09142023 QA 3.1 compleet
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
DATUM: 14-09-2023
VAN
: Griffie
Betreft
: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A)
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Algemeen & Sociaal van 14 september 2023 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.1 - Zienswijze 5e begrotingswijziging 2023 GGD waaronder IJZ de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie Groen Links
Behandeld door wethouder
Onderwerp: 3.1 Zienswijze 5e begrotingswijziging 2023 GGD waaronder IJZ Vraag 1. 3.1 alinea 2: “…maar de financiële opbrengsten daarvan ontstaan niet in dit jaar, maar pas de jaren hierna.” Vanaf wanneer kunnen de opbrengsten verwacht worden?
Antwoord In de loop van 2024 worden de eerste opbrengsten verwacht.
2. Alinea 3: “Samenvattend kunnen we stellen dat het plausibel is dat er sprake is van kostenstijging en dat nader onderzoek met lokale data benodigd is naar specifieke producten en de aard daarvan.” Als er nader onderzoek nodig is met lokale data, waarom wordt dit niet gedaan voorafgaand het vaststellen van de begrotingswijziging?
Het nader onderzoeken van de data is een omvangrijke taak. Er was niet voldoende tijd om dit te doen tussen het moment van ontvangen van de voorgestelde begrotingswijziging en het vaststellen ervan.
3. Blad 4, alinea 1: “In de afgelopen jaren (2021 en 2022) heeft het AB GGD besloten om de VGZ-richtlijn incidenteel te overschrijden. De GGD heeft voortvloeiend uit deze besluitvorming de opdracht gekregen om te onderzoeken of er besparingen kunnen worden gedaan om weer aan de VGZ-richtlijn te kunnen voldoen. Na intern onderzoek van de GGD is gebleken dat verdere bezuinigingen niet meer mogelijk zijn.”
Bij de begroting 2024 is aangegeven dat de verhouding personeel/materieel (78/ 22) bij de GGD afwijkt van de VZG-norm (66 2/3/: 33 1/3). Omdat de verwachte caostijgingen vanaf 2023 hoger zijn dan de VZG verhoudingsnorm zou de GGD zonder compensatie met een bezuiniging worden geconfronteerd. Binnen de begroting kan dit niet worden gedekt. Het exploitatieoverschot 2022 is tevens op structurele componenten bezien, maar dit heeft ook niets opgeleverd. GGD ziet geen mogelijkheden om dit zelf op te lossen.
- De VGZ-richtlijn heeft in principe alle facetten in zich om tot een goede en eerlijke regulering te kunnen leiden, toch is deze voor de GGD niet haalbaar. Welke mogelijkheden ziet de GGD om wel aan de richtlijnen te voldoen?
Naar aanleiding van o.a. inbreng van de GGD zijn de VZG afspraken herzien en verwerkt in het VZG-rapport ‘Afspraken over samenwerken met GR’en in Zeeland’ van juli 2022. Deze aanpassing geeft de GGD de ruimte om af te wijken, omdat er is bij GGD sprake van een significante afwijking in de verhouding lonen en materialen en wordt de mogelijkheid geboden om aanvulling te vragen onder de voorwaarde dat dit nodig is. Van deze geboden mogelijkheid maakt de GGD dan ook gebruik
Met deze compensatie kan GGD voldoen aan haar verplichtingen vanuit de CAO. Zonder deze compensatie is sprake van een bezuiniging. Op dit moment zou dit haaks staan op de in december 2022 goedgekeurde begrotingswijziging “basis op orde”, waarin de GGD juist wordt versterkt omdat is geconstateerd dat de GGD haar werk op onderdelen niet kan uitvoeren zoals volgens de wettelijke en professionele standaarden van de GGD verwacht mag worden. 4. 3.1 bijlage 2, p.22 Waarom was het niet mogelijk om een volledig dossier te leveren aan de accountant, om zo onzekerheid te voorkomen ten aanzien van de rechtmatigheid in de jaarrekening van de GR GGZ? De accountant adviseert dat het woonplaatsbeginsel wordt benadrukt bij de gemeente. Hoe wordt gegarandeerd dat vanaf nu het woonplaatsbeginsel juist wordt toegepast? Wordt hier aan gewerkt, zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? 5. 3.1 bijlage 3, p.2: “De VGZ-richtlijn gaat uit van een verhouding Personeel/ Materieel van 66.6%/ 33.3%. GGD Zeeland heeft aantoonbaar een verhouding van 78%/ 22%. Daarbij staat beschreven dat verdere uitleg hierover te vinden is in de bestuursrapportage, paragraaf 1.1.5 en 2.1.1. De bestuursrapportage is niet toegevoegd aan de stukken van de commissievergadering.
Hoe komt het dat GGD Zeeland afwijkt van de VGZ-richtlijn wat betreft personeel/ materieel? Waarop is deze richtlijn gebaseerd en waarom is deze niet passend voor GGD Zeeland?
De bevindingen hebben betrekking op het totaal van de 13 Zeeuwse gemeenten. Het kan voorkomen dat een (deel van een) document in een dossier ontbreekt. Het algemene beeld van de dossiervorming is sterk verbeterd t.o.v. 2021 en positief. Het woonplaatsbeginsel toepassen is een taak van de lokale gemeentelijke toegangen. Het vastleggen van de uitgevoerde toets maakt deel uit van de standaard dossiervorming. De controle daarop gebeurt door interne controle bij elke gemeente en door IJZ voor de toets op rechtmatigheid. De VZG richtlijn voor indexering gaat uit van de jaarlijkse loon- en prijsbijstelling gebaseerd op de jaarlijkse bijstelling zoals toegepast in de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De uitkering aan gemeenten bestaat voor 2/3-deel uit loongevoeligheid (= overheid beloning werknemers) en 1/3-deel uit prijsgevoeligheid (= overheid materieel). De VZG-richtlijn is feitelijk de jaarlijkse aanpassing aan de verwachte inflatie. Deze richtlijn is niet passend voor de GGD omdat sprake is van een significante afwijking van de verhouding tussen lonen en materialen. De verhouding personeel/materieel (78/ 22) bij de GGD wijkt significant af van de VZG-norm (66 2/3/: 33 1/3). Conform de uitgangspunten van het VZG-rapport ‘Afspraken over samenwerken met GR’en in Zeeland’ van juli 2022 kan de GGD een aanvulling vragen om deze afwijking te compenseren.
Van deze geboden mogelijkheid maakt de GGD dan ook gebruik.