11302023 Q&A vragen 3.5 compleet
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
DATUM: 30 november 2023
VAN
: Griffie
Betreft
: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A)
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Algemeen & Sociaal van 30 november 2023 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.5 – Subsidieverordening 2023 de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie
Behandeld door wethouder Cracau
Onderwerp: 3.5 – Subsidieverordening 2023 Vraag RVS: Onder het kopje “Inleiding” tweede alinea : Op grond van de Awb kan slechts subsidie worden verstrekt, ENKELE UITZONDERINGEN DAARGELATEN, enz………
Antwoord Een gemeente kan subsidie verstrekken zonder dat er een verordening voor is in de volgende gevallen. -
Spoedeisende subsidie (artikel 4:23 lid 3 onder a Awb). Er moet dan een wettelijk voorschrift (verordening) in voorbereiding zijn; vooruitlopend daarop mag het bestuursorgaan alvast overgaan tot subsidieverstrekking. Deze bevoegdheid is overigens beperkt (maximaal voor één jaar en de subsidie moet worden vastgelegd in een verslag).
-
Het subsidiebedrag wordt als begrotingspost opgenomen (artikel 4:23 lid 3 onder c Awb). De begunstigde plus het maximale subsidiebedrag moeten in dat geval duidelijk worden vermeld in de begroting (of in de toelichting) ten behoeve van publieke controle. Deze subsidievorm wordt veel gebruikt voor subsidies die structureel aan één of enkele ontvangers wordt verstrekt. Op basis van deze begrotingspostsubsidie stelt het college dan de subsidiebeschikking met de eventuele verplichtingen voor de ontvanger vast.
-
Incidentele subsidieverstrekking (artikel 4:23 lid 3 onder d Awb). Hiervan is sprake in het geval er geen beleid of bestuurspraktijk voor de subsidieaanvraag is. Om in aanmerking te komen voor subsidie moet er sprake zijn van een beperkt aantal subsidieontvangers en een beperkt tijdvak van ten hoogste vier jaar.
-
Europese subsidies (artikel 4:23 lid 3 onder b Awb). Indien de subsidie rechtstreeks op grond van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Europese Commissie vastgesteld programma wordt verstrekt.
VRAAG: Wat zijn die uitzonderingen en zijn daar criteria voor?