06132024 Q&A vragen 3.2 Compleet
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
DATUM: 13-06-2024
VAN
: Griffie
Betreft
: Vragen en antwoorden commissie (Q&A)
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie van Algemeen en Sociaal zijn ten aanzien van het voorliggende raadsvoorstel de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de kolom achter de vraag. Aanvullende vragen kunnen behandeld worden in de raad. Fractie Groen Links
Behandeld door wethouder
Onderwerp: Programmabegroting GGD Vraag Antwoord Er zijn aanzienlijke verhogingen in de gemeentelijke bijdragen nodig om de basis op orde te houden en nieuwe programma’s te financieren. Dit kan druk leggen op de gemeentelijke begroting. 1. Kan de GGD Zeeland meer gedetailleerd uitleg geven over de berekening van de verhogingen in de gemeentelijke
2. Hoe wordt de taakverschuiving en taakherschikking binnen de JGZ precies uitgevoerd? Zijn er specifieke rollen of taken die herverdeeld worden, en welke impact heeft dit op de kwaliteit van zorg?
3. Welke specifieke online/blend preventieprogramma’s worden momenteel ontwikkeld of geïmplementeerd binnen de JGZ? Hoe wordt de effectiviteit van deze programma’s gemeten? 4. Hoe worden de date die worden verzameld binnen de JGZ gebruikt om kwetsbare gezinnen
De verhoging van de begroting in het algemeen wordt vooral veroorzaakt door de verhoging van lonen en prijzen volgens de VZG normering. De verdeling per gemeente is - afhankelijk van het specifieke taakveld – op basis van de verdeelsleutel van het totaal aantal inwoners, het aantal inwoners in de leeftijdsgroep 0 tot 19 jaar of naar het macrobudget. In bijlage 1 staan de bedragen per gemeente opgenomen. Binnen de wettelijke kaders en het landelijk professioneel kader wordt invulling gegeven aan de contactmomenten in het basistaken pakket. Hierbij wordt ingezet op risicogericht werken. Invulling wordt mede gegeven op basis van de input van jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen. De GGD houdt zich daarbij aan de standaarden en kwaliteitseisen die aan de uitvoering van de JGZ worden gesteld. Er zijn op dit moment nog geen online of blended preventieprogramma's. Wel zet de GGD in de peuterleeftijd e-consulten in, waarvoor de ouder en het kind niet fysiek naar het bureau hoeven te komen. In het transitieplan ‘Toekomst JGZ’ doet de GGD verder onderzoek naar het inzetten van meer online en blended aanbod. De GGD gebruikt data om risico-gestuurd te werken. Onder andere gebruikt men een evidence-based instrument waarmee
beter te bereiken en te ondersteunen?
5. Hoe werkt de JGZ samen met scholen, huisartsen andere relevante instanties om een geïntegreerde aanpak te waarborgen? Zijn er specifieke samenwerkingsovereenkomsten of protocollen?
de professional een risico-inschatting maakt. Naar de toekomst toe wil men het gebruik van data breder inzetten binnen de uitvoering voor de JGZ. De JGZ werkt in diverse vormen samen met verschillende organisaties zoals Buurtteams Vlissingen of het ouder kind team wanneer dit nodig is voor individuele casuïstiek. Zij participeren in (projecten in) Kerngezond Vlissingen en er zijn nauwe contacten met de partijen rondom de geboortezorg. Op scholen vindt samenwerking plaats in de ZorgAdviesTeams en met Intern Begeleiders n.a.v. uitkomsten van de periodieke gezondheidsonderzoeken of in het kader van ziekteverzuim.
De jeugdgezondheidszorg (JGZ) heeft momenteel te maken met krapte op de arbeidsmarkt en moet mogelijk taken herschrijven. Dit kan de kwaliteit van de zorg beïnvloeden. 6. Welke specifieke maatregelen worden De GGD heeft een interne werkgroep genomen om de krapte op de geformeerd om te komen tot een concreet arbeidsmarkt aan te plan van aanpak (m.b.t. moeilijk pakken? vervulbare functies); opleidingsinstituten worden actief betrokken t.b.v. aanbod stageplaatsen (leerlingen = potentiële medewerkers); werkervaringsplaatsen worden aangeboden; medewerkers is verzocht om vacatures LinkedIn actiever in te zetten. 7. Zijn er plannen voor het verbeteren van arbeidsomstandigheden?
De GGD is gestart met meer aandacht voor het personeel zoals het arbobeleid, thuiswerkbeleid, HR cyclus e.d. waardoor het gesprek met de medewerker plaatsvindt en waardoor de medewerker wordt gehoord. Het aantal meldingen en adviezen bij Veilig Thuis blijft stijgen, terwijl de capaciteit gelijk blijft. Dit kan leiden tot langere wachttijden en mogelijke risico’s voor kwetsbare gezinnen. 8. Wat zijn de plannen op de capaciteit AB heeft op 12 april 2024 ingestemd met van Veilig Thuis te vergroten en hoe wordt een incidentele uitgave voor een (tijdelijke) gewaarborgd personele uitbreiding van 2,8 fte. Hiermee dat meldingen snel en effectief worden hebben we nieuwe medewerkers kunnen afgehandeld? Wat zijn de plannen om de werven, waarvan er al twee gestart zijn en doorlooptijden de derde collega in juli start. en wachttijden te verbeteren? Tevens is VT recent aan de slag gegaan met een wachtlijstbeheer & doorstroom verbetering methodiek die begeleid wordt door een extern adviesbureau. Dit ondersteunt bij het opzetten van de projectstructuur, aanpak en borging, met als doelstelling op of voor 31 december 2024 wachtlijst vrij te zijn en wettelijke termijnen te halen met een goede kwaliteit en acceptabele werkdruk. En om een wachtlijst vrije “mindset” te creëren, zodat men (ook na wegwerken van de achterstanden) blijft sturen op een goede
doorstroom en op een andere attitude in de samenwerking met gemeenten en ketenpartners.
9. Hoe wordt omgegaan met de toenemende complexiteit van casuïstiek, zoals wanneer er sprake is van multiproblematiek? Zijn er gespecialiseerde teams of programma’s opgezet om deze complexiteit aan te pakken?
Tenslotte zal binnenkort een voorstel worden ingediend om de capaciteit in 2025 structureel te verhogen. De hiermee gemoeide begrotingswijziging zal apart aan de gemeenten worden voorgelegd. De complexiteit van de casuïstiek wordt steeds inzichtelijker omdat er meer bekend wordt (o.a. door de studies van Verwey-Jonker instituut) over oorzaken van geweldspatronen en uiteenlopende thema’s zoals intiem terreur, femicide, trauma/hechtingsproblematiek, (v)echtscheidingen, stalking en eergerelateerd geweld. Daarnaast zien we domein-overstijgende problematiek zoals verslaving, huisvesting en schuldenproblematiek. Om deze complexiteit aan te pakken: werkt VT samen met (justitiële) ketenpartners in de zorg-straf keten, middels de landelijke ontwikkelagenda Veiligheid Voorop die (op bestuurlijk, landelijk en regionaal niveau) vertaald is naar (regionale) netwerkoverleggen, protocollen en activiteiten investeert VT in zijn informatie-, kennis en expertisepositie en deskundigheidsbevordering van medewerkers, ketenpartners en lokale teams van gemeenten. Dit loopt via advies, training, voorlichting en uitvoering geven aan landelijke ontwikkelagenda’s zoals het Toekomstscenario, de Hervormingsagenda Jeugd en Aanpak Veiligheid Voorop.
maakt VT met alle gemeenten samenwerkingsafspraken om, in lijn met Toekomstscenario en Hervormingsagenda Jeugd, onder andere advies en ondersteuning te bieden met zijn expertise bij het neerzetten van sterke lokale teams. Doel is huiselijk geweld en kindermishandeling (doelgroep 0-100) eerder inzichtelijk te krijgen en sneller een juiste afweging te maken over hoe de cirkel van geweld te doen stoppen en/of doorbreken. is VT regisseur van MDA++ overleg waarin complexe casuïstiek, waarin al van alles geprobeerd is, besproken wordt met zorgaanbieders en ketenpartners. sluiten VT aan bij programma's/pilots als “routeertafel overige zorgen jeugd”, Handle with Care en project domein overstijgend
samenwerken zorg & veiligheid in Zeeland waarbij nu nog alleen de focus ligt op personen met verward gedrag die overlast veroorzaken (op straat). Om de kennis van de medewerkers op peil te houden streeft VT een functie van werkbegeleider na, welke ook bij andere Veilig Thuis organisaties is ingebed. Dit omdat bestaande functies & rollen niet kunnen voorzien in de begeleiding naar verdere professionalisering van de medewerkers ten aanzien van de complexiteit van de casuïstiek en welke (keten)partners daarbij te betrekken. Deze functie biedt tevens mogelijkheden om schoolverlaters aan te nemen in de huidige arbeidsmarktkrapte, daar zij goede inhoudelijke werkbegeleiding kunnen ontvangen. 10. Welke vormen van overbruggingshulp worden geboden wanneer de doorstroom naar lokale teams of zorgaanbieders vertraagd is? Hoe wordt de kwaliteit en continuïteit van zorg tijdens deze overbruggingsperiode gewaarborgd?
Indien de doorstroom naar lokale teams of zorgaanbieders vertraagt en het zicht op veiligheid niet tijdig kan worden opgepakt door de lokale teams of zorgaanbieders ontstaan vaak crisissituaties en (her)meldingen bij Veilig Thuis. In die gevallen wordt Veilig Thuis steeds vaker in de positie gezet om verdere veiligheidsafspraken met gezinssysteem te maken. Eveneens wordt Veilig Thuis nu vaker betrokken in deze overbruggingsperiode en dienen de afspraken te worden aangepast of aangescherpt, daar er nog geen hulpverlening is om het gezin te ondersteunen. Deze inzet en overbruggingshulp gaat ten koste van de doorstroom in de lopende casuïstiek en oppakken van de wachtlijst. Om dit te voorkomen zet VT in op een snelle aansluiting aan de achterkant met de gemeenten/hulpverlening. Het eerder betrekken van gemeente/lokale team bij de overdracht en bespreken van doelen en veiligheidsvoorwaarden met cliëntsysteem, is nodig om in het proces van overdracht versnelling aan te brengen. Daarnaast moet VT zelf sturen op het afronden van hun vervolgdienst, ook al is er nog geen hulpverlening beschikbaar.
11. Hoe wordt de samenwerking met ketenpartners zoals gemeenten, zorgaanbieders, en politie versterkt om vroegtijdige signalering en interventie te verbeteren? Zijn er specifieke samenwerkingsprotocollen of
In de samenwerking met (justitiële) ketenpartners in de zorg-straf keten, heeft VT routekaarten ontwikkeld, samenwerkingsafspraken en gezamenlijke activiteiten opgezet (als Samen op in Acuut, Actieoverleg, MDA++, routekaart strafbare kindermishandeling en VT op
overeenkomsten?
ZSM). Gemeenten en VT hebben samenwerkingsafspraken over elkaars verantwoordelijkheden t.a.v.de huiselijk geweld en kindermishandeling casuïstiek. In het licht van het Toekomstscenario en Hervormingsagenda Jeugd is VT met gemeenten in gesprek om een duo-schap te ontwikkelen en eerder samen op te trekken in gesprek met gezinssysteem, om daarmee de lokale teams (verder) te versterken en uiteindelijk daarmee huiselijk geweld en kindermishandeling eerder inzichtelijk te krijgen en sneller een juiste afweging te maken over hoe de cirkel van geweld te doen stoppen en/of doorbreken.
12. Hoe heeft het recente personeelsverloop binnen het subteam Onderzoek en Ondersteuning de dienstverlening beïnvloed? Welke maatregelen zijn genomen om de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen?
Het personeelsverloop heeft geen invloed gehad op de dienstverlening bij het Ondersteunings- en onderzoeksteam. De vacatures zijn snel ingevuld met zéér deskundige en ervaren collega’s uit het werkveld, waardoor zij na een relatief korte inwerkperiode zelfstandig casuïstiek hebben opgepakt. Eveneens wordt de kwaliteit van de dienstverlening uitvoering gemonitord door de gedragswetenschappers, waardoor op kwaliteit niet ingeboet is. De lasten voor Jeugdhulp worden vanaf 2025 door de gemeenten beheerd, wat kan leiden tot variatie in de kwaliteit van zorg tussen gemeenten. 13. Hoe wordt ervoor gezorgd dat alle Gemeenten ontvangen van het Rijk gemeenten voldoende middelen en middelen voor jeugdhulp in het ondersteuning hebben gemeentefonds op grond van het om deze verantwoordelijkheid niet alleen zogenaamde objectief verdeelmodel effectief maar ook gelijkwaardig uit te jeugd. Echter zijn die middelen al jaren kunnen voeren? niet toereikend. Een van de doelen van de Hervormingsagenda Jeugd is – door in te zetten op diverse maatregelen - grip krijgen op de voortdurende stijging van de uitgaven jeugdhulp. 14. Welke preventieprogramma’s worden Geïndiceerde jeugdhulp is in de regel niet ingezet om vroegtijdig problemen bij gericht op preventie maar op jongeren te behandeling, begeleiding en signaleren aan te pakken? Hoe wordt de ondersteuning.
effectiviteit van deze programma’s gemeten? De JGZ heeft kinderen van jongs af aan tot 18 jaar in beeld en kan daarbij problematiek bij jongeren vroegtijdig signaleren. In samenwerking met o.a. scholen, JGZ en huisartsen werken we aan een nieuwe aanpak: ouder-kind-team, waarin we inzetten op vroegsignalering en het inzetten van laagdrempelige hulp in de eigen omgeving. De resultaten van deze pilot worden gemonitord. 15. Hoe wordt de psychologische Voor zover het preventie betreft wordt hier ondersteuning voor jongeren die te maken op in gespeeld door Buurtteams hebben met mentale Vlissingen en GGD al dan niet in
gezondheidsproblemen verbeterd? Zijn er plannen voor extra trainingen of middelen voor professionals in de jeugdzorg? 16. Hoe worden kwetsbare groepen, zoals kinderen in armoede of met een migratieachtergrond specifiek ondersteund binnen de jeugdzorg? Zijn hier speciale programma’s of middelen beschikbaar voor gesteld?
17. Welke stappen worden ondernomen om de betrokkenheid van ouders bij de gezondheid en ontwikkeling van hun kinderen te vergroten? Zijn er initiatieven of programma’s om ouders beter te ondersteunen en te informeren? 18. Hoe wordt technologie ingezet om de zorg voor de jeugd te verbeteren? Zijn er plannen voor het gebruik van apps, online platforms of andere digitale hulpmiddelen om jongeren te bereiken en te ondersteunen? 19. Wat zijn de huidige wachttijden voor verschillende soorten jeugdzorg en welke maatregelen worden genomen om deze wachttijden te verkorten? Zijn er specifieke doelstellingen gesteld voor het reduceren van wachttijden?
20. Hoe worden de ervaringen en feedback van jongeren zelf meegenomen in de ontwikkeling en evaluatie van jeugdzorgprogramma’s? Zijn er mechanismen voor jongeren om hun stem te laten horen en invloed uit te laten oefenen (ook anoniem)?
samenwerking met andere partijen. De GGD gaat niet over de deskundigheidsbevordering van professionals in de jeugdzorg. Dat zit bij de jeugdhulporganisaties. Het collectief programma vanuit de Brede SPUK aan inwoners in Vlissingen wordt grotendeels door Buurtteams Vlissingen uitgevoerd. Al dan niet in samenwerking met andere organisaties. Dat is tevens bedoeld voor deze doelgroep. Daarnaast kennen we verschillende minimaregelingen. De jeugdzorg (geïndiceerde hulp) kent geen collectieve programma’s voor groepen vanuit de invalshoek armoede of migratieachtergrond. In de regel wordt jeugdzorg aan jeugdigen of hun ouders verstrekt op basis van een individuele beschikking conform de verordening. In het transitieplan ‘Toekomst JGZ’ dat binnenkort met het Bestuur wordt besproken is er aandacht voor het vergroten van de betrokkenheid van ouders en een sterkere profilering van de JGZ, met name voor ouders en kinderen in de basisschoolleeftijd en in het voortgezet onderwijs. Aanbieders zijn zelf zeker alert op innovatie in de zorg, waaronder combinaties van echt contact met online interventies. Het thema wordt onder “efficiënt georganiseerd aanbod” ook genoemd in de Zeeuwse Regiovisie Jeugd 2023-2028 en zal worden meegenomen bij de komende aanbesteding. Dit scheelt per zorgtype. Veel aanbieders geven op hun eigen sites aan welke wachttijden er zijn.
Via de Beschikbaarheidswijzer van de Inkooporganisatie kan per categorie en subcategorie zorg gezocht worden naar aanbieders en hun wachttijden. Voor dringende zaken heeft IJZ daarnaast een zorgmakelaar. Wanneer specifieke inzet noodzakelijk is, wanneer de inzet te lang op zich laat wachten of wanneer er twijfel is over de gekozen weg beschikt de zorgmakelaar over de meest actuele kennis van de mogelijkheden die er zijn. Dit is inderdaad een wat onderbelicht onderwerp. Vanuit de Zeeuwse Regiovisie Jeugd 2023 2028 zal een bestuursopdracht ‘Samen leren in de regio’ worden uitgezet, waarvan de bedoeling is een platform te creëren om geleerde lessen en goede voorbeelden te delen. Hierin willen we ook aan de slag
met ervaringsdeskundigheid zodat ouders en jeugdigen mee kunnen denken over de knelpunten en oplossingen 21. Hoe wordt de continuïteit van zorg De overgang 18-/18+ gaat niet altijd gewaarborgd voor jongeren die overgaan soepel. In dit kader wordt gestreefd voor van kinder- naar elke jeugdige zoveel mogelijk met een volwassenenzorg? Zijn er specifieke Toekomstplan te werken, zodat zicht is op overgangsprogramma’s om deze de overgang en de te doorlopen stappen. overgang soepel te laten Ook zijn er gerichte programma’s zoals verlopen? Vertrektraining. Voor sommige jongeren die uit residentiele jeugdgroepen komen zijn begeleide woonvoorzieningen een optie, zoals het Jongerenhuis Vlissingen of het recente samenwerkingsproject Weer Thuis op Walcheren. Er is weinig informatie over hoe de GGD Zeeland inspeelt op klimaatverandering en de impact hiervan op de volksgezondheid. 22. Welke plannen heeft de GGD Zeeland De invloed van klimaat verandering op de om de gezondheidsrisico’s van volksgezondheid maakt onderdeel uit van klimaatverandering aan te de reguliere adviezen van de GGD aan pakken? burgers, organisaties en overheden.
23. Zijn er specifieke programma’s gericht op milieugerelateerde gezondheidsproblemen?
GGD-medewerkers adviseren o.a. over de inrichting van de leefomgeving. De GGD sluit aan bij de Omgevingstafels waar nieuwe initiatieven besproken worden. Het belang van bijvoorbeeld een hittebestendige leefomgeving wordt hier altijd benadrukt. GGD’en zijn verantwoordelijk voor het informeren van gemeenten, het algemene publiek, (zorg)instellingen en zorgverleners in de regio over de gezondheidsrisico’s . Klimaatverandering kan ervoor zorgen dat nieuwe infectieziekten worden geïntroduceerd en dat infecties die al in Nederland voorkomen, vaker optreden. De GGD geeft voorlichting en adviezen over de preventie en risico's van infectieziekten aan inwoners en instellingen, doet bronen contactonderzoek en adviseert over preventie. Klimaatadaptatie: GGD Zeeland sluit aan bij het provinciale platform klimaatadaptatie. In de klimaat adaptatie strategie Zeeland (KasZ) wordt omschreven hoe de regio zich aan gaat passen aan het veranderende klimaat. De KasZ is opgesteld door de Zeeuwse overheden. Het doel van de KasZ is om in 2050 klimaatbestendig en water-robuust ingericht te zijn. De GGD onderzoekt hoe lokale hitteplannen ontwikkeld moeten worden, hoe deze er voor Zeeland uit moeten komen te zien, en hoe die het beste aansluit bij een landelijke standaard. Preventie huidkanker: GGD Zeeland vraagt ook aandacht voor het belang om schade door blootstelling
aan Uv-straling te voorkomen in hun advisering over een gezonde leefomgeving (KWF subsidie). In de toekomst zal de blootstelling aan Uvstraling hoger worden door klimaatverandering. Veel toekomstige ontwikkelingen en bijbehorende kosten zijn nog onzeker, wat risico’s met zich meebrengt voor de financiële planning. 24 Hoe worden deze toekomstige risico’s Risico's worden gesignaleerd en voorzien en kosten beheerd en welke scenario’s van een impact en zijn er ontwikkeld om met deze waarschijnlijkheidskans. Dit bepaalt het onzekerheden om te gaan? bedrag dat we hiervoor opnemen in de begroting. Alle risico's worden bij elke begroting, burap en jaarrekening opnieuw geëvalueerd, tussentijds worden deze bewaakt. Programmabegroting GR GGD Zeeland 2025-2028 bijlage 3 advies BC 25 Kan er meer details worden gegeven Met de Basis op Orde heeft de GGD in over de impact van het “ravijnjaar” op de 2023 een start kunnen maken met het op begroting van orde brengen van bedrijfsvoering en 2026? Welke maatregelen worden tekorten in het primaire proces. Hierbij overwogen om de gevolgen van deze heeft de GGD uitgebreid gekeken naar verwachte daling van mogelijke besparing opties, maar 5,5% in de algemene uitkering op te vastgesteld dat deze er maar marginaal vangen? zijn (zie hierna onder vraag 27).
Taken die momenteel worden uitgevoerd zijn óf wettelijk verplicht óf dragen juist bij aan een lagere gemeentelijke bijdrage. Vanuit VZG wordt bepaald welk financieel kader de GR krijgt toegekend voor 2026. Indien dit financieel kader niet afdoende is zullen andere bestuurlijke keuzes moeten worden gemaakt over de (wettelijke) dienstverlening door de GGD. 26. De begeleidingscommissie adviseert om vergelijkende cijfers in de begroting op te nemen. Kunnen deze cijfers ook een trendanalyse van de afgelopen vijf jaar omvatten, zodat we de financiële ontwikkelingen beter kunnen begrijpen?
De GGD brengt momenteel de basis op Orde met de financiële middelen vanuit deze begrotingswijziging Basis op Orde. Daarna wordt bezien of trendanalyse van afgelopen jaren tot de mogelijkheden behoort om op te zetten. Een van de onderdelen die aangepakt dient te worden is het ontsluiten van management informatie w.o. trendinformatie.
27. De verhouding tussen lonen en materialen is gecorrigeerd. Welke specifieke besparingen zijn er gedaan op materiële kosten en hoe worden deze besparingen doorgevoerd zonder de kwaliteit van de zorg te verminderen?
De verhouding tussen lonen en materialen is opgehoogd, omdat GGD aantoonbaar een andere verhouding loonkosten / materiele lasten heeft (relatief meer loonkosten). De besparingen zijn vooral gerealiseerd in de overhead (taakstelling op o.a. portokosten, schoonmaakkosten, abonnementen etc.), Daarnaast is de MRU bus afgeschreven, wat een significante daling in afschrijvingslasten betekend. Binnen het primaire proces waren geen bezuinigingsmogelijkheden.
Fractie PSR Behandeld door wethouder Onderwerp: RVS Programmabegroting 2025 GGD Vraag 1 In de begroting staan diverse tabellen met een doorkijkje naar de jaren 2026-2028. Echter tot pagina 22 zijn alle jaren 2026-2028 gevuld met de data van het jaar 2025. Waarom wordt dit zo gedaan? Antwoord vorig jaar van de GGD op deze vraag was dat we dit altijd zo doen. Volgens PSR kun je de kolommen dan beter weglaten want ze geven geen reëel beeld. We zien in deze begroting echter dat het vanaf pagina 22 wel lukt om reële cijfers te presenteren. VRAAG: Zou het mogelijk zijn om met het volgende begrotingsjaar de gehele begroting te voorzien van “echte cijfers” als we het hebben over de doorkijk naar de volgende jaren? 2 In het rvs staat dat er een verandering is betreffende IJZ. Alleen de uitvoeringskosten zijn nog in de begroting van de GGD opgenomen. De jeugdhulpkosten van zorg in natura niet meer. VRAAG: Hoe groot zijn deze jeugdhulpkosten en kunnen we deze post dan terugzien in de begroting van de gemeente Vlissingen. Zijn deze al zichtbaar in de kadernota 2025?
Antwoord De GGD verwijst naar de uitgangspunten van de begroting (paragraaf 2.1). Voorliggend ter vaststelling is alleen het jaar 2025, 2026 en verder worden alleen ter informatie aangeboden conform BBV. De GGD stelt dat een verdere doorkijk geven eerst mogelijk wordt als de basis nog beter op orde is.
Fractie D66 Onderwerp: 3.2 Programmabegroting GGD
Behandeld door wethouder
Vraag Hoe wordt de financiële toereikendheid van de algemene reserve gewaarborgd, gezien de verhouding van de reservepositie van 3,32% en de door de Begeleidingscommissie aangegeven risico's zoals het “ravijnjaar” in 2026?
Antwoord De GGD geeft aan dat toevoeging aan reserves plaats vindt conform VZG richtlijnen (maximaal 5% van de baten). Besluitvorming over toevoeging aan bestemmingsreserves loopt via besluitvorming AB met medeweging van de zienswijzen van de raden. De reserve is toereikend op dit moment. Onttrekking kan alleen voor incidentele aanwendingen. Structurele onttrekkingen wegens structurele jaarlijkse tekorten (bv. vanaf ravijnjaar 2026) ten laste van de reserve zijn niet mogelijk conform wettelijke voorschriften. Zoals elders al vermeld heeft de GGD met de Basis op Orde 2023 een start kunnen maken met het op orde brengen van bedrijfsvoering en tekorten in het primaire proces. Hierbij heeft de GGD uitgebreid
Welke specifieke maatregelen worden genomen om de financiële risico’s in 2026 te beheersen, gezien de verwachte teruggang van de algemene uitkering van 5,5%?
De kosten voor de inkoop van jeugdhulp zorg in natura zijn ongeveer 23,7 mln. in 2024 voor de gemeente Vlissingen. Dit betalen we in voorschotten aan de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ). Deze kosten worden ook apart vermeld in onze begroting. Met het oog op 2025 worden ze geactualiseerd aan de meest recente prognoses en ook meegenomen in kadernota 2025.
gekeken naar mogelijke besparing opties, maar vastgesteld dat deze er maar marginaal zijn. Taken die momenteel worden uitgevoerd zijn óf wettelijk verplicht óf dragen juist bij aan een lagere gemeentelijke bijdrage. Het verlagen van bijdragen voor de GGD betekent andere bestuurlijke/ politieke keuzes in (wettelijke) dienstverlening. Welke initiatieven worden genomen om de efficiëntie van de programma’s Publieke Gezondheid en Veilig Thuis te verbeteren zonder de kwaliteit van de dienstverlening te verminderen?
Welke concrete interventies en projecten worden geïmplementeerd om bij te dragen aan de ambitie van een gezonde generatie in 2040?
Hoe wordt de wachtlijstproblematiek bij Veilig Thuis structureel aangepakt om duurzaam wachtlijstvrij te blijven na 2024?
In het kader van het programma Basis op Orde worden werkprocessen beschreven en geoptimaliseerd ter bevordering van doelmatige inzet van medewerkers. De teamleiders jagen deze ontwikkeling aan. De gemeenten worden elk kwartaal geïnformeerd over de voortgang van Basis op Orde. Naast de dagelijkse uitvoering van het Basistakenpakket JGZ en aanvullende diensten draagt het transitieplan ‘Toekomst JGZ; samen voor een gezonde jeugd’ bij aan het bereiken van deze ambitie door het verder versterken en flexibiliseren van de dienstverlening. Naast een benodigde structurele uitbreiding van capaciteit (ingediend met begrotingswijziging 2025, dus nog niet toegekend), biedt de doorstroom verbetering methodiek “Kwaliteit op tijd” diverse handvatten om structureel en duurzaam wachtlijstvrij te blijven, wettelijke termijnen te halen met een goede kwaliteit en acceptabele werkdruk. Dit geldt zolang de instroom niet sterker stijgt dan 10% de komende jaren. Tijdens dit traject worden duidelijke afspraken en richtlijnen opgesteld over de dienstverlening van Veilig Thuis, zodat de diensten zo efficiënt mogelijk worden uitgevoerd en wettelijke doorlooptijden worden behaald. Daarnaast is een managementsturingssysteem opgeleverd, zodat gestuurd kan worden op de vastgestelde kwaliteitsnormen en doorstroom van casuïstiek.
Welke aanvullende middelen en maatregelen zijn nodig om de toenemende complexiteit en multi-problematiek in huiselijk geweld en kindermishandeling effectief aan te pakken?
VT geeft aan dat naast het uitvoeren van de primaire taken en diensten in de formatie uitbreiding in 2025 (nog niet toegekende begrotingswijziging 2025) ook rekening gehouden met de noodzaak om collega’s vrij te maken voor opleiding, trainingen en deskundigheidsbevordering, maar ook voor deelname aan landelijke en regionale werkgroepen over diverse thema’s. Veilig Thuis is immers het kennisen expertisecentrum inzake huiselijk geweld en kindermishandeling. Het
blijvend verzorgen van zowel interne- als externe voorlichtingen, advies en trainingen is belangrijk voor de borging van een doorlopende deskundigheidsbevordering. VT Zeeland is een relatief kleine VT maar hoort ook al deze kennis in huis te hebben om effectief te kunnen handelen in de diversiteit van de complexe casuïstiek en te kunnen schakelen met de ketenpartners. Daarnaast is van belang dat ook bij de sterke lokale teams en hulpverleningsinstanties de kennis en kunde voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling op peil is. Veilig Thuis heeft hierin naast de gemeenten een belangrijke rol en biedt daaromtrent advies, diverse voorlichtingen en trainingen aan. Welke impact heeft de wijziging in de verwerkingswijze van jeugdhulpkosten op de gemeentelijke begrotingen en de totale kostenbeheersing?
Er is geen directe impact van deze financieel-technische verandering. De gemeentelijke begroting komt tot stand op grond van het prognosemodel dat we hebben. De uiteindelijke uitgaven zijn een gevolg van de ontwikkeling in de zorgconsumptie en het effect van de jaarlijkse indexering van tarieven.
Fractie POV Behandeld door wethouder Onderwerp: 3.2 Programmabegroting GGD 2025-2028 Vraag 1. Met betrekking tot het Integraal Zorg Akkoord ( IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord ( GALA) is de GGD ook betrokken als (kennis)partner van de gemeenten. De GGD is onder andere leverancier van data. Met betrekking tot de 83,4 miljoen euro IZA transformatiegelden die door zorgverzekeraars beschikbaar zijn gesteld voor de Zeeuwse Zorg, ontvangt de GGD ook gelden vanuit IZA? Zo ja, welk bedrag? 2. Er staan bedragen voor personele kosten met betrekking tot medewerkers MAB ( Meld- en Actiepunt Bemoeizorg) Er wordt aangegeven dat Emergis en GGD Zeeland hierin samenwerken in èèn team onder de vlag van GGD Zeeland. Geldt dat ook voor Vlissingen of behoort dit daar tot de taken van de Buurtteams? 3. Werkt MAB samen met de Buurtteams Vlissingen? Bij de verschillende ketenpartners worden ze niet genoemd.
Antwoord GGD Zeeland ontvangt geen middelen vanuit de IZA transformatiegelden vanuit de Zorgverzekeraar. GGD Zeeland ontvangt wel middelen vanuit de SPUK IZA gemeenten voor de uitvoering van 2 opdrachten: opzet preventie-infrastructuur en ondersteuning bij implementatie ketenaanpakken.
Dit geldt ook voor Vlissingen. Deze taken behoren niet tot Buurtteams Vlissingen. MAB is actief binnen alle Zeeuwse gemeenten. Zie ook vraag 3.
MAB heeft een goede samenwerkrelatie met de Buurtteams Vlissingen. De buurtteams richten zich op de minder complexe casuïstiek. De sociaal
4. M.b.t. Programma Inkoop Jeugdhulp Zeeland wordt aangegeven: “Voorjaar 2024 werd op voorspraak van de accountant van de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland, op basis van o.a. de geactualiseerde notitie rechtmatigheid van de Commissie BBV, de verwerkingswijze voor de lasten van jeugdhulp gewijzigd”. “Dat heeft tot gevolg dat de lasten voor Jeugdhulp niet langer in de begroting van de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland worden verwerkt maar in de begrotingen van de deelnemende gemeenten”. “Daarom treft u in de voorliggende begroting voor het bedrijfsonderdeel Jeugd alleen Uitvoeringskosten IJZ ( Inkooporg. Jeugdhulp Zeeland) en Taskforce Jeugd aan.” Wat is hier aan de hand ? Graag uitleg met toelichting hierover en wij ontvangen graag een kopie van de betreffende notitie. 5. Staffuncties: Ondernemingsraad: er is sprake van 11 OR leden waarvan er voor 2023 7 zijn begroot. Er wordt aangegeven dat dit een gevolg is van Covid. ( door forse toename personeel is de OR in lijn daarmee uitgebreid) Er wordt aangegeven dat leden worden benoemd voor de daaraan gekoppelde termijn. Hoeveel jaar is de termijn? 2, 3 of 4 jaar? Covid periode begon in 2020 dus dan is of zal de termijn in 2024 of misschien 2025 eindigen. Toch lopen de bedragen door tot en met 2028. Hoe verklaart u dit?
psychiatrisch verpleegkundigen van MAB richten zich op complexe Multi problematiek en onbegrepen gedrag van vaak zorgmijdende inwoners. De samenwerking tussen MAB en Buurtteams Vlissingen heeft vooral een signalerende en/of afschalende functie. Bijvoorbeeld een signaal vanuit Buurtteams Vlissingen richting MAB of bij het afschalen van een casus vanuit MAB naar het voorliggend veld: Buurtteams Vlissingen. De baten en lasten jeugdhulp zorg in natura worden al sinds 2015 in zowel de GGD- begroting als in de eigen begroting van individuele gemeenten opgenomen. Dit zorgt voor dubbele besluitvorming (bij AB en bij gemeenten en dubbele werkzaamheden. Aan de commissie BBV is gevraagd of dit nodig was. De commissie heeft uitgesproken dat de baten en lasten van de jeugdzorg zelf alleen verantwoord dient te worden in de begrotingen en jaarrekeningen van de deelnemende gemeenten. In de begroting en jaarrekening van de GR GGD Zeeland dienen alleen de uitvoeringskosten van de GR op dit punt (lees Inkooporganisatie en Taskforce) te worden opgenomen. Het is mogelijk een kopie van de notitie te ontvangen. De OR is in december 2022 geïnstalleerd voor een zittingsperiode van 3 jaar. De genoemde 11 zetels zijn o.b.v. WOR art. 6 gebaseerd op het toen geldende aantal medewerkers (peildatum 1 juli, >400 mw). a.g.v. COVID. Covid is nadien afgebouwd. De zittingstermijn eindigt op 1 december 2025.
Verder geldt dat in 2023 a.g.v. de begrotingswijziging BoO extra medewerkers geworven, organisatorische ontwikkelingen w.o. toename van het aantal parttimers en ZPP. Afhankelijk van de ontwikkelingen in het aantal medewerkers zal het aantal zetels gelijk blijven of teruggaan.
Fractie FvD Onderwerp: 3.2 GGD Zeeland
Behandeld door wethouder
Vraag Waarom wordt de evaluatie van het plan 'Basis op Orde' pas in het derde kwartaal van 2024 uitgevoerd? Had dit niet eerder gekund om sneller verbeteringen door te
Antwoord Ieder kwartaal vindt er een terugkoppeling plaats aan bestuur en raden middels een voortgangsrapportage. In het derde kwartaal van 2024 vindt er een externe
voeren? Welke meetinstrumenten worden ingezet om te bezien of doelstellingen van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) worden behaald?
Is er voor het Elektronisch Voorschrijf Systeem en andere applicatiekosten gekeken naar alternatieve, mogelijk goedkopere oplossingen? Hoe worden de resultaten van het project 'Toekomst JGZ' geëvalueerd en zijn er al concrete doelen opgesteld?
Wat zijn de specifieke triggers of criteria voor het opschalen van de zogeheten crisisorganisatie, en hoe wordt de effectiviteit van deze eventuele opschaling gemeten en geëvalueerd?
De opbrengsten van team Toezicht Kinderopvang wisselen jaarlijks. Hoe worden de variaties in opbrengsten van jaar tot jaar beheerd om de continuïteit en kwaliteit van de inspecties te waarborgen?
evaluatie plaats naar de stand van zaken v.w.b. de uitvoering maatregelen basis op orde. Het meten van de resultaten op de doelstellingen uit het IZA en GALA vindt op verschillende manieren plaats. Zo worden de resultaten van bepaalde ketenaanpakken landelijk gemonitord. Binnen het plan van aanpak voor de SPUK IZA van de Zeeuwse gemeenten is ook aandacht voor het monitoren van de resultaten. De wijze van monitoring is divers en nog in ontwikkeling. GGD Zeeland is hier actief bij betrokken. Ja, dit systeem wordt gezamenlijk door de 25 GGD-en ingekocht op basis van een marktconsultatie en aanbestedingsprocedure. De afdeling Onderzoek en Advies van de GGD speelt een belangrijke rol bij het monitoren en evalueren van de uitvoering van het transitieplan en bij het bepalen hoe ze de effecten gaan meten. Concrete doelen zijn nog niet geformuleerd. De GGD heeft vier processen, welke ingezet kunnen worden tijdens een crisis. De processen Infectieziektebestrijding en Medische milieukunde zijn een verlengde van de reguliere taken van de betreffende afdelingen. De processen Psychosociale hulpverlening en Gezondheidsonderzoek na rampen zijn rollen, waarbij medewerkers van de GGD zijn aangesteld om deze uit te voeren ten tijde van een crisis.
In het “GGD Rampen Opvang Plan” wordt beschreven in welke situaties en op welke wijze de crisisprocessen van de GGD worden opgestart en opgeschaald op basis van een escalatiematrix. Kortgezegd is de mate waarin operationele uitvoering van de bedrijfs- én crisisprocessen acuut worden verstoord of bedreigd, hierin het meest bepalend. De effectiviteit van de opschaling wordt ten tijde van de inzet gemonitord door het Crisis Beleids Team. Indien nodig wordt de inzet bijgesteld. Na afloop van de inzet vindt evaluatie plaats conform de gemaakte afspraken binnen het GGD Rampen Opvang Plan. De afgelopen jaren zijn de opbrengsten steeds toegenomen door de groei van het aantal te inspecteren locaties. De personele capaciteit is daarop evenredig uitgebreid waardoor de kwaliteit van de inspecties wordt gewaarborgd.
Fractie SP
Behandeld door wethouder
Onderwerp: Vraag Hoe komt de programmabegroting van de GGD Zeeland tegemoet aan de principes van solidariteit en gelijke toegang tot gezondheidszorg voor alle inwoners van Zeeland? Welke specifieke maatregelen zijn opgenomen in de programmabegroting van de GGD Zeeland om de gezondheidszorg toegankelijker te maken voor kwetsbare groepen in de samenleving?
Op welke manier wordt duurzaamheid bevorderd in de programmabegroting van de GGD Zeeland, zowel binnen de organisatie als in de bredere samenleving?
Hoe zorgt de GGD Zeeland ervoor dat haar programmabegroting aansluit bij de behoeften en prioriteiten van de lokale gemeenschappen en stakeholders?
Welke strategieën hanteert de GGD Zeeland om ondervertegenwoordigde gemeenschappen te betrekken en te verzekeren van gelijke toegang tot gezondheidszorgvoorzieningen?
Antwoord De inzet op gezondheidswinst door GGD Zeeland is gericht op de gehele Zeeuwse bevolking. Daarbij richten zij zich waar nodig op specifieke doelgroepen waar gezondheidsachterstanden of risico’s groter zijn. Dit om de kansengelijkheid te vergroten. Deze aanpak kan per onderwerp verschillen. De GGD geeft op basis van onderzoek, signalen, gesprekken met doelgroepen en hun expertise, gevraagd en ongevraagd advies aan gemeentelijke beleidsmakers in verschillende beleidsdomeinen en externe organisaties over gelijke kansen op gezondheid voor iedereen. Toegankelijkheid van zorg maakt hier onderdeel van uit. De adviseurs van de GGD hebben een agenderende en aanjagende rol voor publieke gezondheid en zijn Zeeuwse kennispartner publieke gezondheid. De GGD heeft echter slechts een beperkte taak in het zelf aanbieden van individuele gezondheidszorg. Op basis van aanvullende subsidies creëert de GGD een zorgvangnet voor bijvoorbeeld inwoners met onbegrepen gedrag, sekswerkers, inwoners met vragen over onbedoelde zwangerschappen, etc. GGD Zeeland adviseert gemeenten bij bouwplannen en gebiedsontwikkeling of mobiliteitsvraagstukken over duurzaamheid vanuit het perspectief van gezondheid en het beperken van gezondheidsrisico's. Zij adviseren burgers en woningcorporaties over ventilatie bij isolatie (binnenmilieu).
De GGD heeft binnen de organisatie maatregelen genomen om het energieverbruik te reduceren. Tevens zijn zij bezig met verantwoord inkopen. Voor de invulling en uitvoering van taken in de programmabegroting maakt de GGD gebruik van verschillende bronnen. Zo kijken zij naar de landelijke ontwikkelingen en koersdocumenten zoals de nota volksgezondheid. Daarnaast kijken zij naar de resultaten uit de gezondheidsmonitors die de GGD periodiek uitvoert. Deze informatie bespreken zij en vullen zij aan met de relevante partners binnen Zeeland. Tot slot stemmen zij inhoudelijke vraagstukken af met de Zeeuwse gemeenten om deze zo goed als mogelijk aan te laten sluiten bij de lokale situatie. De stem van de verschillende Zeeuwse doelgroepen vormt voor de GGD een belangrijke bron van informatie. Steeds vaker worden naast kwantitatief onderzoek daarom ook kwalitatief onderzoek ingezet, waarbij doelgroepen actief lokaal worden opgezocht. De GGD geeft op basis van onderzoek, signalen en gesprekken met doelgroepen, gevraagd en ongevraagd advies aan gemeentelijke beleidsmakers in verschillende beleidsdomeinen en externe organisaties over gelijke kansen op gezondheid voor iedereen. Toegankelijkheid
In welke mate worden preventie- en voorlichtingsprogramma's op het gebied van gezondheidspromotie geïntegreerd in de programmabegroting van de GGD Zeeland?
Hoe wordt de effectiviteit en efficiëntie van de gezondheidsprogramma's van de GGD Zeeland gemeten en geëvalueerd binnen de programmabegroting?
Op welke manier worden externe partners, zoals lokale zorginstellingen en gemeentebesturen, betrokken bij de uitvoering en financiering van de programma's in de begroting van de GGD Zeeland? Welke budgetposten en investeringen in de programmabegroting van de GGD Zeeland zijn gericht op het verbeteren van de gezondheid en het welzijn van kwetsbare groepen in Zeeland?
Wat zijn de lange termijn doelstellingen en impactmetingen die zijn opgenomen in de programmabegroting van de GGD Zeeland om de gezondheidsresultaten en preventie-inspanningen te evalueren en bij te sturen?
van zorg maakt hier onderdeel van uit. De adviseurs van de GGD hebben een agenderende en aanjagende rol voor publieke gezondheid en zijn Zeeuwse kennispartner publieke gezondheid. GGD Zeeland biedt voorlichting rondom de thema's infectieziekte bestrijding, hygiëne, seksuele gezondheid, reis- en beroepsvaccinaties, milieu en gezondheid. Op basis van aanvullende rijkssubsidie wordt het JOGG programma uitgevoerd. Over de voortzetting van het programma Gezonde School wordt op dit moment gesproken met de Zeeuwse gemeenten. GGD Zeeland richt momenteel in het kader van de gemeentelijke opgaven vanuit de SPUK IZA gemeenten, een preventie infrastructuur in. Daarnaast implementeert GGD Zeeland de vijf ketenaanpakken uit GALA. In 2025 worden deze activiteiten gecontinueerd. Het lokaal meten van directe gezondheidseffecten is complex: effecten zijn veelal pas zichtbaar op langere termijn en dan ook niet per se toe te schrijven aan één specifieke interventie. Daarom maakt GGD Zeeland gebruik van wetenschappelijk bewezen effectieve programma's, zoals JOGG en Gezonde School. De algehele (beleving van) gezondheid van de Zeeuwen wordt gemonitord op basis van de door de GGD uitgevoerde periodieke monitors. De GGD werkt op diverse gebieden samen met zorginstellingen bijvoorbeeld op het gebied van bemoeizorg, infectieziektebestrijding, seksuele gezondheid, veilig thuis.
GGD Zeeland richt zich op alle Zeeuwen en in het bijzonder op kwetsbare groepen. Binnen de budgetposten Tuberculosebestrijding, Seksuele Gezondheid en Melden Actiepunt Bemoeizorg is specifieke aandacht voor kwetsbare groepen. De in de begroting opgenomen investeringen zijn van materiele aard. In de uitvoering van het transitieplan ‘Toekomst JGZ’, dat binnenkort met het bestuur wordt besproken, richt de GGD hun dienstverlening zodanig in dat ze kansengelijkheid voor kinderen die kwetsbare omstandigheden opgroeien, vergroten. GGD Zeeland voert de wettelijke taken uit op basis van de wet publieke gezondheid. Daarnaast draagt zij bij aan de doelen van IZA: zorg voor iedereen toegankelijk, kwalitatief goed en betaalbaar en GALA: een gezonde generatie in 2024. De lange termijndoelstellingen specifiek voor de GGD en de bijbehorende indicatoren ter evaluatie zijn in deze programmabegroting niet opgenomen.