117. HVD - Bodemverontreiniging Veiligscentrum Zeeland (aanvullende vragen)
Tekst van het document
Fractie Hart voor de Dorpen (HvD)
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
3 december 2025
ONS KENMERK
DATUM
2785933 / 2788492
8 januari 2026 BIJLAGEN
BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
C Paauwe
Paul Krugerstraat 1
+31118252002
ONDERWERP
Beantwoording art 34 RvO vragen HVD - Bodemverontreiniging Veiligheidscentrum Vlissingen Geachte fractie, Naar aanleiding van de door uw fractie op 03 december 2025 ingediende vragen ex artikel 34 RvO informeren wij u als volgt. Naar aanleiding van de beantwoording van onze eerdere vragen over de verontreiniging op het terrein van het Veiligheidscentrum Zeeland (VCZ) en verkoop van dit terrein constateert onze fractie dat er nog steeds belangrijke onduidelijkheden zijn. Vooral over wie waarvoor verantwoordelijk is, sinds wanneer de gemeente van de verontreiniging hiervan op de hoogte is, welke juridische en financiële risico’s er zijn bij een mogelijke verkoop en hoe de raad hierover geïnformeerd is. De ernst van de verontreiniging, de mogelijke invloed op de waarde van publieke middelen en het ontbreken van een volledig bodemrapport vragen om aanvullende informatie. Omdat de beantwoording van het college op verschillende punten nog onvoldoende duidelijkheid geeft om volledig inzicht te krijgen in de bestuurlijke, juridische en financiële gevolgen stelt Hart voor de Dorpen de volgende aanvullende vragen: Vraag 1 Welke specifieke wet- en regelgeving is van toepassing op de vastgestelde sterke bodemen grondwaterverontreiniging en welke verplichtingen volgen daaruit voor de grondeigenaar (North Sea Port) en de huurder (VCZ)? Graag toelichting.
Ons antwoord Uw vragen zijn vrij breed en algemeen gesteld. Het korte antwoord is dat er op dit moment geen wettelijke verplichting is tot saneren door de gemeente. Mogelijk leidt de verkoop van de aandelen tot nadere afspraken op dit punt. Voor wat betreft verplichtingen is in algemene zin de huurder aansprakelijk voor de aantoonbaar eigen veroorzaakte verontreiniging. De grondeigenaar is verantwoordelijk voor de historische verontreiniging.
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
Een aandeelhouder is in beginsel niet aansprakelijk voor het handelen van het bedrijf waarvan het aandeelhouder is, omdat een rechtspersoon zelfstandig aansprakelijk is. Vraag 2 Wat is in de huurovereenkomst(en) tussen VCZ en North Sea Port opgenomen over aansprakelijkheid, schade, milieuzorgplicht en de financiële verantwoordelijkheid bij verontreiniging door gebruik van verschillende middelen (bijv. blusmiddelen)? Graag ontvangen wij deze huurovereenkomst. Ons antwoord De gemeente is geen partij in de overeenkomst tussen VCZ en NSP, zodat het college terughoudend moet zijn in het delen van deze gegevens. Indien nodig zal de gemeente NSP en VCZ vragen of de overeenkomst openbaar gemaakt kan worden. Afhankelijk van de ontvangen reactie kan het college beoordelen of deze – al dan niet gedeeltelijk – openbaar gemaakt wordt. Vraag 3 Zijn er aanwijzingen dat de verontreiniging afgelopen jaren verergerd is tijdens het gebruik door VCZ en is VCZ hierover formeel aangesproken? Ons antwoord Nee, er zijn geen aanwijzingen dat de verontreiniging afgelopen jaren is verergerd. Bij navraag heeft VCZ aangegeven geen PFAS-houdend blusschuim te gebruiken. Op dit moment is er dus geen reden om VCZ hier formeel op aan te spreken.
Vraag 4 Sinds welke datum beschikt de gemeente over kennis van de ernstige PFAS- en olieverontreiniging op het terrein, en op welke wijze is deze informatie gedeeld binnen de gemeentelijke organisatie en met de VRZ? Ons antwoord Uit een openbare rapportage van 3 mei 1990 is duidelijk geworden dat de bodem vervuild is met minerale olieresten. Het is nu niet te achterhalen op welke wijze dit toen binnen de gemeente gedeeld is. Voor het antwoord op het vervolg van uw vraag verwijzen we naar de raadsinformatiebrief van 10 november 2021. De gemeente heeft de informatie niet gedeeld met de VRZ. Vraag 5 Kan het college aangeven op welke momenten, zowel recent als in het verleden, de gemeente, schriftelijk of bestuurlijk, contact heeft gehad met VCZ en/of North Sea Port over de verontreiniging, en welke afspraken daarbij zijn gemaakt? Indien er geen contact is geweest: om welke reden(en) is dit onderwerp nooit met VCZ en North Sea Port besproken? Zo ja, kunnen hiervan de verslagen of besluitenlijsten aan de raad worden verstrekt? Ons antwoord De formele momenten zijn niet te achterhalen. De (historische) verontreiniging was bekend en is ongetwijfeld onderwerp van gesprekken geweest. Er was geen noodzaak om hierover bestuurlijk contact te hebben met VCZ of North Sea Port.
Vraag 6 Waarom is de gemeenteraad niet eerder geïnformeerd over deze ernstige verontreiniging, terwijl deze jaarlijks of driejaarlijks uit onderzoeken bleek (de laatste keer in 2024)? Ons antwoord Blad 2 behorend bij 2785933 / 2788492
De raad is eerder geïnformeerd over de bodemvervuiling op het terrein van VCZ. Het rapport van 3 mei 1990 is openbaar. Ook is de bodemvervuiling aan de orde gekomen in de toelichting op het bestemmingsplan ‘Binnenhavens’, dat door de raad op 11 april 2013 is vastgesteld (zie §4.4. Bodem). Voor het antwoord op het vervolg van uw vraag verwijzen we naar de raadsinformatiebrief van 10 november 2021. Vraag 7 Een bodemrapport is onmisbaar als de gemeente tenminste een transparant openbaar verkoopproces voorstaat. Is het college bereid, samen met VCZ en North Sea Port, te zorgen voor een volledig en actueel bodemrapport vóórdat het verkoopproces verdergaat, zodat sprake kan zijn van een transparant en juridisch zorgvuldig traject? Zo nee, waarom niet? Ons antwoord De uitkomst van het verkoopproces kan leiden tot aanvullend onderzoek of nadere afspraken over de bodemvervuiling. Vraag 8 Heeft de gemeente afspraken vastgelegd over financiële compensatie mocht blijken dat de verontreiniging leidt tot een substantieel lagere opbrengst? Ons antwoord Nee, hiertoe bestaat op dit moment geen aanleiding. Vraag 9 Is onderzocht of de gemeente bij verkoop alsnog indirect financiële of juridische aansprakelijkheid kan lopen voor historische milieuschade gezien de kennis hierover, en zo ja, welke risico’s zijn daarbij? Welke risico’s zijn hierin benoemd? Ons antwoord Nee, dit is niet onderzocht.
Als aandeelhouder is de gemeente in beginsel niet aansprakelijk voor bodemvervuiling. Voor wat betreft verplichtingen is in algemene zin de huurder aansprakelijk voor de aantoonbaar eigen veroorzaakte verontreiniging. De grondeigenaar is verantwoordelijk voor de historische verontreiniging. Vraag 10 Welke maatregelen zijn in de afgelopen jaren genomen door de gemeente, VCZ en/of North Sea Port om verdere verontreiniging van het terrein te voorkomen of te beperken, en met welke resultaten? Ons antwoord Als aandeelhouder zijn vanuit de gemeente geen maatregelen genomen. Bij navraag heeft VCZ aangegeven geen PFAS-houdend blusschuim te gebruiken. Wij gaan ervan uit u hiermee in voldoende mate te hebben ingelicht. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester, Blad 3 behorend bij 2785933 / 2788492
drs. R.D.A. Wiskerke
drs. A.R.B. van den Tillaar
Blad 4 behorend bij 2785933 / 2788492