12052024 Q&A vragen 3.2 compleet
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
DATUM: 5-12-2024
VAN
: Griffie
Betreft
: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A) -3.2
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Algemeen & Sociaal van 5-12-2024 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.2 de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie D66
Behandeld door wethouder Portier
Onderwerp: 3.2 Beleidsplan bestaanszekerheid onderdeel lokaal armoedebeleid
Vraag 1. Klopt het dat de artikel 12 inspecteur geen goedkeuring hoeft te geven op de uitgaven in dit armoedebeleid?
Antwoord Nee dit klopt niet. Voor een aantal kosten is er ruimte in het huidige budget. Voor kosten die worden gedekt uit het investeringsfonds is reeds een O&O voor ingediend. Daarom is er nu geen passage in het voorstel opgenomen dat het goedkeuring behoeft van de artikel-12 inspecteur.
2. Waarom zijn er geen concrete strategieën om verborgen armoede te identificeren en bereiken?
Deze strategieën zijn er wel: Buurtteams Vlissingen speelt een belangrijke rol in het bereiken van verborgen armoede door aanwezig te zijn in de buurten, te werken vanuit de leefomgeving van de inwoners, en laagdrempelige individuele en collectieve ondersteuning aan te bieden, preventief en vanuit vroegsignalering. Het model Positieve Gezondheid is uitgangspunt en draagt eraan bij om verborgen armoede te ontdekken, omdat ondersteuningsvragen ‘breed’ worden opgepakt vanuit alle leefgebieden. Financiële gezondheid is één van de dimensies binnen Positieve Gezondheid. De Buurtteams Vlissingen heeft ook medewerkers die kennis en deskundigheid hebben op de ondersteuning op geldzaken. Daarnaast kennen wij ook welzijn op recept+. Hiermee wordt het medisch domein met het sociaal domein verbonden. Een huisarts kan iemand met stressklachten vanwege geldzorgen of juist andere zorgen doorverwijzen naar een professional in het sociaal domein. Die pakt dan de vraag breed op door te kijken naar alle leefgebieden en te onderzoeken wat de achterliggende vraag is voor de stressklachten. Ook is vroegsignalering een instrument om verborgen armoede te identificeren, hier willen wij op investeren. Uw raad heeft met het vaststellen van de begroting het ook mogelijk gemaakt dat huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum een aanspraak kunnen doen op minimaregelingen.
Tenslotte vinden wij de Voorzieningenwijzer en Geldfit nuttige instrumenten om ook huishoudens met (verborgen) armoede beter te bereiken. 3. Waarom is ervoor gekozen om geen aanvullende maatregelen te treffen om kinderarmoede tegen te gaan?
Zoals beschreven staat in het plan hebben wij onderwijsachterstandenbeleid en het onlangs getekende convenant ‘’Kansengelijkheid op Walcheren’’ waar uitvoering aan wordt gegeven. Daarnaast kennen wij ook het Jeugdfonds Sport&Cultuur, het Fonds Sport, Cultuur en Onderwijs en Stichting Leergeld Walcheren die gericht zijn op kinderarmoede.
4. Waarom is gekozen voor een evaluatie na twee jaar in plaats van een jaarlijkse evaluatie, is er bij deze keuze een risico dat tussentijdse aanpassingen te laat komen?
Uiteraard zullen wij niet pas na twee jaar evalueren. Dit zullen wij vaker, en zo ook jaarlijks doen. Mochten er tussentijdse aanpassingen nodig zijn, zal dit dus ook niet hoeven wachten totdat de evaluatie na twee jaar gepland staat. Wij stellen wel voor om het beleidsplan, wat doorgaans vier jaar van kracht is, bewust te evalueren met onder andere de zaken die eerder voor zijn gekomen (of zijn aangepast) met elkaar te bespreken en af te stemmen.
5. Hoe representatief is de input van de enquête met een response van 280 uit de 2.362 huishoudens?
Voor een doelgroep van deze omvang is er, om een betrouwbaarheidsniveau van 90 procent, 243 ingevulde enquêtes (10 procent) nodig om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. 280 respondenten hebben de vragenlijst ingevuld; een betrouwbaarheidsniveau van 92,5 procent: Er kan met 92 procent betrouwbaarheid worden gesteld dat de steekproef een goede afspiegeling is van de populatie. Het houdt namelijk in dat in 92,5 procent van de gevallen, je dezelfde resultaten krijgt. De resultaten zijn dus representatief voor de gehele aangeschreven doelgroep.
6. Op wat voor termijn worden de kosten van de investering op vroegsignalering geconcretiseerd? Wordt er verwacht dat dit het budget dekkend zal zijn?
Dit zal bekend zijn in Q1 2025. We verwachten dat deze kosten binnen het budget vallen. We zullen u hierover nader informeren middels een raadsinformatiebrief.
Fractie PSR
Behandeld door wethouder Portier
Onderwerp: 3.2 Beleidsplan bestaanszekerheid onderdeel lokaal armoedebeleid. Vraag 1. Er wordt gesproken over bijlage 2558872 , armoedemonitor 2024 in het RVS, maar het betreffende stuk heeft als titel : Evaluatie minimabeleid. Is het college het met PSR eens dat eenduidige benaming van raadsstukken de duidelijkheid ten goede komt?
Antwoord Hier zijn wij het mee eens. Het product wat onderzoeksbureau KWIZ aanbiedt heet de armoedemonitor. KWIZ heeft het definitieve stuk een andere titel gegeven.
2. Pag.15 Beleidsplan bestaanszekerheid. U schrijft dat u een voorzieningenwijzer in januari 2025 zal implementeren. Hoe gaat u hier publiciteit aan geven/ deze promoten?
Op het moment dat wij een samenwerking aangaan met de Voorzieningenwijzer zullen wij ook geadviseerd worden in de communicatie. Hier zullen wij direct mee aan de slag gaan op het moment dat uw raad het plan heeft vastgesteld. Dit is al afgestemd in gesprek met de Voorzieningenwijzer.
Fractie POV
Behandeld door wethouder Portier
Onderwerp: 3.2 Beleidsplan bestaanszekerheid onderdeel lokaal armoedebeleid. Vraag Antwoord 1. U geeft aan dat onderzoeksbureau De volgende organisaties hebben meegedaan met het KWIZZ gesprekken heeft gevoerd met onderzoek (een aantal zijn aanwezig geweest bij de gesprekken en een aantal hebben achteraf schriftelijk hun diverse ketenpartners zoals de input gegeven): Cliëntenraad en de Voedselbank, • Stichting Vakanties Minima Zeeland Stichting Leergeld Walcheren. Welke • ZB Bibliotheek van Zeeland ketenpartners zijn er nog meer ( graag • Taalhuis Walcheren alle ketenpartners vermelden) en heeft • Welzijn Veere • SchuldHulpMaatje Walcheren KWIZZ ook met deze gesprekken • CitySeeds gevoerd? • Kledingbank Zeeland • Vluchtelingenwerk • Stichting leergeld Walcheren • Stichting Present Walcheren • Sociale Cliëntenraad Walcheren • Humanitas • Juridisch Loket Aangezien onderzoeksbureau KWIZ dit onderzoek ook heeft uitgevoerd voor de gemeenten Middelburg en Veere zijn ook organisaties die niet actief zijn in de gemeente Vlissingen opgenomen in dit overzicht. 2. Er zijn door KWIZZ in algemeenheid verschillende ervaringen door ketenpartners opgeschreven. Er wordt bijvoorbeeld aangegeven “dat de meeste ketenpartners een stijging zien in het aantal aanvragen of aanmeldingen”. “Dit verschilt echter per organisatie: drie van de organisaties geven bijvoorbeeld aan dit niet terug te zien”.
Over welke aanvragen en aanmeldingen gaat het hier ? Wij ontvangen graag een compleet overzicht van wat hetgeen door alle ketenpartners is besproken, per onderdeel en ketenpartner zodat wij een compleet overzicht krijgen. (dus m.b.t. de doelgroep, ervaringen met gemeente, samenwerking met gemeente en Orionis, enzz) 3. Onderzoeksmethode behoeftepeiling minima: Graag opheldering over het volgende: U geeft aan dat de doelgroep benaderd is via een enquête: 2362 huishoudens hebben per brief een uitnodiging gekregen.( Er hebben 280 respondenten de enquête ingevuld..) Wij ontvangen graag een exemplaar van formulier zoals verstuurd naar doelgroep.
Onderzoeksbureau KWIZ heeft de resultaten van de gesprekken anoniem verwerkt. Wij respecteren deze keuze. Een dergelijk overzicht is dus niet beschikbaar.
Dit wordt/is nagestuurd.
4. Ook graag uitleg over het volgende: U geeft aan dat de gemeente 2.407 huishoudens in beeld heeft met een inkomen tot 110 % Wsm. Qua gebruik ( en bereik) minimaregelingen heeft Vlissingen niet deze gehele groep in beeld. ( zie tabel regelingen) Hoe kan dat terwijl de gemeente deze groep wel in beeld heeft als het gaat over wie er een inkomen heeft tot 110% Wsn?
In het rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen de doelgroep in beeld en de geschatte doelgroep. De gemeente Vlissingen heeft minimahuishoudens in beeld omdat deze huishoudens bijvoorbeeld gebruikmaken van een gemeentelijke minimaregeling en/of ontvangen een uitkering vanuit de Participatiewet. Wij weten van deze huishoudens dat zij een laag inkomen hebben, omdat dit is getoetst alvorens zij gebruik konden maken van de gemeentelijke ondersteuning. Echter, is het ook bekend dat niet altijd alle huishoudens met een laag inkomen en laag vermogen (die dus recht hebben op gemeentelijke ondersteuning) ook daadwerkelijk gebruikmaken van deze ondersteuning. Bij het gebruik en bereik van de regelingen is er gekeken naar de totale doelgroep die recht zou hebben op de diverse regelingen. Per regeling is er gekeken naar de voorwaarden die gelden, dit maakt dat de doelgroep per regeling verschillend is. Daarnaast is per regeling het gebruik er tegenover gezet. Dit maakt dat uiteindelijk is weergeven welk deel van de doelgroep gebruik heeft gemaakt van de regeling (het bereik). Minimahuishoudens maken lang niet altijd gebruik van alle regelingen die beschikbaar zijn; soms maken zij bijvoorbeeld maar van één of twee regelingen gebruik. Dat maakt ook dat het bereik van de regelingen niet op 100% ligt.
5. Er wordt aangegeven m.b.t. enquête behoeftepeiling minima dat er dus 2362 huishoudens zijn benaderd d.m.v vragenlijst. Er staat ook dat de doelgroep van dit onderzoek bestaat uit inwoners van de gemeente Vlissingen die gebruik hebben gemaakt van èèn van de minimaregelingen. Bedoelt u dat de 2362 benaderde huishoudens allen gebruik hebben gemaakt van in elk geval èèn van de minimaregelingen? Indien dit het geval is, dan graag uitleg over waarom het gebruik en bereik van de overige minimaregelingen zo laag is terwijl ook deze groep wel degelijk in beeld is. 6. Met name voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen (totale doelgroep) ligt het gebruik met 1.465 huishoudens en bereik 64 % ver onder het gemiddelde in vergelijking met andere gemeenten.
De personen die een enquête hebben ontvangen hebben inderdaad gebruik gemaakt van een minimaregeling. Het bereik van de Kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de collectieve zorgverzekering gemeenten zijn lager als bij vergelijkbare gemeenten. De overige regelingen komt overeen of kent een hoger bereik als bij vergelijkbare gemeenten.
7. Wat gaat u concreet doen om het gebruik in de doelgroep die immers bij u bekend is te vergroten?
Antwoord vraag 6+7: In het plan stellen wij voor om te gaan werken met de Voorzieningenwijzer. Hiermee worden lokale en landelijke regelingen eenvoudig in kaart gebracht voor onze inwoners. De applicatie heeft ook een telefonische klantenservice en er kan een koppeling worden gemaakt naar bijvoorbeeld de Buurtteams om
Hoewel wij van mening zijn dat het bereik verhoogd moet worden, kan het altijd nog zijn dat een huishouden/inwoner besluit geen gebruik te maken van een regeling.
samen te kijken naar waar iemand recht op heeft. Een impactanalyse laat zien dat de Voorzieningenwijzer werkt in het tegengaan van de onderbenutting: Eindrapport_DVW_impactmeting_online.pdf 8. U geeft in het beleidsplan pijlers aan met vijf doelen om mee te starten, waaronder : Het bereik van minimaregelingen verhogen naar gemiddeld 60 % of 65 %. (in RVS staat 65 %, , in Beleidsplan bestaanszekerheid 60 %) Waarom legt u de lat zo laag terwijl u een veel grotere groep duidelijk in beeld heeft en waarom is uw doel blijkbaar alleen “het bereik” en niet “het gebruik”?
Uiteraard is het ideaalbeeld dat het bereik 100% is. Dit is alleen niet de realiteit. Daarom hebben wij gekozen voor een realistische doelstelling waarop wij later kunnen rapporteren. Wij hanteren de term bereik zoals deze is genoemd in de armoedemonitor, hiermee bedoelen wij het percentage van de doelgroep die gebruik maakt van de regeling.
9. Het derde doel: Alle kinderen de kans geven om mee te doen. Dat klinkt mooi maar ondanks dat er aan u een advies is uitgebracht om schoolzwemmen weer in te voeren geeft u aan: “Schoolzwemmen is geen onderdeel van het conceptbeleidsplan”. “We zullen dit doorsturen naar de relevante afdeling”. Waarom is schoolzwemmen geen onderdeel van het conceptbeleidsplan, u kunt het toch opnemen hierin zodat alle kinderen op dit onderdeel kunnen meedoen? Waarom doet u dit niet en naar welke afdeling stuurt u dit door?
Schoolzwemmen is wat ons betreft geen onderwerp wat past binnen het beleid van bestaanszekerheid. Wat wij binnen dit beleid wel doen, is ondersteuning in de bekostiging van zwemlessen voor huishoudens met een laag inkomen. Het advies met betrekking tot schoolzwemmen zal verstuurd worden naar de afdelingen onderwijs en sport.
10. Met betrekking tot de planning ( Beleidsplan bestaanszekerheid) staat verhoging inkomensgrens naar 120 % van sociaal minimum niet vermeld in Q1 2025 terwijl dat wel is toegezegd, dus dat dit op 1 januari 2025 ingaat. Waarom is dit niet opgenomen in het kwartaaloverzicht? U geeft aan dat dit loopt via het begrotingsproces maar linksom of rechtsom, het heeft wel degelijk te maken met het Beleidsplan bestaanszekerheid onderdeel lokaal armoedebeleid en zal dus toch gewoon moeten worden opgenomen in de planning van het Beleidsplan, het gaat immers ook op 1 januari 2025 in.
Dat klopt. Als alles naar planning verloopt is de verruiming van de minimaregelingen van 110% naar 120% al per 1 januari 2025 van kracht. Het is niet in de planning opgenomen omdat alle voorbereidingen die hiervoor nodig zijn nog in 2024 worden uitgevoerd. Uiteraard zal de uitvoering van het wijzigen van de inkomensgrens meegenomen worden in de evaluatie.
11. Gaat u dat ( 120 % ) opnemen in de planning?
Zie antwoord vraag 10. Dit hoeft niet in de planning te worden opgenomen.
12. In de planning Q 1 2025 Beleidsplan Bestaanszekerheid staat: Implementeren reisproduct OVminima. In bijlage 5, adviezen en aanbevelingen Armoedemonitor staat: Onderzoek de mogelijkheid om, zoals de gemeente Middelburg, een vervoerspas voor minima in te voeren zodat vervoerskosten geen belemmering hoeven te zijn om mee te doen. Opmerking Gemeente Vlissingen: Nog niet overnemen. Wanneer kunnen minima in Vlissingen gebruikmaken van de vervoerspas?
Als u het beleidsplan vaststelt kan in samenwerking met Orionis Walcheren het reisproduct OV-minima worden geïmplementeerd in Q1 2025.
Fractie GroenLinks Vlissingen
Behandeld door wethouder Portier
Onderwerp: 3.2 Beleidsplan bestaanszekerheid onderdeel lokaal armoedebeleid Vraag Antwoord 1. Hoe zal de gemeente de bekendheid Helaas is het een landelijk beeld dat regelingen van het Volwassenenfonds en andere onderbenut worden. Naast de al bestaande inzet van ons initiatieven effectief vergroten bij de en Orionis Walcheren om het bereik te verbeteren cq. doelgroep? gebruik te stimuleren, willen wij werken met de voorzieningenwijzer. Een impactanalyse laat zien dat de Voorzieningenwijzer werkt in het tegengaan van de onderbenutting: Eindrapport_DVW_impactmeting_online.pdf 2. Wat gebeurt er als het OV-reisproduct na 2026 niet meer beschikbaar is onder de huidige concessie?
Dit is nog niet bekend. Wij durven hier nog geen uitspraken over te doen omdat er nog te weinig bekend is.
3. Hoe wil het college extra ondersteuning bieden aan kinderen uit minimagezinnen, bijvoorbeeld op het gebied van sport of schoolkosten?
Wij kenden al het Jeugdfonds Sport en Cultuur, het Fonds Sport, Cultuur en Onderwijs en Stichting Leergeld Walcheren.
4. In het beleidsplan wordt voorgesteld om minimaregelingen tot 120% van het sociaal minimum open te stellen. Dit hebben wij laatst ook met de begroting vastgesteld. Zijn er scenario’s uitgewerkt voor een verhoging naar 130% (of meer) in bijvoorbeeld een aantal jaar, zoals aanbevolen in de evaluatie? Wat zijn de financiële consequenties hiervan?
U heeft tijdens met het vaststellen van de begroting reeds besloten om de toegang tot minimaregelingen te verruimen. Huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum kunnen hiermee aanspraak maken op een minimaregelingen die eerder alleen beschikbaar waren voor huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Dit stelt u met dit beleidsplan niet (opnieuw) vast. Een verhoging van 130% is niet onderzocht.
5. De evaluatie wijst uit dat onbekendheid met regelingen een van de grootste belemmeringen is voor gebruik. Welke concrete acties worden ondernomen om dit aan te pakken? Kan de communicatie worden verbeterd via meer fysieke en laagdrempelige middelen?
Zie antwoord vraag 1.
6. In de bijlagen wordt gewezen op overlap tussen regelingen, bijvoorbeeld tussen het Fonds Cultuur, Sport & Onderwijs en het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Hoe wordt dit aangepakt om versnippering te voorkomen?
Versnippering wordt voorkomen om op dit moment geen nieuwe regelingen te implementeren voor kinderen. Op dit moment vullen het Jeugdfond Sport & Cultuur en het Fonds Cultuur Sport en Onderwijs elkaar aan.
7. Het Fonds Cultuur, Sport & Onderwijs bereikt een relatief hoog percentage van de doelgroep, maar het gebruik van bijv. de collectieve zorgverzekering blijft achter. Dit kan ook te maken hebben met onbekendheid. Wordt dit meegenomen in het verbeteren van de bekendmaking van beschikbare regelingen? Zo ja, hoe?
Ja. Het ideaalbeeld is dat er meer gelijkheid is in het bereik van de regelingen. Een optie is om bij elke aanvraag/toekenning van een regeling, de aanvrager informatie mee te geven over alle overige regelingen. Daarnaast zal de Voorzieningenwijzer helpen bij betere benutting van de regelingen.
8. Het verschil in beleid en regelingen tussen de Walcherse gemeenten komt in meerdere bijlagen naar voren als belemmering. Zijn er concrete stappen om harmonisatie hierin te bereiken? We weten dat dit lastig is gezien het verschil in financiële situatie, maar wij zijn benieuwd.
Ja. Met het vaststellen van de begroting krijgen meer huishoudens (met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum) toegang tot minimaregelingen. Daarnaast stellen wij ook voor om het reisproduct OV-minima en het Volwassenenfonds te implementeren. Dit sluit aan bij het aanbod van de gemeente Middelburg.
9. Het beleidsplan stelt voor om na twee jaar een evaluatie uit te voeren. Welke specifieke doelen worden gehanteerd om te voortgang en effectiviteit te meten? Hoe wordt de raad hierbij betrokken?
In het beleidsplan staan doelen geformuleerd. Hierop zullen wij rapporteren en evalueren. Een optie is om dit samen met uw raad te doen tijdens een beeldvormende commissie.
10. In de evaluatie lezen wij terug dat 62% van de minima zorg mijdt vanwege de kosten. Welke acties/ plannen worden genomen om minima toch gebruik te laten maken van de zorg?
Wij bieden al de collectieve zorgverzekering gemeenten aan. We zien hier een wat lager bereik in vergelijking met andere gemeenten. Wij willen dus de bekendheid van deze regeling stimuleren. Dit gaan wij doen door ketenpartners te wijzen op het bestaan ervan, zodat zij inwoners hierop kunnen wijzen/adviseren. Ook de Voorzieningenwijzer kan helpen bij de bekendheid hiervan.
11. De Sociale Cliëntenraad Walcheren adviseert schoolzwemmen opnieuw in te voeren. Wordt dit advies overwogen en is hier budget voor beschikbaar? Zo nee, wat zijn de alternatieven om zwemles voor alle kinderen toegankelijk te maken? Wordt over deze alternatieven gecommuniceerd met scholen, ouders en leraren?
Wij werken nu met het Jeugdfonds Sport en Cultuur om huishoudens met een lager inkomen te ondersteunen in een bijdrage voor de zwemlessen. Omdat schoolzwemmen geen onderdeel is van het plan wat voorligt nemen wij dit niet over. Wel zullen wij het advies doorsturen aan de afdelingen sport en onderwijs.
12. Het ontbreken van een OV-kaart voor minima wordt genoemd als een belemmering. Kan dit in een pilotvorm worden geïntroduceerd, zoals eerder succesvol is gebleken in Middelburg? Dit kost natuurlijk wel wat geld, maar misschien zijn er andere manieren om
Wij stellen in het beleidsplan voor om in Q1 het reisproduct OV minima van Connexxion, net zoals de gemeente Middelburg dit doet, te implementeren.
vervoerskosten te compenseren, bijvoorbeeld via fietssubsidies of reiskostenvergoedingen? 13. Hoe wordt gewaarborgd dat inwoners de juiste nazorg krijgen ná schuldhulpverlening?
Klanten worden 6 maanden na beëindiging van schuldhulpverlening door Orionis Walcheren middels een brief en vervolgens een telefoontje gevraagd hoe het met hen gaat. De aflostermijn en daarmee dus ook de periode van contact zijn korter geworden waardoor de noodzaak tot nazorg van nog groter belang is geworden. We willen daarom de nazorg verder verbeteren. Een optie is een betere borging van nazorg door een extra controle op de uitstroom. Ook het implementeren van Plinkr nazorg kan hierbij een goede mogelijkheid zijn.
Fractie CDA
Behandeld door wethouder Portier
Onderwerp: 3.2 Beleidsplan bestaanszekerheid onderdeel lokaal armoedebeleid Vraag Antwoord 1. Lees het CDA het raadsvoorstel goed Dit klopt niet. Een gedeelte zal leiden tot stijging van dat met het vaststellen van dit structurele lasten: Implementatie van Geldfit en de beleidsplan er hogere structurele Voorzieningenwijzer en de samenwerking met het lasten zijn (van € 200.000)? Armoedefonds. Dit zal circa 25.000 euro kosten per jaar. Zo ja, kan het college bevestigen dat Deze kosten zijn structureel gedekt. Voor de overige deze structurele lasten structureel kosten is al reeds dekking. gedekt zijn in de begroting 2025 en meerjarenraming?
Fractie FVD
Behandeld door wethouder Portier
Onderwerp: 3.2 Beleidsplan bestaanszekerheid onderdeel lokaal armoedebeleid Vraag 1. Als aanbeveling stond vermeld: “Onderzoek de mogelijkheid om, zoals de gemeente Middelburg, een vervoerspas voor minima in te voeren, zodat vervoerskosten geen belemmering hoeven te zijn om mee te doen” Als antwoord hierop stond: “Nog niet overnemen” In de RVS echter wordt gevraagd naar een bijdrage OV reisproduct minima Connexxion; € 100.000,- per jaar Is er een verschil in de vervoerspas voor minima en het OV reisproduct minima Connexxion? 2. Is het nodig de bijdrage aan het armoedefonds te labelen en daarmee hen te beperken in waaraan het bedrag het best kan worden uitgegeven?
Antwoord 1. Nee er is geen verschil. Dit is niet duidelijk weergegeven in het overzicht aanbevelingen en adviezen. Er wordt bedoeld dat we dit nog in ‘’tijdelijke’’ vorm willen aanbieden in verband met de onzekerheid van de concessie. Wij stellen dus wel voor om het reisproduct OV-minima van Connexxion te implementeren tot 12 december 2026. 2.
Wij hebben overleg gehad met het armoedefonds ten behoeve van menstruatieuitgiftepunten en zijn zodoende in samenspraak met het armoedefonds uitgekomen op het genoemde bedrag.
3. Met zo’n 23.000 huishoudens die voldoen aan de inkomensgrens kunnen met dit bedrag ongeveer 1.290 mensen deelnemen aan het OVreisproduct (die ongeveer 77,50 kost per deelnemer, exclusief eventuele vergoeding voor een OV chipkaart). Dit betekent dat 5,6% van de doelgroep bereikt wordt. Hoe is de berekening tot stand gekomen voor het geschatte budget van € 100.000,00?
Op basis van eerdere ervaringen heeft de gemeente Middelburg het bereik van de regeling op 20% geschat. Dit hebben wij overgenomen in de berekening. De pas is te gebruiken door personen vanaf 12 jaar en ouder. De pas zal ook beschikbaar worden gesteld aan personen in een huishouden met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Dit maakt het dat wij niet rekenen met 23.000 huishoudens maar met een veel kleinere doelgroep.
4. Hoe wordt bepaald welke huishoudens toegang krijgen tot deze regeling? Is dit op basis van een "wie het eerst komt, wie het eerst maalt" zijn er aanvullende prioriteiten?
Iedereen die voldoet aan de voorwaarden (zoals leeftijd en de inkomensgrens) zal een aanvraag in kunnen dienen.
5. Wat gebeurt er met de overige ruim 90% van de doelgroep die ook behoefte zouden kunnen hebben aan (openbaar) vervoer? Hoe voorkomt de gemeente dat deze regeling als oneerlijk of exclusief wordt gezien?
Wij hanteren de inkomensgrens zoals wij die kennen bij andere minimaregelingen. Deze inkomensgrens is door uw raad afgelopen november aangepast van 110% naar 120% van het sociaal minimum.
6. Is de gemeente Vlissingen voornemens om eenmalige actie (pilot) vorm gaan te geven of een doorlopend aanvraagproces?
Vanwege de onzekerheid van het openbaar vervoer en de concessie begrenzen we dit, voorlopig, tot 12 december 2026 (dan loopt de huidige concessie af).
7. Met welk doel wil de gemeente Vlissingen meedoen met het OV reisproduct minima Connexxion?
Hiermee zorgen wij ervoor dat meer mensen mee kunnen doen aan de samenleving. Dit is passend binnen het gedachtengoed van positieve gezondheid. Hiermee kunnen we een stijging op de participatie faciliteren. Wij hebben hiervoor overleg gehad met de gemeente Middelburg die schattingen heeft gemaakt. Hun ervaring leert dat het enige tijd kan duren voordat er genoeg huishoudens aan het fonds deelnemen, dat is logisch. Over de exacte hoogte van de bedragen moet nog worden afgestemd met het Volwassenenfonds. Wij willen hierbij wel zoveel als mogelijk aansluiten bij de voorwaarden zoals de gemeente Middelburg deze hanteert.
8. De kosten per deelnemer voor het Volwassenenfonds Sport & Cultuur variëren per gemeente, afhankelijk van de lokale beleidsregels en beschikbare budgetten. In de gemeente Maastricht bijvoorbeeld, vergoedt het fonds jaarlijks tot €225 voor sportactiviteiten en tot €425 voor culturele activiteiten. Hoe is in onze gemeente de berekening tot stand gekomen voor het toegewezen bedrag? Wat is het vermoedelijk aantal deelnemers aan deze regeling?