11152023 Memo raadsledenbijeenkomst Orionis
Tekst van het document
PROOF Adviseurs BV. Aan
Van
Postbus 2704
Aan de raadsleden van de
Maarten Waleboer en Jan Willem Botter
3000 CS Rotterdam
gemeenten Middelburg,
info@proofadviseurs.nl
Veere en Vlissingen
(+31)850471007 proofadviseurs.nl Rabo NL43RABO0303425660
Plaats/datum
Betreft
Rotterdam, 9 november 2023
Evaluatie GR Orionis
btw NL8550.87.250.B01 KvK 63089068
1. Inleiding De gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen wensen de gemeenschappelijke regeling Orionis Walcheren te evalueren. Zij hebben ons bureau gevraagd om deze evaluatie uit te voeren. PROOF Adviseurs is als organisatieadviesbureau gespecialiseerd in de vormgeving en inrichting van samenwerking op maatschappelijke opgaven. Wij adviseren, faciliteren, begeleiden en ondersteunen bij organisatievraagstukken vanuit de maatschappelijke opgave. Dat kan gaan om (begeleiding bij) het vormgeven van een nieuwe organisatie of samenwerkingsverband, het evalueren of wijzigen daarvan of om het doen van (rekenkamer)onderzoek naar aanleiding van een gerezen vraag. Wij combineren kennis van bestuurlijk-juridische aspecten van samenwerking, de bijbehorende strategische vragen, het benodigde procesmanagement, financiering en bekostigingsarrangementen, dienstverleningsconcepten en culturele en relationele aspecten. Wij hebben zeer veel ervaring met de governance van samenwerkingsverbanden. 2. Proces De evaluatie wordt uitgevoerd door Maarten Waleboer, senior adviseur, en Jan Willem Botter, adviseur. Door de gemeenten is een ambtelijke begeleidingsgroep van drie beleidsmedewerkers en de concerncontroller van Orionis Walcheren samengesteld, die tijdens het gehele proces als sparringpartner en vraagbaak voor ons fungeert. De gemeentesecretaris van Vlissingen is in dezen de adoptiesecretaris.
Gedurende de evaluatie zullen meerdere gesprekken worden gehouden. Allereerst met de raadsleden op het Walchers raadsledenoverleg van 15 november a.s. Daarvoor zullen ook collegeleden en ambtenaren, die vanuit verschillende rollen te maken hebben met Orionis Walcheren, uitgenodigd zijn. In het proces worden sessies gehouden met het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur, ieder vanuit zijn eigen rol in de gemeenschappelijke regeling. Daarnaast wordt ambtelijk gesproken met het management en de directeur van Orionis Walcheren en met beleidsambtenaren van de drie gemeenten en Orionis. 3. Inhoud van de evaluatie De evaluatie ziet op een aantal aspecten. Zonder uitputtend te willen zijn, gaat het om de samenwerking van alle actoren in hun diverse rollen van eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer: de verhoudingen in de samenwerking tussen raden, colleges, algemeen en dagelijks bestuur en de ambtelijke vertegenwoordigingen daarin.
proofadviseurs.nl
Pagina 1 van 9
Daarnaast wordt de evaluatie aangegrepen om de noodzakelijke wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling door te voeren. Noodzakelijk, omdat de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd, ten gevolge waarvan aan de raad een aantal nieuwe instrumenten is toebedeeld ten aanzien waarvan keuzes dienen te worden gemaakt voor de inzet van de betreffende keuze-instrumenten (zie hiervoor paragraaf 5 en verder). 4. Het Walchers raadsledenoverleg: ter voorbereiding Tijdens deze avond willen we, vanwege de beschikbare tijd in kort bestek, met de aanwezigen een aantal aspecten van de gemeentelijke samenwerking in Orionis Walcheren doorlopen. We hebben daarin een keuze moeten maken, waarbij we met name toespitsen op de rol van de raad in deze samenwerking. Het is ons doel om tijdens deze avond een richting mee te krijgen op basis waarvan wij de samenwerking, en daarmee ook gemeenschappelijke regeling, toekomstbestendig kan blijven. Mede in het licht van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarvoor zouden we graag antwoord willen krijgen op de onderstaande vragen. A. Algemeen De algemene vragen over de samenwerking zijn: -
Hebt u (voldoende) grip op de samenwerking? Zo ja, waaruit blijkt dat? Zo nee, waarom niet? Hoe ziet u uw rol als raden binnen de samenwerking van Orionis Walcheren? Voldoet de samenwerking aan het doel waarvoor die in het leven geroepen is? Doel zoals omschreven in de GR Orionis Walcheren is: Orionis Walcheren is ingesteld om de gezamenlijke belangen van de deelnemers te behartigen op het gebied van inkomens- en bijstandsvoorzieningen
B. Specifiek vanuit de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen Met het oog op de invulling van de nieuwe raadsinstrumenten, willen we graag uw input horen op de volgende vragen. Onder de vragen vindt u de toelichting op de verschillende onderdelen, waarnaar in de vraag verwezen wordt. -
Voldoet de invulling van de huidige GR aan uw informatiebehoefte? Ofwel: vraagt/krijgt u de informatie die u nodig hebt om uw kaderstellende en controlerende taken naar behoren te kunnen uitoefenen? Denk hierbij aan het moment, de wijze, en het onderwerp van informatievoorziening. Zo nee, waar ligt dat dan aan en kan een ander (nieuw) instrument ingezet worden om daar alsnog in tegemoet te komen? (toelichting zie paragrafen 5.2 en 6.1)
-
Op welke wijze zou volgens u invulling gegeven kunnen worden aan participatie bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op het werkgebied van Orionis? (toelichting zie paragraaf 6.2)
5. Algemene toelichting op de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen De wetgever gaat uit van een gebrek aan democratische legitimatie bij GR-en. Zoals in de memorie van toelichting is uiteengezet, heeft de wijziging van de Wgr per 1 juli 2022 tot doel om de positie van de gemeenteraden bij regionale samenwerking te versterken. Het doel is om de kaderstellende- en controlerende rol van de gemeenteraden te versterken en de politieke verantwoording over gemeentelijke samenwerking te verbeteren. Om dit doel te bereiken is er een aantal instrumenten voor gemeenteraden bijgekomen en daarnaast is een aantal instrumenten gewijzigd. Doordat de volksvertegenwoordiging meer invloed kan uitoefenen op het functioneren van een GR is sprake van meer grip op regionale
proofadviseurs.nl
Pagina 2 van 9
samenwerking en neemt de democratische legitimatie toe, zo is de gedachte. In het volgende hoofdstuk beschrijven wij in hoofdlijnen welke wijzigingen zijn doorgevoerd om de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden te versterken en lichten we toe bij welke instrumenten een keuze gemaakt kan worden voor de inzet ervan. 5.1
Het nieuwe instrumentarium
We zoomen in paragraaf 6 vooral in op de wijzigingen van de Wgr die de deelnemers de vrijheid geven om te kiezen op welke manier zij de wijzigingen van de Wgr implementeren in de GR Orionis, in relatie tot de vragen zoals opgenomen in paragraaf 4. Voor de volledigheid hebben we in de bijlage ook de andere wijzigingen in de Wgr waarover een keuze wordt gevraagd (zie paragraaf 7) en de wijzigingen die direct uit de wet voortvloeien en die in sommige gevallen leiden tot een verplichte wijziging van de GR (zie paragraaf 8) op ene rij gezet. Onderstaande overzichtstabel maakt inzichtelijk welke wijzigingen verplicht zijn en welke wijzigingen ruimte laten voor een keuze bij GR-en die gesloten worden tussen gemeentelijke bestuursorganen. De gekleurde rijen van wijzigingen met een keuze geven de instrumenten weer waar de vragen over gesteld zijn. Wijziging
Geregeld in:
Toelichting
Wettelijk bepaalde instrumenten
Artikel
Paragraaf
Zienswijze van raden over ontwerpregeling, Art. 1 lid 3 Wgr wijziging regeling of toe- en uittreding als raden geen deelnemer zijn aan de GR Reactie van (dagelijks) bestuur op zienswijze Art. 35 lid 4 Wgr begroting Aanpassing termijnen in de begrotingscyclus Art. 34, 34b en 35 Wgr Gezamenlijke enquête naar gevoerde bestuur Art. 155 e.v. als raden geen deelnemer zijn Gemeentewet Uitbreiding van de bevoegdheid van de Art. 184 rekenkamer tot onderzoek naar het gevoerde Gemeentewet bestuur van het samenwerkingsverband Wijzigingen met een keuze
8.1
Participatie van inwoners en belanghebbenden Art. 10 lid 7 en 8 Wgr Actieve informatieplicht door bestuur Art. 17 Wgr
6.1
Gemeenschappelijke adviescommissie
Art. 24a Wgr
7.1
Zienswijze over specifieke besluiten van het bestuur Evaluatie van de GR
Art. 10 lid 6 Wgr
7.2
Art. 11 Wgr
7.3
Voorwaarden en gevolgen van uittreding, waaronder de gevolgen van de rechtspersoon en voor het vermogen van de gemeenten waarvan bestuursorganen deelnemen.
Art. 9 Wgr
7.4
proofadviseurs.nl
8.2 8.3 8.4 8.5
6.2
Pagina 3 van 9
5.2
Samenhang van de instrumenten
Voordat we elk instrument op zichzelf bezien, is het goed om vooraf een aantal overwegingen mee te geven. Aan de GR Orionis zijn bevoegdheden van de raden, colleges en burgemeesters overgedragen (= gedelegeerd). Denk daarbij aan regelgeving en beleid. Dat betekent dat de gemeenten daar (vrijwel) geen formele bevoegdheden meer over hebben, maar regelgeving, beleid en uitvoering hebben overgelaten aan de GR Orionis. Het (gemeenschappelijk) beleid dat door de GR wordt uitgevoerd, wordt niet vastgesteld door raden en colleges van de deelnemende gemeenten. Daarnaast dient het gehele nieuwe instrumentarium in onderlinge samenhang te worden bezien. Van de nieuwe instrumenten waarbij een keuze gemaakt kan worden, zijn er twee die minder direct raakvlak hebben met de andere instrumenten. Dit betreft de voorwaarden voor uittreding en de evaluatie van het samenwerkingsverband. Tussen de instrumenten van gemeenschappelijke adviescommissie, inwonerparticipatie, zienswijze op bestuursbesluiten, actieve informatieplicht en de termijnen genoemd in de GR is sprake van samenhang, omdat zij allen direct raken aan legitimiteit. Echter een combinatie van al deze genoemde instrumenten, leidt niet per definitie tot meer grip of inzicht.
Het onderkennen van onderlinge samenhang is belangrijk om ervoor te zorgen dat de instrumenten effectief zijn (meer grip en inzicht voor raden) en ook efficiënt (bijdragen aan een doelrealisatie door het samenwerkingsverband, binnen begroting). Gemeenschappelijke adviescommissie, zienswijze op bestuursbesluiten en actieve informatieplicht raken de bevoegdheden van raden. Inwonerparticipatie ziet juist op de inbreng van inwoners. Stel dat voor een samenwerkingsverband wordt gekozen voor inwonerparticipatie en zienswijzen op besluiten door raden. Het kan dan zo zijn dat de inwoners en de raden in een bepaald dossier andere opvattingen hebben. Voor een dergelijke situatie moet dan een oplossing worden gevonden. Men zou ook kunnen stellen dat een goede afweging moet worden gemaakt of er gelet op de taak van het samenwerkingsverband beter een keuze voor zienswijze óf voor inwonerparticipatie gemaakt kan worden. Het vragen en geven van zienswijze op besluiten geeft voor de raden inzicht in de besluitvorming binnen het samenwerkingsverband en daarnaast ook de mogelijkheid tot de beïnvloeding ervan.
Om te voorkomen dat bij samenwerkingsverbanden waaraan veel deelnemers deelnemen er allemaal verschillende zienswijzen komen die het voor het bestuur lastig maken goede afwegingen te maken of het tijdrovend maken om gemotiveerd aan te geven wat er met de zienswijzen wordt gedaan, kan ervoor gekozen worden om raden te helpen zienswijzen te formuleren door een gemeenschappelijke adviescommissie in te zetten. Deze kan dan de taak krijgen om als verbinding te werken tussen de raden van de gemeenten waarvan colleges deelnemen aan de GR en zodoende zorgen voor een regionale afstemming. Overigens is het altijd aan de raden zelf om te bepalen op welke wijze zij omgaan met een verzoek tot zienswijze. Als de inzet van een gemeenschappelijke adviescommissie veel capaciteit vraagt van de raden, dan kan ervoor gekozen worden om het aantal besluiten of onderwerpen waarop zienswijze wordt gevraagd beperkt te houden, zodat de aandacht kan gaan naar de belangrijkste onderwerpen (waar ook de gemeenschappelijke adviescommissie voor ingezet kan worden). Anderzijds kan het niet instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie ook tot gevolg hebben dat sprake kan zijn van een groter aantal besluiten van het bestuur waarop de raden zienswijzen kunnen geven.
proofadviseurs.nl
Pagina 4 van 9
Andersom zou een afweging kunnen zijn dat indien de raden toch een gemeenschappelijke adviescommissie instellen, de extra zienswijzen boven op de wettelijk verplichte niet nodig zijn. Immers de leden van de gemeenschappelijke adviescommissie kunnen hun eigen raden raadplegen en dan binnen de gemeenschappelijke adviescommissie adviseren overeenkomstig de ‘zienswijze’ in hun raad. Ook de actieve informatieplicht en de zienswijze hebben samenhang. Indien bepaalde besluiten van het bestuur van het samenwerkingsverband voor zienswijze worden voorgelegd, komt daar ook achtergrondinformatie bij kijken. Een aanvullende actieve informatieplicht heeft dan mogelijk niet meer veel toegevoegde waarde. Indien om moverende redenen niet voor zienswijzen wordt gekozen dan kan de actieve informatieplicht juist ervoor zorgen dat raden grip houden op het reilen en zeilen van het samenwerkingsverband. Er zal een evenwicht gevonden moeten worden tussen het aanleveren van informatie, het vragen van zienswijzen, het inzetten van een gemeenschappelijke adviescommissie, inwonerparticipatie en de mogelijkheid tot efficiënt en effectief besturen door het (algemeen en dagelijks) bestuur van een GR. Capaciteit van de samenwerkingsorganisatie en de eigen organisatie moet daarbij in ogenschouw genomen worden.
Belangrijk is daarbij dus een afweging op effectiviteit van het instrument en efficiency gelet op taak en doel van het samenwerkingsverband. 6. Wijzigingen met een keuze bij de vragen In deze paragraaf bespreken wij kort de verschillende wijzigingen van de Wgr waarbij een keuze gemaakt kan worden ten aanzien van de toepassing van het instrument en waar de vragen opgenomen in paragraaf 4 over gaan. 6.1
Actieve informatieplicht door het bestuur
Sinds 1 juli 2022 bepaalt artikel 17 van de Wgr dat in een GR opgenomen wordt op welke wijze inlichtingen door het bestuur van een GR worden verstrekt aan de raden van gemeenten. In een GR wordt daarom opgenomen op welke manier dit gebeurt. In de GR dient ook geregeld te worden hoe het bestuur, zowel actief als passief informatie aan de raden verstrekt. DAit heeft ten doel om de controlerende taak goed te kunnen vervullen en om alle deelnemende gemeenten in dezelfde informatiepositie te brengen. In de huidige GR Orionis is dit onderdeel al geregeld in artikel 20, doordat er bepaald is dat het algemeen en dagelijks bestuur actief en passief informatie verstrekken. In algemene zin wordt voldaan aan wat de wetgever voor ogen staat. Geldt dat ook voor de deelnemers aan de GR Orionis? Zo kan bijvoorbeeld bepaald worden dat vergaderstukken en verslagen van algemene besturen, actief aan raden worden gezonden. Deze moeten binnenkort ook actief openbaar gemaakt worden. Datzelfde geldt voor agenda’s en besluitenlijsten van het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam. In de fase van uitvoering en monitoring staat de gemeenteraad meer op afstand en controleert hij vooral. Daarvoor is wel goede en structurele informatie nodig.
Het is daarom van belang dat er goede afspraken worden gemaakt tussen de gezamenlijke gemeenteraden enerzijds en de colleges en het samenwerkingsverband anderzijds, over: 1. Het moment van informatievoorziening; 2. De wijze van informatievoorziening; 3. Het onderwerp van informatievoorziening. Onder alle drie de thema’s schuilt een belangrijke keuze tussen informatie op hoofdlijnen en meer gedetailleerde informatie. Het is wenselijk dat vaker kort en krachtig op hoofdlijnen wordt geïnformeerd en dat slechts eens per jaar (bijv. bij het jaarverslag) op meer gedetailleerde wijze
proofadviseurs.nl
Pagina 5 van 9
wordt geïnformeerd. Daarmee wordt de werklast voor het samenwerkingsverband, maar ook voor de raadsleden verminderd. De hoofdlijnen moeten zich vooral beperken tot: a. Welke beleidswijzigingen worden voorbereid en wat zijn de politieke keuzes daarbij; a. Hoe zijn beleidskeuzes die het afgelopen jaar zijn gemaakt uitgevoerd, en ligt dit op schema; a. Bij afwijkingen van de afgesproken beleidslijnen moet direct en actief geïnformeerd worden waarom er een afwijking plaatsvindt en wat hieraan gedaan kan worden om bij te sturen. Het is cruciaal dat deze informatie kort en bondig, maar met inzicht in de te maken keuzes, wordt gepresenteerd. Zo hebben de raden meer mogelijkheden om tussentijds te sturen. Per beleidsveld worden aparte afspraken gemaakt over de frequentie van deze terugkoppelingen. Deze moet zodanig vaak zijn dat de raden niet achteraf met onvoorziene tekorten worden geconfronteerd, maar ook weer niet zo vaak dat de raden én het samenwerkingsverband er overbelast door raken. Het idee is immers dat de raden ook actief iets met de informatie doen die zij ontvangen (en daarbij eventueel de in deze handreiking geschetste instrumenten inzetten). Maatwerk is daarom van belang. Zaken die meer going concern zijn (zoals uitvoering van langlopende beleidsafspraken) kunnen jaarlijks terugkomen in de jaarrekening en het jaarverslag.
Naast de structurele informatievoorziening vindt ook incidentele informatievoorziening plaats. Dit kan zijn aan de hand van een onverwacht voorval, waarbij het samenwerkingsverband of het college de raad actief informeert. De raadsleden kunnen ook zelf om inlichtingen vragen, dat recht hebben zij wettelijk. De gevraagde inlichtingen moeten, voor zover die natuurlijk gericht zijn op informatie waarover het samenwerkingsverband kan beschikken, aan alle raden verstrekt worden (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Wet open overheid zich voordoet). Anders kunnen de raden hun controlerende taak niet oppakken. In de gemeenschappelijke regeling of in een gezamenlijke informatieprotocol zouden afspraken kunnen worden opgenomen over hoe snel en op welke wijze de informatie wordt verstrekt. 6.2
Participatie van inwoners en belanghebbenden
In een GR moet opgenomen worden op welke wijze de ingezetenen (van de gemeenten waarvan bestuursorganen deelnemen aan een GR) en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. De wetgever heeft bepaald dat het niet mogelijk is op te nemen dat geen ruimte wordt gegeven voor participatie. Er moet, met andere woorden, in elke GR een minimale variant van participatie worden opgenomen. Afhankelijk van de impact van de taakuitvoering binnen een GR op de ingezetenen of belanghebbenden binnen het grondgebied waar de GR op ziet, kan worden afgewogen in welke mate en op welke manier participatie zal worden ingezet. Het overdragen van de bevoegdheden aan de GR Orionis, waaronder het vaststellen van beleid, betekent ook dat de participatie over voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid een bevoegdheid is van de GR Orionis. Hoe het bestuur van de GR Orionis Walcheren dat doet, is formeel aan het bestuur zelf, maar de deelnemers in de GR bepalen op welke wijze dat vorm wordt gegeven. Dient het bestuur hierin aan te sluiten bij wat bij de deelnemende gemeenten gebruikelijk is? Zo ja, wat is dan gebruikelijk als het gaat om participatie van inwoners en andere belanghebbenden op het gebied van inkomens- en bijstandsvoorzieningen Werk en Inkomen?
proofadviseurs.nl
Pagina 6 van 9
Bijlage bij memo Walchers raadsledenoverleg evaluatie Orionis Walcheren 7. Nieuwe instrumenten met keuze Voor de volledigheid zetten we de andere instrumenten genoemd in de tabel in deze memo op een rijtje. 7.1
Gemeenschappelijke adviescommissie
Bij elke GR waarbij een openbaar lichaam is ingesteld, zoals de GR Orionis bestaat de mogelijkheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Deze adviescommissie wordt ingesteld ten behoeve van deze ene GR. Deze commissie heeft geen bevoegdheid tot het nemen van besluiten, maar geeft advies over besluiten en andere aangelegenheden die het bestuur aan de commissie voorlegt. In de gemeenschappelijke adviescommissie nemen (leden uit) raden plaats uit de gemeenten waarvan bestuursorganen deelnemen aan de GR. De gemeenschappelijke adviescommissie is een verbinding tussen de raden en het bestuur omdat de besluitvorming van het bestuur van de GR vanuit de verschillende raden rechtstreeks kan worden beïnvloed. Daarnaast kan een gemeenschappelijke adviescommissie worden ingezet om zienswijzen van raden over bepaalde bestuursbesluiten voor te bereiden. Als alle raden unaniem verzoeken om het instellen ervan dan is het algemeen bestuur van het openbaar lichaam zelfs verplicht tot het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie. In andere gevallen is het een keuze om hiervan gebruik te maken. Omdat dit uit de Wgr voortvloeit, behoeft een dergelijke bepaling niet in de GR te worden opgenomen, tenzij door alle raden u wordt aangegeven dat dat gewenst is.
De samenwerking op raadsniveau kan overigens ook buiten de Wgr vorm en inhoud krijgen en van invloed zijn op alle GR-en die de gemeenten hebben. Raden kunnen afstemming zoeken in besluitvorming over bijvoorbeeld zienswijzen, geïnformeerd worden op een eenduidige manier, elkaar vinden. Dit roept de vraag op waar de gemeenschappelijke adviescommissie in voorziet. 7.2
Zienswijze over specifieke besluiten van het bestuur
In een GR moet worden opgenomen welke bestuursbesluiten, voorafgaand aan het nemen ervan, voor het geven van een zienswijze moeten worden voorgelegd aan de raden van de gemeenten. Er is een aantal verplichte besluiten waarvoor zienswijze gegeven moet worden, zoals de begroting en de deelneming in andere rechtspersonen. Naast deze wettelijk verplichte zienswijze-procedures, is het verplicht om iets op te nemen over de bestuursbesluiten die voor zienswijze aan de raden voorgelegd worden. Dit betekent dat ook mag worden opgenomen dat naast de wettelijke verplichte besluiten geen andere besluiten ter zienswijze worden voorgelegd. Voor de GR Orionis zal daarom beoordeeld moeten worden of, en zo ja voor welke besluiten, het wenselijk is om deze voorafgaand aan het nemen ervan aan de raden voor zienswijze voor te leggen. De afweging van de wens tot controle en de wens tot effectief bestuur zal hierbij een rol spelen. Bij deze categorie kan bijvoorbeeld gekozen worden voor ingrijpende besluiten of besluiten met een (grote) financiële consequentie om die voor zienswijze aan de raden voor te leggen. 7.3
Evaluatie van een gemeenschappelijke regeling
Een GR moet bepalingen over de evaluatie van de regeling bevatten. Uit de wetsgeschiedenis van de wijziging volgt dat verplicht is om in elke regeling iets op te nemen over evaluatie maar dat dit ook betekent dat mag worden opgenomen dat er geen evaluatie plaats zal vinden. Wordt er niet geëvalueerd dan wordt dat opgenomen in de GR en hoeven er geen verdere keuzes gemaakt te worden. Wordt ervoor gekozen om wel te evalueren dan is het ook goed om na te denken over de frequentie en de termijn van de evaluatie en over de vraag of vastgelegd moet worden waarover de evaluatie in ieder geval dient te gaan. In de huidige GR is in artikel 38 een
proofadviseurs.nl
Pagina 7 van 9
evaluatiebepaling opgenomen, waarin staat dat de regeling elke 4 jaar wordt geëvalueerd. De evaluatie heeft vooral betrekking op de vraag of de samenwerking de doelen die zij zichzelf heeft gesteld ook heef bereikt tegen de kosten die hiervoor waren uitgetrokken. Daarnaast dient ook gekeken te worden naar de uitvoering van de specifieke taken. De manier waarop de samenwerking heeft gefunctioneerd is eveneens onderdeel van de evaluatie. Evaluatie is een beleidsinstrument, waarmee (onderdelen van) de samenwerking en de dienstverlening beoordeeld kan worden. De evaluatiebepaling zal tegen het licht worden gehouden om na te gaan of die met het oog op de samenwerking nog voldoet. 7.4
Voorwaarden en gevolgen uittreding uit een GR
Alhoewel de verplichting al bestond om in alle GR-en (voor onbepaalde tijd) bepalingen op te nemen over de wijze waarop deelnemers kunnen uittreden, is het sinds de wetswijziging van 1 juli 2022 verplicht om deze bepalingen uit te breiden. Uit de bepaling moet in ieder geval duidelijk worden welke gevolgen uittreding heeft voor het vermogen van de rechtspersoon en voor het vermogen van de gemeenten waarvan de bestuursorganen deelnemen in de GR. Per regeling moet daarom worden opgenomen op welke wijze (qua proces en qua inhoud) wordt bepaald wat de gevolgen van de uittreding zijn en op welke manier het vermogen van de deelnemers wordt beïnvloed. Alle partijen kunnen zo op voorhand bij een besluit tot uittreding inzicht hebben in de gevolgen van de uittreding. Artikel 31 van de GR Orionis ziet op uittreding. Deze bepaling zal aangepast dienen te worden aan de eisen van de nieuwe Wgr, omdat nu nog het AB de gevolgen van de uittreding bepaalt. 8. De nieuwe instrumenten zonder keuze Voor de volledigheid beschrijven we in deze in deze paragraaf kort de wettelijk bepaalde instrumenten die onverkort gelden. Daarbij bestaat er geen keuzemogelijkheid voor de deelnemers aan een GR ten aanzien van de wijze of en hoe het instrument wordt ingezet. Daar waar nodig worden die verwerkt in de GR. 8.1
Gewijzigde procedure totstandkoming GR wijziging
Een eerste belangrijke wijziging ziet op het proces tot de totstandkoming van GR, waaronder ook een wijziging van een GR wordt verstaan. Bij alle GR-en waar raden niet aan deelnemen, is het vanaf 1 juli 2022 verplicht om zienswijze over de concept-(gewijzigde) regeling te vragen aan de raden. Pas nadat gemotiveerd op deze zienswijzen is gereageerd en aanpassingen in een concept-GR zijn doorgevoerd, kan aan de raden toestemming worden gevraagd voor het aangaan of wijzigen van een GR. Voor de volledigheid merken wij op dat voor de GR Orionis Walcheren, als gemengde regeling waarin raden deelnemen, geldt dat de raden meebeslissen over de inhoud van de gemeenschappelijke regeling zodat het niet nodig is de conceptregeling ter zienswijze aan de deelnemende raden aan te bieden. 8.2
Reactie van (dagelijks) bestuur op zienswijze begroting
Al jaren is in de Wgr de verplichting opgenomen dat raden hun zienswijze op de begroting kunnen geven. Nieuw is dat nadat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze op de begroting te geven, het dagelijks bestuur gemotiveerd moet reageren op de binnen gekomen zienswijzen en moet aangeven welke conclusies het aan de zienswijzen verbindt. 8.3
Aanpassing termijnen begrotingscyclus
Wat betreft de gewijzigde termijnen geldt dat deze vanaf 1 juli 2022 in werking zijn getreden. Omdat het uiterste termijnen betreft, behoeft hier in beginsel geen keuze te worden gemaakt. Het doel van de wijziging van deze termijnen is dat het voor gemeenten eenvoudiger moet zijn om de P&C-cyclus van een GR af te stemmen op de P&C-cyclus van de gemeentelijke organisatie.
proofadviseurs.nl
Pagina 8 van 9
Handeling
Uiterste datum voor
Uiterste datum na 1-7-2022
1-7-2022 Dagelijks bestuur zendt algemene financiële 15 april Y-1 en beleidsmatige uitgangspunten aan raden (art. 34b Wgr)
30 april Y-1
Dagelijks bestuur zendt ontwerpbegroting aan raden (art. 35 lid 1 Wgr)
8 weken voor 12 weken voor aanbieding aanbieding aan het aan het algemeen bestuur algemeen bestuur
Raden kunnen zienswijzen indienen bij het dagelijks bestuur (art. 35 lid 3 Wgr)
8 weken na aanbieding door dagelijks bestuur
Algemeen bestuur stelt begroting vast (art. 34 Y-1 (datum niet lid 1 Wgr) nader bepaald)
12 weken na aanbieding door dagelijks bestuur Y-1 (datum niet nader bepaald)
Dagelijks bestuur zendt vastgestelde Binnen 2 weken na Binnen 2 weken na begroting aan gedeputeerde staten (art. 34 lid vaststelling, maar vaststelling, maar vóór 15 2 Wgr) vóór 1 augustus Y- september Y-1 1 Dagelijks bestuur zendt voorlopige jaarrekening naar gemeenteraden (art. 34b Wgr)
15 april Y+1
Algemeen bestuur stelt jaarrekening vast (art. Y+1 (datum niet 34 lid 3 Wgr) nader bepaald)
30 april Y+1
Y+1 (datum niet nader bepaald)
Dagelijks bestuur zendt vastgestelde Binnen 2 weken na Binnen 2 weken na jaarrekening aan gedeputeerde staten (art. 34 vaststelling, maar vaststelling, maar vóór 15 lid 4 Wgr) vóór 15 juli Y+1 juli Y+1
8.4
Gezamenlijke enquête naar gevoerde bestuur als raden geen deelnemer zijn
Bij GR-en waaraan raden niet deelnemen, kan een raad gezamenlijk met andere raden onderzoek doen naar het gevoerde bestuur van een GR. Dat gebeurt door het gezamenlijk instellen van een onderzoekscommissie. Een dergelijk onderzoek wordt gedaan op voorstel van één van de vertegenwoordigende bestuursorganen van de deelnemers aan een GR. Voor de volledigheid merken wij hierbij op dat Orionis Walcheren, als gemengde regeling waarin de raden deelnemen, deze mogelijkheid tot gezamenlijke enquête dus niet bestaat. 8.5
Uitbreiding bevoegdheid rekenkamers
In de Wgr is nu expliciet opgenomen dat rekenkamers ook onderzoek mogen doen naar het gevoerde bestuur van een GR als een van de bestuursorganen van de eigen gemeente deelneemt aan een GR. De betreffende rekenkamer moet op dat moment wel de rekenkamers van de andere gemeenten, waarvan een bestuursorgaan deelneemt in de GR waar het onderzoek wordt uitgevoerd, op de hoogte stellen.
proofadviseurs.nl
Pagina 9 van 9