06112026 QA vragen compleet 4.1 OLAZ POV
Tekst van het document
OVERZICHT Q&A-VRAGEN Vergadering Datum Agendapunt
Commissie Ruimte 11 juni 2026 4.1 OLAZ begroting 2027 en begrotingswijziging 2026
Fractie POV
Vraag 1.De personeelskosten zijn van 2023 op 2024 met 13,3% en van 2024 op 2025 met 7,9% gestegen. In de bijgestelde raming voor 2026 wordt nu gerekend met +2,6% in lijn met de VGZ richtlijn reële kostenstijging. In de toelichting op pagina 7 bij personeelskosten wordt alvast een voorschot genomen op afgesproken CAO loonstijgingen in 2026. Waarom worden deze niet nu reeds opgenomen in de bijgestelde begroting?
Antwoord college Deze kosten zijn meegenomen in de begrotingswijziging. Er is in de CAO voor de sector Grondstoffen, Energie en Omgeving (GEO) afgesproken dat er per 1 april 2026 en 1 april 2027 een loonsverhoging van 3,5% plaatsvindt.
2.In de oorspronkelijke begroting 2026 is voor personeelskosten €3.273.000 opgenomen, een bedrag dat lager ligt dan de realisatie 2024 €3.346.751. Was dit wensdenken of achteraf bezien een fout in de begroting?
3.De overheadkosten stijgen tussen 2023 en 2026(raming) met +9,6% +8,5% en +7,7%. Hoe kijkt het college naar deze kostenstijgingen en zijn deze in lijn met algemeen aanvaarde bedrijfseconomische gemiddelden in Nederland?
In de financiële stukken van OLAZ is de bezuinigingsrichtlijn van de VZG gevolgd. In de oorspronkelijke begroting is rekening gehouden met de VZG-bezuinigingsrichtlijn van -2,2%. Later is de VZGbezuinigingsrichtlijn aangepast naar + 2,6% (reële kostenstijging). Dit houdt in dat er een verschil in de VZG-bezuinigingsrichtlijn is ontstaan van 4,8%. Daarnaast vielen de personeelskosten in 2024 hoger uit dan begroot door onder andere een hoog ziekteverzuim. De afgelopen jaren is de formatie van de Zeeuwse reinigingsdienst bij milieustraten vergroot om de taken naar behoren uit te voeren. Dit leidt automatisch ook tot meer overhead, zoals een HRmedewerker en een communicatiemedewerker.
4.Op pagina 10 wordt de wijziging bijdrage per gemeente gespecificeerd. Wat is de verklaring van het feit dat
Op pagina 6 is uitgelegd dat in verband met de dalende trend er is gekozen om de tonnages van 2025 aan te houden. Bij het begroten
1
Vlissingen verreweg de grootste bijdrage voor brandbaar restafval krijgt?
5.In de begroting 2027 staat dat het AB in december 2025 de doelstelling heeft vastgesteld dat de Zeeuwse gemeenten in 2030 maximaal 100kg restafval per inwoner produceren en dat dit in 2050 zelfs nul zal zijn. Hoe stelt het AB zich voor dit te realiseren en is dit een puur Zeeuwse ambitie of is dit verankerd in wetgeving of anderszins?
6.Op pagina 4 van de begroting 2027 wordt gesproken over “regionalisering milieustraten”. Kan
van de tonnages voor restafval 2026 zijn wij uitgegaan van een grotere reductie van het restafval ten opzichte van 2025. Hierbij voorzien wij een grotere reductie van restafval, door de invoering van omgekeerd inzamelen, dan de andere Zeeuwse gemeenten. Doordat er wordt teruggegrepen op de tonnages van 2025 vervalt deze reductie. Het totale nadeel van € 211.200 wordt met de 3e raadsbegrotingswijziging 2026 ten laste van de egalisatievoorziening afval verwerkt. Afhankelijk van de daadwerkelijke tonnages restafval 2026 kan dit ook betekenen dat er over het jaar 2026 weer een groot bedrag terug wordt gestort. Deze doelstellingen passen binnen de doelstellingen van het Rijk om in 2050 circulair te zijn. Ook sluiten die aan bij onze Vlissingse ambities en doelstellingen. Het verwezenlijken van deze doelstellingen vindt op zowel gemeentelijk als op Zeeuws niveau plaats. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun afvalbeleid, maar er wordt hierbij nauw samengewerkt met de andere Zeeuwse gemeenten. Zo voert de gemeente Vlissingen het afvalinzamelsysteem ‘Omgekeerd inzamelen’ in, maar maakt het ook gebruik van de OLAZ brede communicatiecampagnes. Het grof huishoudelijk afval dat naar de Zeeuwse milieustraten wordt gebracht (wat ook meetelt met de 100kg restafval per inwoner per jaar VANG-doelstelling) is iets wat grotendeels op Zeeuws niveau wordt bepaald.
De toegangscontrole die in 2025 is ingevoerd is een maatregel die is genomen om onder andere de kilo’s grof huishoudelijk restafval te beperken. Regionalisering betekent de spreiding van verschillende type/ grootte milieustraten over Zeeland.
2
toegelicht worden wat daarmee bedoeld wordt?
In 2022/2023 zijn gemeenteraden over het principe van regionalisering: 3 Circulaire Ambachtscentra (Goes, Vlissingen/Middelburg, Terneuzen), 6 complete milieustraten en 3 onbemande brengvoorzieningen geconsulteerd. Alle gemeenten stemden in met nader onderzoek naar deze circulaire ambachtscentra en regionalisering. Al hadden verschillende gemeenten, waaronder de gemeente Vlissingen, een zienswijze ingebracht. Voor Vlissingen/Middelburg werken we momenteel aan een haalbaarheidsonderzoek voor het Circulaire Ambachtscentrum. Over de inhoud van dit onderzoek en het verdere proces wordt de raad geïnformeerd.
3