06172021 Q&A vragen 3.2 compleet
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
VAN
: Griffie
Betreft :
DATUM: 17-06-2021
Vragen en antwoorden commissie Algemeen & Sociaal (Q&A) 3.2
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie A&S van 17 juni 2021 zijn ten aanzien van de raadsvoorstellen de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de kolom achter de vraag. Aanvullende vragen kunnen behandeld worden in de raad. Fractie: CDA
Behandeld door: wethouder Reijnierse
Onderwerp: rvs. 3.2 – Strategisch huisvestingsplan Vraag Raadsvoorstel 1. Beslispunt 1b: gezamenlijk huisvesting wordt niet noodzakelijk geacht. Wordt het wel wenselijk geacht?
Antwoord
2. Beslispunt 1e: kan dit niet concreter geformuleerd worden dan “in gesprek gaan”, bijvoorbeeld dat actief gezocht gaan worden naar een alternatieve bestemming
Bij leegstand boven 55m2 gaan wij in gesprek over andere invulling. Dat kan zijn onderwijsruimte voor een andere school of een andere bij onderwijs passende functie, naar gelang de behoefte of noodzaak op dat moment. Frisse scholen klasse A is duurder, terwijl frisse scholen B voldoende is en het bouwbesluit Klasse C vereist.
3. Beslispunt 1f: waarom wordt uitgegaan van ‘Frisse scholen klasse B’ en niet klasse A (hoogste klasse)? En wat zijn de meerkosten van klasse A?
Ja, maar de samenwerking tussen school en opvang is belangrijker dan de plaats.
4. Beslispunt 1i: wat is de relevantie van dit beslispunt, zou dit niet vanzelfsprekend moeten zijn?
In het Strategisch huisvestingsplan wordt afgestapt van de (lage) VNG-normering en uitgegaan van een realistisch, marktconform kengetal.
5. Onder “gezamenlijke visie”: is er geen verwevenheid met Veere?
De gemeente Veere heeft een eigen planning voor onderwijshuisvesting. Het ‘raakvlak’ met de gemeentegrens is ook een stuk kleiner. De beide genoemde schoolbesturen hebben deze benaming zelf geaccepteerd.
6. Is het niet logischer om te spreken van “Archipel Scholen” ipv “Openbaar school bestuur Achipel”? (zelfde geldt uiteraard voor Onze Wijs) 7. Onder “kindcentrum etc”: Een kindcentrum is gewenst omdat een kindcentrum de het kind centraal stelt. Ik ga ervan uit bij alle vormen van oderwijs het kind centraal stelt. Zou de motivatie niet moeten zijn dat er een goed samenwerking is tussen school en kinderopvang?
Wij zijn het ermee eens dat een goede samenwerking tussen kinderopvang en scholen van belang is. Dat is een uitwerking van de gedachte van het kindcentrum.
8. Onder “buitenruimte”: De modelverordening van de VNG heeft in bijlage III, deel D de normering voor het verharde deel van het terrein opgenomen: - 3 m2 per leerling, met een minimum van 300m2 en - vanaf 200 leerlingen kan met 600 m2 worden volstaan. Waarom is dit niet integraal overgenomen?
Er wordt feitelijk niet afgeweken van de verordening.
9. Onder “overleg met de schoolbesturen” wordt
De schoolbesturen zien een aantal investeringen
afgesloten met “Wij zien daarvoor helaas geen mogelijkheden. “ Wat zijn die wensen en is het niet aan de raad om hierover een besluit te nemen? 10. Onder “nieuwe wetgeving”: de minister heeft een wijziging aangekondigd. Is deze al van kracht? Rapport 11. Onder “1.5”: locatie SBO ’t Springtij in Vlissingen wordt per 1 oktober 2020 aan de onderwijsbestemming onttrokken en teruggegeven aan de gemeente: Is dit vorig jaar gebeurd of moet het 1 oktober 2021 zijn? 12. Onder “1.7 status SHP”: wat betekent het dat er geen akkoord is gesloten over prioritering en uitwerking? 13. De leerlingenaantallen en de daarbij behorende ruimtebehoefte zijn uitgerekend per kern. In hoeverre is er rekening mee gehouden dat kinderen buiten hun eigen kern basisonderwijs volgen?
liever eerder in de tijd gerealiseerd. In de scenario’s zien wij daarvoor geen aanleiding en hebben wij u dat ook niet voorgesteld. Het is aan de gemeenteraad om het Strategisch huisvestingsplan vast te stellen. Nee, naar verwachting wordt dit 2023.
SBO het Springtij is inmiddels naar Middelbug verhuisd. Wij zijn nog in overleg met de school over de formele overdracht.
Het is de wens van een aantal schoolbesturen om sneller tot realisatie van een aantal scholen over te gaan. Het is aan de gemeenteraad om hierover een besluit te nemen. In de methodiek van de prognoseberekeningen wordt ook naar de ‘ herkomstgebieden’ van leerlingen gekeken.
14. In vervolg op de bovenstaande vraag: hoe is dit gedaan voor de VSV en de Graaf Jan van Nassauschool waar het verzorgingsgebied zich gezien het karakter van de school uitstrekt over geheel Vlissingen?
Zie hiervoor onder 13.
15. Bij de Louise de Colignyschool: de noodlokalen zijn reeds gesloopt.
Klopt.
16. Onder “totale investering SHP”: De VSV wordt in 2034 gerenoveerd en zou dan weer 25 jaar mee moeten kunnen. Na die 25 jaar is het gebouw precies 80 jaar oud. Is het dan verstandig om in 2034 nog te renoveren?
Voordat renovatie of vervangende nieuwbouw plaatsvindt wordt met het schoolbestuur dit type maatregel onderzocht. Op basis van een zogenaamde businesscase wordt dan de beste oplossing gerealiseerd.
17. “Gewenste prioritering”: ook als de nieuwbouw voor de Louise de Colignyschool en Theo Thijssenschool pas in 2028 plaatsvindt, is het dan gezien de lange besluitvorming rondom de scholen in Souburgzuid niet verstandig om nu met de voorbereidingen te starten?
De voorbereidingstijd voor bouw van een school is sterk wisselend. Normaliter wordt hiervoor 4 jaar gerekend. In de uitvoeringsplanning wordt hiermee rekening gehouden.
Bijlagenboek 18. Wat zijn de consequenties als een school (ruim) onder de opheffingsnorm zit?
19. Factsheet Ravenstein: hoe kan een relatief nieuw gebouw zo slecht scoren op heel veel onderdelen? En hoe kan het dat de andere scholen die in het gebouw gevestigd zijn, significant beter scoren?
De uiterste consequentie kan zijn dat de minister de bekostiging aan het schoolbestuur beëindigt. Schoolbesturen kiezen in de regel om zo’n school administratief samen te voegen met een andere school. De kwaliteit van de gebouwen is afkomstig van de schoolbesturen en blijkt per school in de Combinatie verschillend beleeft te worden.
Fractie PSR
Behandeld door wethouder Reijnierse
Onderwerp: raadsvoorstel Strategisch huisvestingsplan Onderwijs Vraag 1. Voor het totaalbeeld, wanneer is het accommodatiebestand op hoofdlijnen bij de gemeenteraad?
Antwoord September as.
2. In het raadsvoorstel staat “Herstel van constructiefouten zijn ook onderdeel van de gemeentelijke taak.” Graag uitleg want dat soort fouten is toch verhaalbaar op het verantwoordelijk bedrijf?
Ja, wanneer de fout zich binnen de garantietermijn openbaart kunnen we verhalen bij het verantwoordelijk bedrijf.
3. Er is nog geen wetsvoorstel ingediend over renovatie en toch al in het SHP. Is het niet verstandiger om aan beslispunt 1c toe te voegen “afhankelijk van het wetgevingstraject in de beide Kamer”?
Het staat gemeente vrij om uitvoering te geven aan afspraken over renovatie, eventueel vooruitlopend op verplichtingen in de wet. Deze keuze wordt expliciet gemaakt om een alternatief voor vervangende nieuwbouw te kunnen afwegen.
4. In het raadsvoorstel op pagina 4 geeft u aan dat u geen mogelijkheid ziet om investeringen te verschuiven. Dit is in strijd met het gestelde op pagina 55 van het SHP daar staat “Concreet betekent dit dat het voorstel is om de vervangende nieuwbouw niet in 2028 uit te voeren, maar in 2025.” Indien 2025 correct is dan moet dit toch in het besluit worden vastgelegd? 5. Dubbele tekst op pagina 3 en pagina 4.
Op pagina 55 zijn de voorstellen van de schoolbesturen vermeld, die afwijken van de prioritering door het college. Hierover is geen akkoord met de schoolbesturen, wel over de visie en ambitie op onderwijshuisvesting.
6. P8 SHP: “… en kan iedere vier jaar worden geactualiseerd.” Een kan bepaling is niet concreet. Actualisatie is ook niet in het besluit opgenomen. In verband met personeelsplanning, middelen en veranderingen in de tijd lijkt een actualisatie per vier jaar noodzakelijk om vast te leggen. Gaat het college dit in het besluit opnemen?
Binnen de vier jaars periode van het voorliggende concept SHP zal er een wetswijziging komen van de Wet op het Primair Onderwijs, De Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de Expertisecentra waarin. Die wetswijziging zal leiden tot een verplicht maken van een integraal huisvestingsplan (=SHP) en een evaluatie. Dus is het goed om hier de kan bepaling te schrappen.
7. P9 SHP: De stad Vlissingen kent vijf wijken: Binnenstad, Middengebied, Lammerenburg, Paauwenburg en Westduin. Is dit volgens het college een correcte weergave?
Naast Paauwenburg/Westduin is ook Oost-Souburg/Ritthem een wijk in de gemeente Vlissingen.
8. P15 SHP: Het rapport is van 30 april 2021. Er staat “Het is de planning dat het bouwbesluit per 1 januari 2021 wordt aangepast enz.” Is het bouwbesluit per 11-2021 vastgesteld of wordt het per 1-12022 vastgesteld?
Het bouwbesluit is per 1-1-2021 aangepast.
9. P16 SHP: Wat is de status van de overweging op deze pagina?
Er zijn acute situaties die om directe actie vragen. Mede daarom heeft de gemeente een aanvraag gedaan in het kader van de Specifieke Uitkering Ventilatie in Schoolgebouwen. Bouwbedrijven zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de bouwactiviteiten conform het bestek. Als er in het bestek fouten zitten is het niet per definitie zo dat het bouwbedrijf verantwoordelijk is.
10. P19 SHP: Het gestelde dat bedrijven verantwoordelijk zijn voor het goed functioneren van hetgeen is opgeleverd is niet meer dan logisch. Wij nemen aan dat de twee Souburgse schooltrajecten hierin als kennisverbeteringstraject bijdragen? 11. P19 SHP: De zin “De wet milieubeheer-inrichting tot en met
Uiteraard nemen we de ervaringen opgedaan in Souburg met de realisatie van scholen daarin mee. Voor de zin en volgende zin als volgt te veranderen: “De wet milieubeheer-inrichting schrijft voor dat bedrijven
verbruikt” is niet compleet. Graag herstellen 12. P19 SHP: De gemeente kan schoolbesturen helpen bij het collectief aanbesteden. Is hiervoor menskracht en middelen beschikbaar op het noodzakelijke moment?
of instellingen die per jaar meer dan 50.000 kWh elektriciteit of meer dan 25.000 m³ aardgas (equivalent) verbruiken, verplicht zijn om energiebesparende maatregelen te nemen.” De voor verduurzaming benodigde middelen bestaan naast de gemeentelijke cofinanciering ook uit menskracht. Deze worden in de concrete uitvoeringsvoorstellen meegenomen.
13. P21 SHP: Laatste zin, daarbij hoort volgens ons de keuze voor bereikbaarheid en financiën. Deelt het college deze mening?
Ja, deze keuze kan financiële gevolgen hebben.
14. P22 SHP: De schoolbesturen zijn gevraagd de gebouwen te beoordelen. Hoe is deze informatie, naast een individueel interview, van een beoordeling voorzien?
De gebouwenstatus is door ICSadviseurs globaal beoordeeld op juistheid. Voor een deel betreft het subjectieve beoordelingen van de school.
15. P23 SHP: Met de kennis van nu (Covid-19) wordt op een andere manier gekeken naar ventilatie, binnenklimaat en veiligheid. Zijn de kosten voor deze nieuwe insteek al opgenomen in de budgetten genoemd in dit SHP?
Nee, de invloed van COVID-19 op bouwvoorwaarden en kosten is nog niet duidelijk en ook nog niet verwerkt.
16. P31 SHP: Voor de toekomstige situatie van de scholen Centrum wordt uitgegaan van 450 leerlingen. Een prognosestijging van 15% ten opzichte van huidig aantal. Aantallen worden toch onderzocht bij de business case? Wij missen bij de aandachtspunten onderzoek naar de luchtgesteldheid als de Machinefabriek dienstdoet als grote parkeervoorziening. Dit voor zowel het binnen als buitenklimaat. Gaat het college dit toevoegen?
Onderdeel van een businesscase is inderdaad een nieuwe prognose van het aantal leerlingen. Een businesscase omvat meerdere aspecten die worden onderzocht en gewogen. Lucht, licht, klimaat, verkeer en veiligheid zijn er daar enkele van. Voor de meeste aspecten zijn wettelijke eisen waaraan moet worden voldaan.
17. P32 SHP: Bij de aandachtpunten scholen Paauwenburg-Westduin missen wij de noodzakelijke aandacht voor parkeren en verkeerscirculatie. Is het college dit met ons eens?
Een businesscase omvat meerdere aspecten die worden onderzocht en gewogen. Lucht, licht, klimaat, verkeer en veiligheid zijn er daar enkele van. Voor de meeste aspecten zijn wettelijke eisen waaraan moet worden voldaan.
18. P39 SHP: Scholen Oost-Souburg. Voor zowel bestaande als nieuwbouwscholen moet er aandacht zijn voor parkeren en verkeerscirculatie. Veiligheid op een later moment verbeteren geeft eerst onnodige onveiligheid en hogere kosten. Het zou handig zijn om voor alle scholen in onze gemeente een plan te hebben voor parkeren en verkeersveiligheid rond de school. Gaat het college hierop inzetten? En wanneer?
Wij gaan de verkeersveiligheid een plaats geven in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid en het Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan. Het SPV wordt opgesteld in 2021 en het GVVP in 2022.
19. P41 SHP: Welke status heeft de overweging?
Niet meer dan een overweging dat het zou kunnen.
20. P41 SHP: Wij verzoeken het college dringend om de zinssnede over de functionaris van de VRZ te verwijderen. En als nieuwe zin toe te voegen: “Maar na controle vanuit de huidige wet- en regelgeving is door de Veiligheidsregio Zeeland extra compartimentering
De aanpassing wordt overgenomen.
opgelegd.” Het mag namelijk niet zijn dat in een rapport waar het college verantwoordelijkheid voor draagt sprake is van een traceerbare persoon. Wij gaan uit dat het college dit aanpast. 21. P46 SHP: Wat is de vertaling van “Op lange termijn afstoten” voor sporthallen Baskensburg 1 en 2? Past dit nog binnen het accommodatiebestand?
In de kadernota is voor 2024 budget gevraagd voor de realisatie van nieuwbouw van binnensportvoorzieningen. Dit ter vervanging van de sporthallen Baskensburg 1 en 2.
22. P46 SHP: Wat is concreet een gymzaal “plus”?
De plus is vormgegeven door extra m2 vloerruimte te realiseren om daarmee het avondgebruik door verenigingen te kunnen faciliteren. Zodra de Burcht-Rietheim in de nieuwbouw is verhuisd, naar verwachting dus na eind 2022.
23. P47 SHP: Wat is concreet “Op korte termijn afstoten” van sportzaal van Duyvenvoorde? 24. P53 SHP: Als totale investering SHP staat € 54.560.000. Dit is echter buitenom de uitsluitingen. Wat betekent dit concreet voor de financiële planning met de nog vele onzekerheden?
Deze uitsluitingen hebben te maken met factoren die van toepassing kunnen zijn maar niet van te voren in te calculeren zijn.