3.1 Burgerinitiatief Slavernijmonument Vlissingen Bijlage 4. Tekst voor de informatiezuil tegenover het pand Nieuwendijk 21 dat staat op de geboortegrond van Betje Wolff
Tekst van het document
Bijlage 4. Tekst voor de informatiezuil tegenover het pand Nieuwendijk 21 dat staat op de geboortegrond van Betje Wolff
In verzet tegen slavernij en slavenhandel Vlissingen had in de tweede helft van de achttiende eeuw een belangrijke rol in de slavenhandel. Een kwart van de lokale economie was ermee verbonden. De stad vervoerde in dertig jaar zo’n 60.000 tot slaaf gemaakten. Eén van de weinige critici van de slavenhandel was Betje Wolff. Zij was het die in die tijd haar stem verhief. In haar werk heeft Betje Wolff zich verschillende keren uitgesproken tegen slavernij en slavenhandel. Zo schreef ze in 1777 het gedicht “de slaverny”, waarin ze de slavernij veroordeelde als een barbaarse daad. Betje Wolff wenste in 1798 onder geen beding meer bij Vlissingse kennissen te logeren wegens haar afkeer van slavenkopers.