CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

06062024 Q&A vragen 3.2 compleet

Commissie Ruimte 6 juni 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Volkshuisvestingsprogramma Vlissingen5.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

\MEMO GRIFFIE AAN

: Raadsleden, collegeleden

DATUM: 06-06-2023

VAN

: Griffie

Betreft

: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A) – 3.2

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 6-jun-‘24 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.2 de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie GL

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2 – VHP Vlissingen Vraag 1. Zeeuwland, L’Escaut en beide huurdersorganisaties maken zich zorgen over de beperkte netto-toevoeging van slechts 120 tot 200 sociale huurwoningen in het Vlissingse bouwprogramma tot en met 2030 een kwalificeren dat als “verre van voldoende”. Op basis van welke indrukken of gegevens geven de huurdersorganisaties, Zeeuwland en l’escaut aan dat er een tekort aan sociale huurwoningen gebouwd wordt?

Antwoord ‘De corporaties en huurdersorganisaties constateren een stijging van de wachttijden voor een sociale huurwoning en een daling van de mutatiegraad, waardoor gemiddeld minder woningen feitelijk beschikbaar komen voor reguliere woningzoekenden. Zij zien de toenemende vraagdruk van bijzondere doelgroepen als een van de oorzaken hiervan.

2. Deelt het College de zorgen van de huurdersorganisaties niet? Waar in zit dat verschil van inzicht?

Het college onderkent de geconstateerde ontwikkeling, maar vindt het nog te vroeg om de conclusie te trekken dat netto-toevoeging van circa 200 sociale huurwoningen onvoldoende is. Met de corporaties is afgesproken dat we in 2026 evalueren hoe de behoefte aan sociale huurwoningen zich ontwikkelt en zo nodig in gesprek gaan over bijstelling van het nieuwbouwprogramma.

3. Hoe kan het College concluderen dat de wachtlijsten voor sociale huur niet verder oplopen, zoals de huurdersorganisaties zien gebeuren door de beperkte bouw van sociale huurwoningen , de hogere instroom van statushouders, etc.

Zoals gezegd onderkent het college de geconstateerde ontwikkeling.

4. Weet het College hoeveel van de huidige sociale huurders in Vlissingen scheefhuurder is en evt zou willen doorstromen?

Volgens de Lokale Monitor Wonen op waarstaatjegemeente.nl is in 2021 10,3% van de huurders een goedkope en 8,3% een dure scheefwoner. Wie van deze ‘scheefwoners’ zou willen doorstromen is niet bekend.

5. Hoe lang zijn de wachtlijsten op dit moment in Vlissingen voor een sociale huurwoning?

Er worden in Vlissingen geen wachtlijsten bijgehouden. In 2023 was sprake van een gemiddelde inschrijfduur van 21,8 maanden en een zoekduur van 16,5 maanden.

6. Wat is een voor het Vlissingse college acceptabele wachttijd voor een sociale huurwoning (urgentie niet meegerekend)?

Het college heeft hierover geen standpunt over ingenomen.

7. Hoeveel mensen hebben in 2022, 2023, 2024 een sociale huurwoning toegewezen gekregen en wat was de wachttijd van deze mensen (urgentie niet mee gerekend)?

485 woningen in 2022 en 452 woningen in 2023 (over 2024 nog geen data beschikbaar) zoals gezegd was in 2023 sprake van een gemiddelde inschrijfduur van 21,8 maanden en een zoekduur van 16,5 maanden.

8. Het College wil voor jongeren betaalbare woningen organiseren. Veel jongeren en starters willen en moeten juist starten in een sociale huurwoning. Daarvan worden er niet veel bijgebouwd. Hoeveel van die sociale huurwoningen zijn specifiek voor jongeren bedoeld?

In Vlissingen hebben we (nog) geen beleid om vrijkomende sociale huurwoningen aan specifiek aan jongeren en starters toe te wijzen. Wel is het zo dat de corporaties woningen die specifiek geschikt of bedoeld zijn voor jongeren gericht toewijzen aan jongeren 23 jaar. Mocht het op enig moment noodzakelijk zijn om een deel van het generieke woningaanbod aan jongeren onder 23 toe te wijzen, dan kan dat via wijziging van de huisvestingsverordening geregeld worden.

9. Op pagina 41 staat beschreven dat de meeste Vlissingers een koopwoning bezitten (56%). ‘De gemeente Vlissingen wil ze bij de energietransitie desondanks niet aan hun lot overlaten. Daarom gaan we hen op allerlei manieren ondersteunen en faciliteren.’ Kan het College aangeven wat die manieren zijn , afgezien van wijzen op subsidiemaatregelen? Hoe kan Vlissingen de doelen behalen, als deze woningeigenaren op eigen initiatief en met eigen middelen hun woning moeten verduurzamen? Hoe reëel is het behalen van dat doel?

In hoofdstuk 5 van het VHP staat beschreven welke instrumenten en subsidies we inzetten om huiseigenaren te ondersteunen bij de verduurzaming van hun woning. Huiseigenaren blijven evenwel zelf verantwoordelijk. In de loop van 2025 gaan we een meer gedetailleerd en concreter programma uitwerken om de energietransitie doelstellingen voor de Vlissingse woningvoorraad te realiseren.

10. Bij wat mag het kosten staat dat er een onderzoek moet worden gedaan. Waarnaar wordt onderzoek gedaan ? Wat wordt de onderzoeksvraag? Op welk moment wordt dat onderzoek gestart? Wat is het doel van het onderzoek?

We gaan een onderzoek starten naar de woningbehoefte na 2030 en potentiële nieuwe woningbouwlocaties op het grondgebied van de gemeente Vlissingen. In het onderzoek wordt een aantal groeiscenario’s in kaart gebracht. Doel is de consequenties van de ‘autonome bevolkingsgroei’ in kaart te brengen. Dit is beschreven in hoofdstuk 3 paragraaf de volkshuisvestingsopgave na 2030.

Fractie D66

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2- VHP Vlissingen Vraag 1. Waarom is ervoor gekozen om maar 200 sociale huurwoningen toe te voegen? 2. Blijft de gemeente Vlissingen hiermee onder de wettelijk verplichte hoeveelheid sociale huurwoningen van 30%?

Antwoord Zie ook de beantwoording van de vragen van GL hierover. Daarbij zij opgemerkt dat deze netto-toevoeging ook is afgesproken in de Zeeuwse Woondeal. Op dit moment is er nog geen sprake van een wettelijke verplichting, maar zijn we aan het anticiperen op een wetsvoorstel, waar verschillende landelijke en regionale documenten aan zijn vooraf gegaan. Via instructienormen kunnen we straks verplicht worden bepaalde percentages te behalen, maar we weten nu nog niet precies wat de uitkomst van het wetsvoorstel gaat zijn.

Ondanks dat er nog onzekerheden zijn, vinden we het belangrijk om stappen te zetten en met dit volkshuisvestingsprogramma vorm te gaan geven aan de doelen uit onze Omgevingsvisie. 3. Welke invloed zal dit hebben op de wachttijd voor een sociale huurwoning? 4. Welke specifieke risico’s zijn verbonden aan de beperkte netto-toevoeging van sociale huurwoningen en hoe worden deze gemitigeerd?

Welke invloed dit zal hebben op de wachttijden is niet exact te voorspellen, maar het is niet onaannemelijk dat die verder toenemen. Zoals gezegd gaan we dit in 2026 evalueren. De risico’s zijn onder meer oplopende wachttijden en oplopende woningtekorten voor doel- en inkomensgroepen die sterk afhankelijk zijn van een sociale huurwoning. De risico’s kunnen worden gemitigeerd door meer differentiatie aan te brengen in het woningbouwprogramma zodat de doorstroming op gang komt en ophoging van het aantal te bouwen sociale huurwoningen als de evaluatie in 2026 de noodzaak of wenselijkheid daarvan uitwijst.

5. Hoe wordt de toereikendheid van de geplande nieuwbouw van 2.610 woningen tot en met 2030 beoordeeld in relatie tot de verwachte bevolkingsgroei en de demografische veranderingen?

Het antwoord op deze vraag staat uitgebreid beschreven in de hoofdstukken 2 en 3 van het VHP.

6. Hoe wordt de betaalbaarheid van de nieuw te bouwen woningen gegarandeerd, vooral gezien de stijgende bouwkosten en de inflatie?

De betaalbaarheid van sociale huurwoningen en middenhuurwoningen is geborgd in huurwetgeving, de huurtoeslag en de Wet betaalbare huur. Corporaties geven aan dat dit een punt van zorg is waar wij met hen over (blijven) meedenken.

7. In hoeverre zijn eenpersoonswoningen meegenomen in dit voorstel?

Het VHP en de daarin opgenomen Bouwopgave tot en met 2030 voorziet niet specifiek in eenpersoonswoningen. De precieze kwalitatieve invulling van het bouwprogramma is aan de Taskforce Woningbouw. De taskforce houd dan wel rekening met de toename van 1 en 2 persoons huishoudens in de gemeente en stemt het woningaanbod daar op af.

8. Welke concrete stappen worden ondernomen om ervoor te zorgen dat minimaal 25% van alle nieuwe woningen beschikbaar komt voor (jonge) inwoners met een sociale en/of economische binding aan de gemeente Vlissingen?

Op dit moment bij toewijzing van huurwoningen en de starterlening wordt al meer dan 70% toegewezen aan Vlissingse inwoners. In 2024 evalueren we de Huisvestingsverordening en gaan we bezien of het nodig of wenselijk is om de 25%-regel in de huisvestingsverordening vast te leggen.

9. Hoe worden de doelstellingen voor klimaat- en energieneutrale wijken zonder aardgas concreet gerealiseerd binnen de aangegeven tijdlijn?

Punt 1 van paragraaf 5.2: Er wordt per wijk een plan gemaakt (VHP) waar dit in staat.

10. Wat zijn de specifieke stappen en tijdlijnen voor de verdere uitwerking en implementatie van de woonzorgvisie, zoals vereist door de Wet versterking regie volkshuisvesting?

We gaan een Woonzorgvisie maken met daarin opgenomen een Woonopgavenkaart. Hierin wordt de woningbouw- en herstructureringsopgave op het gebied van wonen met zorg beschreven. We streven ernaar deze in het derde kwartaal van 2025 in concept klaar te hebben.

11. Hoe wordt de integratie van zorg- en

Dit wordt uitgewerkt in de nog op te stellen Woonzorgvisie

woonvoorzieningen aangepakt om de groeiende vraag naar nultredenwoningen en zorgwoningen te vervullen? 12. Welke flexibele strategieën zijn er om in te spelen op onvoorziene veranderingen in de bevolkingsgroei en woonbehoeften? 14. Zijn er al mogelijke locaties geïdentificeerd voor de ontwikkeling van de nieuwe woonwagenlocatie? Zo ja, welke locaties worden overwogen?

Fractie SP

Taskforce Woningbouw krijgt de taak om veranderingen in de bevolkingsgroei en woonbehoeften voortdurend goed te monitoren en de woningbouwprogrammering in dien nodig aan te passen. Nee niet concreet.

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2 – VHP Vlissingen Vraag 1. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de doelstellingen uit het Volkshuisvestingsprogramma daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden? Welke prioriteiten stelt het college hierbij?

Antwoord De Taskforce Woningbouw krijgt de belangrijke taak om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van dit VHP worden gerealiseerd. Daarbij geeft het college prioriteit aan uitvoering van de Zeeuwse woondeal, waar immers voor is getekend en realisatie van de uitgangspunten van de Strategische Visie.

2. Welke locaties zijn in beeld voor de realisatie van flexwoningen en wat is de planning voor de aanleg hiervan?

Zie de paragraaf ‘De flexwoningbouwopgave’ in hoofdstuk 3 van het VHP.

3. Hoe wil het college de verduurzaming en energietransitie van particuliere woningen verder stimuleren en accelereren?

Punt 1 van paragraaf 5.2 van het VHP: Er wordt per wijk een plan gemaakt waar dit in staat.

4. Welke concrete maatregelen overweegt het college om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen?

Zie de paragraaf ‘’Ouderen, al dan niet met een zorgvraag’ in hoofdstuk 2 van het VHP

5. Hoe gaat het college de aanpak van verouderde portiekflats vormgeven en wat zijn de planningen hiervoor?

Wordt meegenomen in de in de nog op te stellen wijkplannen.

6. Welke nieuwe locaties zijn in beeld voor woningbouw na 2030 gezien de verwachte autonome groei?

Het VHP loopt tot 2028. De ontwikkeling tot 2030 zal de komende jaren de basis voor mogelijke bijstelling en ontwikkeling daarna. Voor nu zijn natuurlijk het Scheldekwartier en ook de Spuikom, de ontwikkeling van de Vredehoflaan na de verhuizing van de gemeentewerf, de ontwikkeling van de Dreesstraat in Paauwenburg en of de herstructurering van de omgeving Vincent van Goghlaan, en de verder ontwikkeling van de Kenniswerf en het Baskensburg plein ontwikkel locaties. Daarbij blijven we binnenstedelijk en gaan we voor inbreiding in plaats van uitbreiding

7. Hoe gaat de verdere uitwerking van dit programma vorm krijgen in wijkgerichte uitvoeringsprogramma's?

Zie hoofdstuk 4 Vitale en gezonde wijken, punt 1 van het uitvoeringsprogramma.

8. Welke rol ziet het college weggelegd voor prefab woningbouw en modulaire woningbouw?

Deze vormen van bouwen bieden kansen om de woningbouw te versnellen. Omdat we als gemeente zelf geen woningen bouwen, zullen we projectontwikkelaars en bouwers prikkelen om hun bouwprojecten te versnellen door prefab en modulaire woningbouw toe te passen.

9. Hoe gaat het college de samenwerking vormgeven met particuliere ontwikkelaars en beleggers voor de realisatie van betaalbare en middensegment woningen?

Dat gaan we doen door de samenwerking met deze partijen zoals die in het Scheldekwartier heeft plaatsgevonden, voort te zetten.

10. Hoe gaat het college de opgave voor passende woonvoorzieningen vormgeven voor Vlissingers met een zorgvraag en specifieke doelgroepen?

Dit wordt uitgewerkt in de nog op te stellen Woonzorgvisie

Fractie POV

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2 – VHP Vlissingen Vraag 1. Zoals beschreven is het de bedoeling dat de raad het volkshuisvestings-programma op 27 juni 2024 vaststelt en dat later de raad wordt verzocht datzelfde programma weer in te trekken (na vaststelling van de wet Versterking regie Volkshuisvesting èn het afronden en toevoegen van woonzorgvisie) zodat het college zelf in 2025 een nieuw/gewijzigd programma vaststelt. U geeft aan dat de raad hier intensief bij betrokken wordt. Op welke wijze wordt de raad hier intensief bij betrokken?

Antwoord Hoe we uw raad precies gaan betrekken werken we nog uit.

2. Wordt de raad vòòr de vaststelling van het nieuwe programma geconsulteerd en zo ja in hoeverre worden de bevindingen van de raad meegenomen in de vaststelling van het nieuwe programma of wordt de raad pas achteraf geïnformeerd door middel van bijvoorbeeld een RIB?

Uw raad wordt tijdens het opstellen van de woonzorgvisie betrokken. De door de raad gedane suggesties worden meegenomen in de afwegingen die gemaakt worden om te komen tot een woonzorgvisie.

3. Zeeuwland en l”escaut willen meer sociale woningbouw . Met het oog op de oplopende wachttijden wordt de toevoeging van 120 tot 200 sociale huurwoningen tot 2030 door hen als onvoldoende beschouwd. De gemeente Vlissingen heeft hier een totaal ander inzicht. Kunt U uitleggen wat het verschil in inzicht is en waarom de gemeente ondanks het tekort aan sociale huurwoningen er in de komende jaren maar een zeer beperkt aantal sociale huurwoningen toegevoegd?

Eerder beantwoord op vragen van GL en D66

4. Wat zijn volgens U de consequenties voor de Vlissingse inwoners van deze beperkte toevoeging?

Eerder beantwoord op vragen van GL en D66

5. U geeft aan hierover in gesprek te blijven met de corporaties en de huurdersorganisaties maar bent u ook daadwerkelijk bereid tegemoet te komen aan wat zij aangeven, dus meer sociale woningbouw?

Eerder beantwoord op vragen van GL en D66

6. Het volkshuisvestingsprogramma heeft betrekking op 2024-2028. Kunt u uitleggen waarom de toevoeging van 120 – 200 sociale huurwoningen betrekking heeft tot en met 2030 en niet tot en met 2028?

De netto-toevoeging van 120 – 200 sociale huur is opgenomen in de Bouwopgave Vlissingen 2022 t/m 2030, zoals vastgelegd en overeengekomen in de Zeeuwse Woondeal.

7. Op pagina 7 wordt aangegeven dat gemeenten met meer dan 30 % sociale huur in de bestaande voorraad, minder sociale huur mogen bouwen waardoor ze juist meer kunnen bouwen in het middensegment. Er wordt aangegeven dat Vlissingen met een aandeel sociale huur van afgerond 29 % in 2022 nagenoeg in deze categorie valt. 29 % is 29 % en geen 30 % dus valt Vlissingen niet in deze categorie. Klopt het dat Vlissingen de verplichting vanuit de wet niet opvolgt?

Op dit moment is er nog geen sprake van een wettelijke verplichting, maar zijn we aan het anticiperen op een wetsvoorstel, waar verschillende landelijke en regionale documenten aan zijn vooraf gegaan.. Via instructienormen kunnen we straks verplicht worden bepaalde percentages te behalen, maar we weten nu nog niet precies wat de uitkomst van het wetsvoorstel gaat zijn. Ondanks dat er nog onzekerheden zijn, vinden we het belangrijk om stappen te zetten en met dit volkshuisvestingsprogramma vorm te gaan geven aan de doelen uit onze Omgevingsvisie.

8. Er wordt aangegeven dat volgens de Regiewet het aandeel in elk geval niet kleiner mag worden. Er staat niet dat het aandeel sociale huurwoningen niet groter mag worden. Gezien de lange wachttijden en het convenant dat gemeenten ( waaronder Vlissingen) onlangs hebben gesloten met 4 Walcherse woningcorporaties waarin vastgelegd dat jaarlijks 5 % van hun beschikbare woningen wordt gereserveerd voor project Weer Thuis op Walcheren, zullen de wachtlijsten voor onze Vlissingse inwoners alleen maar toenemen want deze instroom gaat ten koste van de beschikbaarheid. Alle reden om de op dit moment zeer beperkte uitbreiding van sociale huurwoningen nog eens onder de loep te nemen en de uitbreiding te vergroten want het mag immers niet zo zijn dat door het convenant de wachtlijsten voor onze inwoners nog langer worden. Wat gaat u hieraan doen?

Het samenwerkingsconvenant Weer Thuis Walcheren. regelt een samenwerking tussen zorgaanbieders, woningcorporaties en gemeenten voor het kunnen leveren van de juiste ondersteuning aan mensen die uitstromen uit een voorziening. Dit zijn mensen die het intramurale zorgtraject doorlopen hebben en voldoende vaardigheden hebben opgedaan om, al dan niet met enige mate van begeleiding, zelfstandig te gaan wonen. Door de samenwerking tussen partijen hopen we te voorkomen dat deze mensen bij uitstroom tussen wal en schip vallen en opnieuw zijn aangewezen op intramurale hulp. We werken bij het uitstromen vanuit het principe dat cliënten die uitstromen gevestigd worden in de gemeenten van herkomst waar ze ook (volgens de Basis Registratie Personen) stonden ingeschreven alvorens ze werden opgenomen in een intramurale setting. Dit conform de uitgangspunten van het woonplaatsbeginsel. De mensen die dus uitstromen naar Vlissingen zijn ook afkomstig uit Vlissingen en daarmee inwoners van Vlissingen. Het vrijhouden van een percentage woningen voor deze doelgroep komt dus ten goede aan inwoners van Vlissingen.

9. Op pagina 8 wordt aangegeven dat er sprake zal zijn van bevolkingsgroei door instroom van onder meer statushouders, internationale werknemers en Oekraïense ontheemden. Er wordt

Bouwen speciaal voor die doelgroepen en bevorderen van de doorstroming.

aangegeven dat we ervoor moeten waken dat dit ten koste gaat van de beschikbaarheid van woningen voor de huidige inwoners? Hoe gaat u dat doen? 10. Met betrekking tot bovenstaande geeft u aan dat alleen dan de in de Strategische Visie beoogde balans bereikt wordt. Wat is de inhoud van de beoogde balans exact in deze context?

We bekijken de balans in de bevolkingssamenstelling integraal en in z’n totaliteit en niet in relatie tot specifieke doelgroepen.

11. Op pagina 12 ( Huishoudens naar inkomen) wordt aangegeven dat er in Vlissingen relatief veel huishoudens met een laag inkomen wonen (57%) , dat dat meer dan provinciaal of landelijk is en dat 57% van de Vlissingse inwoners bij verhuizing is aangewezen op een sociale huurwoning. Wat gaat u doen om voor deze groep Vlissingers het woningaanbod te vergroten zodat er daadwerkelijk voldoende woningen voor eigen inwoners komen?

Met deze passage in het VHP is bedoeld te zeggen dat 57% van de bevolking aanspraak zou kunnen maken op een sociale huurwoning aan de hand van hun inkomen. Er is geen zicht op hoeveel van deze inwoners al in een sociale huurwoning wonen en of gebruik willen maken van, en/of willen verhuizen naar een (andere) sociale huurwoning.

12. Pagina 17: Er wordt aangegeven dat statushouders in het algemeen zijn aangewezen op sociale huurwoningen en dat de gemeente in gesprek gaat met de corporaties over toewijzing van een groter deel van de vrijkomende huurwoningen aan statushouders. Hoe groot is het deel dat tot nu toe werd toegewezen aan statushouders? Hoe groot gaat dat deel worden? Graag een overzicht van de toegewezen sociale huurwoningen aan statushouders in 2022, 2023, heden t/m de verwachting 2028 (Volkshuisvestingsprogramma)

De corporaties hebben in 2023 34 woningen van hun ‘mutatievoorraad” (425 woningen) aan statushouders bemiddeld. Dit is vergelijkbaar met 2022 (bron corporaties) Dat betekent dat 7% van vrijkomende sociale huurwoningen wordt toegewezen aan statushouders. Ontwikkeling in de toekomst zijn gezien de plannen van de nieuwe regering moeilijk in te schatten

13. Op pagina 18 zijn bij urgent woningzoekenden ook mensen vermeld die door de “extramuralisering” vanuit een GGZ-instelling zelfstandig moeten gaan wonen. Bedoelt u hiermee de cliënten die vanuit een Beschermde Woonvorm GGZ-instelling in een zelfstandige sociale huurwoning worden geplaatst en waarvoor 5 % van de sociale huurwoningen wordt gereserveerd? In welk opzicht is er bij deze uitplaatsing sprake van urgentie gezien het feit dat cliënten die in een BW verblijven, juist daar verblijven omdat ze niet zelfstandig kunnen wonen en 24-uurs zorg nodig hebben. ( dus niet alleen een 24-uurs telefonische bereikbaarheidsdienst. Het is een lang proces om zo’n cliënt indien mogelijk, klaar te stomen voor een zelfstandige woning zonder 24-uurs toezicht dus vanwaar urgentie?

‘Extramuralisering’ van de GGZ is rijksbeleid dat in het rijksprogramma ‘Een thuis voor Iedereen’ leidt tot een verplichting c.q. verantwoordelijkheid om deze bijzondere groep woningzoekenden aan zelfstandige huisvesting te helpen. Uiteindelijk moet dit een plek krijgen in de Woonzorgvisie, die we in het derde kwartaal van 2025 in concept gereed willen hebben.

14. Als cliënten vanuit BW uit GGZ instelling met urgentie in een sociale huurwoning worden geplaatst, hoe is dan de rangschikking van toewijzing binnen de groep urgente woningzoekenden voor sociale huurwoning als we kijken naar bijvoorbeeld huisvesting na echtscheiding, ( dreigende) dak- en thuisloosheid maar ook de huisvesting van statushouders in een

Het beleid van toewijzen aan doelgroepen (aandacht en urgentie) zal in de woonzorg visie uitgewerkt worden. Op dit moment hanteren de corporaties de volgende doelgroepen in willekeurige volgorde: statushouders, herstructureringen kandidaten, bijzondere voorrang, interne verhuizingen, vangnetregeling, medisch maatwerk.

sociale huurwoning? 15. Pagina 25. Alle vormen van toevoeging van woningen aan de bestaande woningvoorraad, zowel zelfstandige als onzelfstandige woonruimte worden meegeteld in de totale (nieuw)bouwproductie. Ook de flexwoningen en tijdelijke woningen in transformatiepanden. Flexwonen kàn een tijdelijke oplossing zijn voor urgent woningzoekenden, zoals huisvesting na echtscheiding, ( dreigende dak-en thuisloosheid) ,studenten, statushouders, jongeren ,maar het merendeel van de woningzoekenden in de sociale huursector is op zoek naar permanente woningen. Door flexwoningen mee te tellen in de totale nieuwbouwproductie, wordt er een verkeerd beeld geschetst als we kijken naar het totaal aantal benodigde sociale huurwoningen voor permanente bewoning. In een flexwoning mag men maar maximaal 2 jaar wonen. Geen permanente bewoning maar wel permanente stress want mensen , ook gezinnen kunnen zo geen bestaan opbouwen. Kunt u uitleggen waarom flexwoningen worden meegeteld in de totale nieuwbouwproductie terwijl dit geen structurele oplossing biedt voor het sociale woningtekort maar dit slechts een tijdelijk doekje voor het bloeden is?

Dat alle vormen van toevoeging van woning, dus ook flexwoningen worden meegeteld in de totale (afgesproken) bouwproductie is rijksbeleid en geen beleidskeuze van de gemeente Vlissingen. Het VHP wordt duidelijk beschreven welke functie flexwoningen kunnen vervullen in het tijdelijk, op korte termijn wegnemen van de grote en urgente vraagdruk op de woningmarkt. Flexwoningen zijn dus geen “doekje voor het bloeden”. Voorwaarde is dan wel dat het aanbod van permanente woningen structureel wordt vergroot. Dat kost echter meer tijd.

16. Op pagina 28 geeft u aan dat er te weinig woningen beschikbaar komen om de doelgroepen die zijn aangewezen op een sociale huurwoning tijdig aan een woning te helpen. Maar u kunt hier iets aan doen, namelijk Zeeuwland en L’escaut ruimte geven om mèèr dan de 120 tot 200 sociale huurwoningen te bouwen. Waarom doet u dat niet?

Op pagina 17 stellen wij dat door de lage mutatiegraad er te weinig woningen beschikbaar komen. Daar bedoelen wij mee dat er steeds minder mensen verhuizen en dus de sociale huurwoningen minder vaak beschikbaar zijn. Wij zijn van mening dat met het programma zoals die voorligt en de bouwopgave, we een doorstroming kunnen realiseren die dit (deels) kan oplossen. Natuurlijk zullen we de komende jaren voortdurend monitoren en waar nodig aanpassen en bijsturen. De Woondeal afspraken bieden daar ook de ruimte voor.

17. Pagina 44. Wonen en zorg voor ouderen. Het landelijke beleid is gericht op langer in eigen woning wonen. Het lokaal beleid is anders. Kunt u aangeven waardoor het komt dat als ouderen een aanvraag doen voor traplift zodat ze langer thuis kunnen wonen, er vooraf al wordt aangegeven dat deze niet zal worden toegekend?

Hier komen we schriftelijk op terug

18. Pagina 45: Wij lezen: “Wanneer zelfstandig thuis blijven wonen echt niet meer gaat en of de woning niet meer geschikt is, zijn er wooninstellingen met gespecialiseerde zorg. In Vlissingen zijn er een aantal kleinere woonzorgcomplexen voor deze groepen gebouwd. De zorg valt dan onder de WLZ-zorg die wordt betaald door zorgverzekeraars”.

Zie punt 20

19. Zoals het hier staat lijkt het net alsof voor ouderen ( of gehandicapten) de verhuizing van

zie punt 20

eigen woning naar zorgcomplex geen financiële gevolgen heeft want “de WLZ-zorg wordt betaald door de zorgverzekeraars”…. 20. Bent u op de hoogte van het feit dat dit niet klopt en worden inwoners in dit soort situaties vooraf beter geïnformeerd, dus voor de verhuizing? Inwoners die in de WLZ terechtkomen moeten een inkomensafhankelijke bijdrage betalen tot maximaal 2887,40 euro per maand. Er wordt gekeken naar inkomen, spaargeld en na 2 jaar moeten ze ook eigen huis “opeten”. Veel ouderen zijn hiervan niet op de hoogte.

Wij begrijpen dat dit door de bewoners als onduidelijk kan worden ervaren. Wij zullen in de communicatie met de zorgpartijen en de toegang hier extra aandacht voor vragen.

21. P 34: Oost-Souburg. Er staat dat de gemeente veel investeert in (onderhouds)kwaliteit, de ( beperkte) uitbreiding van de kern en het behoud van voorzieningen voor inwoners en bezoekers. In Souburg zijn voorzieningen verdwenen, waaronder de bibliotheek. Ook de buslijn gaat verdwijnen dus kunt u uitleggen waarom de gemeente aangeeft voorzieningen te behouden terwijl dit feitelijk niet het geval is?

Dit wordt uitgewerkt in de nog op te stellen toekomstplannen met een bouw-, herstructurerings- en transformatieprogramma per wijk en dorp.

22. In Souburg worden veel voorzieningen gemist, zoals bijvoorbeeld een ontmoetingscentrum , een locatie met binnen-en buitenfaciliteiten voor jeugd en ouderen. Bent u van plan om dit in Souburg te realiseren?

Dit wordt uitgewerkt in de nog op te stellen toekomstplannen met een bouw-, herstructurerings- en transformatieprogramma per wijk en dorp.

Fractie FVD

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2 – VHP Vlissingen Dit is een van de eerste programma’s die voor ons ligt. Daarom onder andere de volgende vragen; Vraag Antwoord 1. Kunt u gemotiveerd aangeven wanneer Op basis van artikel 8 lid 2 van de Participatie- en en op welke wijze aan de inspraakverordening Vlissingen 2023, heeft het college participatieverplichting is voldaan bij het het Ontwerp Volkshuisvestingsprogramma Vlissingen volkshuisvestelijk programma? 2024-2028 in de periode 25 maart tot en met 22 april 2024 (4 weken) ter inzage gelegd. Daarmee is voldaan aan participatie- en inspraakverplichting. 2. Kunt u aangeven wanneer en op welke wijze aan de participatieverplichting is voldaan bij het opstellen van dit programma?

Zie antwoord vorige vraag.

3. Hoe is voldaan aan de motiveringsplicht bij het opstellen van dit programma?

Dit programma is niet onder de Omgevingswet opgesteld omdat het nog niet verplicht is. Dit Volkshuisvestingsprogramma is wel ter inspraak gelegd en gedeeld met stakeholders zoals de corporaties, de huurdersorganisaties en enkele grotere makelaars in de gemeente Vlissingen. Alle reacties daaruit zijn gedocumenteerd, voorgelegd aan het college en eventueel verwerkt in dit programma. Omdat het programma gaat over de volkshuisvestelijke opgave in de toekomst en in die zin een programma is van de omgevingsvisie waar ook in geparticipeerd is

4. Waarom wordt in het gehele Volkshuisvestelijk programma, niet gerept over participatie?

5. Is het niet van belang om nu eerst de coalitievorming af te wachten vooraleer dit programma vast te stellen?

We vinden het niet nodig om coalitievorming af te wachten, omdat in het Hoofdlijnenakkoord tussen PVV, VVD, NSC en BBB sprake is van steun voor het woonbeleid van het huidige demissionaire kabinet. Er zijn geen grote beleidswijzigingen aangekondigd wel beperkte aanpassingen.

De Omgevingswet zegt dat we dit Volkshuisvestelijk programma (regionaal) moeten afstemmen met onze Walcherse buurgemeenten Middelburg en Veere en met de provincie Zeeland. 6. Hoe is deze afstemming gedaan? Zie pagina 7 VHP: ‘”De NWBA was leidend in de regionale Woondeals die de minister met de provincies en gemeenten heeft gesloten. In de Zeeuwse Woondeal van 6 maart 2023 hebben we als Vlissingen afspraken gemaakt over de aantallen nieuwbouwwoningen en over de betaalbaarheid ervan. In het deel over Walcheren van de Zeeuwse Woondeal hebben wij ons als Vlissingen gecommitteerd aan een minimale nieuwbouwopgave tot en met 2030 van 2.610 woningen, waarvan twee/derde (1.723 woningen) betaalbaar. Deze aantallen zijn afgestemd met onze Walcherse buren Middelburg en Veere . 7. Deelt u de mening dat het volstrekt irrationeel is om in een tijd van o.a. economische onzekerheden, een nieuw kabinet en een grote landelijke bevolkingsgroei, te werken aan een programma van deze aard? Graag een gemotiveerd antwoord.

Nee. Onzekerheden en grote ontwikkelingen zullen er altijd zijn. Dit programma geeft ons juist richting om te kunnen bouwen aan Vlissingen ondanks die onzekerheden.

8. In het raadsvoorstel worden 4 deelopgaven genoemd. Het 3e punt is klimaat- en energieneutraal, aardgas vrij. Is dit niet achterhaald nu bij de formatiebesprekingen aardgas niet langer uitgesloten wordt en dat nu blijkt dat de resultaten van warmtepompen achterblijven op de beloftes en niet langer verplicht worden gesteld?

Deelopgave 3: Naar klimaat- en energie neutrale wijken zonder aardgas, is niet achterhaald en beantwoordt aan de uitgangspunten en doelstellingen van de Klimaatwet.

9. Zijn de doelen van dit programma realistisch en haalbaar?

Wij achten de doelen van hoofdstuk 5 Naar klimaat neutrale wijken zonder aardgas, ambitieus, maar wel realistisch en haalbaar.

10. Zou de Omgevingsvisie niet moeten worden herzien om de klimaatambities realistisch en haalbaar bij te stellen?

We zijn van mening dat er geen aanleiding is de omgevingsvisie te herzien en de klimaatambities daarin bij te stellen.

Er wordt een aanname gedaan dat er sprake zal (moeten) zijn van bevolkingsgroei door de mensen die in Vlissingen komen wonen als gevolg van grote ontwikkelingen als het Delta Climate Center, de Kenniswerf, de ontwikkeling van het Scheldekwartier en het justitieel complex. 11. Is het gezien de huidige Antwoord op deze vraag vindt u pagina 12 van het VHP. ontwikkelingen, realistisch om op alle vlakken een bevolkingsgroei specifiek hierdoor te verwachten? Zo ja, waarop is dit gebaseerd? 12. Welke invloed heeft het meest recente nieuws gezien de coalitievorming en de

Er zijn diverse ontwikkelingen die invloed hebben op plannen in de toekomst. Deze zullen wel nauwgezet

congestie op het elektriciteitsnet op dit programma? Is er al in overweging genomen dit mee te nemen?

gevolgd worden.

13. Waarom is in dit geval een inspraakperiode van 4 weken aangehouden? Normaliter zien wij eigenlijk altijd een termijn van 6 weken.

Er is op basis van artikel 8 lid 2 van de Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023 gekozen voor vier weken reactietijd omdat er in de afgelopen twee jaar met diverse stakeholders uitgebreide consultatie heeft plaatsgevonden

Fractie SGP

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2 – VHP Vlissingen Vraag 1. RVS Kanttekeningen en risico’s. De beide woningcorporaties en de huurdersverenigingen maken zich zorgen over de beperkte netto toevoeging van slechts 120 tot 200 sociale huurwoningen in het Vlissingse bouwprogramma tot 2030. Dit wordt gekwalificeerd als “verre van voldoende”. Het college constateert dat er sprake is van een verschil van inzicht met hun belangrijkste samenwerkingspartners op het gebied van volkshuisvesting. Deze samenwerkingspartners kunnen niet voldoen aan de uitgangspunten van de Wet versterking regie volkshuisvesting. De uitgangspunten van de strategische visie van Vlissingen en het coalitieakkoord zijn anders. Moeten we hier concluderen dat zowel de strategische visie als het coalitieakkoord niet voldoen aan de uitgangspunten van de Wet volkshuisvesting? Waarom blijft het college in dit raadsvoorstel bij een constatering en wordt er niet meer gedaan dan dat met een flexibele en reële houding, kennis hebbend van de woningnood?

Antwoord het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting gaat uit van het volgende : • regie op hoeveel, waar en voor wie (woningen) • voldoende betaalbare woningen • Kortere procedures • Eerlijke verdeling.

2.In het coalitieakkoord staat op pagina 9, bullet 4: Hebben we aandacht voor de verdeling tussen huur- en koopwoningen. Het ingezette beleid met meer woningen in het midden-dure en dure segment zetten we voort. Daarmee bevorderen we de doorstroming en worden we ook aantrekkelijker voor mensen die in Vlissingen willen komen wonen.

Vraag A; Ja

In bijlage 1, pagina 12, tweede alinea staat: De ontwikkelingen van het Justitieel Complex Vlissingen, de Kenniswerf, Vlissingen North Sea Port, het Delta Climate Center en de ontwikkeling van Vlissingen-Oost als gevolg van onder meer het initiatief om twee nieuwe kerncentrales te gaan bouwen in de gemeente Borsele zullen immers gepaard gaan met een sterke groei van de werkgelegenheid in Vlissingen. Op pagina 48 staat de woningprogrammering tot 2030 met de verdeelsleutel per type woning.

Anticiperend hierop hebben wij met deze 4 pijlers het VHP 2024-2028 samengesteld. Met dit programma zorgen wij voor een betere verdeling van de woningvoorraad in Vlissingen voor alle huidige en toekomstige inwoners. De middeldure en dure woningen zijn op dit moment procentueel ondervertegenwoordigd in Vlissingen en de nieuwbouw richt zich op toevoegen van deze woningen. Daarmee creëer je een markt waar meer keuze is en door doorstroming meer differentiatie plaats kan vinden.

Vraag B: nee

Vraag A: de Woondeal leidt tot de verdeling qua woningprogrammering. Is deze verdeling in overeenstemming met de bovengenoemde ambitie in coalitieakkoord en geschetste ontwikkelingen? Vraag B: of zou het college in het licht van het coalitieakkoord en geschetste ontwikkelingen, met de kennis van nu, anno 2024, liever een andere verdeling zien? 3. Pag. 48 Woningbouwprogrammering. Waarom is ervoor gekozen om de grens bij huurwoningen te stellen op 1000 euro en niet op de huurtoeslaggrens van € 879,66?

Omdat de grens van 879,66 euro de grens van een sociale huurwoning is, en in de Zeeuwse woondeal is uitgegaan van 1000 euro als grens voor een betaalbare huurwoning. Ondertussen is die grens 1123,13 euro geworden.

4.Tot hoever is dit Volkshuisvestingsprogramma in beton gegoten, gezien het regeerakkoord op hoofdlijnen van de regering in Den Haag? (denk hierbij het vervallen van de voorrangspositie voor statushouders bij het toewijzen van een huurwoning, minder strikte eisen op het gebied van aardgasvrije wijken, enz.) Is dit programma binnenkort gedateerd?

Niet en indien nodig zullen we deze zeker aanpassen.

Fractie PvdA

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2 – VHP Vlissingen In het Volkshuisvestelijk programma Vlissingen lezen we in het hoofdstuk "Wat zijn de kanttekeningen en risico’s?" dat huurdersorganisaties zich zorgen maken over de beperkte netto-toevoeging van slechts 120 tot 200 sociale huurwoningen. Vraag Antwoord 1. Kunt u in overleg met de Nee de huurdersorganisaties hebben geen exacte huurdersorganisaties aangeven hoeveel aantallen meegegeven. sociale huurwoningen zij denken nodig te hebben tot 2030? 2. Waarom worden de zorgen van deze huurdersorganisaties niet gedeeld en verdere acties ondernomen?

Graag verwijzen wij voor de antwoorden naar de vragen nummer 1 en 2 van GroenLinks.

3. 120-200 is een heel ruim begrip. Kunt u deze getallen verder verfijnen aan de hand van de geplande projecten?

De taskforce wonen zal een rol hebben in het verder verfijnen van deze aantallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14199741/4