06172021 Q&A vragen 3.1 compleet
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
DATUM: 17 juni 2021
VAN
: Griffie
Betreft
: Vragen en antwoorden commissie Algemeen & sociaal (Q&A) – 3.1
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Algemeen & Sociaal van 17 juni 2021zijn ten aanzien van het voorliggende raadsvoorstel Begroting 2022 en jaarrekening 2020 VRZ de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de kolom achter de vraag. Aanvullende vragen kunnen behandeld worden in de raad. Fractie PSR
Behandeld door burgemeester Van den Tillaar
Onderwerp: begroting 2022 en jaarrekening 2020 VRZ Vraag
Antwoord
1. Het gestelde onder besluitpunt 3 is logisch. Maar de stijging komt onder andere voort uit het jarenlang inzetten van investeringsmiddelen om tekorten te dekken en te beperken. Daardoor zijn investeringen jaar op jaar uitgesteld. De oplopende kapitaallasten zijn gezien de staat van voertuigen niet langer uit te stellen. Vrijwilligers moeten kunnen beschikken over deugdelijk materiaal. Waar ziet het college bezuinigingsmogelijkheden?
In de paragraaf 1.2.1. Onderhoud kapitaalgoederen is vrij gedetailleerd uitgewerkt waarom de kapitaallasten op gaan lopen. Dat de stijging onder andere voortkomt uit het jarenlang inzetten van investeringsmiddelen om tekorten te dekken is onjuist. In deze paragraaf wordt ook toegelicht hoe VRZ omgaat met het vervangen van voertuigen. Daarin wordt ook benoemd dat VRZ bij aanbestedingen een mate van flexibiliteit inbouwt om zo een zorgvuldig aanbestedingstraject te doorlopen.
2. Om meer invloed te krijgen op de kosten kan het verstandig zijn om per gemeente een keuzemenu voor te leggen. Dit met ingang van het beleidsplan 2022-2025. Hoe denkt het college hierover?
Het nieuwe beleidsplan is gebaseerd op de wettelijke opdracht vanuit de Wet Veiligheidsregio’s en de kaders vanuit de Gemeenschappelijke Regeling. Vanuit deze opdracht wordt voorzien dat, gezien diverse complexe ontwikkelingen (o.a. nieuwe wetgeving, landelijke beleidsontwikkelingen), het om onze aandacht vraagt om aan de wet te voldoen. Dat biedt weinig ruimte voor keuzemogelijkheden. Zeker gezien de financiële situatie van de Zeeuwse gemeenten hebben wij de inspanningsverplichting om aanpassingen in beleid binnen de bestaande begroting uit te voeren. Als blijkt dat aanvullende incidentele of zelfs structurele gelden noodzakelijk zijn, zullen wij die via het reguliere proces van begrotingswijzigingen en voorstellen aan de gemeenteraden aanbieden.
3. Is besluitvorming van het nieuwe
Het concept meerjarenbeleidsplan wordt op 9
meerjarenbeleidsplan 2022-2025 voor een toekomstbestendige en toekomstgerichte organisatie nog voorzien voor dit jaar 2021? 4. Meerdere partijen hebben belang bij een goed functionerende brandweerorganisatie. Een breder gedragen financieringssystematiek zou logisch zijn. Wordt binnen het AB van de GR VRZ hier aandacht aan gegeven?
5. Door Covid-19 is er vertraging ontstaan in het opleiden en oefenen. Is er een programma opgesteld om deze achterstanden in te halen?
juli 2021 voorgelegd aan het Algemeen Bestuur VRZ, waarna het voor zienswijze wordt aangeboden aan alle raden. Na een periode van zienswijze vindt definitieve besluitvorming plaats op 17 december 2021. In artikel 2 van de Wet op de Veiligheidsregio’s is opgenomen dat het college van gemeenten belast is met de (wettelijke taak) brandweerzorg. In de gemeenschappelijke Regeling van de veiligheidsregio’s is opgenomen dat de Veiligheidsregio de (wettelijke) taken van de gemeenten op dat terrein uitvoeren. Hiertoe is een financiële verdeelsleutel opgenomen in de gemeenschappelijke regeling, welke tot stand is gekomen na overleg met alle gemeenten en voorzien was van een ingroeimodel tot 2021. Vakbekwaamheid Brandweer In verband met de Covid-19 crisis zijn alle fysieke opleidingen en oefeningen voor brandweerpersoneel tijdelijk stopgezet. VRZ volgt op alle punten op dit gebied de richtlijnen van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). In de tussenperiode is, zoveel als mogelijk, ingezet op het digitaal aanbieden van leerstof om de vakbekwaamheid op peil te houden. Per 1 juni 2020 zijn er, onder strikte voorwaarden, fysieke oefeningen opgestart conform de landelijke richtlijnen. Per 15 december 2020 zijn alle fysieke oefeningen weer stilgelegd. Omdat er tussentijds fysieke oefeningen hebben plaatsgevonden is de geoefendheid voldoende.
Op dit moment is het oefenen gericht op het inhalen van de basisvaardigheden die niet fysiek hebben kunnen plaatsvinden in de coronaperiode. Verder is samen met elke individuele post een plan gemaakt over wat ze nodig hebben om op het eind van het jaar de vakbekwaamheid weer op voldoende niveau te hebben. Het tijdelijk stopzetten van de opleidingen heeft een vertraging van een ongeveer een half jaar opgelopen. Dit geeft een risico op uitstroom van vrijwilligers, die na een intensief wervingstraject zijn aangenomen. Om komend jaar extra in te zetten op het extra opleiden van personeel is voorgesteld om, vanuit het positieve resultaat over 2020, hiervoor € 300.000 te reserveren. Daar wordt verspreid over meerdere jaren gebruik van gemaakt, onder andere door middel van het inkopen van externe opleidingen.
MOTO Voor het opleiden en trainen van de multidisciplinaire crisisfunctionarissen zijn er geen vertragingen ontstaan door het ontwikkelen van alternatieve/digitale opleidingen en oefeningen door VRZ en partners zoals het IFV. 6. Hoe is de ervaring met de nieuwe meldkamer, werken alle systemen naar behoren? Zijn er aanloopproblemen?
Iedere nieuwe start kent opstartproblemen, echter zijn die tot een minimum beperkt gebleven en hebben geen invloed gehad op de dienstverlening. Brandweer Zeeland heeft samen met Brandweer Midden en WestBrabant een intensieve voorbereiding en procesharmonisatie doorlopen die zijn vruchten duidelijk heeft afgeworpen. Belangrijkste daarbij is dat we in gezamenlijkheid met brandweer Midden en West-Brabant en het Operationeel Centrum Brandweer (OCB = nieuwe naam voor de meldkamer) korte lijnen hebben en met elkaar op de juiste wijze processen inrichten en bijstellen waar nodig. De basis die is ingericht is goed en voldoet, samen ontwikkelen we door om het nóg beter te maken. De LMO (landelijke meldkamer organisatie) waar de OCB onderdeel van is, ontwikkelt zich ook voortdurend. Dat maakt dat onze aandacht zich ook richt op landelijk niveau zodat we kunnen anticiperen op de ontwikkeling van het LMO.
7. Hoeveel financiële middelen heeft de Rijksoverheid bijgedragen voor de VRZ voor de nieuwe Omgevingswet? Adviezen gaan namelijk meer tijd vergen. Meer tijd is meer geld en het is niet meer dan logisch dat de Rijksoverheid financiën inbrengt ter dekking.
De Rijksoverheid heeft tot op heden geen extra financiële middelen aan de veiligheidsregio’s in Nederland toegekend voor de nieuwe Omgevingswet. VRZ werkt met een programmabegroting voor Risicobeheersing waar begeleiding, advisering en toetsing onderdeel van zijn. In kader van de Omgevingswet zal er wel een verschuiving van de werkzaamheden plaats gaan vinden naar de voorkant, wat betekent meer advisering op Ruimtelijke ordening in omgevingsvisies en omgevingsplannen. Daar staat tegenover dat er minder vergunningen onder de Omgevingswet worden vereist, dus hier zullen we minder advieswerk moeten verrichten. We gaan er voorlopig van uit dat de formatie binnen Risicobeheersing voldoende is. Brandweer Nederland heeft door onderzoeksbureau Cebeon wel de financiële gevolgen van de Omgevingswet voor de veiligheidsregio’s laten onderzoeken. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in een rapport ‘Gevolgen
risicobeheersingstaken stelselherziening Omgevingsrecht voor veiligheidsregio’s’. Het rapport is, in afstemming met het Veiligheidsberaad, aangeboden aan de VNG en de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie en Veiligheid met bijzondere aandacht voor de financiering van de verwachte meerkosten. 8. Het eindrapport over de verkenning samenwerking GGD, RUD en VRZ wordt medio 2021 opgeleverd. Is dit rapport al gereed en wanneer ontvangt de raad deze informatie?
Het eindrapport van Berenschot inzake de verkenning van de samenwerking tussen GGD, RUD en VRZ wordt begin juli 2021 opgeleverd aan de Algemeen Besturen van de drie gemeenschappelijke regelingen. Halverwege juli 2021 wordt het eindrapport van Berenschot openbaar gemaakt en gezonden aan de gemeenteraden in Zeeland. In deze periode wordt eveneens een digitale informatiebijeenkomst georganiseerd, waarbij Berenschot het eindrapport presenteert aan onder andere de leden van colleges van B en W, de leden van de gemeenteraden, de Provincie Zeeland (leden van Gedeputeerde en Provinciale Staten) en het Waterschap Scheldestromen (de leden van de Algemene Vergadering). De uitnodiging voor deze bijeenkomst volgt in de loop van juni 2021.