CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

08282025 Q&A vragen 3.1 - beantwoording

Commissie Ruimte 28 augustus 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: rvs Programma Mobiliteit6.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO GRIFFIE AAN

: Raadsleden, collegeleden

DATUM: 28-08-2025

VAN

: Griffie

Betreft

: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A)

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 28-08-2025 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.1 – Programma Mobiliteit de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie POV

Behandeld door wethouder Boonman

Onderwerp: 3.1 – Programma Mobiliteit Vraag 1. Ondernemers zijn gebaat dat de binnenstad goed bereikbaar blijft met de auto omdat er anders een grote omzetdaling volgt en dat is niet goed voor de stad en haar inwoners. Wat gaat u doen om te zorgen dat dit niet gaat gebeuren want in uw plannen wordt de auto geweerd en parkeerplaatsen weggehaald.

Antwoord De auto wordt níet geweerd in de binnenstad. Elke straat blijft per auto goed bereikbaar. Even goed als in de huidige situatie. Parkeerplaatsen halen we pas weg in de binnenstad als er nieuwe parkeercapaciteit aan de rand van de binnenstad is gerealiseerd.

2. U blijft maar hameren op deelauto’s terwijl onderzoeken van TU Delft uitwijzen dat dit plan niet werkt, waarom gaat u weer veel geld en energie in iets stoppen wat in de praktijk niet werkt?

Deelauto’s kunnen een rol spelen in het niet-aanschaffen of niet vervangen van een tweede auto. Een deelauto project wordt pas tot stand gebracht bij bewezen vraag. Als een gerealiseerde deelauto niet wordt gebruikt, wordt deze opgeheven. Deelautoprojecten komen tot stand vanuit de mobiliteitsbehoefte van deelnemende huishoudens en marktpartijen die deelauto’s aanbieden. Gescheiden fietspaden realiseren we bij gebiedsontsluitingswegen (GOW30 of GOW50). Bij alle andere wegen is het verkeerskundig ongewenst en in strijd met richtlijnen om gescheiden fietspaden te realiseren en is het gebruikelijk om te werken met gedeeld ruimtegebruik (fietsstraten). Fietsstraten geven wij een veilige uitvoeringsvorm en blijken in de praktijk veilig.

3. De fietser is heilig verklaard maar tegelijkertijd veroorzaakt dit beleid levensgevaarlijke situaties (zie Gildeweg), waarom opteert u niet voor gescheiden fietspaden die zijn namelijk heel veilig en zijn voor elke verkeersgebruiker overzichtelijk.

Fractie GL

Behandeld door wethouder Boonman

Onderwerp: 3.1 – Programma Mobiliteit Vraag 1) Hoe zal de gemeente Vlissingen de participatie van inwoners, ondernemers en andere betrokkenen vormgeven in de verdere uitwerking van de deelprogramma's, zoals de aanpak van de A58-Sloeweg-Bossenburghweg of de realisatie van mobiliteitshubs?

Antwoord Zodra een weg of gebied voor herinrichting in beeld is, worden alle belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om te participeren.

2) Wij vinden het jammer dat paragraaf

De fietsverbinding Vlissingen-Middelburg maakt gewoon

2.2.1 over de fietssnelweg VlissingenMiddelburg is verwijderd uit het programma. Hoe is de gemeente van plan om dit te compenseren en op welke manier worden de alternatieven, zoals een snelle fietsverbinding via de ventweg of langs het kanaal, verder uitgewerkt? 3) Uit het document blijkt dat de paragraaf over de doorstroming en veiligheid van Baskenburg is verwijderd. U geeft aan dat dit een kwestie is van herinrichting. Wat is de reden om deze paragraaf te verwijderen en is er een concrete planning voor de herinrichting van deze verbinding?

Fractie LPV

onderdeel van het sternet en is daarmee een snelle fietsroute die bij realisatie is afgestemd op snelle fietsers (e-bikes). Het programma laat nu in het midden hoe de verbinding wordt vormgegeven: op de ventweg, op een deel van de hoofdrijbaan of langs het kanaal. Ontwerpverkenningen moeten t.z.t. leren welke mogelijkheden er zijn en wat de daarmee gemoeide kosten en consequenties zijn. Er is geen concrete planning voor herinrichting van Baskensburg. Zodra die er wel is, zal de inrichting afgestemd worden op de gewenste doorstroming.

Behandeld door wethouder Boonman

Onderwerp: 3.1 – Programma Mobiliteit Vraag 1. Pakketwanden & bezorging Het idee van pakketwanden klinkt aantrekkelijk om verkeersdrukte en uitstoot te verminderen. Maar hoe zorgen we dat dit niet leidt tot problemen voor minder mobiele inwoners of mensen met een beperking, en hoe wordt er rekening gehouden met grote leveringen zoals meubels en witgoed die niet in een pakketwand passen? Wordt er nagedacht over uitzonderingen of aanvullende regelingen?

Antwoord Het gebruik van pakketwanden en bezorging gebeurt op basis van vrijwilligheid en niet op basis van dwang. Iedereen die dat wenst kan pakketjes gewoon thuis laten bezorgen. Als gemeente stimuleren en faciliteren wij, maar het is aan pakketdiensten zélf om te bepalen hoe zij hun diensten leveren. Grote leveringen zoals meubels en witgoed zullen vanzelfsprekend aan huis bezorgd worden.

2. Parkeren aan de randen van de stad Het verplaatsen van parkeerplaatsen naar de rand van het centrum kan ruimte geven voor vergroening, maar roept zorgen op. Hoe houden we Vlissingen aantrekkelijk voor gezinnen waarvan beide partners buiten de stad werken en snel toegang tot hun auto nodig hebben? En hoe waarborgen we de sociale veiligheid wanneer inwoners ’s avonds of ’s nachts van de rand naar het centrum moeten lopen?

De Omgevingsvisie Vlissingen 2040 is door de raad vastgesteld. Hierin heeft de raad de ambitie verwoord om het parkeren naar de rand van het centrum te verplaatsen. In het bijzonder bezoekers van de binnenstad zullen in de toekomst (als er aan de rand capaciteit is gerealiseerd) daar parkeren. Bewoners kunnen gewoon in de binnenstad blijven parkeren.

3. Bestelbussen & ondernemers Het weren van bestel- en vrachtauto’s uit de woonomgeving kan de leefbaarheid verbeteren, maar voor veel zzp’ers en ondernemers is hun bus hun werkplek en levenslijn. Hoe voorkomen we dat extra kosten en beperkingen hun ondernemerschap in Vlissingen onder druk zetten? Wordt er nagedacht over uitzonderingen of betaalbare oplossingen specifiek voor lokale ondernemers?

Bestelbussen worden niet geweerd uit de woonomgeving, vrachtauto’s precies op dezelfde manier als in de bestaande situatie. Wel willen we onderzoeken of er aantrekkelijke alternatieve parkeermogelijkheden zijn voor bestelbussen, waarbij veiligheid en economisch functioneren essentiële randvoorwaarden zijn.

Fractie SGP

Behandeld door wethouder Boonman

Onderwerp: 3.1 – Programma Mobiliteit Vraag 1. Terugbrengen aantal parkeerplaatsen. Zie gestelde Q&A vraag 5 behandeling mei. Graag ontvangen we zwart op wit de feitelijke en rekenkundige onderbouwing waaruit blijkt dat de inwoners van Vlissingen achter de reductie van parkeerplaatsen staat. 2. Een goede bereikbaarheid maakt een stad aantrekkelijk vind de SGP. Betaald parkeren is een noodzakelijk kwaad en in ruil daarvoor ben je vlakbij de bestemming. Met deze plannen van het college moet bezoekers van onze gemeente verder van de bestemming parkeren, extra overstappen op een modaliteit waarvan onzeker is of die er is en of deze werkt (zijn er deelfietsen? Is er een transferbus) en als klap op de vuurpijl moeten onze bewoners en onze gasten óók gaan betalen voor het parkeren op de transferia. Dit is onaantrekkelijk en hoogst ongebruikelijk in vergelijking tot andere transferia in andere steden. Hoe gaat het college dit negatieve effect voor onze stad compenseren? 3. Het saneren van de aansluiting Weyevlietweg-Sloeweg is zeer onwenselijk voor de omliggende wijken. De SGP-CU heeft daarvoor tijdens de vorige ‘behandeling’ een alternatief voorgedragen (amendement Vrij rechtsaf…). Waarom is dat niet overwogen?

4. Het college houdt vast aan uw plan om op lange termijn i-VRI’s te gaan gebruiken op het doorgaande tracé A58Koudekerke. Het verkeersaanbod op dit doorgaande tracé is dusdanig veel dat de doorstroming alleen gegarandeerd kan worden bij een langdurige groene golf. Welke oplossing biedt het college voor de kruisende weggebruikers (auto, fiets, voetganger) bij hun oversteek van dit tracé gedurende de urenlange blokkade? 5. Waarom kiest het college ervoor om toch GOW30 in te voeren op wegen waar ook een gescheiden fietspad aanwezig is? Denk bijv. aan Van

Antwoord De Omgevingsvisie Vlissingen 2040 is door de raad vastgesteld. Hierin heeft de raad de ambitie verwoord om het parkeren naar de rand van het centrum te verplaatsen. In het bijzonder bezoekers van de binnenstad zullen in de toekomst (pas als er aan de rand capaciteit is gerealiseerd) daar parkeren. Bewoners kunnen gewoon in de binnenstad blijven parkeren. De Omgevingsvisie Vlissingen 2040 is door de raad vastgesteld. Hierin heeft de raad de ambitie verwoord om het parkeren naar de rand van het centrum te verplaatsen. In het bijzonder bezoekers van de binnenstad zullen in de toekomst (pas als er aan de rand capaciteit is gerealiseerd) daar parkeren. Bewoners kunnen gewoon in de binnenstad blijven parkeren. Parkeren door bezoekers is op veel meer locaties mogelijk dan bij de toekomstige transferia. Voor- en natransport is vrijwel nooit nodig omdat het parkeren op loopafstand van de centrumvoorzieningen ligt. Bij de transferia (mobiliteitshubs) is wel voorzien in het aanbieden van deelmobiliteit, flex en soms een of meer buslijnen.

Het destijds ingediende amendement “Vrij rechtsaf” is verkeerskundig ongewenst. Het tast (alsnog) de verkeersveiligheid en doorstroming op de Sloeweg aan en leidt tot sluipverkeer door de onderliggende wijk dat dan de aansluiting(en) op de Nieuwe Vlissingseweg mijdt. Bovendien leidt dit principe tot een heen- en terugweg die altijd via een andere route loopt, wat voor lokaal onbekend verkeer onhandig is en voor verwarring kan zorgen. De Omgevingsvisie Vlissingen 2040 is door de raad vastgesteld. De raad streeft naar fietsstad Vlissingen en daarbij past een grotere maaswijdte van GOW voor het autoverkeer. Het saneren van genoemd kruispunt leidt niet of nauwelijks tot langere rijtijden voor het autoverkeer, maar stimuleert wel het gebruik van de fiets. i-VRI’s zorgen voor een verkeersafhankelijke groene golf omdat de kruispunten onderling met elkaar communiceren. Het regelprogramma gaat slim om met het fenomeen pelotonvorming, zodat kruisende weggebruikers juist kortere wachttijden krijgen! Het uitgangspunt in de vraagstelling is verkeerskundig onjuist en sluit niet aan bij het principe en functioneren van een iVRI.

Een GOW is een gebiedsontsluitingsweg en deze functietypering is bij GOW30 en GOW50 identiek. In beginsel is op een GOW een snelheid van 50 km/uur prima. Een aantal GOW ligt echter dichtbij de

Woelderenlaan/Bachlaan, Paul Krugerstraat, Koudekerkseweg, Gerbrandystraat?

6. Bijna alle doorgaande wegen in de bebouwde kom gaan in deze plannen naar 30 km/h. Dit zijn ook vaak de wegen waar een busverbinding is. Zijn uw plannen afgestemd met provincie/Connexxion/EBS? En met de NS en Westerscheldeferry?

leefomgeving, dichtbij aanliggende bebouwing. Dan leidt 50 km/uur tot veel overlast (geluid, lucht, trillingen, schade aan geparkeerde voertuigen, etc). In die situaties is een limiet van 30 km/uur gepast. De extra rijtijd die door 30 km/uur ontstaat is bij de betrokken wegen in Vlissingen marginaal (secondenwerk), terwijl dit de leefbaarheid enorm bevordert .Aanwonenden van de Koudekerkseweg hebben hun ervaring hierover gedeeld tijdens hun inspraak tijdens de commissie/raad. Slechts enkele 50 km/uur-wegen verlagen we naar 30 km/uur. De plannen zijn ambtelijk afgestemd met buurgemeenten en wegbeheerders, waaronder de Provincie Zeeland. Op busroutes is niet zozeer de maximum snelheid van belang, maar het toepassen van busvriendelijke snelheidsremmers.

7. Het college heeft een aantal moties/amendementen die eerder zijn voorgesteld overgenomen. Was het niet respectvol geweest als het college een korte reactie per motie/amendement had opgesteld? Dan was het voor de raad direct duidelijk waarom u wel of niet gekozen heeft om het voorstel over te nemen.

De amendementen zijn niet in de raad behandeld en daarom is niet duidelijk of een amendement een meerderheid had gehaald of niet. Het college heeft de rode draad uit de amendementen gehaald en die verwerkt.

Fractie HVD

Behandeld door wethouder Boonman

Onderwerp: 3.1 – Programma Mobiliteit Vraag 1. ‘Stad’ staat in het Programma Mobiliteit 2040 36 keer, maar geen verwijzing naar onze dorpen, terwijl de gemeente uit zowel stad als dorpen bestaat. De zin uit de Programmabegroting die verwijst naar stad en tegelijk de dorpen opnemen. We zullen deze hier als voorzet geven: “Waar in dit Programma mobiliteit stad of gemeente staat, bedoelen we in de meeste gevallen ook Oost- en WestSouburg, Groot Abeele en Ritthem. En waar wijken staat, bedoelen we ook dorpen.” Op welke manier worden de mobiliteitsbehoeften en prioriteiten van de dorpen concreet en volwaardig meegenomen in de uitvoering van dit programma?”

Antwoord Uw opmerking begrijpen wij en we stellen voor om inderdaad ook een verwijzing naar de dorpen op te nemen. Afgezien daarvan, de dorpen zijn in het plan goed bereikbaar per auto én fiets!

2. Op welke manier wordt gegarandeerd dat dorpen evenredig profiteren van investeringen in mobiliteit en niet alleen de stad Vlissingen?

Via sternet fietsroutes, een blijvende goede autobereikbaarheid, Flex-opstappunten en veilige en leefbare 30 km/uur-zones, profiteren de dorpen niet alleen evenredig, maar zelfs maximaal van de planvorming.

3. In dit beleidsstuk missen wij een duidelijk beleid vwb inclusie. Graag toelichting waarom u hier nagenoeg geen aandacht aan besteed.

Inclusie is een wettelijke opgave die bij íedere herinrichting mee wordt genomen.

4. Hoe wordt bij het afwaarderen van wegen (50→30 km/uur) rekening gehouden met de doorstroming en bereikbaarheid van de dorpen? Welke consequenties zijn er specifiek voor de hulpdiensten bij het afwaarderen van wegen door snelheidsbeperkende voorzieningen? Heeft u informatie ingewonnen bij de hulpdiensten over deze consequenties? Zo ja, kunt u deze met de gemeenteraad delen?

De nood- en hulpdiensten worden bij alle herinrichtingsprojecten betrokken en zijn ook betrokken bij het Programma Mobiliteit (blz.9).In belangrijke aanrijdroutes voor de hulpdiensten wordt qua snelheidsremmers en de uitvoering ervan hiermee rekening gehouden zodat aanrijtijden niet toenemen.

5. U schrijft dat u zoveel mogelijk rekening houdt met de naar voren gebrachte wensen van de hulpdiensten. ( o.a. P8) Ook dat u hen uit zal nodigen voor structureel overleg. Op P30 schrijft u dat u alleen gemotiveerd afwijkt van de CROW -richtlijnen. Graag toelichten waarom u niet de wensen van de hulpdiensten opneemt dan wel overneemt. Zij zijn deskundig en staan inwoners in nood bij!

Zie het antwoord op de vorige vraag.

6. P28 Zijn de uitgangspunten van het college wat betreft de inrichting schoolomgeving van de Souburgse scholen van toepassing? Welke concrete ontwerpuitgangspunten worden toegepast om de situatie rondom de scholen in Souburg te verbeteren; in verband met veilige schoolroutes, voetgangersoversteekvoorzieningen en parkeerplaatsen voor de omwonenden.

Het programma Mobiliteit is een programma en geen inrichtingsplan. Alle basisscholen in Vlissingen en in de dorpen worden op dezelfde wijze behandeld en iedere schoolomgeving wordt op vergelijkbare wijze geschouwd.

7. Op P8 schrijft u dat inwoners en ondernemers kunnen participeren en dat hun wensen worden meegenomen in dit programma. In de laatste zin schrijft u dat als wensen strijdig zijn deze niet gehonoreerd konden worden. Kan er nu nog geparticipeerd worden of niet? Graag toelichting omdat het gebruik van zowel tegenwoordige als ook verleden tijd onduidelijkheid schept.

Het gaat om de participatie bij de totstandkoming van dit programma, die participatie is afgerond. De volgende participatie is als een straat of gebied voor herinrichting in beeld is.

8. Op P9 schrijft u dat u dmv een tunnel een vlottere en bereikbaarder Vlissingen wil bereiken. Dit is een nobel streven. Bent u niet te optimistisch vwb de realisatie hiervan? Graag uitgebreide toelichting.

Vanzelfsprekend is dit een traject van een lange adem. Wij zetten hier vol op in, blijvend, maar kunnen uiteraard geen garanties geven dat een tunnel ook daadwerkelijk lukt. Het is een kwestie van consequent deze visie uitdragen. In de lobby werken we samen met andere overheden, zoalsde Provincie Zeeland en Rijkswaterstaat.. Dit is geen onderwerp voor het programma Mobiliteit.

9. Welke (nood)scenario’s bestaan er voor de dorpen bij calamiteiten of wegafsluitingen die doorgaande verbindingen beïnvloeden? 10. P29 Hoe definieert het college in de praktijk ‘veel (slachtoffer)ongevallen’ die gerelateerd zijn aan snelheidsbeeld of verkeersintensiteit, en welke

De term “veel” is overdrachtelijk en relatief. Met “veel” wordt in deze context bedoeld: hoge snelheden bepalen samen met verschillen in massa en rijrichting de ernst van de afloop van een ongeval (kans op slachtoffers).

drempelwaarden hanteert u daarbij? 11. P14 Het plan om de snelheid op de belangrijkste verbindingswegen in Oost-Souburg (Burgemeester Stemerdinglaan, Lekstraat, Spoorstraat en Bermweg) te verlagen van 50 km/uur naar 30 km/uur kan responstijden van hulpdiensten negatief beïnvloeden. Hoe wordt gegarandeerd dat veiligheid en bereikbaarheid binnen de gestelde normen niet in gevaar komen?

Zie het antwoord op vraag 4. In geval van nood mogen de hulpdiensten maximaal 40 kilometer per uur harder rijden dan andere motorrijtuigen. Zij moeten dan wel hun optische en geluidssignalen aan hebben staan.

12. P12 Waarom ziet het college fietsstroken en fietssuggestiestroken niet als aantrekkelijke fietsvoorziening, terwijl deze op bedrijventerreinen wel als veilige basisvoorziening worden toegepast? Op welke manier weegt het college de vooren nadelen van deze stroken mee in het fietsbeleid?

Fietsstroken zijn voorzieningen die hooguit in beeld zijn bij wegen waar fietsers op de rijbaan rijden, maar waar het aantal fietsers te laag is om een fietspad te rechtvaardigen. Zoals o.a. op bedrijventerreinen. Bij bedrijventerreinen is het aanvullend van belang om brede wegen te hebben (incl. fietsstroken) om de rijcurves van vrachtvoertuigen mogelijk te houden.

13. P26 Alle fietsopstelplaatsen worden uitsluitend in de stad Vlissingen gerealiseerd. Waarom worden de dorpen niet meegenomen, en hoe wordt gelijke toegang voor dorpsbewoners gegarandeerd?

Fietsopstelplaatsen voor deelfietsen worden gesitueerd op basis van de vraag naar deelfietsen. Als in de dorpen voldoende vraag is naar deelfietsen (lees: en deze ook feitelijk worden gebruikt), dan kunnen ook opstelplaatsen in dorpen worden gesitueerd. Het is aan aanbieders van deelfietssystemen om te bepalen waar er voldoende vervoerbehoefte is die samenhangt met deelfietsen, en waar dit niet rendabel is. Het is aan aanbieders van deelfietssystemen om te bepalen waar zij deelfietsen plaatsen en hoe zij deze promoten.

14. Hoe zorgt het college dat aanbod en stallingsmogelijkheden van (deel)fietsen bij NS-station Oost-Souburg voldoende worden uitgebreid en gepromoot, zodat reizigers een aantrekkelijk alternatief hebben en autoverkeer en parkeren in Oost-Souburg beperkt blijft? 15. Welke systematiek past u toe om definitief te bepalen waar Flexopstappunten in Ritthem, Oost - en WestSouburg komen, en dat deze voor alle inwoners op loopafstand bereikbaar zijn? Komen er tussentijdse evaluaties om Flexopstappunten eventueel aan te passen?

De opstappunten van de Flex zijn gebaseerd op uitgangspunten van de Provincie Zeeland. Als de opstappunten blijkens een evaluatie niet op de juiste locatie liggen, of er is behoefte aan een of meer extra opstappunten, dan wordt in overleg met de Provincie Zeeland bezien of realisatie daarvan mogelijk is.

16. Nu buslijn 57 verdwijnt, heeft Oost-Souburg geen directe vaste busverbinding meer. Hoe gaat het college garanderen dat inwoners van OostSouburg waaronder ouderen, scholieren en minder mobiele bewoners toch veilig, betaalbaar en frequent met een vorm van OV hun dagelijkse activiteiten (werk, school, zorg, boodschappen) kunnen bereiken, zonder afhankelijk te worden van de auto?

De Provincie Zeeland is als OV-autoriteit verantwoordelijk voor het openbaar vervoer in Vlissingen. Wij hebben hier geen invloed op. De Flex is een goede oproepafhankelijke voorziening tegen OV-tarief. Bij winkels, zorgvoorzieningen, scholen etc. komen opstappunten.

17. P21Er wordt aangegeven dat parkeerplaatsen voor deelauto’s ‘altijd op een zo aantrekkelijk mogelijke locatie’

De parkeerplaats voor een deelauto wordt gerealiseerd in het geometrische middelpunt van de woonadressen van de deelnemers aan de bewuste deelauto.

worden gerealiseerd. Kan er worden aangegeven wat “locaties aantrekkelijk” inhoud? Zou het woord ‘aantrekkelijk’ hier niet beter vervangen kunnen worden door ‘strategisch’ of ‘passend’, zodat duidelijk wordt dat het gaat om functionele en toegankelijke locaties voor gebruikers en omwonenden? 18. Hoe worden bevoorradingsmaatregelen zoals venstertijden of zero-emissiezones afgestemd op logistieke mogelijkheden van de regionale en/of landelijke vervoersbedrijven?

Het programma Mobiliteit werkt dit niet uit. In onze gemeente kennen we geen zero-emmissiezones.

19. P16-17 Is er beleid voor plaatsing van pakketwanden en afhaalpunten in de dorpen, en hoe wordt bepaald waar deze komen?

Het initiatief tot het plaatsen van een pakketwand ligt altijd bij de pakket-/bezorgdiensten. Als gemeente kunnen we hen stimuleren om ook in de dorpen met dit systeem te werken bij voldoende gebruik.

20. Hoe wordt deelmobiliteit (deelauto’s, deelfietsen) in de dorpen haalbaar en aantrekkelijk gemaakt?

Zie het antwoord op vraag 14. Dit geldt op analoge wijze voor deelauto’s.

21. Uw beleid vwb particuliere uitritten is voor ons niet duidelijk. Wanneer op eigen grond een uitrit is gesitueerd, kan het toch niet zo zijn dat gemeentelijk beleid dit verbiedt. En dientengevolge er gebruik gemaakt zou moeten worden van parkeren in de openbare ruimte. Graag toelichting.

Parkeren op eigen uitritten is altijd toegestaan. Parkeren in de openbare ruimte vóór een uitrit is verboden op grond van de Wegenverkeerswet.

22. De gemeente Vlissingen zet in op voldoende oplaadpunten voor elektrische auto’s, maar er wordt nauwelijks gesproken over het snel groeiende aantal elektrische fietsen. Gezien de ambitie van Vlissingen om een échte fietsgemeente te worden, welke concrete maatregelen worden genomen om ook voldoende en strategisch geplaatste oplaadpunten voor elektrische fietsen te realiseren?

Het bereik van een thuis opgeladen fietsaccu blijkt dermate groot, dat laden in de openbare ruimte niet nodig is. De vraag naar een (openbare) fietsoplaadpunt is marginaal.

23. In het Programma Mobiliteit 2040 wordt aangegeven dat het beleid periodiek geëvalueerd moet worden om te toetsen of de ambities en uitvoering nog aansluiten. Kan het college aangeven welke vaste evaluatiecyclus wordt gehanteerd, welke meetbare indicatoren worden gebruikt om bijstelling te bepalen, en hoe deze evaluatieresultaten openbaar worden gemaakt voor raad en inwoners?

Het is aan de raad om te bepalen welke evaluatiecyclus zij wenst. Periodieke herijking is nodig om aan te sluiten bij eventuele ontwikkelingen die afwijken van de uitgangspunten in het programma, en om aan te haken bij eventuele nieuwe politieke inzichten en wensen.

24. Wie worden de komende 15 jaar actief betrokken bij periodieke evaluaties van het programma, en hoe wordt deze betrokkenheid vormgegeven voor verschillende belanghebbenden zoals inwoners, ondernemers en

Als er een herijking plaatsvindt van het programma, wordt op dat moment een participatieplan opgesteld waarin wordt verwoord welke doelgroepen worden benaderd en hoe voor de participatie, alsmede welke positie op de participatieladder.

belangenorganisaties? 25. Wilt u ook parkeercapaciteit realiseren aan de rand van Oost-Souburg. Graag toelichting.

Wij hebben daar nog geen plannen voor. Pas als er vanuit de bevolking van Oost-Souburg verzoeken komen om vergunninghoudersparkeren in te stellen, kan bezien worden of deze vorm van reguleren leidt tot de noodzaak om aan de rand van Oost-Souburg een parkeerterrein te realiseren.

Fractie PSR

Behandeld door wethouder Boonman

Onderwerp: 3.1 – Programma Mobiliteit Vraag 1. U geeft aan bij deelthema “Doorstroming A58-SloewegBossenburghweg” dat u de rotondes op termijn wilt vervangen door iVRI’s. Om dit goed te laten werken moeten alle voertuigen voorzien zijn van voorzieningen om dit te ondersteunen. Aangezien de gemiddelde levensduur van auto’s binnen Nederland het hoogste is van alle Europese landen zal het enige tijd duren voordat dit effect zal hebben. In het “Verkenning verbetering doorstroming Sloeweg (N288)” van Tredée staat aangegeven dat ook zogenaamde “Turboroutonde” een oplossing kunnen zijn en kiezen hier eigenlijk voor. Waarom is hier niet voor gekozen? De iVRI’s zullen mogelijk een hogere kost- en onderhoudsprijs hebben dan een “Turboroutonde” en zijn altijd afhankelijk van een constante stroomvoorziening.

Antwoord iVRI’s zijn niet afhankelijk van het type voertuigen en werken met zelfstandige detectie. i-VRI’s zorgen voor een verkeersafhankelijke groene golf omdat de kruispunten onderling met elkaar communiceren. Het regelprogramma gaat slim om met het fenomeen pelotonvorming,

2. U geeft aan in bijlage 1 bij deelthema “Doorstroming A58-SloewegBossenburghweg” dat u wachttijden voor de kanaal- en spoorkruising wilt opheffen door middel van een tunnel. Vanwege de functie als “Poort van Walcheren” willen we alle vertragingen op de route SloewegBossenburghweg aanpakken. Als PSR vinden wij dit nog steeds de best passende oplossing, al is de wereld veranderd sinds de eerste gesprekken hierover. De Overeenkomst van Parijs in 2015, de daar uitkomende klimaatadaptatie en energietransitie kunnen tot andere inzichten leiden. De recent geopende snelweg tussen de A13 en A16 leert ons om hier aan te voldoen extra eisen en afhankelijkheden zijn waar rekening mee moet worden gehouden evenals het waarborgen van de veiligheid. Is het voornemen om de huidige brug naast de nog te realiseren aquaduct/tunnel te laten bestaan en in zijn geheel over te dragen aan de Provincie, zoals alle andere

Het uitgangspunt is vooralsnog dat de huidige brug komt te vervallen als de ongelijkvloerse spoor- en kanaalkruising is gerealiseerd. De realisatie, financiering en eigenaarschap van een ongelijkvloerse kanaalkruising zijn onderdeel van het totale project en gesprekken met de Provincie en het Rijk.

bruggen over het kanaal, of aan Rijkswaterstaat zoals eigenaar van het Dampoort aquaduct? Dit om de kosten bij het juiste overheidslichaam te laten drukken en niet op de Gemeente Vlissingen omdat de problematiek vooral tijdens de zomer plaatsvindt voor het recreatieverkeer naar de Gemeente Veere en Middelburg. 3. De Sloebrug wordt bediend en onderhouden door de Provincie. Aangezien zeker in de zomer de brug vooral een knelpunt is met name voor verkeer wat naar en van de Gemeente Veere en het recreatieverkeer van de Westerschelde naar Middelburg/Veere en de bewoners van de Gemeente Vlissingen hier vooral hinder door ondervinden. In de eerder genoemde “Verkenning verbetering doorstroming Sloeweg (N288)” staan een aantal maatregelen met betrekking tot de bediening van de brug en het spoor. Tevens zijn hierover in eerder stadium vragen gesteld door fracties van de PSR (ammendement 7 november 2013), Groenlinks, LPV/D66 (motie 7 november 2019) en recent door de POV (motie 9 juni 2022). Is het voornemen om deze maatregelen en voorstellen van de fracties met de Provincie te bespreken om zo de hinder te verminderen? Daarnaast om het verkeer, zeker in de zomer, via de DRIPS van Rijkswaterstaat geattendeerd kan worden om via de N57 naar Walcheren (Gemeente Veere en Middelburg) te reizen?

Er zijn reeds afspraken gemaakt met Rijkswaterstaat omtrent de openingstijden tijdens de spitsperioden en deze worden gerespecteerd. Zo is de hinder tijdens spits marginaal.

4. We missen een voetgangersverbinding langs het Koopmansvoetpad wat nu officieel enkel door fietsers mag worden gebruikt maar hier ook regelmatig door voetgangers gebruik van wordt gemaakt. Wordt dit opgenomen in het programma Mobiliteit?

Dit maakt geen onderdeel uit van het Programma Mobiliteit.

5. De fietsroute die over Groot Abeele loopt wordt veel gebruikt voor passanten tussen Vlissingen/OostSouburg en Middelburg en sluit aan op de Oude Vlissingseweg. Door de ontwikkeling van de nieuwe wijken in Middelburg (Essenvelt) is er een mogelijkheid om het Erasmuspad tussen het Bastion en Abeelseweg-Oost aan te kunnen laten sluiten op het Koopmansvoetpad wat de veiligheid en overlast zal verminderen. Is deze mogelijkheid bij het En zo niet kan deze meegenomen worden in de overwegingen inclusief een voetpad. (Verlening Erasmuspad. Staat al in bijlage 2 dat dit door de participatie zal worden meegenomen. Niet gezien in verdere

De vraagstelling is onduidelijk, zodat we deze onvoldoende kunnen beantwoorden.

stukken) 6. In het plan wordt aangegeven het realiseren van extra parkeercapaciteit aan de rand van het centrum. Echter ontbreekt in het plan hoe de bewoners en bezoekers van deze locaties op de locaties in de binnenstad, met of zonder goederen, kunnen komen? Hoe worden bezoekers voorzien van voldoende aanbod van “leenfietsen”? En mogelijk andere middelen voor bezoekers met beperkingen?

Deelfietsen komen beschikbaar op diverse locaties, waaronder de mobiliteitshubs. Deze locaties zijn in het programma opgenomen. De binnenstad blijft goed bereikbaar, even goed als in de huidige situatie. Daarnaast blijven er ook parkeermogelijkheden in het centrum (o.a. Fonteijne, Scheldeplein, etc.)

7. Wanneer wordt de regiohub bij de Spuikom gerealiseerd? Is dit voor of nadat de parkeergelegenheid is verdwenen in de binnenstad

De regiohub wordt vooruitlopend gerealiseerd. Er wordt pas betaalde parkeercapaciteit in de oude binnenstad opgeheven als er nieuwe capaciteit aan de rand is gerealiseerd.

8. Eerder heeft de PSR al aangegeven dat niet alle treinen op Station Vlissingen-Souburg stoppen terwijl hier wel het grootste aantal reizigers van dit station gebruik maakt om te reizen. Is er overleg met NS en Provincie om op dit station alle treinen te laten stoppen? Het kost maar 2 minuten en volgens de laatste dienstregeling lijkt die er te zijn.

Deze vraag heeft geen betrekking op het Programma Mobiliteit. Periodiek hebben we met NS en ProRail overleg waarbij er steeds aandacht is voor de treinverbindingen in en uit Zeeland.

9. Door de ontwikkeling van het stationsgebied moeten inwoners van OostSouburg, Ritthem en Groot Abeele altijd een spoorwegovergang over om bij de mobiliteitshub bij het Station in Vlissingen te komen. Omdat je en ruim op tijd moet zijn, kan deze spoorovergang en het traject door de Kenniswerf extra onnodige vertraging oplopen. Hierbij ook rekening houdend dat niet alle treinen momenteel op station Vlissingen-Souburg stoppen, welke maatregelen worden hiervoor opgenomen? Parkeren langs de Westerhavenweg is niet mogelijk omdat deze bedoeld is voor vrachtauto’s.

Deze vraag heeft geen betrekking op het Programma Mobiliteit. Vooralsnog worden er geen maatregelen genomen. Het station is ook via Westerhavenweg bereikbaar..

10. In 2029 zal het traject VlissingenGoes vier maanden lang niet berijdbaar zijn vanwege een proef met het European Rail Traffic Management System (ERTMS). Zijn er gesprekken met de NS hoe zij beide stations zullen gaan bedienen in deze periode?

Deze vraag heeft geen betrekking op het Programma Mobiliteit. Met NS en ProRail vinden regelmatig gesprekken plaats hoe reizigers zo min mogelijk hinder ondervinden in de proefperiode en er een betrouwbaar alternatief vervoer kan worden geboden.

11. Zijn er mogelijkheden om een ontsluitingsweg via de Piet Heinkade, sluizencomplex en Veerhavenweg te realiseren ook eventueel voor het zwaar verkeer van de Schelde en Amels? Eventueel kan gedacht worden aan oplossingen zoals bij het Noordzeesluizencomplex in Terneuzen, de Zandkreeksluis en Grevelingensluis.

Het Programma Mobiliteit werkt dit niet uit. Tevens is een ontsluiting zoals u beschrijft over het sluizencomplex nu niet in beeld.

Eventueel gerealiseerd worden mocht het sluizencomplex i.v.m. klimaatadaptatie en de waterkerende functie aangepast moeten worden of op wens van de achterliggende industrie (Damen /Amels). Zie ook de eerste mening van de motie van LPV en D66 (7 november 2019) 12. Bij de ontwikkeling van de Kenniswerf en het stationsgebied en dit Mobiliteitsplan loopt een ontsluitingsweg via de Kenniswerf. Vanuit oogpunt van (verkeers)veiligheid op de Kenniswerf zou deze weg ook via het stationsgebied kunnen lopen. Hierdoor is de huidige spoorwegovergang mogelijk niet meer nodig. De fietsers die naar en van OostSouburg en Ritthem komen kunnen gebruik maken van de overgang bij de Sloebrug en/of via het station. De weg naar de McDonalds wordt iets verlengd wat mogelijk het thema “gezonde stad” ten goede komt omdat de studenten verder moeten lopen om bij de McDonalds te komen. Voor het gemotoriseerd verkeer is de kleine omweg minimaal stuurt het verkeer direct langs de mobiliteitshub waardoor alternatief vervoer kan worden gekozen om de stad in te komen. Is dit meegenomen?

Het Programma Mobiliteit werkt dit niet uit en is functioneel van aard. Bij de ontwikkeling van de plannen voor de Kenniswerf kan dit eventueel in overweging worden genomen.

Fractie FVD

Behandeld door wethouder Boonman

Onderwerp: 3.1 – Programma Mobiliteit Vraag Antwoord Het college heeft slechts op twee thema’s participatie georganiseerd, terwijl het Programma Mobiliteit veel meer hoofdonderdelen kent die de omgeving (inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) direct raken (zoals bijvoorbeeld parkeren, stadsdistributie en voetgangersvoorzieningen) • Waarom heeft het college ervoor Bewoners en ondernemers konden participeren op gekozen slechts in deze beperkte mate onderwerpen waar zij zich een goed beeld bij kunnen vroegtijdige participatie uit te voeren? vormen, zoals het fietsnetwerk en het autonetwerk. Daarnaast kon iedereen die dat wenste op het gehele programma een zienswijze indienen. • Kan het college motiveren waarom Bewoners en ondernemers konden participeren op er voor de overige onderdelen nog géén onderwerpen waar zij zich een goed beeld bij kunnen participatie is uitgevoerd? Hoe verhoudt dit vormen, zoals het fietsnetwerk en het autonetwerk. zich tot de bestuurlijke norm van de Daarnaast kon iedereen die dat wenste op het gehele Omgevingswet waarin juist brede programma een zienswijze indienen. participatie bij omvangrijke programma’s Vooraf is een participatieplan opgesteld, waarbij rekening wordt verwacht? is gehouden dat het programma primair een doorvertaling is van de Omgevingsvisie waar reeds een volledige participatie op plaats had.

• Hoe kan de raad controleren of Bewoners en ondernemers konden participeren op participatie vroegtijdige invloed heeft op dit onderwerpen waar zij zich een goed beeld bij kunnen programma, als de betrokkenen in de vormen, zoals het fietsnetwerk en het autonetwerk. Daar omgeving pas na vaststelling mogen hebben de participanten veel invloed op gehad en die meepraten? Is dit niet mosterd na de invloed is exact verwoord bij de opbrengst van de maaltijd? participatie. Daarnaast kon iedereen die dat wenste op het gehele programma een zienswijze indienen.

• Anders gevraagd; Op welke manier kunnen betrokkenen in de omgeving nog invloed uitoefenen op hoofdlijnen van het programma, indien het programma dan reeds is vastgesteld?

Als het programma op hoofdlijnen is vastgesteld, wordt het nog steeds periodiek (om de vijf jaar) geactualiseerd en dan zal telkens opnieuw participatie plaatsvinden. In de tussentijd hebben inwoners áltijd de mogelijkheid om bij herinrichtingsprojecten in hun straat te participeren.

• Is het college van mening dat het herziene Programma Mobiliteit voldoet aan de wettelijke norm van vroegtijdige en transparante participatie en motiveringsplicht uit de Omgevingswet zonder een participatieplan en zonder verantwoording van de opbrengsten van participatie te overleggen aan de raad?

Ja, dat is het college van mening.

Het college presenteert de wijzigingen als verbeteringen op basis van participatie, maar we zien ook dat in de nieuwe versie van het Programma Mobiliteit (juni 2025) het participatieplan van 12 november 2024 en het resultatenrapport van 22 januari 2025 niet meer zijn opgenomen. Deze vormden een essentieel onderdeel van de totstandkoming van het Programma. Artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit verplicht tot een verantwoording van vroegtijdige participatie bij het vaststellen van een programma, waaruit blijkt hoe de omgeving bij de voorbereiding van een besluit is betrokken en wat met de resultaten van de participatie wordt gedaan. • Waarom ontbreekt deze De opbrengst van de participatie en inspraak is bekend bij verantwoording van de participatie in de de raad, maar wordt nogmaals bijgevoegd versie van juni 2025? • Hoe verdedigt het college, gezien het ontbreken van een participatieplan, de uitspraak dat participatie “een belangrijke pijler” vormt van dit programma?

Vooraf is een p participatieplan gemaakt, dat nogmaals wordt bijgevoegd.

• Is het college van mening dat de raad een programma kan vaststellen zonder zicht op de participatie op belangrijke thema's in de omgeving?

Bewoners en ondernemers konden participeren op onderwerpen waar zij zich een goed beeld bij kunnen vormen, zoals het fietsnetwerk en het autonetwerk. Daarnaast kon iedereen die dat wenste op het gehele programma een zienswijze indienen. Vooraf is een participatieplan opgesteld, waarbij rekening is gehouden dat het programma primair een doorvertaling is van de Omgevingsvisie waar reeds een volledige participatie plaatshad. Bij het programma zijn vele partijen betrokken, zoals inwoners, ondernemers, buurgemeenten, wegbeheerders etc. De opbrengst van de participatie en inspraak is gedeeld en bij de stukken gevoegd,

• Kan het college (alsnog) aangeven wie er betrokken zijn geweest, hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn geweest bij de participatie, conform de wettelijke eis? • Hoe kunnen betrokkenen in de omgeving vertrouwen hebben in het participatieproces, als een bestaand participatieplan in de vernieuwde versie is verdwenen?

Vooraf is een participatieplan gemaakt, dat nogmaals is bijgevoegd

• Vindt het college dat wij als raad het voorgestelde programma mobiliteit kunnen vaststellen zonder actueel participatieplan?

Ja, het college is dat van mening.

• Is het college bereid om voor de vaststelling van dit programma alsnog een participatieplan met motiveringsplicht aan de raad voor te leggen, zodat wij kunnen

Nee. Het participatieplan is vooraf opgesteld. De opbrengst van de participatie en inspraak is reeds bekend bij de raad, maar wordt nogmaals toegevoegd.

zien hoe participatie concreet zou worden georganiseerd en of is voldaan aan de eisen van de Omgevingswet? • Welke amendementen vanuit de raadsvergadering van 22 mei zijn overgenomen, en welke niet?

In het raadsvoorstel is de rode draad die wij bij het herschrijven hebben gedestilleerd uit de amendementen, duidelijk omschreven.

Participatie wordt in het programma zeer breed omschreven en benoemd (sessies, enquêtes, gesprekken). • Wanneer zouden deze sessies Het participatieplan is vooraf opgesteld. Bij de en/of gesprekken precies plaats moeten totstandkoming van het programma zijn diverse partijen vinden? betrokken geweest. • Worden betrokkenen in de omgeving hiervoor dan actief uitgenodigd, of moet men zelf in de gaten houden hoe men kan participeren?

Bij herinrichting van een straat worden alle betrokkenen uit de omgeving actief uitgenodigd.

• Hoe borgt het college dat deze participatie dan niet alleen over de (kleine) details gaat, maar ook over hoofdlijnen (zoals bijvoorbeeld belangrijke onderwerpen autoluw beleid en parkeren)?

Het participatieplan is gedeeld met de raad. Onder meer via sociale media en DoeMeeVlissingen zijn mensen uitgenodigd om te participeren.

• Hoe kan het college garanderen dat participeren nog daadwerkelijk invloed heeft, nu participatie grotendeels pas na vaststelling lijkt plaats te vinden? Door grote infrastructuur weg te halen, lijkt het alsof de discussie wordt uitgesteld tot ná vaststelling van het programma, wat invloed bemoeilijkt

Het participatieplan is gedeeld met de raad. De opbrengst van de participatie en inspraak is reeds bekend bij de raad, maar kan desgewenst nogmaals worden nagezonden. De participatie vooraf was van grote invloed op het voorliggende programma.

• Om welke reden heeft het college ervoor gekozen om grote infrastructurele projecten, zoals de ontsluiting van de Kenniswerf, de doorstroming van de Nieuwe Vlissingseweg en de herinrichting van Baskensburg, uit het Programma Mobiliteit te schrappen, terwijl dergelijke projecten in principe thuishoren in het mobiliteitsprogramma met brede participatie?

De te gedetailleerde projecten en projecten die afhankelijk zijn van de ongelijkvloerse spoor- en kanaalkruising zijn uit het programma gelaten. Zodra deze in beeld komt, kunnen zij bij een herijking van het programma weer worden toegevoegd.

• Kan het college, met motivatie, aangeven wanneer en hoe deze projecten wél worden opgepakt? Er is sprake van uitgesproken kritiek en zorgen van o.a. inwoners, ondernemers én de raad over het parkeerbeleid wat in onze ogen betekent dat draagvlak en vertrouwen zichtbaar ontbreken.

De te gedetailleerde projecten en projecten die afhankelijk zijn van de ongelijkvloerse spoor- en kanaalkruising zijn uit het programma gelaten. Zodra deze in beeld komt, worden ze opgepakt en kunnen zij bij een herijking van het programma weer worden toegevoegd.

• Hoe weegt het college dit en hoe verantwoordt het college dat zij schijnbaar desondanks ervoor kiest om de uitgestippelde koers zonder vroegtijdige en transparante participatie door te zetten?

Bewoners en ondernemers konden participeren op onderwerpen waar zij zich een goed beeld bij kunnen vormen, zoals het fietsnetwerk en het autonetwerk. Daarnaast kon iedereen die dat wenste op het gehele programma een zienswijze indienen. Vooraf is een participatieplan opgesteld, waarbij rekening is gehouden dat het programma primair een doorvertaling

Het parkeerbeleidsplan, dat in november door de raad wordt behandeld, werkt het parkeerbeleid in detail uit.

is van de Omgevingsvisie waar reeds een volledige participatie plaatshad. In de financiële paragraaf wordt er aangegeven dat forse investeringen nodig zijn en keuzes moeten worden gemaakt. • Waarom ontbreken er in deze fase Het is een functioneel programma dat o.a. dient als duidelijke prioriteiten of financiële kaders? uitgangspunt bij herinrichting van wegen. Als een Hoe kan de raad op basis hiervan herinrichting op grond van de TOR-lijst aan de orde is, beoordelen of dit programma realistisch worden de kosten geraamd. gezien uitvoerbaar is?

Fractie

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.1 – Programma Mobiliteit Vraag

Antwoord

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15862584/6