CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

06032021 Q&A vragen 2.1 incl beantwoording (2)

Commissie Ruimte 3 juni 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Vaststelling integraal Streefbeeld Nollebos-Westduinpark9.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

MEMO GRIFFIE AAN

: Raadsleden, collegeleden

VAN

: Griffie

Betreft :

DATUM: 3 juni 2021

Vragen en antwoorden commissie Ruimte (Q&A) – 2.1

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 3 juni 2021 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel Vaststelling integraal Streefbeeld Nollebos-Westduinpark de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de kolom achter de vraag. Aanvullende vragen kunnen behandeld worden in de raad. Fractie: Commissie 25 mei 2021 Onderwerp: 2.1

Behandeld door: wethouder Reijnierse

Vaststelling integraal Streefbeeld Nollebos-Westduinpark

Vraag 1. Waarom heeft het rapport van Bureau Buiten geen deel uit gemaakt van de burgerparticipatie? Is het college aanhanger van de Rutte doctrine?

2. Sinds wanneer hoort het tot de taak van de gemeente om een haalbare business case voor bestaande bedrijven te laten berekenen op kosten van de gemeente? Toen wij onze burgerinitiatieven indienden was één van redenen voor afwijzing dat er geen financiële onderbouwing bij zat. In de regeling was dit destijds overigens geen verplichting. Op onze vraag of de gemeente dat zou kunnen leveren werd negatief gereageerd.

3. Waarom is bij de opdracht aan Bureau Buiten niet de eis opgenomen dat het plan zou moeten voldoen aan de Kustvisie? 4. Op welke manier heeft men voldaan aan de wettelijke eis om onderzoek te doen naar het effect van de stikstof uitstoot m.a.w. Is er een Milieu Effect Rapportage?

Antwoord Het college heeft voor het streefbeeld NollebosWestduinpark een openbaar toegankelijk participatieproces doorlopen. Op www.vlissingen.nl/nollebos kunt u evolutie van dit proces zien. Het rapport van Bureau BUITEN is hier ook op geplaatst en dit rapport is openbaar gemaakt bij de inspraakprocedure. Wel is het zo dat het onderzoek van Bureau BUITEN niet op voorhand is besproken met de ondernemers en de andere deelnemers van het participatieproces. Wij achtten het van belang dat er met een objectieve en deskundige blik naar de financiële haalbaarheid van ruimtelijke kaders gekeken werd. U kunt zich voorstellen dat op voorhand de ondernemers, betrokken ontwikkelaars en andere deelnemers aan het participatieproces een ander beeld bij die financiële haalbaarheid hebben. Door dit rapport weten wij dat de ruimtelijke kaders uit het streefbeeld tot uitvoerbare plannen kan leiden. Na vaststelling van het streefbeeld vraagt dit van de ondernemers nog wel de uitwerking tot een aanvraag omgevingsvergunning. Bureau BUITEN is ook ingeschakeld, omdat de gemeentelijke organisatie niet de benodigde kennis in huis heeft om de haalbaarheid van de ruimtelijke kaders objectief te beoordelen. Het streefbeeld is voor de bebouwingsmogelijkheden behoorlijk concreet gemaakt om over en weer duidelijkheid te verschaffen.

Door de ondernemers is meerdere keren aangegeven dat er meer bouwvolume gewenst is om het plan haalbaar te kunnen realiseren. Om dit objectief te kunnen onderbouwen is bekeken of er met de in het streefbeeld weergegeven kaders voor bebouwing een haalbaar plan kan worden ontwikkeld. Deze rapportage is nadrukkelijk geen onderbouwing van een toekomstige invulling van de kaders door de ondernemingen zelf. Daarnaast is in de opdracht van de gemeenteraad ook aangegeven dat de financiële haalbaarheid van de bebouwingskaders niet uit het oog verloren mag worden De ruimtelijke bebouwingskaders die zijn meegegeven aan Bureau BUITEN voldoen aan de uitgangspunten van de kustvisie. Het streefbeeld is opgesteld vooruitlopend op eventuele planologische procedures (bestemmingsplan/omgevingsvergunning). Voornamelijk voor de initiatieven van de kanovijver en sauna is een

Als deze er niet is, heeft het college dan het besluit genomen om geen volledige MER maar een zgn. quick scan uit te voeren? Bent u als gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om hierover een besluit te nemen. 5. Uit al deze citaten blijkt dat het gemeentebestuur terecht streeft naar “minder verkeer op de boulevards”. Of wel.. ,,,,Niet met en in de auto over de boulevard….. maar eruit! Blijft de vraag : “ waar laat ik mijn auto !”

6. In hoeverre kunnen we ongelimiteerd doorgaan met het ontwikkelen van allerlei bouwprojecten zonder dat bereikbaarheid en parkeermogelijkheden in de stad verantwoord zijn gegarandeerd? 7. Heeft de Gemeente een gedegen verkeer en parkeeronderzoek laten uitvoeren? Zijn de gevolgen in kaart gebracht? Denk hierbij aan aspecten als; - de toename van de verkeersdruk, - de aspecten van de verkeersveiligheid, - de vertragende effecten op aanpalende verkeersstromen - de toename van geluidsoverlast en uitstoot. - de milieueffecten bij langzaam rijdend en stilstaand verkeer (filevorming) En dit over het deel van de entree in Vlissingen tot aan het einde van de Sloeweg, als ook de van Woelderenlaan richting rotonde Sloeweg. 8. Zo ja, door welk bureau is dit onderzoek uitgevoerd? 9. En, worden niet enkel de veronderstelde effecten van hoteluitbreiding meegenomen maar zijn ook het effect van de toename dagrecreatie in een gerevitaliseerd Nollebos, de ontwikkeling van hotel Britannia en het afsluiten van de Boulevard meegenomen.

10. Daarbij, wat betekent dit voor de omliggende wijken? 11. Hoe wordt overlast van parkeren en verkeersbewegingen tegengegaan? Heeft dit consequenties voor het heffen van parkeertarieven? 12. Als ook, uitermate belangrijk; zijn de scenario’s van groei van de stad en de toename van toerisme over een groter aantal jaren meegenomen, en voorzien?

13. Kortom; zijn er harde conclusies en aanbevelingen of, zijn het aannames op basis waarvan de Raad wil besluiten?

planologische procedure nodig. Bij de planologische procedure zal bezien worden of een MER noodzakelijk is en onderzoek worden uitgevoerd naar de stikstofuitstoot van nieuwe bebouwing. Op dit moment heeft er nog geen besluitvorming hierover plaatsvonden. In het kader van die besluitvorming zal ook beschouwd worden waar auto’s kunnen worden geparkeerd. De bouwontwikkelingen in het Nollebos-Westduinpark voorzien zelf in hun parkeerbehoefte. Daarnaast blijft de capaciteit van de bestaande parkeerplaats Nollebos aan het begin van de President Rooseveltlaan in tact. Per project zal naar de effecten op parkeren en bereikbaarheid worden gekeken.

Deze onderzoeken zullen worden uitgevoerd in het kader van de planologische procedure (bestemmingsplan/omgevingsvergunning). Voor de bouwontwikkelingen in het streefbeeld Nollebos-Westduinpark is de parkeerbehoefte ambtelijk getoetst en opgenomen op basis van de parkeernormen zoals deze door de gemeenteraad zijn vastgesteld en (voor wat betreft de openbare parkeerplaats bij de sauna) het gebruik. Op basis van de landelijke normeringen en de aanwezige verkeersintensiteiten ligt het niet in de lijn der verwachting dat de in het streefbeeld opgenomen initiatieven of toename van het gebruik een verkeerstoename tot gevolg heeft die niet passend is bij de wegcategorie van de genoemde wegen zoals deze in het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan zijn voorzien.

Zie het antwoord op vraag 7. Het streefbeeld is een plan op hoofdlijnen. Geen uitgewerkt ontwerp. Een complete parkeertoets zal uitgevoerd worden zodra de concrete invulling van de bouwplannen op tafel ligt. De parkeerbehoefte van hotel Britannia wordt niet in het Nollebos opgelost. Bij een afweging over het perspectief voor de verkeerssituatie op de boulevards zal er bij uitwerking van een specifiek regime integraal gekeken worden naar de effecten en eventuele maatregelen. Dit onderzoek moet nog worden uitgevoerd. Dit onderzoek moet nog worden uitgevoerd.

In de lange termijn verkeersprognoses (2040) van de gemeente Vlissingen zijn lokale, regionale en autonome ontwikkelingen meegenomen. Hieruit blijken geen verkeerskundige knelpunten, anders dan de reeds bekende kwetsbare locaties bij grote drukte (met name kanaalkruising Sloebrug). De gemeente herijkt periodiek de verkeersprognoses op basis van nieuwe inzichten, landelijke trends en lokale ontwikkelingen. Dit onderzoek moet nog worden uitgevoerd. In het kader van de planologische procedure zal de gemeenteraad hierover besluiten. Op basis van het thans bekende ligt het niet in de lijn der verwachting dat verkeerskundige aspecten belemmerend zullen zijn voor het ter vaststelling aangeboden streefbeeld.

14. En heeft de Raad de scenario’s inzichtelijk indien de verkeer en parkeersituatie in de praktijk anders blijken uit te pakken?

15. Is er trouwens een Milieu Effect Rapportage (MER) en/of Aeriusberekening gemaakt voor dit plan (streefbeeld)?

16. Kan het Nollebos-Westduinpark meer betrokken worden bij de culturele agenda van de gemeente Vlissingen?

Het is raadzaam om eerst het onderzoek uit te voeren alvorens uit te gaan van of te speculeren over afwijkende praktijksituaties. Het aantal mogelijke variabelen en onzekerheden hieromtrent zijn zeer groot, wat het aantal scenario’s ook groot maakt. Het streefbeeld is opgesteld vooruitlopend op eventuele planologische procedures (bestemmingsplan/omgevingsvergunning). Voornamelijk voor de initiatieven van de kanovijver en sauna is een planologische procedure nodig. Bij de planologische procedure zal bezien worden of een MER noodzakelijk is en onderzoek worden uitgevoerd naar de stikstofuitstoot van nieuwe bebouwing. Wij interpreteren de term ‘culturele agenda’ als het geheel van culturele activiteiten in Vlissingen op jaarbasis, onder andere tot uitdrukking komend in de jaarlijkse evenementenkalender. Rekening houdend met de in het streefbeeld aangegeven zonering zien wij in sommige delen van het park ruimte voor kleinschalige (culturele) evenementen. Ook andere activiteiten, zoals het toevoegen van meer beeldende kunst sluit het streefbeeld niet op voorhand uit. Ook wordt in het streefbeeld de mogelijkheid van (culturele) themaroutes en rondleidingen gesuggereerd. Bijvoorbeeld met betrekking tot de rol van het gebied tijdens de Tweede Wereldoorlog en de aanwezige bunkers of de geschiedenis van buitenplaats Swanenburgh.

Bij de uitwerking van de realisatiefase zullen deze ideeën ingebracht en nader afgewogen worden.

Fractie: POV

Onderwerp: 2.1

Behandeld door: wethouder Reijnierse

Vaststelling integraal Streefbeeld Nollebos-Westduinpark

Vraag • In het voorstel wordt gesproken over: “” Na de vaststelling door de gemeenteraad is de opdracht voor de oplevering van het streefbeeld afgerond. Vervolgens kan het college een stapsgewijze uitvoerings- en financieringsplanning opstellen. Daarbij wordt gezocht naar externe financieringsbronnen (subsidies en fondsen) en de inzet van burgerparticipatie.”” Dit is feitelijk de enige informatie die de raad aangeleverd krijgt op het gebied van de kosten die voortvloeien uit het aannemen & uitvoeren van het voorstel. Vind het College ook niet dat dit erg magertjes is? • De opstellers van het alternatieve plan voor het gebied, de stichting SBBN, kreeg als eis opgelegd dat hun plan wél voorzien diende te zijn van een financiële onderbouwing. Waarom legt U die voorwaarde niet ook aan Uzelf op?

• Kunt U aangeven op welke wijze de door U genoemde burgerparticipatie kan bijdragen aan de uitvoering & financiering van het door U opgestelde streefbeeld?

• De opstellers van het alternatieve plan hebben wél een financieel plaatje meegegeven: zij ramen de kosten van uitvoering van hun plannen op ± 750.000 Euro. Daarbij geven zij een indicatie dat het uitvoeren van het streefbeeld voor de gemeente een negatieve financiële uitkomst meebrengt van ±1.700.000 Euro. Kunt U aangeven of in Uw berekeningen dit bedrag voor U herkenbaar is, zo ja, waarom levert U zelf die informatie niet aan en zo nee, wat klopt er niet aan en waarom?

Antwoord Het streefbeeld geeft richting aan de toekomst van het gebied. Een gedetailleerd uitvoeringsplan hoort niet bij het abstractieniveau van een streefbeeld. Daarentegen kunnen er zonder kaderstellend streefbeeld geen concrete uitwerkingsplannen gemaakt worden. Een kostenbegroting voor de realisatie van het streefbeeld maakt geen onderdeel uit van de opdracht van de gemeenteraad uit 2017.

De alternatieve visie van SBBN is ingediend als Burgerinitiatief. De voorwaarden voor het indienen van een Burgerinitiatief zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Een financiële onderbouwing is één van de voorwaarden. Het integraal streefbeeld is een opdracht van de gemeenteraad. Een financiële onderbouwing behoort niet tot deze opdracht. Daarbij is een streefbeeld een toekomstbeeld op hoofdlijnen. Pas als in een volgende fase het streefbeeld wordt uitgewerkt in meer concrete ontwerpen en uitvoeringsplanningen kunnen realistische ramingen van de kosten worden gemaakt. Er hebben zich al veel initiatieven gemeld voor de uitvoeringsfase. Vooral op het gebied van sport. Vaak zijn hier verenigingen bij betrokken die bijvoorbeeld subsidies aan kunnen vragen, crowdfundingacties kunnen opstarten, kunnen zorgen voor het beheer en onderhoud van de sportvoorzieningen. De mountainbikeroute is hier een mooi voorbeeld van. Ook kunnen de verenigingen en initiatiefnemers bijdragen door kennis en netwerken in te brengen en de advisering over de juiste aanleg van voorzieningen. Dat heeft (bijvoorbeeld) de visvereniging tijdens het participatieproces gedaan. Een ander voorbeeld is het initiatief van A Rocha voor een insectenhotel. Deze organisatie wil een insectenhotel realiseren en draagt zo bij aan de biodiversiteit en natuurbeleving. De gemeente hoeft alleen een plek te faciliteren.

De betrokkenheid van maatschappelijke partners kan helpen bij het binnenhalen van diverse subsidies. Tevens kan onderzocht worden of het beheer van delen van het park door vrijwilligers tot de mogelijkheden behoort. De gemeente Vlissingen kent al diverse initiatieven op dit gebied. Zoals wij in de raadsinformatiebrief met onze zienswijze op de alternatieve visie van SBBN hebben aangegeven, kunnen wij de vergelijking van de door SBBN geraamde kosten voor het integraal streefbeeld en de door SBBN geformuleerde visie niet beoordelen. Het is niet duidelijk op welke parameters SBBN de kostenraming baseert. Daarbij is een streefbeeld een toekomstbeeld op hoofdlijnen. Pas als in een volgende fase kan het streefbeeld wordt uitgewerkt in meer concrete ontwerpen en uitvoeringsplanningen kunnen realistische ramingen van de kosten worden gemaakt. De gemeenteraad is nog een keer aan zet bij de financiële bekostiging van het uitvoeringsplan.

• Het is ons opgevallen dat de gemeente nog nauwelijks onderhoud pleegt in de 2 gebieden Nollebos en Westduinpark. We weten dat dit deels veroorzaakt wordt door voorschriften vanuit de art. 12 status, maar de indruk is toch dat het niveau van onderhoud wel heel erg laag is gesteld. Kunt U een financieel overzicht geven van de kosten van onderhoud die U heeft besteed in beide parken in de afgelopen 10 jaar, rekenend vanaf 2011 t/m 2020? • In het verleden is vanuit het college wel gesteld dat aanpak van het park noodzakelijk c.q. wenselijk is, omdat de kosten van onderhoud niet langer zouden zijn op te brengen. Toch vinden wij daarover geen informatie nu terug. Is dat nog steeds de houding binnen het college, en zo ja, kunt U die stelling onderbouwen? • De uitvoeringskosten van het raadsvoorstel zijn niet in kaart gebracht, echter, een besluit nu is onomkeerbaar. Kan het college aangeven met welke kosten men rekening houdt, of heeft gehouden, als het gaat om de volgende zaken: A. Het proces van de sessies die tot nu toe zijn gehouden, inclusief de kosten van inhuur; B. De kosten van het opstellen van een uitvoeringsplan; C. De kosten van uitvoering van het streefbeeldplan; D. De kosten van verkeerstechnische aanpassingen in en rond het gebied zoals het doortrekken van de Sloeweg; E.

De juridische kosten die gepaard gaan met de schadeclaims zoals die te verwachten zijn vanuit de hoek der ondernemers? • U stelt dat Ecoparks geen aanspraak kan maken op compensatie, immers, op grond van het eerdere amendement zouden uitsluitend zittende ondernemers aanspraak kunnen maken op uitbreidingsmogelijkheden. Het is toch wel curieus dat U dat stelt, nu het college zelf in 2015 de grootschalige plannen van Ecoparks heeft gepresenteerd en zeker in 1e instantie heeft omarmt. Is het niet zo dat U feitelijk al veel eerder de positie van Ecoparks heeft geaccepteerd als ontwikkelaar op de plek van, zo niet als Ecoparks zelf, dan wel namens de Sauna ondernemers? • Nu het college Ecoparks expliciet uitsluit van enig recht op compensatie, gestoeld op de “oude rechten”, volgt daar uit dan de logische conclusie dat de “oude” ondernemers wél aanspraak kunnen maken op enige compensatie, en zo ja, onder welke omstandigheden voorziet U dat als mogelijkheid? • De plannen die de Kanovijver heeft zijn uitvoerbaar op eigen terrein. Het college heeft die plannen tot nu toe integraal gekoppeld aan de plannen elders, de Sauna. Wat is de positie van het college als

Wij zullen nagaan of deze gegevens te achterhalen zijn, omdat deze kosten niet specifiek per gebied zijn begroot. Indien mogelijk zullen wij u dit voorafgaand aan de besluitenraad van 22 juni 2021 toezenden.

Uit het streefbeeld blijkt wel degelijk dat het gebied een belangrijke groene zone in onze stad is, met verschillende natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten. Ook wordt in het streefbeeld aangegeven dat er sprake is van achterstallig onderhoud. Op verschillende delen wordt dan ook de uitwerking van een onderhouds- en beheerplan voorgesteld, aangepast op de in het streefbeeld voorgestelde inrichting en landschapsstructuur. Het streefbeeld geeft richting aan de toekomstige inrichting van het gebied. Als de gemeenteraad op een later moment besluit om geen extra geld beschikbaar te stellen voor de realisatie van het streefbeeld, dan is dat altijd mogelijk. Met het streefbeeld wordt dus nog geen besluit genomen over de financiering van dit toekomstbeeld. Dit toekomstbeeld is ook nodig om aanspraak te kunnen maken op subsidies.

De eigenaren van de ondernemingen zijn voor ons altijd eerste aanspreekpunt geweest. Wie de ondernemers verder betrekken bij het proces is aan de ondernemers zelf. In maart 2017 heeft de gemeenteraad het grootschalige plan voor bebouwing in het NollebosWestduinpark afgewezen. Dit idee is dus van tafel. Daarna heeft de gemeenteraad opdracht gegeven voor het opstellen van het streefbeeld met daarin nader te onderzoeken kaders voor bebouwing. Dit streefbeeld heeft onder meer tot doel om duidelijk te maken welke uitbreidingsmogelijkheden de ondernemers in het gebied hebben.

Daar wordt in het raadsvoorstel voor het integraal streefbeeld op ingegaan onder ‘wat zijn de kanttekeningen en risico’s?’. Samengevat: indien de gemeenteraad besluit om helemaal geen Ontwikkelingsmogelijkheden toe te staan, of minder ontwikkelingsmogelijkheden ten opzichte van wat in het streefbeeld wordt voorgesteld, lijden de eigenaren van de Kanovijver en de Sauna mogelijk een onverwacht en onevenredig nadeel, dan kan er wellicht aanspraak gemaakt worden op nadeelcompensatie. Leidend is het raadsbesluit van december 2017. De gemeenteraad heeft daarin geen koppeling gelegd tussen de beide ondernemers. Als de aanvragen compleet worden ingediend dan worden deze getoetst

de Kanovijver nu een omgevingsvergunning aanvraagt uitgaande van bebouwing op eigen terrein, rekening houdend met de besluitvorming uit 2006, 2011 & 2017? • Er wordt een alternatieve locatie voor de Kanovijver genoemd: het huidige parkeerterrein onder aan de Boulevard. Gebruikers daarvan zullen moeten uitwijken naar een alternatief dat 400 meter verder weg ligt. Afgezien van het eerdere negatieve oordeel van bijvoorbeeld het Waterschap over deze locatie, en afgezien van het feit dat de Kanovijver er zelf ook niets in ziet, wat is de toegevoegde waarde van dit idee, zeker in het licht gezien van bezoekers aan de Boulevards die daar nu hun auto kwijt kunnen?

• U houdt in uw plannen verschillende bedragen aan voor grondprijzen. Kunt U een onderbouwing geven voor de door genoemde grondprijzen voor beide locaties, en zoals U weet worden grondprijzen door de gemeenteraad vastgesteld, op basis van welk raadsbesluit heeft U deze bedragen vastgesteld? • Ecoparks heeft duidelijk aangegeven dat het voorliggende streefbeeld voor hen betekend dat er geen rendabele ontwikkeling op de locatie Sauna mogelijk is. De Kanovijver kan haar plannen uitvoeren zonder verdere ingrepen in het gebied. Als we vaststellen dat de hele gang van zaken sinds 2015 veroorzaakt is door plannen van ontwikkelaars, dezelfde ontwikkelaars die er nu nauwelijks brood in zien, wetende dat er onder de bevolking nauwelijks animo is voor veranderingen in het bos, wat is dan nog de maatschappelijke noodzaak of wenselijkheid om dit plan in deze vorm, zonder enige financiële onderbouwing, aan te nemen? • In hoeverre, naar Uw inzicht en ervaring, is aanpak van de parken zoals voorgesteld in het plan feitelijk noodzakelijk, als het gaat om behoud van flora en fauna?

• Zijn er positieve of negatieve effecten te verwachten van de uitvoering van één van de voorliggende plannen, vergelijkend met de huidige situatie, als het gaat om de bestaande flora en fauna?

aan de geldende regelgeving. Dit kan ook leiden tot twee afzonderlijke planologische procedures.

Dit idee komt uit het participatieproces. De toegevoegde waarde is ruimtelijk onderbouwd in het streefbeeld: met name de realisatie van een goede visuele en functionele verbinding tussen het Nollebos en de Boulevard speelt daarin een rol. De kanovijver heeft niet aangegeven niets te zien in de alternatieve locatie, maar denkt afhankelijk van het raadsbesluit in eerste instantie aan realisatie op de huidige locatie. Gelet op de (ruimtelijke) potentie van deze locatie is het naar onze mening van belang deze in het streefbeeld te houden. In de uitvoeringsfase kan dan nader afgewogen worden of het voor de kanovijver alsnog aantrekkelijker is om zich op de alternatieve locatie te vestigen. Overigens lag de eerder voorgestelde locatie uit 2017 in de kruin van de dijk. Met andere woorden: direct in de primaire waterkering en was daarmee niet haalbaar. De huidige alternatieve locatie van de kanovijver ligt verder van de waterkering. Daarmee is er mogelijk wel sprake van bouwkundige maatregelen of andere beperkingen in relatie tot de waterkering, maar de locatie is daarmee niet op voorhand uitgesloten. Er is bij deze bedragen duidelijk aangegeven dat het hier om fictieve grondprijzen gaat. Er zijn geen standaard grondprijzen voor deze specifieke invullingen beschikbaar en het is ook nog niet duidelijk wat de uiteindelijke concepten van de ondernemers zijn.

Daarom is in het rapport van Bureau BUITEN gerekend met fictieve grondprijzen, gebaseerd op taxaties van andere initiatieven in de gemeente Vlissingen. Er is door de gemeenteraad zelf opdracht gegeven voor de realisatie van een integraal streefbeeld voor het Nollebos-Westduinpark. Als basis voor een integrale kwaliteitsverbetering van het park als geheel. Daar hoort een kwaliteitsimpuls van de bebouwing bij. De gemeenteraad heeft daar ook voorlopige kaders voor aangegeven. Met het streefbeeld moet duidelijk worden binnen welke kaders die uitbreidingsmogelijkheden gerealiseerd kunnen worden.

Naar onze mening is niets doen geen optie. Ook bos en planten vragen om onderhoud (denk daarbij aan de afkalvende oevers). Dat is ook voor een veilig park noodzakelijk. Het streefbeeld voorziet naast behoud ook in de vanuit het participatieproces gewenste ontwikkeling van flora en fauna, zoals meer biodiversiteit. De structuur van het landschapspark vraagt ten slotte ook om een gericht beheer rekening houdend met de structuur en gewenste inrichting van de verschillende parkdelen. Dit is overigens niets nieuws: het Westduinpark is eerder al met die gedachte aangelegd. We streven een integraal streefbeeld na. De basis daarvan is een openbaar toegankelijk landschapspark voor verschillende doelgroepen met verschillende kwaliteiten. Wie zien dit als een positieve ontwikkeling die past in de opdracht van de raad

Zoals aangegeven wordt met gericht beheer en onderhoud ook een grotere biodiversiteit in het gebied nagestreefd.

Fractie: PSR

Onderwerp: 2.1

Behandeld door: wethouder Reijnierse

Vaststelling integraal Streefbeeld Nollebos-Westduinpark

Vraag 1. Is het niet logisch om het integraal Streefbeeld Nollebos-Westduinpark als visie vast te stellen?

2. U geeft in uw Streefbeeld aan dat deze visie, dit toekomstbeeld, nog geen concreet ontwerp is en dus geen uitgewerkt plan. Hoe gaat u hiermee verder?

3. Het parkeerterrein naast de opgang naar de Boulevards blijft, na onze eerdere inzet bij de Toeristische Visie, volledig intact?

4. De Kanovijver blijft dan logischerwijs op de huidige locatie met een maximale bouwhoogte van 2 lagen, begane grond en eerste verdieping maximaal elk 750m2 dus totaal maximale bebouwing 1500m2 met een zeer beperkte mogelijkheid voor B&B. Kunt u dit onderschrijven om ook helderheid naar de ondernemer te geven?

Antwoord Wij hebben uw vraag geïnterpreteerd dat u met visie een structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bedoelt. Op basis van artikel 2.1. Wro stelt de gemeenteraad één of meerdere visies voor haar grondgebied vast. De wet stelt als bijkomende eis dat als een structuurvisie ontwikkelingen omvat tevens inzicht wordt geboden in de wijze waarop deze ontwikkelingen worden gerealiseerd. Met het streefbeeld bieden we nog geen inzicht in wijze van uitvoering. Hiervoor zal het streefbeeld eerst worden uitgewerkt in een uitvoeringsplan waarbij de gemeenteraad nog een besluit zal nemen over de financiële vertaling van dit inrichtingsplan. In onze ogen is het dan ook niet mogelijk om dit streefbeeld vast te stellen als structuurvisie in de zin van de Wro. Na de vaststelling van het streefbeeld door de gemeenteraad kan het college een stapsgewijze uitvoerings- en financieringsplanning opstellen voor de realisatie van de gebiedsontwikkeling. De ondernemers in het gebied kunnen dan tevens een omgevingsvergunning aanvraag indienen voor bouwplannen die moeten passen binnen de kaders van het streefbeeld. Indien de kanovijver op de huidige locatie blijft, dan blijft het genoemde parkeerterrein intact. De ambitie is wel om de parkeerplaats te vergroenen.

Indien de kanovijver naar de alternatieve locatie verhuist, dan wordt het deel van deze openbare parkeerplaats dat verdwijnt, volledig gecompenseerd op de huidige locatie van de kanovijver. Ook in dat geval moet in een groene inrichting voorzien worden. Het idee voor de alternatieve locatie van de kanovijver komt uit het participatieproces. De toegevoegde waarde is ruimtelijk onderbouwd in het streefbeeld: met name de realisatie van een goede visuele en functionele verbinding tussen het Nollebos en de Boulevard speelt daarin een rol. De kanovijver geeft inderdaad de voorkeur voor planvorming op de huidige locatie uitgesproken, maar heeft tevens aangegeven de alternatieve locatie graag in beeld te willen houden. In de uitvoeringsfase kan dan nader afgewogen worden of het voor de kanovijver alsnog aantrekkelijker is om zich op de alternatieve locatie te vestigen. Het streefbeeld moet passende mogelijkheden geven die een zekere garantie geven voor een haalbare exploitatie en dus de gewenste kwaliteitsslag van het gebied als geheel. Door uitsluitend mogelijkheden te bieden voor dagrecreatie en/ of een zeer beperkte B&B wordt het risico groter dat deze kwaliteitsslag niet optimaal benut kan worden. Overigens gaat een B&B ervan uit dat de eigenaar er zelf woont.

Een woonfunctie is in het streefbeeld niet opgenomen en is vanwege de beperkte en de na te streven kwaliteit ook niet wenselijk. Ten slotte heeft de raad zelf in 2017 als kader meegegeven: “uitgangspunt is een dagrecreatieve functie waarbij aanvullende verblijfsrecreatie in het hoofdgebouw mogelijk is mits dit een aantoonbare toegevoegde waarde voor bedrijfsvoering heeft”. Dit is

5. De Sauna krijgt de ontwikkelruimte conform het huidig bestemmingsplan: een bouwhoogte van 10 meter, bebouwing per laag 1400m2, bebouwing totaal 4200m2, inclusief afwijking per bouwlaag maximaal 1750m2 en totaal inclusief afwijking 5.250m2 en moet logischerwijs voldoen aan de uitgangspunten van economische haalbaarheid, markt en onderscheidend vermogen van het concept en sociaal maatschappelijke bijdrage conform de uitgangspunten B, C en D zie de Kustvisie pagina 17 en 20. Bent u met ons van mening dat het volgen van het huidig bestemmingsplan voor partijen een goede weg is?

6. Er is gezien de locatie nabij de zeewering geen sprake van ondergronds parkeren voor de sauna?

7. De huidige weg naar de sauna blijft als toegangsweg voor alleen de sauna in gebruik, eventueel met een kleine verbreding, dus geen onnodig asfalt. Deelt u ons beeld?

8. Overig asfalt, indien noodzakelijk, wordt tot een minimum beperkt en het gebruik van passende natuurlijke materialen is uitgangspunt. Eens?

9. Voor verdere uitwerking in deelplannen ontvangt de gemeenteraad inzicht in het uitvoeringskader voor de korte, middel- en lange termijn? En wanneer?

ook zo overgenomen in het streefbeeld. De kap is in het streefbeeld al niet meer opgenomen, maar een verdere inperking past naar onze mening ook niet in de verwachtingen die gewekt zijn door de gemeenteraad. Dit is tegenstrijdig met de gewekte verwachtingen uit het raadskader 2017. Daarbij verwijzen wij ook naar het risico op een schadeclaim, zoals verwoord in het raadsvoorstel. Uit deze tekst wordt niet duidelijk wat de locatie van het gebouw moet worden en wat de omvang van het zoekgebied is. Indien bedoeld wordt dat de sauna enkel op haar eigen, huidige terrein mag uitbreiden (zoals nu ook in het bestemmingsplan staat), dan heeft dit de volgende gevolgen: 1. Er is dan geen ruimte voor het oplossen van het parkeervraagstuk. Ondergronds parkeren is dan niet haalbaar. Een grote bovengrondse parkeerplaats is ruimtelijk/ landschappelijk niet gewenst. 2. Er is dan mogelijk onvoldoende ruimte voor een kwalitatief goede buitenruimte ten behoeve van sauna-activiteiten, terras etc. 3. Met dit alles staat ook hier een gewenste integrale kwaliteitsslag onder druk. Verder gelden er ook andere criteria uit de kustvisie met betrekking tot de inpassing in het landschap. Daarmee staat ook de landschappelijke inpassing en kwaliteit onder druk. Conclusie: hiermee is noch het landschap (integrale kwaliteitsontwikkeling), noch de ondernemer gediend.

Waarschijnlijk doelt u hier op de alternatieve locatie van de kanovijver. Ondergronds parkeren is ook voor de kanovijver door Bureau BUITEN onderzocht, maar gelet op de meer beperkte ontwikkelingsmogelijkheden niet haalbaar gebleken. Ons advies is de alternatieve ontsluiting als passende parkentree niet op voorhand uit te sluiten. De keuze is overigens nog niet definitief: pas als de tennisvereniging verhuist is dit aan de orde. Ook dienen de mogelijkheden (o.a. verkeerstechnisch) nog nader onderzocht te worden. Onze conclusie is ook niet dat deze ontsluiting tot meer asfalt leidt: de bestaande autoverbinding kan worden afgesloten. De nieuwe verbinding is slechts een kort stuk van de kop van de rotonde naar de bestaande parkeerplaats. De suggestie dat de hele wal en bomenrij wordt verwijderd is niet aan de orde. Ook met een beperkte doorbraak (voor het wegdeel) kan deze verbinding gerealiseerd worden. Met de vergroening van de parking blijft het ook een groene entree en daarnaast geldt ook de regel van compensatie (2 voor 1) van de bomen. Deze toevoeging is wat ons betreft onnodig. Uitgangspunt is inderdaad dit tot een minimum te beperken en geldt alleen voor de hoofdroute. Het uitgangspunt is vooral wat een veilig gebruik door verschillende doelgroepen vraagt: waaronder minder validen, sporters, fietsers, wandelaars.

Bij deze combinatie van doelgroepen is asfalt het meest passend, zoals dat er nu ook al op de wandel/ fietspad combinatie ligt). Het ligt niet voor de hand dat de hoofdroute 5 meter breed wordt.

Na de vaststelling van het streefbeeld door de gemeenteraad kan het college een stapsgewijze

uitvoerings- en financieringsplanning opstellen voor de realisatie van de gebiedsontwikkeling. Hiervoor is nog geen duidelijke planning uitgezet. 10. Voor verdere uitwerking ontvangt de gemeenteraad een financieel kader passend bij de deelplannen voor een stapsgewijze uitvoering? Wanneer kan de gemeenteraad dit ontvangen? 11. Wij nemen aan dat u het benoemde hondenrenveld meeneemt in de evaluatie hondenrenvelden om tot aangepast beleid in onze gemeente te komen?

Zie het antwoord op vraag 9.

Fractie: CDA

Behandeld door: wethouder Reijnierse

Onderwerp: 2.1

Dat klopt. Dat staat ook zo opgenomen in het streefbeeld.

Vaststelling integraal Streefbeeld Nollebos-Westduinpark

Vraag 1. Als dit streefbeeld niet wordt vastgesteld, blijft dan de visie uit 2006 gelden?

Antwoord Ten aanzien van de bebouwingsmogelijkheden heeft de gemeenteraad in juni 2017 (en later in december 2017) voorlopige bouwkaders meegegeven die in plaats treden van het bij de visie Zwanenburgpark (26-10-2006) aangenomen amendement.

2. In het amendement van 26 okt 2006 wordt slechts aan de in het gebied aanwezige en actieve ondernemers grootschalige uitbreiding en bebouwing toegestaan. In het raadsvoorstel van 22 juni 2017 wordt dit amendement vervallen verklaard. In punt 2 van dat raadsvoorstel wordt niet meer gesproken over ‘de zittende ondernemers’ maar over de ondernemingen Sauna Swaenenburg en De Kanovijver. Betekent dit dat de rechten horen bij de ondernemingen en niet per definitie bij de huidige eigenaren?

Uit de historie van de besluitvorming blijkt dat de gemeenteraad de bouwmogelijkheden uit een toekomstig streefbeeld altijd voor de zittende ondernemers heeft voorzien. Voor een visie/ streefbeeld is dit ook mogelijk. Daarom zijn de eigenaren van de kanovijver en de sauna steeds het eerste aanspreekpunt voor de gemeente geweest. Dat de eigenaren ontwikkelaars en adviseurs betrekken is aan hen en speelt geen rol in het streefbeeld. De uiteindelijke bouwplannen van de ondernemers moeten op een later moment echter wel vertaald worden in een nieuw bestemmingsplan. Een nieuw bestemmingsplan is een algemeen verbindend voorschrift, dus geldend voor iedereen. Op dat moment kunnen dus ook andere partijen gebruik maken van de bouwmogelijkheden. Aangezien het niet te voorkomen is dat één van de huidige bedrijven wordt verkocht, is de kans dus aanwezig dat eventuele rechtsopvolgers uiteindelijk gebruik maken van de ontwikkelingsmogelijkheden die zijn opgenomen in het streefbeeld.

3. Is met het aannemen van het raadsvoorstel van 22 juni 2017 het recht op ‘grootschalige uitbreiding en bebouwing’ voor de zittende ondernemers vervallen? 4. Mocht dit RVS aangenomen worden, is het vervolg dan dat er op afzienbare termijn een nieuw bestemmingsplan aan de raad wordt voorgelegd?

Wij verwijzen u naar antwoord 1.

Fractie: GL

Behandeld door: wethouder Reijnierse

Onderwerp: 2.1

Buiten de bebouwingsvraagstukken kunnen de onderdelen uit het streefbeeld grotendeels zonder bestemmingsplanprocedure worden uitgevoerd. De start van een bestemmingsplanprocedure is afhankelijk van het moment waarop ondernemers een omgevingsvergunningaanvraag indienen.

Vaststelling integraal Streefbeeld Nollebos-Westduinpark

Vraag 1 Blad 2 2e alinea Geen ontwerp maar een integraal streven. Het streefbeeld is een integraal toekomst-

Antwoord Het Integraal Streefbeeld is een gezamenlijk toekomstbeeld voor de integrale

beeld waarnaar we streven, waarvan de uitwerking (planning, financiering, ontwerp en realisatie) pas later aan de orde is. Het streefbeeld schetst wel duidelijke kaders waarbinnen ontwikkelingen uitgewerkt kunnen worden. Dat geldt met name voor de ruimtelijke kaders voor bebouwing. Wat is het nu eigenlijk een streefbeeld? Of zijn het kaders waarbinnen ontwikkelingen kunnen worden uitgewerkt?

2 Blad 2 3e alinea Geen complete reset van het park. Andere inspraakreacties blijven de suggestie wekken dat het park alsnog wordt volgebouwd of voorzien wordt van ingrijpende maatregelen die grote gevolgen hebben voor de natuurwaarden of mogelijkheden voor inwoners. Zo is in het streefbeeld duidelijk weergegeven dat er geïnvesteerd moet worden in de waterkwaliteit, natuurlijke oevers, behoud en beleving van de zilte natuurwaarden, verschillende boskarakters, biodiversiteit en een goed beheer van deze onderdelen. Het blijkt dat vele inspraakreacties het niet bij het juiste eind hebben. Maar waar komt deze angst bij inwoners dan vandaan? En is er door de antwoorden van het college en de participatiebijeenkomsten iets van deze angst weggenomen? Zo ja, waaruit blijkt dat? Hier staat dat er geïnvesteerd moet worden in o.a. natuurwaarden etc. maar in de vorige alinea staat duidelijk benoemd de ruimtelijke kaders voor bebouwing. Hier wringt het!? Hoe krijg kunnen deze tegenstrijdigheden in balans komen? Wat is het allergrootste belang voor dit streefbeeld? Groen of bebouwing?

kwaliteitsontwikkeling van het NollebosWestduinpark. Dit na te streven toekomstbeeld is een integrale afweging van belangen, wensen en kernkwaliteiten van het gebied, weergegeven in verschillende thema’s (’ingrediënten’), waaronder cultuur, natuur en bebouwing. Het streefbeeld is geen uitgewerkt plan wat exact voorschrijft wat er waar op welke manier gerealiseerd gaat worden. Belangrijk uitgangspunt is wel dat rode functies (bebouwing) zorgvuldig ingepast worden in de groene kernkwaliteiten van het gebied. Met deze aanpak is beoogd een goede balans te vinden tussen landschap, samenleving en recreatieve ontwikkeling. Daarom zijn de bebouwingskaders wel vrij ver uitgewerkt in criteria voor bouwvolumes en landschappelijke inpassing. Zeker op het gebied van bebouwingskaders heeft het streefbeeld dus ook een toetsende en verduidelijkende functie: toekomstige omgevingsvergunning aanvragen moeten passen binnen deze criteria. Wij kunnen niet anders zeggen dan dat er (bij vaststelling van het streefbeeld) niet meer aan bebouwing is toegestaan dan dat er nu in het streefbeeld staat omschreven. Het proces is altijd open geweest. Er is met veel partijen samengewerkt om tot het streefbeeld te komen. We hebben wel gemerkt dat een deel van de participanten tegen raadsopdracht van de december 2017 is (met name de toen voorlopig vastgestelde bebouwingskaders).

Dat past natuurlijk niet in het participatieproces: van participanten wordt verwacht dat ze mee kunnen denken binnen de kaders van de raadsopdracht. Er moet bijvoorbeeld een uitbreidingsmogelijkheid voor ondernemers zijn. Er zijn ook mensen die bewust niet hebben deelgenomen aan het participatieproces en gebruik hebben gemaakt van de inspraakmogelijkheid. Ook deze groep van tegenstanders van de raadsopdracht laat zich mogelijk harder horen dan de voorstanders. De gemeente heeft deze mensen overigens ook op de inspraakmogelijkheid gewezen. Tenslotte benadrukken wij dat het om een integraal streefbeeld gaat. Een afweging van meerdere belangen en wensen is daar eigen aan. Het is dus per definitie niet mogelijk iedereen volledig zijn of haar zin te geven. De combinatie van natuurwaarden en bebouwing wringt niet: bebouwingsmogelijkheden zijn ruimtelijk afgestemd op de natuurwaarden. Het geheel is een passende mix. Het streefbeeld zorgt juist voor de balans: het allergrootste belang is het inrichten van een integraal landschapspark voor meerdere doelgroepen (dat is ook de opdracht). Zowel kwalitatief hoogwaardige functies als een sauna en kanovijver als de

3 Blad 2 4e alinea Raadsopdracht 2017 als basis De in het streefbeeld opgenomen ruimtelijke kaders voor bebouwing zijn ook passend voor het gebied. Het is dan vooral een politieke keuze of de gemeenteraad de ontwikkelingsmogelijkheden voor de ondernemers naar een volgende fase wil brengen door het vaststellen van het streefbeeld. Kan de raad ook een deel van het streefbeeld vaststellen? 4 Blad 2 5e alinea Bestemmingsplan 2011. Dat neemt niet weg dat bij een maximaal gebruik van de uitbreiding van de bestaande bedrijven de bezoekersdruk op het gebied zal toenemen. Tegelijkertijd is het gebied groot genoeg om deze bezoekersdruk te kunnen dragen. Indien maximaal gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan zal dit effect naar onze mening ook merkbaar zijn. Welke schadelijke gevolgen kan de maximale bezoekersdruk hebben op de natuurwaarden etc.? Hoe worden de risico’s van overbelasting van het gebied voorkomen? 5 Blad 3 1e alinea Complexiteit van het vraagstuk verbouwing 1e bullit de verschillen in het gewenste ambitieniveau tussen de verschillende participanten: van het behouden van de huidige situatie voor bewoners tot een ontwikkelingsgerichte ambitie voor toeristen.

Ook zijn er meningsverschillen over de vertaling van de uitgangspunten van de landschappelijke inpassing van de gebouwen: hoe groot mag een gebouw dan zijn en wat zijn de ontwerpeisen die zorgen voor een goede inpassing? Hoe zorgen we tegelijkertijd voor financieel en functioneel haalbare kaders?

natuurontwikkeling zijn integraal onderdeel van de kwaliteitsontwikkeling van het landschapspark als geheel en zijn in het streefbeeld op elkaar afgestemd. Het één is daarmee niet belangrijker dan het andere. Het streefbeeld is, conform de opdracht van de gemeenteraad, nadrukkelijk een integraal streefbeeld dat bijdraagt aan een integrale kwaliteitsslag voor het hele landschapspark. De verschillende delen zijn in relatie tot elkaar uitgedacht en kunnen niet los van elkaar gezien worden.

De bebouwingsmogelijkheden leiden gezien de omvang van het gebied niet tot buitenproportionele gevolgen voor natuurwaarden. Zoals nu in het streefbeeld is weergegeven leidt een en ander tot meer bezoekers aan het park (wandelaars, fietsen, meer parkeren). Dit past natuurlijk ook bij een park en hoeft niet per definitie schadelijke effecten op de natuurwaarden te hebben. Bij de uitvoering van de plannen worden de wettelijke kaders zorgvuldig getoetst. Delen van het park (zoals de eilanden en wateren) blijven ook niet bereikbaar voor bezoekers). Ook wordt een zonering van activiteiten voorgesteld. Het belang van een integraal streefbeeld voor meerdere doelgroepen staat voorop. Dat is ook de opdracht van de gemeenteraad. De ontwerpeisen en maximale bouwvolumes zijn helder opgenomen in het streefbeeld. Verschillen van mening zijn er tussen de tegenstanders van bebouwing buiten het vigerend bestemmingsplan (waaronder SBBN) en de ondernemers. Ook de gemeente en de landschapsarchitecten verschillen op punten van mening met de ondernemers en ontwikkelaars over wat er maximaal toegestaan zou moeten worden.

Welk belang staat voorop 8000 inwoners die hun handtekening hebben gezet of toerisme of ondernemers? Tussen wie spelen de verschillen van mening over hoe groot mag een gebouw dan zijn en wat zijn de ontwerpeisen die zorgen voor een goede inpassing? 6 Blad 3 1e alinea Complexiteit van het vraagstuk verbouwing 2e bullit . Een belangrijk voorstel betreft de alternatieve locatie voor de kanovijver die uit het participatieproces naar voren is gekomen. Klopt dit wel, ik heb brieven van inwoners/ wijktafel gelezen die het hier niet mee eens zijn?

De alternatieve locatie is op verschillende momenten tijdens werksessies aan de orde gekomen. Toen is door veel aanwezigen positief op de gedachte gereageerd. De werksessies zijn belangrijke momenten geweest waarop er afwegingen werden gemaakt wat er wel en niet in het streefbeeld komt. Het valt ons ook op dat er veel mensen zijn die niet deelnemen aan het

7 Blad 3 1e alinea Complexiteit van het vraagstuk verbouwing 3e bullit. Uit de historie van de besluitvorming blijkt dat de gemeenteraad de bouwmogelijkheden uit een toekomstig streefbeeld altijd voor de zittende ondernemers heeft voorzien. Voor een visie/ streefbeeld is dit ook mogelijk. Daarom zijn de eigenaren van de kanovijver en de sauna steeds het eerste aanspreek-punt voor de gemeente geweest. Dat de eigenaren ontwikkelaars en adviseurs betrekken is aan hen en speelt geen rol in het streefbeeld. De uiteindelijke bouwplannen van de ondernemers moeten op een later moment echter wel vertaald worden in een nieuw bestemmingsplan. Een nieuw bestemmingsplan is een algemeen verbindend voorschrift, dus geldend voor iedereen. Op dat moment kunnen dus ook andere partijen gebruik maken van de bouwmogelijkheden. Aangezien het niet te voorkomen is dat één van de huidige bedrijven wordt verkocht, is de kans dus aanwezig dat eventuele rechtsopvolgers uiteindelijk gebruik maken van de ontwikkelingsmogelijkheden die zijn opgenomen in het streefbeeld. Zijn er bij de ondernemers plannen om de bestaande locaties te verkopen? Is het college hiervan op de hoogte? 8 Blad 3 1e alinea Complexiteit van het vraagstuk verbouwing 5e bullit. In lijn met voorgaande interpreteren sommige deelnemers het rapport van Bureau BUITEN als een uitwerking van de plannen van de ondernemers.

Met welke participanten zijn de ruimtelijke en financiële kaders onderzocht?

9 Blad 5 3e alinea Wat zijn de kanttekeningen en risico’s. Natuurlijk mag de raad afwijken van de uitkomst van het participatieproces (de raad heeft een zekere mate van beleidsvrijheid,

participatieproces, maar toch hun mening hierover geven. Hier is waar mogelijk en zinvol alsnog rekening mee gehouden. Daar zijn wij niet van op de hoogte.

De ruimtelijke kaders voor bebouwing zijn vooral op basis van ambtelijk en ruimtelijk advies (BoschSlabbers) uitgewerkt, op basis van de bestaande wet- en regelgeving, de input uit het participatieproces en de opdracht van de gemeenteraad. De kaders zijn op verschillende momenten met de ondernemers besproken en vervolgens voorgelegd in de laatste werksessie van het participatieproces. Aan het participatieproces hebben veel verschillende partijen deelgenomen, waaronder de Wmo Adviesraad, SBBN, de sportraad, de hengelsportvereniging, de Zeeuwse Milieu Federatie, de ondernemers, verschillende inwoners, de provincie en het waterschap. De ruimtelijke kaders zijn ook getoetst op financiële haalbaarheid (het rapport van Bureau BUITEN). In het belang van een objectieve en deskundige blik op de financiële haalbaarheid is deze financiële toetsing niet op voorhand besproken met de ondernemers en de andere deelnemers van het participatieproces. Wij kunnen niet namens de eigenaren van de sauna spreken. Wij hebben net als u het antwoord gehoord van de heer Straijer (Ecoparks) tijdens de inspreekavond. De eigenaren van de sauna zijn altijd eerste aanspreekpunt geweest voor ons.

ook na participatie). Indien dit besluit echter inhoud dat er helemaal geen ontwikkelingsmogelijkheden worden vastgesteld, of minder ontwikkelingsmogelijkheden ten opzichte van wat in het streefbeeld wordt voorgesteld, leiden de eigenaren van de Kanovijver en de Sauna nadeel. Het onderwerp nadeelcompensatie voor de zittende ondernemers komt dan wel op tafel te liggen. Ecoparks is formeel geen partij in het proces en de eigenaren van de sauna het eerste. Daarmee kan Ecoparks niet in aanmerking komen voor compensatie aanspreekpunt. Dus is Ecoparks de projectontwikkelaar voor de sauna? In hoeverre speelt Ecoparks nu nog een rol? 10 Blad 5 4e alinea Wat mag het kosten? Vanzelfsprekend zijn de ondernemers in het gebied zelf verantwoordelijk voor de financiering van hun plannen. De planvorming voor bebouwing zal wel in overeenstemming en afstemming met de andere ontwikkelingen in het gebied plaats moeten vinden: er is immers sprake van een integraal streefbeeld. Is er al nagedacht over hoe hier toezicht op zal worden gehouden? Of is dat van latere zorg? 11 De opdracht is te komen tot een integrale kwaliteitsslag voor het hele gebied waarbij alle wensen en belangen in relatie tot elkaar worden afgewogen. Hoe met wie en door wie is de uiteindelijke afweging gemaakt om tot het voorliggende voorstel/ streefbeeld te komen?

12 Ook konden verschillende participanten zich niet vinden in de opdracht van de gemeenteraad voor een streefbeeld. Dit heeft o.a. geleidt tot de visie van ons Nollebos. Heeft dit iets met de vorm van het participatieproces te maken gehad? En waarom een nieuwe/ andere visie als er voldoende inspraakmogelijk was? 13 Bestaande kernkwaliteiten als natuur en cultuurhistorie krijgen juist een kwaliteitsimpuls. Bestaande functies als wandelen, fietsen, sporten, vissen, spelen blijven bestaan en worden waar mogelijk verbeterd. Zo is in het streefbeeld duidelijk weergegeven dat er geïnvesteerd moet worden in de waterkwaliteit, natuurlijke oevers, behoud en beleving van de zilte natuurwaarden, verschillende boskarakters,

Indien u dit streefbeeld vaststelt toetsen wij de in te dienen omgevingsvergunningaanvragen daaraan. Als dit voldoet, dan kan de gemeente vervolgens meewerken aan een bestemmingsplanprocedure. Voldoet de aanvraag niet, dan wordt deze geweigerd, danwel is er een mogelijkheid om de aanvraag aan te passen, zodat deze alsnog binnen de kaders van het streefbeeld valt. Natuurlijk kan de gemeenteraad, indien dit gewenst is, ook afwijken van de kaders van het streefbeeld. Hoe: het streefbeeld is gerealiseerd op basis van het ook bij u bekende participatieproces. Met wie: de deelnemers aan het participatieproces, waarvan er bij antwoord 8 een aantal genoemd zijn. Dit proces is begeleid door diverse adviserende disciplines uit de gemeentelijke organisatie en de landschapsarchitecten van BoschSlabbers. Door wie: het participatieproces heeft geleid tot een ambtelijk advies op basis waarvan het college het streefbeeld heeft aangenomen en nu ter besluitvorming voorlegt aan de gemeenteraad. Nee, het feit dat verschillende participanten zich niet kunnen vinden in de opdracht van de gemeenteraad heeft niets te maken met het burgerparticipatieproces. De vraag waarom SBBN een alternatieve visie heeft ingediend, dient aan SBBN gesteld te worden.

SBBN hoeft ook niet te voldoen aan de raadsopdracht en daarom hebben zij ook de mogelijkheid om in de vorm van een burgerinitiatief een alternatieve visie in te dienen. Zoals hierboven weergegeven ligt dit niet aan het participatieproces, maar aan het feit dat verschillende partijen zich niet kunnen vinden in de opdracht van de gemeenteraad. Ook in de raadsinformatiebrief met onze zienswijze op de alternatieve visie van SBBN merken wij op dat dit vooral gaat over de bebouwingsmogelijkheden en niet de invulling van de andere onderdelen van het streefbeeld.

biodiversiteit en een goed beheer van deze onderdelen. Dit kinkt allemaal goed alleen blijft er weerstand bij de actiegroepen, hoe kan dat? En waarom is er nog steeds zoveel weerstand? Is er iets mis gegaan tijdens het participatietraject? Waren er door participanten argumenten ingebracht die tot inhoudelijke wijzigingen van het streefbeeld zouden kunnen leiden ingebracht? Zo je, welke voorbeelden heeft u? Hoe is er een goede balans tot stand gekomen tussen landschap, samenleving en recreatieve ontwikkeling? Is er een rapport milieu effect rapportage opgesteld? Zo ja waar is die terug te vinden?

14 Brede asfaltweg 5m Hoe komt men erop dat er een 5 meter brede asfaltweg door het Nollebos wordt aangelegd? Waar zijn de uitspraken op gebaseerd? Waren er inhoudelijke argumenten die tot inhoudelijke wijzigingen konden leiden en ten aanzien van de veronderstelde breedte en lengte van de hoofdroute door het gebied? Wat zijn de kaders voor asfaltering in het Nollebos? Wat bedoelt het college met “tot een minimum beperken”?

15 Infrastructuur en integrale afstemming diverse visies (Boulevards, Verkeersveiligheid,Toeristische, Spuikom, Kustvisie) Hoe is de integrale aanpak tussen deze visies mbt het streefbeeld tot stand gekomen? Sluiten de diverse visies naadloos op elkaar aan? 16 De mogelijke grootte van een nieuwe sauna lijkt niet gering. De Sauna krijgt de ontwikkelruimte conform het huidig bestemmingsplan: een bouwhoogte van 10 meter, bebouwing per laag 1400m2, bebouwing totaal 4200m2, inclusief afwijking per bouwlaag maximaal 1750m2 en totaal inclusief afwijking 5.250m2 .

Op uw vraag of er wijzigingen zijn aangebracht op basis van argumenten van participanten kunnen wij bevestigend antwoorden. Denk daarbij aan het initiatief van het bijenhotel, de inzichten over toegankelijkheid vanuit de Wmo Adviesraad, de inbreng van de visvereniging en diverse sportverenigingen en de visie op de landschappelijke inpassing van gebouwen met als voorbeeld een terpenmodel. Ten aanzien van de door u aangehaalde balans merken wij op dat deze tot stand is gekomen door tijdens het proces altijd de integrale afweging van belangen, wensen, thema’s en gebiedskwaliteiten in het oog te houden. Het streefbeeld is opgesteld vooruitlopend op een planologische procedure (bestemmingsplan/omgevingsvergunning). Bij de planologische procedure zal bezien worden of een MER noodzakelijk is en onderzoek worden uitgevoerd naar de stikstofuitstoot van nieuwe bebouwing. Het is ons niet duidelijk waar de uitspraken van een 5 meter brede asfaltweg op zijn gebaseerd. Dit volgt ook niet uit het streefbeeld en is ook niet als zodanig tijdens de werksessies benoemd. Alleen voor de hoofdroute is een asfaltverharding voorzien. Overigens bestaat een groot deel van deze route al. De exacte omvang volgt uit het uitvoeringsplan. Wij hebben eerder al in de beantwoording van de inspraakreacties aangegeven dat een onnodige breed asfalt zeker geen doel is.

Met ‘tot een minimum beperken’ bedoelen wij dat er niet meer asfalt komt dan nodig is om de genoemde doelgroepen op de hoofdroute voldoende en veilig te faciliteren. Om misverstanden te voorkomen: auto’s zijn op de hoofdroute niet toegestaan. Uw vraag met betrekking tot inhoudelijke argumenten is voor ons niet duidelijk. De verschillende visies zijn in de ontwikkelingsfases intern (ambtelijk) op elkaar afgestemd. Het streefbeeld is inhoudelijk afgestemd op de kustvisie. Ook is de totstandkoming en de inhoud van het streefbeeld op verschillende momenten besproken tijdens het reguliere ambtelijk en bestuurlijk kustvisie overleg, waar de verschillende kustvisiepartners aan deelnemen. Bij maximaal gebruik van de bebouwingskaders zal de bezoekersdruk en het aantal verkeersbewegingen inderdaad toenemen. Uw omschrijving van de geboden bouwmogelijkheden klopt overigens niet. Hoeveel groter dit is en welke risico’s daarmee gepaard gaan hangt af van de inhoud van de concrete bouwaanvraag die

Bent u het met GL eens dat bij een maximaal gebruik van deze mogelijkheden de bezoekersdruk en het aantal verkeersbewegingen op het gebied zal toenemen? Hoeveel groter is de verwachte bezoekersdruk dan de huidige en zijn de effecten daarvan op de natuurwaarden en omgeving hierin meegenomen? Welke risico’s levert dit voor de biologische en ecologische balans in het gebied op?

zal moeten worden getoetst aan de effecten op de natuurwaarden. Mocht blijken dat dit nodig is, dan worden mitigerende maatregelen onderzocht. De bebouwingskaders voor de sauna zijn weergegeven in het streefbeeld vanaf bladzijde 68. De concrete doorrekening naar te bebouwen vierkante meter staan in bijlage 7 van het raadsvoorstel (Bijlage: vergelijking bouwmogelijkheden geldend bestemmingsplan en streefbeeld). De toegestane bebouwing is maximaal 5.850m².

Mag de Sauna uitbreiden naar 5052 m2? Binnen welke de kaders staat dat aangegeven ? 17 Wensen ondernemers Is het resultaat een vertaling van de nadrukkelijke wensen van de ondernemers? Is het verschil in wensen tussen ondernemers en het streefbeeld erg groot en wat kan dit betekenen? 18 Stel dat de plannen van de ondernemers niet haalbaar zijn Blijft de situatie dan zoals het nu is? Of blijft dan het streefbeeld zonder bebouwing overeind staan? 19 De alternatieve locatie voor de kanovijver. De adviseur van de Kanovijver heeft zich tijdens de inspraakbijeenkomst bescheiden opgesteld en hoeft niet zo nodig te verplaatsen. Levert het naar verwachting veel tegenreactie op als de kanovijver wordt verplaatst? Heeft u de argumenten van de wijktafel Boulevards meegenomen in de afwegingen? Waar komt het idee alternatieve locatie Kanovijver vandaan? 20 De eigenaren ontwikkelaars en adviseurs betrekken is aan hen en speelt volgens u geen rol in het streefbeeld. Ecoparks is formeel geen partij in het proces en de eigenaren van de sauna zijn het eerste aanspreekpunt. Vindt het college dat dit wel een rol speelt als bijvoorbeeld de Sauna de boel verkoopt aan ECOparks?

Nee. Het betreft hier een integrale afweging, binnen de kaders van de raad. Daarmee worden niet nadrukkelijk de wensen van de ondernemers gediend. Dat betekent niet dat het hier geen haalbare kaders betreft.

Wij zijn van mening dat de integraal afgewogen bouwkaders uit het streefbeeld voor de bedrijven tot een haalbare exploitatie kunnen leiden.

Uit het participatieproces blijkt dat er draagvlak is voor de alternatieve locatie. Na aanvraag van de omgevingsvergunning zal blijken of er veel zienswijzen worden ingediend tegen het definitieve plan. De inbreng van de wijktafel Boulevards is meegenomen in de afweging. De bestaande parkeervoorziening wordt volledig gecompenseerd op de huidige locatie van de kanovijver. Het idee voor de alternatieve locatie komt uit het participatieproces. Nee, dit speelt geen rol. Op uw overige vragen hebben wij geen zicht. Deze vragen kunt u beter aan de eigenaren van de sauna of Ecoparks stellen.

Hoe ziet het college de mogelijkheid en kans voor ondernemers Sauna tot verkoop aan Ecoparks? Is Ecoparks de toekomstige koper van de Sauna? Welk belang heeft Ecoparks naast hun adviesrol voor de eigenaar van de Sauna? 21 Rechten waarden Streefbeeld Wat bedoelt u met het streefbeeld en hoe ziet u de kaders die erin opgenomen staan?

Zoals toegelicht in het raadsvoorstel kunnen aan een streefbeeld geen rechten worden ontleend. Het schept wel verwachtingen. Aan een bestemmingsplan kunnen wel rechten worden ontleend.

Kunnen aan een streefbeeld rechten worden ontleend? Bent u het met GL eens dat het wel Verwachtingen schept over wat er in de toekomst mogelijk is? Wat is de waarde van een streefbeeld als er geen rechten aan kunnen worden ontleend?

Wat gebeurt er als ondernemers een plan indienen dat buiten de kaders van het streefbeeld treed?

22 De Kustvisie schrijft niet exact voor hoe (bijvoorbeeld) de compenserende maatregelen voor de toevoeging van verblijfsmogelijkheden of de inpassing van de gebouwen in het landschap vertaald moet worden naar een specifiek gebied als het Nollebos-Westduinpark. Wanneer en hoe zal het streefbeeld getoetst worden op naleving van de kustvisie? 23 Nadeel compensatie Wat wordt bedoeld met nadeel-compensatie? Extra toeristische verblijven en klimaatverandering, Bent u ook van mening dat CO2 uitstoot, drukte, overlast, vervuiling zal toenemen als er meer verblijfplaatsen in het Nollebos komen? Wat is daarmee het te verwachten effect op de leefbaarheid van natuur en milieu in het Nollebos?

De waarde van het streefbeeld met betrekking tot de bebouwing is dat er in het streefbeeld duidelijke kaders worden gegeven over de toekomstige bouwmogelijkheden. Het streefbeeld is een toetsingsinstrument: een toekomstige bouwaanvraag wordt getoetst aan het streefbeeld. Als dit voldoet, dan kan de gemeente vervolgens meewerken aan een bestemmingsplanprocedure. Voldoet de aanvraag niet, dan wordt deze geweigerd, danwel is er een mogelijkheid om de aanvraag aan te passen, zodat deze alsnog binnen de kaders van het streefbeeld valt. Natuurlijk kan de gemeenteraad, indien dit gewenst is, ook afwijken van de kaders van het streefbeeld. Het streefbeeld is getoetst aan de kustvisie. Ook de toekomstige omgevingsvergunningaanvragen worden getoetst aan de onderdelen van de kustvisie die in de omgevingsverordening zijn opgenomen.

Nadeelcompensatie is een bestuursrechtelijk alternatief voor de privaatrechtelijke schadevergoeding. Als een bestuursorgaan een besluit neemt, dan zijn er altijd mensen en bedrijven voor wie dat besluit gunstig is en er zijn mensen en bedrijven voor wie een besluit ongunstig kan uitpakken. Het bestuursorgaan moet dat nadeel vergoeden met een schadevergoeding als blijkt dat het besluit onrechtmatig is. Een genomen besluit is onrechtmatig als het bestuursorgaan er zelf op terugkomt (bijvoorbeeld naar aanleiding van een bezwaarschrift) of als het besluit in een beroepsprocedure wordt vernietigd door de bestuursrechter. Nadeelcompensatie wordt betaald als het besluit rechtmatig is. Al bij het voorbereiden van het besluit ziet het bestuursorgaan dat er iemand onevenredig zal worden benadeeld door het besluit. In dat geval maakt het bestuursorgaan bij het nemen van het besluit ook de afweging om tegelijkertijd nadeelcompensatie toe te kennen aan die persoon of dat bedrijf dat onevenredig wordt benadeeld door het besluit. Wij verwachten geen onevenredige effecten. Zoals eerder gesteld dienen de in te dienen omgevingsaanvragen te worden getoetst aan de wettelijke kaders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10212655/5