06132024 Q&A vragen 3.3 Compleet
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
DATUM:
VAN
: Griffie
Betreft
: Vragen en antwoorden commissie (Q&A)
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie van Algemeen en Sociaal zijn ten aanzien van het voorliggende raadsvoorstel de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de kolom achter de vraag. Aanvullende vragen kunnen behandeld worden in de raad. Fractie SP
Behandeld door
Onderwerp: Zienswijzen mbt Plan van Aanpak Robuuste RUD met 3e Begrotingswijziging 2024 RUD Zeeland Vraag 1. Welke specifieke doelen worden nagestreefd door het Plan van Aanpak voor de versterking van de operationele effectiviteit en efficiëntie van de RUD?
Antwoord Het plan is erop gericht een robuuste omgevingsdienst te worden. Dit door te voldoen aan de zes robuustheidscriteria, die in het kader van het IBP Versterking VTH-stelsel (IBP VTH) zijn opgesteld en door het ministerie van IenW worden getoetst. RUD Zeeland streeft daarbij naar een schoon, gezond en veilig Zeeland. Dit doel is voor ogen gehouden bij het opstellen van het Plan van Aanpak en dit plan draagt daar aan bij.
2. Hoe zijn de stakeholders en belanghebbenden betrokken bij de ontwikkeling en implementatie van het Plan van Aanpak voor de Robuuste RUD?
Bij de start van het traject in 2023, zijn de Raden en Staten allereerst geïnformeerd met een nieuwsbrief. Op 13 december 2023 heeft het petit comité, bestaande uit raadsleden en Statenleden, een informatieavond georganiseerd om input op te halen bij de raads- en Statenleden ten behoeve van het plan van aanpak. RUD Zeeland heeft een presentatie gegeven en ook Jozias van Aartsen heeft een toelichting gegeven op het rapport ‘Om de leefomgeving Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur’. Op 10 april 2024 organiseerde RUD Zeeland een informatiebijeenkomst voor Raden en Staten. De streaming ervan kunt u nog nazien op webpagina https://rudzeeland.nl/livestream Op 29 mei was er in Vlissingen een Walchers Raadsoverleg waar ook over het PvA Robuuste RUD vragen konden worden gesteld. De ambtelijke adviseurs van de portefeuillehouders van de deelnemers
worden periodiek betrokken en geïnformeerd. Tijdens de vergaderingen van het algemeen bestuur (AB) worden de leden bijgepraat over de stand van zaken. Via de AB-leden en hun ambtelijke adviseurs kunnen de raden, indien gewenst, aanvullend worden geïnformeerd. Het plan is daarnaast opgesteld door een werkgroep van ambtenaren van gemeenten en provincie en medewerkers van RUD Zeeland. Implementatie volgt als het plan van aanpak de zienswijzeprocedure heeft doorlopen bij de raden en Staten. Beoogde vaststellingsdatum is 9 september 2024. 3. Op welke manier wordt rekening gehouden met sociale en maatschappelijke aspecten in de strategieën van de Robuuste RUD voor milieubeheer en handhaving?
Zorgen om de leefomgeving, waaronder de sociale en maatschappelijke aspecten, hebben de commissie-Van Aartsen ertoe bewogen 10 aanbevelingen voor een beter VTH-stelsel op te stellen. Naar aanleiding hiervan is het tweejarig Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel gestart. De robuustheidscriteria komen voort uit één van de zes pijlers van het IBP VTH. Het schrijven van een plan van aanpak om aan de robuustheidscriteria te kunnen voldoen draagt daarom direct bij aan de sociale en maatschappelijke aspecten van de uitvoering van de milieutaken.
4. Hoe wordt de samenwerking met lokale gemeenschappen en belanghebbenden versterkt door het Plan van Aanpak voor de Robuuste RUD?
Het Plan van Aanpak versterkt de samenwerking met lokale gemeenschappen en belanghebbenden enerzijds doordat het uitgaat van een Zeeuwse omgevingsdienst. Vooralsnog is geen samenwerking gezocht met WestBrabant of met DCMR Milieudienst Rijnmond. Aan de andere kant versterkt het de samenwerking met de lokale gemeenschappen en belanghebbenden door de betrokkenheid van medewerkers van de deelnemers bij de totstandkoming en het nauwe betrekken van de raden en Staten door middel van nieuwsbrieven, bijeenkomsten en de zienswijzeprocedure. Bovendien zal het plan bijdragen aan een schoner, gezonder en veiliger Vlissingen en daarmee de verbinding met de lokale gemeenschappen versterken.
5. Op welke manier draagt de invoering van het Plan van Aanpak voor de Robuuste RUD bij aan de algemene duurzame ontwikkeling en milieuveiligheid
Met dit plan van aanpak kan RUD Zeeland een robuuste omgevingsdienst worden. Een robuuste omgevingsdienst is in staat op een adequate manier haar milieutaken
in Zeeland?
uit te voeren en is voorbereid op het kunnen omgaan met toekomstige ontwikkelingen. Zo kan RUD Zeeland ook in de toekomst Vlissingen schoon, veilig en gezond houden.
6. Op welke wijze wordt de effectiviteit van het Plan van Aanpak voor de Robuuste RUD gemeten en geëvalueerd?
Allereerst wordt dit plan van aanpak beoordeeld door het Ministerie van IenW. RUD Zeeland heeft vervolgens tot 1 april 2026 om het plan te implementeren en aan de robuustheidscriteria te voldoen. RUD Zeeland neemt voor de monitoring vanaf 2024 in het jaarverslag een paragraaf op. In deze paragraaf zal daarnaast inzichtelijk worden gemaakt welke synergievoordelen zich (eventueel) voordoen.
Fractie: Groen Links Onderwerp: 3.3 rvs instemmen met Plan van Aanpak Robuuste RUD met bijbehorende 3e begrotingswijziging 2024 RUD Zeeland bijlage 1 PvA Vraag 1. Kunnen er voorbeelden gegeven worden van specifieke innovaties die ontwikkeld willen worden met het budget van €180.000? Hoe zullen deze innovaties bijdragen aan de effectiviteit en duurzaamheid van de RUD?
Antwoord Op dit moment heeft RUD Zeeland geen innovatiebudget en geen innovatiekalender. Hierdoor kunnen nu nog geen specifieke voorbeelden genoemd worden van innovaties en de concrete bijdrage daarvan. Door het beoogde innovatiebudget van €180.000 krijgt RUD Zeeland ruimte om een innovatieagenda op te stellen en zal RUD Zeeland aan KPI 3 kunnen voldoen. De planning is dat de innovatieagenda in 2025 door RUD Zeeland opgeleverd zal worden.
2. Hoe gaat de RUD ervoor zorgen dat het strategisch werven van nieuwe medewerkers leidt tot een duurzame invulling van posities, gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt?
Het risico van een krappe arbeidsmarkt wordt door RUD Zeeland herkend. In de afgelopen periode zijn de ervaringen bij het invullen van openstaande vacatures positief. Dit biedt perspectief voor de aankomende periode. Het werven en inwerken van de voorgenomen fte’s zal veel vergen op organisatorisch gebied. Daarom is er een ingroeimodel opgesteld, waarmee in de periode 2024- 2027 gefaseerd toe gewerkt wordt naar een robuuste organisatie. Er wordt daarnaast een implementatieplan opgesteld.
3. Op welke manier zal de samenwerking met VRZ en de GGD Zeeland worden versterkt binnen het kader van de nieuwe robuustheidsmaatregelen?
In het plan van aanpak zitten geen effecten van de ontwikkelingen in de samenwerking tussen de Veiligheidsregio Zeeland, GGD Zeeland en RUD Zeeland verwerkt. Als er naar aanleiding van deze (of andere) toekomstige ontwikkelingen aanpassingen van de begroting nodig zijn,
dan verloopt dat via de reguliere planning & control-cyclus. Inmiddels is duidelijk geworden dat RUD Zeeland voorlopig niet mee zal doen met het project Samenwerking en Huisvesting GGD, RUD en VRZ. Op dit moment heeft het robuust worden voor RUD Zeeland de hoogste prioriteit.
Fractie PSR Onderwerp: 3.3 RVS RUD Vraag 1. We zien een kostenstijging, in de bijdrage, tot 65% in 2028. Is die kostenstijging te voorkomen of in ieder geval te verlagen, als er effectiever wordt samengewerkt met de GGD en de VRZ?
Antwoord De beoogde maatregelen zien grotendeels op het primaire proces van RUD Zeeland, effectievere samenwerking zal daarom niet tot nauwelijks tot een kostendaling leiden. KPI 1 ziet bijvoorbeeld op een minimumomvang van het regionaal werkprogramma van de omgevingsdienst van €12,5 miljoen met een daarbij behorende minimaal benodigde capaciteit in het primaire proces van 114 fte. Tijdens het opstellen van het plan van aanpak had RUD Zeeland 87 fte voor de primaire taken tot haar beschikking.
2. Is er een mogelijkheid om het aantal fte’s in totaal, te verminderen nadat u gefuseerd bent met de GGD en VRZ? 3. Welke mogelijkheden heeft u onderzocht om samen met de GGD en de VRZ, tot een robuuste organisatie te komen?
Zie antwoord bij 1. Er is in 2020/2021 een verkenning uitgevoerd door Berenschot naar de mogelijkheden tot samenwerking tussen GGD, VRZ en RUD Zeeland. Daar zijn sporen uit voort zijn gekomen waar met GGD, VRZ en RUD Zeeland wordt gekeken hoe eventuele nauwere samenwerking vorm te geven. Dit traject staat op dit moment los van het plan van aanpak, omdat hiervoor de meeste criteria zien op de milieutaken en omvang van het regionaal werkprogramma.
Fractie FvD Onderwerp: 3.3 RUD Vraag Kan men iets meer ingaan op de specifieke vier aandachtspunten die verbetering behoeven bij KPI 2? Hoe
Antwoord RUD Zeeland voldoet aan KPI 2, de criteria waaraan deskundigheid en werkervaring worden getoetst en daarmee
significant zijn deze aandachtspunten voor de algehele naleving van de kwaliteitscriteria?
de professionaliteit van de organisatie. Wel zijn er nog enkele aandachtspunten. Deze betreffen Vergunningverlening milieu – Afval, Toezicht en handhaving milieu, Juridische aspecten afwijkingsbesluiten en Energie & duurzaamheid. RUD Zeeland pakt deze punten op en zet daarnaast een monitoringsprogramma op voor deze criteria zodat RUD Zeeland ook in de toekomst aan KPI 2 blijft voldoen. Voor een tweetal deskundigheidsgebieden worden momenteel diverse medewerkers opgeleid. Ook is er in 2023 gestart met het ontwikkelen van de zogenaamde softskills, competenties die horen bij de opgestelde rolbeschrijvingen.
Valt North Sea Port in zijn geheel onder het gebied van de RUD, of is hier ook sprake van samenwerkingsverbanden met andere organisaties?
Het Nederlandse gedeelte van North Sea Port valt onder RUD Zeeland, voor zover het geen Brzo-taken betreffen. De Brzo-taken in de provincie Zeeland worden uitgevoerd door DCMR Milieudienst Rijnmond.
Hoe worden de kosten voor PIOFACHtaken berekend en wat is de basis voor de toename van € 45.000 voor accountantsen overige kantoorkosten in deze post?
RUD Zeeland heeft voor PIOFACH-taken momenteel een contract met de gemeente Terneuzen. Dit betekent dat de gemeente Terneuzen taken uitvoert op het gebied van Personeel, I(C)T, Organisatie, Financiën, Administratie, Communicatie en Huisvesting. Voor elke fte geldt daarvoor een bijdrage van €16.000 aan de gemeente Terneuzen. Daarom wordt in het plan van aanpak met dat bedrag per fte gerekend. Het bedrag van €45.000 voor accountantsen overige kantoorkosten komt voort uit reeds opgevraagde offertes bij accountantskantoren en de schatting van de stijgende kantoorkosten bij de beoogde uitbreiding in fte’s.
Hoe worden de plustaken van de vijf gemeenten en de bodemplustaken momenteel beheerd? Wat zijn behalve de mogelijke opbrengsten voor de RUD, de concrete voordelen van een mogelijke overdracht naar RUD Zeeland? Zijn hier ook potentiële uitdagingen of risico’s aan verbonden?
Vier gemeenten, Middelburg, Tholen, Veere en Vlissingen, voeren de plustaken zelf uit. Tot 1 januari 2024 waren dat in totaal ruim 3.000 milieu-inrichtingen. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft deze taken enkele jaren geleden grotendeels overgedragen en heeft nu alleen de afhandeling van meldingen nog niet overgedragen aan de RUD Zeeland. Naar schatting 900 inrichtingen gaan door de invoering van de Omgevingswet over van plustaak naar basistaak. Omdat basistaken door een omgevingsdienst moeten worden uitgevoerd, zijn deze 900 met ingang van 2024 naar RUD Zeeland overgegaan. Het aantal plus-inrichtingen waarvoor de
vier gemeenten vanaf 1 januari 2024 zelf de milieutaken uitvoeren, is dan ongeveer 2.100. Met het inwerkingtreden van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zijn taken op het gebied van chemische bodemverontreiniging en bodemsanering (grotendeels) overgegaan van provincie naar gemeenten. Het betreft zowel ‘basistaken’ als ‘niet-basistaken’ (hierna plustaken genoemd). Overdracht van deze taken kan bijdragen aan een effectieve taakuitvoering door RUD Zeeland. Eenduidige opdrachtverstrekking zorgt voor bestuurlijke eenduidigheid, bestendigheid en eenheid in de uitvoering, een gelijk speelveld en een verbetering van de condities voor de uitvoeringsactiviteiten. Hiermee wordt de professionaliteit van de dienstverlening vergroot en kwetsbaarheid verkleind. Uniformiteit is belangrijk voor zowel RUD Zeeland als voor de gemeente Vlissingen en de bedrijven. Aan de andere kant kan een overdracht een enkele risico/uitdaging kennen. Een overdracht zal de uitvoering kunnen bemoeilijken. Bijvoorbeeld als er specifieke wensen van de individuele deelnemers zijn op het gebied van kwaliteit, inhoud, opdrachtgeverschap, communicatie en urgentie. De gemeente Vlissingen is uiteindelijk verantwoordelijk voor – en gebaat bij – een juiste, tijdige en correcte uitvoering van de VTH-taken. Hierdoor kunnen ondernemers en inwoners beter worden bediend.
Onderwerp: Vraag
Antwoord