3.1 Bijlage 3 Overzicht wijzigingen Verordening
Tekst van het document
Was
Wordt
Toelichting
Artikel 4
Artikel 4
Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Een wijziging in inkomensgrens van 110% naar 120% van het sociaal minimum.
Artikel 5
Artikel 5
1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per jaar: a. voor een alleenstaande: € 369,b. voor een alleenstaande ouder: € 471,c. voor gehuwden: € 527,-
1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per jaar: a. voor een alleenstaande: € 495,b. voor een alleenstaande ouder: € 631,c. voor gehuwden: € 707,-
De bedragen zijn aangepast naar de bedragen per 1-1-2025. De bedragen worden ieder jaar geïndexeerd zoals staat beschreven in Artikel 5 lid 4.