05162024 Q&A vragen 3.3 compleet
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
DATUM: 16-mei-‘24
VAN
: Griffie
Betreft
: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A) – 3.3
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 16 mei 2024 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.3 – Vaststellen lijst verplichte participatie Omgevingswet en bindend advies de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie CU
Behandeld door wethouder
Onderwerp: 3.3 - Vaststellen lijst verplichte participatie Omgevingswet en bindend advies Vraag 1. Waarom valt (art. 1) onder de categorie Verblijfsrecreatie (alleen) "buiten de strook bebouwd gebied tot 1 kilometer van de kust"?
Antwoord De onderverdeling sluit aan bij reeds vastgesteld beleid. In november 2020 heeft de gemeenteraad van Vlissingen de Toeristische visie van de gemeente Vlissingen 2030 vastgesteld. In deze visie staat binnen paragraaf 7.3 beschreven dat nieuwe toeristische verblijfsaccommodaties bij voorkeur gevestigd worden op bewezen locaties; een strook bebouwd gebied van ongeveer een kilometer langs de kust. Deze strook wordt iets verder gedefinieerd als: Paauwenburg ten westen van de Paauwenburgweg, Boulevard, Spuikom, Binnenstad/Scheldekwartier tot aan het Eiland. In november 2020 heeft de gemeenteraad besloten dat verblijfsaccommodaties binnen deze strook in principe wenselijk zijn, daarom wordt voor initiatieven binnen deze strook geen bindend advies voorgesteld. Voor het realiseren van verblijfsrecreatie buiten deze strook, wordt voorgesteld om wel langs de gemeenteraad te gaan voor een bindend advies.
Fractie POV
Behandeld door wethouder
Onderwerp: 3.3 - Vaststellen lijst verplichte participatie Omgevingswet en bindend advies Vraag 1. Waarom is de gebiedsaanduiding bijlage 2 verblijfsrecreatie afwijkend van de gebiedsaanduiding regulier?
2.
Bindend advies
Antwoord Wanneer dezelfde gebiedsindeling gebruikt zou worden: - zou het college zelfstandig kunnen besluiten over het verlenen van medewerking aan verblijfsrecreatie in Oost-Souburg of de noordelijke woonwijken; óf - zou de gemeenteraad een bindend advies moeten geven op een initiatief voor verblijfsrecreatie op een locatie die in 2020 al als wenselijk is beschouwd op basis van de Toeristische Visie 2030. Initiatieven kunnen op verschillende plekken een andere
gebiedsaanduiding: waarom is niet de hele gemeente daarin opgenomen?
impact hebben. Verblijfsrecreatie in woonwijken kan geluidshinder in de avonduren en meer verkeersbewegingen met zich meebrengen. Hier zijn de woonwijken in tegenstelling tot de binnenstad minder op voorzien. Het bouwen van woningen heeft ook een andere impact binnen het bebouwd gebied ten opzichte van het buitengebied.
Fractie PvdA
Behandeld door wethouder
Onderwerp: 3.3 - Vaststellen lijst verplichte participatie Omgevingswet en bindend advies Vraag 1. Is het niet verstandig om de behandeltermijn van onderwerpen waarop bindend advies van toepassing is vooraf mede te delen aan de initiatiefnemer, zodat ze zich kunnen voorbereiden als de termijn niet wordt gehaald?
Antwoord Als een initiatiefnemer vooroverleg voert met de gemeente, wordt de planologische procedure en bijbehorende termijnen toegelicht. Echter een vergunningsaanvraag moet alsnog binnen de wettelijk gestelde termijnen behandeld en besloten worden. Dit mag een initiatiefnemer dan ook verwachten.
2. Welke leidraad is gebruikt bij het opstellen van de lijst bindend adviesrecht en verplichte participatie Vlissingen?
Voor het opstellen van de lijst is inspiratie opgedaan bij voorbeelden van andere gemeenten, waaronder Veere en Middelburg.
3. In de ‘’Handreiking Adviesrecht gemeenteraad bij afwijkingen van het Omgevingsplan’’ van de VNG worden aanvullende voorbeelden genoemd die opgenomen kunnen worden in de lijst bindend adviesrecht. Waarom is gekozen om af te wijken van deze handreiking?
De voorbeelden in de handreiking missen in sommige gevallen de concreetheid om hiermee goed te kunnen werken. Bijvoorbeeld “in en nabij natuurgebieden”; nabij is voor iedereen anders te interpreteren. Enkele andere voorbeelden zijn momenteel nog niet te gebruiken, omdat de gemeente Vlissingen nog niet beschikt over een definitief uitgewerkt omgevingsplan. Zo zijn de volgende punten past later te gebruiken: - indien de activiteit niet past binnen de doelen van het omgevingsplan, of niet past bij doel [x] of niet valt binnen oogmerk [y, zoals het tegengaan van klimaatverandering]; - indien de activiteit niet past binnen de (overige) door de gemeenteraad gestelde kaders [zoals bijvoorbeeld welstandsnota, hoogbouwbeleid, mobiliteitsplan etc.]; - indien de activiteit in strijd is met regel [x] van het omgevingsplan;
4. Waarom wordt in bijlage twee het Nollebos aangeduid als bebouwd gebied?
In beide bijlagen valt het Nollebos onder bebouwd gebied. Het Nollebos valt binnen de bebouwde kom en wordt onder andere door de provincie Zeeland niet aangeduid als buitengebied. In de Provinciale Omgevingsverordening Zeeland wordt het Nollebos, als stadspark aangeduid binnen de bebouwd gebied contouren van “badplaats” Vlissingen.
5. Waarom wordt in bijlage twee het gebied buitendijks, los van de locaties waar nu bebouwing is, aangeduid als bebouwd gebied?
De contouren volgen het hart van wegen of dijklichamen als begrenzing met een marge van 50 meter. Deze contour is bij het bindend advies van 2021 reeds zo neergelegd en enkel ter plaatse van de zorginstelling aan de Zuidbeekseweg en de lintbebouwing van Ritthem geactualiseerd. Een contour op basis van kavels is voor diepe kavels aan bijvoorbeeld de Zandweg niet praktisch. Daarmee zou te
veel onder bebouwd gebied gaan vallen. Bij de gemeentegrenzen vormen de grenzen de contouren. 6. Betekent het opnemen van het Nollebos als bebouwd gebied dat bij bepaalde vormen van bebouwing de raad geen bindend advies kan geven?
Het betekent dat de raad alleen bindend advies kan geven op initiatieven die afwijkend zijn ten opzichte van het in 2021 vastgestelde Streefbeeld NollebosWestduinpark. Voor initiatieven die afwijken van de regels in het omgevingsplan, maar die passen binnen het streefbeeld is er geen bindend advies vanuit de raad.
7. Betekent het opnemen van het buitendijkse gebied als bebouwd gebied dat bij bepaalde vormen van bebouwing de raad geen bindend advies kan geven?
Ja, het strandwachthuisje op het Badstrand hoeft hierdoor bijvoorbeeld niet langs de raad. Het mogelijk maken van extra strandpaviljoens en strandhuisjes kan op basis van de Kustvisie en de provinciale omgevingsverordening (hogere regelgeving) niet.
8. Kunt u een korte lijst opstellen van onderwerpen die vóór de Omgevingswet bij de gemeenteraad lagen en nu bij het college liggen, maar niet zijn opgenomen in de bindend advieslijst?
Fractie SGP
-
Exact 11 woningen realiseren binnen bebouwd gebied zonder stedenbouwkundig-ruimtelijk plan vooraf. Tot 2 woningen realiseren in het buitengebied.
Behandeld door wethouder
Onderwerp: 3.3 - Vaststellen lijst verplichte participatie Omgevingswet en bindend advies Vraag 1. Bijlage 1 en Bijlage 4 lijken heel erg op elkaar, maar verschillen op bijv. aggregatieniveau. Wat is het nut van het gebruik van beide bijlagen? En waarom is niet gekozen voor éénzelfde opmaak? Vragen mbt bijlage 1 besluit: 2. Op1 staat een definitie van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn 2 varianten: een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan Maar in artikel 1 van Bijlage 1 staat: Uitzondering hierop vormen alle ruimtelijk-planologische ontwikkelingen ongeacht de omvang - binnen het 1
Antwoord Bijlage 1 toont het Besluit bindend adviesrecht raad en verplichte participatie Vlissingen 2024 zoals dat voorligt ter besluitvorming. Bijlage 4 toont het in 2021 vastgestelde Besluit bindend adviesrecht raad, wat ingetrokken dient te worden. Ter vervanging van de versie 2024. De uitzondering bij artikel 1 gaat inderdaad over stedenbouwkundig-ruimtelijk plan die door de gemeenteraad zijn vastgesteld, maar die nog niet zijn opgenomen in het omgevingsplan. Het omgevingsplan vormt de juridische basis voor ruimtelijke ontwikkelingen. In sommige gebieden zijn nieuwe ontwikkelingen nodig en wordt hiervoor alvast beleid met uitgangspunten, bijvoorbeeld over bouwhoogtes en aantallen, opgesteld. Als de gemeenteraad al over de uitgangspunten een besluit heeft genomen, is het dubbelop om ook nog een keer bindend advies te vragen als een initiatief aan de uitgangspunten voldoet. Daarvoor is de uitzondering opgenomen. Op een later moment kan het beleid met de uitgangspunten alsnog verwerkt worden in het omgevingsplan. Als het omgevingsplan vervolgens is vastgesteld door de raad, dan is het in het omgevingsplan geregeld en is het binnenplans.
https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/omgevingsplanactiviteit/dit-houdt-deomgevingsplanactiviteit-in/#:~:text=Een%20buitenplanse%20omgevingsplanactiviteit%20is %20een,vergunningvrij%20voor%20het%20bouwen%20is
bestaande bebouwde gebied (bijlage ‘Gebiedsaanduiding bindend adviesrecht raad en verplichte participatie 2024’), onder de voorwaarde, dat vooraf een stedenbouwkundig-ruimtelijk plan of gebiedsvisie door de gemeenteraad is vastgesteld, waarbinnen die ontwikkelingen passen. Maar wat staat nu in deze uitzondering? Is dat een uitzondering waarbij de gemeenteraad een plan heeft vastgesteld dat een uitzondering vormt op het oorspronkelijke omgevingsplan? 3. Art 1. Kunt u wat voorbeelden geven van ‘tijdelijke ontwikkelingen’ die onder de uitzonderingen vallen?
-
4. Art 1. Kunt u wat voorbeelden geven van ‘gebruikswijzigingen’ die onder de uitzonderingen vallen? Een buitenplanse activiteit is toch sowieso een gebruikswijziging?
-
-
-
De leslokalen in tijdelijke units voor de Tweemaster/Kameleon en de Burcht Rietheim. De tijdelijke bouwplaatsinrichting en het tijdelijk depot aan de Van Hogendorpweg (naast De Burgerij) Het wijzigen van een kantoorpand naar woningen. Hiervoor wordt immers geen nieuwe hoofdgebouwen opgericht. Het wijzigen van kantoor naar winkel of omgekeerd zonder het realiseren van nieuwe bebouwing.
5. Er zijn diverse typen van participatie; hoe wordt bepaald welk type participatieprocedure gekozen wordt in relatie tot de buitenplanse omgevingsacitviteit?
Het staat de initiatiefnemer vrij om het niveau van participatie en de uitvoering hiervan vorm te geven. Of het enkel informeren of ook meebeslissen is, of het een brief in de bus doen of een informatieavond houden is, dat is aan de initiatiefnemer. Als uit de omgeving blijkt dat bij de participatie een groep belanghebbenden niet is benaderd, dan kan het college en later ook de raad aangeven dat participatie niet voldoende is uitgevoerd en de initiatiefnemer opnieuw op pad sturen om te participeren of de vergunningsaanvraag buiten behandeling stellen.
6. Art 1. Categorie Wonen, 3) wat zijn nietzelfstandige woningen, wat zijn ‘eenheden’ en waarom is gekozen voor 100 eenheden (dat lijkt nogal omvangrijk)?
Niet-zelfstandige woningen zijn woningen waarbij men niet beschikt over een eigen badkamer en/of keuken en deze deelt met andere woonruimten, studentenkamers bijvoorbeeld. De term studentenkamers beperkt de categorie te veel, dus is voor de bredere term niet-zelfstandige woningen gekozen. De eenheden staat voor het aantal woonruimten/kamers. Dit aantal is gebaseerd op bestaande studentenhuisvesting in Vlissingen, die door de raadswerkgroep als positief wordt ervaren, namelijk de studentenhuisvesting aan de achterzijde van het ADRZ.
7. Art 1. Categorie Commerciële… bedrijvigheid, 2) ook het vestigen van bijv. een blijf-van-mijn-lijf huis of andere instelling met een zorg/GGZ functie kan impact hebben op de wijk; dit type voorzieningen wordt hier niet benoemd; waarom niet?
Een blijf-van-mijn-lijf huis of woning van een instelling zoals de GGZ heeft over het algemeen primair niet het doel om iemand te verzorgen, maar om iemand te huisvesten. Een dergelijke voorziening is daarmee vaak passend binnen een woonactiviteit en dus binnen een woning. Wordt er veelvuldig zorg verleend, dan valt het onder een maatschappelijke activiteit en valt het wel onder deze categorie.
8.bArt 1. Categorie Verblijfsrecreatie, waarom is gekozen voor een limitering ten opzichte van de kustlijn en bijvoorbeeld niet het aantal eenheden? Klopt de interpretatie dat voor een hotel met bijv. een zeer gering aantal kamers (neem bijv. 4 kamers), binnen het gebied uit bijlage 3 toestemming van de gemeenteraad nodig is?
De onderverdeling sluit aan bij reeds vastgesteld beleid. In november 2020 heeft de gemeenteraad van Vlissingen de Toeristische visie van de gemeente Vlissingen 2030 vastgesteld. In deze visie staat binnen paragraaf 7.3 beschreven dat nieuwe toeristische verblijfsaccommodaties bij voorkeur gevestigd worden op bewezen locaties; een strook bebouwd gebied van ongeveer een kilometer langs de kust. Deze strook wordt iets verder gedefinieerd als: Paauwenburg ten westen van de Paauwenburgweg, Boulevard, Spuikom, Binnenstad/Scheldekwartier tot aan het Eiland. Een hotel buiten dit gebied/deze strook heeft toestemming van de gemeenteraad nodig.
9. Art 1. Categorie Energie, waarom is alleen gekozen voor grondgebonden zonnevelden en niet ook voor watergebonden zonnevelden? (het grootste gedeelte van gemeente Vlissingen bestaat uit water). Overigens wordt in bijlage 4 generiek gesproken over zonne-energie.
De kans dat zonnevelden op de Westerschelde worden gerealiseerd is nihil. Dit betreft Natura2000 en is via de categorie Natuur tevens beschermd, daarnaast is het dicht bij het vaste land ook al snel belemmerend voor de scheepvaart.
10. Het ontwikkelen, of juist slopen, van beeldbepalende gebouwen of andere objecten die invloed hebben op de skyline van Vlissingen wordt niet specifiek genoemd als categorie. Denk bijv. aan het plaatsten van een hoog object of juist het slopen daarvan (denk bijv. aan weghalen Arsenaaltoren of zelfs weghalen Michiel de Ruyter). Waarom is het wijzigen van een beeldbepalend gebouw of object niet specifiek genoemd als categorie?
Voor het slopen in beschermd stadsgezicht is een advies van de monumentencommissie verplicht. Het plaatsen van hoge objecten heeft vaak tot gevolg dat er meer dan 11 woningen of meer dan 1500m2 BVO commercieel wordt gecreëerd, waardoor dat via een andere route al naar de raad komt.