CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

20210618 reactie raadsvragen commissie Ruimte Nollebos 15 juni

Raadsvergadering 22 juni 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Vaststelling integraal Streefbeeld Nollebos-Westduinpark1.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actiepunten commissie Ruimte 15-06-2021 Vraag: Tijdens de commissievergadering van dinsdag 15 juni werd tijdens de presentatie van SBBN aangegeven dat het bestemmingsplan Westduin een wijzigingsbevoegdheid bevat waarmee het college de bouwmogelijkheden van de sauna en de kanovijver met 20% kan vergroten. Is dit correct? Antwoord: Het bestemmingsplan Westduin bevat in artikel 21.1 sub b inderdaad een algemene wijzigingsbevoegdheid. Op basis van deze wijzigingsbevoegdheid kan het college éénmalig een bouwvlak met 20% vergroten. Deze wijzigingsbevoegdheid is echter niet toe te passen bij de Kanovijver en de Sauna. Dit komt door het volgende. Beide locaties hebben op basis van het bestemmingsplan de bestemming cultuur en ontspanning. Voor beide locaties is het bouwvlak echter gelijk aan het vlak van de bestemming. In onderstaande visualisaties kunt u dit zien (het roze vlak is zowel het vlak van de bestemming als het bouwvlak).

Sauna

Kanovijver

Gebouwen en bouwwerken mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd, wat overigens niet wil zeggen dat het bouwvlak voor 100% bebouwd mag worden. De wijzigingsbevoegdheid uit artikel 21.1 sub b staat het college toe om het bouwvlak te vergroten, maar biedt niet de mogelijkheid om het vlak met de bestemming (cultuur en ontspanning) te vergroten. Vergroting van het bouwvlak zou betekenen dat deze over een andere bestemming komt te liggen. Dit is juridisch niet toegestaan. Daarmee is de wijzigingsbevoegdheid niet toepasbaar voor deze situatie. Het bestemmingsplan Westduin bevat daarnaast een specifieke ontheffingsmogelijkheid om de bouwhoogte met 20% te vergroten. Als het college zou besluiten deze toe te passen dan zou de sauna 12 meter hoog/ 3 bouwlagen mogen worden (in plaats van de standaard in het bestemmingsplan opgenomen 10 meter). De Kanovijver zou dan 7,2 meter/ 2 bouwlagen mogen worden (in plaats van de standaard in het bestemmingsplan opgenomen 6 meter). Gelet op de na te streven kwaliteit, te integreren installaties en functies leidt het toepassen van de ontheffingsmogelijkheid voor bouwhoogte naar onze mening niet tot een mogelijkheid van meer bouwlagen en dus ook niet tot meer bouwoppervlak.

De afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan die wel kan leiden tot een groter aantal vierkante meters bebouwing is de algemene ontheffingsmogelijkheid (artikel 20 sub a) voor het afwijken van

onder andere bebouwingspercentages met 10%. De gevolgen van het toepassen van deze afwijkingsmogelijkheid zijn daarom ook verwerkt in de tabellen van bijlage 9 bij het raadsvoorstel. Hoewel de term wellicht anders doet vermoeden mag het bouwvlak bij de Sauna en de Kanovijver niet voor 100% bebouwd worden. Het bouwvlak geeft op deze twee locaties enkel de plek aan waar gebouwen zijn toegestaan. In het geval van de Sauna mag het bouwvlak voor 40% bebouwd worden. Het bouwvlak van de Sauna is ongeveer 3.500m² en daarmee kan er (40%x3.500m²=) 1.400m² per bouwlaag gerealiseerd worden. Bij de toegestane 3 bouwlagen is er dan (3x1.400m² =) 4.200m² aan bebouwing mogelijk. Bij toepassing van de algemene ontheffingsmogelijkheid mag het bebouwingspercentage van het bouwvlak met 10% worden verhoogd. Het toegestane bouwpercentage wordt dan (40%+10%=) 50% van het bouwvlak, wat neerkomt op 1.750m² per bouwlaag. Er zijn 3 bouwlagen toegestaan en daarmee is de maximale bouwmogelijkheid uit het bestemmingsplan (3x 1.750m²=) 5.250m². Bij de Kanovijver mag conform bestemmingsplan 10% van het bouwvlak (3.000m²) bebouwd worden. Dat komt neer op 300m² per verdieping. Er zijn 2 verdiepingen toegestaan en daarmee kan er in totaal (2x300m²=) 600m² gebouwd worden. Bij toepassing van de algemene ontheffingsmogelijkheid mag het bebouwingspercentage met 10% verhoogd worden.

Het toegestane bouwpercentage wordt dan 20% van het bouwvlak, wat neerkomt op 600m² per bouwlaag. Er zijn 2 bouwlagen toegestaan en daarmee is de maximale bouwmogelijkheid op basis van het bestemmingsplan (2x600m²=) 1.200m².

Verzoek: Een omschrijving van het proces aanvraag omgevingsvergunning rekening houdend met bepaalde variaties (binnen bestemmingsplan 2011/ binnen de afwijkingsbevoegdheid bestemmingsplan 2011/ buiten de afwijkingsbevoegdheid bestemmingsplan 2011). Antwoord: Het grootste deel van streefbeeld past in het geldende bestemmingsplan. De bouwmogelijkheden voor de ondernemers moeten door de ondernemers uitgewerkt worden tot een concreet (bouw)plan. Het initiatief ligt in alle gevallen dus bij de ondernemer, niet bij de gemeente. Indien de ondernemer een aanvraag indient wordt altijd eerst getoetst aan het bestemmingsplan 2011. Indien het plan van de ondernemer niet past, dan wordt dit getoetst aan het streefbeeld. Scenario 1: bouwplan past in bestemmingsplan  Er is geen planologische procedure nodig (aanpassing of omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan) indien het plan van een ondernemer past binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan Westduin. Dat geldt ook indien de ondernemer gebruik wenst te maken van de algemene ontheffingsmogelijkheid uit het bestemmingsplan van 10%, zoals hiervoor omschreven.  Het is college is in dit geval bevoegd om de Omgevingsvergunning te verlenen.  De verleende vergunning wordt gepubliceerd en hier kan bezwaar tegen gemaakt worden. Scenario 2: bouwplan past niet in bestemmingsplan.

 Er is wel een planologische procedure nodig indien het ingediende plan van de ondernemer niet past in het bestemmingsplan en de daarbij behorende algemene ontheffingsmogelijkheid. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren indien de ondernemer een nieuwe functie wil toevoegen die niet in het bestemmingsplan is opgenomen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer er (meer) verblijf toegevoegd wordt, indien het toegestane bestemmingsplanvlak overschreden wordt of de bouwmaten in de aanvraag groter zijn dan het bestemmingsplan toe staat. In dat geval zal het plan van de ondernemers getoetst worden aan het streefbeeld. Past het plan wel in het streefbeeld, dan kan een planologische procedure worden opgestart.  Bij een planologische procedure is de gemeenteraad bevoegd gezag. De gemeenteraad beslist of het bouwplan gerealiseerd mag worden. Daarna kan het college de omgevingsvergunning verlenen.  Afhankelijk van de te kiezen procedure (zie de toelichting hieronder) ontstaan er na een positief besluit door de gemeenteraad over het plan van de ondernemer beroepsmogelijkheden.

Nadere toelichting op de planologische procedure Indien scenario 2 aan de orde is kan er een tweetal procedures worden gevoerd: Scenario 2a: Een bestemmingsplan aanpassing (eventueel met coördinatie omgevingsvergunning, we noemen dit de coördinatieprocedure). Scenario 2b: Het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan.

Het grote verschil is dat bij een omgevingsvergunning (2b) altijd sprake is van een concreet bouwplan. Bij een bestemmingsplan (2a) hoeft dit niet het geval te zijn en wordt aangegeven welke mogelijkheden worden geboden. Wij verwachten dat de initiatiefnemers zullen kiezen voor het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan. Voor beide opties geldt dat een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de ondernemer wordt afgesloten. In deze overeenkomst worden onder andere afspraken gemaakt over de kosten van de planologische procedure, maar ook over de inhoudelijke afspraken uit het streefbeeld voor landschappelijke inpassing, zoals de compensatie van bomen. Deze overeenkomst wordt ondertekend door het college. Bij beide procedures moet het bouwplan ook door middel van ruimtelijke en milieukundige onderzoeken worden onderbouwd. Toch zitten er enkele verschillen in de procedures. Proces bestemmingsplanaanpassing (scenario 2a) De doorlooptijd van een bestemmingsplan (ongeveer 1 jaar) is over het algemeen langer dan bij een omgevingsvergunning voor afwijken (26 weken). Dit komt doordat de gemeente bij een bestemmingsplanprocedure, op basis van de inspraakverordening, eerst een voorontwerpbestemmingsplan voor 6 weken ter inzage legt. Na beantwoording van de inspraakreacties zal het college het ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage leggen.

Indien gewenst kan de omgevingsvergunning mee worden gecoördineerd (dit noemen we het toepassen van de coördinatieprocedure). Het coördineren van de omgevingsvergunning betekent dat de omgevingsvergunning tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan mee ter inzage gaat (recent is deze procedure zo toegepast bij het bestemmingsplan Scheldekwartier, Timmerplein en de omgevingsvergunning voor de Zeelandtoren). Tijdens de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kan een ieder een zienswijze indienen. Deze zienswijzen worden door de gemeenteraad afgewogen en de gemeenteraad behandelt het voorstel over de vaststelling van het bestemmingsplan. Bij toepassing van de coördinatieprocedure zal het college na vaststelling van het bestemmingsplan de omgevingsvergunning verlenen. Tegen een Besluit op vaststelling van het bestemmingsplan is direct beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State mogelijk. Proces omgevingsvergunning in afwijking van bestemmingsplan (scenario 2b) Bij een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan geldt een andere procedure. Zodra een omgevingsvergunning wordt aangevraagd zal gecontroleerd worden of deze volledig is en er geen weigeringsgronden zijn. Als dit het geval is dan wordt vervolgens de gemeenteraad gevraagd om een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven.

Als deze verklaring wordt afgegeven, dan betekent dit dat de gemeenteraad in principe instemt met de ingediende vergunningaanvraag. Daarna gaat de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan voor 6 weken ter inzage. Tijdens deze termijn kan een ieder een zienswijze indienen. Als er zienswijzen worden

ingediend dan zullen deze door de gemeenteraad worden afgewogen bij het afgeven van de definitieve verklaring van geen bedenkingen. Daarna zal het college over gaan tot het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen een verleende omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan is eerst beroep bij de rechtbank mogelijk. Daarna is er nog de mogelijkheid om hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State in te stellen. Samengevat: Bestemmingsplan (ongeveer 1 jaar) (eventueel met coördinatie omgevingsvergunning) 1. Opstellen voorontwerpbestemmingsplan (initiatiefnemer). 2. Afsluiten anterieure overeenkomst met initiatiefnemer (college). 3. Voorontwerpbestemmingsplan wordt op basis van inspraakverordening door B&W voor 6 weken ter inzage gelegd. 4. Ingekomen inspraakreacties worden behandeld door B&W. 5. Ontwerpbestemmingsplan wordt opgesteld naar aanleiding van inspraakreacties. 6. Ontwerpbestemmingsplan wordt op basis van de Wet ruimtelijke ordening voor 6 weken ter inzage gelegd. Indien er sprake is van coördinatie dan wordt ook de omgevingsvergunning voor bouwen mee ter inzage gelegd. 7. Ingekomen zienswijzen worden met een voorstel voorgelegd aan de gemeenteraad, waarbij de gemeenteraad wordt voorgesteld het bestemmingsplan vast te stellen. Omgevingsvergunning in afwijking van bestemmingsplan (26 weken) 1.

Initiatiefnemer stelt onderbouwing op en werkt omgevingsvergunning voor bouwen uit. 2. Afsluiten anterieure overeenkomst met initiatiefnemer (college). 3. Initiatiefnemer dient omgevingsvergunning voor bouwen en ruimtelijke onderbouwing in. 4. Gemeente toetst of alles compleet is. 5. College vraagt aan gemeenteraad om een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven. 6. Na afgifte ligt de ontwerp omgevingsvergunning in afwijking van bestemmingsplan voor 6 weken ter inzage. 7. Ingekomen zienswijzen worden met een voorstel voorgelegd aan gemeenteraad om de definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven. 8. Na afgifte van de verklaring van geen bedenkingen, verleent het college de omgevingsvergunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10297838/2