietsstad, met directe fietsverbindingen die op elkaar aansluiten. 20. “Voorrang voor voetgangers en fietsers” Waar vindt u dat terug in dit programma? Fietsoversteken. Als fietsroutes het autonetwerk kruisen, krijgt de fietser prioriteit. Voetgangersoversteken. Als voetgangersroutes tussen NS-station, Kenniswerf en centrum het autonetwerk kruisen, krijgt de voetganger prioriteit. 21.
“Sterk netwerk van fietspaden” Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes. In verblijfsgebieden richten we fietsroutes in als fietsstraat waar de automobilist te gast is.
33 22. “Overstappunten voor sterkere vervoersketen” Waar vindt u dat terug in dit programma? Mobiliteitshubs. Overstappen tussen auto, trein, fietsvoetveer, bus, (deel)fiets en flex. Deelmobiliteit. Beschikbaarheid van deelfietsen op de hubs en elders in de stad. 23. “Groter stadshart door sterkere verbindingen” Waar vindt u dat terug in dit programma? Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes, inclusief directe verbindingen tussen NS-station, Kenniswerf, centrum en boulevards. Voetgangersnetwerk. Aantrekkelijke wandelroutes tussen NS-station, Kenniswerf en het centrum. 24. “Duurzaam verbonden” Waar vindt u dat terug in dit programma? Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes. Mobiliteitshubs. Overstappen tussen auto, trein, fietsvoetveer, bus, (deel)fiets en flex. Deelmobiliteit. Beschikbaarheid van deelfietsen op de hubs en elders in de stad. Oplaadpunten. Netwerk van oplaadpunten. 25. “Auto te gast in woongebied” Waar vindt u dat terug in dit programma? Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes. In verblijfsgebieden richten we fietsroutes in als fietsstraat waar de automobilist te gast is. De prioriteit ligt altijd bij de fietser. Parkeren personenauto's. De verblijfskwaliteit staat voorop. Parkeren in de straat als dat kan, maar een beperkte loopafstand is acceptabel als dat nodig is voor de verblijfskwaliteit en/of het fietsnetwerk. 26.
“Stimuleren duurzaam vervoer” Waar vindt u dat terug in dit programma? Oplaadpunten. Netwerk van oplaadpunten. Deelmobiliteit. Beschikbaarheid van deelfietsen op de hubs en elders in de stad. En deelauto's als daar voldoende animo voor is.
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
27. “Efficiënt bezorgverkeer” Waar vindt u dat terug in dit programma? Stadsdistributie. Afgifte- en ophaalpunten voor pakketjes aan de rand van het centrum en verdeeld over de stad. Venstertijden voor de bevoorrading van winkels in het centrum. 28. “Inclusief verbonden” Waar vindt u dat terug in dit programma? Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes. Vlissingen wordt een fietsstad, met directe fietsverbindingen die op elkaar aansluiten. Openbaar Vervoer. Vaste buslijnen en flex die toegankelijk zijn voor iedereen. 29. “Voor iedereen toegankelijk vervoer” Waar vindt u dat terug in dit programma? Openbaar Vervoer. Vaste buslijnen en flex die toegankelijk zijn voor iedereen. 30. “Verbonden in de openbare ruimte” Waar vindt u dat terug in dit programma? Sommige beleidsmaatregelen beperken de verkeersruimte. Zo ontstaat ruimte voor o.a. meer groen, brede trottoirs en rust- en ontmoetingsplekken. Autonetwerk. Een aantal 50 km/uur-wegen waarderen we af naar 30 km/uur. Parkeren. Minder parkeerplaatsen in het centrum. 31. “Dekkend digitaal netwerk voor iedereen” Met deze opgave heeft dit programma geen raakvlakken.
5. “Circulair en energieneutraal” Met deze hoofdopgave heeft dit programma geen raakvlakken.
34 6. “Gezond economisch klimaat” Een opgave met raakvlakken is de ontwikkeling van de Kenniswerf. “De bereikbaarheid van de Kenniswerf en de verbinding met de binnenstad en de boulevards is daarbij een belangrijke deelopgave”. Waar vindt u dat terug in dit programma? Autonetwerk. Directe verbinding van de Kenniswerf met de A58. Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes, inclusief directe verbindingen tussen NS-station, Kenniswerf, centrum en boulevards. Voetgangersnetwerk. Aantrekkelijke wandelroutes tussen NS-station, Kenniswerf en het centrum. 7. “Aantrekkelijk wonen en verblijven” Met deze hoofdopgave, die gaat over woningbouw, heeft dit programma geen raakvlakken. 8. “Sociaal en gezond” De meeste opgaven in relatie tot deze ambitie, raken direct het beleid ten aanzien van verkeer en parkeren. De opgaven met raakvlakken worden hier opgesomd: 32. “Veerkrachtige en gezonde buurten”, “voorzieningen moeten bereikbaar zijn en de openbare ruimte ingericht voor ontmoeten” Waar vindt u dat terug in dit programma? Sommige beleidsmaatregelen beperken de verkeersruimte. Zo ontstaat ruimte voor o.a. meer groen, brede trottoirs en rust- en ontmoetingsplekken. Autonetwerk. Een aantal 50 km/uur-wegen waarderen we af naar 30 km/uur. Parkeren. Minder parkeerplaatsen in het centrum. 33.
“Positieve gezondheid” Waar vindt u dat terug in dit programma? Fietsen en wandelen leveren een belangrijke bijdrage aan de gezondheid van mensen. Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes. Vlissingen wordt een fietsstad, met directe fietsverbindingen die op elkaar aansluiten. In verblijfsgebieden
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt
richten we fietsroutes in als fietsstraat waar de automobilist te gast is. De prioriteit ligt altijd bij de fietser. Voetgangersnetwerk. Aantrekkelijke wandelroutes tussen NS-station, Kenniswerf en het centrum. 34. “Ontmoeting in de openbare ruimte” Waar vindt u dat terug in dit programma? Sommige beleidsmaatregelen beperken de verkeersruimte. Zo ontstaat ruimte voor o.a. meer groen, brede trottoirs zonder obstakels en rust- en ontmoetingsplekken. Autonetwerk. Een aantal 50 km/uur-wegen waarderen we af naar 30 km/uur. Parkeren. Minder parkeerplaatsen in het centrum. 35. “Een gezond milieu” Waar vindt u dat terug in dit programma? Autonetwerk. Een aantal 50 km/uur-wegen waarderen we af naar 30 km/uur omwille van de lucht-, geluid- en/of omgevingskwaliteit. Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes. Vlissingen wordt een fietsstad, met directe fietsverbindingen die op elkaar aansluiten. In verblijfsgebieden richten we fietsroutes in als fietsstraat waar de automobilist te gast is. De prioriteit ligt altijd bij de fietser en op die manier stimuleren we inwoners om vaker de fiets te pakken en de auto te laten staan. 36. “Uitvoering geven aan het Schone Lucht Akkoord (SLA)” Waar vindt u dat terug in dit programma? Autonetwerk. De Paul Krugerstraat waarderen we af naar 30 km/uur omwille van de luchtkwaliteit. Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes.
Vlissingen wordt een fietsstad, met directe fietsverbindingen die op elkaar aansluiten. Op die manier stimuleren we inwoners om vaker de fiets te pakken en de auto te laten staan. 37. “Ambitiebepaling milieubeleid gemeente Vlissingen” Dit programma wordt periodiek geactualiseerd. Als Vlissingen haar ambities op het gebied van het milieubeleid bijstelt in de toekomst, stemmen we daar dit programma op af.
35 9. “Veilige leefomgeving” De meeste opgaven in relatie tot deze hoofdopgave raken direct het beleid ten aanzien van verkeer en parkeren. De opgaven met raakvlakken worden hier opgesomd: 38. “Verkeersveiligheid voor alle weggebruikers” Verkeersveiligheid gaat over de voorspelbaarheid en herkenbaarheid van verkeerssituaties. Weggebruikers moeten onderweg continue weten wat zij kunnen verwachten en hoe zij zichzelf moeten gedragen. Op die manier zorgen we ervoor dat de functie, de vorm en het gebruik (intensiteit en snelheid) van wegen in evenwicht zijn. Waar vindt u dat terug in dit programma? Ontwerpuitgangspunten wegvakken. We hanteren vijf voor weggebruikers voorspelbare en herkenbare wegbeelden. Ontwerpuitgangspunten kruispunten. We hanteren voor weggebruikers voorspelbare en herkenbare kruispuntvormen. Ontwerpuitgangspunten fietsoversteken. We geven fietsers prioriteit op het autoverkeer en doen dat op een veilige manier. Ontwerpuitgangspunten voetgangersoversteken. voetgangersoversteken richten we veilig in en we streven naar korte wachttijden. 39. “Voorspelbare wegen qua inrichting en gebruik” Waar vindt u dat terug in dit programma? Ontwerpuitgangspunten wegvakken. We hanteren vijf voor weggebruikers voorspelbare en herkenbare wegbeelden. Ontwerpuitgangspunten kruispunten. We hanteren voor weggebruikers voorspelbare en herkenbare kruispuntvormen.
Ontwerpuitgangspunten fietsoversteken. We geven fietsers prioriteit op het autoverkeer en doen dat op een veilige manier. Ontwerpuitgangspunten voetgangersoversteken. voetgangersoversteken richten we veilig in en we streven naar het korte wachttijden. 40. “Snelfietsroutes die zijn afgestemd op e-bikes” Waar vindt u dat terug in dit programma? Fietsnetwerk. Sternet van fietsroutes. Vlissingen wordt een fietsstad, met directe fietsverbindingen die op elkaar aansluiten.
Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen verbindt