2. FvD - Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Vlissingen
Tekst van het document
Datum: 2 januari 2025
Onderwerp: Artikel 34 vragen m.b.t. bijzondere bijstand gemeente Vlissingen Een gemeentebestuur dient helder, consistent en transparant beleid te voeren. Helaas constateren wij dat de nieuwe beleidsregels voor bijzondere bijstand, zoals gepubliceerd op 23 december 2024, toch nog ambigu zijn. De gemeenteraad heeft met een meerderheid ingestemd om de minimaregelingen naar een draagkrachtpercentage van 120% bij te stellen. In de vastgestelde begroting 2025-2028 en het beleidsplan bestaanszekerheid 2025 worden minimaregelingen niet gespecificeerd. Ook zijn duurzame gebruiksgoederen en volledige woninginrichting en chronisch zieken op grond van de nieuwe geldende beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Vlissingen, per 1 januari 2025 niet als uitzonderingen benoemd. Daarnaast zijn er meerdere wijzigingen doorgevoerd in deze beleidsregels gericht op eigen verantwoordelijkheid, reservering en controle door middel van mogelijke huisbezoeken bij aanvragen bijzondere bijstand voor de kosten van zowel duurzame gebruiksgoederen als volledige woninginrichting. Tevens wordt er expliciet gekeken naar de besteding van het inkomen over een periode van 12 maanden voorafgaand aan zo’n aanvraag bijzondere bijstand. Naar aanleiding hiervan heeft Forum voor Democratie de volgende vragen: 1.
Op welke wijze is de opname van deze uitzonderingen, namelijk een draagkrachtpercentage van 110% voor duurzame gebruiksgoederen en volledige woninginrichting en chronisch zieken en de aangepaste voorwaarden gericht op meer controle middels huisbezoeken en de beoordeling van reserveringscapaciteit in de beleidsregels onderbouwd en is dit in overeenstemming met het beleidsplan bestaanszekerheid 2025 en de geldende begroting? 2. Hoe verhouden deze gewijzigde beleidsregels zich tot de goedgekeurde begroting en het beleidsplan bestaanszekerheid, waarin deze uitzonderingen van draagkrachtpercentage niet zijn genoemd? 3. Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd over het toepassen van uitzonderingen en aangepaste voorwaarden in de beleidsregels, zoals die gelden voor zowel duurzame gebruiksgoederen, volledige woninginrichting en chronisch zieken? Indien niet geïnformeerd, waarom niet? 4. Is het college van plan, het draagkrachtpercentage voor de nu opgenomen uitzonderingen, later alsnog bij te stellen naar 120%? Zo ja, per wanneer? 5.
Hoe verhoudt zich het doel vanuit het beleidsplan bestaanszekerheid 2025: Het bereik van minimaregelingen verhogen van gemiddeld 48% naar gemiddeld 60%, met meer controle op de besteding van het inkomen over een periode van 12 maanden voorafgaand aan een aanvraag bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en/of volledige wooninrichting en de inzet op het verlangen van medewerking aan huisbezoeken?
6. Op welke wijze gaat Orionis Walcheren de specifieke berekening voor de reserveringscapaciteit (5% van de bijstandsnorm over een periode van 12 maanden) beoordelen bij een aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen en/of een volledige woninginrichting? Welke gegevens dienen aanvragers in te leveren? Wordt er rekening gehouden met het feit dat er mogelijk in een referteperiode sprake was van beslag op het inkomen? Zo ja? Hoe en welke gegevens dienen aanvragers hiervoor in te leveren? 7. De kosten voor het besluit om draagkrachtpercentage op te hogen naar 120% bedragen naar verwachting maximaal € 870.000 per jaar. Zijn in dit budget de gewijzigde uitvoeringskosten voor Orionis Walcheren meegenomen? Zo ja, hoeveel extra is er dan gerekend voor deze uitvoeringskosten (meer aanvragen i.v.m. de ophoging naar 120%, onderzoek en beoordeling 5% reserveringscapaciteit en huisbezoeken)? 8.
In hoeverre sluiten de beschreven uitzonderingen en wijzigingen gericht op meer nadruk op eigen verantwoordelijkheid, reservering en controle (door huisbezoeken en berekening van reserveringscapaciteit), terwijl de oude beleidsregels meer ruimte boden voor een bredere interpretatie van bijstand als gift, aan bij de verruiming van de minimaregelingen naar 120% van het sociaal minimum en gericht op armoedebestrijding, zoals benoemd in de geldende begroting en het beleidsplan bestaanszekerheid 2025? 9. Hoe zijn de formele besluitvormingsprocessen gevolgd om af te wijken van de eerder vastgestelde kaders, namelijk om de toegang tot de minimaregelingen te verruimen voor huishoudens met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm? 10. Wie (de gemeente of Orionis Walcheren) heeft de beleidsregels (de nieuwe) bijzondere bijstand gemeente Vlissingen opgesteld en ter besluitvorming aan het college B&W voorgedragen? 11. Hoe worden inwoners van de gemeente Vlissingen die gebruik maken van een of meerdere minimaregelingen actief geïnformeerd door Orionis Walcheren over de gewijzigde voorwaarden zoals de mogelijke huisbezoeken en de reserveringscapaciteit van 5% van de bijstandsnorm van de geldende beleidsregels? We hebben immers moeten constateren dat (nog) niet alle gewijzigde voorwaarden beschreven staan op de website van Orionis Walcheren. 12.
Hoe communiceert, los van de officiële bekendmaking, de gemeente de uitzonderingen en aangepaste voorwaarden van de nieuwe beleidsregels bijzondere bijstand naar inwoners en betrokkenen, gezien het risico op onduidelijkheid door inconsistenties? 13. Hoe wordt de consistentie gewaarborgd tussen beleidsplannen, begrotingen en beleidsregels, gezien de benoeming van uitzonderingen en aangepaste voorwaarden? 14. Per wanneer in 2025 zal voor de collectieve zorgverzekering gemeenten (CZG), de wijziging van het draagkrachtpercentage naar 120% worden geïmplementeerd?