23. POV - Aanvullende vragen Wmo
Tekst van het document
Fractie POV
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
ONS KENMERK
DATUM
2245875 / 2248114
2 maart 2023 BIJLAGEN
BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
A Bouziani-Akdim
Paul Krugerstraat 1
+31118487382
ONDERWERP
Beantwoording art 34 RvO vragen POV - Aanvullende vragen Wmo Geachte heer/mevrouw, Naar aanleiding van de door uw fractie ingediende vragen ex artikel 34 RvO informeren wij u als volgt. Vraag 1 Er staan bepalingen in de ontwikkelovereenkomst die voor rechthebbenden niet bekend zijn. Ze zijn voorzover wij kunnen nagaan nergens gepubliceerd, terwijl ze voor individuen grote gevolgen hebben. Onder artikel 7.3 is namelijk bepaald dat huishoudelijke hulp een (algemene) voorziening is voor inwoners met een enkelvoudige hulpvraag. Aanvullende zorg in de vorm van een maatwerkvoorziening is ingevolge artikel 7.8 alleen bestemd voor inwoners met een meervoudige hulpvraag. De aanname dat ernstig zieken of mensen met een handicap zonder andere problematiek niet in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ligt voor de hand en lijkt derhalve correct. Graag uw reactie. Ons antwoord De aanname is niet correct. Zowel de algemene voorziening als de maatwerkvoorziening maken onderdeel uit van de ontwikkelovereenkomst. Indien een inwoner zich meldt bij Team Wmo en Jeugd voor een melding in het kader van de Wmo wordt altijd gedegen onderzoek verricht. Er wordt o.a. naar de persoonlijke kenmerker gekeken. Als de hulpvraag niet met voorliggende voorzieningen of een algemene voorziening opgelost kan worden, is een maatwerkvoorziening mogelijk.
Vraag 2 In de inmiddels redelijk uitgebreid besproken telefoongesprekken van zorgaanbieders naar cliënten wordt met geen woord gerept over de wijziging van maatwerkvoorziening naar algemene voorziening. Ook in de brief ‘WMO aanvullende zorg’ van de gemeente staat daarover niets. Het is voor cliënten dus volstrekt onduidelijk dat hun aanspraak op een maatwerkvoorziening is verschoven naar een algemene voorziening. Wijziging van rechten kan uitsluitend na een hernieuwd onderzoek, een telefoongesprek is daartoe volstrekt
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
onvoldoende. Het stopzetten van lopende indicaties komt feitelijk neer op het beëindigen van een lopend recht. Conform huidige jurisprudentie dient het college in deze gevallen aannemelijk te maken dat de feiten en omstandigheden een dergelijke intrekking rechtvaardigen. Hiervan lijkt geen sprake in de bij ons bekende gevallen omdat de betrokkenen daarvan geen enkele schriftelijke bevestiging van hebben ontvangen. Graag uw reactie. Ons antwoord Samen met de gecontracteerde combinaties zijn afspraken gemaakt over het uitvoeren van evaluaties. Deze afspraken zijn getoetst aan de huidige wet- en regelgeving. Essentieel onderdeel hiervan is dat het Team Wmo en Jeugd de wettelijke vergewisplicht uitoefent. Uit signalen die wij ontvingen, is gebleken dat er op een andere wijze gehandeld is. Deze signalen zijn onderzocht door het team Wmo en Jeugd en is daar verder actie op ondernomen. De betreffende combinanten zijn hierop aangesproken. Vraag 3 Het moment van herbeoordeling c.q. evaluatie verschilt kennelijk per beschikking. In veel beschikkingen die wij in ons archief hebben is sprake van twee maanden voor afloop ervan, in sommige gevallen negen maanden na de ingangsdatum. In de huidige praktijk worden de rechthebbenden echter veel eerder gebeld door de hoofdaannemer, soms tot wel vijf maanden voor afloop van de betreffende beschikking.
Er wordt telefonisch meegedeeld dat de beschikbare tijd wordt verminderd en deze vermindering gaat één tot twee weken na dat telefoongesprek in. Dit is een patroon die wij in veel gevallen herkennen. Wat is de mening van het college over deze patroonvorming? Welke maatregelen en wanneer gaat het college nemen richting de hoofdaannemer die deze werkwijze hanteert? Ons antwoord Het tussentijds evalueren van lopende indicaties is toegestaan. Dit moet echter wel op een zorgvuldige manier gebeuren. Daar waar dat niet gebeurd is, spreken wij de betreffende zorgaanbieder aan op de signalen die wij ontvingen. Zie verder ook het antwoord op vraag 2. Vraag 4 Verdiepingsvraag naar aanleiding van de geconstateerde patroonvorming in vraag 3; De geconstateerde patroonvorming staat haaks op de informatie in de brief van de informatiebrochure van de gemeente over de wijzigingen; ‘Als u een indicatie heeft voor hulp bij het huishouden of individuele begeleiding die doorloopt tot na 1 juli 2022, dan kan de zorgaanbieder met u in gesprek gaan. Het is mogelijk dat er voor u iets verandert, maar dat kan alleen in overleg met u gebeuren’. Maar wat is overleg? Semantisch is dat het 'uitwisselen van meningen' of 'het raadplegen van anderen'. Overleg is dus geen heronderzoek of evaluatie zoals bedoeld in de afgegeven beschikkingen.
Bovendien is de wijze waarop de zin is geformuleerd misleidend aangezien het de schijn wekt dat een verandering uitsluitend mogelijk is met instemming van de client. Dit is volstrekt niet het geval. Graag uw reactie Ons antwoord Ook bij een tussentijdse evaluatie is er sprake van overleg met de inwoner. Met de inwoner wordt besproken wat hij/zij zelf kan en waar eventueel aanvullende ondersteuning voor nodig is. Het kan natuurlijk voorkomen dat de inwoner het niet eens is met de uitkomst van de evaluatie. In dat geval kan hij/zij dit melden bij de zorgaanbieder of het Team Wmo en Jeugd en wordt opnieuw naar de situatie gekeken. Verder kan de inwoner ook een beroep doen op een maatwerkvoorziening en staat daarna de weg voor bezwaar open.
Blad 2 behorend bij 2245875 / 2248114
Vraag 5 Bij wijziging van regelgeving moet een overgangsrecht met een fatsoenlijke overgangstermijn worden gehanteerd. Bij de POV-fractie zijn meerdere gevallen bekend van cliënten die zijn gebeld door een medewerker van de hoofdaannemers die na een kort gesprek het aantal uren verminderde. De vermindering ging in alle gevallen één tot twee weken na dit telefoongesprek in. Er zijn gevallen bij met een oude beschikking van voor 1-12020 en gevallen met een beschikking die is afgegeven tussen 1-1- 2020 en 10-7-2021 (datum ingang 1e wijziging verordening en ingang ontwikkelovereenkomst). Voor de rechtspositie van betrokkenen maakt dat uit. De oude verordening 2020 is per 1 januari 2021 gewijzigd (raadsbesluit 16-12-2020). In artikel 47 van de gewijzigde verordening ‘Integrale verordening WMO en Jeugd 2021 gemeente Vlissingen’ is het overgangsrecht geregeld. Art. 47 lid 2 bepaalt dat oude beschikkingen die zijn afgegeven op grond van de WMO verordening 2020 in stand blijven, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. Graag uw reactie. Ons antwoord In de specifieke situatie van de gemeente Vlissingen is er sprake van nieuw beleid (algemene voorziening). Dan is het mogelijk om een eerder afgegeven indicatie na tussentijdse evaluatie te beëindigen middels een nieuw collegebesluit, omdat de algemene voorziening voorliggend is.
Mocht een cliënt het hier niet mee eens zijn, dan kan er een bezwaarschrift worden ingediend. Vraag 6 In de per 10-07-2022 gewijzigde verordening is geregeld dat HH-hulp voortaan een algemene voorziening is in plaats van een maatwerkvoorziening. In het conceptbesluit dat is voorgelegd aan de gemeenteraad, is bepaald dat beschikkingen die zijn afgegeven voor de wijziging (dus voor 10-07-2022) van kracht blijven, maar dat lopende aanvragen behandeld worden volgens de gewijzigde verordening. De looptijd van deze beschikkingen is maximaal een jaar. Volgens het conceptbesluit tot wijziging van de verordening dat in de gemeenteraad is behandeld, zal ‘gedurende de looptijd’ worden onderzocht ‘of ze op het moment van herbeoordeling kunnen worden omgezet naar aanvullende zorg in de vorm van een algemene voorziening’. In het gepubliceerde besluit staat echter iets anders, namelijk; ‘Het recht zoals dat gold voordat deze wijzigingsverordening in werking is getreden, blijft van toepassing op bezwaren die zijn ontvangen voordat deze wijzigingsverordening in werking is getreden’. Klopt onze aanname dat cliënten met een beschikking welke doorloopt na 10-07-2022 en indien deze na genoemde datum wordt gewijzigd geen bezwaar kunnen maken? Ons antwoord Het gaat hier over twee verschillende zaken. De eerste betreft aanvragen en de daaruit voortkomende beschikkingen.
Als deze beschikking is afgegeven voor 10 juli 2022, dan blijft de maatwerkvoorziening HH van kracht, waarbij wel de mogelijkheid bestaat om tussentijds te evalueren (zie antwoord vraag 5). Als de aanvraag/melding voor 10 juli 2022 is gedaan, maar de daarbij behorende beschikking niet voor deze datum is afgedaan/verstuurd, dan wordt bekeken of er een algemene voorziening mogelijk is, conform het nieuwe beleid per 10 juli 2022. Het tweede punt betreft de bezwaarzaken. Hiermee is bedoeld dat, als er een bezwaarschrift (dus tegen een beschikking) is ingediend voor 10 juli 2022, de Wmo-Verordening geldt van voor 10 juli 2022. Toen was er immers nog geen algemene voorziening. Ook na 10 juli is het mogelijk voor cliënten om in bezwaar te gaan als ze het niet eens zijn met een tussentijdse wijziging van hun lopende beschikking.
Blad 3 behorend bij 2245875 / 2248114
Wij gaan ervan uit u hiermee in voldoende mate te hebben ingelicht. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.D.A. Wiskerke
drs. A.R.B. van den Tillaar
Blad 4 behorend bij 2245875 / 2248114